Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Madonna werd geboren als Madonna Louise Ciccone op 16 augustus 1958 in Bay City, Michigan, en verhuisde in 1978 naar New York om een carrière in de moderne dans na te streven.
Het nummer Lucky Star mag gezien worden als haar eerste grote hit en was haar derde single en is ook terug te vinden op haar titelloze debuutalbum uit 1983.
Het nummer werd geschreven door Madonna zelf, met de bedoeling dat haar vriend Mark Kamins, de resident-dj van de club Danceteria, het zou draaien in zijn sets.
Madonna had al eerder met Kamins samengewerkt aan haar eerste single Everybody, die in 1982 werd uitgebracht door Sire Records.
Voor de opname van haar debuutalbum besloot Madonna echter om met Warner-producer Reggie Lucas te werken, die ook het nummer Borderline schreef.
Maar er ontstonden problemen tussen Madonna en Lucas, en hij verliet uiteindelijk het project.
Toen riep Madonna haar vriendje John “Jellybean” Benitez erbij om aan de overige nummers te werken.
Benitez remixte onder andere Lucky Star en gaf het een meer poppy geluid.
De tekst van Lucky Star is een dubbelzinnigheid die een geliefde vergelijkt met de sterren aan de hemel.
Het bereikte de vierde plaats op de Billboard Hot 100, waarmee het Madonna’s eerste topvijfhit in de VS werd.
Het stond ook op nummer één op de Hot Dance Club Play-lijst en op nummer veertien op de Hot R&B/Hip-Hop Songs-lijst.
In het Verenigd Koninkrijk haalde het nummer de veertiende plaats.
In Vlaanderen bereikte het nummer de vijfentwintigste plaats in de Joepie Top 30, maar niet terug te vinden in Brt Top 30 of in de Nederlandse Top 40.
De videoclip voor Lucky Star werd geregisseerd door Arthur Pierson en toont Madonna dansend voor een witte achtergrond, gekleed in een zwart topje, een zwarte rok en veel sieraden.
Ze wordt vergezeld door twee mannelijke dansers, haar broer Christopher Ciccone en Erika Belle.
De clip was een van de eerste die Madonna’s kenmerkende stijl liet zien, die veel jonge meisjes inspireerde om haar na te bootsen.
Lucky Star was ook een vast onderdeel van Madonna’s liveoptredens. Ze zong het nummer tijdens haar eerste tournee The Virgin Tour in 1985, waarbij ze een sterrenhemel als decor gebruikte.
Ze zong het ook tijdens haar Who’s That Girl World Tour in 1987, waarbij ze een medley maakte met Holiday.
In 2001 zong ze een akoestische versie van Lucky Star tijdens haar Drowned World Tour, waarbij ze het nummer combineerde met Don McLean’s American Pie.
In 2008 zong ze een remixversie van Lucky Star tijdens haar Sticky & Sweet Tour, waarbij ze het nummer vermengde met Give It 2 Me.
In haar huidige “greatest hits” tournee staat het nummer niet op haar setlist.
Door te poseren voor Playboy bewees ze eind jaren 70 dat ze in ieder geval geen travestiet was.
Maar de geruchten werden er niet door gestopt.
Zelfs recent bleef de controverse levend, toen in 2011 een Italiaanse krant uitpakte met een “geboorteakte” van een zekere Alain Tap, die geboren was in 1939 – veel vroeger dan altijd gedacht werd: Lear zou eind jaren 40 geboren zijn, maar die gegevens baadden altijd al in een sfeer van geheimzinnigheid – én een foto van een jonge Tap, met een gezicht dat sprekend geleek op dat van Lear.
“Net als alle mensen in de showbizz moet ik altijd acteren”, vertelde ze in 2009 tijdens een bezoek aan Brugge.
Het heeft haar muziekcarrière eind jaren 70 alvast geen kwaad gedaan.
Want Met behulp van de producer Anthony Monn ontpopte ze zich tot de blanke “queen of disco” en verwierf ze in 1978 wereldfaam met de hit “Follow me”.
Ook de volgende singles Queen of China-Town ( uitgebracht in 1977, maar door haar succes in 1978 terug uitgebracht), Enigma (Give a bit of mmmh to me), Gold, The sphinx en Fashion pack waren een groot succes. (Diverse bronnen en Wikipedia)
De single was in Vlaanderen goed voor een zesde plaats in de Brt Top 30, in Nederland was het nummer goed voor een vierde plaats in de Top 40.
Het nummer werd geschreven door de gitarist en zanger Artie Lamonica en geproduceerd door Mike Thorne.
Producer Mike Thorne heeft samengewerkt met veel verschillende artiesten, van pop tot rock, van punk tot elektronica.
Hij begon zijn carrière als geluidstechnicus bij de BBC, waar hij onder andere werkte met John Peel, David Bowie en Pink Floyd.
Later richtte hij zijn eigen platenstudio Rimshot Studio, gelegen in Kent en produceerde hij albums voor bands als Wire, Soft Cell, Bronski Beat, Carmel en The The.
Het nummer Tell Me Your Plans verscheen ook op het debuutalbum van de band, dat ook The Shirts heette.
De single Samba d´Amour bereikte niet de hitparade in Vlaanderen en Nederland.
Het nummer is geschreven door de Spaanse componist Fernando Arbex die ook verantwoordelijk was voor de productie.
Fernando Arbex was een invloedrijke Spaanse muzikant en songwriter uit Madrid, die succes had met zijn eigen groepen en ook met andere artiesten.
Hij was de drummer van Los Estudiantes, de eerste pop-rockband in Spanje, en later van Los Brincos, die vaak werden gezien als de “Spaanse Beatles”.
Na het uiteenvallen van Los Brincos in de late jaren zestig, richtte hij de progressieve Latin rock trio Alacrán op met Iñaki Egaña en Oscar Lasprilla, en bracht een album uit dat werd vergeleken met Santana.
Daarna stichtte hij samen met Egaña de Latin disco en rock-georiënteerde Barrabás, die veel succes had in Europa in de jaren zeventig.
Hun bekendste hit “Woman” was een clubhit in de VS.
Arbex werkte ook als producer en songwriter voor veel succesvolle acts, zoals Jose Feliciano, Harry Belafonte, Nana Mouskouri, Emilio Aragón, Miguel Bosé en Middle of the Road.
Hij componeerde ook originele muziek voor de eerste Spaanse musical “La Maja de Goya”, en muziek voor film en ballet.
In 2000 kwam hij weer samen met Los Brincos voor een zeer succesvol speciaal concert in A Coruña, en nam hij ook op met een heropgerichte Barrabás.
Fernando Arbex overleed op 5 juli 2003 na een lange ziekte.
De single is afkomstig van haar debuutalbum Jennifer Paige.
De toen nog onbekende zangeres nam het nummer op onder leiding van muziekproducent Andy Goldmark.
Die bracht de definitieve versie zonder enige verdere opsmuk naar het plaatselijk radiostation KIIS-FM in Los Angeles.
Dat radiostation zond het talloze keren uit, ook omdat er steeds verzoeken voor dit liedje kwamen.
In de Verenigde Staten haalde het 35 weken de Billboard Hot 100 waarvan 10 weken op nummer 3 (als hoogste positie).
In Engeland stond het twaalf weken genoteerd met als hoogste plaats vier.
Bij ons in Vlaanderen komt de single niet verder dan de zeventiende plaats. In Nederland doet ze het veel beter en bereikt ze de zesde plaats in de Top 40.
Het nummer behaalde wel de nummer1-positie in Australië, Canada, Nieuw-Zeeland, Spanje en Rusland.
Een van zijn grootste hits was Ma Préférence, een nummer dat hij in 1978 uitbracht op zijn album Jaloux.
Het nummer schreef hij zelf en dit samen met Jean-Loup Dabadie.
Jean-Claude Petit schreef de arrangementen en was ook verantwoordelijk voor de productie.
Jean-Claude Petitj heeft gewerkt met zowel jazzlegendes als popsterren, en heeft ook muziek geschreven voor theater, opera en film.
Petit begon zijn muzikale opleiding aan het Collège National Superieur de la Musique in Parijs, waar hij eerste prijzen behaalde in harmonieleer, fuga en contrapunt.
Tijdens zijn studie speelde hij piano in de Parijse nachtclubs, waar hij Amerikaanse sterren begeleidde zoals Dexter Gordon, Johnny Griffin en Kenny Clarke.
Hij raakte zo vertrouwd met de jazzstijl, die hij later zou combineren met andere invloeden.
In de jaren 70 bracht Petit drie popjazz-albums uit onder zijn eigen naam: Jean-Claude Petit (1970), Jean-Claude Petit et son orchestre (1972) en Jean-Claude Petit et son grand orchestre (1974).
Deze albums laten zijn talent zien als componist en arrangeur van originele en swingende nummers.
Hij werkte ook samen met vele Franse popartiesten, zoals Serge Lama, Sheila, Claude François, Mink DeVille, Joan Baez, Michel Sardou, Alain Souchon, Sylvie Vartan, Jairo, Mortimer Shuman en Gilbert Bécaud. Hij verzorgde de arrangementen en speelde piano op hun platen en concerten.
Petit maakte ook naam als theatercomponist. Hij schreef muziek voor stukken van Robert Hossein, Victor Haïm en vele andere succesvolle regisseurs.
Hij creëerde sfeervolle en dramatische muziek die perfect aansloot bij de thema’s en de sfeer van de voorstellingen.
Hij componeerde ook twee opera’s: Sans Famille (Nice, 2007) en Colomba (Marseille, 2014).
Deze opera’s zijn gebaseerd op bekende Franse romans en tonen zijn vermogen om klassieke en moderne elementen te vermengen.
Petit is echter vooral beroemd om zijn filmmuziek.
Hij heeft meer dan 100 filmscores geschreven voor Franse en internationale films.
Hij werkte samen met gerenommeerde regisseurs zoals Jean-Paul Rappeneau, Pat O’Connor, Bertrand Blier, Claude Lelouch en Claude Berri.
Hij won een César voor beste originele muziek voor Cyrano de Bergerac (1990), een episch historisch drama met Gérard Depardieu.
Hij schreef ook memorabele muziek voor The Playboys (1992), een romantische komedie met Albert Finney en Aidan Quinn, en Jean de Florette (1986) en Manon des Sources (1986), twee films gebaseerd op de roman van Marcel Pagnol.
Zijn muziek is vaak melodieus, expressief en kleurrijk, met invloeden van folk, jazz, klassiek en wereldmuziek.
Ma Préférence gaat over de liefde die Julien Clerc voelt voor zijn geliefde, die hij boven alles verkiest.
Het nummer werd een groot succes in Frankrijk en andere Franstalige landen.
In Vlaanderen bereikte het nummer niet de hitlijsten, terwijl in Nederland het nummer goed was voor een tweeëndertigste plaats in de Top 40.
Het is nummer is ook gecoverd door onder meer Sacha Distel, Michel Delpech en in Vlaanderen door Nicole en Hugo.
Het nummer Ay No Digas was in Vlaanderen goed voor een zevende plaats in de Brt Top 30 en in Nederland bereikte de single zelfs de derde plaats in de Top 40.
Chris Montez schreef het nummer zelf, samen met Billy Meshel, die ook de productie deed.
Chris Montez had eerder al succes gehad met rock-‘n-rollnummers als Let’s Dance en Some Kinda Fun, maar hij veranderde zijn stijl naar meer romantische en rustige muziek onder invloed van Herb Alpert.
Hij nam ook covers op van klassiekers als The More I See You en There Will Never Be Another You.
Zijn carrière duurde tot in de jaren zeventig, toen hij zich meer ging richten op zijn privéleven en zijn geloof.