Pieter François Heckers: Een bescheiden Gents kunstenaar ten dienste van de stad en haar bevolking

Pieter François Heckers, ook wel Piet of Pier genoemd, was een bekende Gentse beeldhouwer die in 1891 in zijn geboortestad het levenslicht zag en er in 1965 overleed.

Van jongs af aan, toen hij nog de lagere school doorliep, voelde hij in zich de onweerstaanbare roeping om uit de materie de vormen te scheppen die zijn ideeën en zijn emoties zouden vertolken.

De schooljaren waren nog niet voorbij of hij werd steenkapper.

Hij deed dat niet zomaar om stenen te houwen, maar om de materie te leren kennen en zich de geheimen van de bewerking ervan eigen te maken.

Na twee harde jaren ging de jongen in de leer bij Theofiel Soudeyns, die op dat moment belast was met de restauratie van de Minardschouwburg.

Hierdoor kwam de jonge artiest direct in de praktijk terecht.

Op zeventienjarige leeftijd slaagde hij erin de leerling te worden in het gerenommeerde atelier van de Gentse kunstenaars Louis-Pierre en Jules-Pierre Van Biesbroeck.

Voor hen koesterde hij steeds een grote bewondering en onder hun invloed leerde hij de kneepjes van het beeldhouwersvak verder verfijnen.

In het atelier van de bakkerij Vooruit werkte hij vanaf dat moment aan de zijde van Jules Van Biesbroeck aan het Monument voor François Laurent, dat toen te zien was aan de fontein van de wereldtentoonstelling van 1913 (vandaag staat het op het François Laurentplein in het historische hart van Gent), en aan talloze andere stukken die evenzovele fasen van vooruitgang vormden in die unieke leerschool.

Ondertussen bekwaamde Heckers zich verder aan de Stedelijke Academie van Gent.

Het is opmerkelijk dat hij daar in eerste instantie ook muziek en architectuur studeerde, en zich tevens toelegde op het schilderen onder leiding van meester Jean Delvin.

Hij combineerde zijn artistieke carrière met een baan als tekenleraar, een stap die hij in 1917 zette.

Tijdens zijn leven woonde hij op verschillende plekken in Gent, waaronder aan de Plezante Vest en later in de Ekkergemstraat.

Hoewel het onderwijs een groot deel van zijn tijd opslokt, bleef hij toch dapper doorwerken in zijn kunstenaarsatelier.

Daar wist hij zich gaandeweg los te maken van de invloed van zijn leermeesters om een geheel eigen, fijnere en meer sobere persoonlijkheid in zijn kunst te leggen.

Deze jarenlange inzet werd in 1925 bekroond toen hij de prestigieuze Prijs Paul De Vigne in de wacht sleepte.

Heckers richtte zich in zijn oeuvre voornamelijk op het boetseren en kappen van figuren, bustes en torso’s.

Een mooi en bewaard gebleven werk van hem bevindt zich in het Museum voor Schone Kunsten in Gent, waar een marmeren borstbeeld van Lucienne Schelstraete uit 1934 in de collectie zit.

Daarnaast leverde hij een belangrijke bijdrage aan het oorlogsgedenkteken op de Blaisantvest, een monument dat de slachtoffers uit die wijk eert.

De sculpturen die Heckers hiervoor ontwierp, werden destijds gegoten door de befaamde Gentse bronsgieter Lentacker.

Zijn werk werd getypeerd als een lofzang op de schoonheid en de arbeid.

De vele sirenen, bacchanten, saters en flora’s van zijn hand waren nooit louter decoratieve figuren, maar brokken waarin het levensgeheim trilt en die bezield zijn.

Hij besefte vanaf het begin dat materiële gelijkenis waardeloos is als de ziel niet spreekt door de schoonheid of de tragiek van de modellering.

Naast deze mythologische figuren wekte hij ook veel andere karakters tot leven, zoals blijkt uit afbeeldingen uit die tijd waarop een smid, een glasblazer, een mijnwerker, een steenkapper, een jong meisje, en beelden genaamd Jantje, Annie en een werk met de titel Stilte te zien zijn.

Heckers was tevens zeer actief voor de socialistische arbeidersbeweging in de stad en stelde zijn kunst vaak ten dienste van de arbeidersklasse.

Als diepvoelend mens ontging het lot van de ongelukkigen en onterfden ook niet aan zijn oog, en hij wist fabrieksslaven in ontroerende, gestileerde vormen weer te geven.

Voor verschillende stoeten ontwierp hij praalwagens, waaronder wagens met imposante allegorische vrouwenfiguren die bijvoorbeeld de sociale zekerheid uitbeeldden.

Het jaar 1931 was voor hem een periode van uitzonderlijk hard labeur, toen de maatschappij Vooruit hem de taak toevertrouwde om aan hun onvergetelijke jubileumstoet mee te werken.

In een koortsig tempo van amper een half jaar sculpteerde hij toen maar liefst 39 grote figuren, waaronder een opvallend fragment van een praalwagen dat later nog vaak in beeld werd gebracht.

Zijn beelden over de coöperatie werden door Waalse arbeiders zelfs naar Jolimont overgebracht om daar als monument ter ere van hun heldenkamp te prijken.

Toen op de eerste mei 1936 de schoonheid, de jeugd, de kracht en de arbeid werden verheerlijkt, vond men in de pers geen beter illustratiemateriaal voor deze gedachte dan dat van Heckers, de artiest die zijn leven had gewijd aan de lofzang op precies die elementen.

Daarom werd met dat doel een interview met hem afgenomen.

Dat was beslist niet gemakkelijk geweest, want de kunstcriticus die ongeveer tien jaar eerder schreef dat wie wilde vernemen wat P. Heckers betekende hem in zijn atelier moest gaan opzoeken, had op dat moment nog altijd gelijk.

Pier hield zich immers altijd op de achtergrond en was over zichzelf niet te spreken.

Zijn werk, dat getuigde van ernst en doorgedreven studie, deed dat des te meer. Alvorens het succes te boeken dat hem in die dagen van gerijpt talent en wijdontplooide kunstzin ten deel was gevallen, had hij een hele weg afgelegd.

Hij stond in 1936 in de volle bloei van het leven en wist toen ook heel goed dat zijn kunstenaarsloopbaan verre van voltrokken was en de strijd met het ideaal nog lang niet was uitgevochten.

De blijvende verbondenheid van deze bescheiden kunstenaar met de stad Gent blijkt ten slotte ook uit zijn laatste rustplaats.

Hij ligt begraven op de bekende Westerbegraafplaats, een plek die rijk is aan funerair erfgoed.

Het grafmonument waaronder hij rust, is een eigen ontwerp. Hiermee heeft hij letterlijk en figuurlijk een blijvende stempel gedrukt op de Gentse geschiedenis en heeft hij bewezen dat hij er heel zijn leven aan wijdde.

Gisteren nog vandaag

Plaats een reactie