Vandaag is het precies 20 jaar geleden dat Drafi Deutscher overleed.

De Duitse zanger en componist, geboren als Drafi Richard Franz Deutscher, kende een rijke muzikale carrière vol hits en pseudoniemen.

Zo bracht hij in 1983 onder de naam Masquerade het Engelstalige nummer ‘Guardian Angel’ uit, dat hij samen met de in 2022 overleden Christopher Evans-Ironside schreef en produceerde.

Het werd een groot Europees succes met eerste plaatsen in Oostenrijk en Denemarken, een derde plek in de Vlaamse BRT Top 30 en een negende positie in de Nederlandse Top 40.

De Duitse zanger Nino de Angelo scoorde vervolgens een gigantische hit met de Duitstalige cover ‘Jenseits von Eden’, die hij later ook als ‘La valle dell’Eden’ in het Italiaans uitbracht.

In de Lage Landen behaalde deze versie eveneens de hitlijsten, met een dertiende plaats in Vlaanderen en een zeventiende plek in Nederland.

Deutscher werd geboren in het Berlijnse stadsdeel Charlottenburg. Zijn vader, de Hongaarse pianist Drafi Kálman, keerde kort na de geboorte terug naar zijn vaderland, waardoor Drafi door zijn moeder werd opgevoed en zijn vader nooit heeft gekend.

Zijn muzikale talent viel al vroeg op: op elfjarige leeftijd nam hij deel aan een talentenjacht en in 1962 richtte hij zijn eerste band op.

Een jaar later scoorde hij met ‘Teeny’ zijn eerste hit in West-Duitsland, in 1965 gevolgd door de evergreen ‘Marmor, Stein und Eisen bricht’.

Dit nummer werd in het Nederlands vertaald door Trea Dobbs als (Marmer, staal en steen vergaan(, en kreeg later zelfs een punkjasje dankzij de Heideroosjes.

Een ander opvallend nummer uit die tijd was Der Hauptmann von Köpenick uit 1967, gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de werkzoekende schoenmaker Friedrich Wilhelm Voigt, die begin twintigste eeuw het gemeentehuis van Köpenick beroofde.

Gedurende zijn loopbaan maakte Deutscher veelvuldig gebruik van schuilnamen.

Als Mr. Walkie Talkie scoorde hij in de zomer van 1977 een tweede plaats in Vlaanderen met ‘Be my boogie woogie baby’.

Onder de meisjesnaam Renate Vaplus schreef hij in 1976 het nummer ‘Mama Leone’ voor Ruth Handel.

Hoewel die eerste versie flopte, werd het in 1978 in de uitvoering van de Italiaanse zanger Bino een enorme hit in Duitsland, Vlaanderen en Nederland.

Deutscher schreef daarnaast, samen met Jimmy Bilsbury en Joe Menke, de wereldhit Belfast voor Boney M. Bilsbury, geboren als James Robert Bilsbury, was een van de voormalige leadzangers en de songwriter van de Les Humphries Singers.

Hij kreeg destijds echter nooit het respect en de erkenning voor zijn schrijfwerk, omdat de platenmaatschappij de nadruk uitsluitend op Les Humphries wilde leggen. Bilsbury overleed in 2003 in diepe geldnood als gevolg van zijn alcoholisme.

Mede-auteur Josef Menke was een Duitse componist, producer en geluidstechnicus. Hij werd geboren op 1 april 1925 in het Duitse Greven en overleed op 6 februari 2001.

Eind jaren vijftig en begin jaren zestig schreef Menke talloze Duitse schlagers.

Hij boekte met name grote successen als producer van de band Truck Stop. Veel van zijn nummers en producties bracht hij uit onder de naam Edition Joe Menke. Later, in 1983, richtte hij samen met Harald Gutowski de uitgeverij GuM audio Media op.

Een bijzondere mijlpaal in zijn carrière vond plaats in 1964. In dat jaar richtte Menke Studio Maschen op, de allereerste particuliere geluidsstudio in Duitsland, die hij in de kelder van zijn eigen huis installeerde.

Op persoonlijk vlak was hij de echtgenoot van Karin Menke en de vader van Alexander Menke en Franziska Menke, die ook wel bekendstaat onder haar artiestennaam Frl. Menke.

In 1987 boekte Deutscher opnieuw groot succes, ditmaal als onderdeel van het duo Mixed Emotions met Oliver Simon.

Hun single ‘You want love (Maria Maria)’ bereikte de tweede plaats in Vlaanderen en werd een nummer 1-hit in Nederland.

De Duitse zanger Andreas Martin maakte hier later nog een Duitstalige versie van.

Ook voor zijn toenmalige echtgenote, schlagerzangeres Isabel Varell, schreef hij muziek.

Met de door hem gecomponeerde ‘Melodie d’amour’ werd zij in 1990 zesde tijdens de Duitse voorronde voor het Eurovisiesongfestival.

Op persoonlijk vlak was Drafi Deutscher drie keer getrouwd.

Zijn huwelijk met Isabel Varell duurde van 1989 tot 1991.

Daarvoor was hij van 1966 tot 1976 getrouwd met zijn eerste echtgenote, met wie hij in 1965 een tweeling kreeg: Drafi junior en René.

De veelzijdige zanger en componist overleed op 9 juni 2006 op zestigjarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

Diane Catherine Sealy, beter bekend onder haar artiestennaam Dee C Lee mag vandaag 65 kaarsjes uitblazen.

Dee C Lee is een Britse zangeres die haar sporen heeft verdiend in de soul- en popmuziek.

Hoewel ze later bekend werd als een intelligente en ambitieuze artiest, was ze in haar jeugd naar eigen zeggen een onhandelbaar kind. spijbelde vaak, was haantje-de-voorste en liet niet over zich heen lopen, wat er uiteindelijk toe leidde dat ze van school werd gestuurd.

Na enkele vervelende baantjes begon haar muzikale carrière echt toen ze aan de slag ging als achtergrondzangeres bij Wham!, waarna ze werd opgemerkt door Paul Weller die haar bij The Style Council haalde.

Naast haar werk in groepen profileerde Lee zich ook als soloartiest.

Het was Paul Weller die haar aanmoedigde om zelf nummers te gaan schrijven, iets wat ze aanvankelijk niet durfde omdat ze opkeek tegen grootheden als Aretha Franklin.

Dit resulteerde uiteindelijk in haar hit “See The Day”, het eerste nummer waarover ze zelf tevreden was.

In Vlaanderen werd de single goed ontvangen en bereikte deze de dertiende plaats in de BRT Top 30, maar vreemd genoeg kwam het nummer in Nederland niet verder dan de Tipparade.

Lee staat daarnaast bekend om haar uitgesproken meningen over de muziekindustrie, die ze in de jaren tachtig als seksistisch ervoer.

Ze hekelde het feit dat vrouwen aan een stereotype moesten voldoen, terwijl er nauwelijks aandacht was voor hun stem of ideeën.

Ook gebruikte ze haar bekendheid om maatschappelijke problemen aan te kaarten, zoals het toenemende racisme en de agressie in Engeland.

Na haar periode bij The Style Council bleef ze muzikaal zeer actief.

Van 1989 tot 1991 vormde ze samen met Robert Howard, de frontman van The Blow Monkeys, het duo Slam Slam.

Nummers als Move (Dance All Night) en het door The Young Disciples geproduceerde Free Your Feelings werden bescheiden clubsuccessen.

Daarna verleende Lee haar medewerking aan het Jazzmatazz-project van Gang Starr-rapper Guru. Het nummer No Time To Play, waarop ook gitarist Ronny Jordan meespeelde, werd eind 1993 een hit.

In de jaren negentig bracht ze ook eigen werk uit, met de solo-albums Things Will Be Sweeter in 1994 en Smiles in 1998.

In de jaren daarna bleef Lee optreden en maakte ze uitstapjes naar de filmwereld; zo was ze als actrice te zien in Rabbit Fever en The Town that Boars Me.

In september 2007 verscheen ze in de talkshow Loose Women en zong ze op een benefietconcert tegen huiselijk geweld. Een opvallend optreden volgde op 31 mei 2009 in de wijk Shepherd’s Bush, waar ze op het podium stond met Mike Lindup en Phil Gould van Level 42 en het collectief Favoured Nations.

Een bijzonder moment voor de fans vond plaats in augustus 2019, toen Lee werd herenigd met Weller, Talbot en White voor een eenmalig akoestisch optreden in een documentaire over The Style Council, waarbij ze de albumtrack It’s A Very Deep Sea ten gehore brachten.

In 2024 bracht ze na zesentwintig jaar een nieuw album uit, getiteld Just Something, dat verscheen op het label Acid Jazz.

De productie was in handen van Tristan Longworth.

Het album, met nummers als Don’t Forget About Love, Anything, Be There In The Morning en Walk Away, werd kwalitatief sterk bevonden en had wellicht meer aandacht verdiend.

Verleden jaar kwam er nog een remix uit van het nummer Back in time, dat eerder al in 2024 verscheen als voorbode van het album.

Op persoonlijk vlak was Lee jarenlang nauw verbonden met haar collega Paul Weller.

Ze voerden vaak lange discussies over het vinden van de balans tussen engagement en entertainment.

Het paar was van 1987 tot 1998 getrouwd en kreeg twee kinderen: dochter Leah Weller en zoon Nathaniel, ook wel bekend als Natt Weller.

When Doves Cry was de eerste van de vijf Amerikaanse nummer 1-hits die Prince op zijn naam zou schrijven en groeide uit tot een van zijn meest geliefde nummers bij het grote publiek.

In 1984 behaalde de single in zowel Vlaanderen als Nederland de zesde positie in de hitlijsten.

Op de b-kant van de plaat staat het nummer 17 Days, dat eigenlijk bedoeld was voor het project Apollonia 6.

De release in 1984 als eerste single van het album Purple Rain betekende een cruciaal moment in de popgeschiedenis.

Prince schreef en produceerde het nummer in recordtempo nadat regisseur Albert Magnoli hem had gevraagd om een specifiek liedje te maken voor een filmscène waarin de spanningen tussen de hoofdrolspelers centraal stonden.

Prince werkte alleen in de studio en speelde alle instrumenten zelf in.

Wat dit nummer zo revolutionair maakte, was de gedurfde keuze om de baslijn volledig weg te laten.

In die tijd was het ongehoord om een dancenummer te produceren zonder basgitaar of synth-bas.

Prince besloot op het laatste moment de baslijn die hij al had opgenomen te schrappen, omdat hij vond dat het nummer zonder die lage tonen veel rauwer en indringender klonk.

Het resultaat was een minimalistisch meesterwerk dat volledig rustte op een strakke drumbeat, een hypnotiserende synthesizer en zijn expressieve stem.

Een interessant weetje is dat de iconische gitaarsolo aan het begin bijna per ongeluk ontstond terwijl Prince aan het experimenteren was met verschillende effecten.

Het nummer werd een enorme hit en stond vijf weken lang op de eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten, waarmee het de bestverkochte single van 1984 werd.

Dit succes bewees dat Prince op het toppunt van zijn creatieve kracht stond en niet bang was om de wetten van de popmuziek te herschrijven.

Ook de videoclip was spraakmakend, vooral door de openingsscène waarin Prince uit een badkuip stapt terwijl er witte duiven om hem heen vliegen.

Het zorgde voor de nodige controverse en veel gespreksstof bij MTV.

Door de jaren heen hebben vele artiesten zich aan een cover gewaagd of het nummer als basis gebruikt. Een van de meest bekende versies is die van Ginuwine uit 1996, die het nummer een eigentijdse r&b-twist gaf.

In 1990 gebruikte MC Hammer het nummer als fundament voor zijn single Pray en zelfs Patti Smith nam het op in haar collectie op het verzamelalbum Land (1975 – 2002).

Daarnaast hebben ook de alternatieve rockband Local H en de indiegroep The Be Good Tanyas eigenzinnige versies uitgebracht.

Andere sterke covers zijn afkomstig van Razorlight en The Flying Pickets.

Ook in Vlaanderen liet het nummer zijn sporen na met indrukwekkende versies door Naima Joris en Scala & Kolacny Brothers, wat nogmaals onderstreept hoe tijdloos en veelzijdig de compositie van Prince werkelijk is (Poster Joepie 1986)

De muzikale erfenis van Malcolm McLaren en het ontstaan van zijn cultalbum Paris

Het project rond het album Paris en het specifieke nummer Paris Paris ontstond begin jaren negentig, toen Malcolm McLaren in de Franse hoofdstad woonde.

Na zijn relatie met actrice Lauren Hutton verloofde hij zich met Eugenia Melian. Het stel woonde samen in Los Angeles en Parijs.

Melian was de drijvende kracht achter een van McLarens bekendste soloprojecten; op haar aandringen nam hij in 1994 het cultalbum Paris op.

Het concept werd mede ontwikkeld door Eugenia Melian, die als creative director en producer werkte.

Het oorspronkelijke idee voor het album was om de diversiteit van Parijs vast te leggen, variërend van de jazzgeschiedenis en existentiële filosofie tot de moderne multiculturele invloeden.

Om het album groen licht te krijgen van het Franse label Disques Vogue, was er de voorwaarde dat er een aantal grote Franse iconen aan mee moesten werken.

Voor het nummer Paris Paris slaagde Eugenia Melian erin om Catherine Deneuve te overtuigen.

Deneuve was echter zeer kritisch op de tekst die McLaren had geschreven.

Zij stemde pas toe nadat ze de tekst volledig had laten herschrijven, omdat ze de oorspronkelijke versie niet vond passen bij de Parijse realiteit of haar eigen imago.

De samenwerking resulteerde in een sfeervol duet waarin haar zwoele stem en zijn karakteristieke praat-zingende stijl samenkomen.

De andere grote naam die meewerkte aan het album was Françoise Hardy en dit voor het nummer ‘Revenge Of The Flowers’.

De productie van het album en het nummer was in handen van een team bestaande uit Malcolm McLaren zelf,

Robin Millar en Lee Gorman. Robin Millar was destijds een zeer gerespecteerde producer die internationaal succes had geoogst met onder meer de debuutalbums van The Pale Fountains, Sade, Everything But The Girl, Black en Fine Young Cannibals.

Ook daarna bleef hij verder werken met deze artiesten, aangevuld met namen als Tom Robinson, Big Country, Randy Crawford en Patricia Kaas. Lee Gorman trad op als arrangeur en componist; hij speelde eerder in de groep Bow Wow Wow, een band waarvan McLaren zelf de oprichter en de bedenker was.

Het album werd over een periode van ruim een jaar opgenomen in een geïmproviseerde studio op een zolderkamer in Parijs, waarbij gebruik werd gemaakt van apparatuur die McLaren voordelig in Engeland had aangeschaft.

In de biografie van McLaren, The Life and Times of Malcolm McLaren, blikt Eugenia Melian terug op hun romance.

Ze omschrijft hem als een briljante maar gecompliceerde man, door wie ze uiteindelijk aan de kant werd gezet.

Ze kreeg voor een groot deel van haar werk geen officiële erkenning en bijgevolg ook geen vergoeding.

Zo staat ze op het album Paris alleen vermeld bij het nummer Who The Hell Is Sonia Rykiel?.

Malcolm McLaren, die vooral bekendheid verwierf als de manager van invloedrijke bands als de Sex Pistols en de New York Dolls, had zelf ook een muzikale carrière.

Vanaf de jaren tachtig scoorde hij als soloartiest en projectleider vernieuwende hits door stijlen als hiphop, wereldmuziek, opera en house met elkaar te mengen.

Zijn grootste hits waren ‘Buffalo Gals’ uit 1982, een baanbrekende track in samenwerking met The World’s Famous Supreme Team.

Dit nummer introduceerde de Amerikaanse hiphopcultuur en het scratchen bij het grote publiek in Europa.

‘Double Dutch’ uit 1983 was een energieke hit, gebaseerd op Zuid-Afrikaanse straatmuziek en het gelijknamige touwtjespringspel uit New York.

‘Madam Butterfly’ uit 1984 was zijn grootste hit in Vlaanderen en Nederland.

McLaren combineerde hier de klassieke opera van Puccini met een zware synthpop-beat en gesproken tekst.

‘Waltz Darling’ uit 1989 werd opgenomen met The Bootzilla Orchestra.

Dit nummer bracht de New Yorkse voguing-dansstijl uit de underground-lhbt-vleugel naar de hitlijsten.

‘Somethings Jumpin in Your Shirt’ uit 1989 was een succesvolle samenwerking met zangeres Lisa Marie, die destijds hoog in de hitlijsten eindigde.

Malcolm McLaren overleed op 8 april 2010.

Cher mag vandaag tachtig kaarsjes uitblazen.

De zangeres en actrice werd geboren als Cheryl Sarkisian in het Californische El Centro en brak door als de helft van het rock-‘n-roll-duo Sonny & Cher, dat ze vormde met haar toenmalige echtgenoot Sonny Bono.

Terwijl ze samen successen vierden, nam ze toen ook al haar eerste solonummers op.

Het huwelijk met Sonny strandde in 1975.

Slechts vier dagen na de officiële scheiding stapte Cher alweer in het huwelijksbootje met rockmuzikant Gregg Allman, de medeoprichter van The Allman Brothers Band, bekend van hits als Jessica en Ramblin’ Man.

Dat huwelijk kende een stormachtige start: al na negen dagen vroeg Cher een scheiding aan vanwege zijn heroïne- en alcoholverslaving, maar binnen een maand verzoende het stel zich weer.

Samen brachten ze onder de naam Allman & Woman nog het album Two The Hard Way uit.

Op 7 juli 1976 werd hun zoon Elijah Blue Allman geboren, die later in de voetsporen van zijn ouders trad en eveneens muzikant werd.

Na de breuk met Allman had Cher relaties met Kiss-bassist Gene Simmons en gitarist Les Dudek.

In totaal heeft ze twee kinderen: Chaz Bono en Elijah Blue Allman.

Naast haar muzikale loopbaan bouwde Cher een succesvolle carrière op als actrice.

Ze schitterde in films zoals The Witches of Eastwick, Mermaids, Silkwood, Mask, Suspect en Tea with Mussolini.

Haar acteerhoogtepunt beleefde ze op 11 april 1988, toen ze een Oscar voor beste actrice in ontvangst mocht nemen voor haar hoofdrol in Moonstruck.

In juli 2018 voegde ze een nieuw succes toe aan haar filmcarrière toen ze te zien en te horen was in de film Mamma Mia! Here We Go Again.

Ze vertolkte hierin de rol van Ruby Sheridan, de grootmoeder van Sophie.

Naar aanleiding van dit filmavontuur bracht ze in hetzelfde jaar het album Dancing Queen uit, een plaat die volledig gevuld was met haar eigen uitvoeringen van ABBA-covers.

Als zangeres bleef ze decennialang de hitlijsten bestormen.

In 1993 scoorde ze een opmerkelijke hit met een nieuwe uitvoering van ‘I Got You Babe’, dit keer samen met het MTV-tekenfilmduo Beavis and Butt-head.

Aan het begin van 1999 behaalde ze een grote nummer 1-hit in Nederland met het nummer ‘Believe’.

Haar repertoire bevat daarnaast bekende klassiekers zoals “Bang bang (My baby shot me down)’, ‘Gypsys, tramps & thieves’, Half-breed’, ‘Dark lady’, ‘If I could turn back time’ en ‘The shoop shoop song (It’s in his kiss)’.

In 2010 combineerde ze haar talenten in de film Burlesque, waarvoor ze de single ‘You haven’t seen the last of Me’ opnam.

In 2023 bracht ze haar kerstalbum Christmas uit, gevolgd door het verzamelalbum Forever in 2024.

Daarnaast bracht ze onlangs haar memoires uit en werd ze geëerd met een Grammy Lifetime Achievement Award.

De zangeres is nog regelmatig te zien op rode lopers en is momenteel druk bezig met het afronden van nieuwe muziek.

Ze werkt aan een nieuw studioalbum, wat waarschijnlijk haar laatste grote album zal zijn.

Ze verklaarde hierover dat het inzingen van de vocalen op deze leeftijd uitdagend is, maar dat de nummers fantastisch zijn.

foto april 1979

Cher over haar nieuwe album Take me home (Joepie van 27 april 1979).

Cher (juni 1991)

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot viert vandaag zijn 82ste verjaardag.

Een mooi moment om stil te staan bij zijn klassieker Verdronken vlinder.

Het nummer verscheen begin 1967 in eerste instantie als de B-kant van de single ‘Onder ons’, de opvolger van zijn grote hit ‘Het Land van Maas en Waal’.

Twee jaar later, in 1969, kreeg het lied alsnog een hoofdrol toen het werd uitgebracht als A-kant, met ‘Beneden alle peil’ als achterkant.

Beide nummers zijn geschreven door Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, met een arrangement van Bert Paige.

In Verdronken vlinder verlangt de schrijver naar het vrije leven van een vlinder.

Gaandeweg beseft hij echter dat ook dat bestaan een schaduwzijde heeft, zoals een tragisch einde op een plas water.

Uiteindelijk kiest hij er dan ook voor om gewoon mens te zijn, met de troostende gedachte dat hij geen vlinder hoeft te wezen om echt te leven.

De andere kant van de single, ‘Beneden alle peil’, bezingt een onbeantwoorde liefde.

De zanger vindt de vrouw in kwestie geweldig, maar omdat zij alleen oog heeft voor zichzelf, vindt hij haar gedrag beneden alle peil.

Het nummer Verdronken vlinder bleek door de jaren heen een grote inspiratiebron voor andere artiesten.

In 1993 scoorden Erik Van Neygen en Sanne er een grote hit mee in Vlaanderen.

Daarnaast werd het lied in de loop der tijd ook succesvol gecoverd door uiteenlopende namen als Mama’s Jasje, Josee Koning, de cast van LikeMe en zelfs de indierockband Bettie Serveert.

Reclame voor het album Het Beste van Boudewijn de Groot (juli 1977)

Gisteren nog vandaag

De comeback van Boudewijn De Groot (Joepie 13 november 1973).

Het bekende nummer Testament is gecomponeerd door Boudewijn de Groot, terwijl Bert Paige tekende voor de arrangementen en Tony Vos de productie voor zijn rekening nam.

De tekst is grotendeels geschreven door Lennaert Nijgh, die in het lied via een fictief testament terugblikt op zijn jeugdjaren.

In deze nalatenschap deelt hij milde snerpen uit aan zijn familie, die hij beticht van valse getuigenissen, aan stelende vrienden en aan een bedrieglijke ex-vriendin.

Toch is het nummer niet louter bitter; Nijgh koestert tegelijkertijd de mooie herinneringen en reflecteert op verloren idealen.

Omdat Boudewijn de Groot een specifiek deel van de oorspronkelijke tekst niet goed bij zichzelf vond passen, nam hij zelf de pen ter hand voor het couplet dat begint met de regel over het fotoalbum van zijn ouders.

Testament verscheen op het succesvolle album Voor de overlevenden en deed daarnaast dienst als de B-kant van de hitsingle Het Land van Maas en Waal.

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot in de Muziek Expres van december 1979

Gisteren nog vandaag

Na een stilte van vijf jaar maakte Boudewijn de Groot in 1973 zijn comeback met het album Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser.

De titel van de plaat is ontleend aan het bekende nummer Jimmy, dat hij vernoemde naar zijn zoon Jim. Vader en zoon schitteren samen op de albumhoes.

Naast Jimmy bevat het album nummers zoals Terug van weggeweest, Wat geweest is, is geweest, Onderweg, Het Spaarne, Kindermeidslied (Nurse’s Song), Tante Julia, Ik zal je iets vertellen, Parijs, Berlijn, Madrid, De kleine schoorsteenveger en De reiziger.

Voor de teksten werkte De Groot opnieuw samen met Lennaert Nijgh en met zijn toenmalige zwager Ruud Engelander.

Bovendien zijn twee nummers vertalingen van gedichten van William Blake.

Muzikaal kreeg hij ondersteuning van sologitarist Eelco Gelling, met wie hij al eerder samenwerkte op Nacht en ontij, en violiste Vera Beths, die een gastbijdrage leverde op het nummer’ ‘De reiziger’.

Bang dat het publiek hem in de tussentijd was vergeten, was De Groot niet.

Tijdens zijn afwezigheid deden zijn verzamelalbums het namelijk buitengewoon goed. Vooral de dubbel-lp Vijf Jaar Hits was een groot succes, snel gevolgd door een eveneens goed verkopend tweede deel.

Dit bewees dat zijn populariteit en bekendheid alleen maar waren gegroeid, waardoor het grote succes van Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser niet als een complete verrassing kwam.

Het album werd een enorme hit, bereikte de eerste plaats in de albumlijst en hield het daar twintig weken vol.

Dit leverde De Groot een gouden en een platina plaat op, evenals zijn derde Edison.

Het succes kreeg begin 1974 nog een vrolijk staartje toen er een carnavalsversie van het nummer Tante Julia op single verscheen, opgenomen als duet met Nico Haak.

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden, reclame voor de verzamelaar Hit Singles Volume 8 (mei 1981)

Het nummer ‘Stars On 45’ was een legale bewerking van een illegale 12-inch-single van Alto Passion, waarop originele opnamen van diverse artiesten, waaronder The Beatles, tot een medley waren gesmeed.

Toen Willem van Kooten deze illegale plaat in handen kreeg, gaf hij producer Jaap Eggermont de opdracht om er een officiële versie van te maken.

Voor de zangpartijen werd een indrukwekkend team samengesteld.

Smile-zanger Bas Muys nam de stem van John Lennon voor zijn rekening, en hij deed dat zo overtuigend dat Julian Lennon ooit opmerkte dat de stem van Muys meer op die van zijn vader leek dan die van hemzelf.

Hans Vermeulen kroop in de huid van George Harrison, terwijl Okkie Huysdens te horen was als Paul McCartney.

Daarnaast leverden ook Albert West, Tony Sherman, Arnie Treffers, Okkie Huysdens, en Jody Pijper een bijdrage aan het project.

Het resultaat was een ongekend wereldwijd succes.

In 1981 werden er van deze eerste single meer dan 5 miljoen exemplaren verkocht.

Op 20 juni 1981 bereikte de plaat de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100, een prestatie die werd beloond met een platina-status voor de verkoop van meer dan een miljoen stuks in de Verenigde Staten alleen al.

Uiteindelijk voerde de single de hitlijsten aan in minstens een dozijn landen, waaronder Nederland, Duitsland, Canada en Australië.

Het succes breidde zich dat jaar razendsnel uit met een volledig album en verschillende vervolgsingles.

Het eerste album, in de VS uitgebracht als Stars on Long Play, was een internationaal fenomeen waarvan meer dan 2,5 miljoen exemplaren over de toonbank gingen.

Na de Beatles-medley volgden in 1981 nog meer hits, zoals de Abba-medley, Stevie Wonder-medley en Frank Sinatra-medley.

Deze opvolgers domineerden eveneens de hitlijsten en droegen bij aan een indrukwekkend totaalplaatje.

De totale verkoop van alle Stars on 45-releases in 1981 wordt wereldwijd geschat op ruim 10 tot 15 miljoen eenheden.

Gisteren nog vandaag

Grace Jones mag vandaag 78 kaarsjes uitblazen.

45 jaar geleden, LP-bespreking Nightclubbing van Grace Jones (Joepie 24 mei 1981)

Gisteren nog vandaag

Nightclubbing uit 1981 markeert het moment waarop Grace Jones haar transformatie van disco-diva naar avant-garde-icoon voltooide.

De weg naar dit succes was bijzonder; Jones werkte zich op van een Jamaicaanse domineesdochter tot een veelzijdige wereldster.

Hoewel ze in Amerika de toneelschool bezocht, werd ze al snel ontdekt als topmodel.

Ze sierde de covers van bladen als Elle en Vogue, en verscheen zelfs op de voorzijde van het Duitse Der Stern.

Het album werd opgenomen in de beroemde Compass Point Studios op de Bahama’s, waar een uniek geluid werd gesmeed door de combinatie van reggae-ritmes, post-punkattitude en elektronische texturen.

Onder leiding van producenten Chris Blackwell en Alex Sadkin, en met de ritmesectie van Sly & Robbie, ontstond een lome, hypnotiserende sfeer die perfect de overgang van de glitter van de jaren zeventig naar de kille chic van de jaren tachtig ving.

Rond deze tijd ontwikkelde Jones haar kenmerkende androgynen look met kort haar en strakke pakken, wat haar een onvergetelijk icoon in zowel de muziek als de mode maakte.

De titeltrack kent een interessante oorsprong; het nummer werd geschreven door David Bowie en Iggy Pop en verscheen voor het eerst op het album The Idiot van Iggy Pop in 1977.

In de uitvoering van Jones krijgt het stuk echter een geheel nieuwe dimensie. Terwijl het origineel uit de Berlijnse periode van Bowie en Pop een zekere mate van decadente uitputting suggereerde, klinkt de versie van Jones als een triomftocht door een nachtelijk stedelijk landschap.

Haar voordracht is afstandelijk en bijna robotachtig, wat naadloos aansluit bij het hoekige, minimalistische arrangement.

Naast de titeltrack bevat het album meer indrukwekkende bewerkingen. Een van de absolute hoogtepunten is de single I’ve Seen That Face Before (Libertango).

Gisteren nog vandaag

Dit nummer is een bewerking van Libertango, een compositie van de Argentijnse componist en bandoneonist Astor Piazzolla.

De tekst van deze versie werd mede geschreven door Francine Canovas, beter bekend onder haar artiestennaam Nathalie Delon.

Zij was de moeder van de Frans-Amerikaanse acteur Anthony Delon en was van 1964 tot 1969 getrouwd met Alain Delon.

Later werd zij de vriendin van producent Chris Blackwell, wat leidde tot de samenwerking voor dit album. Nathalie Delon overleed helaas in 2021.

I’ve Seen That Face Before werd een gigantisch succes in de Lage Landen. In Vlaanderen stond de single maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats in de hitlijsten, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de tweede positie bereikte.

Ook van het nummer Demolition Man van Sting maakte ze een zeer krachtige en eigenzinnige cover die perfect paste binnen de vernieuwende sound van het album.

Het visuele aspect van Nightclubbing bleef onlosmakelijk verbonden met de muziek.

De iconische hoes, gefotografeerd door Jean-Paul Goude, toont Jones met haar kenmerkende blokkapsel en een strak gesneden Armani-jasje.

Deze verschijning versterkte de impact van nummers zoals Pull Up to the Bumper en Walking in the Rain.

Het album wordt tot op de dag van vandaag geprezen om de unieke persoonlijkheid van Grace Jones en blijft een essentieel referentiepunt voor artiesten die de grenzen tussen kunst, mode en commercie willen vervagen.

Op oudejaarsavond 1977 maakte de single La Vie En Rose haar debuut in de BRT Top 30, om twee weken later door te stoten naar de dertiende positie.

De tekst van dit wereldberoemde nummer werd oorspronkelijk geschreven door Edith Piaf, die de tekst destijds de titel Les Choses En Rose meegaf.

De bijbehorende muziek werd gecomponeerd door Louis Gugliemi, beter bekend onder zijn pseudoniem Louiguy.

Hoewel het chanson in 1945 voor het eerst werd opgenomen door Marianne Michel, een goede vriendin van Piaf, zorgde het grote succes van die uitvoering ervoor dat de schrijfster het nummer uiteindelijk ook zelf inzong.

In 1946 werd het haar allereerste grote hit.

In 1983 beleefde de cover van Grace Jones een heropleving en kwam deze terug in de hitlijsten, binnen op nummer 28, waarna deze uiteindelijk de zestiende plaats bereikte.

Grace Jones in de Humo van 31 juli 1980

Grace Jones in de Joepie van 1 december 1985

Gisteren nog vandaag

Grace Jones in de Muziek Expres van april 1982

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden domineerde Ottawan de hitlijsten met hun klassieker Hands up (Give me your heart), ook bekend als de Franstalige versie Haut les mains.

Het duo bestond uit Jean-Baptiste Patrick en Annette Eltice, twee zangers met Caraïbische roots die werden samengebracht door de producenten Jean Kluger en Daniel Vangarde.

De groepsnaam was een knipoog naar de Canadese hoofdstad Ottawa, een bestemming die de producenten tijdens een promotour had geïnspireerd.

De formatie brak in 1980 al door met de hit “D.I.S.C.O”, die zowel in het Frans als in het Engels de BRT Top 30 veroverde en zelfs de derde plaats in de hitparade bereikte.

In 1981 volgde hun grootste succes met Hands up, goed voor een vierde positie.

Opvallend is dat de Franse variant “Haut les mains (donne moi ton cœur)” al een halfjaar eerder in de lijst verscheen, maar destijds bleef steken op de dertigste plek.

De tekst van deze bekende single werd geschreven door de Vlaamse tekstschrijfster Nelly Byl.

Het nummer kreeg extra bekendheid als het vrolijke uithangbord voor de luxe reisorganisatie Club Med.

Hoewel de groep vooral herinnerd wordt om deze grote successen, scoorde ze ook nog een bescheiden hit met “Qui va garder mon crocodile cet été?”, dat tot de drieëntwintigste plaats in de hitlijsten klom.

Vandaag 40 jaar geleden, Michael Jackson en Pepsi-Cola, een bruisende combinatie

In mei 1986 tekende Michael Jackson een historisch contract met Pepsi, waarbij bronnen variëren tussen 5 mei voor de formele ondertekening en 6 mei voor de grootschalige bekendmaking tijdens een persconferentie in New York.

Gehuld in een zwart paillettenjasje presenteerde de zanger zich aan de wereldpers om de grootste individuele sponsordeal uit de geschiedenis van de reclamewereld te bevestigen.

De overeenkomst had een waarde van ongeveer 15 miljoen dollar en vormde een vervolg op het eerdere succes van de campagne uit 1984.

Het contract verplichtte de zanger om in drie commercials te verschijnen en legde vast dat Pepsi de hoofdsponsor zou worden van zijn komende wereldtournee, de Bad World Tour.

Een opvallend detail aan deze samenwerking was dat Michael Jackson de frisdrank in de reclamespotjes nooit daadwerkelijk hoefde te drinken of vast te houden.

De focus lag volledig op zijn artistieke imago en zijn dansstijl om het merk te profileren onder de slogan the choice of a new generation.

De tournee die door dit contract werd ondersteund, de Bad World Tour, ging van start op 12 september 1987 in Tokio en eindigde op 27 januari 1989 in Los Angeles.

Het was de eerste solotournee van Michael Jackson en werd een fenomenaal succes.

De tour omvatte 123 concerten verspreid over 15 landen op 4 continenten. In totaal trok de tournee ongeveer 4,4 miljoen fans aan, wat leidde tot een recordopbrengst van circa 125 miljoen dollar.

Hiermee werd het de best verdienende en drukst bezochte tournee van de jaren 80.

Een bijzonder feit is dat Michael tijdens deze tournee een reeks van zeven uitverkochte concerten gaf in het Wembley Stadium in Londen, waar hij in totaal voor 504.000 mensen optrad.

Dit leverde hem een vermelding op in het Guinness World Records. Ook doneerde hij aanzienlijke delen van de opbrengst aan diverse goede doelen, waaronder ziekenhuizen en weeshuizen.

Wat betreft de catering en de exclusiviteit tijdens de optredens was de invloed van de sponsor zeer merkbaar.

Als onderdeel van de overeenkomst had Pepsi de exclusieve rechten, wat betekende dat op de concertterreinen en in de VIP-ruimtes alleen Pepsi-producten verkrijgbaar waren.

Concurrenten zoals Coca-Cola waren volledig verbannen uit het zicht van het publiek en de media rondom de tourlocaties.

Bezoekers konden tijdens de concerten dan ook alleen cola van het merk Pepsi nuttigen.

Hoewel de eerdere samenwerking in 1984 werd overschaduwd door een ernstig ongeval waarbij het haar van de zanger vlam vatte tijdens opnames, markeerde de nieuwe deal uit 1986 een periode van ongekende commerciële macht.

De resulterende reclamespots, waarin Michael vaak samen met jonge dansers te zien was, werden wereldwijd iconisch.

Hiermee werd de basis gelegd voor een van de meest invloedrijke partnerschappen tussen de muziekindustrie en het bedrijfsleven

45 jaar geleden, Frank Duval met zijn hit Angel Of Mine.

Frank Duval werd geboren als Frank Uwe Patz op 22 november 1940 in Berlijn en groeide op in een artistiek milieu, waarbij hij aanvankelijk een opleiding volgde als acteur en danser.

Al snel verschoof zijn focus echter naar de muziek, waarbij hij een kenmerkende stijl ontwikkelde die het midden houdt tussen pop, klassiek en atmosferische elektronische muziek.

Zijn grote doorbraak bij het brede publiek kwam voort uit zijn nauwe samenwerking met de Duitse televisie.

Duval componeerde de muziek voor populaire krimiseries zoals Derrick en Der Alte.

Het was binnen deze context dat zijn grootste hit, “Angel of Mine”, in 1980 het levenslicht zag. Een opvallend detail is dat hij het nummer eigenlijk niet zelf wilde inzingen.

De sessiezangeres die hiervoor was gevraagd, kwam echter niet opdagen, waardoor Duval besloot de vocalen zelf maar voor zijn rekening te nemen.

Het nummer werd een enorm succes in de Lage Landen. In Nederland bereikte de single de eerste plaats in de Top 40, terwijl het nummer in Vlaanderen de tweede plaats behaalde in de BRT Top 30.

Hoewel Angel of Mine bij ons zijn enige grote hit bleef, scoorde hij onder de naam Frank en Kalina in maart 1986 nog een hit met “It Was Love”, een nummer dat hij opnieuw voor de krimiserie schreef.

Deze single was op donderdag 6 maart 1986 TROS Paradeplaat op Radio 3 en bereikte uiteindelijk de vierentwintigste plaats in de Top 40.

Gedurende zijn carrière werkte Duval vaak samen met zijn vrouw, Kalina Maloyer, die de teksten voor veel van zijn liedjes schreef.

Samen creëerden ze een omvangrijk oeuvre dat bekendstaat om de diepe emotionele lading en filmische kwaliteit.

Zijn werk was onlosmakelijk verbonden met de gezichten van de serie Derrick.

Horst Tappert, die bijna 25 jaar lang de stugge detective speelde, kwam te overlijden op 13 december 2008.

Ook zijn collega in de reeks, Fritz Wepper, is inmiddels overleden op 25 maart 2024.

Hoewel het commerciële succes in de hitlijsten na de jaren tachtig afnam, bleef Duval gerespecteerd als een vakman die complexe synthesizerarrangementen wist te combineren met toegankelijke melodieën.

Naast zijn werk voor televisie en zijn solocarrière heeft Duval zich ook beziggehouden met maatschappelijke projecten.

Zo richtte hij de Frank Duval Foundation op, die zich inzet voor kansarme kinderen in India.

Tegenwoordig leidt de 85-jarige componist een teruggetrokken leven op het Spaanse eiland Palma de Mallorca, waar hij nog steeds betrokken is bij diverse kunstvormen, waaronder schilderkunst en digitale media.

50 jaar geleden, Pierre Rapsat over zijn deelname aan het Eurovisiesongfestival in Den Haag.

Hoewel hij vereerd was dat hij België mocht vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival op 3 april 1976 in Den Haag met het nummer ‘Judy et Cie’, stak hij zijn teleurstelling over de gang van zaken in eigen land niet onder stoelen of banken.

Rapsat merkte op dat de beleving van het festival in Wallonië aanzienlijk minder intens was dan in Vlaanderen, wat onder meer bleek uit de sobere manier waarop de RTBF de selectie organiseerde.

De kandidaten werden op verschillende tijdstippen gefilmd zonder publiek, waardoor de kijkers en de jury de artiesten nooit live aan het werk hadden gezien.

De zanger omschreef het proces als een nogal afstandelijke ervaring waarbij hij zelf als een gewone toeschouwer voor de televisie zat te wachten op het oordeel.

Ondanks deze kritiek zag Rapsat het festival als een unieke kans op internationale promotie, zeker omdat zijn eerdere albums ondanks goede recensies commercieel weinig succesvol waren.

Hij benaderde de wedstrijd dan ook met een zakelijke nuchterheid en hoopte vooral dat het een springplank zou zijn voor zijn verdere carrière.

Hij vergeleek zijn situatie met die van de Nederlandse inzending Sandra Reemer, die volgens hem direct na haar selectie volop de ruimte kreeg in diverse televisieprogramma’s en binnen een week een hit scoorde.

Volgens Rapsat moesten Belgische artiesten veel harder vechten voor een plek op het kleine scherm en ontbrak het in België vaak aan de nodige professionele omkadering en steun om internationaal echt door te kunnen breken.

Uiteindelijk behaalde Pierre Rapsat op het festival de achtste plaats op een totaal van 18 deelnemers.

In Wallonië bereikte het nummer de zevende plaats in de hitparade, terwijl hij in Vlaanderen met zijn nummer de zestiende plaats in de BRT Top 30 behaalde.

In Nederland bereikte de single de eenendertigste plaats in de Top 40.

De muzikale wortels van Rapsat lagen in Verviers, de stad waarheen hij met zijn familie verhuisde toen hij tien jaar oud was en waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen.

Na in verschillende bands gespeeld te hebben, startte hij in 1973 zijn solocarrière.

Enkele jaren na zijn Eurovisie-avontuur vertegenwoordigde hij België in 1979 opnieuw op een internationaal podium, ditmaal op het Intervisiesongfestival in Sopot, waar hij als tiende eindigde van dertien deelnemers.

In 1982 scoorde hij een radiohit met het nummer ‘Passagers de la nuit’.

Zijn grote artistieke triomf volgde in 2001 met het album Dazibao, dat zowel in België als Frankrijk zeer lovend werd onthaald.

Het bleek een van zijn laatste grote wapenfeiten, want in 2002 overleed hij op 53-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.

Zijn impact op de Belgische cultuur bleef groot; in 2005 eindigde hij op de 51ste plaats in de Waalse verkiezing van De Grootste Belg.

De geslaagde aprilgrap van de Belgische groep The Bowling Balls.

Het Belgische pop- en rockarchief kent vele bijzondere verhalen, maar de ontstaansgeschiedenis van The Bowling Balls is zonder twijfel de meest opmerkelijke.

De groep werd namelijk opgericht om een stripfiguur tot leven te wekken.

Oorspronkelijk werden ze bedacht door Frédéric Jannin en Thierry Culliford, de zoon van Smurfen-bedenker Peyo, voor een grap in Le Trombone Illustré.

Dit was een rebelse bijlage bij het weekblad Robbedoes waarin de strip Germain et nous verscheen.

In die strip luisterden verveelde jongeren de hele dag naar platen van een fictief bandje genaamd The Bowling Balls.

De makers besloten dit grapje door te trekken naar de werkelijkheid.

De fictieve bandleden gaven plotseling echte interviews en er ontstond een plan om een flexidisc bij het tijdschrift te voegen.

De bezetting bestond uit Frédéric Jannin als Averell Ball op toetsen en Bert Bertrand als zanger Billy Ball. Bertrand was een bekende punkjournalist en de zoon van Yvan Delporte; volgens de legende was hij ook de man die de naam Plastic Bertrand bedacht.

Het kwartet werd gecompleteerd door Thierry Culliford als Elton Ball en Christian Lanckvrind als Fernand Ball.

Hoewel Robbedoes uiteindelijk geen budget had voor de release, zag platenlabel EMI wel brood in het project.

Op 1 april 1979 verscheen hun debuutsingle God Save the Night Fever.

Die datum was symbolisch, want de buitenwereld twijfelde voortdurend of de groep wel echt bestond. T

he Bowling Balls specialiseerden zich in nonsensicale teksten en humoristische playbackoptredens waarbij ze hun eigen amateurisme cultiveerden.

Jannin vatte die periode later treffend samen door te zeggen dat het een tijd was waarin iedereen maar wat deed, en aangezien zij ook maar iemand waren, deden zij dus ook maar wat. Toch lieten ze met nummers als ‘You Don’t Know’ en hun cover van ‘When You Walk in the Room’ een blijvende indruk achter.

Het einde van de band kwam even plotseling als het begin.

Kort na het verschijnen van hun enige album kondigde Bert Bertrand aan dat hij naar Bora-Bora zou vertrekken.

De overige leden dachten dat het een grap was, maar Bertrand vertrok daadwerkelijk en keerde nooit meer terug.

Hij maakte een einde aan zijn leven in New York, vlak nadat hij Lou Reed had geïnterviewd.

Van de overgebleven leden bleef Frédéric Jannin de bekendste als striptekenaar, radio- en televisiepersoonlijkheid en muzikant.

Zo scoorde hij in 1990 nog een grote hit met het project Zinno.

In de jaren negentig volgde een bescheiden revival van The Bowling Balls met een verzamel-cd en een documentaire op Canal+.

Critici stelden toen vast dat de muziek, ondanks de parodiërende insteek, technisch verrassend goed in elkaar stak.

De nummers bleken achteraf gezien prima stand te houden naast het werk van synthpopgrootheden als OMD of Erasure (Diverse bronnen, Dirk Houbrechts en Joepie, maart 1981)