Vandaag, vijf jaar geleden, komt de Franse zanger Alain Delorme te overlijden.

Delorme was jarenlang de frontman van de populaire Belgische formatie Crazy Horse.

Crazy Horse scoorde hits met nummers als “J’ai tant besoin de toi” (een nummer van Paul Severs), “Une fleur, rien qu’une rose”, “Un jour sans toi” en “L’amour la première fois”.

Hun grootste succes behaalden ze echter in 1973 met “Et surtout ne m’oublie pas”, waarvan alleen al in Frankrijk 550.000 exemplaren werden verkocht.

In 1975 besloot Alain Delorme uit de groep te stappen, wat meteen het einde van Crazy Horse betekende.

Met zijn eerste solosingle “Romantique avec toi” was het meteen raak; de single was goed voor een verkoop van 350.000 exemplaren.

Het nummer werd geschreven door Jean Géral en Elisabeth Vigna.

Vreemd genoeg was het in Vlaanderen geen hit en kwam de single niet verder dan de Tipparade.

Ook de opvolger, “Je Rêve Souvent D’une Femme”, was een groot succes in Frankrijk, evenals zijn derde single “Livre d’Amour” die het meer dan behoorlijk deed.

Later haalde hij nog de hitlijsten met singles als “On Danse En France” (1976) en “J’ai Un Petit Faible Pour Toi” (1977).

Alain Delorme overleed vijf jaar geleden, op 7 augustus 2020.

Het verhaal van Pilot: van ‘Magic’ tot The Alan Parsons Project

In het muzikale landschap van 1973, in Schotland, besloten twee leden van de Bay City Rollers, David Paton en Billy Lyall, een nieuwe koers te varen.

Ze richtten de band Pilot op, een naam die al snel synoniem zou staan voor een reeks onvergetelijke popsongs.

Hun muziek sloeg verrassend snel aan. Singles als ‘Magic’, ‘January’, ‘Just a Smile’ en ‘Call Me Round’ vonden vlot hun weg naar de hogere regionen van de Britse hitlijsten.

Het was vooral het nummer ‘Magic’, afkomstig van hun debuutalbum dat de band internationale bekendheid bracht.

De productie was in handen van de legendarische Alan Parsons, en dat was te horen.

De single werd in 1974 een ‘million seller’, bereikte een indrukwekkende vijfde plaats in de hitlijsten van de Verenigde Staten en een elfde plek in hun thuisland.

De opvolger, ‘January’, deed het zelfs nog beter. Begin 1975 schoot het nummer naar de eerste plaats in zowel het Verenigd Koninkrijk als Australië, en vestigde de naam van Pilot definitief.

Een interessant detail is de rol van arrangeur Andrew Powell. Direct na de opnames van ‘January’ dook hij de studio in met een jonge, opkomende artieste: Kate Bush.

Omdat zowel Pilot als Kate Bush onder contract stonden bij EMI Records, waren de lijntjes kort en de samenwerkingen snel gelegd.

Dit leidde ertoe dat de leden van Pilot meespeelden op Kate’s iconische debuutalbum “The Kick Inside” en later ook op “Lionheart”.

Zoals dat wel vaker gaat in de muziekwereld, was de oorspronkelijke bezetting geen lang leven beschoren.

Gisteren nog vandaag

In 1977 waren alleen Paton en gitarist Ian Bairnson nog over. Samen met een groep sessiemuzikanten namen ze nog het album “Two’s a Crowd” op, wat de zwanenzang voor de band zou inluiden.

Het einde van Pilot betekende echter een nieuw begin voor de kernleden.

In 1978 werden Paton, Bairnson en drummer Stuart Tosh vaste leden van The Alan Parsons Project, de groep van hun voormalige producer.

Tosh liet ook van zich horen als drummer bij de band 10cc.

Medeoprichter Billy Lyall overleed helaas in 1989 aan de gevolgen van aids.

Decennia later kwam de magie van Pilot onverwacht weer tot leven. In augustus 2014, precies veertig jaar na het verschijnen van hun debuut, kwamen Paton, Bairnson en Tosh weer samen.

Onder de naam “A Pilot Project” brachten ze een album uit als een hommage aan Eric Woolfson, de zanger en componist van The Alan Parsons Project.

Gisteren nog vandaag

Vandaag mogen Billy en Bobby Alessi 72 kaarsjes uitblazen.

Billy en Bobby Alessi begonnen hun carrière eind jaren zestig met de groep Barnaby Bye en speelden in een van de eerste bezettingen van de musical Hair op Broadway.

Ze braken in 1977 door met de single “Oh, Lori” en toerden eind jaren zeventig met Andy Gibb tijdens zijn Shadow Dancing Tour.

Naast hun eigen successen hebben de broers liedjes geschreven en geproduceerd voor een breed scala aan artiesten, waaronder Paul McCartney, Christopher Cross, Frankie Valli, Michael McDonald, Whitney Houston, Richie Havens en Olivia Newton-John.

Hun talent strekte zich ook uit tot filmmuziek, met composities voor films als “The Main Event” en “Ghostbusters”.

Verder hebben ze als achtergrondzangers bijgedragen aan albums van John Lennon en Yoko Ono (“Milk & Honey”), Art Garfunkel (“Fate for Breakfast”) en Sting.

De broers Alessi specialiseerden zich ook in het maken van commercials en creëerden spots voor merken als Ford, Twix, McDonald’s, Kentucky Fried Chicken en Seven-Up.

Billy was de componist van de themamuziek voor de Diet-Coke reclame.

Voor hun werk in de reclamewereld wonnen ze diverse onderscheidingen, waaronder de prestigieuze Clio Award.

Ze woonden jaren in Nederland en traden nog wel eens onverwachts op tijdens de jazzsessies in het helaas ter ziele gegane restaurant/café ‘Wakker’ aan de Wakkerendijk in Eemnes, jaren 2010/2015 (met dank aan René Bouwman voor de info over hun verblijf in Nederland)

Het is bijna niet te geloven, maar vandaag, 8 juni, viert Nancy Sinatra haar 85e verjaardag!

Een memorabel moment in haar carrière deelde ze met haar vader, Frank Sinatra.

Op 13 april 1967 bereikten Frank en Nancy Sinatra de eerste plaats in de Engelse hitlijsten met hun duet “Somethin’ Stupid”.

Dit is tot op heden de enige keer in de popgeschiedenis dat een vader en dochter samen een nummer 1-hit scoorden.

In Nederland behaalde “Somethin’ Stupid” de tweede plaats, evenals de Nederlandse cover van Willy en Willeke Alberti, getiteld “Dat Afgezaagde Zinnetje”.

Ook in Vlaanderen bereikte ze de tweede plaats in de Hitparade.

In 2001 werd het nummer opnieuw succesvol gecoverd door Robbie Williams en Nicole Kidman, die er de 9e plaats mee behaalden.

Naast dit duet, brak Nancy Sinatra echt internationaal door in 1966 met haar iconische nummer “These Boots Are Made for Walkin'”.

Het nummer en de videoclip, waarin ze laarzen draagt en danst, werden een cultureel fenomeen.

Ook buiten de muziek had ze succes; ze speelde in een aantal films, waaronder de bekendste “Speedway” (1968) met Elvis Presley.

Ze zong bovendien het thema voor de James Bond-film “You Only Live Twice” uit 1967, wat een van de herkenbaarste Bond-liedjes is geworden.

Na haar hoogtijdagen in de jaren 60 is Nancy Sinatra altijd muziek blijven maken.

De geschiedenis van het Duitse Tv-programma Musikladen en zijn al even beruchte gogo-danseressen.

Op 13 december 1972 ging “Musikladen” van start, met optredens van onder meer Lyndsey de Paul en Slade. Uschi Nerke en Manfred Sexauer presenteerden de show, die al snel een groot succes werd in West-Duitsland.

De slogan “Optreden in ‘Musikladen’ betekent een hit” bleek waar, want al snel volgden grote namen als Roxy Music, Abba, Suzi Quatro, The Doobie Brothers, Randy Newman, Van Morrison en The Kinks.

Vanaf het midden van de jaren zeventig verschoof de focus van het programma naar een meer commerciële aanpak.

Dit opende de deuren voor vele Nederlandse artiesten, waaronder George Baker Selection, Pussycat, BZN en Long Tall Ernie & The Shakers, waardoor ook in Vlaanderen de interesse in “Musikladen” toenam.

De opkomst van disco bracht Europese artiesten als Boney M., Baccara, Eruption, La Belle Epoque en Amanda Lear naar de show.

In mei 1977 werd de kenmerkende begintune van “Musikladen” geïntroduceerd, gebaseerd op “A Touch of Velvet – A String of Brass” van The Mood Mosaic.

Tijdens deze tune toonden gogo-danseressen de gastenlijst op grote borden.

Deze danseressen kregen een steeds prominentere rol in het programma, zowel als achtergronddecoratie tijdens liveoptredens als in speciale danssegmenten.

Soms was hun optreden meer dan wat de toenmalige norm toeliet, met als bekendste voorbeeld de hit “Let’s All Chant” van de Michael Zager Band.

In een terugblik in 2012 merkte mediawebsite Wunschliste op dat het een “klein televisiewonder” was dat deze danseressen destijds door de censuur kwamen.

De toenmalige seksuele vrijheid speelde hier ongetwijfeld een rol in. Anderen waren verbaasd dat dit op de “serieuze” zender ARD te zien was, bekend van het journalistieke “Tagesschau”.

De afnemende populariteit van disco, de verschillende presentatiewisseling en de opkomst van MTV betekenden het einde voor “Musikladen”.

In november 1984 viel het doek definitief. Voor veel vijftigplussers bleef het programma echter een dierbare herinnering.

Vandaag, 45 jaar geleden, op 19 april 1980, stond Blondie met het nummer “Call Me” bovenaan de Billboard-hitlijst.

Producer Giorgio Moroder schreef de muziek van “Call Me” en Debbie Harry de tekst.

Giorgio Moroder had oorspronkelijk zangeres Stevie Nicks van Fleetwood Mac in gedachten, maar toen zij het aanbod afsloeg, liet hij Debbie Harry het nummer zingen.

Overigens waren Debbie Harry en haar man, Chris Stein, fan van de muziek van Giorgio Moroder. Voor het nummer ‘Heart Of Glass’ lieten ze zich inspireren op zijn producties.

In de studio waren alleen Debbie en Chris aanwezig, omdat Giorgio Moroder zijn eigen muzikanten verkoos boven de andere leden van Blondie.

Zo horen we onder meer Harold Faltermeyer (keyboards) en Keith Forsey (drums).

Ook Chris Stein moest toegevingen doen en zijn gitaarspel werd bewerkt met processing.

“Call Me” werd ook gebruikt voor de film “American Gigolo” en is de bestverkochte single van Blondie in Amerika.

De single werd ook genomineerd voor een Grammy.