De Schotse zangeres Maggie Bell (geboren als Margaret Bell) mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen (12 januari 2025)

Maggie Bell die vooral bekendheid verwierf als de leadzangeres van de bluesrockband Stone the Crows (1969-1972).

Bell’s krachtige, bluesy stem en podiumprésence trokken de aandacht, wat leidde tot de oprichting van Stone the Crows in 1969.

De band bracht drie albums uit en toerde uitgebreid, waarbij ze optrad met artiesten als Rod Stewart en The Faces.

Een tragisch incident tijdens een concert in 1972, waarbij gitarist Les Harvey geëlektrocuteerd werd op het podium, leidde tot het uiteenvallen van de band.

Na Stone the Crows begon Bell aan een solocarrière en bracht ze verschillende albums uit.

Ze werkte samen met verschillende muzikanten, waaronder Les Harvey, de gitarist van Stone the Crows en haar partner tot zijn dood.

Ook bleef ze samenwerken met de andere twee leden van Stone the Crows, namelijk Jimmy Dewar (Bassist van Stone the Crows) en Colin Allen (Drummer van Stone the Crows).

Met Jimmy Dewar vormde ze in 1980 de groep Midnight Flyer.

Ook werkte ze samen met B.A. Robertson (brachten samen brachten ze de single Hold Me uit in 1981).

Ze maakte ook deel uit van het The British Blues Quintet.

Ze werkte samen met de voormalige Deep Purple toetsenist John Lord aan zijn soloalbum “Gemini Suite” en toerde met The Jon Lord Blues Project.

Hoewel Maggie Bell nooit mainstream succes bereikte, wordt ze door critici en fans geprezen om haar uitzonderlijke vocale talent.

Haar werk met Stone the Crows wordt beschouwd als haar succesvolste periode, met albums als “Stone the Crows” (1970) en “Ode to John Law” (1970) die lovende kritieken kregen.

Maggie Bell treedt soms nog op en blijft muziek maken (Joepie 16 januari 1979)

Mijn naam is Kim Fowley en ik ben geniaal (muziek Expres december 1979)

Kim Fowley, geboren op 21 juli 1939, in Los Angeles, Californië, als Kim Vincent Fowley en zijn ouders waren Douglas Fowley, een bekende film- en televisieacteur die vaak de rol van “tough guy” speelde en zijn moeder Mildred was ook een actrice.

Zijn ouders scheidden toen hij jong was en hij groeide op in de schaduw van Hollywood, omringd door de entertainmentindustrie.

Leed als tiener aan polio, wat zijn gezondheid en mobiliteit beïnvloedde.

Ontwikkelde al vroeg een diepe passie voor muziek, vooral voor rock-‘n-roll, R&B en doo-wop.

Begon zijn carrière als songwriter en producer, met wisselend succes in 1959.

Schreef en produceerde “Alley Oop” van The Hollywood Argyles (1960), een nummer dat de eerste plaats bereikte in de Billboard Hot 100.

Schreef mee aan “Nut Rocker” van B. Bumble and the Stingers (1962), een instrumentaal rocknummer gebaseerd op Tsjaikovski’s Notenkraker dat een hit werd in de VS en het VK.

Werkte als producer, songwriter, manager en promotor voor talloze bands en artiesten en omarmde de psychedelische rock- en garagerockscene.

Hij werkte onder meer samen met Frank Zappa & The Mothers of Invention (korte samenwerking in de vroege jaren 60), Gene Vincent, Warren Zevon, Cat Stevens, Kris Kristofferson, Helen Reddy, Alice Cooper, KISS (schreef mee aan een paar nummers voor het album Destroyer), The Modern Lovers en The Seeds.

Bracht verschillende soloalbums uit, die echter commercieel niet succesvol waren, maar later wel cultstatus kregen.

Stond bekend om zijn extravagante podiumoptredens en bizarre imago.

Zijn meest bekende project was het samenstellen, produceren en managen van de all-female rockband The Runaways, met onder anderen Joan Jett en Lita Ford.

Fowley was een controversiële figuur in de geschiedenis van de band, met beschuldigingen van manipulatief en uitbuitend gedrag.

Bleef actief in de muziekwereld als producer, songwriter en performer, hoewel hij nooit meer het succes van zijn eerdere jaren wist te evenaren.

Werkte met een breed scala aan artiesten, van underground bands tot mainstream acts.

Schreef boeken en gaf lezingen over de muziekindustrie.

Fowley was meerdere keren getrouwd, maar deze huwelijken waren allemaal van korte duur.

Stond bekend als de “Burgemeester van de Sunset Strip”.

Ondanks zijn controversiële reputatie wordt hij erkend als een invloedrijk figuur in de ontwikkeling van rock-‘n-roll, garagerock en punk.

Beschreef zichzelf vaak als een “culturele terrorist” die de gevestigde orde wilde ontwrichten.

In 2003 werd er een documentaire over hem gemaakt, getiteld “Mayor of the Sunset Strip”.

Hij kwam te overlijden op 15 januari 2015 en dit op de leeftijd van 75 jaar, ten gevolge van blaaskanker in West Hollywood, Californië.

Andy Williams is niet ongeduldig (Picollo van december 1959)

De zanger begon zijn carrière al op jonge leeftijd.

In het dorp Wall Lake in Iowa, waar hij opgroeide, zong hij met zijn drie broers in het kerkkoor.

Toen hij maar 8 jaar oud was, vormde hij met hen het Williams Brothers Quartet.

Ze traden regelmatig op voor de lokale en later nationale radio.

Door hun liedjes op de radio, trokken ze de aandacht van Bing Crosby.

De broers Williams namen met hem hun eerste plaat op.

Het nummer Swinging on a Star werd een hit in 1944.

In de jaren die volgden, traden de broers regelmatig op in hun eigen land, maar ook in Londen. In 1951 gingen de broers ieder hun eigen (muzikale) weg.

Williams had ook een eigen televisieprogramma, The Andy Williams Show.

Die werd met tussenpozen uitgezonden tussen 1959 en 1971, eerst op de zender CBS en later bij concurrent NBC.

Williams was aanhanger van de Republikeinen, maar dat stond vriendschap met de Kennedy’s niet in de weg.

In 1968 was hij aanwezig in een hotel in Los Angeles toen Robert F.

Kennedy daar werd doodgeschoten.

Op de begrafenis zong Andy Hymn Of The Republic (Het lied is in november 1861 geschreven door Julia Ward Howe op de melodie van “Say, brothers will you meet us”, een lied geschreven door William Steffe omstreeks 1856.

In 1860 schreef Thomas Bishop ook op deze melodie “John Brown’s Body” over de militante abolitionist John Brown.

Het lied van Howe werd het eerst gepubliceerd in The Atlantic Monthly in februari 1862, waarna het snel in populariteit groeide)

Het lied van Andy Williams en de toespraak van Roberts broer Ted Kennedy (waaruit een gedeelte staat afgedrukt op de achterkant van de single) maakten veel emoties los onder de aanwezigen en de televisiekijkers die het gebeuren rechtstreeks konden volgen.

Het is dan ook niet te verwonderen dat de single heel vlug de eerste plaats bereikte in de hitparade.

Ook de single kwam uit in Vlaanderen, maar bereikte niet de hitparade.

Maar Egbert Douwe kwam wel in de hitparade met een parodie van het nummer en kreeg als titel Vader Is De Dader en bereikte daarmee de 23e plaats van de Hitparade.

Ook maakte hij tal van kerstalbums en leende hij zijn warme stem aan de kerstkraker The Most Wonderful Time of the Year.

Williams leed sinds 2011 aan blaaskanker.

Op 19 juli 2012 klonk het nog dat Williams goed herstelde en zich elke dag beter voelde en in september alweer kon gaan optreden.

Williams kon de ziekte echter niet de baas en overleed uiteindelijk op 25 september 2012 aan de gevolgen ervan.

Andy Williams kreeg maar liefst 18 gouden en 3 platina-albums.

Deze week, 55 jaar geleden, komt de Belgische groep Wallace Collection met hun nummer Daydream binnen in de Nederlandse Top 40.

Muzikant, producer en componist Sylvain Vanholme begon zijn muziekcarrière in de jaren zestig als lid van de popgroep Sylvester’s Team die later onder de naam Bird And The Bees verder ging. Daarna was hij oprichter van deThe Wallace Collection, die bekend werd met het nummer “Daydream”.

Veel rockgroepen uit die tijd lieten zich inspireren door klassieke muziek, zoals The Moody Blues, Procol Harum en The Beatles.

Vanholme haalde twee leden van het Nationaal Orkest van België erbij, Jacques Namotte en violist Raymond Vincent.

Een ander lid van de groep, is Freddy Nieuland, helaas overleden op 10 januari 2008.

Sylvain wilde een unieke sound creëren en de manager van de groep Jean Martin regelde een contract bij EMI Records in Londen, dezelfde platenmaatschappij als The Beatles.

Tijdens een opname in de beroemde Abbey Road Studio’s begon Raymond Vincent te spelen op Het Zwanenmeer van Tsjajkovski. Vanholme bedacht er een tekst bij over de liefde en de natuur en zo ontstond Daydream.

Daydream werd een hit in 20 landen en verkocht meer dan 3 miljoen stuks.

Later was hij lid van de popband Two Man Sound op, die hits scoorde met “Charlie Brown” en “Disco Samba”.

Vanholme werkte ook als producer voor artiesten als Jo Lemaire, Plastic Bertrand en Soulsister.

Hij componeerde ook muziek voor films, televisie en reclame.

Vanholme is getrouwd met Anne-Marie Vanholme en heeft twee kinderen, David en Sarah.

Hij woont in Brussel en is nog steeds actief in de muziekwereld.

Deze week, 55 jaar geleden, komt de Britse singer-songwriter Peter Sarstedt met zijn nummer ‘Where Do You Go To (My Lovely)?’ binnen in de Nederlandse Top 40.

Het nummer, werd een groot succes en bereikte de nummer één positie in vele landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika.

In Vlaanderen was deze single, maar goed voor een zeventiende plaats in de Humo Top 20.

In Nederland deed het nummer veel beter en bereikte daar de vierde plaats in de Top 40.

Peter Sarstedt schreef het nummer zelf en de productie was in handen van Ray Singer.

Het nummer stond op zijn gelijknamige album ‘Peter Sarstedt’ en won in 1970 de Ivor Novello Award voor Beste Song, zowel muzikaal als tekstueel.

Naast dit succes had Sarstedt nog andere hits, waaronder ‘Frozen Orange Juice’ en ‘Beirut’, maar geen van deze bereikte het succesniveau van ‘Where Do You Go To (My Lovely)?’.

Sarstedt werd geboren op 10 december 1941 in Delhi, India.

Zijn ouders hadden een theeplantage en nadat zijn vader stierf in 1954, verhuisde het gezin naar het Verenigd Koninkrijk.

Sarstedt vormde als dertienjarige in 1955 een skiffle-band onder de naam van Fabulous 5 en dit onder meer samen met zijn twee broers Peter en Clive.

Met zijn broers, Eden Kane (geboren als Richard Graham Sarstedt) en Clive Sarstedt krgen ze een platencontract in 1973 en veranderde ze hun naam als The Sarstedt Brothers.

Ze brachten samen één album uit in 1973 met als titel Worlds Apart Together.

Daarna gingen ze allen solo, zijn broer Robin Sarstedt kennen we dan ook van de hits “My resistance is low” en “Let’s fall in love” (1976) en ook zijn oudere broer kennen we al eerder als Eden Kane en zijn nummer één hit Well I ask you (1961) en Forget Me Not.

Peter Sarstedt overleed op 8 januari 2017 op 75-jarige leeftijd na een strijd tegen de ziekte progressieve supranucleaire parese (PSP).

Hij was getrouwd met Anita Atke en later met Joanna Meill, met wie hij twee kinderen had.

Vandaag 60 jaar geleden, Gigliola Cinquetti winnaar van het Eurovisiesongfestival in Kopenhagen, Denemarken met het nummer Non ho l’età.

Het Eurovisiesongfestival werd gepresenteerd door de Deense actrice Lotte Wæver.

De toen zestienjarige Gigliola Cinquetti uit Verona kreeg met haar nummer 49 punten, 34 % van het totale aantal punten.

Het nummer is geschreven door Giancarlo Colonnello, Mario Panzeri en Nisa.

Met 17 punten werd Matt Monro met het nummer I Love The Little Things voor het Verenigd Koninkrijk tweede, gevolgd door Romuald Figuier met het nummer Où Sont-Elles Passées voor Monaco op de derde plaats met 15 punten.

Ons land eindigde met Robert Cogoi met het nummer Près de ma rivière op de Tiende plaats. Deze plaats deelde we samen met Nederland vertegenwoordigd door Anneke Grönloh met het nummer Jij bent mijn leven.

Er deed zich een politiek protest voor na het optreden van de Zwitserse zangeres Anita Traversi.

Een man kwam het podium oprennen, terwijl hij een spandoek bij zich droeg met een oproep tot een boycot tegen de Spaans staatsleider Francisco Franco en de eerste minister António de Oliveira Salazar en leider van het autoritaire bewind van de Estado Novo in Portugal.

Terwijl dit aan de gang was, kregen de televisiekijkers een shot van het scorebord te zien.

Nadat de man verwijderd was ging de wedstrijd gewoon weer verder.

Gigliola Cinquetti bereikte in Vlaanderen de eerste plaats in de Humo Hitparade. In Nederland was het goede voor een tweede plaats in de Hitparade

10 jaar later, in 1974, deed Gigliola Cinquetti terug mee aan het festival en eindigde op de tweede plaats met het nummer Si.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

De tweeling Alice & Ellen Kessler, wie kent ze nog?

De tweeling Alice & Ellen Kessler (geboren in Nerchau op 20 augustus 1936) hebben een lange en veelzijdige carrière gehad als danseressen, zangeressen, actrices en presentatrices.

Hun ouders waren muzikaal aangelegd en stuurden de eeneiige tweeling op 6-jarige leeftijd naar de balletschool.

In 1947 gingen ze bij het kinderballet van de Leipziger Opera.

Na de vlucht van hun familie naar West-Duitsland in 1952, maakten ze hun debuut bij de revue in Düsseldorf.

Ze veroverden al snel de harten van het publiek in Parijs en Italië, waar ze bekend stonden als de “tweeling van de benen”.

Ze namen ook deel aan het Eurovisiesongfestival in 1959 met het nummer Heute abend wollen wir tanzen gehen, waarmee ze de 8e plaats behaalden.

Ze speelden in verschillende films en hadden ook hun eigen televisieprogramma.

Ze woonden in Italië van 1962 tot 1986 en hadden daar hun eigen tv-show.

Ze poseerden voor de Italiaanse playboy in 1976, toen ze 40 jaar waren, wat een sensatie veroorzaakte en die dan ook in korte tijd was uitverkocht.

Ze hebben samengewerkt met beroemde sterren zoals Burt Lancaster en Elvis Presley.

Sinds 1986 wonen ze in Grünwald nabij München.

In 2009 gaven ze een reeks jazzconcerten samen met Hugo Strasser, Max Greger, Bill Ramsey en de SWR Big Band.

De Franse zangeres Françoise Hardy mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen.

Françoise Hardy met haar nummer Fais moi une place

Het nummer is geschreven door Julien Clerc en de tekst is van Françoise Hardy.

De versie van Françoise Hardy is terug te vinden op haar verzamelalbum Vingt Ans Vingt Titres. (1989)

Een jaar later brengt Julien Clerc ook het nummer uit op single (1990)

Conny Vandenbos was de eerste die het nummer coverde in onze taal.

Oor Rob De Nijs en Willy Sommers coverde het nummer.

Vandaag is het 85 jaar geleden dat de Amerikaans acteur en zanger Sal Mineo werd geboren. (New York, 10 januari 1939)

Al zal hij het niet kunnen vieren, gezien hij in 1976 omkwam tijdens een roofoverval.

Mineo werd geboren in de New Yorkse wijk Harlem, als zoon van Siciliaanse emigranten. Op zijn negende verhuisde hij met zijn familie naar The Bronx.

Al op jonge leeftijd schreef zijn moeder hem in voor acteer- en danslessen.

In 1950 maakte hij zijn toneeldebuut in “The Rose Tattoo”, een stuk van Tennessee Williams.

Hij speelde ook de jonge prins in The King and I, met Yul Brynner en Gertrude Lawrence.

In 1957 maakte Mineo een uitstapje naar de rock-‘n-roll. Hij bracht twee singles uit. De eerste was “Start Movin’ (In My Direction)”, die in Amerika dertien weken in de hitparade stond en de negende positie bereikte.

Opvolger “Lasting Love” stond in de VS drie weken in de top-40 en kwam tot de 27e plaats. Daarna kwam een album uit dat in Amerika werd uitgebracht door Epic en in Groot-Brittannië door Philips.

Hoewel Mineo als zanger succesvol was, besloot hij zich snel weer op het acteerwerk te concentreren.

Tussen 1957 en 1959 speelde hij in een handvol films, waaronder “The Gene Krupa Story”, over de legendarische jazzdrummer. Mineo speelde zelf ook drums.

In 1960 werd Mineo genomineerd voor een Oscar, voor zijn bijrol in de film Exodus.

Hij speelde de rol van de joodse jongen Dov Landau. Opnieuw ging de Oscar aan zijn neus voorbij; het beeldje ging naar Peter Ustinov voor zijn rol in Spartacus.

Langzamerhand werd Mineo minder voor films gevraagd.

Tussen 1962 en 1964 speelde hij in drie films: The Longest Day, Escape from Zahrain en Cheyenne Autumn. Hollywood was op zoek naar nieuwe gezichten en Mineo, over wie de geruchten over zijn homoseksualiteit toenamen, liep alweer een tijdje mee.

In 1965 speelde Mineo in The Greatest Story Ever Told en in Who Killed Teddy Bear. In de laatste film, een in zwart-wit gedraaide low-budgetproductie, speelde hij een door seks geobsedeerde stalker.

Thema’s als voyeurisme, masturbatie, kindermisbruik en travestie werden opvallend onverhuld aan de orde gesteld. Mineo was vaak in ontbloot bovenlijf te zien en droeg niet meer dan een strakzittende slip, waarop werd ingezoomd.

De film gaf zijn carrière in Hollywood geen opkikker. Hij keerde terug naar het toneel en regisseerde in 1969 het toneelstuk “Fortune And Men’s Eyes”, met de latere Miami Vice-ster Don Johnson in de hoofdrol.

Hij had daarna bijrollen in televisieseries en films, waaronder Escape from the Planet of the Apes waarin hij de rol van Dr. Milo speelde.

In 1975 keerde hij terug naar het toneel voor P.S. Your Cat is Dead”, in San Francisco. Hij speelde daarin een biseksuele inbreker.

Voordat Mineo met het toneelstuk in Los Angeles zijn opwachting kon maken, werd hij op 12 februari 1976 bij zijn appartement in West Hollywood doodgestoken.

Hij kwam terug van een repetitie.

Zo’n 250 mensen betuigden vijf dagen later in een kerk in Mamaroneck, New York, de laatste eer aan Mineo.

Onder hen waren Courtney Burr (met wie hij de laatste jaren een relatie had), Jill Haworth, Michael Mason, Elliot Mintz, Desi Arnaz jr., Nicholas Ray, Michael Greer, zijn moeder Josephine en familie.

Lionel Ray Williams, een voormalige pizzakoerier, werd in 1979 veroordeeld voor de moord op Mineo.

Hij was negentien toen Mineo werd vermoord.

Williams kreeg 51 jaar cel voor de moord op Mineo (een mislukte beroving) en voor tien berovingen.

In het geval van Mineo is Williams veroordeeld op basis van voornamelijk indirect bewijs.

Zo legde zijn vrouw een belastende verklaring af en zei een medegevangene dat Williams tegenover hem de moord heeft bekend.

Begin jaren negentig werd hij voorwaardelijk vrijgelaten.

Williams kwam later weer achter de tralies, omdat hij zich weer op het criminele pad had begeven. (diverse bronnen en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag