Precies vijfenzestig jaar geleden ontmoetten Marlon Brando en Tarita Teriipaia elkaar tijdens de opnames van de Amerikaanse film Mutiny on the Bounty.

Tarita werd op 29 december 1941 geboren op Bora Bora in Frans-Polynesië en was van 1962 tot 1972 getrouwd met Brando als zijn derde vrouw.

Samen kregen zij twee kinderen: zoon Simon Teihotu en hun inmiddels overleden dochter Cheyenne Brando.

De voormalige actrice is momenteel 84 jaar oud en leidt een teruggetrokken leven op Tahiti in Frans-Polynesië.

In 2004 publiceerde ze haar memoires, Marlon, My Love and My Torment, waarin ze openhartig vertelt over haar turbulente relatie met de legendarische acteur.

Hun dochter Cheyenne werd geboren in 1970, maar toen zij twee jaar oud was, besloten Marlon Brando en Tarita Teriipaia te scheiden.

Cheyenne werd daarna opgevoed door haar moeder en zag haar vader nauwelijks.

Aan het eind van de jaren tachtig begon ze een carrière als model, maar in deze periode raakte ze ook verslaafd aan drugs.

In 1987 leerde ze Dag Drollet kennen en in 1989 raakte ze in verwachting van hem.

Datzelfde jaar raakte Cheyenne zwaargewond bij een ongeval waarbij haar gezicht zo verminkt raakte dat ze plastische chirurgie moest ondergaan.

Op 16 mei 1990 werd Dag Drollet vermoord door de halfbroer van Cheyenne, Christian Devi Brando.

Cheyenne beviel in juni van dat jaar van een zoon, Tuki Brando, die later ook model werd.

In de jaren na de moord op Drollet belandde Cheyenne regelmatig in psychiatrische ziekenhuizen.

Ze werd schizofreen verklaard en verloor het ouderlijk gezag over Tuki, waarna Tarita Teriipaia de opvoeding overnam en de voogdij kreeg.

Cheyenne ging mentaal steeds verder achteruit en was niet in staat om te getuigen tegen Christian.

Door het wegvallen van deze getuigenis kreeg Christian een lichtere straf en kwam hij in 1996 al vrij.

Cheyenne maakte dit niet meer mee; zij pleegde op 16 april 1995 op 25-jarige leeftijd zelfmoord.

Vandaag precies vijfenvijftig jaar geleden, ontsnapte Radio Noordzee Internationaal aan een ramp, toen Radio Veronica probeerde het station definitief uit te schakelen met een bom.

Veronica zag in RNI een geduchte concurrent en had de eigenaren Meister en Bollier eerder al een aanzienlijk bedrag geboden om te stoppen met hun uitzendingen, vooral met de Nederlandstalige programmering.

Toen dat niet hielp, escaleerde het conflict.

Op zaterdag 15 mei 1971 ontplofte er een brandbom aan boord van het zendschip de Mebo II.

Hoewel het de bedoeling was om de olieleiding in de machinekamer te raken, werd de waterleiding getroffen.

Gisteren nog vandaag

Er ontstond een felle brand op het achterschip. Dj Alan West was op dat moment live in de lucht met een Engelstalig programma en draaide net de plaat Melting Pot van Blue Mink toen de explosie hem opschrikte.

Terwijl hij poolshoogte ging nemen, zag hij nog net een kleine motorboot wegvaren.

In paniek keerde hij terug naar de studio om een dringende noodoproep uit te zenden, waarbij hij herhaaldelijk Mayday en SOS riep. Later herhaalde de Nederlandse kapitein deze roep om hulp.

Dankzij de snelle inzet van blusboten was de brand vlot onder controle.

Hoewel het station tijdelijk uit de lucht ging, vielen er gelukkig geen gewonden.

Gisteren nog vandaag

De schade bleef relatief beperkt tot een afgebrand achterdek en het bovenste deel van de kombuis, waardoor de zender de volgende dag alweer operationeel was.

Aanvankelijk circuleerden er geruchten in de pers dat de BVD achter de aanslag zat.

Men vermoedde dat de eigenaren banden hadden met de DDR of Libië en de kortegolfzender gebruikten voor spionage.

De waarheid was echter anders: drie opgepakte duikers bekenden dat zij door Radio Veronica waren betaald met een bedrag van 100.000 gulden.

Gisteren nog vandaag

Foto: Tom V.D.L één van de duikers die de aanslag uitvoerde

Het doel was om de Mebo II naar de kust te dwingen, zodat er beslag op het schip gelegd kon worden vanwege een vermeende contractbreuk.

De aanslag pakte voor Veronica volledig verkeerd uit.

Radio Noordzee kreeg massale sympathie van het publiek en de populariteit van het station nam enorm toe.

Tegelijkertijd was dit incident voor de Nederlandse overheid de druppel om definitief wetgeving tegen zeezenders in te voeren.

De betrokkenen, waaronder de duikers, aandeelhouder Norbert Jürgens en Bull Verweij van de directie van Veronica, werden uiteindelijk veroordeeld tot gevangenisstraffen

60 jaar geleden, Dusty Springfield met haar cover ‘You Don’t Have To Say You Love Me’.

Dit nummer vindt zijn oorsprong in het Italiaanse lied ‘Io che non vivo (senza te)’, wat zich vertaalt als ‘Ik, die niet zonder jou kan leven’.

Het werd geschreven door Pino Donaggio en Vito Pallavicini, waarbij Donaggio het in 1965 samen met Jody Miller voor het eerst zong tijdens het Festival van Sanremo.

In Italië groeide het direct uit tot een groot succes dat drie weken lang de hitlijsten aanvoerde.

Dusty Springfield was tijdens datzelfde festival aanwezig en raakte, ondanks de taalbarrière, diep ontroerd door de uitvoering.

Een jaar later namen haar vriendin Vicki Wickham en manager Simon Napier-Bell het initiatief voor een Engelse bewerking.

Springfield was uiterst perfectionistisch en had naar verluidt 47 takes nodig voordat ze tevreden was met de opname.

Haar inzet werd beloond met een wereldwijd succes: het nummer bereikte de eerste plaats in Groot-Brittannië en de vierde positie in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

In Nederland maakte de plaat op 14 mei 1966 zijn debuut in de Top 40, waar hij tien weken genoteerd stond met de zevenentwintigste plek als hoogste resultaat.

Sindsdien is het nummer door talloze artiesten gecoverd. De versie van Elvis Presley uit 1970 is waarschijnlijk de meest bekende, maar ook namen als Brenda Lee, Cher en de Britse groep Guys ‘n’ Dolls hebben het lied uitgebracht.

Zelfs André Hazes nam het nummer in 1985 op onder de Nederlandstalige titel ‘Geloof mij’, een versie die in 2012 ook door zijn zoon André Hazes Jr. werd gezongen.

In Vlaanderen bracht Sandra Kim in 1993 een eigen vertolking uit met als titel ‘Wil je eeuwig van me houden’.

Reclame voor muziekcassettes van het merk Philips (oktober 1977)

Vandaag is het ook al 40 jaar geleden dat actrice Elisabeth Bergner overleed

Elisabeth Bergner was een uiterst persoonlijke en instinctieve actrice met een vleugje genialiteit, die haar roeping als een kwetsbare maar gepassioneerde vrouw ten volle beleefde.

Hoewel ze in het dagelijks leven misschien niet over de meest klassieke of fotogenieke schoonheid beschikte en nogal klein van stuk was, bloeide ze op wonderbaarlijke wijze op zodra ze in de schijnwerpers stond.

Ze had een diepe afkeer van alles wat niet met de essentie van haar kunst te maken had.

Op het toneel leek ze welhaast fysiek te groeien en werkte ze met groot succes in dienst van meesterlijke toneelschrijvers zoals Shakespeare, Ibsen, Strindberg, Shaw en Giraudoux.

Omdat ze in haar jonge jaren de uiterlijke kenmerken van een kindvrouw had, nam men haar aanvankelijk niet altijd serieus.

Dit leidde in het begin tot bittere teleurstellingen, maar dankzij haar ijzeren wil en vasthoudendheid bereikte ze uiteindelijk een glorieuze status.

Ze werd op 22 augustus 1897 geboren als Ella of Ettel Bergner in het Galicische Drohobytsj, een stad in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije en het huidige Oekraïne, en dus niet in Wenen, zoals later weleens ten onrechte werd beweerd.

Ze groeide op in een seculier Joods gezin, kende een jeugd in een burgerlijk milieu zonder verdere opvallende bijzonderheden en ontdekte al vroeg haar onweerstaanbare liefde voor het theater.

Na thuisonderwijs van een privéleraar en studies aan de universiteit van Wenen, stond ze op veertienjarige leeftijd voor het eerst op de planken.

Niet veel later toerde ze met een Shakespeare-gezelschap door de Oostenrijkse en Duitse provincies, waarmee ze de basis legde voor haar latere toneelcarrière.

In haar jonge jaren werkte ze bovendien als model voor de expressionistische beeldhouwer Wilhelm Lehmbruck, die hopeloos verliefd op haar werd en diverse kunstwerken op haar baseerde.

Haar tijd aan het Conservatorium viel haar echter behoorlijk tegen en ze slaagde slechts met grote moeite voor haar toelatingsexamen.

Toen ze op achttienjarige leeftijd naar werk zocht, leverden haar verlegenheid en kleine gestalte haar keer op keer afwijzingen op. Toch verloor ze haar zelfvertrouwen nooit.

Na veel tegenslag bemachtigde ze haar eerste bescheiden contract van vier maanden in Innsbruck.

Hoewel de rollen die ze daar kreeg ondankbaar waren, beschouwde ze dit als een belangrijke springplank.

Ze schreef vervolgens onvermoeibaar tientallen theaterdirecteuren aan.

Dit wierp zijn vruchten af toen de directeur van een theater in Zürich haar uitnodigde, geraakt door haar aandoenlijke volharding.

Ze overtuigde hem volkomen met een reeks fragmenten uit Faust en werd direct aangenomen.

Na een jarenlange verbintenis in Zürich beproefde ze haar geluk in München en Berlijn, alsook in Wenen, waar ze onder leiding van de bekende regisseur Barnowsky werkte.

Haar aanzien groeide snel na deze veelgeprezen optredens en het werd al gauw duidelijk dat ze een zeldzaam theatraal talent bezat.

Telkens als ze op het podium verscheen, verdween elke vorm van kwetsbaarheid en elektriseerde ze de zaal.

Ze had een onfeilbaar instinct voor de perfecte timing en groeide uit tot een van de meest gevierde en succesvolle actrices van de Weimarrepubliek.

Daarnaast werd algemeen aangenomen dat zij de inspiratie vormde voor het personage Dora Martin in de beroemde roman Mephisto van Klaus Mann.

In 1923 maakte ze haar filmdebuut in Der Evangelimann.

De politieke ontwikkelingen in nazi-Duitsland dwongen haar echter om van koers te veranderen.

Toen de nazi’s in 1933 de macht grepen, zag ze als Joodse vrouw het enorme gevaar en werd het voor haar onmogelijk om in Duitsland te blijven werken.

Ze vluchtte datzelfde jaar naar Londen in het gezelschap van regisseur en filmmaker Paul Czinner, met wie ze toen ook in het huwelijk trad.

Tijdens haar verblijf in Londen in de jaren dertig zette ze bovendien haar eigen financiële middelen in om andere acteurs en kunstenaars te helpen veilig uit nazi-Duitsland te ontsnappen.

Hoewel ze eerder een verschrikkelijke ervaring had overgehouden aan een filmopname met hem en een grote aversie had tegen de camera, wist hij haar te overtuigen van de onbegrensde mogelijkheden van het witte doek.

Dit betekende het begin van een uiterst vruchtbare artistieke samenwerking.

Gisteren nog vandaag

In Groot-Brittannië wist ze haar succes moeiteloos voort te zetten.

Ze werd warm onthaald in Londen en scoorde een ongekende hit met het speciaal voor haar geschreven stuk ‘Escape Me Never’.

Toen ze tijdens de looptijd van het stuk ziek werd, sloot het theater tijdelijk de deuren, omdat men simpelweg weigerde haar te vervangen.

De voorstelling verhuisde later met veel succes naar Broadway en werd uiteindelijk met haar in de hoofdrol verfilmd.

Voor haar rol in deze film, die in 1935 verscheen, ontving ze een Oscarnominatie voor Beste Actrice.

In 1936 speelde ze eveneens de rol van Rosalind in de film As You Like It, met Laurence Olivier tegenover zich als Orlando.

Dit was niet zomaar een film, maar de allereerste geluidsfilm van een Shakespeare-toneelstuk die in Engeland werd geproduceerd.

Haar talent kreeg zo internationale erkenning en in 1938 werd ze officieel tot Brits staatsburger genaturaliseerd.

Het enige echte dieptepunt in haar verdere Britse theatercarrière was de tegenvaller van The Boy David in 1936.

De beroemde auteur J.M. Barrie, wereldwijd bekend als de geestelijk vader van Peter Pan, schreef dit allerlaatste toneelstuk van zijn hand speciaal met haar in gedachten voor de hoofdrol.

Tijdens de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog week het echtpaar uit naar de Verenigde Staten.

Haar resolute weigering om tijdens de zware bombardementen naar Londen terug te keren voor studio-opnames kostte haar haar rol in de film The 49th Parallel.

In Amerika bleef ze decennialang actief in films en op het toneel, met rollen in Amerikaanse filmproducties zoals Paris Calling in 1941 en diverse toneelstukken op Broadway.

Een groot succes op de bühne was The Two Mrs. Carrolls, waarmee ze onverminderd hoogtij vierde.

Tijdens haar optreden in dit stuk in de Verenigde Staten kreeg ze medelijden met een jonge vrouw die dagenlang in de kou buiten het theater op haar wachtte.

Bergner nam haar in dienst als secretaresse, waarna de jonge vrouw langzaam maar zeker probeerde het leven en de carrière van de actrice over te nemen.

Bergner vertelde deze opmerkelijke anekdote aan de schrijfster Mary Orr, die er het verhaal ‘The Wisdom of Eve’ van maakte, wat vervolgens de directe inspiratiebron was voor de waargebeurde en met Oscars overladen film ‘All About Eve’ uit 1950.

Na de oorlog keerde ze nog sporadisch terug naar Duitsland en Oostenrijk voor acteerwerk.

Ze zette zich over haar aanvankelijke weerzin heen om opnieuw op de Duitse planken te staan.

Het publiek was haar allerminst vergeten en sloot haar met luid applaus weer in de armen.

In 1962, na vijftien jaar afwezigheid uit de filmwereld, bewees ze in Die glücklichen Jahre der Thorwalds dat haar talent op het scherm nog steeds onaangetast was.

Ook in latere films zoals Michel Strogoff uit 1970 drukte ze haar stempel.

Ondanks deze uitstapjes naar film, bleef het theater haar ware en grootste liefde die haar de meeste voldoening schonk.

Ze bleef acteren tot in de jaren tachtig. Na het overlijden van haar echtgenoot in 1972 keek ze terug op een prachtig en rijkgevuld bestaan.

Tot op hoge leeftijd behield de actrice haar innemende ogen en kenmerkende, fijne gelaatstrekken.

Elisabeth Bergner stierf deze maand exact veertig jaar geleden, op 12 mei 1986, in Londen op 88-jarige leeftijd.

Vandaag, op 6 mei, staan we stil bij het overlijden van de Britse zanger en componist Mike Hazlewood, die op deze dag precies vijfentwintig jaar geleden overleed.

Mike Hazlewood maakte in de jaren zestig en zeventig deel uit van The Family Dogg, de groep die we vooral kennen van de hit Sympathy onder de naam Steve Rowland & The Family Dogg.

Binnen deze formatie kruiste zijn pad dat van Albert Hammond, wat het startpunt vormde voor een uiterst succesvolle en nauwe samenwerking.

Als schrijversduo bleken zij een gouden combinatie voor de popmuziek en ze penden talloze klassiekers neer, waaronder It Never Rains In Southern California, The Free Electric Band en het bejubelde The Air That I Breathe.

Ook hits als Little Arrows en Freedom Come Freedom Go kwamen uit hun koker.

Een aanzienlijk deel van hun succes was verbonden aan de Ierse zanger Joe Dolan.

Voor hem schreven Hazlewood en Hammond in 1969 de internationale hit ‘Make Me an Island’, gevolgd door de singles ‘Teresa’ en ‘You’re Such a Good Looking Woman’.

Dat laatste nummer groeide uit tot het lijflied van Dolan en voerde zelfs twee keer de Ierse hitlijsten aan: eerst in 1970 en later opnieuw in 1997, toen hij een nieuwe versie opnam met Dustin the Turkey.

Daarnaast schreef Hazlewood het nummer ‘Southern Lady,’ dat werd vertolkt door Rita Coolidge.

Na zijn jarenlange successen in de hitlijsten richtte Hazlewood zich eind jaren tachtig op de theaterwereld.

Hij verwierf de rechten van de roman Mr. Pye van Mervyn Peake en bewerkte het boek in samenwerking met de Amerikaans-Britse componist Howard Lee Sloan tot een muziektheatervoorstelling.

Een opmerkelijk hoofdstuk in zijn carrière is de onverwachte link met de Britse band Radiohead.

Hazlewood en Hammond worden namelijk officieel vermeld als medeauteurs van de wereldhit ‘Creep’ uit 1992.

Dit was het resultaat van een rechtszaak wegens plagiaat, omdat Radiohead de akkoordprogressie en de melodie van de brug uit ‘The Air That I Breathe’ had overgenomen.

Het leven van de getalenteerde tekstschrijver kwam abrupt tot een einde in 2001.

Tijdens een vakantie in het Italiaanse Florence werd Mike Hazlewood getroffen door een hartaanval.

Hij werd slechts 59 jaar oud.

Vandaag 40 jaar geleden, Michael Jackson en Pepsi-Cola, een bruisende combinatie

In mei 1986 tekende Michael Jackson een historisch contract met Pepsi, waarbij bronnen variëren tussen 5 mei voor de formele ondertekening en 6 mei voor de grootschalige bekendmaking tijdens een persconferentie in New York.

Gehuld in een zwart paillettenjasje presenteerde de zanger zich aan de wereldpers om de grootste individuele sponsordeal uit de geschiedenis van de reclamewereld te bevestigen.

De overeenkomst had een waarde van ongeveer 15 miljoen dollar en vormde een vervolg op het eerdere succes van de campagne uit 1984.

Het contract verplichtte de zanger om in drie commercials te verschijnen en legde vast dat Pepsi de hoofdsponsor zou worden van zijn komende wereldtournee, de Bad World Tour.

Een opvallend detail aan deze samenwerking was dat Michael Jackson de frisdrank in de reclamespotjes nooit daadwerkelijk hoefde te drinken of vast te houden.

De focus lag volledig op zijn artistieke imago en zijn dansstijl om het merk te profileren onder de slogan the choice of a new generation.

De tournee die door dit contract werd ondersteund, de Bad World Tour, ging van start op 12 september 1987 in Tokio en eindigde op 27 januari 1989 in Los Angeles.

Het was de eerste solotournee van Michael Jackson en werd een fenomenaal succes.

De tour omvatte 123 concerten verspreid over 15 landen op 4 continenten. In totaal trok de tournee ongeveer 4,4 miljoen fans aan, wat leidde tot een recordopbrengst van circa 125 miljoen dollar.

Hiermee werd het de best verdienende en drukst bezochte tournee van de jaren 80.

Een bijzonder feit is dat Michael tijdens deze tournee een reeks van zeven uitverkochte concerten gaf in het Wembley Stadium in Londen, waar hij in totaal voor 504.000 mensen optrad.

Dit leverde hem een vermelding op in het Guinness World Records. Ook doneerde hij aanzienlijke delen van de opbrengst aan diverse goede doelen, waaronder ziekenhuizen en weeshuizen.

Wat betreft de catering en de exclusiviteit tijdens de optredens was de invloed van de sponsor zeer merkbaar.

Als onderdeel van de overeenkomst had Pepsi de exclusieve rechten, wat betekende dat op de concertterreinen en in de VIP-ruimtes alleen Pepsi-producten verkrijgbaar waren.

Concurrenten zoals Coca-Cola waren volledig verbannen uit het zicht van het publiek en de media rondom de tourlocaties.

Bezoekers konden tijdens de concerten dan ook alleen cola van het merk Pepsi nuttigen.

Hoewel de eerdere samenwerking in 1984 werd overschaduwd door een ernstig ongeval waarbij het haar van de zanger vlam vatte tijdens opnames, markeerde de nieuwe deal uit 1986 een periode van ongekende commerciële macht.

De resulterende reclamespots, waarin Michael vaak samen met jonge dansers te zien was, werden wereldwijd iconisch.

Hiermee werd de basis gelegd voor een van de meest invloedrijke partnerschappen tussen de muziekindustrie en het bedrijfsleven

Pieter François Heckers: Een bescheiden Gents kunstenaar ten dienste van de stad en haar bevolking

Pieter François Heckers, ook wel Piet of Pier genoemd, was een bekende Gentse beeldhouwer die in 1891 in zijn geboortestad het levenslicht zag en er in 1965 overleed.

Van jongs af aan, toen hij nog de lagere school doorliep, voelde hij in zich de onweerstaanbare roeping om uit de materie de vormen te scheppen die zijn ideeën en zijn emoties zouden vertolken.

De schooljaren waren nog niet voorbij of hij werd steenkapper.

Hij deed dat niet zomaar om stenen te houwen, maar om de materie te leren kennen en zich de geheimen van de bewerking ervan eigen te maken.

Na twee harde jaren ging de jongen in de leer bij Theofiel Soudeyns, die op dat moment belast was met de restauratie van de Minardschouwburg.

Hierdoor kwam de jonge artiest direct in de praktijk terecht.

Op zeventienjarige leeftijd slaagde hij erin de leerling te worden in het gerenommeerde atelier van de Gentse kunstenaars Louis-Pierre en Jules-Pierre Van Biesbroeck.

Voor hen koesterde hij steeds een grote bewondering en onder hun invloed leerde hij de kneepjes van het beeldhouwersvak verder verfijnen.

In het atelier van de bakkerij Vooruit werkte hij vanaf dat moment aan de zijde van Jules Van Biesbroeck aan het Monument voor François Laurent, dat toen te zien was aan de fontein van de wereldtentoonstelling van 1913 (vandaag staat het op het François Laurentplein in het historische hart van Gent), en aan talloze andere stukken die evenzovele fasen van vooruitgang vormden in die unieke leerschool.

Ondertussen bekwaamde Heckers zich verder aan de Stedelijke Academie van Gent.

Het is opmerkelijk dat hij daar in eerste instantie ook muziek en architectuur studeerde, en zich tevens toelegde op het schilderen onder leiding van meester Jean Delvin.

Hij combineerde zijn artistieke carrière met een baan als tekenleraar, een stap die hij in 1917 zette.

Tijdens zijn leven woonde hij op verschillende plekken in Gent, waaronder aan de Plezante Vest en later in de Ekkergemstraat.

Hoewel het onderwijs een groot deel van zijn tijd opslokt, bleef hij toch dapper doorwerken in zijn kunstenaarsatelier.

Daar wist hij zich gaandeweg los te maken van de invloed van zijn leermeesters om een geheel eigen, fijnere en meer sobere persoonlijkheid in zijn kunst te leggen.

Deze jarenlange inzet werd in 1925 bekroond toen hij de prestigieuze Prijs Paul De Vigne in de wacht sleepte.

Heckers richtte zich in zijn oeuvre voornamelijk op het boetseren en kappen van figuren, bustes en torso’s.

Een mooi en bewaard gebleven werk van hem bevindt zich in het Museum voor Schone Kunsten in Gent, waar een marmeren borstbeeld van Lucienne Schelstraete uit 1934 in de collectie zit.

Daarnaast leverde hij een belangrijke bijdrage aan het oorlogsgedenkteken op de Blaisantvest, een monument dat de slachtoffers uit die wijk eert.

De sculpturen die Heckers hiervoor ontwierp, werden destijds gegoten door de befaamde Gentse bronsgieter Lentacker.

Zijn werk werd getypeerd als een lofzang op de schoonheid en de arbeid.

De vele sirenen, bacchanten, saters en flora’s van zijn hand waren nooit louter decoratieve figuren, maar brokken waarin het levensgeheim trilt en die bezield zijn.

Hij besefte vanaf het begin dat materiële gelijkenis waardeloos is als de ziel niet spreekt door de schoonheid of de tragiek van de modellering.

Naast deze mythologische figuren wekte hij ook veel andere karakters tot leven, zoals blijkt uit afbeeldingen uit die tijd waarop een smid, een glasblazer, een mijnwerker, een steenkapper, een jong meisje, en beelden genaamd Jantje, Annie en een werk met de titel Stilte te zien zijn.

Heckers was tevens zeer actief voor de socialistische arbeidersbeweging in de stad en stelde zijn kunst vaak ten dienste van de arbeidersklasse.

Als diepvoelend mens ontging het lot van de ongelukkigen en onterfden ook niet aan zijn oog, en hij wist fabrieksslaven in ontroerende, gestileerde vormen weer te geven.

Voor verschillende stoeten ontwierp hij praalwagens, waaronder wagens met imposante allegorische vrouwenfiguren die bijvoorbeeld de sociale zekerheid uitbeeldden.

Het jaar 1931 was voor hem een periode van uitzonderlijk hard labeur, toen de maatschappij Vooruit hem de taak toevertrouwde om aan hun onvergetelijke jubileumstoet mee te werken.

In een koortsig tempo van amper een half jaar sculpteerde hij toen maar liefst 39 grote figuren, waaronder een opvallend fragment van een praalwagen dat later nog vaak in beeld werd gebracht.

Zijn beelden over de coöperatie werden door Waalse arbeiders zelfs naar Jolimont overgebracht om daar als monument ter ere van hun heldenkamp te prijken.

Toen op de eerste mei 1936 de schoonheid, de jeugd, de kracht en de arbeid werden verheerlijkt, vond men in de pers geen beter illustratiemateriaal voor deze gedachte dan dat van Heckers, de artiest die zijn leven had gewijd aan de lofzang op precies die elementen.

Daarom werd met dat doel een interview met hem afgenomen.

Dat was beslist niet gemakkelijk geweest, want de kunstcriticus die ongeveer tien jaar eerder schreef dat wie wilde vernemen wat P. Heckers betekende hem in zijn atelier moest gaan opzoeken, had op dat moment nog altijd gelijk.

Pier hield zich immers altijd op de achtergrond en was over zichzelf niet te spreken.

Zijn werk, dat getuigde van ernst en doorgedreven studie, deed dat des te meer. Alvorens het succes te boeken dat hem in die dagen van gerijpt talent en wijdontplooide kunstzin ten deel was gevallen, had hij een hele weg afgelegd.

Hij stond in 1936 in de volle bloei van het leven en wist toen ook heel goed dat zijn kunstenaarsloopbaan verre van voltrokken was en de strijd met het ideaal nog lang niet was uitgevochten.

De blijvende verbondenheid van deze bescheiden kunstenaar met de stad Gent blijkt ten slotte ook uit zijn laatste rustplaats.

Hij ligt begraven op de bekende Westerbegraafplaats, een plek die rijk is aan funerair erfgoed.

Het grafmonument waaronder hij rust, is een eigen ontwerp. Hiermee heeft hij letterlijk en figuurlijk een blijvende stempel gedrukt op de Gentse geschiedenis en heeft hij bewezen dat hij er heel zijn leven aan wijdde.

Gisteren nog vandaag

Wetenschappelijke congressen te Gent in april 1936

In april 1936 trokken de wetenschappelijke congressen in Gent opnieuw veel belangstelling.

De geschiedenis van deze bijeenkomsten gaat terug naar 1897, inmiddels 139 jaar geleden, toen in Gent de eerste grote Vlaamse wetenschappelijke bijeenkomst plaatsvond in de vorm van het eerste congres voor natuur- en geneeskunde.

Destijds waren er 23 sprekers en 101 deelnemers, van wie zelfs niet iedereen een universitaire achtergrond had.

De pionier van dit initiatief was Julius Mac Leod (1857-1919), een invloedrijke botanicus en hoogleraar aan de Universiteit Gent.

Hij speelde een cruciale rol in de Vlaamse beweging en zette zich onvermoeibaar in voor de vernederlandsing van het hoger onderwijs.

Zijn visie was dat het volk zich alleen intellectueel en sociaal kon ontwikkelen als wetenschap en onderwijs in de eigen taal werden aangeboden.

Als directeur van de Plantentuin in Gent legde hij met de oprichting van dat eerste congres de basis voor de latere wetenschappelijke congressen.

In 1910 vonden er drie congressen plaats en in 1920 ontstonden de Vlaamse Wetenschappelijke Congressen onder leiding van een gezamenlijke regelingscommissie.

Vanaf 1926 werden verschillende congressen afwisselend in Nederland en bij ons georganiseerd.

In 1934 telde men in Leuven 279 sprekers, waaronder 52 Nederlanders, en bijna 5000 leden.

Toch was er destijds een gebrek aan blijvend contact en continuïteit.

Afzonderlijke wetenschappelijke initiatieven en intellectuele bijeenkomsten misten de gewenste slagkracht.

Er bestond nog geen algemeen centraal kaartsysteem en ook geen tijdschrift.

Daarom werd op 27 januari 1935 de Vereniging voor Wetenschap opgericht als een direct resultaat van de congressen.

Deze vereniging gaf het blad Wetenschap in Vlaanderen uit, dat al in 1936 werd omgedoopt tot Wetenschappelijke Tijdingen.

Hoewel de vereniging in 2004 werd stopgezet, leeft het tijdschrift vandaag de dag nog steeds voort onder de naam WT, al ligt de focus nu volledig op de geschiedenis van de Vlaamse beweging.

In 1936 waren er twaalf congressen gepland, waarbij vooraanstaande Vlaamse geleerden zouden meewerken.

De Vereniging voor Wetenschap probeerde destijds ook de culturele band met Nederland en Zuid-Afrika te versterken.

De foto’s tonen het volgende: 1. De openingsvergadering in de aula van de Universiteit Gent tijdens de toespraak van dr. Van Broekhuizen, gezant van Zuid-Afrika in Den Haag. 2. Dr. Van Broekhuizen spreekt over Zuid-Afrika. Ook een beeld van de eretribune. 3. De boekententoonstelling. 4. Oude kranten op de afdeling dagbladwetenschap. 5. Een tentoonstelling van wetenschappelijke boeken voor de jeugd.

45 jaar geleden, Frank Duval met zijn hit Angel Of Mine.

Frank Duval werd geboren als Frank Uwe Patz op 22 november 1940 in Berlijn en groeide op in een artistiek milieu, waarbij hij aanvankelijk een opleiding volgde als acteur en danser.

Al snel verschoof zijn focus echter naar de muziek, waarbij hij een kenmerkende stijl ontwikkelde die het midden houdt tussen pop, klassiek en atmosferische elektronische muziek.

Zijn grote doorbraak bij het brede publiek kwam voort uit zijn nauwe samenwerking met de Duitse televisie.

Duval componeerde de muziek voor populaire krimiseries zoals Derrick en Der Alte.

Het was binnen deze context dat zijn grootste hit, “Angel of Mine”, in 1980 het levenslicht zag. Een opvallend detail is dat hij het nummer eigenlijk niet zelf wilde inzingen.

De sessiezangeres die hiervoor was gevraagd, kwam echter niet opdagen, waardoor Duval besloot de vocalen zelf maar voor zijn rekening te nemen.

Het nummer werd een enorm succes in de Lage Landen. In Nederland bereikte de single de eerste plaats in de Top 40, terwijl het nummer in Vlaanderen de tweede plaats behaalde in de BRT Top 30.

Hoewel Angel of Mine bij ons zijn enige grote hit bleef, scoorde hij onder de naam Frank en Kalina in maart 1986 nog een hit met “It Was Love”, een nummer dat hij opnieuw voor de krimiserie schreef.

Deze single was op donderdag 6 maart 1986 TROS Paradeplaat op Radio 3 en bereikte uiteindelijk de vierentwintigste plaats in de Top 40.

Gedurende zijn carrière werkte Duval vaak samen met zijn vrouw, Kalina Maloyer, die de teksten voor veel van zijn liedjes schreef.

Samen creëerden ze een omvangrijk oeuvre dat bekendstaat om de diepe emotionele lading en filmische kwaliteit.

Zijn werk was onlosmakelijk verbonden met de gezichten van de serie Derrick.

Horst Tappert, die bijna 25 jaar lang de stugge detective speelde, kwam te overlijden op 13 december 2008.

Ook zijn collega in de reeks, Fritz Wepper, is inmiddels overleden op 25 maart 2024.

Hoewel het commerciële succes in de hitlijsten na de jaren tachtig afnam, bleef Duval gerespecteerd als een vakman die complexe synthesizerarrangementen wist te combineren met toegankelijke melodieën.

Naast zijn werk voor televisie en zijn solocarrière heeft Duval zich ook beziggehouden met maatschappelijke projecten.

Zo richtte hij de Frank Duval Foundation op, die zich inzet voor kansarme kinderen in India.

Tegenwoordig leidt de 85-jarige componist een teruggetrokken leven op het Spaanse eiland Palma de Mallorca, waar hij nog steeds betrokken is bij diverse kunstvormen, waaronder schilderkunst en digitale media.

50 jaar geleden, Cynthia Clay bij Teach In?

Cynthia Clay, de artiestennaam van de Nederlandse Inneke Wouters, was oorspronkelijk werkzaam als lerares lichamelijke opvoeding, maar koesterde altijd de droom om door te breken in de muziekwereld.

Haar carrière kreeg vorm toen ze een platencontract tekende bij het Belgische label International Pelgrims Group.

Dit gebeurde onder begeleiding van producer Roland Uyttendaele, die nauwe banden had met zowel het Nederlandse Dureco als de Belgische platenfirma Fonior.

Hoewel ze debuteerde met het nummer ‘I Can Hear Music’, was het de opvolger uit 1975 die haar definitief op de kaart zette. ‘Lonely Without You’ groeide uit tot een onvervalste Vlaamse klassieker die tot op de dag van vandaag zeer geliefd is.

Opmerkelijk genoeg was het nummer oorspronkelijk bedoeld voor de Amerikaanse zangeres Bertice Reading.

Omdat zij echter een te hoge gage vroeg, gingen de producenten op zoek naar een alternatief en kwamen ze bij Clay terecht.

Volgens journalist en muziekkenner Jan Delvaux heeft het nummer een bijzondere impact gehad op de luisteraars; hij grapt regelmatig dat er op de tonen van deze hit heel wat kinderen zijn verwekt (Joepie 25 april 1976).

Vandaag viert Ivan Moerman, beter bekend onder zijn artiestennaam Jimmy Frey, zijn zevenentachtigste verjaardag.

Hoewel zijn wieg in Brugge stond, groeide hij vanaf tweejarige leeftijd op in Heist-aan-Zee, waar zijn moeder een kapsalon uitbaatte.

Als kind was hij vooral gepassioneerd door voetbal en zingen, waarbij zijn uitzonderlijke stemgeluid al op tienjarige leeftijd werd opgemerkt door zijn muziekleraar.

Na de scheiding van zijn ouders verhuisde hij naar Brussel, waar hij op zijn vijftiende de schoolbanken verruilde voor diverse banen als bakkersgast, slager, loopjongen, verkoper en fabrieksarbeider.

Zijn muzikale ambitie leidde hem in die periode naar verschillende zangwedstrijden, wat hem uiteindelijk een plek opleverde in de revue van de Folies Bergère in Brussel.

Daar werkte hij samen met Bobbejaan Schoepen, de man die in 1967 zijn hit “Ik geloof “zou schrijven.

In de jaren zestig kende Jimmy een veelbelovende start als beat- en yéyézanger.

Ondanks pogingen van zijn management om met het Franstalige Soufflé, een cover van Breathless, door te breken in Frankrijk, bleef het grote succes daar uit.

Hij besloot zich vervolgens op Vlaanderen te richten en sloeg een nieuwe artistieke weg in.

Deze keuze bleek uiterst succesvol met tijdloze hits zoals ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, opgenomen met de J.J. Band, en het bekende ‘Rozen voor Sandra’

Ook nummers als “Saragossa” en “Yet I Know” groeiden uit tot grote successen.

Naast zijn muzikale carrière toonde hij grote maatschappelijke betrokkenheid toen hij kort na zijn vijftigste verjaardag de diagnose kanker kreeg.

Door hier openlijk over te communiceren, hielp hij het taboe rond de ziekte te doorbreken.

Als boegbeeld van de VTM-actie Levenslijn hielp hij ruim 4,4 miljoen euro in te zamelen voor kankerbestrijding.

Zijn lange loopbaan werd op diverse manieren geëerd.

In 2013 vierde hij zijn gouden jubileum met een concert in de Stadsschouwburg van Brugge en een jaar later werd hij opgenomen in de Radio 2 Eregalerij voor een leven vol muziek, nadat zijn grootste hit daar in 2002 al een plek had gekregen.

Ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag verscheen in 2014 een verzamelalbum met veertig nummers, inclusief nieuw werk en uniek materiaal.

Als single werd hieruit het nummer ‘Harten kennen geen geheimen’, een vertaling door Andy Free van ‘Herzen haben keine Fenster’ van Elfi Graf uitgebracht.

De laatste jaren verblijft de zanger in een appartement in Duinbergen, maar zijn gezondheid is momenteel zorgwekkend.

Na een infectie tijdens een operatie in 2017 verbleef hij al negen maanden in het ziekenhuis, en recent is er een gescheurde pees in zijn linkerbeen geconstateerd.

Vanwege zijn hoge leeftijd en een zwakker hart is een nieuwe operatie uitgesloten, waardoor hij nauwelijks nog kan lopen.

Jimmy ervaart dagelijks hevige pijnen die ook zijn stem beïnvloeden, waarvoor hij hulp krijgt bij een pijnkliniek.

Ondanks een medische geschiedenis met meerdere zware ingrepen aan zijn heupen, knie en de plaatsing van een pacemaker, behoudt hij een positieve instelling en probeert hij zijn dagen zo zinvol mogelijk door te brengen.

Jimmy Frey kende geen rimpelloze jeugd. Zijn ouders vormden geen goed team en zijn vader was een gewelddadige rokkenjager die regelmatig dronken thuiskwam.

De situatie escaleerde vaak tot fysiek geweld, waarbij Jimmy’s moeder het zwaar te verduren kreeg.

Toen Jimmy elf was, verplichtte de rechter zijn vader om het huis te verlaten.

Ondanks de grauwe sfeer was er thuis gelukkig veel muziek.

Jimmy zong graag mee met platen van Luis Mariano, het idool van zijn moeder.

Hoewel hij op school geen hoogvlieger was, merkte zijn muziekleraar zijn talent op en adviseerde zijn moeder om hem te stimuleren in het zingen.

Op bijna vijftienjarige leeftijd verhuisde Jimmy met zijn moeder naar Brussel, waar zijn zus al woonde en zijn moeder een nieuwe partner had gevonden.

Deze stiefvader drong aan op verdere studies, maar de technische school bleek niets voor Jimmy.

Hij ging op vijftienjarige leeftijd aan de slag als beenhouwersgast.

Het was een zware leerschool met lange werkdagen, waardoor er aanvankelijk geen tijd meer was voor muziek.

Twee jaar later hoorde de neef van zijn baas hem zingen en moedigde hem aan om deel te nemen aan talentenjachten.

Met nummers van Luis Mariano won hij prompt verschillende prijzen.

Onder de naam Ben Timior begon hij vaker op te treden.

In 1958 vond hij werk bij een beenhouwer die zijn passie wel steunde, waardoor hij aan talloze wedstrijden kon deelnemen.

Datzelfde jaar won hij de officiële zangwedstrijd van de Wereldtentoonstelling in Brussel en de superfinale van de Belgische Strijdkrachten met liedjes van Jacques Brel.

In 1961 volgde de Prijs van de stad Brussel. Na zijn legerdienst besloot Jimmy definitief voor een zangcarrière te kiezen, wat leidde tot een breuk met zijn moeder.

Hij trok naar Parijs met producer Louis Maréchal, waar hij zijn definitieve artiestennaam Jimmy Frey kreeg, geïnspireerd door namen als Sammy Frey. Hoewel hij er enkele Franse singles opnam, bleef het grote succes uit.

In 1964 keerde hij terug naar Vlaanderen en bracht hij zijn eerste Nederlandstalige single ‘Aan de overkant’ uit.

Zijn echte doorbraak kwam in 1966 via het programma Canzonissima.

Met zijn geblondeerde haar en militaire galakostuum creëerde hij een iconisch imago.

Zijn charisma en de hit ‘Ik geloof’ maakten van hem een nationale ster.

In 1967 stond hij op de Europese Beker voor zangvoordracht in Knokke naast internationale grootheden.

Een jaar later volgde zijn legendarische hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, geschreven door de broers Lameirinhas.

Het nummer bereikte de top van de hitlijsten en werd later opgenomen in de Eregalerij van Radio 2.

De jaren zestig en zeventig waren een aaneenschakeling van successen.

Met nummers als “Als het ware rozen zijn” en “Als een kus naar tranen smaakt” bleef hij de hitlijsten domineren.

Het absolute hoogtepunt was “Rozen voor Sandra” in 1970, waarvan internationaal 1,8 miljoen exemplaren werden verkocht.

Jimmy omarmde zijn imago als de Vlaamse playboy, maar bleef verstandig omgaan met zijn inkomsten.

Ook in de jaren zeventig bleven de hits komen, zoals de Zomerhit ‘Niemand weet hoeveel ik van je hou’ en de publiekslievelingen ‘Pappie nummer twee’ en ‘De smaak van je lippen’.

Na een rustigere periode maakte hij in 1980 een sterke comeback met een discoversie van ‘Yet, I know’, waarmee hij opnieuw een Zomerhit won.

In de jaren tachtig bleef hij afwisselen tussen Nederlandstalige nummers zoals ’40 jaar’ en Franse vertalingen van wereldhits.

In 1989 nam hij deel aan Eurosong met ‘Vrijen met jou’, maar kort daarna sloeg het noodlot toe en werd er kanker bij hem vastgesteld.

Na zijn herstel zette hij zich onvermoeibaar in voor andere patiënten via zijn eigen stichting en de VTM-actie Levenslijn.

De bijbehorende single ‘Samen leven’ werd een enorme hit en bracht veel geld op voor het goede doel.

De daaropvolgende decennia stonden in het teken van jubilea en erkenning.

Hij vierde zijn dertig- en veertigjarige carrière met grote concerttournees en bleef een graag geziene gast op evenementen zoals het Schlagerfestival.

Zijn hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’ werd officieel vereeuwigd en in 2013 ontving hij de prestigieuze award voor een Leven vol Muziek.

Zelfs op latere leeftijd bleef hij actief met nieuwe releases en tournees, waarbij hij door radio en publiek steevast werd geëerd als een van de grootste iconen van het Vlaamse lied.

Jimmy Frey en zijn nieuwe single ‘Er is nog zoveel niet verloren’ (Joepie 25 december 1983)

Gisteren nog vandaag

Jimmy Frey in de Story 10 oktober 1979

Jimmy Frey in de Joepie van 6 juli 1980

Gisteren nog vandaag

Jimmy Frey (september 1979)

Jimmy Frey, van Nederlandstalige hits naar Franse chanson (Joepie 12 juni 1974).

Jimmy Frey in de Story van 3 augustus 1979

Jimmy Frey in de Story van 12 oktober 1979.

De 2 vrouwen van Jimmy Frey (Joepie 3 juni 1979)

Gaan zeilen met Benny Scott, Ann Christy, Jimmy Frey, Gaby Lang en Paul Anderson (september 1979)

Jimmy Frey, Will Tura en Willy Sommers (oktober 1973)

Gisteren nog vandaag

Precies vijftig jaar geleden maakte de Vlaamse formatie Trinity haar debuut in de Joepie Top 50 met de hit 002-345-709 (That’s My Number).

Deze discoklassieker bleek een schot in de roos en bestormde de hitlijsten in zowel België als Nederland.

Zo behaalde de groep een indrukwekkende tweede plaats in de Belgische Radio 2 Top 30, terwijl het nummer in Nederland doorstootte naar de vierde positie in de Nationale Hitparade en de achtste plek in de Top 40.

Het trio achter dit succes bestond uit Sofie Verbruggen, simpelweg bekend als Sofie, en de muzikanten Fred Bekky en Bob Bobbot.

De twee mannen, die eigenlijk Fred Beeckmans en Bob Baelemans heetten, waren bekende gezichten in de muziekwereld.

Na het uiteenvallen van hun eerdere band The Pebbles besloten zij samen met Sofie een nieuwe weg in te slaan met de oprichting van Trinity.

Hoewel Fred Bekky inmiddels helaas is overleden, leeft de muzikale erfenis van de groep nog altijd voort.

Gisteren nog vandaag

De Belgische formatie Trinity scoorde in 1977 een opvallende hit met het nummer Drop, Drop, Drop.

De compositie was het resultaat van de samenwerking tussen Fred Bekky, de artiestennaam van Fred Beeckmans, en Bob Bobbot, ook wel bekend als Bob Baelemans.

Met dit lied waagde de groep hun kans tijdens de Belgische preselecties voor het Eurovisiesongfestival van dat jaar. Hoewel hun inzending een sterke indruk maakte, slaagden ze er net niet in om de overwinning binnen te slepen.

Ze moesten de eer laten aan Dream Express, de groep waar overigens voormalig Pebbles-lid Luc Smets deel van uitmaakte.

Ondanks dat Trinity België niet mocht vertegenwoordigen op het Europese podium, kende het nummer in eigen land een succesvol verloop in de hitlijsten.

De single wist op te klimmen naar een verdienstelijke twaalfde plaats in de toenmalige BRT Top 30.

In Nederland verliep het succes wat moeizamer; daar bleef de plaat steken in de Tipparade en bereikte deze de officiële verkooplijsten niet. Toch blijft Drop, Drop, Drop een memorabel onderdeel van de Belgische popgeschiedenis uit de late jaren zeventig.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag 45 jaar geleden stapt Ringo Starr in het huwelijksbootje met de Amerikaanse actrice Barbara Bach.

In 1965 stapte Ringo Starr in het huwelijksbootje met Maureen Cox, met wie hij drie kinderen kreeg: Zak, Jason en Lee. Hoewel hun huwelijk in 1975 strandde, vond de drummer opnieuw het geluk bij Barbara Bach.

De twee ontmoetten elkaar op de set van de film Caveman en trouwden op 27 april 1981. Inmiddels is de familie flink uitgebreid met zeven kleinkinderen en sinds augustus 2016 zelfs een achterkleinkind.

Muzikaal talent zit overduidelijk in de genen, want zijn oudste zoon Zak Starkey is sinds 1996 de vaste drummer van The Who en speelde voorheen ook bij Oasis.

Een bijzonder hoogtepunt in Ringo’s leven was 29 december 2017, de dag waarop hij door koningin Elizabeth tot ridder werd geslagen.

Zijn echtgenote Barbara Bach heeft zelf ook een indrukwekkend pad afgelegd.

De in Queens geboren Bach verliet op zestienjarige leeftijd voortijdig de schoolbanken om een modellencarrière na te jagen, wat haar een jaar later al de status van internationaal topmodel opleverde.

Nadat ze op achttienjarige leeftijd trouwde met Augusto Gregorini, verhuisde ze naar Italië en kreeg daar twee kinderen.

Tijdens haar verblijf in Europa pikte ze haar eerste filmrollen op, maar na haar scheiding in 1975 keerde ze terug naar de Verenigde Staten.

Haar grote doorbraak volgde in 1977 als de iconische Russische agente Anya Amasova in de James Bond-film The Spy Who Loved Me, een rol die haar wereldberoemd maakte.

Tegenwoordig richt Bach haar energie vooral op liefdadigheidswerk en geniet ze met Starr van hun leven in diverse woningen, verspreid over locaties als Monte Carlo en Beverly Hills.

Meer dan een halve eeuw na het uiteenvallen van The Beatles zorgen de inmiddels 85-jarige Ringo Starr en de 83-jarige Paul McCartney voor een grote verrassing.

Hoewel de twee altijd goede vrienden bleven en incidenteel op elkaars nummers meespeelden, hielden ze hun solocarrières jarenlang strikt gescheiden.

Daar komt nu verandering in met een unieke samenwerking in de vorm van een duet. Het nummer, getiteld ‘Home to u’s, staat op het achttiende studioalbum van McCartney, The boys of Dungeon Lane, dat eind mei verschijnt.

De titel van het door Andrew Watt geproduceerde album verwijst naar een straat in de Liverpoolse wijk Speke, waar de wortels van McCartney liggen.

De weg naar dit duet verliep overigens niet zonder slag of stoot.

Het project kwam moeizaam op gang door een reeks misverstanden.

In eerste instantie had Ringo al drumpartijen opgenomen zonder dat er een concreet lied lag, maar omdat Paul er lange tijd niets mee deed, raakte Ringo geïrriteerd door het gebrek aan vaart.

Pas toen Paul zich realiseerde hoe sterk het drumwerk was, schreef hij er een tekst omheen over hun gezamenlijke jeugd.

De communicatie haperde opnieuw toen Ringo een e-mail over de zangpartijen verkeerd interpreteerde en alleen het refrein inzong, waardoor Paul dacht dat zijn oude bandgenoot het nummer niet zag zitten.

Gelukkig werden deze misverstanden uiteindelijk uit de wereld geholpen, met een bijzondere muzikale reünie als resultaat.