Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Toni Braxton is de oudste van zes kinderen en groeide op in een streng religieus gezin, aangezien haar vader geestelijke was.
Haar allereerste optreden was dan ook het meezingen in het kerkkoor.
Na de basisschool op de Richard Henry Lee Elementary School doorliep ze de Corkran Middle School en Glen Burnie High School.
Hoewel ze vervolgens een studie volgde aan de Bowie State University om lerares te worden, ontdekte ze al snel dat haar ware passie in de muziek lag.
Haar muzikale carrière kende vele successen. Ze begon in de soulgroep The Braxtons samen met haar vier zussen, waarna ze doorbrak met een uiterst succesvolle solocarrière.
Wereldwijd verkocht ze zo’n 48 miljoen platen en won ze maar liefst zeven Grammy Awards.
Haar grootste en bekendste hit is Unbreak My Heart, maar ze scoorde eveneens hoog met singles als Breathe Again, You’re Makin’ Me High, I Don’t Want To en He Wasn’t Man Enough.
In 2006 behaalde ze voor de laatste maal een Europese hit met The Time Of Our Lives, een samenwerking met Il Divo.
Als eerbetoon aan haar oeuvre werd ze in 2011 opgenomen in de Georgia Music Hall of Fame.
Toch kende haar loopbaan ook de nodige hobbels.
Een zakelijk geschil met haar platenfirma dwong haar om op 23 juni 1998 in Los Angeles haar faillissement aan te vragen.
Daarnaast was haar vierde album More Than A Woman een commerciële flop en wisselde ze door wisselend succes meerdere keren van platenmaatschappij.
Naast haar zangcarrière richtte Toni zich al snel op acteren en produceren.
In 1998 speelde ze de rol van Belle in de Broadway Disney-musical Beauty and the Beast, waarna ze in 2003 de titelrol in de musical Aida vertolkte.
Ook deed ze mee aan het zevende seizoen van het Amerikaanse programma Dancing With The Stars.
Tegenwoordig werkt ze intensief samen met het netwerk Lifetime, waar ze zowel de hoofdrol vertolkt als optreedt als uitvoerend producent van televisiefilms als He Wasn’t Man Enough en Breathe Again, die gebaseerd zijn op haar grootste hits.
Op persoonlijk vlak trouwde ze op 21 april 2001 met Keri Lewis, met wie ze twee kinderen heeft.
Haar gezondheid heeft haar door de jaren heen flink op de proef gesteld.
Nadat geruchten over borstkanker in augustus 2007 door haarzelf ontkend werden, werd er in 2008 wel een goedaardig gezwel uit haar borst verwijderd.
In 2010 maakte ze bekend aan de auto-immuunziekte lupus te lijden.
Wegens complicaties werd ze in 2012 opgenomen in het ziekenhuis, en in oktober 2016 volgde een ziekenhuisopname in Atlanta vanwege vernauwde bloedvaten in haar hart.
Toni Braxton is tot op de dag van vandaag zeer actief.
Hoewel haar meest recente volwaardige album uit 2020 stamt, brengt ze nog steeds regelmatig nieuwe muziek en samenwerkingen uit.
Momenteel toert ze door de Verenigde Staten samen met r&b-legendes als New Edition en Boyz II Men.
De groep werd aan het begin van de jaren zeventig opgericht in de wijk Toxteth in Liverpool.
Aanvankelijk traden de leden op onder namen zoals Sophisticated Soul Brothers.
De uiteindelijke bandnaam ontstond volgens de overlevering toen hun manager Tony Hall op Piccadilly Circus in Londen een levensgroot reclamebord van Coca-Cola zag staan met de bekende slagzin.
De vaste kern van de groep werd gevormd door de broers Chris en Eddie Amoo, aangevuld met Dave Smith en Ray Lake.
Na enkele jaren van bescheiden successen en optredens in de bekende tv-talentenshow Opportunity Knocks, kwam in 1976 de grote doorbraak.
Ze waren niet langer de jongens die David Essex vocaal bijstonden op zijn singles en tijdens zijn optredens, en ook het werk als jingle-inzingers lag definitief achter hen.
Iedereen kende hen plotseling dankzij de enorme zomerhit ‘You To Me Are Everything’.
Die doorbraak kwam er dankzij de single die in het voorjaar van 1976 via Pye Records werd uitgebracht.
Het nummer werd geschreven en geproduceerd door het koppel Ken Gold en Michael Denne.
De twee songschrijvers bedachten de meeslepende melodie en het pakkende refrein in minder dan een uur tijd, speciaal afgestemd op de warme tenorstem van leadzanger Chris Amoo.
De song steeg door naar de absolute top van de Britse hitparade, nadat er op het hoogtepunt maar liefst 30.000 exemplaren per dag van over de toonbank gingen.
In juli 1976, midden in de broeierige Britse zomer, klom de single naar de absolute eerste plaats van de Britse hitparade.
Het nummer bleef drie weken lang bovenaan de UK Singles Chart staan en zorgde voor een historisch moment: The Real Thing werd daarmee de eerste volledig zwarte Britse band die toen een nummer 1-hit scoorde in het Verenigd Koninkrijk.
Ook buiten Groot-Brittannië werd de song een grote hit.
In Vlaanderen was het nummer goed voor de achtste plaats in de BRT Top 30, terwijl de single het in Nederland nog iets beter deed en daar de vierde plaats bereikte in de Top 40.
Ondanks dat plotselinge succes hielden de bandleden er een opmerkelijk doordachte en verrassende visie op na.
Ze waren namelijk niet van plan om vijf jaar op een doorbraak te wachten om vervolgens na één knaller weer in de vergetelheid te verzinken.
Eddie Amoo kon het nauwelijks geloven toen manager Tony Hall hem opbelde met het nieuws dat de single als een raket omhoogschoot.
Eddie trok halsoverkop zijn kleren aan, stapte in de wagen en kocht alle muziekkranten die hij kon vinden om de hitlijsten met eigen ogen te zien.
Pas toen hij de notering op nummer 22 in Top of the Pops zag staan, drong het werkelijk tot hem door.
Toch voelde de groep dat succes heel nuchter aan.
Ze wilden dit momentum vooral gebruiken om materiaal uit te brengen dat veel dichter lag bij wie ze echt waren.
Ze vonden ‘You To Me Are Everything’ simpelweg niet representatief voor hun eigen muzikale identiteit.
Zonder enige artistieke pretentie zagen de jongens die hit puur als een opstapje naar een wijdere en diepere creatieve ruimte.
Na een reeks van zo’n zes spectaculaire flops uit het verleden stonden ze nu eenmaal anders in het leven toen ze het nummer opnamen.
Ken Gold ging eerder ook met hen aan de slag voor hun geplande conceptalbum over het leven in Liverpool 8.
Dat project lag de mannen nauw aan het hart.
Ze wilden het verhaal vertellen van een kind dat opgroeide in een reusachtig appartementsgebouw van negentig verdiepingen.
Op Ray na kwamen alle bandleden uit die dichtbevolkte en arme wijk bij de dokken, waar misdaad aan de orde van de dag was, maar waar ook mensen met een ijzeren karakter zoals bokser John Conteh opgroeiden.
Waar iedereen bij Liverpool meteen aan The Beatles dacht, wilde The Real Thing laten zien hoe het er daar werkelijk aan toe ging.
De groep had daarnaast enorm veel te danken aan de mensen om hen heen.
Via een tv-spotje voor producer Jeff Wayne leerden ze zanger David Essex kennen.
Essex was ontzettend eerlijk tegen hen, hielp hen bij het componeren en leerde hen hoe ze persoonlijke liedjes moesten schrijven die echt geworteld waren in hun eigen achtergrond.
Ook het optreden in hun voorprogramma voor duizenden uitzinnige tieners in de Londense Earl’s Court was een onvergetelijke ervaring geweest.
Een andere sleutelfiguur was hun manager Tony Hall, een absolute autoriteit op het gebied van zwarte muziek in Engeland, die hen voortdurend op het juiste spoor hield.
In hun beginjaren traden ze namelijk vooral op in de clubs van Noord-Engeland, waar ze aan het verwachtingspatroon van vier ‘leuke zwarte kerels’ voldeden: ze zongen Amerikaanse nummers, maakten strakke danspasjes en praatten op aandringen van hun vorige manager zelfs met een Amerikaans accent.
In de zomer van 1976 lieten ze die ingestudeerde rol voorgoed achter zich om eindelijk hun eigen verhaal te vertellen.
Na het succes van You To Me Are Everything scoorde de band nog diverse andere hits, waaronder ‘Can’t Get By Without You’ en het doordringende disco-epos ‘Can You Feel The Force?’
Tien jaar later, in 1986, beleefde hun bekendste klassieker een tweede jeugd. Een remix onder de titel The Decade Remix bracht de plaat opnieuw hoog in de hitlijsten, met een top 5-notering in het Verenigd Koninkrijk.
You To Me Are Everything is door de decennia heen uitgegroeid tot een tijdloze pop- en soulklassieker die nog steeds frequent op de radio te horen is en door tal van andere artiesten, zoals Frankie Valli, werd gecoverd.
In de jaren 80 stak het fenomeen van de remixes de kop op in de charts
Heel wat grote hits uit de 60s en 70s keerden dat decennium terug in de hitlijsten, o.a. ‘December 1963 (Oh What A Night)’, ‘Heaven Must Be Missing An Angel’, ‘Downtown’, ‘Black Betty’ en ‘Eve Of The War’.
De allereerste single die in een nieuwe versie opnieuw een hit werd, was ‘You To Me Are Everything’ van de Engelse soulgroep The Real Thing.
In de lente van 1986 werd dit voor de tweede keer een grote Europese hit. In de UK stond het nummer zelfs 2 keer in de top 5.
Het origineel voerde in juli 1976 gedurende 3 weken de Britse top 40 aan. In Nederland stond The Real Thing ermee op n°4 en op n°8 in Ultratop. ‘You To Me Are Everything’ werd nooit een groot succes in de VS.
Dit was te wijten aan het feit dat er verschillende coverversies van werden opgenomen.
Hiervan stonden er drie tegelijkertijd in de Billboard Hot 100, die elkaar stuk voor stuk verhinderden om erboven uit te steken.
Het al in 1970 opgerichte The Real Thing was in de jaren ’70 de meest succesvolle zwarte act.
Ze kwamen in het vizier van EMI door een sterke live-act bestaande uit progressieve versies van Amerikaanse hits. Ondanks positieve kritieken werden de eerste singles geen succes.
De kentering komt er wanneer ze de steun krijgen van idool David Essex en een contract krijgen bij Pye Records.
Na talrijke personeelswissels is de 8ste single ‘You To Me Are Everything’ eindelijk een schot in de roos. ‘Can’t Get By Without You’ en ‘You’ll Never Know What You’re Missing’ (in 2002 nog gesampled door Thomas Bangalter van Daft Punk) zijn daarna nog grote Britse hits, maar daarna sputtert de hitmachine een aantal jaren.
In 1979 slaan ze terug met het space disco-nummer ‘Can You Feel The Force?’.
In 1982 werken ze opnieuw samen met David Essex als diens backingband.
Vier jaar later worden de oude hits dus heropgevist. The Real Thing draait nog steeds mee in het oldiescircuit.
Ze zijn intussen wel herleid tot een duo bestaande uit de oorspronkelijke leden Chris Amoo en Dave Smith.
De andere helft is reeds gestorven.
Chris’ broer Eddie overleed op 23 februari 2018 op 74-jarige leeftijd.
Ray Lake is in 2000 al op 54-jarige leeftijd overleden na een leven van drank- en drugverslavingen.
Ken Gold, de voornaamste songwriter en producer van de band, schreef ook hits bij elkaar voor Billy Ocean, Tight Fit, The Jodelles en Delegation.
Het verhaal van The Real Thing werd in 2019 opgetekend in de docu Everything – The Real Thing Story (met dank aan Denis Michiels)
De Utrechter, die feitelijk Rob van Bommelen heet, begon al in de jaren zestig muziek te maken met zijn band onder de naam Don Mercedes & his Bentz, al bleef het echt grote succes destijds nog uit.
Dat veranderde in 1976. In dat jaar behaalde de Duitser Frank Farian, de grote man achter Boney M., in zijn eigen land een nummer-één-hit met het Amerikaanse nummer ‘Rocky’, dat oorspronkelijk is geschreven door Jay Stevens en voor het eerst op plaat werd gezet door Austin Roberts.
In 1975 brengt de Amerikaanse countryzanger Dickey Lee het nummer Rocky uit. Het wordt een grote hit in de Verenigde Staten en komt op 1 terecht in de hitlijst genaamd Hot Country Singles.
De Nederlandse producers Peter Koelewijn en Will Hoebee zagen potentie in het lied en besloten er een Nederlandstalige versie van te maken.
John Eshuis, promotieman van platenmaatschappij Phonogram (Philips), nam de vertaling voor zijn rekening.
De producers wisten in eerste instantie nog niet met wie ze het nummer moesten opnemen, totdat Will op het idee kwam om Don Mercedes te benaderen.
Peter haalde vervolgens Bonnie St. Claire over om de vrouwelijke leadstem in te zingen.
Zij had op dat moment net een grote hit met Dr. Bernhard gescoord, samen met hem.
Hoewel verschillende websites beweren dat Patricia Paay de leadstem inzong, is dat dus niet juist.
De hele productie werd in een halve dag afgerond.
Diezelfde dag nog bracht Will een bandje naar een paar diskjockeys, die ‘Rocky’ meteen begonnen te draaien.
Het werd een enorm succes: in Vlaanderen eiste de single gedurende drie weken de hoogste positie van de hitparade op, en ook in Nederland bereikte de plaat de eerste plaats in de Top 40.
Het nummer was zo populair dat het in datzelfde jaar ook nog werd gecoverd door Paul Severs en De Strangers.
Twee jaar later, in 1978, coverde Don Mercedes het nummer “Days Of Pearly Spencer” van David McWilliams.
Peter Koelewijn schreef hiervoor de Nederlandse tekst en het nummer kreeg de titel ‘Telefoon’.
Ook op deze single is Bonnie St. Claire weer te horen.
Tegenwoordig staat deze single op Discogs te koop voor zo’n 50 euro.
Destijds was het exemplaar voor een afgeslankte prijs van 50 Belgische frank te koop, wat neerkomt op 1,25 euro, waarmee het achteraf gezien een van de beste investeringen ooit was.
In 1981 probeerde de zanger nog mee te liften op de wereldwijde Dallas-rage met het nummer ‘Wie Schoot Op J.R. Ewing’.
Na zijn muzikale hoogtijdagen opende hij een discotheek aan de Oude Gracht in Utrecht, die hij enkele jaren heeft gerund voordat de zaak uiteindelijk failliet ging.
Daarnaast bleef hij actief als zakenman.
Zo exploiteerde hij een sinaasappelplantage in Florida en investeerde hij in de Franse en Amerikaanse release van het bekende boek Stoppen met roken van Allen Carr.
In het begin van 2011 verscheen er voor het eerst in dertig jaar weer een nieuw album van zijn hand.
Inmiddels is de Nederlandse zanger 85 jaar oud en geniet hij in alle rust van het leven.
Destijds ging het zevende cavalerieregiment onder leiding van majoor Samuel Whitside op zoek naar de gevluchte Miniconjou-indianen.
Op 28 december werd de groep, die uitgeput was en slecht gekleed tegen de winterkou, 48 kilometer ten oosten van Pine Ridge gevonden.
Hun leider Spotted Elk leed aan een longontsteking en werd wegens bloedingen in een wagen vervoerd.
Hij liet een witte vlag aan zijn wagen bevestigen, in de hoop dat stamhoofd Rode Wolk in Pine Ridge zijn mensen tegen de soldaten kon beschermen.
De indianen boden dan ook geen verzet en kregen de opdracht om 8 kilometer westelijker een kamp op te slaan bij de Wounded Knee-beek.
De volgende ochtend wilde het leger de indianen ontwapenen.
Medicijnman Yellow Bird voorspelde nog dat hun geestendanshemden hen zouden beschermen tegen de kogels, terwijl hij een paar passen van de Dans van de Geesten danste en een heilig lied zong.
Tegelijkertijd probeerden soldaten het geweer van een indiaan af te nemen.
Ze wisten echter niet dat deze man, Zwarte Prairiewolf, doof was en interpreteerden zijn onbegrip als verzet.
Tijdens de worsteling die volgde ging het geweer per ongeluk af, waardoor een soldaat neerviel.
Dit vormde het startschot voor een hevige schietpartij.
De soldaten vuurden van dichtbij en met ondersteuning van Hotchkiss-geschut op de indianen, die zich met verborgen messen en knuppels probeerden te verdedigen.
De geestendanshemden boden geen magische bescherming en tientallen indianen, waaronder veel vrouwen en kinderen, werden neergeschoten.
Vluchtende indianen werden kilometers ver buiten het kamp achtervolgd en gedood.
Volgens schattingen kwamen bijna driehonderd van de 350 mannen, vrouwen en kinderen om het leven, met een definitief bevestigd aantal van ruim 200 doden.
Aan de kant van het leger sneuvelden 25 militairen en raakten er 39 gewond, veelal door eigen kogels en granaatscherven.
Een dag later, op 30 december 1890, volgde nog een laatste confrontatie tussen overgebleven Lakota-krijgers en hetzelfde regiment, bekend als de Drexel Mission Fight.
Toen het leger de volgende lente terugkeerde, werden de 144 achtergebleven lichamen, waaronder 44 vrouwen en 16 kinderen, in een massagraf begraven.
De betrokken militairen ontvingen later een medaille voor hun optreden.
Meer dan 80 jaar later, op 8 mei 1973, kwam er een einde aan een tien weken durende bezetting van de nederzetting Wounded Knee in Zuid-Dakota door jonge Sioux-indianen.
Zij protesteerden hiermee tegen hun sociale en economische achterstand in de Verenigde Staten en kozen specifiek voor Wounded Knee vanwege de historische betekenis.
Deze bezetting inspireerde de band Redbone tot het opnemen van de single ‘We Were All Wounded at Wounded Knee’, waarin ze het beleid van de Amerikaanse regering scherp bekritiseerden.
Het nummer kwam op 6 juni 1973 binnen in de BRT Top 30 en stond vanaf 30 juni vijf weken lang op de eerste plaats.
Ook in de Nederlandse Top 40 bezette de single vijf weken de koppositie.
In Amerika zelf werd de plaat nooit uitgebracht, omdat de tekst destijds te kritisch werd bevonden voor de Amerikaanse overheid.
In 1990, exact honderd jaar na de gebeurtenis, nam het Amerikaanse Congres een resolutie aan.
Hierin werd namens de Verenigde Staten diepe spijt betuigd aan de nabestaanden en de stammengemeenschappen.
Het woord verontschuldiging werd daarin echter bewust weggelaten.
In 2009 ondertekende president Barack Obama een algemene wet waarin een algemene verontschuldiging aan alle inheemse volkeren was opgenomen voor historisch onrecht en verkeerd beleid.
Deze tekst werd destijds niet hardop uitgesproken of publiekelijk gepresenteerd, maar was weggestopt in een omvangrijke begrotingswet voor defensie.
Bovendien bevatte die tekst een juridische bepaling dat de verklaring niet kon worden gebruikt voor schadeclaims tegen de staat.
Ook de twintig Medal of Honor-onderscheidingen die destijds aan de Amerikaanse soldaten werden uitgereikt voor hun aandeel in de slachting, zijn ondanks herhaaldelijke protesten van indianenorganisaties nooit officieel ingetrokken.
In de Nederlandse Top 40 bleef de plaat steken op nummer 32, terwijl deze in de Vlaamse Ultratop 50 de 25e positie behaalde.
In de UK was het echter in maart 1978 een top 3-hit, na ‘I Feel Love’ haar grootste Britse singlesucces, en in Ierland bereikte de single zelfs een tweede plaats.
Hoewel de single in de Verenigde Staten nooit los is uitgebracht, bereikte deze daar wel de eerste plaats in de Billboard Dance Chart, omdat destijds het volledige album als één hitnotering telde.
Afhankelijk van het land waar de 7-inch single werd geperst, stond op de B-kant het nummer ‘Autumn Changes’ of ‘Black Lady’.
Ook bij deze opname zaten Giorgio Moroder en Pete Bellotte achter de knoppen.
Het vaste succesteam componeerde en produceerde de muziek, terwijl Donna Summer zelf de tekst schreef.
Het nummer is de tweede track op haar succesvolle conceptalbum ‘I Remember Yesterday’, waarop Love’s Unkind specifiek teruggreep naar de vrolijke girlgroup-sound en de sfeer van de jaren vijftig, maar dan verpakt in een strak discojasje.
De lp verscheen in de lente van 1977, amper 7 maanden na haar vorige album.
Voor het album ‘I Remember Yesterday’ valt er achter de schermen heel wat te ontdekken over de innovatieve werkwijze van Donna Summer en haar producers.
Het bijbehorende album is een van de meest invloedrijke platen uit het videotijdperk van de disco geworden.
Op een discobeat mijmert ze vooral over haar verleden, waarbij het overkoepelende muzikale concept letterlijk door de tijd reist. Donna Summer combineerde hierop moderne discobeats met muzikale stijlen uit eerdere decennia.
Het retroconcept van het album leverde opvallende momenten op.
Om de sfeer van de vroege decennia perfect te vangen, beperkte het team zich niet tot de instrumenten alleen.
Donna Summer paste haar zangtechniek per nummer aan en imiteerde bewust de zangstijlen en microfoontechnieken uit die specifieke tijdperken.
De nummers op de A-kant en het begin van de B-kant weerspiegelen verschillende decennia uit de muziekgeschiedenis en hebben telkens betrekking op een bepaalde periode.
De titelsong ‘I Remember Yesterday’ eert de jarenveertig-bigband-stijl, waarvoor ze zong met de theatrale dictie van een bigband-zangeres.
Vervolgens kijkt ‘Love’s Unkind’ naar de jaren vijftig.
Voor dit nummer liet ze haar stem veel lichter en jeugdiger klinken om de typische sound te evenaren.
De tekst is een herinnering aan de onschuldige perikelen van een schoolcrush, haar eerste verliefdheid op een klasgenootje en een liefdesdriehoek in de klas.
Het daaropvolgende nummer ‘Back in Love Again’ vertegenwoordigt daarna de jaren zestig met een herkenbare Motown-stijl.
Aan het einde van het album maakt Donna Summer de sprong naar de toekomst met de grensverleggende afsluiter ‘I Feel Love’, die destijds volledig met synthesizers werd gemaakt en de blauwdruk werd voor de moderne dancemuziek.
Dit futuristische slotnummer veranderde de popmuziek voorgoed, maar de opname ervan was een technisch hoogstandje.
Giorgio Moroder wilde een nummer maken dat volledig elektronisch was om de toekomst te symboliseren.
In 1977 was dat een enorme uitdaging, omdat synthesizers destijds snel ontstemden door de warmte in de studio.
De apparatuur moest elk uur opnieuw worden afgesteld om de typerende, strakke baslijn zuiver te houden.
De enige niet-elektronische bijdrage aan de hele track is de kickdrum, die live werd ingespeeld door drummer Keith Forsey, omdat een drumcomputer destijds nog niet krachtig genoeg klonk.
Toen David Bowie het nummer voor het eerst hoorde in een studio in Berlijn, rende hij naar Brian Eno en riep dat dit het geluid van de toekomst was dat de clubmuziek de komende twintig jaar zou gaan beheersen.
Wereldwijd werd het album een commercieel groot succes.
Het bereikte de top 10 in diverse Europese landen, waaronder Nederland, Oostenrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, terwijl de plaat in Italië en Spanje zelfs de eerste plaats wist te veroveren.
Er zijn miljoenen exemplaren van het album over de toonbank gegaan.
Alleen al in de Verenigde Staten was de verkoop goed voor meer dan een miljoen exemplaren, en ook in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk werden honderdduizenden platen verkocht.
Ze produceerde dit album zelf, waarbij ze werd bijgestaan door Nile Rodgers.
Een van de nummers op deze plaat is ‘Victor Should Have Been a Jazz Musician’, een compositie van Grace Jones en Bruce Woolley.
De carrière van Woolley is indrukwekkend; hij is mede-auteur van de hit Video Killed The Radio Star van The Buggles en schreef daarnaast nummers voor artiesten als Dollar, Shirley Bassey, Divine, Cliff Richard, Tori Amos, Tom Jones, Cher en Bebel Gilberto.
De samenwerking tussen Bruce en Grace begon overigens al eerder, toen zij samenwerkten aan haar album Slave to the Rhythm uit 1985.
In maart 1987 werd de single ‘Victor Should Have Been a Jazz Musician’ uitgebracht in Vlaanderen en Nederland.
Hoewel dit voor velen haar beste nummer is, bleef het grote succes in de hitlijsten uit.
De single bereikte de BRT Top 30 niet en stond in de Nationale Top 50 slechts één week op de veertigste plaats.
In de Nederlandse Top 40 kwam het nummer niet verder dan de vijfendertigste positie.
Robert Miles werd als Roberto Concina geboren in Zwitserland, groeide op in Italië en woonde de jongste jaren van zijn leven op het Spaanse eiland Ibiza.
Tijdens zijn carrière was hij actief als componist, producent, dj én als radiomaker.
Hij was een invloedrijke Italiaanse producer en dj die een pioniersrol speelde in de dancemuziek van de jaren negentig.
Hij werd wereldwijd bekend als de grondlegger van de dreamtrance, een melodieus subgenre binnen de elektronische muziek dat gekenmerkt werd door rustgevende pianoklanken en sfeervolle synthesizers.
Zijn internationale doorbraak kwam er in 1996 met het nummer Children.
In Vlaanderen was de single goed voor een tweede plaats in de BRT Top 30 en in Nederland was het nummer goed voor een derde plaats in de Top 40.
De track is nog steeds een van de bestverkochte danceplaten aller tijden.
In 1997 werd Miles bovendien vereerd met een Brit Award voor beste internationale nieuwkomer.
Het succes kreeg al snel een waardig vervolg met het nummer Fable.
Deze single verscheen eveneens in 1996 en was afkomstig van zijn veelgeprezen debuutalbum Dreamland.
Fable wist de kenmerkende sound van Miles perfect te vangen.
Het nummer combineerde een dromerige, melancholische pianomelodie met een stuwende dancebeat.
Er werden destijds twee versies van uitgebracht: een instrumentale versie die de nadruk legde op de muzikale sfeer, en een vocale versie met de stem van de zangeres Fiorella Quinn.
Fable werd een enorme internationale hit en bereikte hoge posities in de hitlijsten in heel Europa, waaronder in het Verenigd Koninkrijk en Italië.
Het nummer bereikte in Vlaanderen de derde plaats in de BRT Top 30.
In Nederland was de single maar goed voor een vierentwintigste plaats in de Top 40.
Met dit nummer bewees Miles dat hij geen eendagsvlieg was en verstevigde hij zijn status als vernieuwer in de elektronische muziek.
De track droeg bij aan de populariteit van het dreamhouse-genre, dat destijds een rustiger en melodieuzer alternatief bood voor de hardere beats in de clubs.
Aan het einde van 2003 verhuisde Miles van Londen naar Los Angeles.
Al snel koos hij in zijn carrière voor een meer experimentele en alternatieve muzikale richting.
Zo bracht hij in 2004 een album uit samen met Trilok Gurtu, getiteld Miles_Gurtu.
Zijn vijfde studioalbum Th1rt3en kwam uit in februari 2011.
Onder meer Robert Fripp, Dave Okumu, Jon Thorne en Davide Giovannini werkten mee aan dit album, dat bestaat uit alternatieve en progressieve rock gemengd met elektronische geluiden.
Naast zijn eigen muziek bleef hij nauw betrokken bij de cultuurwereld; dankzij de oprichting van zijn Open Lab steunde hij jong talent binnen de elektronische muziek én de beeldende kunsten.
Hoewel hij deze nieuwe wegen verkende, blijven nummers als Fable, Children en One & One symbool staan voor een gouden tijdperk in de dancemuziek.
Miles overleed in mei 2017 op 47-jarige leeftijd op Ibiza aan de gevolgen van een uitgezaaide vorm van kanker, na een strijd van negen maanden tegen de ziekte.
De geruchten dat ze een travestiet zou zijn, probeerde ze in diezelfde periode te ontkrachten door te poseren voor Playboy, maar de speculaties stopten hiermee niet.
Zelfs vijftien jaar geleden, in 2011, laaide de controverse weer op toen een Italiaanse krant een geboorteakte publiceerde van een zekere Alain Tap, geboren in 1939.
Dit was veel vroeger dan de late jaren veertig die altijd als Lears geboorteperiode werden aangenomen, al hing er rond haar ware leeftijd sowieso altijd al een zweem van geheimzinnigheid.
De krant toonde bovendien een foto van een jonge Tap die sprekend op haar leek.
Lear zelf bleef er nuchter onder en vertelde tijdens een bezoek aan Brugge in 2009 dat ze net als iedereen in de showbizz altijd moet acteren.
Al die mysteries deden haar muzikale succes destijds in elk geval geen kwaad.
Samen met producer Anthony Monn groeide ze uit tot de blanke queen of disco.
Ze brak in 1978 wereldwijd door met het nummer ‘Follow me’, waarna de successen elkaar snel opvolgden.
Haar single ‘Queen of China-Town’ was oorspronkelijk al in 1977 uitgebracht, maar werd door haar immense populariteit in 1978 opnieuw uitgebracht.
Ook andere nummers zoals ‘Enigma (Give a bit of mmmh to me)’, ‘Gold’, ‘The Sphinx’ en ‘Fashion Pack’ groeiden uit tot grote hits.
De formatie uit de regio Brussel bestond oorspronkelijk uit de vier leden Sue, Martine, Pascale en Viviane.
Voordat ze de muziekwereld veroverden, werkten de dames al vijf jaar samen als dansgroep en stonden ze op het podium als achtergronddanseres bij bekende artiesten zoals Will Tura en Lee Towers.
Hun muzikale doorbraak kwam er dankzij een samenwerking met Raymond Felix, die eerder al succes boekte met Jack Jersey.
Het absolute hoogtepunt van Bisquit was de single Roller Boogie, geschreven door het duo Ronny Sigo en Raymond Felix.
Die laatste nam ook de volledige productie van het nummer voor zijn rekening.
De aanpak werkte, want de single deed het commercieel goed en klom tot de achttiende plaats in de BRT Top 30.
Hoewel de hitparade in Nederland buiten bereik bleef, werd het nummer ook in Duitsland een bescheiden succes met een achtenvijftigste plaats als hoogste notering.
De groep viel niet alleen op door de muziek, maar ook door een opvallende futuristische stijl.
De leden traden op in paarse pakken en droegen zilveren discohelmen die volledig met spiegeltjes waren bedekt.
Dit mysterieuze imago was een bewuste strategie om de nieuwsgierigheid van het publiek te prikkelen en boven de massa uit te steken.
Wel zat er een opmerkelijk verschil tussen de werkelijkheid en het imago: hoewel de formatie achter de schermen uit vier vrouwen bestond, werd de groep op de singlehoes gepresenteerd als een trio van twee vrouwen en een man.
Hoewel de spiegelhelmen hun handelsmerk werden, keken de groepsleden al vooruit naar andere vermommingen om hun visuele presentatie vernieuwend te houden.
De kern van hun succes bleef de ijzersterke combinatie van professionele danschoreografieën en aanstekelijke discomuziek, een formule die destijds zowel op de televisie als in de discotheken volop in de smaak viel.
In 1992 zorgde de Ierse zangeres Sinéad O’Connor voor veel beroering toen ze live op de Amerikaanse televisie een foto van de paus verscheurde.
Haar complexe relatie met religie nam in 1999 een nieuwe wending toen ze in Lourdes tot priester werd gewijd door bisschop Michael Cox, de leider van de afgescheurde Latijnse Tridentijnse kerk.
Vanaf dat moment ging ze door het leven als Moeder Bernadette Mary en werd ze de eerste vrouw in deze functie.
De ceremonie veroorzaakte echter stevige ruzie en de weigering van de Rooms-Katholieke Kerk om de wijding te erkennen.
Omdat O’Connor destijds 200.000 dollar aan Cox had geschonken, ontstond al snel de perceptie dat ze haar priesterschap simpelweg had gekocht.
Door de jaren heen bleef de zangeres worstelen met haar identiteit, wat zich onder meer uitte in verschillende naamsveranderingen.
In 2017 veranderde ze haar wettelijke naam naar Magda Davitt.
Slechts een jaar later kondigde ze aan dat Sinéad Marie Bernadette O’Connor niet langer bestond; ze had zich bekeerd tot de islam en wilde voortaan Shuhada’ Davitt genoemd worden, een Arabische naam die staat voor martelaar of getuige.
Naast deze spirituele zoektocht werd haar leven zwaar getekend door persoonlijke en mentale worstelingen.
O’Connor kampte met de naweeën van trauma’s en misbruik uit haar jeugd. Ze gaf zelf aan dat ze door haar directe start in de muziekindustrie nooit had geleerd om een normaal leven te leiden en geen tijd had genomen om te genezen.
Na decennialang cannabisgebruik en een kortstondige verslaving aan andere middelen in 2020 door het verlies van een geliefde en de zorgen om haar tienerzoon Shane, besloot ze in 2021 in te grijpen.
Ze annuleerde al haar optredens voor dat jaar om een jaar lang te focussen op therapie en ontwenning, met als doel haar zwarte gedachten te overwinnen.
Via Twitter vroeg ze haar fans om begrip voor de zes loodzware jaren die ze had doorgemaakt, met de boodschap dat haar herstel nu echt kon beginnen.
Dit herstel werd echter ruw verstoord door een onvoorstelbaar drama toen haar 17-jarige zoon Shane in januari 2022 uit het leven stapte.
O’Connor was gebroken en noemde hem op Twitter het licht van haar leven dat besloten had zijn aardse strijd te beëindigen.
Ze sprak de wens uit dat hij in vrede mocht rusten en drukte haar volgers op het hart om zijn voorbeeld niet te volgen.
Hoe dan ook kwam er op 26 juli 2023 een verdrietig einde aan het roerige bestaan van deze veelbesproken zangeres, die op 56-jarige leeftijd overleed.
Uit het Ierse lijkschouwingsrapport bleek dat ze specifiek overleed aan een verergering van de longziekte COPD, astma en een lichte infectie in de onderste luchtwegen.
Het succes en de schaduwzijde van een countryklassieker.
Het nummer Success Has Made a Failure of Our Home van Sinead O’Connor is gebaseerd op het nummer Success van countryzangeres Loretta Lynn.
Dat origineel werd in 1961 geschreven door Johnny Mullins.
In de tekst zingt de artiest over de keerzijde van roem: het najagen van een succesvolle carrière en rijkdom heeft er in dit verhaal ironisch genoeg voor gezorgd dat het gezinsleven en het huwelijk volledig zijn stukgelopen.
Hoewel de kern en de betekenis in beide versies precies hetzelfde zijn, bracht Sinead O’Connor wel een paar subtiele tekstuele aanpassingen aan.
Zo veranderde ze onder andere de openingsregel over het achterlaten van een eenvoudige boerderij om het lied moderner te maken en beter te laten aansluiten bij haar eigen achtergrond.
Toen Loretta Lynn de single in april 1962 uitbracht, werd het een groot succes en betekende het haar allereerste top 10-hit in de Amerikaanse Hot Country Songs.
Jaren later wist Sinead O’Connor met haar eigen versie ook in de Lage Landen te scoren, waar de cover goed was voor een eenentwintigste plaats in zowel de Vlaamse BRT Top 30 als een vijftiende plaats in de Top 40.
Inmiddels is ook Loretta Lynn overleden. De legendarische countryzangeres stierf op 4 oktober 2022 op negentigjarige leeftijd in haar slaap.
Zes jaar lang was Anita Heilker (geboren als Antoinetta Johanna Margaretha Blanker) de opvallende zangeres van The Dolly Dots.
Met haar debuutsingle “You’ve got me keyed up” liet ze in 1986 horen dat ze ook buiten de groep kan schitteren.
In een openhartig gesprek met Veronica destijds, vertelt Anita over haar afscheid van de Dolly Dots, haar nieuwe uitdagingen, haar privéleven en haar plannen voor de toekomst.
Eind vorig jaar, in 1985, stond Anita nog één keer met de Dolly Dots op het podium.
Daarna was het definitief afgelopen.
Ze zong onder andere “She’s a liar” en “Doowahdidday” en nam emotioneel afscheid van het publiek. “Ooit hoopte ik toch weer een keer met de groep te zingen,” geeft ze toe, “maar diep vanbinnen wist ik dat het moment was gekomen om solo verder te gaan.”
De echte reden voor haar vertrek was haar dochter Robin.
Anita koos er bewust voor om haar zangcarrière tijdelijk op een lager pitje te zetten. “Uit liefde voor Robin gaf ik de Dolly Dots op,” vertelt ze openhartig.
Ze wilde geen afwezige moeder zijn en koos ervoor om meer tijd met haar kind door te brengen.
“Ik kon het niet opbrengen om mijn kindje avond na avond alleen te laten,” bekende ze toen.
“Mijn vroegere collega’s en ik zijn nog steeds goede vriendinnen.
Daarom haal ik behoorlijk van de roddels als ze uit de Dolly Dots zijn gezet.
Ik ben volledig uit vrije wil opgestapt. Enkel uit liefde voor mijn baby gaf ik mijn zangcarrière op!”
Het management van de groep had gehoopt dat Anita na drie maanden weer zou terugkeren, maar Anita hield voet bij stuk.
Er kwam geen groots afscheidsconcert. “Anita’s ex-collega’s hebben geen tijd voor een afscheidsconcert,” legt ze uit. De planning liet het simpelweg niet toe.
Anita werkte hard aan haar solodebuut. Ze trainde haar stem, werkte aan haar uiterlijk en zocht de beste mensen om mee samen te werken.
Haar eerste single “You’ve got me keyed up” is een fris, dansbaar nummer dat direct laat horen dat Anita ook als soloartieste een sterke stem heeft.
Ze werkte voor dit project opnieuw samen met vertrouwde krachten uit de Dolly Dots-periode, zoals producer Peter van Asten en tekstschrijvers Richard de Bois en Richard Curiale.
“Ik ben in vertrouwde handen,” zegt Anita lachend. “Dat geeft me een veilig gevoel.
Tegelijkertijd werk ik ook met nieuwe mensen en dat maakt het extra spannend.”
Momenteel is Anita druk bezig met de voorbereidingen van haar nieuwe elpee.
Daarnaast heeft ze onlangs een nieuw huis betrokken met haar man Ton.
“Eindelijk is ze dan toch met haar man en manager Ton uit het verre Spijkenisse in het Gooi komen wonen,” vertelt ze.
Anita en Ton beginnen daar een nieuw leven.
Het huis is nog niet helemaal klaar, maar ze is er erg blij mee. “Ja, nu is het wel gelukt,” zegt ze. “We wonen nu op een plek die ideaal is, dat moet je zien.”
Vooral de kinderkamer had toen veel aandacht gekregen.
Anita is dolgelukkig dat de kinderkamer nu helemaal is ingericht.
Samen met Ton heeft ze de kamer sfeervol en praktisch gemaakt, klaar voor dochter Robin.
Ze geniet van de rustige momenten thuis en heeft een ideale manier gevonden om werk en moederschap te combineren.
“Ik moest wel eventjes slikken toen ik mijn vijf collega’s van Barbados zag vertrekken,” bekent ze, verwijzend naar de laatste Dolly Dots-opnames.
In 1984 trouwden Anita en Ton Blanker in het geheim.
Het was een bijzondere dag die ze lange tijd voor zichzelf hielden. “Niemand wist ervan,” vertelt Anita.
De bruiloft vond plaats in besloten kring en Anita droeg een prachtige witte bruidsjurk.
Het koppel koos voor een intieme ceremonie, omdat ze de druk van de publiciteit wilden vermijden.
Anita benadrukte toen dat Robin altijd op de eerste plaats komt.
Alles wat ik doe, doe ik met haar in mijn achterhoofd.
Gelukkig heb ik goede opvang, zodat ik mijn werk als zangeres en mijn rol als moeder goed kan combineren.
Anita keek toen met vol vertrouwen naar de toekomst.
Al was ze wel toen realistisch over de muziekwereld, maar ze was vooral ontzettend gemotiveerd.
“Ik heb er enorm veel zin in. Dit is wat ik wil. Ik voel me klaar voor dit nieuwe hoofdstuk.”
Hoewel ze in 1984 met veel media-aandacht met Ton Blanker trouwde, liep het huwelijk begin jaren 90 op de klippen.
Samen kregen zij in 1985 één dochter, Robin. De breuk volgde na een turbulente periode.
Ton Blanker kwam na zijn actieve voetbalcarrière negatief in het nieuws en werd in de jaren negentig veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens wapen- en drugshandel.
De inmiddels 65-jarige Ton Blanker werd in 1994 veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar vanwege wapenbezit en drugshandel.
Deze straf heeft hij destijds volledig uitgezeten.
Toen de Dolly Dots in 1988 besloten definitief te stoppen, keerde Anita eenmalig terug op het podium om tijdens het afscheidsconcert in de Amsterdamse discotheek Escape nog een aantal nummers mee te zingen.
Exact tien jaar na het stoppen van de groep kwamen de meiden in de voltallige, originele bezetting (inclusief Anita) weer bij elkaar.
Ze traden op in het televisieprogramma Laat De Leeuw van Paul de Leeuw en gaven een reeks concerten voor fabrikant Princess.
In 2007 maakte Anita haar grote comeback bij de groep tijdens De Vrienden van Amstel LIVE!.
Vanwege dit enorme succes volgden er drie uitverkochte reünieconcerten in Ahoy Rotterdam en in 2008 de Goodbye For Now-tournee.
Na het overlijden van groepslid Ria Brieffies (in 2009) dachten de overgebleven Dots nooit meer op te treden.
Toch kwamen ze in 2020 (met Anita) weer bij elkaar voor een gastoptreden bij Symphonica in Rosso.
Daarna startten ze hun officiële, grootschalige Sisters on Tour-afscheidstournee, die wegens corona doorliep tot eind 2022.
De nu 65-jarige Anita Heilker is nog steeds actief.
Op liefdesgebied is Anita single, maar ze focust zich volop op haar vriendschappen en werk.
Ze treedt nog altijd veel op met haar beste vriendin en mede-Dolly Dot Esther Oosterbeek onder de naam Just A Little Bit More.
De twee hartsvriendinnen hebben recent zelfs plannen gedeeld om samen te gaan wonen.
Debbie Jenner werd als kind gekenmerkt door een bijna ziekelijke verlegenheid, een eigenschap die haar in haar geboorteplaats Skegness vaak tot doelwit van pesterijen maakte.
Op school ervaarde zij het als een ware marteling om voor de klas te staan; vaak kreeg ze een brok in haar keel en kon ze geen woord uitbrengen wanneer een leraar haar een vraag stelde.
Zelfs haar eigen danslerares zag aanvankelijk geen toekomst voor haar en adviseerde haar moeder om haar een opleiding tot secretaresse te laten volgen.
Ondanks deze moeilijke start wist Debbie vanaf haar tiende al zeker dat ze danseres wilde worden, een droom die zij uiteindelijk verwezenlijkte bij het ballet van Maria Moore.
Samen met de andere danseressen van dit ballet, Ingrid de Goede, Yvonne Mehagnoul, Irene Verhoeven en Donna Baron, trad zij regelmatig op in AVRO’s TopPop wanneer er geen videoclips beschikbaar waren van artiesten in de hitparade.
Een cruciaal moment was mei 1980, toen de volledige groep in het programma playbackte en danste op het nummer Funkytown van Lipps Inc. playbackte en danste.
Lipps Inc. was een studioband van de Amerikaanse producer en componist Steven Greenberg, met Cynthia Johnson als zangeres.
Johnson was ook bekend van de band Flyte Tyme, waar de producers Jimmy Jam en Terry Lewis deel van uitmaakten.
Enkele jaren later produceerden zij het succesvolle album Control van Janet Jackson, met hits als Control, Nasty en What Have You Done For Me Lately.
Omdat de oorspronkelijke zangeres Cynthia Johnson hoogzwanger was en niet kon reizen, dachten veel kijkers dat deze balletgroep de werkelijke formatie van Lipps Inc. was.
Het nummer Funkytown bereikte de eerste plaats in zowel de Vlaamse BRT Top 30 als de Nederlandse Top 40.
Vanwege de enorme populariteit op de Europese radio was er een gezicht nodig voor de promotie in Europa.
Terwijl de hele groep in Nederland te zien was, werd Debbie Jenner door de platenfirma en de originele groep gekozen om voor dit nummer het gezicht voor Europa te worden, waarbij zij het nummer playbackte tijdens optredens.
Producenten Hans van Hemert en Piet Souer zagen het potentieel van de danseressen en benaderden hen om zelf een plaat op te nemen.
Debbie Jenner nam de artiestennaam Doris D. aan en vormde samen met haar vier Nederlandse danseressen de formatie Doris D. & The Pins.
De passie voor het dansen hielp Debbie uiteindelijk haar enorme verlegenheid te overwinnen; op het podium raakte zij in een soort trance, waardoor zij de mensen om haar heen vergat.
Hun eerste single ‘Shine Up’ werd een groot succes en bereikte op 28 februari de eerste plaats in de BRT Top 30.
Ook in de Nederlandse Top 40 stond de groep hiermee twee weken lang op de hoogste positie.
Snel na dit succes ontstonden er echter spanningen binnen de groep.
De Pins voelden zich gereduceerd tot een dansgroepje op de achtergrond, terwijl zij wel degelijk op een aantal platen hadden meegezongen.
Dit leidde ertoe dat de groep uiteenviel.
De oorspronkelijke Pins gingen verder onder de naam Risqué en scoorden nog twee noemenswaardige internationale hits met The Girls Are Back in Town en Burn It Up Mr. D.J.
Bij Doris D. & The Pins werden de oorspronkelijke leden vervangen door vier Engelse danseressen.
In deze nieuwe samenstelling behaalde de groep in 1982 nog een kleine hit met Jamaica.
De samenstelling van de formatie bleef de jaren daarna regelmatig veranderen, waarbij ‘Starting at the End’ uit 1984 de laatste hitparade-notering markeerde.
In 1985 gingen Doris D. & The Pins definitief uit elkaar. Enkele jaren later verscheen Debbie Jenner weer regelmatig op de Nederlandse televisie, ditmaal als aerobics-instructrice die reclame maakte voor haar eigen videobanden.
Doris D., die nu 67 jaar oud is, werkt nog steeds als choreografe en dansdocente in Nederland.
Hoewel ze af en toe nog wel eens opduikt in nostalgische tv-programma’s, zingt of treedt ze niet meer op.
Amy vormde op haar tiende al met haar vriendin Juliette het duo Sweet ‘n’ Sour dat vooral door Salt ‘n’ Pepa beïnvloed werd.
Op haar 14de schaft ze zich een gitaar aan en begint ze eigen liedjes te schrijven.
Nadat ze (wegens een neuspiercing) van de Sylvia Young Theatre School werd gegooid, zette Amy haar opleiding voort aan de befaamde BRIT School.
Dankzij de bevriende soulzanger Tyler James komen haar demo’s terecht bij Simon Fuller, de ex-manager van The Spice Girls.
Amy debuteert in 2003 met het album ‘Frank’.
De eerste single ‘Stronger Than Me’ levert haar in 2004 de Ivor Novello Award op. Dat is de prijs voor de beste song en compositie die jaarlijks in Groot-Brittannië wordt uitgereikt.
Datzelfde jaar staat ze op Glastonbury en het Montreal International Jazz Festival.
In tegenstelling tot het eerder jazzy ‘Frank’ kiest ze in 2007 voor de opvolger ‘Back In Black’ voor een combinatie van soul, rhythm ‘n’ blues en de 60s-pop van meidengroepen als The Ronettes en The Shirelles.
Ze huurt de befaamde Sharon Jones en haar Dap-Kings in als backinggroep.
In de lente van 2006 draait DJ/producer Mark Ronson de eerste demo’s in zijn programma op een Amerikaans radiostation.
Amy had een inventieve manier om haar songs te promoten.
Ze stak een cd in de taxi van haar vader Mitch, zodat veel mensen kennismaakten met haar muziek.
Het door Ronson geproduceerde ‘Back In Black’ is een doorslaand succes. Het wordt het best verkochte album van 2007 in Groot-Brittannië.
Op de uitreiking van de Grammy Awards wordt ze de eerste Britse zangeres die 5 Grammy’s wint.
Ze mag de prijs voor o.a. beste popalbum en beste song in ontvangst nemen en ze wordt genomineerd voor beste album.
De plaat levert 5 hitsingles op en gaat wereldwijd meer dan 13 miljoen keer over de toonbank.
Alleen al in de UK worden er 3,5 miljoen stuks van verkocht.
Het was gedurende een tijd de bestverkochte plaat van de 21ste eeuw, totdat ‘21’ van Adele in 2011 deze passeerde.
‘Valerie’, een cover van The Zutons, is in veel landen haar grootste hit.
Het nummer staat op ‘Version’, het tweede studioalbum van Mark Ronson.
In Nederland wordt het een n°1-hit, in Vlaanderen komt ze niet verder dan n°18.
Later wordt de single ook toegevoegd aan de deluxe-editie van de plaat. In de Ultratop 50 is ‘Rehab’ het succesvolst.
Het is bij ons haar enige top 10-hit.
De 3de single ‘Back To Black’ gaat over Amy’s tumultueuze relatie met Blake Fielder-Civil.
En vooral de nasleep van hun breuk nadat hij haar liet zitten voor een ander.
De term “back to black” verwijst naar haar terugval in een depressie en de bijbehorende drank- en drugsverslaving.
De single werd vooral een groot succes in de Duitstalige landen (top 10) en Griekenland, waar het een n°1-hit werd.
Amy kan het succes echter moeilijk plaatsen en verliest zich steeds meer in de drank. In relaties kent ze ook bitter weinig geluk.
Optredens moet ze meer en meer afzeggen of vroegtijdig stopzetten, omdat ze niet in staat is om op een podium te staan.
Ze komt dan ook steeds meer op een negatieve manier in het nieuws.
Plannen voor een nieuw album worden vanwege haar toestand steeds weer uitgesteld.
Totdat het licht definitief uitgaat op 23 juli 2011.
Er worden postuum nog twee singles uitgebracht, ‘Our Day Will Come’, een Amerikaanse n°1 voor Ruby & The Romantics, enkel in IJsland en Japan een hit, en ‘Body & Soul’, haar laatste opname en een duet met Tony Bennett.
Daarna volgt het postume album ‘Lioness: Hidden Treasures’ (n°3 in de Ultratop Album Top 100) met vroegere opnames, geselecteerd door Mark Ronson.
Tony Bennett en Amy Winehouse met hun nummer Body and Soul
Hun paden kruisten elkaar in maart 2011 in de beroemde Abbey Road Studios in Londen voor de opname van de klassieke jazzstandaard Body and Soul.
Dit legendarische nummer heeft zelf ook een rijke geschiedenis die teruggaat tot 1930.
Het werd gecomponeerd door Johnny Green, met tekst van Edward Heyman, Robert Sour en Frank Eyton.
Oorspronkelijk werd het geschreven in Londen voor actrice Gertrude Lawrence, maar het groeide in de Verenigde Staten al snel uit tot een ware sensatie na de uitvoering door Libby Holman in de Broadway-revue Three’s a Crowd.
Al in de jaren dertig omarmde de jazzwereld het stuk gretig; grote namen als Louis Armstrong en het Benny Goodman Trio maakten er vroege opnames van.
De absolute mijlpaal voor het nummer kwam in 1939 met de legendarische instrumentale uitvoering van saxofonist Coleman Hawkins, die met zijn grensverleggende improvisaties de basis legde voor de moderne jazz en van Body and Soul de ultieme jazzklassieker maakte.
Deze samenwerking in 2011 bleek achteraf een historisch en emotioneel moment te zijn, aangezien het de allerlaatste studio-opname van Winehouse werd voor haar vroegtijdige overlijden in juli van datzelfde jaar.
Tijdens de sessie toonde Bennett zich een geduldige mentor, wat Winehouse hielp om haar zenuwen te overwinnen en een adembenemende prestatie neer te zetten.
De chemie tussen de ervaren veteraan en de jonge vocaliste was voelbaar in elke noot, waarbij hun stemmen naadloos samensmolten in een melancholische vertolking.
Het nummer werd uiteindelijk uitgebracht op het album Duets II van Bennett en won later een Grammy Award.
De opbrengst van de single ging naar de Amy Winehouse Foundation om jongeren te ondersteunen.
Body and Soul blijft hierdoor niet alleen een muzikaal hoogtepunt, maar ook een blijvend monument voor de verbinding tussen twee generaties topmuzikanten.
Het nummer ‘Together We’re Strong’ is een bijzonder duet tussen de Franse zangeres Mireille Mathieu en de Amerikaanse acteur Patrick Duffy.
Het nummer is van de hand van de bekende Duitse componist Ralph Siegel, die vanwege zijn indrukwekkende palmares van vierentwintig inzendingen ook wel Mister Eurovisie Songfestival wordt genoemd.
Hij wist het festival zelfs te winnen met het nummer ‘Ein bißchen Frieden’ van de zangeres Nicole.
De oorspronkelijke tekst werd geschreven door Bernd Meinunger, terwijl Richard Palmer-James, medeoprichter van de band Supertramp, verantwoordelijk was voor de Engelse versie.
De single ‘Together We’re Strong’ werd een groot succes in de Lage Landen; in de BRT Top 30 behaalde het nummer een mooie vierde plaats en in de Nederlandse Top 40 klom het duo zelfs op naar de tweede positie.
Jeane Manson werd geboren op 1 oktober 1950 in Cleveland, Ohio.
Ze volgde haar studies aan het Coast College in Californië, waar ze haar grote liefde voor muziek ontdekte.
Haar opvallende uiterlijk trok ook de aandacht van Hugh Hefner, wat ertoe leidde dat ze in augustus 1974 en mei 1977 poseerde voor Playboy.
In 1974 werd ze verkozen tot Playmate van de Maand.
Na slechts kleine rolletjes in Hollywood besloot ze alles op alles te zetten: ze vertrok naar Europa met de droom om daar als actrice, zangeres en model naam te maken.
Om verwarring met de Franse mannelijke naam Jean te voorkomen, paste ze haar voornaam aan tot Jeane.
Jeane was destijds al vegetariër en beoefende veel aan yoga, al zei ze zeker geen nee tegen een glas wijn.
In Frankrijk begon ze al snel rollen te bemachtigen in diverse speelfilms, waaronder de komedie Bons Baisers de Hong Kong in 1975.
Tijdens een gala in 1975 raakte de Franse componist en producer Jean Renard gecharmeerd van haar en werd haar vaste producer.
Hij schreef in 1976 samen met Michel Mallory haar grootste hit ‘Avant de nous dire adieu’,.
Het nummer was zeer succesvol in de Benelux en bereikte de zesde plaats in de BRT Top 30, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de twaalfde plaats behaalde.
De single, ‘Avant de nous dire adieu’, werd wereldwijd meer dan 2 miljoen keer verkocht. Niet slecht voor een debuutsingle, zou ik zeggen.
De daaropvolgende jaren bleef ze scoren met nummers zoals ‘Une femme’, ‘La chapelle de Harlem’ en ‘Vis ta vie’.
In 1979 mocht ze Luxemburg vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival in Jeruzalem met het nummer ‘J’ai déjà vu ça dans tes yeux’, waarmee ze uiteindelijk op de dertiende plaats eindigde.
Gedurende de jaren tachtig en negentig bleef Jeane ontzettend productief. Ze experimenteerde met countrymuziek en gospel, trad regelmatig op in musicals en theatershows en bleef een opvallende persoonlijkheid in de media.
Naast haar veelzijdige talenten was ze ook gewoon moeder van twee dochters.
Haar oudste dochter Shirel trad in haar voetsporen en bouwde eveneens een succesvolle carrière op als zangeres en actrice, onder meer met een opvallende rol in de musical Notre-Dame de Paris.
Jeane bracht in totaal ruim 26 albums uit, haalde meerdere gouden platen en verkocht naar schatting tussen de 24 en 30 miljoen albums en singles.
In haar privéleven was het een emotionele achtbaan.
Ze is vier keer getrouwd geweest: in 1968 met Dave Ghormley, van 1977 tot 1979 met André Djaoui, van 1981 tot 1983 met Robert Viharo en van 1984 tot 1986 met Richard Berry.
Daarnaast had ze relaties met de journalisten Allain Bougrain-Dubourg en Bernard Giroux.
Vanaf 2012 kwam er een zware periode. Jeane raakte verwikkeld in een intense juridische strijd met de Franse belastingdienst.
De situatie escaleerde zo erg dat deurwaarders beslag legden op haar bezittingen.
Ze werd gedwongen haar prachtige Normandische woning te verkopen en haar paarden weg te doen.
Sindsdien woont ze in een klein dorp in Spanje.
Haar financiële problemen werden nog erger door torenhoge advocaatkosten, onder meer door spraakmakende rechtszaken over beschuldigingen van incest.
De Amerikaanse actrice en zangeres raakte in opspraak na beschuldigingen van incest door Coline Berry-Rojtman, de dochter van haar ex-man Richard Berry.
Coline beschuldigde Manson van betrokkenheid bij seksueel misbruik toen zij minderjarig was.
In januari 2021 diende Coline een aanklacht in tegen haar vader Richard Berry en Jeane Manson.
Ze beweerde dat ze in 1984 en 1985 tot seksuele spelletjes werd gedwongen en beschuldigde Manson ervan deel uit te maken van een pedofiele sekte.
Jeane ontkende deze aantijgingen met klem.
Omdat ze de beschuldigingen als leugens beschouwde, spande ze een rechtszaak wegens smaad en laster tegen Coline aan.
Coline werd in eerste instantie in 2022 veroordeeld, maar in juli 2024 werd ze door het hof van beroep in Lyon vrijgesproken.
De zaak kwam daarna voor het Franse Hof van Cassatie.
Eind 2025 oordeelde het Hof dat het arrest over de vrijspraak deels moest worden vernietigd, wat leidde tot nieuwe juridische ontwikkelingen.
Het strafrechtelijke onderzoek naar Richard Berry zelf werd in september 2022 geseponeerd wegens verjaring.
Daarnaast kreeg Jeane ook zware fysieke klappen te verwerken, waaronder een hartaanval tijdens een van haar rechtszaken in Lyon in 2024 – iets wat een enorme wissel trok op haar leven en haar werkkracht.
Ondanks al deze tegenslagen is de nu 75-jarige zangeres nog steeds actief.
Ze treedt regelmatig op, brengt nog nieuwe albums en singles uit.
In 2025 verscheen haar album Encore Une Fois en begin 2026 kwam haar nieuwe jazzalbum Jazz Bleu Nuit uit: een prachtige verzameling herwerkte jazzstandards en klassiekers uit het verleden, met live-elementen en remixes.