
50 jaar geleden, reclame voor pils van het merk Stella Artois (oktober – november 1973)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Toen waren er nog 5000 tijgers in1973. Vandaag is er nog steeds een actie om geld te verzamelen voor het tijgerproject.
Het totale aantal tijgers in het wild in 2023 wordt geschat op nog slechts 3900.

Gisteren nog vandaag
Spandau begon als een new wave-groep, maar schakelde later over naar een meer soulvolle popstijl. ‘True’ was hun eerste internationale doorbraak in het voorjaar van 1983.
Het nummer bereikte de eerste plaats in het VK Singles Chart en de vierde plaats in de Billboard Hot 100.
‘Gold’ was de opvolger van ‘True’ en werd ook een grote hit in het najaar van 1983. Het nummer deed het vooral goed in België en Nederland, waar het de derde plaats haalde in de Ultratop en de Mega Chart.

In het Verenigd Koninkrijk moest het nummer echter genoegen nemen met de tweede plaats, achter ‘Give It Up’ van KC & The Sunshine Band.
‘Gold’ werd later door verschillende voetbalclubs, waaronder West Ham en Celtic Glasgow, gebruikt als clublied. Ze vervingen het woord “Gold” door “Carlton Cole”, een speler die voor beide clubs speelde. Tijdens de Olympische Spelen van 2012 in Londen werd het nummer ook vaak gespeeld bij elke Britse gouden medaille.
De meeste nummers van Spandau Ballet werden geschreven door gitarist Gary Kemp, die samen met zijn broer Martin de band oprichtte in 1979.
De broers Kemp begonnen hun carrière al in 1968, als kindacteurs.
Toen Spandau Ballet in 1990 minder populair werd, gingen ze weer acteren, tot onvrede van de andere bandleden.
Ze speelden samen in het misdaaddrama The Krays, waarvoor ze veel lof kregen. Gary Kemp had ook een rol in The Bodyguard, naast Whitney Houston en Kevin Costner, in 1992.
Tegenwoordig maakt Gary Kemp deel uit van Nick Mason’s Saucerful Of Secrets, een band die zich richt op het vroege werk van Pink Floyd, de legendarische band waarvan Nick Mason drummer was.
De band trad een paar jaar geleden nog op in de Antwerpse Stadsschouwburg. (Joepie 2 oktober 1983)

In 1963 werd Di Stéfano het slachtoffer van een ontvoering in Caracas, Venezuela, waar hij met Real Madrid een vriendschappelijke wedstrijd zou spelen.
Hij werd op (volgens sommige bronnen op 24 augustus) meegenomen door twee gewapende mannen die zich voordeden als politieagenten.
Ze eisten losgeld en politieke concessies van de Venezolaanse regering.
Di Stéfano werd twee dagen vastgehouden (sommige bronnen hebben het over 25 uur) in een afgelegen huis, maar bleef ongedeerd. Hij kreeg zelfs te eten en te drinken en mocht naar de radio luisteren.
De ontvoerders behoorden tot een linkse guerrillabeweging die zichzelf de Gewapende Revolutionaire Beweging (MRA) noemde.
Ze wilden met hun actie aandacht vragen voor de sociale ongelijkheid en de onderdrukking in Venezuela.
Ze hadden ook contact met Fidel Castro, de leider van Cuba, die hen steunde in hun strijd tegen het regime van president Rómulo Betancourt.
Castro zou zelfs hebben bemiddeld om Di Stéfano vrij te krijgen, volgens sommige bronnen.
Op 26 augustus werd Di Stéfano vrijgelaten in de buurt van de Spaanse ambassade.
Hij werd opgevangen door zijn ploeggenoten en kon al snel weer voetballen.
Hij speelde zelfs mee in de uitgestelde wedstrijd tegen São Paulo, die Real Madrid met 2-1 won.
Di Stéfano zei later dat hij geen wrok koesterde tegen zijn ontvoerders en dat hij begrip had voor hun idealen. Hij schonk ook een deel van zijn gage aan een Venezolaans weeshuis.
Alfredo Di Stéfano was een van de grootste voetballers aller tijden. Hij speelde als aanvaller en was vooral bekend om zijn successen met Real Madrid in de jaren 50 en 60.
Hij won vijf keer de Europacup I en scoorde in elke finale. Hij was ook vijf keer de topscorer van Spanje en werd twee keer verkozen tot Europees voetballer van het jaar.
Di Stéfano begon zijn carrière bij River Plate in Argentinië, waar hij in 1947 de Copa América won.
Hij speelde ook voor Huracán en Millonarios in Colombia, voordat hij in 1953 naar Real Madrid ging.
Hij nam de Spaanse nationaliteit aan en speelde 31 interlands voor Spanje, nadat hij eerder ook voor Argentinië en Colombia had gespeeld.
Di Stéfano maakte nooit zijn debuut op een WK, omdat Spanje zich niet kwalificeerde of zich terugtrok.
Na zijn voetbalcarrière werd hij trainer van onder andere Elche, Boca Juniors, Valencia, Sporting CP, Rayo Vallecano, Castellón, River Plate en Real Madrid.
Hij won als coach onder meer de Argentijnse titel met Boca Juniors en River Plate, de Spaanse titel en de Europacup II met Valencia en de Spaanse Supercup met Real Madrid.
Hij was ook een filmacteur en speelde in vier films: Con los mismos colores (1949), Saeta rubia (1956), La batalla del domingo (1963) en Once pares de botas (1968).
Di Stéfano overleed in 2014 op 88-jarige leeftijd in Madrid. Hij wordt beschouwd als een legende van het voetbal en een icoon van Real Madrid.




Peters (Lennie Peters) en Lee (Dianne Lee) werden bekend nadat ze de talentenjacht Opportunity Knocks hadden gewonnen in 1973.
Hun grootste hit was Welcome Home, een nummer dat oorspronkelijk in het Frans was geschreven door Jean Alphonse Dupre en Stanislas Beldone en dit voor de Nederlandse zangeres Lenny Kuhr.
De vertaling naar het Engels gebeurde door de Britse komiek Bryan Blackburn.
Het nummer werd geproduceerd door Johnny Franz en bereikte de eerste plaats in het VK Singles Chart in juli 1973.
Het verkocht meer dan 800.000 exemplaren in het VK.
In Vlaanderen en Nederland bereikte hun single niet de hitparade.
Het nummer verscheen ook op hun debuutalbum We Can Make It, dat in 1973 werd uitgebracht door Philips Records.
In Vlaanderen en Nederland kennen we het duo van hun cover van het nummer The Song From Moulin Rouge.
Een nummer dat ze opnamen in Nederland in 1977 en dit samen met het orkest van Harry van Hoof en de productie was toen in handen van Will Hoebee.
De single bereikte in Vlaanderen niet de hitparade, in Nederland was het nummer goed voor een drieëntwintigste plaats in de Top 40.

Het kaasbedrijf La Vache qui rit werd in 1921 opgericht door Léon Bel, een Franse ondernemer die een passie had voor kaas.
Hij bedacht een recept voor een smeerbare kaas die gemaakt werd van verschillende soorten kaas die overbleven in de fabriek.
Hij noemde zijn product La Vache qui rit, naar een humoristische tekening van een lachende koe die hij had gezien op een vrachtwagen tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Het logo van de koe met de rode oorringen en de driehoekige verpakking werden al snel iconisch en herkenbaar over de hele wereld.
La Vache qui rit groeide uit tot een succesvol internationaal merk dat in meer dan 120 landen wordt verkocht.


Edith Piaf leeft de laatste maanden van haar leven teruggetrokken in Grasse, waar ze in de nacht van tien oktober 1963 sterft in het bijzijn van Theo Lamboukas, haar toenmalige man.
Maar omdat ze per se in Parijs wilde sterven, werd haar lichaam in een ambulance naar Parijs gebracht, waar een dokter haar dood op 11 oktober officieel vaststelde.
Deze anekdote is tekenend voor Piafs liefde voor Parijs, de stad die haar als chansonnière onsterfelijk heeft gemaakt.
En die liefde was wederzijds: le tout Paris liep te hoop wanneer de lijkstoet naar de begraafplaats Père-Lachaise trok.

Gisteren nog vandaag: Edith Piaf in de Piccolo
Edith Piaf blijft bekend en bemind om haar chansons die een ode zijn aan het leven en de liefde, ook al ging het haar in haar privéleven allerminst voor de wind.
Als kind trok ze rond met haar vader die straatartiest was, op haar vijftiende moest ze voor zichzelf instaan.
Ze bezingt in ‘L’Hymne à l’amour’ (1950) een onvoorwaardelijk geloof in de liefde, enkele maanden nadat haar grote liefde Marcel Cerdan, de Franse wereldkampioen boksen, omkwam in een vliegtuigongeluk.

Gisteren nog vandaag: Edith Piaf in Knokke (28 juli 1961)
Op haar tweeënveertigste huwt Piaf opnieuw met de twintiger Théo Sarapo.
Met hem zingt ze in 1962 nog het duet ‘A quoi ça sert l’amour’. Of zij niet denkt aan wat rust na zo’n bewogen leven? “Neen, want de dag dat je rust, voel je je al een beetje dood”.
In de sloppen van Belleville, midden in “la grande guerre”, verwekt tijdens een militair verlof van een toevallige vader-straatartiest, met een straalzatte zangeres als moeder.
Niet bevorderlijk voor een schitterende carrière in de wereld van de showbizz.
Wanneer Edith Piaf dan op haar vijftiende voor haar eigen inkomsten ging zorgen, met als enig talent een stem als een scheepsklok, dan moest ze ferm van haar afbijten om het zo ver te schoppen.

Gisteren nog vandaag: Edith Piaf en haar man Théo Sarapo te gast in zaal Ancienne Belgique in Brussel (december 1962)
Dan moest ze een straatmus zijn die kon zingen als een kanarievogel.
Als kleuter had ze die warme moederliefde gemist, waar elk kind recht op heeft.
Haar hele verdere leven was één grote hunker naar de warmte, de hartelijkheid, de tederheid die je als kind niet had gekregen.
Wat zei ze ook weer? “Als het geluk aan de deur klopt dan ga ik opendoen, dan durf ik niet neen zeggen”.
En telkens wanneer ze die liefde vond, was ze ook dankbaar en gul.
Edith Piaf had een onfeilbaar oog voor talent en ze had die gave vaak gebruikt om jonge artiesten beroemd te maken.
Leverkanker velt haar uiteindelijk op haar zevenenveertigste, met onsterfelijke klassiekers als La vie en rose, Milord en Non, je ne regrette rien op haar palmares.(diverse bronnen, ENen Toon Hillewaere)

Gisteren nog vandaag: Édith Piaf (janauri 1961)
De Amerikaanse rockband Wha-Koo werd in 1975 door gitarist Danny Douma opgericht als The Big Wha-Koo.
Hij liet zich omringen door een aantal ervaren muzikanten, o.a. David Palmer die bij Steely Dan zong, Nick Van Maarth die bij Buddy Holly’s Crickets speelde en bassist Reinee Press was te horen op grote hits van Neil Diamond.
Wha-Koo brak in 1978 door met het tweede album ‘Berkshire’.
De plaat werd geproducet door multi-Grammy-winnaar Ken Caillat die bij ‘Rumours’, ‘Tusk’ én ‘Mirage’ alsook het live-album van Fleetwood Mac achter de knoppen zat.
De (overigens prima) powerballad ‘You’re Such A Fabulous Dancer’ miste net de Billboard Hot 100 (n°101 !) maar was een groot succes in Australië (n°10) en vooral de Afrikaanse landen!
Ondanks de steun van Frits Spits werd het in Nederland geen hit, zelfs geen Tipparade-notering.
Danny Douma verliet nog in 1978 de band en werkte later samen met o.a. Eric Clapton en leden van Fleetwood Mac.
Hij was ook supportact voor de band.
In 1979 verliet hij echter de muziekscene.
Hij richtte dan zijn pijlen op de filmwereld. Douma overleed op 1 juni 2010 aan kanker.
David Palmer schreef muziek voor de cultfilms Teen Wolf en Fast Times At Ridgemont High voor de tv-serie The Heights.
Tegenwoordig is hij kunstenaar en fotograaf (Denis Michiels)






Gisteren nog vandaag
50 jaar geleden, had de Canadese zanger Paul Anka een hitje met het nummer Flashback.
Het nummer is geschreven door Alan Earl O’Day en Arthur Wayne Kent.
Alan Earl O’Day schreef ik ook de hits Angie Baby voor Helen Reddy’s en Rock And Roll Heaven voor de Righteous Brothers.
De Productie was in handen van Rick Hall (geboren als Roe Erister Hall en overleden op 2 januari 2018).
In Vlaanderen bereikte de single niet de hitparade, in Nederland was het nummer goed voor een vijfentwintigste plaats in de Top 40.


Het nummer is geschreven door haar vader Marty Wilde en haar broer Ricky Wilde, die ook de producer was.
Het nummer was in Vlaanderen goed voor een zevende plaats en dat zowel in de Brt Top 30 als in de Ultratop 50.
In Nederland was de single goed voor een tiende plaats in de Top 40.
Het nummer gaat vermoedelijk over Kim Wilde zelf en bevat een saxofoonsolo van de Britse saxofonist, fluitist en componist Gary Barnacle.
Gary Barnacle begon zijn muzikale carrière als gastmuzikant bij verschillende groepen zoals onder meer The Clash, The Damned, The Boomtown Rats, Public Image Limited en The Stray Cats.
Hij was een tijd lid van de groepen Cutting Crew en Visage.
Gary Barnacle is eigenaar van een eigen opnamestudio en werkte met heel wat artiesten zoals Level 42, Swing Out Sister, Marilyn, Holly Johnson, Soft Cell/Marc Almond, Spandau Ballet, T’Pau, The Beautiful South, Tina Turner, Elvis Costello, Phil Collins, David Bowie, Soul II Soul, Bjork en Paul McCartney.
Het album Happiness Not Included van Soft Cell uit 2022, was opgenomen in zijn opnamestudio 241 Studios. Op dit album is hij ook te horen als gastmuzikant.
Het nummer Love Blonde is afkomstig van haar derde album Catch as Catch Can dat in hetzelfde jaar uitkwam. (Joepie 2 oktober 1983)

