40 jaar geleden, Madonna met haar hit ‘Papa Don’t Preach’.

De videoclip bij Papa Don’t Preach uit 1986 is een legendarisch moment in de carrière van Madonna en markeerde een belangrijke stijlverandering.

De regie van de videoclip was in handen van James Foley, die destijds ook de clip voor Live to Tell regisseerde.

In de video introduceerde Madonna een nieuwe look die bekend kwam te staan als de gamine-stijl, geïnspireerd op actrices als Audrey Hepburn en Shirley MacLaine.

Dit was een bewuste breuk met haar eerdere imago van zware make-up en opzichtige sieraden.

Ze droeg kort, platinablond haar en een atletisch, gespierd figuur, vaak gekleed in eenvoudige jeans of een zwarte bustier met capribroek.

Een opvallend element is het T-shirt dat Madonna in de clip draagt met de tekst Italians Do It Better.

Dit was een duidelijke verwijzing naar haar eigen Italiaanse afkomst en droeg bij aan het rebelse, maar zelfverzekerde imago dat ze wilde uitstralen.

De rol van de vader in de clip werd gespeeld door de bekende acteur Danny Aiello.

De clip wisselt af tussen scènes waarin Madonna als tomboy door het leven gaat en momenten waarin ze een meer volwassen, sensuele kant van zichzelf laat zien terwijl ze danst in een verduisterde studio.

Deze afwisseling benadrukte de innerlijke strijd van het personage in het nummer: een tiener die geconfronteerd wordt met een onverwachte zwangerschap en een besluit moet nemen waarvoor ze de goedkeuring van haar vader zoekt.

De videoclip veroorzaakte, net als het nummer zelf, veel maatschappelijke discussie.

Door het onderwerp tienerzwangerschap en de keuze om het kind te houden, werd het nummer door verschillende groepen verschillend geïnterpreteerd.

Terwijl sommige conservatieve groepen de pro-life-boodschap in de video prezen, zagen feministen en andere organisaties het als een gevaarlijke verheerlijking van tienerzwangerschappen.

Madonna zelf hield zich op de vlakte en benadrukte vooral dat het nummer ging over een meisje dat voor haar eigen keuzes durft te staan en de band met haar vader wil behouden.

De single was in Vlaanderen goed voor een eerste plaats in de BRT Top 30 en dat voor drie weken lang. In Nederland bereikte het nummer de tweede plaats in de Top 40.

Brian Elliot baseerde de tekst op tienerroddels en gesprekken die hij hoorde buiten zijn opnamestudio in Los Angeles, waar schoolmeisjes vaak even stopten om hun haar te doen en te kletsen.

In eerste instantie schreef Elliot het nummer voor een zangeres genaamd Christina Dent.

Zij werkte toen vooral als backing vocal in de platenstudio.

In 1980 was ze lid van de groep The Friends Band.

Andere leden van deze groep waren Barbara Paige, Deborah Morton, Larry Fulcher, Peter Dobson, Ron Rhoades en Ruthie Lewis.

Deze groep heeft één album uitgebracht met als titel ‘All Kinds Of People In Every Room’ in 1980.

Een platenbaas van Warner Bros. hoorde de demo en vond dat het perfect bij Madonna paste.

Madonna paste na ontvangst kleine delen van de songtekst aan. Ze bracht het in de zomer van 1986 uit als de tweede single van haar succesvolle derde studioalbum, True Blue.

40 jaar geleden, de klacht van Pa (Danny Aiello)

Danny Aiello begon pas op latere leeftijd met acteren. Om in zijn levensonderhoud en dat van zijn gezin te voorzien, werkte hij aanvankelijk in uiteenlopende functies, zoals bij een busdienst en als uitsmijter in een nachtclub.

Pas rond zijn veertigste kreeg hij voet aan de grond in de acteerwereld en in 1973 beleefde hij zijn filmdebuut, onder meer in Bang the Drum Slowly.

In de jaren daarna bouwde Aiello een veelzijdige carrière op in films, op televisie en in het theater.

Halverwege de jaren zeventig maakte hij diepe indruk in Chicago met een rol in het toneelstuk That Championship Season van Jason Miller, wat hem verschillende prijzen en nominaties opleverde.

In 1981 werd zijn werk voor televisie bekroond met een Daytime Emmy Award voor zijn vertolking in ‘A Family of Strangers’.

Zijn grote doorbraak op het witte doek volgde in 1987, toen hij de verloofde van Cher speelde in Moonstruck.

Twee jaar later volgde zijn iconische rol als pizzeriaeigenaar Sal in de film Do the Right Thing van Spike Lee, een prestatie die hem een nominatie voor een Academy Award voor beste mannelijke bijrol opleverde.

Aiello speelde ook de rol van de vader in de bekende videoclip van Madonna bij het nummer ‘Papa Don’t Preach’.

Hij was zo overtuigd van zijn personage dat hij later een antwoordnummer uitbracht onder de titel ‘Papa Wants the Best for You’, waarin het verhaal vanuit het perspectief van de vader werd verteld.

Er waren plannen voor een videoclip bij dit nummer, maar omdat Madonna weigerde haar rol als dochter opnieuw te spelen, werd voor de video een dubbelganger ingezet (Joepie 12 oktober 1986).

Meer dan 35 jaar geleden, dankzij de hulp van Jools Holland, scoorden de Fine Young Cannibals een hit met hun nummer Good Thing.

Het nummer verscheen in 1989 op het gigantisch succesvolle album The Raw and the Cooked, en de tijdloze energie ervan blijft na al die decennia volledig overeind.

Het nummer is geschreven door David Steele en Roland Lee Gift.

Jools Holland nam voor Good Thing de iconische boogie-woogie-pianopartij voor zijn rekening.

Het was precies deze opzwepende, ritmische en virtuoze piano-inbreng die het nummer zijn kenmerkende retro soul-vibe gaf.

In combinatie met het unieke en direct herkenbare stemgeluid van frontman Roland Gift zorgde het pianospel van Holland voor een onweerstaanbare dynamiek.

Deze samenwerking bleek een schot in de roos, want de single schoot wereldwijd naar de top van de hitlijsten en bereikte zelfs de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

Ook in de Lage Landen wist de single door te dringen tot de hitparades. In Vlaanderen bereikte het nummer de dertiende plaats in de Ultratop 50. In Nederland deed het nummer het minder en strandde het daar op de zesentwintigste plaats in de Top 40.

Good Thing versterkte de reputatie van de Fine Young Cannibals als een van de meest stijlvolle en vernieuwende groepen van die periode.

Tot op de dag van vandaag blijft de aanstekelijke melodie die Jools Holland uit zijn toetsen toverde een perfect voorbeeld van hoe de expertise van een meesterlijke gastmuzikant een sterk nummer kan transformeren tot een onbetwiste popklassieker.

De invloed van deze specifieke pianopartij reikt overigens verder dan alleen de hitlijsten.

Dankzij dit nummer verklaarden jonge pianotalenten, zoals de destijds zestienjarige Jack Carter, serieus piano te zijn gaan spelen na het horen van Good Thing.

De nu 41-jarige Jack Carter heeft van zijn jeugdpassie zijn beroep gemaakt. Hij werkt als professioneel sessiemuzikant, keyboardspeler en arrangeur in de Britse muziekscene.

In plaats van solo-optredens tourt hij al jaren op grote Europese festivalpodia en in studio’s als de vaste toetsenist en achtergrondzanger voor bekende pop- en soulartiesten, waaronder JP Cooper.

Voor Jools Holland zelf was het schrijven van deze partij een betekenisvol moment, waarbij hij geïnspireerd werd door de memorabele pianolijnen van nummers zoals Lady Madonna van The Beatles.

Vandaag is het exact vijfentwintig jaar geleden dat Herman Brood een einde aan zijn leven maakte.

Herman Brood, die op 11 mei 1946 in Zwolle het levenslicht zag, begon zijn muzikale carrière in 1964.

Hij vergaarde grote roem met zijn begeleidingsband Wild Romance, wat leidde tot hits als Saturday Night, Still Believe en Never Be Clever.

Ook scoorde hij in 1984 een groot succes met het nummer “Als je wint”, een samenwerking met voormalig Doe Maar-bassist Henny Vrienten.

In zijn latere jaren verlegde hij zijn focus en was hij voornamelijk actief als beeldend kunstenaar.

Op persoonlijk vlak was hij in 1968 vader geworden van zijn zoon Marcel Buissink, die werd geboren na een onenightstand met het Groningse model Tekie Buissink.

Op 18 juli 1985 werd zijn dochter Lola geboren.

In 1994 kreeg zijn toenmalige vrouw Xandra Jansen een dochter, Holly Mae Brood, van wie Herman overigens niet de biologische vader was.

Tegen het jaar 2001 was zijn lichaam volledig uitgeleefd door een leven vol genotmiddelen.

Brood gebruikte sinds zijn zeventiende speed, een middel dat energie geeft, maar tevens voor de afbraak van het lichaam zorgt.

Voor de juiste balans dronk hij daarnaast dagelijks zo’n twee liter sterke drank of mierzoete likeur.

Doorgaans sliep hij telkens één op de twee nachten.

Hoewel hij na dertig jaar met succes was afgekickt van zijn speedverslaving en drugs hem weinig effect meer gaven, bleek het onmogelijk om definitief met alles te stoppen.

Zijn alcoholconsumptie nam duizelingwekkende proporties aan, waardoor zijn voorheen schijnbaar onverwoestbare gezondheid in een razend tempo verslechterde.

Dit alles leidde tot de tragische beslissing op 11 juli 2001, toen de vierenvijftigjarige Brood om 13.28 uur van het Amsterdamse Hilton Hotel sprong.

In zijn binnenzak droeg hij een afscheidsbriefje met de tekst: “Xandra & alle skatjes, Deze snelheid in plaats van opbranden dat laat ik aan de crematie over. … Rous door zoals ik deed… en treur niet ! maak er een feest van. Ik zie jullie nog weleens. Ik ga nu bungy zonder elastiek. Genade – pappa “

Naast zijn bekende hits en turbulente levensstijl zijn er nog enkele opvallende details over deze unieke artiest.

Zo was hij opmerkelijk genoeg kleurenblind, wat meteen zijn voorkeur voor ongemengde, heldere primaire kleuren in zijn schilderijen verklaart.

Hij beperkte zijn kunst overigens niet tot traditionele doeken, maar beschilderde ook auto’s, bussen, trams en talloze muren in zijn volstrekt eigen stijl.

In 1979 haalde hij bovendien de internationale pers door een kortstondige en uiterst spraakmakende romance met de Duitse punkzangeres Nina Hagen, een relatie die destijds door velen als een slimme publiciteitsstunt werd gezien.

Om hun film te promoten, want in het echt is er nooit een romance geweest en zeker geen huwelijk.

Voordat hij de gevierde frontman van zijn eigen Wild Romance werd, maakte hij ook nog deel uit van de succesvolle en invloedrijke bluesband Cuby & the Blizzards, een periode die cruciaal bleek voor zijn verdere muzikale ontwikkeling.

Cha Cha: een stunt die de kranten haalde

Cha Cha haalde destijds de voorpagina’s van alle grote kranten en vormde het gesprek van de dag.

Dit kwam vooral door het huwelijk dat destijds tussen Herman Brood en Nina Hagen plaatsvond.

Achteraf bleek het een opzet van de manager van Brood te zijn om op die manier zijn film onder de aandacht te brengen.

Hoewel de film door deze publiciteitsstunt volop in de belangstelling stond, bleef een groot commercieel succes in de bioscoop uit.

De regie van de film was in handen van Herbert Curiel en de hoofdrollen werden vertolkt door Herman Brood, Nina Hagen en Lene Lovich.

De bijrollen waren weggelegd voor Ramses Shaffy, Simon Vinkenoog, Dolf Brouwers, Ko van Dijk, Nelly Frijda, Jules Deelder en de Amsterdamse Hells Angels. (Hitkrant Juni 1979)

46 jaar geleden, wedstrijd met Herman Brood in de Hitkrant

Een passend eerbetoon aan een icoon: de muzikale erfenis van Bonnie Tyler

Gisteren is de zangeres Bonnie Tyler op 75-jarige leeftijd overleden. Haar verhaal begon in 1953, toen ze als Gaynor Hopkins ter wereld kwam in het Zuid-Welshe Skewen.

Ze groeide op met de muziek van Tina Turner en Janis Joplin, die ze gedurende haar hele leven als haar twee grote voorbeelden bleef zien.

Haar muzikale talent bleek al vroeg, toen ze op 17-jarige leeftijd deelnam aan een zangwedstrijd.

Dankzij een indrukwekkende vertolking van het nummer Those Were The Days van Mary Hopkin behaalde ze de tweede plaats.

De sensatie van het optreden en de waardering van het publiek gaven haar zoveel voldoening dat ze besloot voluit voor een zangcarrière te gaan.

Na een succesvolle auditie sloot ze zich aan bij Bobby Wayne And The Dixies. Deze formatie verliet ze na twee jaar om haar eigen band, Imagination, op te richten.

Omdat Hopkins vond dat haar geboortenaam te weinig uitstraling had voor een artiest, nam ze de artiestennaam Bonnie Tyler aan.

Later gaf ze overigens toe dat ze spijt had van die keuze. Als Bonnie Tyler trad ze aanvankelijk op in diverse bars en clubs in Zuid-Wales.

Daar werd ze ontdekt door Ronnie Scott en Steve Wolfe.

Deze producers en liedjesschrijvers namen haar direct onder hun hoede en bleven tot 1981 actief als haar managers, schrijvers en producers.

Zij wisten een platencontract voor haar te regelen bij RCA Records, waar haar allereerste single My My Honeycomb verscheen.

Dit typische popnummer deed echter erg denken aan de dertien-in-een-dozijn-popsongs uit de vroege jaren zeventig en wist de hitlijsten dan ook niet te bereiken.

Tyler zelf dacht later liever zo min mogelijk aan deze debuutsingle terug.

In 1976 kreeg de zangeres te maken met fysieke tegenslag en moest ze een keeloperatie ondergaan.

Na de ingreep kreeg ze het dwingende advies om zes weken lang volledig te zwijgen, waardoor ze zich alleen via geschreven briefjes verstaanbaar kon maken.

Omdat ze zich niet aan deze rustperiode hield, hield ze permanent een karakteristieke, schorre stem over aan de operatie.

Kort na deze medische ingreep scoorde ze haar eerste hit met ‘Lost in France’.

Dit nummer was nog voor de operatie opgenomen, waardoor luisteraars haar oude stemgeluid hoorden.

In Nederland behaalde de single een bescheiden 24e positie, in Vlaanderen was de single goed voor een vijftiende plaats in de BRT Top 30 en in haar thuisland Groot-Brittannië reikte het nummer tot de 9e plaats.

Haar grootste succes met deze plaat beleefde ze echter in Duitsland, waar het nummer ruim een half jaar in de Top 10 genoteerd stond.

De opvolger ‘More Than A Lover’ slaagde er vervolgens niet in om dit succes te evenaren.

Dat lukte haar derde single ‘It’s A Heartache’ daarentegen wel. Dit nummer groeide uit tot een internationale hit die in Groot-Brittannië de 4e plaats bereikte, in Nederland doorstootte naar de 3e positie en ook in de Verenigde Staten de Top 5 behaalde.

Toch bleek het lastig om deze populariteit vast te houden, want de zeven daaropvolgende singles flopten stuk voor stuk.

Tyler nam in totaal vier albums op voor RCA Records, waarbij ze door de maatschappij steeds nadrukkelijker in de richting van de countrymuziek werd gestuurd.

Mede door deze muzikale koers en het feit dat ze uitsluitend materiaal van Scott en Wolfe mocht opnemen, besloot ze in 1981 te breken met haar managers, producers en platenlabel.

Ze moest op zoek naar een volledig nieuw team, dat ze vond in CBS Records, manager David Aspden en producer Jim Steinman.

Hun samenwerking leidde tot het album Faster Than The Speed Of Night, waarmee ze resoluut brak met haar muzikale verleden en een compleet nieuwe sound introduceerde.

Op dit album stond de wereldhit ‘Total Eclipse Of The Heart’, die Tyler haar allereerste nummer 1-hit opleverde in zowel Groot-Brittannië als de Verenigde Staten, hoewel het nummer in Nederland vreemd genoeg bleef steken op de 24e plek.

In Vlaanderen was de single goed voor een zestiende plaats in de BRT Top-30.

Ondanks het beperkte succes in Vlaanderen en Nederland, blijft ‘Total Eclipse Of The Heart’ voor de meeste mensen nog altijd het nummer dat zij het meest associëren met Bonnie Tyler

Op Spotify is het nummer inmiddels al meer dan 1 miljard keer gestreamd.

Het album zelf bereikte eveneens de top van de hitlijsten.

Nieuwe hitsingles bleven daarna echter uit en ook het daaropvolgende album Secret Dreams And Forbidden Fire werd geen commercieel succes.

Zelfs de inzet van een andere producer, Desmond Child, kon het tij niet keren; hoewel Secret Dreams goede kritieken ontving, liet de promotie vanuit de platenmaatschappij te wensen over.

Wat veel mensen niet weten, is dat ‘The Best’ van Tina Turner een cover was.

Bonnie Tyler bracht het nummer namelijk al in 1988 uit, een jaar voordat Tina Turner met haar versie kwam.

Het nummer was geschreven door de bekende producer en componist Mike Chapman, in samenwerking met Holly Knight, die geboren werd als Holly Erlanger.

Om haar carrière nieuw leven in te blazen, besloot de zangeres in 1991 tot een radicale koerswijziging en verhuisde ze naar Duitsland, het land waar ze historisch gezien altijd veel succes had gehad.

Deze stap wierp al snel zijn vruchten af, want haar albums Bitterblue en Angelheart werden in diverse Europese landen bekroond met goud of platina.

Opvallend genoeg werden deze platen destijds niet eens uitgebracht in Groot-Brittannië.

In 1995 bracht ze het album Free Spirit uit via East West in Europa en Atlantic Records in de Verenigde Staten.

Ondanks uitstekende recensies vielen de verkoopcijfers van het album erg tegen.

De single ‘Making Love Out Of Nothing At All’ werd daarentegen wel populair.

In Engeland miste het nummer de hitlijsten, omdat er simpelweg te weinig fysieke exemplaren in de winkels lagen, maar in Nederland wist de single wel door te dringen tot een mooie 12e positie in de Top 40.

In Vlaanderen bereikte het nummer niet de hitparade.

Het nummer ‘Making Love (Out Of Nothing At All)’ is geschreven door Steinman en voor het eerst uitgebracht door Air Supply in 1983.

In maart 2013 lanceerde Tyler haar album Rocks And Honey.

Dit project was opgenomen in de Amerikaanse muziekstad Nashville, waarmee de zangeres na vele jaren weer bewust terugkeerde naar haar oude country-roots.

Op haar 62e vertegenwoordigde Tyler in 2013 het Verenigd Koninkrijk tijdens het Eurovisiesongfestival in Malmö met het nummer Believe In Me, waarmee ze uiteindelijk op de 19e plaats eindigde.

Gedurende haar carrière werd Bonnie Tyler in totaal drie keer genomineerd voor een Grammy, de belangrijkste Amerikaanse muziekprijzen.

Daarnaast werd ze opgenomen in de Orde van het Britse Rijk voor haar grote verdiensten voor de muziek.

Tijdens haar indrukwekkende muzikale loopbaan bracht de Welshe zangeres 18 studioalbums en 83 singles uit, waarmee ze wereldwijd meer dan 100 miljoen platen wist te verkopen.

Drieënveertig jaar geleden scoorde de Britse meidengroep The Belle Stars een gigantische hit met ‘Sign of the Times’ .

Wat dit opzwepende nummer extra bijzonder maakt, is dat de zeven getalenteerde groepsleden het helemaal zelf schreven.

Stella Barker, Clare Hirst, Miranda Joyce, Jennie Matthias, Sarah-Jane Owen, Judy Parsons en Lesley Shone vormden destijds een opvallende en stoere verschijning in de muziekwereld.

Een leuk detail is dat de groep deels voortkwam uit de as van The Bodysnatchers, een toen bekende ska-band. Stella Barker, Miranda Joyce, Sarah-Jane Owen en Judy Parsons maakten de overstap vanuit die groep en bundelden hun krachten met de nieuwe leden Clare Hirst, Jennie Matthias en Lesley Shone om The Belle Stars compleet te maken.

De meiden stonden erom bekend dat ze al hun instrumenten zelf bespeelden, wat in de vroege jaren tachtig voor een voltallige vrouwenband nog altijd uitzonderlijk en behoorlijk vooruitstrevend was.

De aanstekelijke mix van pop en new wave, met een stevige knipoog naar hun ska-roots, werd feilloos vastgelegd door producer Peter Collins.

Hij was een bijzonder veelzijdige vakman die zijn sporen in de internationale muziekindustrie ruimschoots heeft verdiend.

Het bleef voor hem overigens niet bij Britse meidengroepen, want zijn productiewerk omvat een opvallend breed scala aan artiesten en stevige genres.

Zo verzorgde hij later het geluid voor uiteenlopende namen als Alice Cooper, Bon Jovi, Suicidal Tendencies, Indigo Girls, Jane Wiedlin, October Project, The Cardigans en Tracey Ullman.

De samenwerking tussen The Belle Stars en Collins bleek een absoluut schot in de roos, want de single vloog overal de hitlijsten in.

In Vlaanderen was het nummer goed voor een indrukwekkende tweede plaats in de toenmalige BRT Top 30, en ook in Nederland was het een enorm succes met een zesde plek in de Top 40.

In hun thuisland, het Verenigd Koninkrijk, piekte de plaat zelfs op de derde positie. Hoewel Sign of the Times wereldwijd hun grootste succes bleef, stonden The Belle Stars aan het eind van de jaren tachtig toch nog een keer onverwacht in de schijnwerpers.

Hun vrolijke cover van het nummer Iko Iko werd toen namelijk prominent gebruikt in de geprezen film Rain Man, wat de groep flink wat jaren na hun hoogtijdagen alsnog een grote hit opleverde in Amerika.

Dit onverwachte succes kwam overigens op het moment dat de groep feitelijk al niet meer bestond, want in 1986 waren The Belle Stars officieel uit elkaar gegaan.

Zangeres Jennie Matthias, die ook bekendstaat als Jennie McKeown, is de muziekwereld echter wel altijd trouw gebleven en treedt tegenwoordig nog af en toe solo op in het retrocircuit.

Hoe een lokaal carnavalslied uit New Orleans de hitlijsten veroverde.

Het nummer Iko Iko van de Britse meidengroep The Belle Stars is een aanstekelijke popklassieker met een rijke en complexe geschiedenis.

Hoewel The Belle Stars er in de jaren tachtig een grote hit mee scoorden, liggen de oorspronkelijke wortels van het lied tientallen jaren eerder in de kleurrijke straten van New Orleans.

De originele versie werd in 1953 geschreven door de Amerikaanse rhythm-and-bluesartiest James Sugar Boy Crawford en begin 1954 uitgebracht onder de titel Jock-A-Mo.

Crawford haalde zijn inspiratie uit de straatcultuur van de Mardi Gras Indians.

Dit zijn groepen Afro-Amerikaanse feestvierders in New Orleans die zich tijdens het carnaval kleden in weelderige, op de inheemse Amerikaanse klederdracht geïnspireerde pakken.

De tekst van het nummer beschrijft een speelse maar stoere confrontatie tussen twee rivaliserende stammen tijdens de parade.

De zang in het refrein is gebaseerd op de traditionele kreten die deze carnavalsgroepen naar elkaar riepen.

De exacte betekenis van de woorden is door de jaren heen vaak besproken, maar taalkundigen en historici gaan er doorgaans van uit dat het een mengsel is van Louisiana Creools Frans, inheemse talen en West-Afrikaanse dialecten.

Het refrein is in essentie bedoeld als een plagerij of een overwinningkreet richting de andere groep.

In 1965 blies de Amerikaanse meidengroep The Dixie Cups het nummer nieuw leven in.

Ze pasten de titel aan naar Iko Iko en scoorden er een enorme hit mee.

De leden van The Dixie Cups dachten destijds dat het een traditioneel volksliedje was dat ze van hun grootmoeder hadden geleerd.

Tijdens de opname improviseerden ze de percussie in de studio door met drumstokjes op asbakken en aluminium flessen te tikken.

Omdat ze het nummer samen met hun producers als hun eigen compositie registreerden, ontstond er later een stevige juridische strijd met James Crawford over de auteursrechten.

Uiteindelijk werd er een schikking getroffen waarbij Crawford deels werd erkend, al moest hij een groot deel van de publicatierechten afstaan.

De versie van The Belle Stars, met een herkenbaar en typisch jaren tachtig synthesizergeluid, werd in 1982 opgenomen en uitgebracht.

Destijds was het vooral een bescheiden succes in het Verenigd Koninkrijk en in enkele Europese landen.

Bij ons in Vlaanderen en Nederland bereikte de single toen niet de hitparade.

Het grote succes kwam pas veel later.

Dat omslagpunt vond plaats eind 1988, toen hun energieke cover op de soundtrack verscheen en werd gebruikt in de opening van de immens populaire film Rain Man met Tom Cruise en Dustin Hoffman.

Door het enorme bioscoopsucces van de film werd het nummer in 1989 opnieuw uitgebracht in de Verenigde Staten, waar het dit keer piekte in de hoogste regionen van de Billboard-hitlijsten.

Wat in 1954 begon als een lokaal carnavalslied over botsende parades in New Orleans, is op die manier via The Dixie Cups en de filmindustrie uitgegroeid tot een wereldwijd bekend popfenomeen.

Daarnaast bleek de aantrekkingskracht van de melodie onweerstaanbaar voor vele andere muzikanten.

Artiesten als Rolf Harris, Warren Zevon, Dr. John, John Baldry en zelfs Hugues Aufray coverden het nummer al in de jaren zestig en zeventig.

Maar ook artiesten als Cyndi Lauper, Ringo Starr, Captain Jack en Zap Mama namen het nummer op in hun repertoire.

Het nummer ‘The Clapping Song’ is bij velen vooral bekend door de aanstekelijke cover van de Britse meidengroep The Belle Stars uit 1982, maar de oorsprong van het lied gaat terug tot 1965.

Het werd geschreven door Lincoln Chase en oorspronkelijk uitgebracht door de Amerikaanse zangeres Shirley Ellis.

Haar versie was een enorm succes, verkocht meer dan een miljoen exemplaren en bereikte hoge posities in de Amerikaanse en Britse hitlijsten.

De tekst en het ritme zijn gebaseerd op een kinderversje en een bijbehorend klapspelletje.

De bekende openingsregels “Three, six, nine, the goose drank wine” zijn bovendien deels geleend van een veel ouder nummer uit de jaren dertig genaamd Little Rubber Dolly van de Light Crust Doughboys.

In de zomer van 1982 bliezen The Belle Stars het nummer nieuw leven in met hun opzwepende mix van pop en ska, uitgebracht op het bekende Stiff Records-label .

Hun cover sloeg enorm aan bij het grote publiek.

Het bereikte de elfde plaats in de Britse hitlijsten en klom in Australië na een verblijf van maar liefst zeven maanden zelfs naar de vierde plek.

Het was een nummer dat perfect de vrolijke, energieke sfeer van de vroege jaren tachtig wist te vangen.

Naast de versie van The Belle Stars hebben door de jaren heen vele andere artiesten The Clapping Song gecoverd.

Artiesten als Anita Harris, Gary Glitter en de Franse groep Les Surfs coverden het nummer al in de jaren zestig en zeventig.

Maar ook artiesten als Pia Zadora, Black Lace, Toto Coelo en Carmel namen het nummer op in hun repertoire.

Zo bracht Aaron Carter het uit in 2000 en nam Queen-drummer Roger Taylor in 2021 nog een versie op, terug te vinden op zijn album Outsider.

In Vlaanderen kennen we het nummer bovendien dankzij de Championettes.

Vandaag 45 jaar geleden, komt Bill Wyman met zijn single Je Suis Un Rock Star binnen in de BRT Top 30.

Voor de opname van het nummer krijgt hij steun van gitarist Terry Taylor en drummer Bruce Rowland.

Bill Wyman zingt en speelt verder alle andere instrumenten.

Op de B-kant staat het nummer ‘Rio De Janeiro’.

Voor deze opname kreeg hij steun van drummer Slim Jim Phantom van The Stray Cats.

Het nummer komt in Vlaanderen niet verder dan de vierentwintigste plaats in de BRT Top 30.

In Nederland doet de single het beter en bereikt daar de dertiende plaats in de Top 40.

45 jaar geleden brachten Stephanie Mills en Teddy Pendergrass hun nummer ‘Two Hearts’ uit.

Nauwelijks drie jaar oud zong Theodore, beter bekend als Teddy Pendergrass, al in een kerkkoortje.

Dit verklaart de belangrijke en blijvende invloed van gospel in zijn latere muziek. Op zijn dertiende leerde hij drummen in een club waar zijn moeder overdag werkte.

Toen een beloofde zangcarrière door een producer een loze belofte bleek te zijn, legde hij zich volledig toe op zijn drumstel.

Samen met het beginnende groepje Little Royal zette hij zijn eerste stappen op het podium. In 1969 werd hij officieel de nieuwe drummer van The Cadillacs, een groep die in Philadelphia al vrij bekend was.

Een jaar later, in 1970, sloot hij zich als drummer aan bij Harold Melvin & the Blue Notes.

Dankzij zijn warme, rijke stem en uitstekende vocale kwaliteiten schoof hij echter al snel door naar de positie van leadzanger.

Hij trok de aandacht van het componistenduo Gamble en Huff, wat leidde tot een succesvolle samenwerking met een reeks hits als resultaat, waaronder het fraaie ‘If You Don’t Know Me by Now’ .

Vanaf dat moment brak de meest succesvolle periode van de band aan.

Pendergrass voelde zich echter niet helemaal thuis bij The Blue Notes, aangezien hij op het podium al had bewezen meer affiniteit te hebben met stevigere nummers.

Bovendien ontstond er wrijving over de financiën, waarbij het leeuwendeel van de inkomsten naar Harold Melvin zou zijn gegaan.

Deze combinatie van factoren leidde in 1976 tot de onvermijdelijke breuk, waarna hij de groep verliet.

Teddy besloot het solo te proberen en nam met Gamble en Huff het album Teddy Pendergrass op, wat hem meteen goud opleverde.

In 1977 stelde hij zijn toenmalige vriendin aan als manager.

Hun professionele relatie liep echter op de klippen en enige tijd na hun breuk werd zij vermoord.

Hoewel Pendergrass tijdens haar uitvaart zong, werd hij verdacht van betrokkenheid, mede aangewakkerd door geruchten over banden met de Zwarte Maffia.

Tijdens de begrafenis zou dominee Jesse Jackson hem bovendien veelbetekenend hebben aangekeken toen hij dit onderwerp tijdens zijn homilie aansneed.

Ondanks deze turbulente periode reeg Teddy de muzikale successen aaneen.

Zijn tweede langspeler Life is a song worth singing was goed voor dubbel platina, net als de latere albums Teddy en TP.

Theodore mocht zich stilaan een superster noemen en kocht zich passend een riant buitenhuis en een Rolls-Royce.

Naast het grote platensucces bouwde hij in de Verenigde Staten een enorme livereputatie op.

Hij was de absolute lieveling van de vrouwen en speelde daar graag en veelzijdig op in.

Met zijn slogan rijk, jong en beschikbaar deed hij avond aan avond de luxetenten in Las Vegas vollopen met wild enthousiaste dames van alle leeftijden die hun idool van dichtbij wilden zien.

Zelf gaf hij aan dat zijn reputatie daarmee wel gemaakt was, al voelde hij zich soms beschaamd over de taferelen die zich in het publiek afspeelden en vond hij het ongepast wanneer gehuwde vrouwen zich zomaar kwamen aanbieden.

In 1981 scoorde hij in de Verenigde Staten nog een hit met het nummer ‘Girl You Know’, een duet dat hij zong met Stephanie Mills.

Eerder werkten ze al samen voor het duet Feel The Fire in 1978.

Het leven van de zanger nam op 18 maart 1982 een dramatische wending door een zwaar auto-ongeluk in Philadelphia.

De officiële lezing stelde dat het ongeval gebeurde na een basketbalwedstrijd, maar later bleek dat hij uit een nachtclub kwam in het gezelschap van de 31-jarige transgendervrouw Tenika Watson.

Ook rond deze gebeurtenis doken verhalen op over de Zwarte Maffia.

Zo zouden de remmen van zijn wagen niet hebben gefunctioneerd, een defect dat naar verluidt ook bij zijn eerdere auto’s was opgetreden.

Als gevolg van de crash liep Pendergrass een dwarslaesie op, waardoor hij vanaf zijn middel verlamd raakte.

Zijn passagier, Tenika Watson, kon na een medische behandeling het ziekenhuis weer verlaten.

Pendergrass weigerde steevast uitleg te geven over haar aanwezigheid in de auto.

Na zijn overlijden beweerde Watson in een interview echter dat de twee al sinds de jaren zeventig een relatie hadden.

Na een intensief revalidatietraject van zes maanden zette de zanger zich in voor lotgenoten door de Teddy Pendergrass Alliance op te richten, een stichting voor mensen met een ruggenmergletsel.

Zijn muzikale comeback volgde in 1984 met het album Love Language, waarop het succesvolle duet ‘Hold Me’ stond met het destijds opkomende talent Whitney Houston.

In 1985 maakte Pendergrass zijn grootse terugkeer op het podium tijdens Live Aid, waar hij het nummer ‘Reach Out and Touch’ zong en de gelegenheid nam om het publiek te bedanken voor alle steun.

Teddy Pendergrass beëindigde zijn podiumcarrière in 2007.

Hij overleed drie jaar later, in 2010, op 59-jarige leeftijd aan de gevolgen van darmkanker.

Hij liet een zoon en twee dochters na, die alle drie van verschillende moeders zijn.

Het is vandaag precies dertig jaar geleden dat we afscheid namen van de Vlaamse blueszanger Luke Walter Jr., die als Luc Renneboog het levenslicht zag.

Vanwege zijn diepe, warme stemgeluid werd hij ook wel de Belgische Tony Joe White genoemd.

Zijn muzikale reis kreeg begin jaren zeventig al vorm toen hij meewerkte aan een album van dichter Patrick Conrad.

Tijdens die opnames, geproduceerd door Roland Van Campenhout, ontmoette hij Albert Szukalski.

Deze kunstenaar werd een vriend voor het leven die Luke voortdurend stimuleerde om zijn weg in de muziekwereld te vervolgen.

Szukalski had zelf een indrukwekkend parcours afgelegd; hij studeerde aan de Antwerpse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en was daar assistent van grootheden als Jef Verheyen, Paul Van Hoeydonck en Vic Gentils.

Hij verwierf vooral bekendheid met zijn drapages en spookachtige gestalten.

Een van zijn meest iconische projecten is het beeldenpark in de Amerikaanse Death Valley-woestijn, waar hij onder andere Het Laatste Avondmaal creëerde met Jezus en de apostelen als verschijningen.

Zelfs in zijn laatste levensdagen, terwijl hij wegens keelkanker op de palliatieve dienst van het Antwerpse Middelheim-ziekenhuis verbleef, bleef hij creëren.

Met toestemming van de directie maakte hij daar samen met Fred Bervoets een laatste beeld van plaaster en polyester, dat slechts enkele dagen voor zijn overlijden in 2000 werd voltooid.

In 1986 richtte Luke Walter Jr. de band Blue Blot op.

De groepsnaam was een creatieve vondst, want een blue blot is letterlijk een blauwe inktvlek, wat mooi verwees naar hun muzikale blauwdruk van blues en soul.

Kort daarna verscheen in 1987 het debuutalbum Shopping For Love in een beperkte oplage. Blue Blot had toen al een sterke livereputatie opgebouwd met optredens op het Rhythm n Blues Festival in Peer.

De bezetting bestond destijds uit muzikanten zoals drummer Michael Schack en gitarist Marty Townsend.

Een leuk weetje over de band is dat zij destijds een unieke sound creëerden door de inzet van de toen nog relatief onbekende achtergrondzangeressen, die later zelf grote carrières zouden uitbouwen.

De vaste kern van deze getalenteerde dames bestond uit Anja Baert, Catherine Mys, Cindy Barg en Micheline Van Hautem, terwijl in de beginjaren ook presentatrice Sabine de Vos wel eens inviel.

Anja Baert kreeg naderhand grote bekendheid als soloartiest onder haar artiestennaam Chelsy.

Micheline Van Hautem maakte naam in de theaterwereld met haar veelgeprezen vertolkingen van het chansonrepertoire van Jacques Brel.

Zij kon daarbij ook rekenen op een trouwe schare bewonderaars; zo was ik destijds zelf een groot fan en trad ze ook geregeld op in mijn eigen zaak, de Hotsy Totsy in Gent.

Waar trouwens ook Luke Walter Jr. na een optreden in Gent en omgeving vaak naar de Hotsy Totsy kwam met zijn gezelschap.

De grote doorbraak volgde in 1991 met het album Bridge To Your Heart.

De door Dani Klein geproduceerde titeltrack en nummers als September en de Bill Withers-cover Who Is He (And What Is He To You)? werden grote successen.

Dani Klein, die destijds al succes oogstte met Vaya Con Dios, leverde bovendien zelf vocalen aan voor de titeltrack van die plaat.

Wist je dat het nummer ‘Bridge To Your Heart” oorspronkelijk niet eens als single gepland was, maar door de overweldigende reacties tijdens radio-interviews en liveoptredens alsnog werd uitgebracht?

Met de opvolger ‘Where Do You Go?’ kreeg de band ook voet aan de grond in het buitenland, mede dankzij radiohits zoals ‘Pretty Good’ en de Toto-cover ‘Hold The Line’.

Luke Walter Jr. stond erom bekend dat hij nummers zo intens kon brengen dat Toto-gitarist Steve Lukather destijds liet weten erg onder de indruk te zijn van hun coverversie.

Toen Luke Walter Jr. ziek werd door leukemie, kwam de band nog maar sporadisch bij elkaar.

Er werd zonder veel succes geëxperimenteerd met andere zangers, maar in 1996 bracht Luke zelf nog de soloplaat ‘Back To Normal’ uit.

Dit album was zijn muzikale testament en liet een zeer persoonlijke, breekbare kant van de zanger horen.

Na zijn overlijden zetten de overige bandleden hun carrière elders voort.

Michael Schack speelde later bij Clouseau, Angelico en Netsky, en groeide uit tot een internationaal gerespecteerde demonstrateur van elektronische drums.

Marty Townsend werd een veelgevraagd producer voor artiesten als Pop In Wonderland, Spark, John Terra, Jo Vally en Barbara Dex.

Ook speelde hij samen met Nick Beggs in de Belgische progrockband Fish On Friday.

Fish On Friday staat onder contract bij het Britse label Esoteric Recordings en heeft inmiddels zes albums op zijn naam staan, met ‘8 mm’ uit 2023 als meest recente wapenfeit.

Hun muziek wordt omschreven als een verfijnde mix van pop en progressieve rock die toegankelijk is voor een breed publiek.

Boy George mag vandaag 65 kaarsjes uitblazen.

Boy George werd op 14 juni 1961 geboren als George Alan O’Dowd in Eltham, een wijk in het zuidoosten van Londen.

Hij groeide op in een groot, levendig, maar ook turbulent arbeidersgezin van Ierse afkomst.

Zijn ouders, Jeremiah (Jerry) en Christina (Dinah) O’Dowd, hadden in totaal zes kinderen: George, zijn vier broers en een zus.

Zijn vader Jerry werkte in de bouw en stond bekend als een charismatische man die soms een moeilijk humeur had.

George heeft later in interviews en zijn autobiografie beschreven dat de sfeer thuis soms gespannen was door de driftbuien van zijn vader.

Zijn moeder Dinah werd door George omschreven als de rots in de branding die het gezin ondanks alles bij elkaar hield.

De band met zijn moeder was erg sterk, en hij bewonderde haar veerkracht enorm.

In 2026 verscheen er nog een documentaire waarin George dieper inging op deze familiegeschiedenis en de invloed van zijn Ierse wortels.

Tijdens zijn jeugd voelde George zich vaak een buitenbeentje, of zoals hij het zelf noemde, het roze schaap van de familie.

Terwijl zijn broers zich meer richtten op sport of in de voetsporen van hun vader traden in de bouw, was George gefascineerd door kunst, mode en muziek.

Hij werd sterk beïnvloed door artiesten als David Bowie en Marc Bolan van T. Rex.

Zijn vader nam hem op jonge leeftijd zelfs mee naar een concert van Bowie, wat een grote indruk op hem maakte.

Zijn opvallende verschijning leidde op school tot veel conflicten.

George begon al vroeg te experimenteren met make-up en extravagante kleding, wat er uiteindelijk toe leidde dat hij van school werd gestuurd.

Na zijn schooltijd nam hij verschillende baantjes aan om zijn passie voor mode te financieren, waaronder werk als fruitplukker en als make-upartist bij de Royal Shakespeare Company.

In de nachtelijke uren was hij een bekend gezicht in de Londense clubscene, waar hij uiteindelijk werd ontdekt en zijn weg naar de roem vond met de band Culture Club.

Gisteren nog vandaag

Boy George werd op 14 juni 1961 geboren als George Alan O’Dowd in Eltham, een wijk in het zuidoosten van Londen.

Hij groeide op in een groot, levendig, maar ook turbulent arbeidersgezin van Ierse afkomst.

Zijn ouders, Jeremiah (Jerry) en Christina (Dinah) O’Dowd, hadden in totaal zes kinderen: George, zijn vier broers en een zus.

Zijn vader Jerry werkte in de bouw en stond bekend als een charismatische man die soms een moeilijk humeur had.

George heeft later in interviews en zijn autobiografie beschreven dat de sfeer thuis soms gespannen was door de driftbuien van zijn vader.

Zijn moeder Dinah werd door George omschreven als de rots in de branding die het gezin ondanks alles bij elkaar hield.

De band met zijn moeder was erg sterk, en hij bewonderde haar veerkracht enorm.

In 2026 verscheen er nog een documentaire waarin George dieper inging op deze familiegeschiedenis en de invloed van zijn Ierse wortels.

Tijdens zijn jeugd voelde George zich vaak een buitenbeentje, of zoals hij het zelf noemde, het roze schaap van de familie.

Terwijl zijn broers zich meer richtten op sport of in de voetsporen van hun vader traden in de bouw, was George gefascineerd door kunst, mode en muziek.

Hij werd sterk beïnvloed door artiesten als David Bowie en Marc Bolan van T. Rex.

Zijn vader nam hem op jonge leeftijd zelfs mee naar een concert van Bowie, wat een grote indruk op hem maakte.

Zijn opvallende verschijning leidde op school tot veel conflicten.

George begon al vroeg te experimenteren met make-up en extravagante kleding, wat er uiteindelijk toe leidde dat hij van school werd gestuurd.

Na zijn schooltijd nam hij verschillende baantjes aan om zijn passie voor mode te financieren, waaronder werk als fruitplukker en als make-upartist bij de Royal Shakespeare Company.

In de nachtelijke uren was hij een bekend gezicht in de Londense clubscene, waar hij uiteindelijk werd ontdekt en zijn weg naar de roem vond met de band Culture Club.

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden scoorde de Schotse zangeres Aneka een gigantische nummer één-hit met het aanstekelijke ‘Japanese Boy’.

Het nummer werd geschreven door Bob Heatlie en geproduceerd door de Schotse producer Neil Ross.

Wat destijds niet iedereen wist, was dat achter het pseudoniem Aneka de gerespecteerde traditionele folkzangeres Mary Sandeman schuilging, die in haar thuisland Schotland al een gevestigde naam was.

Het idee voor de artiestennaam Aneka ontstond overigens heel toevallig toen ze een Schots telefoonboek doorbladerde en zocht naar een naam die een beetje exotisch en passend klonk bij het popconcept.

In Vlaanderen veroverde Japanese Boy moeiteloos de eerste plaats in de BRT Top 30, en ook in Groot-Brittannië, Ierland, Finland, Zwitserland en Zweden schoot de plaat door naar de absolute toppositie.

In de Nederlandse Top 40 moesten de fans genoegen nemen met een nog altijd zeer respectabele zevende plaats.

Wereldwijd gingen er destijds meer dan vijf miljoen exemplaren van de single over de toonbank.

Een leuk weetje is dat Mary Sandeman destijds al in de dertig was toen ze doorbrak als popster, wat destijds vrij ongebruikelijk was in de popwereld.

Bovendien trad ze tijdens promotie-optredens altijd op in een traditionele Japanse kimono en met een opvallend kapsel, een imagokeuze die tegenwoordig waarschijnlijk veel stof zou doen opwaaien, maar in de vroege jaren tachtig een slimme marketingtruc bleek te zijn.

In 2002 beleefde het nummer een enorme heropleving onder een compleet nieuwe generatie jongeren.

Het werd namelijk toegevoegd aan de soundtrack van het immens populaire computerspel Grand Theft Auto: Vice City, waardoor de iconische synthesizerklanken plotseling weer overal te horen waren.

Het succes van die eerste single bleek echter moeilijk te evenaren.

De opvolger ‘Little Lady’, die eveneens uit de pen van Bob Heatlie kwam, deed het in Vlaanderen nog heel aardig met een zevende plaats in de BRT Top 30.

In Nederland bleef de single steken op de achttiende plaats in de Top 40. De daaropvolgende single,

Ooh ‘Shooby Doo Doo Lang’ wist de hitlijsten niet meer te bereiken en strandde in de Tipparade.

Ook de singles die daarna uitkwamen ondergingen hetzelfde lot.

Na de release van haar laatste single ‘Heart To Beat’ in 1983 besloot de zangeres in 1984 definitief een punt te zetten achter haar popcarrière.

Na dit korte maar hevige popavontuur keerde ze in de jaren tachtig snel terug naar haar oorspronkelijke passie: de traditionele Schotse folkmuziek en Keltische, Gaelische zang.

Onder haar eigen naam Mary Sandeman trad ze onder andere op met het prestigieuze Scottish Fiddle Orchestra en bracht ze gewaardeerde albums uit in haar vertrouwde genre.

In 2006 dook ze nog even op in de publiciteit toen ze meewerkte aan een Britse televisiedocumentaire over eendagsvliegen, de bekende one-hit wonders.

Ze weigerde destijds echter resoluut om naar Londen te reizen voor een reoptreden op televisie.

Ze gaf nuchter aan dat ze nog altijd achter het nummer stond, maar dat ze absoluut geen behoefte meer had om de popact van weleer te herhalen.

Volgens de laatste updates woont Mary Sandeman, die inmiddels 78 jaar oud is, in het schilderachtige Perthshire in de buurt van het Schotse Stirling.

Om bezig te blijven na haar muzikale loopbaan werkte ze de afgelopen decennia onder andere als parttime stadsgids in Stirling, waarbij ze toeristen met veel plezier rondleidde door de Schotse geschiedenis.

Tegenwoordig geniet ze in alle rust van haar pensioen en van haar gezinsleven als trotse grootmoeder.

Alvin Stardust, de man in het zwarte leer en zijn onverwachte succesverhaal.

Aanvankelijk begon Bernard William Lewry zijn muzikale carrière in het begin van de jaren zestig onder de artiestennaam Shane Fenton.

Met zijn band The Fentones kende hij wat lokaal succes. Een opmerkelijk weetje uit die tijd is dat Lewry eigenlijk de roadie van de band was.

Toen de oorspronkelijke zanger, de echte Shane Fenton, vlak voor een belangrijke BBC-auditie door gezondheidsproblemen plotseling overleed, nam Lewry noodgedwongen zijn plaats én zijn naam over om de kans niet aan de band voorbij te laten gaan.

Jaren later kreeg zijn carrière een onverwachte en zeer succesvolle wending.

Componist Peter Shelley had het nummer ‘My coo ca choo’ geschreven en was oorspronkelijk van plan om dit zelf uit te brengen.

Hij had daarvoor zelfs al de extravagante artiestennaam Alvin Stardust bedacht.

Omdat Shelley echter in 1973 samen met Michael Levy een doorstart maakte van hun eigen platenfirma, Shelley Magnet Records, ontbrak het hem simpelweg aan tijd om zelf op te treden en promotie te voeren.

Shelley vond voormalig tieneridool Shane Fenton bereid om in de huid van Alvin Stardust te kruipen en het nummer op het podium te promoten.

Deze samenwerking legde hen geen windeieren, want ‘My coo ca choo’ werd een daverend mondiaal succes.

In Australië stond het nummer maar liefst zeven weken op de eerste plaats.

Ook in Oostenrijk en Noorwegen liep de verkoop uitstekend, met respectievelijk een tweede plaats gedurende zestien weken en een vierde plaats in negen weken.

In Vlaanderen bereikte de single op 2 februari 1974 een mooie derde plaats in de BRT Top 30.

Wat Peter Shelley betreft: hij zou een jaar na dit succes alsnog zelf singles gaan uitbrengen onder zijn eigen naam.

Zijn single ‘Love Me Love My Dog’ uit 1975 deed het behoorlijk goed.

In de Lage Landen kennen we de melodie van dit nummer vooral dankzij Rudi Carrell, die er in 1976 met ‘Samen ’n straatje’ een hit mee scoorde in de Nederlandse vertaling.

Na het gigantische succes van zijn debuutsingle bracht Alvin Stardust nog enkele opvolgers uit, waaronder ‘Red dress’ en ‘You, you, you’.

De zanger cultiveerde in deze periode een zeer kenmerkend imago: strak in het zwarte leer, met grote bakkebaarden, opvallende zwarte handschoenen en een grote, dikke ring om zijn vinger.

Hij nam tijdens tv-optredens steevast een mysterieuze, ietwat norse houding aan die sterk deed denken aan rock-‘n-roll-legendes zoals Gene Vincent.

Bovendien werd hij in Groot-Brittannië een iconisch gezicht door zijn deelname aan een beroemde verkeersveiligheidscampagne, waarin hij Britse kinderen op het matje riep als ze niet goed uitkeken bij het oversteken.

Na de hoogtijdagen in de jaren zeventig werd het even wachten, maar in 1981 maakte hij een krachtige comeback met zijn coverversie van ‘Pretend’.

Dit nummer werd oorspronkelijk in 1952 geschreven door Lew Douglas, Dan Belloc en Frank Lavere en werd destijds wereldberoemd gemaakt door Nat King Cole.

De uitvoering van Alvin Stardust bleek een groot succes te zijn.

Een leuk detail over deze comeback is dat ‘Pretend’ hem in het Verenigd Koninkrijk zijn grootste succes sinds lange tijd opleverde en de deuren naar het legendarische televisieprogramma Top of the Pops opnieuw wijd voor hem opende.

Ook in de Benelux was het een voltreffer: de single bereikte op 12 december 1981 de eerste plaats in de Vlaamse BRT Top 30 en behaalde in de Nederlandse Top 40 een knappe derde plaats.

Ook in de jaren die daarop volgden, wist Alvin Stardust nog enkele hits te scoren.

Zo was hij in 1982 succesvol met ‘A Wonderful Time Up There’ en had hij in 1985 nog een notering met ‘I Feel Like Buddy Holly’.

Naast zijn muziekcarrière speelde hij succesvol mee in diverse theatermusicals zoals Godspell en Chitty Chitty Bang Bang, en verscheen hij regelmatig in Britse televisieseries.

Het leven van deze veelzijdige artiest kwam ten einde in oktober 2014, slechts enkele weken nadat er uitgezaaide prostaatkanker bij hem was vastgesteld.

Bernard William Lewry, de man die we ons altijd zullen herinneren als de in leer gehulde Alvin Stardust, werd 72 jaar oud.

Vandaag is het alweer twee jaar geleden dat Françoise Hardy, een onuitwisbare stem in de Franse popwereld, op 80-jarige leeftijd overleed na een slepende ziekte.

De Parijse, geboren op 17 januari 1944, begon haar carrière als tieneridool met dromerige, melancholische liedjes.

Ze oogstte al snel de bewondering van talloze beroemdheden; zo bekende David Bowie ooit dat hij stiekem verliefd op haar was.

Een van haar absolute tophits is ‘Comment te dire adieu’.

Dit nummer is de Franse bewerking van ‘It Hurts To Say Goodbye’, dat oorspronkelijk door Jack Gold was geschreven voor Margaret Whiting.

De gevatte Franse tekst kwam van de hand van Serge Gainsbourg.

Door de jaren heen is het lied veelvuldig gecoverd door onder meer Jim Nabors, Amanda Lear en uiteraard Jimmy Somerville.

Hardy’s privéleven werd sterk getekend door haar relatie met zanger en acteur Jacques Dutronc.

Na een jarenlange latrelatie traden ze in 1981 in het huwelijk. In haar autobiografie omschrijft ze hem als een ongrijpbare man, steevast verscholen achter een zonnebril en een wolk van sigarenrook.

Hij was bovendien zelden thuis vanwege tournees of filmopnames.

Hoewel ze officieel altijd getrouwd zijn gebleven, bouwde hij later een nieuw leven op Corsica op met actrice Sylvie Duval.

In een openhartig interview blikte de zangeres ooit terug op dit complexe huwelijk.

Ze omschreef Dutronc als een man van weinig woorden, die over haar opmerkte dat ze slim was, omdat ze kritiek altijd behendig verzachtte met een compliment.

Hun relatie vormde een enorme inspiratiebron voor haar liefdesliedjes en de ontelbare brieven die ze hem schreef.

Hoewel de romantische liefde uiteindelijk uitdoofde, bleef hij wel bij haar overnachten wanneer hij in Parijs was.

Hardy besefte naar eigen zeggen pas op latere leeftijd dat haar echtgenoot behoefte had aan een dubbelleven.

Enerzijds zette hij de vrouw van wie hij hield op een voetstuk, maar anderzijds zocht hij stiekem de spanning op in vluchtige avontuurtjes.

Achteraf was ze opgelucht dat ze dit als jonge vrouw niet volledig had beseft, omdat het haar destijds ongetwijfeld gebroken zou hebben.

Met de jaren kon ze zijn hang naar avontuur echter loslaten en accepteerde ze hem zoals hij was.

In hetzelfde interview gaf ze toe lange tijd ongelukkig te zijn geweest, wat haar juist aanzette tot schrijven.

Ze herkende daarin een zekere hang naar tragiek, aangezien ze zich simpelweg niet kon aangetrokken voelen tot een brave, stabiele man.

Hoewel ze later in haar leven emotionele rust vond, werd haar laatste levensfase getekend door zwaar fysiek lijden.

De zangeres kampte jarenlang met lymfeklier- en keelkanker.

Deze ingrijpende ziektegeschiedenis zorgde ervoor dat ze zich in haar laatste jaren nadrukkelijk begon uit te spreken voor het recht op euthanasie.

Ondanks haar roem was Hardy naar eigen zeggen een kluizenaar van nature.

Ze hield het schrijven van een autobiografie lang af met de smoes dat haar leven te saai zou zijn om over te lezen.

Ze verbleef immers het liefst ongestoord tussen haar vier muren met boeken, muziek en schrijfwerk.

Haar wereldje was klein en bestond vooral uit haar zoon Thomas Dutronc en enkele hechte vrienden.

Haar geluk vond ze in kleine, alledaagse momenten: goed eten, wandelen in het Bois de Boulogne en in alle stilte genieten van de bomen en de zonsondergang.

De natuur bood haar een meditatieve rust en een vredige manier om zich van de buitenwereld af te sluiten.

Gisteren nog vandaag