50 jaar geleden, KC & The Sunshine Band en hun hit That’s The Way (I Like It .

Casey ontmoette Finch begin jaren 70 in de platenzaak waar Harry werkte.

Wanneer ze een Caraïbische band aan het werk zien, besluiten ze een discogroep op te richten met Caraïbische invloeden.

De eerste single flopt, maar met ‘Queen Of Clubs’ scoren ze een eerste top 10-hit, merkwaardig genoeg wel enkel in de UK.

Op dat moment is er ook nog geen echte Sunshine Band. Harry en Richard nemen alles zelf op in de studio.

‘Get Down Tonight’ wordt in de zomer van 1975 de eerste wereldhit voor het kleurrijke gezelschap uit Miami, meteen goed voor een eerste Amerikaanse n°1.

Ondertussen was er al een echte Sunshine Band samengesteld waarmee op tournee kon worden gegaan. Met ‘That’s The Way I Like It’ scoort KC & The Sunshine Band in het najaar van 1975 zijn voorlopig grootste hit.

Naast de Billboard Hot 100 bereikte de single ook in Nederland de top van de Top 40.

In Ultratop houdt ‘I’m On Fire’ van 5000 Volts hen van de top. Hierna wordt ‘Queen Of Clubs’ in januari 1976 alsnog een top 10-hit in Vlaanderen en Nederland.

KC & The Sunshine Band scoorde tot 1980 nog hits.

Na ‘Please Don’t Go’ was het vet van de soep. In 1983 volgde een verrassende comeback met ‘Give It Up’, een Britse n°1.

Alhoewel de naam KC & The Sunshine Band behouden bleef, ging het om een soloproject van Harry W. Casey.

‘Queen Of Clubs’ werd in het najaar van 1995 weer een klein Ultratop-hitje (n°38) in de versie van het Vlaamse danceproject Timeshift (Joepie 17 december 1975 en met dank aan Denis Michiels).

Vandaag is het 55 jaar geleden dat Tim Visterin met zijn nummer ‘De Vogel’ de achtste plaats van de BRT Top 30 bereikte.

Tim Visterin (Antwerpen, 13 november 1940) koos na zijn studies, die hem voorbereidden op een loopbaan in de boekhouding, definitief voor een carrière in de muziek.

Aanvankelijk was hij actief in diverse muziekformaties, waaronder The Jokers en de Franstalige groep “Roland et les Bémols”.

Op advies van Toon Hermans volgde Visterin een opleiding aan de Amsterdamse kleinkunstacademie.

Hoewel hij zich aanvankelijk toelegde op het cabaretgenre met de groep “Sjanbaret”, verwierf hij zijn grootste bekendheid in 1970 met het nummer “De Vogel”.

Dit nummer was een vertaling van het liedje “Dites-Moi, Monsieur” van de Franse zanger Jean-Claude Darnal.

Het werd opgenomen in samenwerking met het Mechelse Onze-Lieve-Vrouw-knapenkoor, waar toen jonge knapen als Frank Deboosere en Pat Donnez in zongen.

Het behaalde een aanzienlijk commercieel succes in Vlaanderen en Nederland, met 100.000 verkochte exemplaren.

Na een periode van optredens, gericht op een jong publiek, verlegde Visterin zijn focus naar de zakelijke aspecten van de muziekindustrie.

Hij was actief als producer voor diverse Vlaamse artiesten en functioneerde als muziekuitgever. In die hoedanigheid verzorgde hij de lokale vertegenwoordiging van internationale acts, waaronder Mud, The Sweet en de Bee Gees.

Eind jaren zeventig vestigde hij zich in de Verenigde Staten.

In 1991 keerde Visterin terug naar Vlaanderen, waar hij zijn werkzaamheden in de muzieksector hervatte.

Hij was onder meer betrokken bij Centropa (Guy Beyers) en het managementteam van artiest Helmut Lotti.

Het nummer “De Vogel” is in de loop der jaren uitgegroeid tot een ‘evergreen’ in het Vlaamse repertoire en wordt nog frequent uitgezonden.

Tim Visterin overleed op 28 augustus 2018 aan de gevolgen van een infarct. Hij bereikte de leeftijd van 77 jaar.

Tim Visterin, liever een kindervriend dan een tieneridool

In november 1970, nu 55 jaar geleden, scoorde John Terra een hit met “Parking Rosie”.

Het nummer was een cover van “Cracklin’ Rosie” van Neil Diamond en behaalde destijds de achtste plaats in de Vlaamse Top 10.

De muziek van Neil Diamond is duidelijk een rode draad in zijn carrière gebleven.

Maar liefst 46 jaar later, in 2016, bracht Terra namelijk een volledig album uit gewijd aan de nummers van de Amerikaanse zanger.

Opvallend detail: “Cracklin’ Rosie” stond opnieuw op dat album, maar ditmaal kreeg het een nieuwe vertaling en de titel “Welkom Rosie”.

Het was dit album uit 2016 dat John Terra eindelijk de brede erkenning in Vlaanderen opleverde.

De Italiaanse zangeres en actrice Ornella Vanoni is vandaag op 91-jarige leeftijd overleden

Volgens Italiaanse media stierf ze in haar woning in Milaan aan de gevolgen van een hartstilstand.

Vanoni wordt beschouwd als een van de invloedrijkste vertolkers van het Italiaanse lied.

Met meer dan 55 miljoen verkochte platen en circa veertig studioalbums op haar naam groeide ze uit tot een absoluut icoon.

Ze werd geroemd om haar intieme, expressieve stem en haar vermogen verhalen te vertellen over liefde en verlies, maar ook over armoede en sociale uitsluiting.

Van theater naar festivalsucces Geboren in 1934 in Milaan, begon Vanoni haar loopbaan in de jaren vijftig aan het Piccolo Teatro.

Onder leiding van regisseur Giorgio Strehler maakte ze aanvankelijk naam met ‘canzoni della mala’, liederen over de zelfkant van de samenleving.

In 1960 trouwde ze met de zakenman Lucio Ardenzi; twee jaar later werd hun zoon, Cristiano, geboren.

In 1963 won ze het Festival van het Napolitaanse Lied met het nummer Tu si na cosa grande.

In de jaren die volgden nam ze met groot succes meerdere keren deel aan het prestigieuze Festival van San Remo.

Haar grootste commerciële succes behaalde ze in 1970 met L’appuntamento.

Dit nummer was oorspronkelijk geschreven door de Braziliaanse zanger Erasmo Carlos (geboren als Erasmo Esteves) en mede geschreven door de gekende wereldster Roberto Carlos (geboren als Roberto Carlos Braga).

Hoewel ze dezelfde artiestennaam droegen, waren ze geen familie van elkaar; ze brachten het nummer in 1980 overigens wel samen opnieuw uit als duet.

Vanoni’s versie van het nummer verwierf wereldwijd bekendheid.

Het kreeg decennia later een hernieuwde populariteit toen het werd gebruikt in de soundtrack van de film Ocean’s Twelve (2004).

Ook nummers als Anonimo Veneziano en Domani è un altro giorno behoren tot de klassiekers van de Italiaanse popmuziek.

In 1989 keerde ze terug naar het Festival van San Remo met het nummer Io come farò en tien jaar later nam ze het duet Alberi op met Enzo Gragnaniello.

Een bijzonder moment volgde in 2004: ter ere van haar zeventigste verjaardag nam ze een duettenalbum op met haar oude liefde en vaste muzikale partner Gino Paoli.

In 2021 bracht ze haar laatste studioalbum Unica uit.

De Britse zangeres Petula Clark, geboren als Sally Olwen Clark, viert vandaag haar 93ste verjaardag.

Het nummer “This Is My Song” werd oorspronkelijk gecomponeerd door Charlie Chaplin voor zijn film “A Countess from Hong Kong” (1966), die op 5 januari 1967 in première ging.

De hoofdrollen waren voor Marlon Brando, Sophia Loren, Sydney Chaplin en Tippi Hedren.

Het scenario was losjes gebaseerd op het leven van de Russische artieste Moussia Sodskaya, die Chaplin ooit in Frankrijk had ontmoet.

Het was Chaplins laatste film als regisseur, en hij verscheen zelf nog een laatste keer in een kleine cameo als steward aan boord van het schip.

Voor de vocale versie van het titelnummer dacht Chaplin meteen aan Petula Clark.

Hij kende haar als buurvrouw – ze had net als hij een huis in Zwitserland – en vroeg haar om het nummer op te nemen.

Het project stuitte echter op de nodige weerstand. Haar vaste arrangeur, Tony Hatch, vond het lied niet geschikt voor haar.

Petula Clark zelf had ook grote moeite met de ouderwetse tekst, maar Chaplin weigerde er ook maar iets aan te veranderen.

Omdat Hatch afhaakte, werd het arrangement uiteindelijk gemaakt door Ernie Freeman.

De productie was in handen van Sonny Burke en de instrumentale begeleiding werd verzorgd door The Wrecking Crew, een bekende Amerikaanse groep sessiemuzikanten.

Clark was wel bereid het nummer op te nemen voor haar album, maar toen platenmaatschappij Pye Records besloot het als single uit te brengen, probeerde ze dat nog te blokkeren.

Tevergeefs, want het nummer werd toch uitgebracht en groeide, tegen haar eigen verwachtingen in, uit tot een wereldhit.

Het behaalde de eerste plaats in de hitparades van zowel Vlaanderen als Nederland.

Petula Clark zong later ook succesvolle versies in het Frans (C’est ma chanson), Duits (Love, so heisst mein Song) en Italiaans (Cara felicità).

Het succes van het lied stond in schril contrast met de ontvangst van de film.

“A Countess from Hong Kong” was een flop in de VS (waar het slechts 2 miljoen dollar omzette) en de rest van Europa.

De enige uitzondering was Italië, waar de film wel een succes werd. Uiteindelijk was het dankzij het enorme succes van de filmmuziek dat de film toch nog uit de kosten kwam.

Donna Hightower, geboren als Donna Lubertha Hightower, met haar hit This World today is a Mess

Samen met haar Spaanse producer Danny Daniel schreef Donna Hightower het nummer ‘This World Today is a Mess’ dat uitgroeide tot haar grootste hit.

Wereldwijd gingen er meer dan een miljoen exemplaren van over de toonbank.

In Vlaanderen behaalde de single een zesde plaats in de BRT Top 30, terwijl het in Nederland op de elfde plek in de Top 40 terechtkwam.

Hightower groeide op in Los Angeles, waar ze beïnvloed werd door gospelmuziek en later door jazziconen als Ella Fitzgerald, Kay Starr en Ella Mae Morse.

Haar carrière nam een onverwachte wending in 1951, toen ze in Chicago werd ontdekt en een plek kreeg als zangeres in het orkest van Horace Henderson.

Niet lang daarna nam ze voor Decca haar zelfgeschreven debuutplaat “I Ain’t In the Mood” op.

Hoewel de daaropvolgende singles weinig succes kenden, zette ze door.

Ze zong met het trio van Hank Hazlett en haar talent werd bekroond toen ze via een talentenjacht een platencontract bij RPM Records won.

Dit leidde tot singles met begeleiding van het orkest van Maxwell Davis en optredens in het legendarische Apollo Theater.

Ze tourde met grootheden als B.B. King en Johnny “Guitar” Watson. In 1958 volgde haar eerste album voor Capitol Records, ‘Take One’, kort daarna gevolgd door een tweede.

In 1959 verlegde Hightower haar werkterrein naar Europa. Ze trad op in onder meer Engeland, Zweden, Spanje, Duitsland en België.

Ze woonde enkele jaren in Frankrijk en nam daar ook Franstalige nummers op. Zo bereikte “C’est Toi Mon Idol”, haar versie van “My Guy Lollipop”, in 1964 de eerste plaats in Canada.

Uiteindelijk streek ze voor twintig jaar neer in Madrid. In Spanje won ze verschillende prijzen op songfestivals en nam ze succesvolle Spaanstalige platen op.

Haar samenwerking met Danny Daniel was bijzonder vruchtbaar. Onder de naam Danny y Donna stonden ze met “El Vals de las Mariposas” zo’n vijf maanden in de Spaanse hitlijsten.

De twee schreven ook samen liedjes, waaronder ‘If You Hold My Hand’. Dit nummer was in 1973 een groot succes en bereikte in Vlaanderen de tiende plaats in de BRT Top 30 en in Nederland zelfs de achtste plaats in de hitparade.

Na een aantal popplaten keerde ze in 1976 met het bigband-jazzalbum “El Jazz y Donna Hightower” terug naar haar muzikale roots, in samenwerking met Pedro Iturralde.

In 1985 bracht ze een religieus album uit, getiteld ‘Prima Donna’.

In 1991 trok Hightower zich terug uit de muziekwereld en verhuisde naar Austin, Texas.

Ze overleed in 2013 op 86-jarige leeftijd.

Vandaag, precies 50 jaar geleden, op 1 november 1975, maakte de single Dansez maintenant van de Nederlandse zanger zijn entree in de Brt Top 30.

De herkenbare melodie was gebaseerd op Moonlight Serenade van Glenn Miller (1939), met een Franse tekst van zijn echtgenoot Patrick Loiseau en productie van Jean Jacques Souplet.

Het werd een enorme hit: in Vlaanderen en Nederland bereikte het de eerste plaats (op 6 december 1975) in de Brt Top 30 en in de Nederlandse Top 40 (10 november 1975)

Achter de artiestennaam Dave gaat Wouter Otto Levenbach schuil, geboren in Amsterdam in mei 1944.

Hij begon zijn carrière op twintigjarige leeftijd als de frontman van het combo Dave Rich & the Millionaires, waarmee hij in 1964 de single Girl of my dreams uitbracht.

De voornaam van “Dave Rich” hield hij aan als zijn artiestennaam.

In zijn begintijd zong Dave nog in het Nederlands.

In 1967 verhuisde hij echter naar Frankrijk.

In een aflevering van het tv-programma Volle Zalen (13 maart 2025) vertelde hij hierover aan Cornald Maas.

Hij gaf aan dat hij als jonge man met een vriend naar Frankrijk vertrok, zonder enig toekomstplan. Hij wist niet waar hij zou belanden, maar voelde dat hij iets moest veranderen; alleen zou hij die stap waarschijnlijk niet gezet hebben.

Hoewel hij in Frankrijk woonde, had hij in 1969 nog een eerste, bescheiden Nederlandstalige hit in Vlaanderen en Nederland met Natalie. Met het nummer Natalie nam hij trouwens deel aan het Songfestival van Knokke in 1969.

In datzelfde jaar deed hij met het Nederlandstalige Niets gaat zo snel mee aan het Nationaal Songfestival.

Uiteindelijk schakelde hij definitief over naar het Frans.

Zijn eerste grote hit in Frankrijk scoorde hij in 1974 met Trop Beau, een Franse vertaling van Sugar Baby Love van The Rubettes.

Na zijn hoogtijdagen in de jaren 70 keerde Dave in de 21e eeuw terug in de schijnwerpers.

Zijn autobiografie Soit Dit En Passant (2003) zorgde ervoor dat hij veelvuldig op de Franse radio en tv verscheen.

Dit leidde tot nieuwe successen: in 2004 gaf hij drie concerten in het Olympia in Parijs en zijn album Doux Tam Tam (2004) werd goed verkocht.

In 2006 bracht hij het album Levenbach uit, vernoemd naar zijn achternaam, met zeer persoonlijke teksten.

Dave bleef een bekende persoonlijkheid in zowel Frankrijk als Vlaanderen en Nederland.

Hij was te zien in de Franse film Une chanson pour ma mère (2013) en speelde een prominente rol in beide afleveringen van het Nederlandse tv-programma Chansons! met Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps.

De afgelopen jaren kende hij persoonlijke tegenslagen. In 2021 ontsnapten hij en zijn partner Patrick aan een koolmonoxidevergiftiging.

Een jaar later raakte Dave ernstig gewond na een ongelukkige val van de trap in hun Parijse huis.

Hiervan is hij redelijk hersteld, al heeft hij nog last van de gevolgen; zo zijn zijn smaak- en reukzin nog steeds niet teruggekeerd.

Desondanks blijft hij actief.

Eind maart 2025 gaf hij voor het eerst een optreden in Carré in Amsterdam.

Joepie 21 augustus 1974

Gisteren nog vandaag

Dave, rusten op bevel (Joepie van 2 september 1979)

Gisteren nog vandaag

Dave (Juni 1979)

Gisteren nog vandaag

In de herfst van 1975, nu vijftig jaar geleden, maakten Vlaanderen en Nederland kennis met Natalie Cole, de getalenteerde dochter van de legendarische zanger Nat King Cole.

Ze brak door met haar debuutsingle ‘This Will Be’, een nummer afkomstig van haar eerste album ‘Inseparable’.

Achter de schermen waren Chuck Jackson en Coles toenmalige partner Marvin Yancy de drijvende krachten.

Zij schreven niet alleen alle nummers voor het album, inclusief de hitsingle, maar namen ook de arrangementen en de productie voor hun rekening.

De single deed het goed in de hitlijsten: in Vlaanderen bereikte ‘This Will Be’ de vijfde plaats in de BRT Top 30, terwijl het in Nederland tot de zestiende plek in de Top 40 schopte.

De professionele samenwerking tussen Cole en Yancy bloeide al snel uit tot een persoonlijke relatie.

Op 31 juli 1976 trouwde de zangeres met Marvin Yancy, die naast producer ook een voormalig lid was van de R&B-groep The Independents en een gewijde baptistenpredikant.

Onder zijn invloed werd Cole een vrome baptist. Samen kregen ze een zoon, Robert Adam “Robbie” Yancy, die later als muzikant met zijn moeder op tournee zou gaan.

Helaas was hun huwelijk geen lang leven beschoren; het koppel scheidde in 1980.

Het gezin werd echter getroffen door een reeks van tragedies.

Marvin Yancy overleed amper vijf jaar na de scheiding, in 1985, aan een hartaanval op de jonge leeftijd van 34 jaar.

Dertig jaar later, in 2015, overleed Natalie Cole zelf op 65-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Los Angeles.

Het noodlot sloeg opnieuw toe in 2017, toen hun zoon Robbie op 39-jarige leeftijd stierf, net als zijn vader aan een hartaanval.

Vandaag is het ook al 25 jaar geleden dat Julie London is overleden.

Het nummer ‘Cry Me A River’ werd in 1953 geschreven door Arthur Hamilton.

Hij schreef het oorspronkelijk voor een film van regisseur Jack Webb, de toenmalige echtgenoot van zangeres Julie London, die Hamilton nog kende van de middelbare school.

Het was de bedoeling dat Ella Fitzgerald het bluesy nummer zou zingen in de film Pete Kelly’s Blues, maar uiteindelijk werd het liedje uit de film geknipt.

Na haar scheiding van Webb leerde Julie London de jazzpianist Bobby Troup kennen, de componist achter de klassieker ‘Route 66’.

Hij werd haar tweede echtgenoot en overtuigde haar om een LP met jazzstandards op te nemen voor Liberty Records. ‘Cry Me A River’ was het enige nieuwe nummer op dit album, getiteld Julie Is Her Name.

Het werd als single uitgebracht en groeide uit tot de eerste grote hit voor het platenlabel, met een negende plaats in de Billboard-hitparade.

Julie London zong het nummer ook in de film The Girl Can’t Help It en bracht in 1960 een nieuwe versie uit.

Bobby Troup overleed in 1999 op 81-jarige leeftijd. Een jaar later, in oktober 2000, overleed Julie London op 74-jarige leeftijd.

35 jaar geleden Enigma met hun hitsingle Sadeness.

De Duits-Roemeense producer Michael Cretu kende halfweg de jaren 80 bijzonder veel succes met zijn zingende echtgenote Sandra (o.a. van ‘Maria Magdalena’).

Maar veruit het grootste succes kende hij met zijn project Enigma. De opvallende mix van Gregoriaanse gezangen, een dance-beat en de sensuele stem sloeg in als een bom.

Het debuutalbum ‘MCMXC a.d.’ dat in december 1990 verscheen, kreeg 57 keer platina en stond in 41(!) landen op n°1.

Het was op dat moment de succesvolste plaat van Virgin Records!

De single ‘Sadeness part 1’ stond in december 1990 in 24 landen op n°1 en was een top 5-hit tot in de VS.

Sandra verzorgde, net als op de meeste nummers, de vocalen.

De gezangen zijn samples uit een album van een Duits koor uit 1976.

Aanvankelijk werd Cretu beschuldigd van plagiaat, maar uiteindelijk werd er een schikking getroffen.

Eind september lanceerde de 86-jarige Amanda Lear haar nieuwe single “Amour (s)”, een voorproefje van haar aankomende album “Looking Back” dat op 7 november 2025 verschijnt.

Het nummer, geschreven door Benjamin Dantès en Patxi Garat, is een modern Franstalig nummer dat bewijst hoe Lear zichzelf na bijna vijftig jaar in de schijnwerpers als een ware kameleon steeds opnieuw kan uitvinden.

De productie was in handen van Alain Mendiburu, met wie ze al sinds 2006 samenwerkt, en Georges Landtsheere.

Het nieuwe album, “Looking Back”, wordt omschreven als een verkenning van hedendaagse Franse chanson, met verrassende uitstapjes naar genres als de blues.

Het bevat, maar liefst acht nieuwe nummers die speciaal voor haar zijn geschreven door talenten als Pierre Lapointe, Sacha Rudy en Patxi Garat.

Naast nieuw materiaal kunnen we ook een versie van de klassieker “Strangers In The Night” verwachten.

Een opvallende samenwerking is die met de legendarische Amerikaanse DJ Chris Cox, die een krachtige dance-remix maakte van het nummer “When I Was Your Favourite Singer”.

Een ander uniek detail is dat de albumhoes een schilderij is van Amanda Lear zelf.

Het album zal zowel op lp als op cd verkrijgbaar zijn.

45 Jaar Geleden: Nick Hall’s “Hop on the bus” in de Nationale Hitparade.

De Britse zanger en songwriter Nick Hall, geboren als Nicolaas R. Hall, woonde sinds eind jaren zestig in Nederland.

Hij bracht de leuke single “Hop on the bus” uit, die de vierenveertigste plaats in de Nederlandse Nationale Hitparade bereikte.

Hoewel het de Top 40 niet haalde, kwam het wel tot de twaalfde plaats in de Tipparade. In Vlaanderen kwam de single niet in de hitlijsten voor.

Het nummer is terug te vinden op zijn enige album, “A Very Special Case” dat werd geproduceerd door Pim Koopman.

Naast zijn muzikale carrière had Hall een heel andere baan. Hij werkte jarenlang als croupier in verschillende Nederlandse casino’s, met als voornaamste standplaats Zandvoort.

Na zijn pensioen vond hij een nieuwe passie. Samen met zijn vrouw Jane, een vertaalster en artieste die hij al in 1967 in een Engels kunstcentrum had ontmoet, startte hij het project ‘Nursery Tracks’.

Hun YouTube-kanaal ontstond als een natuurlijk vervolg voor het koppel, dat naast hun passie voor muziek en beeldende kunst werd overvallen door een nog grotere passie: hun kleinkinderen.

Voor dit project schreef Nick de muziek, terwijl Jane de animaties verzorgde.

Het koppel woonde in Nederland en had twee kinderen en vijf kleinkinderen.

Nick Hall overleed op 7 juni 2021.

Vandaag mag de Amerikaanse zangeres Jennifer Rush 65 kaarsjes uitblazen

Rush werd geboren als de dochter van operatenor Maurice Stern en pianiste Barbara Stern.

Ook haar broers zijn muzikanten.

Haar muzikale carrière begon ze in Duitsland waar haar vader veel optrad.

In 1979 verscheen haar debuutalbum ‘Heidi Sterne’.

Op aanraden van haar mentor en producer Gene McDaniels verhuisde ze in 1982 naar Duitsland.

Haar vader zingt er dan in een opera.

‘The Power Of Love’, dat ze zelf meeschreef, was in het najaar van 1984 al een grote hit in Duitsland.

Pas een jaar later veroverde de single ook de rest van Europa.

Uiteindelijk bereikte Jennifer Rush de n°1 in een tiental Europese landen en Canada en Nieuw-Zeeland.

In de UK stond ze in oktober 1985 5 weken op n°1 en werd er de grootste hit van het jaar en de n°9 van de 80s.

Het was op dat moment de bestverkochte single ooit van een zangeres.

In de Billboard Hot 100 geraakt ze niet in de top 50. In Ultratop stond Jennifer Rush ermee in de top 3.

Nadien namen o.a. Laura Branigan en Air Supply een cover van de song op.

De succesvolste coverversie is die van Céline Dion.

Zij bereikt in 1994 wel de top van de Amerikaanse én Canadese hitlijsten.

Jennifer Rush bleef vooral in Duitsland nog erg populair.

Haar voorlopig laatste studioalbum ‘Now Is The Hour’ verscheen in 2010. (Denis Michiels)

Vandaag, 45 jaar geleden, komt het nummer “Some Broken Hearts Never Mend” van Telly Savalasbinnen in de Brt Top 30

Hoewel de meeste mensen Telly Savalas kennen als de iconische inspecteur Kojak, had de acteur ook een opmerkelijke zangcarrière.

Al in 1975 scoorde hij in Vlaanderen en Nederland een hit met zijn cover van de Bread-klassieker ‘If’.

Gisteren nog vandaag

Zijn grootste muzikale succes volgde echter in 1980 met ‘Some Broken Hearts Never Mend’.

Dit nummer, oorspronkelijk van Don Williams, nam hij op in de Wisseloord-studio’s in Hilversum.

Op 27 september 1980 kwam de single binnen in de BRT Top 30 en klom gestaag door tot de eerste plaats op 25 oktober.

Ook in Nederland was het een grote hit die de vijfde plek in de Top 40 behaalde.

Telly Savalas overleed op 22 januari 1994, een dag na zijn zeventigste verjaardag, aan de gevolgen van prostaatkanker.

Vandaag 95 jaar geleden werd Ray Charles geboren (23 september 1930)

Charles improviseerde dit nummer toen hij in december 1958 bij een van zijn optredens de gehele setlist gespeeld had, maar nog zin had om verder te spelen.

Het nummer is dus geschreven door Ray Charles zelf en de productie was in handen van Jerry Wexler.

Het was voor Ray Charles zijn eerste top 10-hit in zijn thuisland Amerika.

Het werd in 2002 opgenomen in het National Recording Registry.

In een door het muziekblad Rolling Stone samengestelde lijst van de vijfhonderd beste liedjes stond What’d I Say op de tiende plek.