40 jaar geleden, Kenny Loggins, een gelukkige Amerikaanse superster.

Kenny Loggins’ carrière begon in 1969, toen hij kortstondig gitaar speelde in de psychedelische rockband The New Improved Electric Prunes.

Al snel bleek zijn talent als liedjesschrijver, in 1970 schreef hij nummers voor The Nitty Gritty Dirt Band, die later als The Dirt Band in 1980 in onze contreien een hit scoorden met het nummer “An American Dream”.

Zijn volgende stap was een succesvolle samenwerking met Jim Messina, een voormalig lid van Poco en Buffalo Springfield.

Als Loggins & Messina werden ze een fenomeen, met maar liefst 16 miljoen verkochte albums waren ze het succesvolste Amerikaanse duo, totdat Hall & Oates die titel opeisten.

In 1977 koos Loggins voor een solopad en bracht hij zijn debuutalbum “Celebrate Me Home” uit.

Hierop stond het prachtige duet “Whenever I Call You Friend” met Fleetwood Mac’s Stevie Nicks.

Het nummer werd in de zomer van 1978 zijn eerste solohit, met een mooie vijfde plaats in de Amerikaanse hitlijsten.

De samenwerking met Michael McDonald bleek goud waard, zo schreven ze samen het nummer “What A Fool Believes” dat een nummer 1-hit werd voor The Doobie Brothers in Amerika.

En natuurlijk was er ook het nummer “This Is It”, Loggins’ zijn tweede grote hit.

De single bereikte de elfde plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100 en werd genomineerd voor een Grammy Award voor Best Male Pop Vocal Performance.

Dit nummer, uitgebracht in 1979 in Amerika en in Europa pas in januari 1980, deed het matig in de Nederlandse Top 40 en bereikte daar de vijfentwintigste plaats en in Vlaanderen bleef een hitnotering zelfs uit.

In de jaren 80 werd hij de koning van de filmsoundtracks, want na “Footloose” leverde hij in 1986 opnieuw een bijdrage met de kaskraker Top Gun.

Het opzwepende “Danger Zone” werd een gigantische hit in Amerika en strandde op een haar na op de felbegeerde nummer 1-positie

50 jaar geleden, Tom Jones, de vakantie van een showgod.

In de Joepie van 16 april 1975, waren Engelbert Humperdinck en Tom Jones nog vrienden.

Er zijn verschillende geruchten en verklaringen over de oorzaak van hun vete.

Zo gaan er al lang geruchten dat Engelbert Humperdinck avances zou hebben gemaakt naar Charlotte Laws, die destijds, in 1979, een relatie had met Tom Jones.

Laws zelf heeft in interviews bevestigd dat Humperdinck inderdaad ongepaste acties heeft ondernomen in haar bijzijn.

Hoewel ze stelt dat de vete al voor dit incident bestond, kan het de relatie zeker geen goed hebben gedaan.

Tom Jones heeft in het verleden zeer onvriendelijke dingen over Engelbert Humperdinck gezegd in interviews, hem onder andere een “klootzak” noemend. Engelbert Humperdinck reageert over het algemeen milder in het openbaar, maar de vijandigheid lijkt wederzijds.

Engelbert Humperdinck heeft zelf in interviews gesuggereerd dat de werkelijke reden van hun breuk iets anders was dan wat in de media wordt gespeculeerd, maar hij wilde er niet in detail over uitweiden.

Ondanks dat Engelbert Humperdinck in het verleden heeft aangegeven de strijdbijl te willen begraven en zelfs zijn medeleven betuigde toen zijn vouw Linda Woodward van Tom Jones in 2016 overleed, is er zeker geen sprake van een hereniging.

Tom Jones heeft herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat hij geen interesse heeft in een vriendschap met Humperdinck.

40 Jaar Geleden: Don Henley’s “The Boys of Summer” Single van de Week in de Joepie.

De recensie in Joepie, hoewel kort, schetst een leuk beeld van de muzikale smaak van journalisten van die tijd.

“Ook de ex-Eagles-drummer omringt zich ondanks de aanwezigheid van gitarist-producer Danny Kortchmar vooral met elektronika,” lezen we.

Verder merkt Joepie op: “Henley’s stemgeluid doet het nog steeds, maar op deze single is het heilig vuur duidelijk zoek.”

Hoewel Henley’s stem nog steeds overeind blijft, mist de single volgens het tijdschrift de bezieling die men van hem gewend was.

Dit kan te maken hebben met de overgang naar een meer jaren 80 geluid, wat in die tijd niet altijd goed ontvangen werd door de media en de fans van meer traditionele rockmuziek.

Wat Joepie destijds niet vermeldde, is dat het nummer geschreven is door Mike Campbell, bekend als gitarist van Tom Petty and the Heartbreakers, samen met Don Henley zelf.

De single, uitgebracht op het label Geffen/CBS met catalogusnummer 4945, markeerde een keerpunt in Henley’s solocarrière.

Hoewel destijds een radiohit, bleef het succes in de hitlijsten in onze contreien beperkt.

In Vlaanderen kwam “The Boys of Summer” niet verder dan de Tipparade en in Nederland piekte het op een bescheiden drieëntwintigste plaats in de Top 40.

Opmerkelijk is dat een cover van de Spaanse DJ Sammy met vocalen van de Nederlandse zangeres Loona in 2003, wél een hit werd in Vlaanderen.

Deze versie bereikte de twintigste plaats in de Super Top 50, waarmee het origineel van Henley in Vlaanderen commercieel werd overtroffen.

In Nederland bereikte deze cover de negentiende plaats in de Top 40 en deed het dus ook beter dan Don Henley.

“The Boys of Summer” is een duidelijk voorbeeld van een nummer dat in de loop der tijd aan waardering heeft gewonnen.

Ondanks het schijnbaar ontbreken van het “heilig vuur” volgens de Joepie-recensent van 1985, en het aanvankelijk matige succes in de Lage Landen, is het uitgegroeid tot een klassieker uit de jaren 80 (Joepie 3 februari 1985)

Vandaag, 3 februari 2025, herdenken we dat het 26 jaar geleden is dat de getalenteerde zangeres Gwen Guthrie, op slechts 48-jarige leeftijd, bezweek aan de gevolgen van baarmoederkanker in Orange, New Jersey.

Gwen Guthrie, geboren en getogen in Newark, New Jersey, toonde al op jonge leeftijd een uitzonderlijk muzikaal talent.

Haar vader leerde haar piano spelen toen ze nog maar acht jaar oud was, en op school verdiepte ze zich in de klassieke muziek.

Naast haar formele opleiding zong ze ook voor haar plezier op straatfeesten en partijen.

Begin jaren zeventig zong ze in de zanggroepen The Ebonettes en The Matchmakers.

Na haar opleiding werkte ze als onderwijzeres, maar de muziek bleef trekken.

In 1974 deed ze auditie als studiozangeres voor Aretha Franklin en ze kreeg de baan en dit was het begin van een indrukwekkende carrière als achtergrond- en sessiezangeres.

Haar veelzijdige en krachtige stem maakte haar ook een veelgevraagd zangeres in de reclamewereld.

Ze zong in talloze jingles, vaak samen met haar vriendin Valerie Simpson, bekend van het duo Ashford & Simpson.

Ook de samenwerking met Luther Vandross was een vruchtbare periode in haar carrière.

Als sessiezangeres liet Guthrie haar stempel achter op albums van een indrukwekkende lijst artiesten, waaronder Kenny Loggins, Steely Dan, The Affair, George Howard, Noel Pointer, Houston Person, Angela Bofill, John Blake, Roberta Flack en Billy Griffin.

Naast zingen bleek Guthrie ook een begenadigd liedjesschrijver.

In 1975 componeerde ze “Supernatural Thing” voor Ben E. King, dat een top 10-hit werd.

Ook schreef ze nummers voor Isaac Hayes.

Voor het debuutalbum “Circle Of Love” van The Sister Sledge schreef ze maar liefst zeven nummers, samen met haar toenmalige vriend, trombonist en bassist Patrick Grant (Haras Fyre).

Eind jaren zeventig nam ze een soloplaat op voor Columbia Records, maar deze werd helaas nooit uitgebracht.

Teleurgesteld vertrok ze naar Jamaica, waar ze een jaar verbleef.

Na haar terugkeer in de Verenigde Staten kreeg ze een contract bij Chris Blackwell van Island Records.

In 1982 werd haar eerste officiële soloalbum, simpelweg getiteld “Gwen Guthrie”, uitgebracht.

Het album bevatte een mix van R&B, reggae en dancemuziek.

Haar grootste succes kwam in 1986 met de onweerstaanbare discoklassieker “Ain’t Nothin’ Goin’ On But The Rent”.

Dit nummer werd een wereldwijde hit en had een belangrijke invloed op de ontwikkeling van housemuziek.

Tot 1988 had ze nog enkele kleinere hits in het Verenigd Koninkrijk. In de jaren negentig richtte Guthrie zich voornamelijk op het arrangeren en produceren van muziek.

Vandaag 40 jaar geleden, Spandau Ballet te gast in Brielpoort in Deinze.

Op 2 februari 1985, vandaag exact 40 jaar geleden, landde de Spandau Ballet World Parade in de Brielpoort in Deinze.

Na enkele Britse new wave hits, waaronder hun vijfde top 10-hit in de Britse top 40 “Lifeline” in de herfst van 1982, brak Spandau Ballet in 1983 wereldwijd door met hun derde LP ‘True’.

Dit album, met een meer jazzy, poppy en soulvol geluid, leverde de monsterhits “True” en “Gold” op, beide geschreven door Gary Kemp, die verantwoordelijk was voor alle 22 Spandau Ballet singles.

Voor de ingang van de Brielpoort verdrongen fans, getooid met Spandau-petjes en sjaaltjes, zich om een glimp van hun idolen op te vangen.

Honderden jongelui stonden ongeduldig te wachten, hier was duidelijk iets aan de hand: “Welcome To The Spandau World Parade!”

De nokvolle zaal was gevuld met een opgewonden menigte, popelend om de favoriete band van het moment te zien.

Het publiek, overwegend vrouwelijk en net geen twintig, liet zien dat Spandau Ballet niet langer alleen de allerkleinsten wist te bekoren.

Tussen de jonge fans kon je ook ouders spotten die gretig langs de tientallen stalletjes met Spandau-prullaria schoven.

Posters, ter grootte van een rol behangselpapier, badges, sjaals, alles was versierd met het verzorgde Spandau-logo.

Een goed draaiende nevenhandel voor elke populaire Engelse band, een lucratieve business zo bleek uit de kooplustige fans die de stalletjes afschoven.

Precies op tijd ging de bel en stormde iedereen naar hun, ongetwijfeld duur betaalde, stoeltjes.

Een flard populaire klassieke muziek zwermde over de tienduizend hoofden, het donkere gordijn werd met een fikse ruk weggetrokken en daar stonden ze: de halfgoden van de Britse popindustrie.

Vijf jongens die, ondanks wat kritische tegenwind, op drie jaar tijd de absolute top hadden bereikt.

Met “Communication” zette de band meteen de toon voor de avond.

De zaal swingde, en van stilzitten was nauwelijks sprake meer.

De heupbewegingen van Tony Hadley, perfect te volgen op het grote videoscherm, werden begroet met luid gejoel.

Een thuiswedstrijd voor het Londense vijftal in het hart van Vlaanderen.

De veelgehoorde kritiek dat Spandau live niet sterk zou zijn, werd door Gary Kemp met een paar loeiende gitaarsolo’s, en saxofonist Steve Norman met een glasheldere solo, van de kaart geveegd.

Na een half uur nam de band gas terug en liet Hadley een paar nummers ‘croonen’, waarbij zijn jasje en hoge boord vakkundig werden opgevangen door de roadies. “True” werd het eerste hoogtepunt, gevolgd door “Gold” en “Code Of Love”.

Hadley praatte met zijn publiek alsof hij in een pub stond te praten, de jongens hadden het entertainersvak, door het vele ‘on the road’ zijn, duidelijk onder de knie.

Het decor in de achtergrond wisselde nog sneller dan de outfits van de bandleden zelf.

De belichting was sober, maar de kleuraccenten pasten perfect bij de sfeer van elk nummer.

Spandau werd natuurlijk teruggeroepen voor een toegift en het gekrijs was tot ver in de omtrek te horen. “Paint Me Down” en “Chant No. 1” sloten de bijna twee uur durende show af.

Spandau Ballet bewees die avond in Deinze meer te zijn dan een opgepepte hitmachine.

Hun fraaie pakjes verborgen allerminst een gebrek aan muzikaal talent. Een band om in de gaten te houden, zeker na hun eclatante succes in de Wembley Arena!

Na de split in 1990 kwam de band in 2009 weer bij elkaar.

In 2019 viel het doek definitief, na het vertrek van zanger Tony Hadley in 2017 (vervangen door Ross William Wild).

Ondanks het einde van Spandau Ballet in zijn klassieke vorm, blijven de bandleden actief.

Gary Kemp speelt in Nick Mason’s Saucerful Of Secrets en acteert.

De broers Kemp speelden samen in de films The Krays en The Bodyguard.

Ook op muzikaal vlak blijft de erfenis van Spandau Ballet nazinderen, hun laatste album, Once More, verscheen in 2009.