Otis Redding: Van talentenjacht tot wereldster

Op 8 februari 1958 organiseert een lokaal radiostation in Macon, Georgia, een talentenjacht onder de naam Teenage Party.

De show is al snel zo populair dat het kleine Roxy Theatre te krap wordt en de productie verhuist naar het grotere Douglass Theatre.

Vanaf dat moment kunnen luisteraars elke zaterdagochtend via de radio meegenieten van de opnames.

Het is tijdens een van deze edities dat Otis Redding het podium betreedt als kandidaat.

Zijn optreden maakt indruk en hij raakt in contact met de bekende gitarist Johnny Jenkins, die hem aanbiedt om zijn vaste begeleider te worden.

Dit moment is de start van een glansrijke, maar tragisch korte carrière.

Slechts negen jaar later, op 10 december 1967, komt de zanger op 26-jarige leeftijd om het leven bij een vliegtuigongeluk.

Een van zijn nummers is’ I’ve got dreams to remember’, dat hij samen met zijn echtgenote Zelma Redding en Joe Rock schreef.

Redding scoorde er na zijn overlijden een postume hit mee in 1968, en herhaalde dat succes nogmaals in 1994.

Op de B-kant van deze single staat het nummer ‘Nobody’s fault but mine’.

De single deed het internationaal goed en bereikte de hitlijsten in zowel de Verenigde Staten als Nederland.

In Nederland was het nummer een groot succes; het stond maar liefst veertien weken in de Hitparade, met de achtste plaats als piek, en het eindigde op de achtste plaats in de Top 40.

In Vlaanderen bleef het succes iets bescheidener en strandde het nummer in de Tipparade.

Hoe een boze kok de populairste snack ter wereld bedacht

Chips zijn al decennia een favoriete snack en daarom duiken we vandaag in de boeiende geschiedenis van deze lekkernij.

Het begon allemaal in 1853 in het Amerikaanse Moon’s Lake House Hotel. De kok George Crum verloor zijn geduld met een veeleisende gast die zijn gebakken aardappels steeds terugstuurde, omdat ze te dik waren.

Uit pure frustratie sneed Crum de aardappels zo flinterdun dat ze niet meer met een vork te eten waren.

Tot zijn grote verbazing was de gast razend enthousiast.

Deze Saratoga Chips werden al snel een hit en kregen een vaste plek op de menukaart.

Het duurde tot 1920 voordat Europa kennismaakte met de snack, dankzij Frank Smith.

Hij emigreerde van Amerika naar Engeland en opende daar een fabriek die binnen een jaar alweer te klein was door de enorme vraag.

Ondertussen zat men in Amerika ook niet stil.

Herman W. Lay richtte in 1932 een aardappelbedrijf op in Nashville, dat later fuseerde met de Frito Company van C.E. Doolin.

Zo ontstond in 1961 de gigant Frito-Lay, Inc.

In de Benelux waren chips eind jaren vijftig nog nagenoeg onbekend.

Daar kwam verandering in toen Nederlandse aardappeltelers uit Broek op Langedijk zochten naar nieuwe manieren om hun oogst te verkopen.

Boer Gerrit Kistemaker leerde het vak van Frank Smith en samen stampten zij in 1958 de eerste Nederlandse chipsfabriek uit de grond onder de merknaam Smiths.

België volgde niet veel later. In 1966 opende een klein fabriekje in Nieuwkerke, dat na een overname door United Biscuits in 1972 wegens succes moest uitwijken naar een grotere, moderne locatie in Veurne.

De jaren negentig stonden in het teken van grote veranderingen en rages.

Terwijl Smiths in 1995 heel Nederland en België in de ban hield van de flippo-gekte, werd het bedrijf achter de schermen klaargestoomd voor de wereldmarkt.

Na de overname door PepsiCo in 1998 werd de fabriek in Veurne onderdeel van een van de grootste voedingsmiddelenconcerns ter wereld.

Om wereldwijd eenheid en kwaliteit uit te stralen, veranderde de merknaam voor aardappelchips in 2001 van Smiths naar Lay’s.

Hoewel de naam Smiths nog een tijdje werd gebruikt voor zoute snacks met speciale vormen, zoals Bugles en Grills, besloot PepsiCo in 2015 om definitief afscheid te nemen van die naam en alles onder te brengen bij Lay’s en Cheetos.

Gisteren nog vandaag

Deze week, 70 jaar geleden, Brussel bereidt zich voor op de wereldtentoonstelling van 1958 (De Post december 1954)

Baron Georges Moens de Fernig was vooral bekend om zijn rol als Commissaris-Generaal van de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel, beter bekend als Expo 58.

De familie Moens de Fernig was een adellijke familie met wortels in de 17e eeuw en ze waren zowel actief in de industrie als in de politiek.

Georges Florent Marie Auguste graaf Moens de Fernig werd geboren in Luik op 28 augustus 1899.

Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Luik en na zijn studies ging hij aan de slag in de banksector en de industrie.

Hij bekleedde verschillende belangrijke functies in de Belgische regering, waaronder Minister van Ravitaillering en Invoer (1948-1949) en Minister van Buitenlandse Handel (1947-1949)

Hij was ook voorzitter van Fabrimetal (1965-1971), een Belgische federatie van metaalverwerkende bedrijven.

Zijn meest opvallende prestatie was zijn rol als Commissaris-Generaal van Expo 58.

Hij was daar verantwoordelijk voor de planning, organisatie en het succes van de wereldtentoonstelling, die een belangrijk moment was in de Belgische geschiedenis en een symbool van de heropleving na de Tweede Wereldoorlog.

Expo 58 trok meer dan 41 miljoen bezoekers en toonde de nieuwste technologische en culturele ontwikkelingen van over de hele wereld.

Hij was getrouwd met Marie-Thérèse de Meeûs d’Argenteuil en samen hadden ze zes kinderen.

Naast zijn politieke en industriële activiteiten was Moens de Fernig ook actief in verschillende filantropische organisaties.

Hij overleed op 16 augustus 1978 in Zelem, Halen, op 78-jarige leeftijd (De Post december 1954)

Deze week 65 jaar geleden, de film Separate Tables te zien in de Vlaamse bioscoop.

Rita Hayworth was een van de sterren in de film Separate Tables van Delbert Mann uit 1958, gebaseerd op twee eenakters van Terence Rattigan.

De film vertelt de verhalen van verschillende mensen die verblijven in een hotel aan de kust in Bournemouth, waar ze aan aparte tafels eten.

Hayworth speelde de rol van Ann Shankland, een mooie vrouw die haar alcoholische ex-man John Malcolm (Burt Lancaster) komt opzoeken, die stiekem verloofd is met Pat Cooper (Wendy Hiller), de manager van het hotel.

De film was een succes bij zowel de critici als het publiek en won twee Oscars voor Beste Acteur (David Niven) en Beste Vrouwelijke Bijrol (Wendy Hiller).

De film werd ook genomineerd voor vijf andere Oscars, waaronder Beste Film, Beste Actrice (Deborah Kerr) en Beste Scenario.

De film was te zien in de Vlaamse bioscoop in februari 1959.

65 jaar geleden, de Britse actrice Jill Ireland in de Piccolo van 7 december 1958.

Ze speelde in films als Simon and Laura, The Big Money, Three Men on a Boat, Hell Drivers en Assassination.

Ze was ook te zien in een aflevering van Star Trek, waar ze de enige vrouw was waar Mr. Spock ooit van hield.

Ze was eerst getrouwd met David McCallum, met wie ze samenwerkte in The Man from U.N.C.L.E., maar later scheidde ze van hem en trouwde ze met Charles Bronson.

Ze speelde vaak naast hem in zijn films, zoals Death Wish II en The Mechanic.

Ze overleed in 1990 aan borstkanker, op 54-jarige leeftijd.

65 jaar geleden speelde Neile Adams in de film This Could Be the Night, een romantische komedie die in 1958 in de Vlaamse bioscoop te zien was.

De film werd geregisseerd door Robert Wise en had ook Jean Simmons, Anthony Franciosa en Paul Douglas in de hoofdrollen.

De actrice Neile Adams werd geboren op 10 juli 1932 in Manila, de Filipijnen, als Ruby Neilam Salvador Adams.

Ze begon haar carrière als een van de vooraanstaande jazzdansers en performers op Broadway.

Ze verscheen in meer dan 20 films en televisieseries tussen 1952 en 1991, waaronder The Magnificent Seven (1960), The Sand Pebbles (1966) en The Poseidon Adventure (1972).

Ze was ook een spion voor de Filipijnse verzetsbeweging tijdens de Tweede Wereldoorlog en liep scherfwonden op aan een van haar benen.

Ze was getrouwd met de beroemde acteur Steve McQueen van 1956 tot 1972 en is de grootmoeder van acteur Steven R. McQueen.

Ze hertrouwde in 1980 met Alvin Toffel, een politieke campagnemanager en directeur van het Norton Simon Museum.

Dit huwelijk duurde tot Toffel’s overlijden in 2005.

Neile Adams leeft nog steeds en is actief als schrijfster.

Leuk weetje is dat ze ook de achterneef is van zanger Enrique Iglesias.

Brenda Lee met haar kersthit Rockin’ Around The Christmas Tree.

Dit nummer werd 65 jaar geleden opgenomen, toen Lee nog maar 13 jaar oud was.

Nu, op haar 78ste, heeft ze een historische prestatie geleverd door met dit nummer de eerste plaats te bereiken in de Amerikaanse hitlijsten.

Ze is daarmee de oudste zangeres die ooit een nummer 1-hit heeft gescoord in de VS.

Rockin’ Around The Christmas Tree is een product van de Nashville sound, een stijl van countrymuziek die gekenmerkt wordt door een gladde en populaire productie.

De muzikanten die meespeelden op de opname waren stuk voor stuk toppers in hun vakgebied.

Lloyd Cramer wordt beschouwd als de uitvinder van de Nashville sound en speelde piano op het nummer.

Buddy Harman was een legendarische drummer die op meer dan 18.000 nummers heeft gespeeld, waaronder hits van Elvis Presley, Roy Orbison en Patsy Cline.

Grady Martin was een veelzijdige gitarist die zowel rockabilly als jazz kon spelen.

Bob Moore was een van de meest gevraagde bassisten in Nashville en werkte ook samen met Presley en Orbison.

Boots Randolph was een saxofonist die vooral bekend werd door zijn eigen hit Yakety Sax, die later gebruikt werd als de themamuziek van de komiek Benny Hill.

De componist van Rockin’ Around The Christmas Tree was Johnny Marks, een specialist in het schrijven van kerstliedjes.

Hij had al eerder succes gehad met Rudolph, the Red-Nosed Reindeer, dat in 1949 een grote hit werd voor Gene Autry.

Marks schreef ook andere kerstklassiekers zoals I Don’t Want a Lot for Christmas, The Night Before Christmas Song, An Old-Fashioned Christmas, A Merry, Merry Christmas to You, When Santa Claus Gets Your Letter en The Most Wonderful Day of the Year.

Rockin’ Around The Christmas Tree werd voor het eerst uitgebracht in 1958, met op de B-kant Papa Nöel, maar werd pas een hit in 1960.

Dankzij de film Home Alone, waarin het te horen was tijdens een scène waarin Kevin McCallister (gespeeld door Macaulay Culkin) doet alsof hij een groot kerstfeest geeft om inbrekers af te schrikken.

Bereikte het nummer toen de veertiende plaats in de Billboard Hot 100 en werd sindsdien een vaste waarde in de kerstperiode.

Het nummer is ook gebruikt in de film Mean Girls en de tv-shows, reeks The Simpsons.

Het nummer is meer dan 150 miljoen keer gestreamd en heeft meer dan 25 miljoen verkochte exemplaren wereldwijd.

60 jaar geleden, te gast bij Antwerpenaar Peter De Maerel in New York (deel 2, Panorama 10 december 1963).

In een artikel in februari 1958 in de krant The New York Times lezen we zijn kwaliteiten als gastheer.

De krant schreef toen het volgende: Peter De Maerel etentjes zijn onvergetelijke gelegenheden.

Misschien is zijn geheim tot succes de intelligente manier waarop de heer De Maerel, hier directeur van het Belgisch Bureau voor Toerisme en ambtenaar van de Wereldtentoonstelling in Brussel, de menu’s van zijn geboorteland België aanpast aan de smaken en eetlust van New York City.

Buiten gastheer was hij vooral een kunstkenner en kunstverzamelaar.

Zoals zijn vrienden was hij goed bevriend met René en Georgette Magritte.

Ze brachten op 8 december 1965 een bezoek in New York.

In 1963 beweerde hij dat hij nooit afscheid zou kunnen nemen van zijn kunstverzameling.

Toch verkocht hij zijn schilderij Le prêtre marié (1961) van Magritte in 1975.

Ook het werk The Art of Conversation van Magritte dat hij aankocht bij zijn vriend Harry Torczyner.

Zou hij of zijn famile verkopen in 1993.

Het werk werd in 2021 verkocht aan de prijs van 13 miljoen dollar.

Vandaag is het precies 65 jaar geleden dat Patrick Nebel (echte naam Patrick Marina Schools) geboren werd, de Vlaamse drummer en zanger die bekend werd als de frontman van Nacht und Nebel.

Zijn muzikale carrière begon toen hij in de studio opgemerkt werd door Roland Beelen, de stichter van Antler Records, die onder de indruk was van zijn samenwerking met Twee Belgen.

Beelen zag in Nebel een charismatische en excentrieke artiest, die een unieke stijl en energie had.

Nebel leed echter aan ernstige psychische problemen en raakte verstrikt in een spiraal van alcohol- en drugsmisbruik.

Hij probeerde zijn angstaanvallen te verbergen voor het publiek en creëerde een mythe rond zijn persoon.

Zo beweerde hij dat hij zich had laten opnemen in een Zwitsers kuuroord om af te kicken en af te slanken, terwijl hij in werkelijkheid in Oostende verbleef.

Beelen denkt dat Nebel dit deed om zijn imago als wilde rocker te beschermen en om de nieuwsgierigheid van zijn fans aan te wakkeren.

Zijn levensstijl eiste echter zijn tol: in 1986 overleed hij aan een hartaandoening in de Sint-Lucaskliniek in Ekeren.

Hij was slechts 32 jaar oud. Zijn dood betekende ook het einde van Nacht und Nebel, de band die hij had opgericht en waarmee hij hits scoorde als Beats of Love en Victoria 2000.