50 jaar geleden, Tom Jones, de vakantie van een showgod.

In de Joepie van 16 april 1975, waren Engelbert Humperdinck en Tom Jones nog vrienden.

Er zijn verschillende geruchten en verklaringen over de oorzaak van hun vete.

Zo gaan er al lang geruchten dat Engelbert Humperdinck avances zou hebben gemaakt naar Charlotte Laws, die destijds, in 1979, een relatie had met Tom Jones.

Laws zelf heeft in interviews bevestigd dat Humperdinck inderdaad ongepaste acties heeft ondernomen in haar bijzijn.

Hoewel ze stelt dat de vete al voor dit incident bestond, kan het de relatie zeker geen goed hebben gedaan.

Tom Jones heeft in het verleden zeer onvriendelijke dingen over Engelbert Humperdinck gezegd in interviews, hem onder andere een “klootzak” noemend. Engelbert Humperdinck reageert over het algemeen milder in het openbaar, maar de vijandigheid lijkt wederzijds.

Engelbert Humperdinck heeft zelf in interviews gesuggereerd dat de werkelijke reden van hun breuk iets anders was dan wat in de media wordt gespeculeerd, maar hij wilde er niet in detail over uitweiden.

Ondanks dat Engelbert Humperdinck in het verleden heeft aangegeven de strijdbijl te willen begraven en zelfs zijn medeleven betuigde toen zijn vouw Linda Woodward van Tom Jones in 2016 overleed, is er zeker geen sprake van een hereniging.

Tom Jones heeft herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat hij geen interesse heeft in een vriendschap met Humperdinck.

45 jaar geleden, in het liefdesnest van The Captain & Tennille.

Het verhaal van The Captain & Tennille, een muzikaal duo dat ontstond toen Daryl Dragon, toen pianist bij de Beach Boys, en Toni Tennille, die optrad met een zelfgeschreven musical, elkaar in 1971 ontmoetten.

Hun samenwerking en romance bloeiden snel op.

Ze gingen samenwonen en tekenden een platencontract, wat al snel leidde tot hun doorbraaksingle “Love Will Keep Us Together”, een cover van Neil Sedaka die wekenlang de eerste plaats in de Verenigde Staten veroverde.

Voor dit nummer ontvingen ze in 1975 een Grammy Award, en later dat jaar bezegelden ze hun liefde met een huwelijk.

De jaren die volgden stonden in het teken van muzikaal succes.

In 1976 haalden ze in de Verenigde Staten de top vijf met maar liefst drie singles: “Lonely Night (Angel Face)”, “Muskrat Love” en “Shop Around” (een cover van Smokey Robinson).

Hun laatste grote hit was “Do That to Me One More Time”, een nummer 1 in de Verenigde Staten en hun enige notering in de Vlaamse en Nederlandse hitlijsten.

Gisteren nog vandaag

Dit nummer, geschreven door Toni Tennille, bereikte in Vlaanderen en Nederland de tweede plaats in zowel de BRT Top 30 als de Nederlandse Top 40.

Naast haar werk met The Captain, was Toni Tennille later achtergrondzangeres op de plaat “Don’t Let the Sun Go Down on Me” van Elton John en werkte ze mee aan het iconische album “The Wall” van Pink Floyd.

Ze bracht ook een aantal soloalbums uit met jazzballads en arrangementen van standards uit de jaren dertig en veertig.

In januari 2014 scheidden Dragon en Tennille na een 39-jarig huwelijk, hoewel ze bleven samenwonen.

Er werd in diverse media gesuggereerd dat deze scheiding mogelijk was ingegeven door de hoge behandelkosten voor de aan de ziekte van Parkinson lijdende Daryl Dragon.

Deze ziekte maakte een einde aan zijn carrière als pianist en performer.

Daryl Dragon overleed op 2 januari 2019 (Joepie 13 april 1980)

Gisteren nog vandaag

Vandaag, 50 jaar geleden, maakte Kojak (Telly Savalas) een promovideo in Berlijn voor het muziekprogramma TopPop (25 maart 1975)

Deze video werd uitgezonden op 28 maart 1975, op Nederland 2.

Telly Savalas, geboren als Aristotle Savalas, had zijn eerste filmrollen in de jaren vijftig te danken aan zijn vermogen om met een geloofwaardig Europees accent te spreken, een gevolg van zijn afkomst als zoon van Griekse immigranten.

Daarvoor werkte hij als regisseur van nieuwsuitzendingen bij televisiezender ABC.

In 1962 leverde een bijrol als sadistische medegevangene in “Birdman of Alcatraz”, naast Burt Lancaster, hem een Oscarnominatie op voor beste mannelijke bijrol.

Drie jaar later vroeg regisseur George Stevens hem om zijn hoofd kaal te scheren voor de rol van Pontius Pilatus in “The Greatest Story Ever Told”.

De televisieserie “Kojak” werd in 1978 stopgezet na een campagne tegen geweld op de Amerikaanse televisie.

De politieman Kojak keerde echter in 1984 en 1985 terug in twee televisiefilms.

Zijn broer, George Savalas (1924-1985), was ook acteur en speelde detective Stavros in “Kojak”.

Hoewel Savalas na het einde van de serie nog andere rollen vertolkte, bleef hij vooral bekend door zijn rol als Kojak.

Hij accepteerde dit naar eigen zeggen zonder problemen: “Voor ‘Kojak’ had ik al zestig films gemaakt met de grootste namen in de filmindustrie, maar voor het publiek bleef ik ‘die-hoe-heet-hij-ook-alweer’.

Kojak heeft me de erkenning gegeven die ik verdiende.”

Telly Savalas overleed op 22 januari 1994 aan blaas- en prostaatkanker, een dag na zijn 72e verjaardag (Joepie 26 maart 1975)

Patrick’s dagelijkse Singles, vandaag de Oostenrijkse zangeres Gilla in de kijker.

Gilla, geboren als Gisela Wuchinger (Linz, Oostenrijk, 27 februari 1950), haar muzikale carrière begon in de band van haar vader, Niki Wuchinger.

Na haar studies in Salzburg zong ze in de bands Traffic en later in Seventy-five-music.

Haar doorbraak kwam toen ze in contact kwam met de Duitse producer Frank Farian.

Ze bracht diverse singles uit, waarbij haar rauwe stemgeluid opviel, perfect passend bij de sexy en zwoele nummers die Farian voor haar produceerde, zoals de Duitse versie van ‘Voulez-vous coucher avec moi’ (‘Lady Marmalade’, 1975).

Haar grootste succes in Duitsland en haar thuisland was de single ‘Tu es!’ (1976).

In Vlaanderen scoorde ze vier hits en in Nederland eentje meer.

Want bij onze buren scoorde ze een hit in 1976 met het nummer ‘Why Don’t You Do It’, toen goed voor een negentiende plaats in de Top 40.

Haar eerste bescheiden succes in Vlaanderen was in 1977 met de single ”Help’, dat in 1977 twee weken in de Top 30 stond.

In Nederland goed voor een twintigste plaats in de Top 40.

Voor haar volgende nummer, ‘Gentlemen Callers Not Allowed’ (1977), werkte ze samen met Bobby Farrell, bekend van Boney M.

Het nummer bereikte de elfde plaats in de BRT Top 30 en bleef acht weken in de hitparade.

Een jaar later coverde ze ‘Bend Me, Shape Me’ van The Outsiders, geschreven door Scott English en Larry Weiss.

Gilla’s discoversie kwam op 13 mei 1978 de BRT Top 30 binnen en bereikte op 24 juni de achtste plaats.

Het nummer stond tien weken in de hitparade.

In Nederland bereikte het de twaalfde plaats in de Top 40.

Met haar opvolger, ‘We Gotta Get Out of This Place’ (1979), een cover van The Animals uit 1965, geschreven door Barry Mann en Cynthia Weil, bleef ze slechts twee weken in de BRT Top 30.

Het nummer is afkomstig van haar album ‘I Like Some Cool Rock ‘n’ Roll’.

Net als haar twee eerdere lp’s, ‘Help Help’ en ‘Bend Me, Shape Me’, zijn deze albums voor verzamelaars waardevol en worden ze duur verkocht.

Na de geboorte van haar dochter Nadja werd het een tijdje stil rond Gilla.

Ze is getrouwd met producer Helmut Rulofs, die bij Frank Farian in dienst was.

Onder het pseudoniem G. Winger schreef ze het nummer ‘I See a Boat on the River’ (een top 10-hit voor Boney M.).

Later was ze ook op de achtergrond betrokken bij de groep Milli Vanilli.

Tegenwoordig woont ze in Braunfels, Hessen, en treedt ze alleen nog bij gelegenheden op.

Vandaag, 75 jaar geleden, op 2 maart 1950 werd Karen Carpenter geboren.

Samen met haar broer, Richard, die op 15 oktober 1946 ter wereld kwam, vormde ze het wereldberoemde duo The Carpenters.

Nadat Karen zangles had genomen, daarvoor was ze namelijk drumster en het duo koos voor een meer toegankelijk repertoire, tekenden ze een platencontract.

Hun eerste album, “Offering”, leek te floppen, maar toen “Ticket To Ride” alsnog een hit werd, werd het album omgedoopt tot “Ticket To Ride” en verkocht het goed.

Het door Burt Bacharach en Hal David geschreven nummer “Close To You” werd een wereldhit voor The Carpenters.

Ondanks hun brave imago wisten Karen en Richard ook serieuze popliefhebbers te overtuigen met hun vertolking van Leon Russell’s “Superstar”, waarmee ze in 1971 in Vlaanderen en Nederland een hit scoorden.

Vele hits volgden, waaronder “Jambalaya”, “Please Mr. Postman” en “Yesterday Once More”. In 1973 beleefden The Carpenters hun topjaar met het album “Now & Then” en de compilatie “The Singles 1969-1973”, die hoog in de hitlijsten stonden.

Daarna werd de formule met teruglopend succes uitgemolken.

Bovendien eiste het succes zijn tol. Richard was lange tijd verslaafd aan drugs.

Karen overleed op 4 februari 1983 aan de indirecte gevolgen van haar ziekte Anorexia Nervosa.

Karen Carpenter’s strijd tegen anorexia nervosa had toen een grote impact op het publieke debat over eetstoornissen.

Haar openheid over haar ziekte heeft geholpen om het stigma rond psychische problemen te verminderen.

Naar aanleiding hiervan trad onder anderen Lady Di naar buiten met haar eetstoornis.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

De terugkeer van de Carpenters (Joepie 5 juli 1981)

Gisteren nog vandaag

Vandaag, 3 februari 2025, herdenken we dat het 26 jaar geleden is dat de getalenteerde zangeres Gwen Guthrie, op slechts 48-jarige leeftijd, bezweek aan de gevolgen van baarmoederkanker in Orange, New Jersey.

Gwen Guthrie, geboren en getogen in Newark, New Jersey, toonde al op jonge leeftijd een uitzonderlijk muzikaal talent.

Haar vader leerde haar piano spelen toen ze nog maar acht jaar oud was, en op school verdiepte ze zich in de klassieke muziek.

Naast haar formele opleiding zong ze ook voor haar plezier op straatfeesten en partijen.

Begin jaren zeventig zong ze in de zanggroepen The Ebonettes en The Matchmakers.

Na haar opleiding werkte ze als onderwijzeres, maar de muziek bleef trekken.

In 1974 deed ze auditie als studiozangeres voor Aretha Franklin en ze kreeg de baan en dit was het begin van een indrukwekkende carrière als achtergrond- en sessiezangeres.

Haar veelzijdige en krachtige stem maakte haar ook een veelgevraagd zangeres in de reclamewereld.

Ze zong in talloze jingles, vaak samen met haar vriendin Valerie Simpson, bekend van het duo Ashford & Simpson.

Ook de samenwerking met Luther Vandross was een vruchtbare periode in haar carrière.

Als sessiezangeres liet Guthrie haar stempel achter op albums van een indrukwekkende lijst artiesten, waaronder Kenny Loggins, Steely Dan, The Affair, George Howard, Noel Pointer, Houston Person, Angela Bofill, John Blake, Roberta Flack en Billy Griffin.

Naast zingen bleek Guthrie ook een begenadigd liedjesschrijver.

In 1975 componeerde ze “Supernatural Thing” voor Ben E. King, dat een top 10-hit werd.

Ook schreef ze nummers voor Isaac Hayes.

Voor het debuutalbum “Circle Of Love” van The Sister Sledge schreef ze maar liefst zeven nummers, samen met haar toenmalige vriend, trombonist en bassist Patrick Grant (Haras Fyre).

Eind jaren zeventig nam ze een soloplaat op voor Columbia Records, maar deze werd helaas nooit uitgebracht.

Teleurgesteld vertrok ze naar Jamaica, waar ze een jaar verbleef.

Na haar terugkeer in de Verenigde Staten kreeg ze een contract bij Chris Blackwell van Island Records.

In 1982 werd haar eerste officiële soloalbum, simpelweg getiteld “Gwen Guthrie”, uitgebracht.

Het album bevatte een mix van R&B, reggae en dancemuziek.

Haar grootste succes kwam in 1986 met de onweerstaanbare discoklassieker “Ain’t Nothin’ Goin’ On But The Rent”.

Dit nummer werd een wereldwijde hit en had een belangrijke invloed op de ontwikkeling van housemuziek.

Tot 1988 had ze nog enkele kleinere hits in het Verenigd Koninkrijk. In de jaren negentig richtte Guthrie zich voornamelijk op het arrangeren en produceren van muziek.