
Vanavond 40 jaar geleden, Joe Jackson te gast in Vorst Nationaal in Brussel.

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Het nummer ‘Stars On 45’ was een legale bewerking van een illegale 12-inch-single van Alto Passion, waarop originele opnamen van diverse artiesten, waaronder The Beatles, tot een medley waren gesmeed.
Toen Willem van Kooten deze illegale plaat in handen kreeg, gaf hij producer Jaap Eggermont de opdracht om er een officiële versie van te maken.
Voor de zangpartijen werd een indrukwekkend team samengesteld.
Smile-zanger Bas Muys nam de stem van John Lennon voor zijn rekening, en hij deed dat zo overtuigend dat Julian Lennon ooit opmerkte dat de stem van Muys meer op die van zijn vader leek dan die van hemzelf.
Hans Vermeulen kroop in de huid van George Harrison, terwijl Okkie Huysdens te horen was als Paul McCartney.
Daarnaast leverden ook Albert West, Tony Sherman, Arnie Treffers, Okkie Huysdens, en Jody Pijper een bijdrage aan het project.
Het resultaat was een ongekend wereldwijd succes.
In 1981 werden er van deze eerste single meer dan 5 miljoen exemplaren verkocht.
Op 20 juni 1981 bereikte de plaat de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100, een prestatie die werd beloond met een platina-status voor de verkoop van meer dan een miljoen stuks in de Verenigde Staten alleen al.
Uiteindelijk voerde de single de hitlijsten aan in minstens een dozijn landen, waaronder Nederland, Duitsland, Canada en Australië.
Het succes breidde zich dat jaar razendsnel uit met een volledig album en verschillende vervolgsingles.
Het eerste album, in de VS uitgebracht als Stars on Long Play, was een internationaal fenomeen waarvan meer dan 2,5 miljoen exemplaren over de toonbank gingen.
Na de Beatles-medley volgden in 1981 nog meer hits, zoals de Abba-medley, Stevie Wonder-medley en Frank Sinatra-medley.
Deze opvolgers domineerden eveneens de hitlijsten en droegen bij aan een indrukwekkend totaalplaatje.
De totale verkoop van alle Stars on 45-releases in 1981 wordt wereldwijd geschat op ruim 10 tot 15 miljoen eenheden.

Gisteren nog vandaag
45 jaar geleden, LP-bespreking Nightclubbing van Grace Jones (Joepie 24 mei 1981)

Gisteren nog vandaag
Nightclubbing uit 1981 markeert het moment waarop Grace Jones haar transformatie van disco-diva naar avant-garde-icoon voltooide.
De weg naar dit succes was bijzonder; Jones werkte zich op van een Jamaicaanse domineesdochter tot een veelzijdige wereldster.
Hoewel ze in Amerika de toneelschool bezocht, werd ze al snel ontdekt als topmodel.
Ze sierde de covers van bladen als Elle en Vogue, en verscheen zelfs op de voorzijde van het Duitse Der Stern.
Het album werd opgenomen in de beroemde Compass Point Studios op de Bahama’s, waar een uniek geluid werd gesmeed door de combinatie van reggae-ritmes, post-punkattitude en elektronische texturen.
Onder leiding van producenten Chris Blackwell en Alex Sadkin, en met de ritmesectie van Sly & Robbie, ontstond een lome, hypnotiserende sfeer die perfect de overgang van de glitter van de jaren zeventig naar de kille chic van de jaren tachtig ving.

Rond deze tijd ontwikkelde Jones haar kenmerkende androgynen look met kort haar en strakke pakken, wat haar een onvergetelijk icoon in zowel de muziek als de mode maakte.
De titeltrack kent een interessante oorsprong; het nummer werd geschreven door David Bowie en Iggy Pop en verscheen voor het eerst op het album The Idiot van Iggy Pop in 1977.
In de uitvoering van Jones krijgt het stuk echter een geheel nieuwe dimensie. Terwijl het origineel uit de Berlijnse periode van Bowie en Pop een zekere mate van decadente uitputting suggereerde, klinkt de versie van Jones als een triomftocht door een nachtelijk stedelijk landschap.
Haar voordracht is afstandelijk en bijna robotachtig, wat naadloos aansluit bij het hoekige, minimalistische arrangement.
Naast de titeltrack bevat het album meer indrukwekkende bewerkingen. Een van de absolute hoogtepunten is de single I’ve Seen That Face Before (Libertango).

Gisteren nog vandaag
Dit nummer is een bewerking van Libertango, een compositie van de Argentijnse componist en bandoneonist Astor Piazzolla.
De tekst van deze versie werd mede geschreven door Francine Canovas, beter bekend onder haar artiestennaam Nathalie Delon.
Zij was de moeder van de Frans-Amerikaanse acteur Anthony Delon en was van 1964 tot 1969 getrouwd met Alain Delon.
Later werd zij de vriendin van producent Chris Blackwell, wat leidde tot de samenwerking voor dit album. Nathalie Delon overleed helaas in 2021.
I’ve Seen That Face Before werd een gigantisch succes in de Lage Landen. In Vlaanderen stond de single maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats in de hitlijsten, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de tweede positie bereikte.
Ook van het nummer Demolition Man van Sting maakte ze een zeer krachtige en eigenzinnige cover die perfect paste binnen de vernieuwende sound van het album.
Het visuele aspect van Nightclubbing bleef onlosmakelijk verbonden met de muziek.
De iconische hoes, gefotografeerd door Jean-Paul Goude, toont Jones met haar kenmerkende blokkapsel en een strak gesneden Armani-jasje.
Deze verschijning versterkte de impact van nummers zoals Pull Up to the Bumper en Walking in the Rain.
Het album wordt tot op de dag van vandaag geprezen om de unieke persoonlijkheid van Grace Jones en blijft een essentieel referentiepunt voor artiesten die de grenzen tussen kunst, mode en commercie willen vervagen.

Op oudejaarsavond 1977 maakte de single La Vie En Rose haar debuut in de BRT Top 30, om twee weken later door te stoten naar de dertiende positie.
De tekst van dit wereldberoemde nummer werd oorspronkelijk geschreven door Edith Piaf, die de tekst destijds de titel Les Choses En Rose meegaf.
De bijbehorende muziek werd gecomponeerd door Louis Gugliemi, beter bekend onder zijn pseudoniem Louiguy.
Hoewel het chanson in 1945 voor het eerst werd opgenomen door Marianne Michel, een goede vriendin van Piaf, zorgde het grote succes van die uitvoering ervoor dat de schrijfster het nummer uiteindelijk ook zelf inzong.
In 1946 werd het haar allereerste grote hit.
In 1983 beleefde de cover van Grace Jones een heropleving en kwam deze terug in de hitlijsten, binnen op nummer 28, waarna deze uiteindelijk de zestiende plaats bereikte.
Grace Jones in de Humo van 31 juli 1980

Grace Jones in de Joepie van 1 december 1985

Gisteren nog vandaag
Grace Jones in de Muziek Expres van april 1982

Gisteren nog vandaag
Het gebouw op de hoek van de Veldstraat en de Sint-Michielshelling in Gent, waar tegenwoordig de McDonald’s is gevestigd, kent een rijke geschiedenis als Hotel Wilson.
Dit pand is opgetrokken in een rijke neobarokstijl als onderdeel van de grote stadsvernieuwingswerken voor de Wereldtentoonstelling van 1913.
De bouw volgde op de realisatie van de Sint-Michielsbrug in de periode 1905-1909 en de oprichting van het postgebouw.
Op deze oude postkaart van 1936 zien we in de verte Hotel Wilson, waar vandaag de McDonald’s is gelegen.
De naam van het hotel is nog duidelijk zichtbaar op de gevel en was een eerbetoon aan de Amerikaanse president Woodrow Wilson.
Op het gelijkvloers bevond zich het restaurant van het hotel zelf, met op de luifel reclame voor Bière Gruber.
Dit was een biermerk van de Franse brouwerij Brasserie Gruber, die in 1855 werd opgericht door David Gruber in Straatsburg (Koenigshoffen).
Hoewel de brouwerij in de Elzas lag, verwierf ze internationale faam en verspreidde het merk zich over heel Europa, mede door de innovatieve koeltechnieken van de brouwer die het mogelijk maakten om bier het hele jaar door te bewaren en te vervoeren.
Het merk was destijds een teken van kwaliteit en internationale allure, wat paste bij de neobarokke uitstraling van het hotelcomplex.
De brouwerij zelf fuseerde uiteindelijk in 1959 met Brasserie du Pêcheur (Fischer) en de productie onder de oorspronkelijke naam Gruber stopte definitief in 1965.
Het hotel vormde één architecturaal geheel met het naastgelegen Cinema Palace, de bioscoop die tegenwoordig bekendstaat als de Sphinx.
Samen vormden zij een levendig centrum voor ontspanning en horeca op dit prominente punt in de stad.
Hoewel de hotelkamers inmiddels plaats hebben gemaakt voor het fastfoodrestaurant, herinnert de beschermde gevel met de karakteristieke topgevel nog altijd aan de grandeur van dit historische hotel.

Gisteren nog vandaag
Omdat onderwijs destijds hoofdzakelijk een privéaangelegenheid was, betaalden ouders het schoolgeld zelf.
In deze tijdsgeest richtte wiskundeleraar Henri Rachez op 1 augustus 1852 in Brussel een privéschool op om leerlingen voor te bereiden op de Militaire School en de examens voor burgerlijk ingenieur.
Op 1 oktober 1899 breidde dit initiatief uit naar Gent met de opening van een dochterschool in het herenhuis De Cock aan de Nederkouter.
Onder de naam Institut Rachez de Gand bood de school onderdak aan bijna alle leerlingen van de Ecole Molitor, die door stadsverfraaiingen in het centrum moest sluiten.
In 1901 werd de Gentse vestiging volledig onafhankelijk. De focus verschoof in de jaren daarna geleidelijk: in 1905 kwam er meer aandacht voor wetenschappen naast wiskunde, en in 1909 kreeg de school de naam Institut de Gand, waarbij ook moderne talen een prominentere plek in het curriculum kregen.
Een belangrijke administratieve stap volgde op 1 september 1928, toen de lagere school officieel werd erkend en gesubsidieerd.

De zes laagste jaren functioneerden als transmutatieklassen waar Franstalige kinderen intensief Nederlands leerden, terwijl de voertaal in het zevende en achtste leerjaar volledig Nederlands was.
De secundaire afdeling was op dat moment nog niet erkend en hanteerde een verdeling van 65 procent Frans en 35 procent Nederlands.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog schreef de school in 1942 haar eerste meisje in, waarmee het de eerste gemengde school van Gent werd.
Dankzij het Schoolpact van mei 1959 kreeg de school via werkingskredieten en wedde-toelagen ruimere financiële middelen.
Dit maakte de weg vrij voor de officiële erkenning van de secundaire afdeling.

Het onderwijs schakelde volledig over op het Nederlands en de naam veranderde definitief in Instituut van Gent.
In 1970 kon de school voor het eerst gehomologeerde getuigschriften uitreiken aan haar leerlingen.
Ondanks de vernederlandsing bleef meertaligheid een essentieel onderdeel van het pedagogisch project.
Zo kregen leerlingen in het eerste jaar van de middenschool drie uur Engels per week, en werd het lessenpakket buiten de wettelijke kaders uitgebreid met extra lessen Frans en Spaans.
Sinds 2012 vaart de school een nieuwe koers onder de naam IVG-School, waarbij de letters staan voor de kernwaarden Inspirerend, Vrijdenkend en Geëngageerd.

Op 8 februari 1958 organiseert een lokaal radiostation in Macon, Georgia, een talentenjacht onder de naam Teenage Party.
De show is al snel zo populair dat het kleine Roxy Theatre te krap wordt en de productie verhuist naar het grotere Douglass Theatre.
Vanaf dat moment kunnen luisteraars elke zaterdagochtend via de radio meegenieten van de opnames.
Het is tijdens een van deze edities dat Otis Redding het podium betreedt als kandidaat.
Zijn optreden maakt indruk en hij raakt in contact met de bekende gitarist Johnny Jenkins, die hem aanbiedt om zijn vaste begeleider te worden.
Dit moment is de start van een glansrijke, maar tragisch korte carrière.
Slechts negen jaar later, op 10 december 1967, komt de zanger op 26-jarige leeftijd om het leven bij een vliegtuigongeluk.
Een van zijn nummers is’ I’ve got dreams to remember’, dat hij samen met zijn echtgenote Zelma Redding en Joe Rock schreef.
Redding scoorde er na zijn overlijden een postume hit mee in 1968, en herhaalde dat succes nogmaals in 1994.
Op de B-kant van deze single staat het nummer ‘Nobody’s fault but mine’.
De single deed het internationaal goed en bereikte de hitlijsten in zowel de Verenigde Staten als Nederland.
In Nederland was het nummer een groot succes; het stond maar liefst veertien weken in de Hitparade, met de achtste plaats als piek, en het eindigde op de achtste plaats in de Top 40.
In Vlaanderen bleef het succes iets bescheidener en strandde het nummer in de Tipparade.






De twee muzikanten hadden elkaar het jaar daarvoor leren kennen tijdens het Antwerpse radiosalon, waar ze samen op het podium stonden en een paar duonummers zongen voor het radioprogramma Binnen en buiten.
Sinds die eerste ontmoeting waren ze zeer goede vrienden geworden.
Toen Will Tura wat later een reis naar de Verenigde Staten maakte, zochten de twee elkaar voor de tweede keer op.
In Antwerpen had Will al verteld over zijn reisplannen, waarna Billy hem meteen uitnodigde op zijn prachtige ranch.
Eenmaal daar aangekomen bleek Billy echter in New York te zitten voor een optreden.
Omdat Will die dag geen andere plannen had, nam hij het eerste vliegtuig naar New York om het concert bij te wonen.
Billy merkte zijn Vlaamse collega op, riep hem het podium op, stelde hem voor aan het publiek en vroeg hem om een paar nummers mee te zingen, wat een geweldige ervaring werd.
Toen Billy Swan in mei 1976 op zijn beurt naar België kwam voor een promotietrip en enkele optredens, stond Will Tura klaar om zijn Amerikaanse vriend te verwelkomen.
De rollen waren nu omgedraaid: Will was de gastheer en Billy de gast.
Hoewel Will de avond ervoor nog ergens in Vlaanderen had opgetreden, stond hij die ochtend al om zeven uur op de luchthaven van Zaventem om Billy op te vangen.
De heren aten eerst samen bij Will thuis en verkenden ’s middags Brussel.
Billy toonde zich een rasechte toerist die alles wilde zien en weten.
Diezelfde avond moest Will optreden in Putte, en Billy stond erop om mee te gaan.
Net zoals eerder in de Verenigde Staten stonden ze ook die avond weer samen op het podium om een aantal nummers te brengen, maar ditmaal voor een enthousiast Vlaams publiek.

De geschiedenis van de muzikale kauwgom Chu Pops, in Amerika bekend als Chu-Bops, begon aan het begin van de jaren tachtig, toen producent Amural Products Company een unieke verzamelrage ontketende.
Tussen 1980 en 1983 bracht dit bedrijf miniatuurversies uit van destijds razend populaire lp-hoezen.
Het succes waaide al snel over naar Europa, waar importeur Ets Charlier uit Antwerpen de distributie voor de Lage Landen op zich nam.
Onder de enthousiaste slagzin dat de hit uit Amerika nu ook bij ons verkrijgbaar was, veroverde het product in mei 1981 de markt in onder andere Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk.
Het concept was even eenvoudig als doeltreffend. Voor een klein bedrag kochten jongeren bij kiosken en platenzaken een kartonnetje van vierenhalve vierkante centimeter dat exact leek op een echte vinylplaat.
Binnenin dit miniatuur-album zat een felroze stuk kauwgom in de vorm van een grammofoonplaat, inclusief nagemaakte groeven.
Een extra verrassing wachtte aan de binnenzijde van het openklapbare hoesje, waar de songtekst van de grootste hit van het album stond afgedrukt.
Wie bijvoorbeeld het album Voulez-vous van ABBA bemachtigde, vond daarin de complete tekst van het bekende nummer ‘Does your Mother know’.
De marketing achter de kauwgom speelde perfect in op de verzamelwoede van de jeugd.
Er werd gewerkt met opeenvolgende reeksen die telkens acht nieuwe albums van actuele sterren bevatten.
De allereerste serie die in onze regio op de markt kwam, bestond uit een gevarieerde mix van wereldberoemde pop- en rockacts, waaronder Dire Straits, Kiss, Roxy Music, Billy Joel, Blondie, Sheila en twee verschillende albums van ABBA.
Later volgden nog speciale thematische series rondom iconen zoals Elvis Presley en The Beatles.
Om al deze schatten netjes te bewaren, konden fans een speciaal Chu Pops-verzamelalbum aanschaffen, waarin precies zestien hoesjes overzichtelijk konden worden opgeborgen.
Verzamelaars werden destijds al gewaarschuwd dat ze snel moesten toeslaan.
Zodra er na twee maanden een nieuwe reeks verscheen, stopte de fabrikant direct met de productie van de vorige serie.
Hierdoor veranderden oude hoesjes in korte tijd in schaarse rariteiten.
De advertenties uit die tijd gaven de jeugd dan ook de tip om dubbele exemplaren goed te bewaren voor ruilhandel, met de belofte dat de waarde van dag tot dag zou stijgen.
Die voorspelling is decennia later werkelijkheid geworden. De nostalgische hoesjes, en dan met name de zeldzame exemplaren die na al die jaren nog ongeopend zijn, inclusief de originele kauwgom, zijn tegenwoordig gezochte en waardevolle objecten onder verzamelaars van popmemorabilia.

Lena Miry, de artiestennaam van Rachel Demuynck, was een virtuoze amazone die een unieke plek innam in de wereld van de klassieke rijkunst en het circus.
Geboren in Gent op 8 januari 1922 als telg uit de gerespecteerde circusfamilie Demuynck, groeide zij op in de wereld van Gustaaf Demuynck en Louise Muyllaert.
Hoewel zij haar basis vond in het familiecircus, koos zij rond haar eenentwintigste voor een eigen pad om zich volledig te wijden aan de verfijning van de paardendressuur.
In haar praktijk als hogeschoolrijdster legde zij zich toe op de meest complexe vormen van de academische rijkunst, die teruggaan naar de tradities uit de zestiende en zeventiende eeuw.
Zij stond bekend om haar vermogen om paarden naar de hoogste graad van verzameling te begeleiden.
Deze technische term verzameling is cruciaal binnen de dressuur en beschrijft de toestand waarin een paard zijn zwaartepunt naar achteren verplaatst door de gewrichten van de achterhand meer te buigen.
Hierdoor wordt de voorzijde lichter en kan het paard met meer kracht, souplesse en kortere passen bewegen.
Dankzij deze beheersing konden technische figuren zoals de piaffe, passage en pirouettes worden uitgevoerd met een opmerkelijke lichtheid en onzichtbare hulpen.
Haar repertoire omvatte eveneens de sprongen boven de grond, zoals de levade en de croupade, waarbij de nadruk altijd lag op de natuurlijke balans en de trotse zelfhouding van het paard.
Zonder deze specifieke verzameling en verhoogde draagkracht zouden de kunststukken die zij uitvoerde fysiek onmogelijk zijn geweest voor het paard.
Zij werd geprezen om haar vermogen om de spectaculaire elementen van de circuswereld te verenigen met de strikte discipline van de klassieke rijscholen. In een tijd van toenemende verzakelijking in de paardensport bleef zij een belangrijke vertegenwoordiger van de artistieke en esthetische kant van het rijden.
Naast haar eigen uitvoeringen deelde zij haar expertise als instructrice, waarbij zij de nadruk legde op de biomechanica en de psychologie van het paard, altijd vertrekkend vanuit geduld en wederzijds respect.
Rachel Demuynck overleed in Gent op 25 november 2015 op 93-jarige leeftijd.
Haar nalatenschap blijft van waarde voor de Belgische circushistorie en de klassieke rijkunst, waarin zij herinnerd wordt als een voorbeeld van hoe technische perfectie en artistieke flair hand in hand kunnen gaan.
Haar werk heeft een blijvende indruk achtergelaten in de hippische wereld, een term die de brede gemeenschap van paardensport, fokkerij en paardenliefhebbers omvat.

Het duo bestond uit Jean-Baptiste Patrick en Annette Eltice, twee zangers met Caraïbische roots die werden samengebracht door de producenten Jean Kluger en Daniel Vangarde.
De groepsnaam was een knipoog naar de Canadese hoofdstad Ottawa, een bestemming die de producenten tijdens een promotour had geïnspireerd.
De formatie brak in 1980 al door met de hit “D.I.S.C.O”, die zowel in het Frans als in het Engels de BRT Top 30 veroverde en zelfs de derde plaats in de hitparade bereikte.
In 1981 volgde hun grootste succes met Hands up, goed voor een vierde positie.
Opvallend is dat de Franse variant “Haut les mains (donne moi ton cœur)” al een halfjaar eerder in de lijst verscheen, maar destijds bleef steken op de dertigste plek.
De tekst van deze bekende single werd geschreven door de Vlaamse tekstschrijfster Nelly Byl.
Het nummer kreeg extra bekendheid als het vrolijke uithangbord voor de luxe reisorganisatie Club Med.
Hoewel de groep vooral herinnerd wordt om deze grote successen, scoorde ze ook nog een bescheiden hit met “Qui va garder mon crocodile cet été?”, dat tot de drieëntwintigste plaats in de hitlijsten klom.

Frankrijk mag van mij het Songfestival winnen met de indrukwekkende Monroe.
Al zal die kans wel heel klein zijn als ik de bookmakers mag geloven. Want volgens hen zal de strijd gaan tussen Australië, Bulgarije en Finland.
Wat ons land betreft, zouden we stranden op de drieëntwintigste plaats.
Monroe Vata Rigby, kortweg Monroe, is een Frans-Amerikaanse zangeres die op zeventienjarige leeftijd de muziekwereld verovert.
Ze werd geboren op 19 november 2008 in Salt Lake City, Utah, in een gezin van mormoonse gelovigen.
Als enig meisje tussen vier broers groeide ze op in een multiculturele omgeving met een Amerikaanse vader en een Franse moeder van Congolese afkomst.
Haar muzikale reis begon al op jonge leeftijd in een mormoons kerkkoor, waar ze haar stem ontdekte terwijl ze tegelijkertijd piano leerde spelen.
Deze vroege ervaringen vormden de basis voor haar verdere ontwikkeling tussen de Verenigde Staten en Frankrijk, waarbij ze uiteindelijk een opleiding volgde als klassiek sopraan.
Haar grote doorbraak volgde in januari 2025, toen ze het Franse televisieprogramma Prodiges won met een indrukwekkende vertolking van de Koningin van de Nacht uit Die Zauberflöte.
In november van datzelfde jaar bracht ze haar debuutalbum uit, simpelweg Monroe getiteld, waarop zowel klassieke operastukken als covers zoals ‘Over the Rainbow’ en ‘L’hymne à l’amour’ te horen zijn.
Ook werkte ze samen met de beroemde Josh Groban voor een bijzondere uitvoering van dit laatste nummer.
Haar inzending voor het Eurovisiesongfestival 2026 in Wenen, getiteld Regarde, markeert een nieuwe stap in haar carrière.
Het nummer werd op 6 maart 2026 uitgebracht onder de labels Parlophone en Warner Music France.
Het nummer is een verfijnd voorbeeld van operatic-pop, waarbij de werelden van moderne pop en klassieke opera samenkomen.
De totstandkoming van Regarde is het werk van een specifiek team aan schrijvers en producenten. Fredie Marche was verantwoordelijk voor de tekst, compositie, productie en de achtergrondzang.
Hij werkte hierbij nauw samen met Fred Savio, een bekende naam in de Franse popscene die eerder successen boekte met artiesten als Amir.
Daarnaast droegen Maxime Morise en Christopher Cohen bij aan de compositie en productie. Samen vormen zij het duo Violin Phonix en wat de prominente aanwezigheid van de strijkersarrangementen en vioolpartijen in het nummer verklaart.
Voor haar optreden en presentatie haalt Monroe inspiratie uit de Franse Romantiek, wat zich vertaalt in een kledingstijl die moderne elementen combineert met klassieke elementen zoals petticoats.
De officiële videoclip van Regarde werd geregisseerd door Joseph Di Marco, die de cinematografische sfeer van het nummer visueel kracht bijzet.
Het zou me trouwens niet verbazen als André Rieu dit nummer in de toekomst herbewerkt.
Hij deed dat eerder al met het nummer ‘Voila’ van Barbara Pravi, die in 2021 meedeed aan het festival, uiteraard weer met een glansrol voor de Nederlandse zangeres Emma Kok.

In mei 1976, inmiddels vijftig jaar geleden, stond PopPoll-winnaar Luk Appermont op het punt om de volgende maand naar de Verenigde Staten te reizen om frisse televisie-ideeën op te doen.
De BRT-presentator werd destijds aangenaam verrast toen de lezers van Joepie hem in de allereerste poppoll verkozen tot beste tv-presentator.
Dat zijn programma Labyrint op de vierde plaats eindigde, deed hem even opkijken.
Luk vertelde toen dat hij blij was dat Labyrint was gestegen in de polls, vooral omdat het programma minder op tieners was gericht dan zijn eerdere werk. Waar in Binnen en Buiten nog veel popvedetten optraden, was Labyrint immers een stuk serieuzer.
Hij keek met tevredenheid terug op de uitzendingen, vooral omdat hij er veel eigen inbreng in kwijt kon.
Volgens hem moet je als presentator volledig achter een concept staan om het goed te kunnen brengen.
Wel betreurde hij het dat er destijds zo weinig eigen Vlaamse producties werden gemaakt.
De presentator steunde dan ook de actie van Vlaamse artiesten die vonden dat de BRT hen boycotte.
Luk noemde hun protest volkomen verantwoord.
Hij vond dat er te weinig Vlaamse artiesten aan bod kwamen op het scherm en sprak de kritiek dat ze niets konden tegen.
Door zijn vele optredens in het land wist hij immers hoe getalenteerd ze waren.
Hij zag het als een vicieuze cirkel: als de radio meer Vlaamse muziek zou draaien, zouden de platen beter verkopen.
Dat zou weer leiden tot grotere budgetten en meer initiatief, wat de kwaliteit alleen maar ten goede zou komen.
Nu moesten artiesten helaas vaak eerst succes in het buitenland boeken voordat ze in eigen land werden gewaardeerd, iets wat Luk destijds te gek voor woorden vond.
Naast zijn televisiewerk was Luk in die periode veel op de Vlaamse podia te vinden, onder andere met de Vlaamse 5 Sterrenshow.
Soms zong hij met een orkest, maar meestal stond hij op de planken als conferencier in een show vol spelletjes en humor.
Op televisiegebied was de serie Hit-journal, een coproductie met buitenlandse zenders, net afgelopen.
Luk liep destijds rond met plannen voor een nieuw, degelijk programma dat puur door de BRT geproduceerd zou worden.
Die plannen waren toen nog vaag en alleen Labyrint was een zekerheid, al kon ook dat snel veranderen.
Zijn populariteit reikte destijds al tot over de landsgrenzen, zo bleek toen hij in Den Haag was om voor de BRT commentaar te leveren bij het Eurovisiesongfestival.
Tot zijn grote verbazing bleek het Nederlandse publiek hem te kennen.
Mensen vroegen massaal om foto’s en handtekeningen, en Luk was naar eigen zeggen blij dat hij er toevallig een aantal bij zich had. Dankzij de opkomst van kabeltelevisie keken ze in het hart van Nederland naar de Belgische zender.
Opvallend genoeg waren de Nederlanders erg enthousiast over Labyrint en vonden ze het vaak beter dan hun eigen programma’s, terwijl de Vlamingen destijds juist vaak naar de Nederlandse televisie opkeken.
De geplande reis naar de Amerikaanse televisiestations deed hij overigens volledig op eigen initiatief, zonder financiële steun van de BRT.

Zijn indrukwekkende loopbaan als presentator, zanger, acteur en conferencier begon vlak na de oorlog in een bescheiden schoolorkestje.
Al snel vond hij zijn weg naar grotere podia op gala’s en kermissen.
Een belangrijke wending in zijn leven vond plaats in de jaren vijftig in Amsterdam, waar hij zijn eerste vrouw Yvonne Henneco ontmoette.
Hij volgde haar naar België en kwam zo terecht in de artistieke kringen rond het orkest van Marcel Hellemans.

In de jaren die volgden werkte hij samen met bekende namen zoals Miel Cools en Claire.
Met die laatste scoorde hij in 1977 een grote hit; hun duet ‘Op de purp’re hei’ voerde twee weken lang de Vlaamse top tien aan.
Hoewel hij zijn mediacarrière op de radio startte, werd hij bij het grote publiek vooral geliefd via de televisie.
Opvallend genoeg was hij vaker op de Belgische dan op de Nederlandse buis te zien, met succesvolle programma’s als Hallo met Henk en Henk in Wonderland.

In Nederland genoot hij bekendheid met titels als Hallo hier Hilversum.
Naast zijn werk als presentator was Van Montfoort in de jaren zestig een veelgeziene gast in diverse televisiefilms en series.
Hoewel hij begin jaren tachtig officieel besloot om het rustiger aan te doen, bleef het podium aan hem trekken.

Foto met zijn zoon Tonny Van Montfoort, helaas ook al overleden op 24 april 2024.
Tot in 2001 trad hij nog regelmatig op met een speciale show voor senioren.
Henk van Montfoort overleed uiteindelijk op 71-jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker.
