Nieuwe instrumentale cd van Steef Verwée en Eddy Aelbrecht brengt Griekse filosofie tot leven in de tuin van Epicurus.

Steef Verwée, geboren in 1951, groeide op in een familie waar het Oudenaards de voertaal was.

Zijn familiewortels in de regio gaan terug tot het midden van de zestiende eeuw, met een brief uit 1730 als oudste getuigenis.

Al op achttienjarige leeftijd schreef hij zijn eerste Oudenaardse liederen waarmee hij lokaal optrad.

Na zijn studies aan het Koninklijk Conservatorium in Gent, die hij in 1973 afrondde met specialisaties in gitaar, zang en musicologie, begon zijn carrière in de musical- en theaterwereld bij gezelschappen als NTG, Arca en Theater Poëzien.

Om zijn eigen creaties te perfectioneren, volgde hij aanvullende opleidingen in scriptschrijven en lichtontwerp in Londen, New York en Amsterdam.

Zijn succesvolle producties, waaronder Claus on the Rocks, leidden tot een periode als artistiek begeleider bij het KNTV. In die tijd richtte hij zijn eigen uitgeverij De Cirkel op, tegenwoordig bekend als Circle Productions Gent.

Na een periode bij Theater Arena startte hij Applied Promotions Intermed nv, een bedrijf dat cultuur promoot binnen de bedrijfswereld.

Ondertussen bleef hij onafgebroken eigen werk creëren, met als een van de hoogtepunten de première van The Erotic Opera in de Stadsschouwburg van Amsterdam in 1985.

Ook zijn vriendschap met Hugo Claus had een grote invloed op zijn creatieve ontwikkeling, wat onder meer leidde tot veertig liederen op poëzie van Claus.

In 1992 produceerde hij voor de Wereldtentoonstelling in Sevilla en de Olympische Spelen in Barcelona de cd Belgium, a Century of Music, een officieel geschenk van het Ministerie van Buitenlandse Handel.

Verwee werkte bovendien intensief samen met de BRT en de BRT Big Band en was als muziekdirecteur en lichtontwerper betrokken bij tal van grote operaproducties zoals Nabucco en La Traviata.

In 2012 werd hij voor de tentoonstelling Beatles, Bombardons en Buuneklakkers gevraagd om zijn Oudenaardse liedjes uit de jaren zestig opnieuw uit te voeren.

Dit trok de aandacht van het stadsbestuur en resulteerde in 2014 in de cd ‘Oudenaarde, een hymne’, een drieluik met twintig liederen. Tijdens de release in CC De Woeker werd hij benoemd tot Ambassadeur van het Oudenaards Dialect.

Dit alles resulteerde in 2022 in de cd en theatercreatie Oudenaarde een Idioticon, geïnspireerd op het Zuid-Oostvlaandersch Idioticon van Isidoor Teirlinck uit 1905.

Op deze uitgave brengt hij oude woorden en lokale geschiedenis tot leven, waarbij zijn goede vriend Marijn Devalck schitterde in de videoclip ‘Largootje voor mijn prinsesje’.

Om het erfgoed van de regio en het Pays des Collines levend te houden, bracht hij in mei 2024 samen met het stadsbestuur van Ronse de cd ‘Ronse in ’t Roonsies’ uit, die te koop is bij de plaatselijke Dienst Toerisme.

Op basis van deze cd creëerde Steef een audiovisueel Tour de Chant-programma dat onlangs zijn première kende in het CC De Ververij te Ronse.

Dit deed hij in samenwerking met Veronique De Tier, vooraanstaand dialectologe van de Universiteit Gent, met wie hij in totaal bijna honderd liederen schreef ter bevordering van de Vlaamse streektalen.

Recent bracht hij samen met pianist Eddy Aelbrecht een nieuwe cd uit met tweeëntwintig instrumentale composities voor klassieke gitaar en piano.

Eddy Aelbrecht genoot zijn opleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel, waar hij orgel, muziekgeschiedenis en harmonie studeerde.

Aan het conservatorium van Antwerpen voltooide hij zijn studies pedagogie en pianobegeleiding

Van 1985 tot 2024 was hij onafgebroken actief als fulltime begeleider en docent muziektheorie en harmonie aan Studio Herman Teirlinck en later aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen.

Hij was tevens een veelgevraagd pianist en docent aan de drama-afdeling van het conservatorium in Gent.

Naast zijn onderwijstaken begeleidde hij vrijwel alle bekende Belgische artiesten en vele internationale namen.

Als geliefd studiomuzikant en pianist was hij vier jaar lang verbonden aan het Casino van Knokke en trad hij wereldwijd op, van Europa tot in Dubai, Abu Dhabi en Pakistan.

Dit gezamenlijke album is geïnspireerd op de filosofie van oude Griekse denkers zoals Plato, Socrates en Epicurus.

De aanleiding hiervoor waren de colleges van de hedendaagse filosoof Johan Braeckman, die Verwée aanzetten om thema’s als ataraxia, deugd en kalmte muzikaal te vertalen.

Elk muziekstuk is opgebouwd vanuit een filosofisch citaat en gekoppeld aan een plant die mogelijk in de tuin van Epicurus groeide.

Het album is beschikbaar via streamingplatformen en als Digifile-cd in boekvorm.

Deze uitgave wordt in de BeNeLux en internationaal verdeeld bij alle boekhandels en muziekzaken, en is tevens bestelbaar via Bol.com, zijn site steefverwee.be of de FB-pagina Steef Verwée Epicurus’garden.

Steef trekt momenteel rond met deze muziek, waarbij hij tussen zijn gitaarcomposities door vertelt en citeert uit het werk van deze oud-Griekse filosofen.

Ook al vijf jaar geleden deze maand, onze Gentse vriend Walter Ertvelt met zijn album Roaring 2020.

Ter gelegenheid van zijn toen zeventigste verjaardag vond hij het na vijftig jaar liedjes schrijven voor anderen de hoogste tijd om zelf een album uit te brengen.

Het werd zelfs een dubbel-cd onder de titel Roaring 2020.

Hoewel zijn naam misschien niet bij iedereen meteen een belletje doet rinkelen, is zijn werk ongetwijfeld bekend.

Zo schreef hij de tekst van ‘Vreemde Vogels’, de zomerhit van Claire uit 1973 die nog altijd staat als een huis.

Daarnaast schreef hij nummers voor namen als Johan Verminnen, Kris De Bruyne, Ann Christy en Miek en Roel.

Ook voor Rob de Nijs was hij een belangrijke schakel; Walter werkte mee aan diens album ‘Tussen Zomer En Winter’ uit 1977.

Rob de Nijs verbleef destijds enkele weken in Gent in 1976, voor de voorbereiding, en was toen bijna elke avond aanwezig in de Hotsy Totsy.

De hoes van dat album is overigens een kunstwerk van de Gentse kunstenaar Frank Liefooghe.

Ook als producer liet Walter zijn sporen na in samenwerkingen met Roland, de Skyblasters en Zaki.

Zijn creativiteit reikte echter verder dan muziek alleen; samen met Herwig Deweerdt maakte hij de film Jacques Brel aux Marquises en tot 2001 verzorgde hij een column in het Radio 1-programma ‘Het Einde van de Wereld’.

Bovendien was hij de drijvende kracht achter de Waterfront Galerie op Meulestede in Gent.

Dat was ook de plek waar Hotsy Totsy in 1998 een groot feest gaf ter gelegenheid van ons 25-jarig bestaan, gecombineerd met een tentoonstelling in de galerie.

Voor zijn eigen muzikale project werkte hij samen met componist Yves Meersschaert en liet hij zich omringen door het kruim van de Gentse muziekscene, met bijdragen van onder anderen Roland, Steven De bruyn, Bart Maris en Edward Buadee.

Kate Bush, als ik het boek Wuthering Heights niet gelezen had, was het misschien nooit zover gekomen.

Op 17 februari 1978 verscheen het debuutalbum van Kate Bush, getiteld “The Kick Inside”.

De totstandkoming van dit album werd mede mogelijk gemaakt door David Gilmour van Pink Floyd, die na het horen van haar demo’s ervoor zorgde dat ze de aandacht kreeg van de platenmaatschappij.

Met vijf singles, waaronder de iconische hits “Wuthering Heights” en “The Man with the Child in His Eyes”, leverde de unieke Kate Bush een album af dat direct insloeg.

Een van de bijzonderste nummers op de plaat is “Moving”, een eerbetoon aan haar dansleraar Lindsay Kemp.

Kenmerkend zijn de walvisgeluiden aan het begin en de tekst die haar gevoel tijdens het dansen beschrijft: “Moving stranger, does it really matter / As long as you’re not afraid to feel?”.

“The Kick Inside” was een groot commercieel succes en behaalde de eerste plaats in de Nederlandse hitlijsten en een tweede plaats in Vlaanderen.

Opmerkelijk is dat er wereldwijd zes verschillende versies van de albumhoes zijn uitgebracht.

Eind september lanceerde de 86-jarige Amanda Lear haar nieuwe single “Amour (s)”, een voorproefje van haar aankomende album “Looking Back” dat op 7 november 2025 verschijnt.

Het nummer, geschreven door Benjamin Dantès en Patxi Garat, is een modern Franstalig nummer dat bewijst hoe Lear zichzelf na bijna vijftig jaar in de schijnwerpers als een ware kameleon steeds opnieuw kan uitvinden.

De productie was in handen van Alain Mendiburu, met wie ze al sinds 2006 samenwerkt, en Georges Landtsheere.

Het nieuwe album, “Looking Back”, wordt omschreven als een verkenning van hedendaagse Franse chanson, met verrassende uitstapjes naar genres als de blues.

Het bevat, maar liefst acht nieuwe nummers die speciaal voor haar zijn geschreven door talenten als Pierre Lapointe, Sacha Rudy en Patxi Garat.

Naast nieuw materiaal kunnen we ook een versie van de klassieker “Strangers In The Night” verwachten.

Een opvallende samenwerking is die met de legendarische Amerikaanse DJ Chris Cox, die een krachtige dance-remix maakte van het nummer “When I Was Your Favourite Singer”.

Een ander uniek detail is dat de albumhoes een schilderij is van Amanda Lear zelf.

Het album zal zowel op lp als op cd verkrijgbaar zijn.

Vandaag, 45 jaar geleden, was het een mooie dag voor de fans van The Police! Op 3 oktober 1980 kwam namelijk hun album ‘Zenyatta Mondatta’ uit.

Deze plaat, met onvergetelijke hits als ‘Don’t Stand So Close To Me’ en ‘De Do Do Do, De Da Da Da’, werd nota bene gewoon in Nederland opgenomen, in de Wisseloord Studio’s in Hilversum.

Het album was een groot succes en behaalde de derde plaats in de Nederlandse hitlijsten.

Leuk detail: exact zes jaar later, op 3 oktober 1986, bracht de band een remix van ‘Don’t Stand So Close To Me’ uit om hun verzamelalbum ‘Every Breath You Take (The Singles)’ te promoten.

Vandaag is het precies 45 jaar geleden dat David Bowie zijn album Scary Monsters (and Super Creeps) uitbracht.

De plaat wordt nog steeds geprezen als een absoluut hoogtepunt in de discografie van Bowie.

De kracht schuilt in een perfecte mix van elementen: de sterke productie die Bowie samen met Tony Visconti verzorgde, de kenmerkende zang van de meester zelf, en de innovatieve, grensverleggende gitaarpartijen van Robert Fripp.

Alle nummers op het album zijn geschreven door David Bowie en het bracht legendarische hitsingles voort zoals “Ashes to Ashes” en “Fashion”.

Het visuele aspect werd, zoals altijd bij Bowie, niet vergeten, met de beroemde albumhoes ontworpen door Bowie en Brian Duffy.

Voor de uitvoering kon hij rekenen op een ijzersterke band, met onder meer Andy Clark op synthesizer, Carlos Alomar op gitaar en de solide ritmesectie van bassist George Murray en drummer Dennis Davis. De achtergrondzang werd verzorgd door Chris Porter en Lynn Maitland.

Vandaag, 45 jaar geleden, op 10 september 1980 kreeg Rob de Nijs uit handen van Cliff Richard een platina plaat voor zijn album “Met Je Ogen Dicht”.

Het kwam op 22 maart de lp Top 50 binnen en stond vanaf 14 juni maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats.

Ook in Vlaanderen was het album een groot succes.

Tijdens een diner, georganiseerd door platenmaatschappij EMI, kreeg De Nijs de onderscheiding uit handen van de Britse zanger Cliff Richard.

Het album, geproduceerd door Gerard Stellaard, bevatte bekende nummers als “Zondag”, geschreven door Stellaard, Bill van Dijk en Tineke Beishuizen, die al eerder teksten schreef voor Rob De Nijs en die in augustus 2023 overleed.

Ook de covers “Alleen Is Maar Alleen” met Nederlandse tekst van Benny Neyman en “Foto Van Vroeger” (oorspronkelijk van Udo Jürgens en de tekst van “Foto Van Vroeger” was van Joost Nuissl, die in totaal voor vijf nummers de tekst schreef voor het album) droegen bij aan de populariteit van het album.

45 jaar geleden, Janis Ian, superstar zijn, is in feite een grote valstrik.

Janis Ian, geboren als Janis Eddy Fink in New York op 7 april 1951, was een natuurtalent dat de muziekwereld al op jonge leeftijd op zijn grondvesten deed schudden.

Ze leerde piano spelen vanaf haar derde en op haar twaalfde schreef ze al haar eerste nummers. Een jaar later, op haar dertiende, koos ze de artiestennaam waaronder ze bekend zou worden: Janis Ian.

Op haar veertiende schreef ze het lied dat haar leven zou bepalen: “Society’s Child”. Het nummer, dat de destijds uiterst gevoelige thematiek van een relatie tussen een blank meisje en een zwarte jongen behandelde, werd een onverwachte hit.

Ondanks dat veel radiostations het weigerden te draaien, bereikte de single in 1966 de top 20, met een verkoop van 600.000 exemplaren.

Haar debuut-lp, geproduceerd door de legendarische George “Shadow” Morton (bekend van The Shangri-Las), was eveneens een succes.

De controverse en het commerciële succes zorgden ervoor dat het nummer later een verdiende plaats kreeg in de Grammy Hall of Fame vanwege de historische impact.

Na dit vroege hoogtepunt volgden er echter moeilijkere jaren. Haar volgende albums verkochten beduidend minder, waardoor ze al snel het stempel van ‘eendagsvlieg’ kreeg.

Maar Janis Ian bewees het tegendeel. Met het album Stars vocht ze zich terug in de aandacht, en de opvolger Between the Lines bereikte zelfs de eerste plaats in de hitlijsten.

Deze succesvolle comeback werd in 1976 bekroond met een Grammy Award voor Beste Vrouwelijke Popartiest.

Aan het einde van de jaren 70 toonde Ian haar veelzijdigheid opnieuw.

Samen met discoproducer Giorgio Moroder schreef ze het nummer “Fly Too High” voor de film Foxes.

Het werd een wereldwijde hit die in veel landen, waaronder Vlaanderen en Nederland, de eerste plaats bereikte. I

n diezelfde periode nam ze in 1980 ook het duet “Don’t leave tonight” op met Conny Vandenbos.

Na een scheiding werd het stil rond Ian. Een nog zwaardere klap volgde toen ze door het bedrog van haar boekhouder bijna failliet was.

In 1993 maakte ze een krachtige rentree met het album Breaking Silence, waarop ze openlijk uitkwam voor haar homoseksualiteit.

In 2003 trouwde ze met haar partner, Patricia Snyder,

Recentelijk heeft Janis Ian een punt gezet achter haar lange carrière.

De moeilijke beslissing om te stoppen met optreden kwam er wegens aanhoudende gezondheidsproblemen.

Een hardnekkige laryngitis heeft permanente littekens op haar stembanden achtergelaten, wat consistent toeren onmogelijk maakt.

Haar afscheid van het podium viel samen met de release van wat ze haar laatste album noemt, The Light at the End of the Line (2022)

Toch bracht ze in 2024 nog de single When he was here uit.

Vandaag, vijf jaar geleden, komt de Franse zanger Alain Delorme te overlijden.

Delorme was jarenlang de frontman van de populaire Belgische formatie Crazy Horse.

Crazy Horse scoorde hits met nummers als “J’ai tant besoin de toi” (een nummer van Paul Severs), “Une fleur, rien qu’une rose”, “Un jour sans toi” en “L’amour la première fois”.

Hun grootste succes behaalden ze echter in 1973 met “Et surtout ne m’oublie pas”, waarvan alleen al in Frankrijk 550.000 exemplaren werden verkocht.

In 1975 besloot Alain Delorme uit de groep te stappen, wat meteen het einde van Crazy Horse betekende.

Met zijn eerste solosingle “Romantique avec toi” was het meteen raak; de single was goed voor een verkoop van 350.000 exemplaren.

Het nummer werd geschreven door Jean Géral en Elisabeth Vigna.

Vreemd genoeg was het in Vlaanderen geen hit en kwam de single niet verder dan de Tipparade.

Ook de opvolger, “Je Rêve Souvent D’une Femme”, was een groot succes in Frankrijk, evenals zijn derde single “Livre d’Amour” die het meer dan behoorlijk deed.

Later haalde hij nog de hitlijsten met singles als “On Danse En France” (1976) en “J’ai Un Petit Faible Pour Toi” (1977).

Alain Delorme overleed vijf jaar geleden, op 7 augustus 2020.

Het verhaal van Pilot: van ‘Magic’ tot The Alan Parsons Project

In het muzikale landschap van 1973, in Schotland, besloten twee leden van de Bay City Rollers, David Paton en Billy Lyall, een nieuwe koers te varen.

Ze richtten de band Pilot op, een naam die al snel synoniem zou staan voor een reeks onvergetelijke popsongs.

Hun muziek sloeg verrassend snel aan. Singles als ‘Magic’, ‘January’, ‘Just a Smile’ en ‘Call Me Round’ vonden vlot hun weg naar de hogere regionen van de Britse hitlijsten.

Het was vooral het nummer ‘Magic’, afkomstig van hun debuutalbum dat de band internationale bekendheid bracht.

De productie was in handen van de legendarische Alan Parsons, en dat was te horen.

De single werd in 1974 een ‘million seller’, bereikte een indrukwekkende vijfde plaats in de hitlijsten van de Verenigde Staten en een elfde plek in hun thuisland.

De opvolger, ‘January’, deed het zelfs nog beter. Begin 1975 schoot het nummer naar de eerste plaats in zowel het Verenigd Koninkrijk als Australië, en vestigde de naam van Pilot definitief.

Een interessant detail is de rol van arrangeur Andrew Powell. Direct na de opnames van ‘January’ dook hij de studio in met een jonge, opkomende artieste: Kate Bush.

Omdat zowel Pilot als Kate Bush onder contract stonden bij EMI Records, waren de lijntjes kort en de samenwerkingen snel gelegd.

Dit leidde ertoe dat de leden van Pilot meespeelden op Kate’s iconische debuutalbum “The Kick Inside” en later ook op “Lionheart”.

Zoals dat wel vaker gaat in de muziekwereld, was de oorspronkelijke bezetting geen lang leven beschoren.

Gisteren nog vandaag

In 1977 waren alleen Paton en gitarist Ian Bairnson nog over. Samen met een groep sessiemuzikanten namen ze nog het album “Two’s a Crowd” op, wat de zwanenzang voor de band zou inluiden.

Het einde van Pilot betekende echter een nieuw begin voor de kernleden.

In 1978 werden Paton, Bairnson en drummer Stuart Tosh vaste leden van The Alan Parsons Project, de groep van hun voormalige producer.

Tosh liet ook van zich horen als drummer bij de band 10cc.

Medeoprichter Billy Lyall overleed helaas in 1989 aan de gevolgen van aids.

Decennia later kwam de magie van Pilot onverwacht weer tot leven. In augustus 2014, precies veertig jaar na het verschijnen van hun debuut, kwamen Paton, Bairnson en Tosh weer samen.

Onder de naam “A Pilot Project” brachten ze een album uit als een hommage aan Eric Woolfson, de zanger en componist van The Alan Parsons Project.

Gisteren nog vandaag