40 jaar geleden, Hans Kazàn leert Mieke goochelen.

Hoewel hij geboren werd als Hans Mulders, kent heel Nederland en Vlaanderen hem onder de naam Hans Kazàn.

Zijn passie voor goochelen ontstond al op negenjarige leeftijd, toen hij een goocheldoos van Sinterklaas kreeg.

Dit geschenk was het startschot voor een levenslange fascinatie voor de kunst van de illusie.

Toen hij zich inschreef bij een goochelclub, moest hij een artiestennaam bedenken.

De jonge Hans was creatief en stelde zijn naam samen uit eerbetoon aan zijn idolen: ‘Ka’ van de legendarische Fred Kaps en ‘zan’ van de Italiaanse goochelaar Remo Inzani.

Het accent op de ‘a’ voegde hij toe om te voorkomen dat het als een hondennaam zou klinken.

De naam klonk zo goed dat hij hem overal gebruikte, zelfs op school. Later, na een breuk met zijn ouders, liet hij zijn achternaam officieel wijzigen in Kazàn.

In 1973 behaalde hij een indrukwekkende derde prijs in de categorie illusionisme tijdens de wereldkampioenschappen goochelen in Parijs.

De echte doorbraak bij het grote publiek kwam vanaf 1976, toen hij een bekend gezicht werd op de Nederlandse televisie.

Eerst als goochelaar in het populaire programma ‘Ren je Rot’ en later met zijn eigen goochelshows bij de TROS.

Ook toonde hij zijn veelzijdigheid als de enthousiaste quizmaster van het spelprogramma ‘Prijzenslag’ bij RTL.

De passie voor het theatervak is duidelijk overgedragen op zijn kinderen.

Zijn zoon Steven is actief als komiek, terwijl zijn zonen Oscar en Renzo in de voetsporen van hun vader zijn getreden als professionele goochelaars.

Samen met Mara (Maartje van Olst) vormen zij het succesvolle illusionistentrio Magic Unlimited.

Na jarenlang in het Overijsselse Bathmen te hebben gewoond, verhuisde Kazàn in 2005 met zijn vrouw naar het zonnige Zuid-Spanje.

Daar opende hij in 2006 het ‘Magic Palace’ in Torremolinos, een droom die helaas van korte duur was.

Toen de belangrijkste investeerder zich terugtrok, moesten de deuren begin 2007 alweer sluiten.

Ondanks deze tegenslag en het feit dat hij lijdt aan de erfelijke ziekte van Dupuytren, waarvoor hij meerdere behandelingen heeft ondergaan, is Hans Kazàn nog steeds volop actief.

Hij treedt op in theaters, is een graag geziene gast op festivals als de Zwarte Cross en Lowlands, en wordt regelmatig gevraagd als spreker.

De kroon op zijn indrukwekkende carrière kwam op 26 maart 2023.

Ter ere van zijn 50-jarig artiestenjubileum werd Hans Kazàn benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Op diezelfde dag werd ook zijn biografie, geschreven door Michel van Zeist, gepresenteerd als een passend eerbetoon aan een van Nederlands bekendste illusionisten.

In de herfst van 1975, nu vijftig jaar geleden, maakten Vlaanderen en Nederland kennis met Natalie Cole, de getalenteerde dochter van de legendarische zanger Nat King Cole.

Ze brak door met haar debuutsingle ‘This Will Be’, een nummer afkomstig van haar eerste album ‘Inseparable’.

Achter de schermen waren Chuck Jackson en Coles toenmalige partner Marvin Yancy de drijvende krachten.

Zij schreven niet alleen alle nummers voor het album, inclusief de hitsingle, maar namen ook de arrangementen en de productie voor hun rekening.

De single deed het goed in de hitlijsten: in Vlaanderen bereikte ‘This Will Be’ de vijfde plaats in de BRT Top 30, terwijl het in Nederland tot de zestiende plek in de Top 40 schopte.

De professionele samenwerking tussen Cole en Yancy bloeide al snel uit tot een persoonlijke relatie.

Op 31 juli 1976 trouwde de zangeres met Marvin Yancy, die naast producer ook een voormalig lid was van de R&B-groep The Independents en een gewijde baptistenpredikant.

Onder zijn invloed werd Cole een vrome baptist. Samen kregen ze een zoon, Robert Adam “Robbie” Yancy, die later als muzikant met zijn moeder op tournee zou gaan.

Helaas was hun huwelijk geen lang leven beschoren; het koppel scheidde in 1980.

Het gezin werd echter getroffen door een reeks van tragedies.

Marvin Yancy overleed amper vijf jaar na de scheiding, in 1985, aan een hartaanval op de jonge leeftijd van 34 jaar.

Dertig jaar later, in 2015, overleed Natalie Cole zelf op 65-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Los Angeles.

Het noodlot sloeg opnieuw toe in 2017, toen hun zoon Robbie op 39-jarige leeftijd stierf, net als zijn vader aan een hartaanval.

Vijf jaar geleden, daar is hij dan, het nummer Helena van Hugo Raspoet voor het eerst op single.

In 2026 is het al 55 jaar geleden dat het enige album van Hugo Raspoet verscheen.

Een jaar na zijn debuut stopte hij met zingen en trad hij uit de schijnwerpers.

Het nummer “Helena”, waarmee Raspoet het bekendst zou worden, stond op de titelloze kleinkunstklassieker uit 1971.

Het nummer verscheen nog nooit als single, maar daar bracht BLP Records vijf jaar geleden verandering in.

Hugo Raspoet kwam te overlijden op 3 oktober 2018.

Wielerlegende Fred De Bruyne zou vandaag 95 zijn geworden

Een naam die niet alleen herinnert aan een onverbiddelijke winnaar op de fiets, maar ook aan een man wiens leven na de koers even turbulent als boeiend was.

Om zich in 1947 volledig op het wielrennen te storten, zette hij zijn studies stop. Het bleek de juiste gok, want de jongeman uit Berlare groeide uit tot een absolute topper.

Op zijn indrukwekkende palmares prijken de Ronde van Vlaanderen, drie overwinningen in Luik-Bastenaken-Luik en zes ritzeges in de Tour.

Als renner kende De Bruyne geen compassie. “Op de fiets was ik eigenlijk een beest”, liet hij zich ooit ontvallen.

Die mentaliteit werd gekenmerkt door een intense rivaliteit met superkampioen Rik Van Looy.

Legendarisch is de anekdote uit de Ronde van Lombardije: De Bruyne en Van Looy reden samen op kop, maar gunden elkaar de zege zo weinig dat ze een kilometer voor de finish surplace hielden.

Terwijl supporters gewoon naast hen meewandelden, werden ze ingehaald door de rest. Van de 32 renners die finishten, werden zij 31ste en 32ste.

Een zwaar ongeval in 1960 maakte echter noodgedwongen een einde aan zijn actieve carrière.

Na zijn gedwongen afscheid vond De Bruyne een nieuwe roeping als wielerreporter voor de BRT.

Deze tweede carrière verliep echter niet zonder slag of stoot.

Hoewel hij populair was bij de kijkers, kreeg hij bergen kritiek over zijn taalgebruik en worstelde hij met zijn contract.

Jaar na jaar werkte hij met een tijdelijk contract, maar de ultieme erkenning van een vaste benoeming bleef uit.

De reden? Hij miste het vereiste diploma voor het journalistenexamen.

Een uitweg, het beruchte artikel 14 dat een benoeming wegens ‘buitengewone verdiensten’ mogelijk maakte, werd hem niet gegund.

Die uitzondering was naar verluidt vooral voorbehouden aan mensen met de juiste politieke kleur.

De Bruyne, die weigerde een partij te kiezen en weinig steun kreeg van collega’s, viel uit de boot.

Toen de BRT in 1977 besloot te snoeien in het aantal losse medewerkers, zag de sportredactie haar kans om hem opzij te schuiven met argumenten als ‘geen teamspeler’ en ‘zijn Nederlands is te slecht’.

De Bruyne voelde de bui hangen en nam zelf ontslag om een nieuw hoofdstuk te beginnen als ploegleider bij het befaamde Flandria-team.

Die periode werd echter overschaduwd door de ‘affaire met de peer’, waarmee geletruidrager Michel Pollentier de dopingcontrole probeerde te omzeilen.

Het bezorgde De Bruyne een enorme kater. “Alle journalisten verweten Fred dat hij ervan wist. Maar dat was niet zo”, verdedigde zijn vrouw Lydie hem jaren later.

Ontgoocheld verliet hij Flandria, maar hij loodste bij Daf-Trucks nog wel Hennie Kuiper naar de overwinning in de Ronde van Vlaanderen.

In die periode liet hij zich soms bitter uit over het gebrek aan beroepsernst bij de nieuwe generatie.

“Ik was plots een ouwe zak, die niet was meegegroeid met zijn tijd”, stelde hij vast.

Na nog enkele jaren als public-relationsman liet De Bruyne de wielerwereld definitief achter zich.

Hij verhuisde in 1988 met zijn echtgenote naar Seillans, een dorp in de Franse Provence.

Daar wijdde hij zich aan het schrijven van biografieën over wielergrootheden.

Hoewel Fred De Bruyne al in 1994 overleed, is de herinnering aan hem nog springlevend.

Zowel in zijn laatste woonplaats Seillans, waar een plein naar hem is vernoemd, als in zijn geboortestreek Berlare, waar een straat zijn naam draagt.

Een tastbaar bewijs dat de mens en de legende nog lang niet vergeten zijn.