‘Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben’: herinneringen aan Joost Nuissl

Vandaag zou Joost Nuissl 81 jaar geworden zijn. Hij werd namelijk op 15 oktober 1945 geboren in Amsterdam, in een gezin waar vooral klassieke muziek opstond en popmuziek ver te zoeken was.

Al vroeg vond hij zijn eigen muzikale weg: op zijn achtste speelde hij ukelele en twee jaar later pakte hij de gitaar op.

Na het gymnasium begon hij aan een studie Frans aan de Universiteit van Amsterdam, maar na welgeteld één college hield hij het alweer voor gezien.

Boeken en collegebanken vond hij maar saai; hij wilde de wereld ontdekken.

Hij pakte zijn biezen en trok een half jaar lang kriskras door Frankrijk.

Terug in Nederland begon hij aan het conservatorium in Amsterdam om muziekleraar te worden.

Om de rekeningen te betalen trad hij tijdens zijn studie al op met Nederlandstalige liedjes, maar ook het conservatorium hield hij na een jaar voor gezien.

Vanaf 1966 liep hij stage bij VARA-radio onder de vleugels van Joop Koopman.

Tegelijkertijd timmerde hij solo aan de weg op de podia in Nederland en Vlaanderen.

Hij speelde overal waar publiek was, van kleine theaters tot gezellige jeugdhuizen.

Hij kon er net van rondkomen en zodra de verdiensten het toelieten, huurde hij twee muzikanten in om hem te begeleiden.

Eind jaren zestig schoof hij aan bij Willem Duys in ‘Voor De Vuist Weg’.

Tekstschrijver en producer Gerrit den Braber zag het meteen in hem zitten en stelde voor een album op te nemen.

Dat leidde in 1970 tot zijn debuutalbum ‘Er Staat Wat Te Gebeuren’, vol met zelfgeschreven nummers.

In 1974 verscheen zijn tweede plaat, ‘Een Huis Van Zachte Steenen’.

De single ‘Ik Ben Blij Dat Ik Je Niet Vergeten Ben’ schoot meteen de hitlijsten in en groeide uit tot een tijdloze evergreen.

Voor de opname kreeg hij versterking van de harmonie Vorster Kapel en het Dameskoor Broekhuizenvorst.

Opvallend genoeg deed de single niets in Vlaanderen, maar in Nederland schopte het nummer het vlot tot een zesde plaats in de Top 40.

Ondanks het feit dat ‘Ik Ben Blij Dat Ik Je Niet Vergeten Ben’ voor de meeste mensen zijn lijflied werd, ga ik toch voor de opvolger van toen, namelijk het nummer ‘Laten We Samen Verder Gaan’, als mijn favoriete nummer van deze sympathieke zanger.

Een jaar later, in 1975, liet Nuissl ook als schrijver van zich horen met de verhalenbundel ‘Verhaaltjes’.

Daarna volgden de albums ‘Joost Nuissl & Zo’ in 1976 en ‘In De Restauratie’ in 1979.

De echt grote hits bleven voor hemzelf echter uit.

Achter de schermen scoorde hij wel: hij schreef de tekst voor ‘Het Werd Zomer’ van Rob de Nijs, wat een enorme hit werd.

Voor Nuissl was de maat vol wat betreft zijn eigen solocarrière, waarna hij besloot vooral voor andere artiesten te gaan schrijven.

Wel vormde hij in 1980 nog even een gelegenheidsduo met Joost Belinfante, bekend van Doe Maar.

Onder de naam Jjoooosst traden ze geregeld op en brachten ze in 1981 een gelijknamig album uit, ‘Jjoooosst’.

Ondertussen schreef Nuissl in 1980 ‘Dromentrein’ voor Lenny Kuhr en leverde hij in 1981 de Nederlandse tekst voor de kraker ‘Willem’ van Willem Duyn.

In 1982 kwam er definitief een einde aan Jjooosstt en beëindigde Nuissl zijn carrière als podiummuzikant.

Hij keerde terug naar een andere grote passie: de theaterwereld.

Datzelfde jaar werd hij directeur van het Waagtheater in Delft.

Drie jaar later, in 1985, stapte hij over naar de stichting Het Onderzoek in Tiel, een bureau voor publieksbemiddeling.

In 1988 volgde zijn benoeming tot directeur van De Kleine Komedie in Amsterdam, een rol die hem op het lijf geschreven was.

Helemaal loslaten kon hij de muziek nooit.

Begin jaren negentig pende hij weer liedjes voor Rob de Nijs, te horen op de albums ‘Hartslag’ uit 1991 en ‘Tussen Jou en Mij’ uit 1993, naast tracks op twee verzamelalbums.

In 1992 leverde hij diverse nummers af voor het album ‘Niet Normaal Meer’ van Willem Duyn.

In september 2006 nam Joost Nuissl na een lange en gewaardeerde periode afscheid van De Kleine Komedie.

Vorig jaar, op 7 oktober 2025, overleed hij.

Vandaag is het precies een jaar geleden dat actrice Claudia Cardinale overleed.

Haar volledige naam was Claudia Joséphine Rose Cardinale, geboren in Tunesië uit ouders van Italiaanse afkomst.

Haar entree in de filmwereld verliep bijzonder toevallig: in 1955 won ze een Tunesische schoonheidswedstrijd waaraan ze niet eens officieel deelnam, nadat de organisatie haar stomweg uit het publiek had geplukt.

Eigenlijk droomde ze er als jong meisje van om lerares te worden, maar het lot besliste anders.

De hoofdprijs van de verkiezing was een reis naar het filmfestival van Venetië.

Daar begon ze een relatie van een jaar met een tien jaar oudere Fransman en raakte ze ongewenst zwanger.

Hoewel de vader aandrong op een abortus, besloot Cardinale haar zoon Patrick te houden.

Om in haar levensonderhoud en opvoeding te voorzien, koos ze alsnog voor het acteursvak, een carrièrepad dat ze tot dat moment steeds had afgewezen.

Filmproducent Franco Cristaldi, met wie ze later zou trouwen, ontfermde zich over haar en zorgde ervoor dat ze in alle discretie in Londen kon bevallen.

Om haar reputatie te beschermen, werd Patrick in de eerste jaren aan de buitenwereld voorgesteld als haar jongere broertje, iets wat pas veel later bekendgemaakt werd.

In haar jonge jaren sprak Cardinale vooral Frans, Arabisch en Siciliaans, waardoor ze pas rond haar twintigste vloeiend Italiaans leerde spreken.

Vanwege haar opvallende Franse accent en haar kenmerkende, hese stemgeluid werd ze in haar eerste Italiaanse producties nagesynchroniseerd door andere actrices.

Pas in de film 8½ werd geëist dat zij volledig met haar eigen, kenmerkende stem te horen zou zijn.

Haar filmdebuut maakte ze in 1958 met de Franse productie ‘Goha’, in hetzelfde jaar opgevolgd door ‘I soliti ignoti’, een van de vroegste mijlpalen binnen de commedia all’italiana.

Gedurende de jaren zestig bouwde Cardinale een indrukwekkende staat van dienst op in talloze klassiekers. Z

Ze speelde mee in ‘Rocco e i suoi fratelli’ uit 1960 en het historische epos ‘Il gattopardo’ uit 1963 en de wereldberoemde spaghettiwestern ‘Once Upon a Time in the West’ uit 1968.

Nadat haar relatie met Cristaldi in 1975 op de klippen liep, deelde Cardinale tot 2001 haar leven met regisseur Pasquale Squitieri.

Ze leerden elkaar kennen op de set van de film’ I guappi’ uit 1974, en daarna verscheen Cardinale regelmatig in zijn producties.

Hoewel Cardinale aanvankelijk vaak als sekssymbool werd gezien, groeide ze uit tot een veelzijdige actrice met een rijk oeuvre van ruim honderdtwintig titels.

Haar prestaties werden veelvuldig bekroond, onder meer met verschillende David di Donatello-onderscheidingen en meerdere Zilveren Linten voor beste actrice.

Later in haar loopbaan ontving ze ook grote oeuvreprijzen, waaronder de Gouden Leeuw in Venetië in 1993 en de Gouden Erebeer in Berlijn in 2002.

In 2000 verbond ze haar internationale uitstraling aan een goed doel toen ze werd aangesteld als UNESCO Goodwill Ambassadeur voor de rechten van vrouwen.

Hoewel Claudia Cardinale haar leven en carrière vrijwel volledig wijdde aan het witte doek, dook ze heel af en toe toch de opnamestudio in.

Haar eerste stappen op vinyl zette ze aan het begin van de jaren zeventig via haar filmwerk.

Zo verscheen in 1971 de single ‘Popsy-Pop Song’, afkomstig uit de film Popsy Pop uit 1970.

Een jaar later volgde ‘Prairie Woman’, geschreven door Francis Lai voor de westernkomedie Les pétroleuses.

Haar meest opmerkelijke muzikale uitstap bewaarde ze echter voor het einde van dat decennium.

Midden in de hoogtijdagen van de discorage bracht ze in 1977 bij het label Disques Ibach het nummer ‘Love Affair’ uit.

De productie lag in handen van Léo Carrier en Gilbert Di Nino, die in de jaren zeventig en tachtig achter talloze disco-, synthpop- en dance-projecten zaten.

De track sloot met zijn stuwende vierkwartsmaat, weelderige strijkers en zwoele ritmes naadloos aan bij de populaire Eurodisco van die tijd. Cardinale probeerde niet geforceerd te zingen als een geschoolde vocalist, maar maakte juist slim gebruik van haar beroemde hese spreekstem.

Een gigantische wereldhit werd het niet, maar ‘Love Affair’ groeide door de jaren heen wel uit tot een gewild curiosum onder vinylverzamelaars en liefhebbers van vergeten discoparels.

Het blijft een charmant sluitstuk in de imposante loopbaan van een filmster die voor heel even de dansvloer opzocht.

Het is inmiddels vijfenveertig jaar geleden dat Patricia Paay haar nummer ‘Who Let The Heartache In’ uitbracht.

Ik beken meteen maar eerlijk dat ik altijd al een zwak voor haar heb gehad.

Wel vind ik het vreemd dat er bij dit artikel een foto is geplaatst van haar album ‘The Lady Is A Champ’, dat al uit 1977 stamt.

Het nummer schreef Patricia samen met John van Katwijk. Ook de andere single ‘Saturday Nights’ uit het album ‘Playmate’ schreven ze samen.

Deze veelzijdige Nederlandse zanger, componist, arrangeur, producer en artiestenmanager werd op 8 augustus 1951 geboren in Rotterdam en begon zijn muzikale loopbaan als leadzanger van de band Christie Lane.

Toen het grote succes daarmee uitbleef, verlegde hij zijn koers: hij ging aan de slag als artiestenmanager en begon zelf nummers te schrijven.

Naast zijn werk met Patricia Paay werkte Van Katwijk veelvuldig samen met grote namen zoals René Froger en Anita Meyer, en in recentere jaren ook met Glennis Grace.

Op 16 januari 2025 kwam hij te overlijden.

50 jaar geleden, reclame voor de Kangourak van het merk Salik (juli 1976)

Wie in de jaren zeventig of tachtig is opgegroeid, herinnert zich ongetwijfeld nog de schoolreizen of uitstapjes met de jeugdbeweging waarbij één kledingstuk absoluut onmisbaar was.

Rond de middel van zowat elk kind hing toen een handig, opgerold tasje dat bij de minste regenbui kon worden uitgeplooid tot een felgekleurde regenjas.

Dit ingenieuze kledingstuk, dat sterk leek op de Franse K-way, stond bij ons bekend als de kangourak.

Het was de absolute kaskraker van de Belgische zakenman Pierre Salik en zijn gelijknamige kledingbedrijf.

De geschiedenis van het kledingmerk Salik begint feitelijk al vlak na de Tweede Wereldoorlog bij de Joodse handelaar Jacob Salik, de vader van Pierre.

Het bedrijf kende zijn eerste grote successen met de import en verkoop van militaire overschotten van het Amerikaanse leger en begon in de jaren vijftig met de productie van leren en suède kleding.

Toen Pierre Salik in 1964 het roer overnam van zijn overleden vader, zag de jonge ondernemer meteen een gat in de markt.

Hij richtte zijn pijlen op de productie van jeansbroeken en deed dat met succes.

Het opvallende, Amerikaans lijkende woordlogo Salik werd in de jaren zestig in Europa even bekend als Lee Cooper of Levi’s en vormde zowaar een geduchte concurrent voor deze grote merken.

Pierre Salik was niet alleen een gewiekst zakenman, hij begreep ook de kracht van marketing als geen ander.

Om zijn fortuin te maken met de verkoop van jeansbroeken, plaatste hij onder meer grote advertenties in het weekblad Kuifje.

Wie was er immers beter geplaatst om reclame te maken voor stoere jeans dan stripheld Lucky Luke?

Omdat Salik in Brussel heel wat mensen kende, waaronder tekenaar Hergé, haalde hij uit die nauwe band met de stripwereld in de jaren zeventig nog een meesterzet.

Bij de verkoop van de beroemde kangourak-regenjasjes zat telkens een spaarzegel of een zelfklever van Kuifje, Kapitein Haddock of een ander personage uit de reeks.

De tekeningen hiervoor werden vaak speciaal ontworpen door Hergés rechterhand Bob de Moor.

Het zorgde ervoor dat kinderen maar wat graag een nieuwe kangourak wilden, liefst nog in verschillende kleuren, wat de kassa van Salik flink deed rinkelen.

De man achter dit enorme succes, de in 1930 geboren Pierre Salik, was een bijzonder flamboyant figuur in de Brusselse beau monde.

Salik was naar het schijnt een intimus van de afgetreden koning Leopold III, bij wie hij naar verluidt kind aan huis was, en bouwde in de loop der jaren een fabelachtige kunstcollectie op.

Hij verzamelde werken van klinkende namen als Monet en Modigliani, maar had vooral een immense collectie schilderijen van de Belgische surrealist René Magritte.

Tot zijn verzameling behoorde ooit La corde sensible, een doek dat later voor ettelijke miljoenen euro’s onder de hamer ging bij veilinghuis Christie’s.

Salik hield van het luxueuze leven en ontving geregeld bekende politici op zijn buitenverblijf in Knokke, waarbij hij niet verlegen zat om het uitdelen van dure relatiegeschenken.

Ondanks de grote successen met de Salik-jeans en de onvergetelijke kangourak, kende het zakenimperium in de latere decennia ook donkere periodes.

De fabriek in Quaregnon moest eind jaren zeventig de deuren sluiten en latere avonturen in de kledingsector kenden wisselend succes.

Zo eindigde het verhaal van zijn kinderkledingmerk Kid Cool uiteindelijk in een faillissement.

Vanaf de late jaren tachtig tot ver in de jaren negentig en zelfs in de jaren tweeduizend kwam Pierre Salik vaker in het nieuws door aanslepende en dure conflicten met de fiscus en vermeldingen in politiek-juridische dossiers, in plaats van met nieuwe modetrends.

Die jarenlange fiscale geschillen bleven niet zonder gevolgen.

In 2022 verkocht hij noodgedwongen zijn bekende villa in Knokke voor 14 miljoen euro om een miljoenenboete aan de fiscus te kunnen betalen.

Vandaag is het kledingmerk Salik grotendeels uit het straatbeeld verdwenen.

De fabriek in Quaregnon, de plek waar ooit duizenden broeken van de band rolden, is tegenwoordig een meubelzaak.

Toch blijft de naam Salik, en in het bijzonder de felgekleurde kangourak met de Kuifje-stickers, voor velen een iconisch stukje nostalgie.

Het was een tijd waarin een simpel regenjasje in een buideltje volstond om ons als kind op schoolreis een veilig en stoer gevoel te geven.

Pierre Salik is vorig jaar op 17 januari 2025 op 94-jarige leeftijd overleden.

Reislust, oftewel ‘wanderlust’. Dat is het kenmerk waarmee Joanne Bird zich onderscheidt.

Onder deze artiestennaam omarmt de uit Valkenswaard afkomstige Merel Brusselers het leven als een muzikale ontdekkingsreis die haar van Nederland naar de Verenigde Staten bracht.

Daar haalde ze inspiratie uit het werk van artiesten als James Taylor en First Aid Kit, en vond ze haar passie in samenwerkingen met gevestigde muzikanten in de Amerikaanse muziekhoofdsteden Nashville, New York, Boston en New Jersey.

Het resultaat is persoonlijke indie- en americana-folkmuziek die zich langzaam maar zeker, en heel comfortabel, in je hart nestelt.

De muziek speelde al vroeg een rol in haar leven; op vijfjarige leeftijd begon ze met pianospelen, later gevolgd door zang en gitaar.

Haar talent ontwikkelde ze verder tijdens haar bachelor aan de Fontys Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg en haar master aan het Conservatorium van Amsterdam, die ze in 2023 afrondde.

Daarnaast studeerde ze meermaals in New York City en kreeg ze door de jaren heen zangcoaching van namen als Lucy Woodward, Jim Mola en Marle Thomson.

Na haar afstuderen in 2023 reisde Brusselers maandenlang door de grote muzieksteden van Amerika om inspiratie op te doen, op te nemen en op te treden.

Onderweg verzamelde ze een groep muzikale vrienden om zich heen met wie ze nu regelmatig werkt.

Dit leidde onder meer tot haar derde EP, Unusual Fairytales, die werd opgenomen in Asbury Park (New Jersey) en verscheen in mei 2025.

Op dit album vinden we onder meer het mooie nummer Would You Have Stayed.

Haar carrière kent inmiddels diverse hoogtepunten, zoals een endorsement van Martin Guitar, samenwerkingen met publishers als Warner Chappell en Primary Wave Music, en het verzorgen van voorprogramma’s voor artiesten als Steph Strings, de Billy Walton Band en The Cinelli Brothers.

Ze is inmiddels zelfs Voting Member voor de New Yorkse afdeling van de Recording Academy.

Eind november 2025 voegde ze een bijzonder hoofdstuk toe aan haar discografie met een cover van de wereldberoemde klassieker December, 1963 (Oh What a Night!) van The Four Seasons.

Waar het origineel uit 1975 de geschiedenisboeken inging als een upbeat disco- en popnummer, weet Joanne het nummer volledig naar haar hand te zetten.

Het is een gewaagde keuze om zo’n iconische track te vertalen naar haar eigen, intiemere stijl.

Voor deze productie, uitgebracht onder het label MAD Records (waarmee ze ook samenwerkt voor sync-opdrachten), nam ze zelf de touwtjes in handen.

De mix werd verzorgd door René Bloks en de mastering door Pier-Durk Hogeterp.

Deze release staat niet op zichzelf.

Eerder dat jaar, in augustus 2025, bracht ze al een interpretatie uit van Closing Time, een cover van de Amerikaanse band Semisonic.

Hiermee laat ze zien dat ze momenteel volop experimenteert met het heruitvinden van bekende songs naast haar eigen materiaal. Tijdens haar liveoptredens komen al deze invloeden samen: ze neemt haar publiek aan de hand en laat hen haar muzikale reis meebeleven alsof ze er zelf bij waren.

De Italiaanse zangeres en actrice Ornella Vanoni is vandaag op 91-jarige leeftijd overleden

Volgens Italiaanse media stierf ze in haar woning in Milaan aan de gevolgen van een hartstilstand.

Vanoni wordt beschouwd als een van de invloedrijkste vertolkers van het Italiaanse lied.

Met meer dan 55 miljoen verkochte platen en circa veertig studioalbums op haar naam groeide ze uit tot een absoluut icoon.

Ze werd geroemd om haar intieme, expressieve stem en haar vermogen verhalen te vertellen over liefde en verlies, maar ook over armoede en sociale uitsluiting.

Van theater naar festivalsucces Geboren in 1934 in Milaan, begon Vanoni haar loopbaan in de jaren vijftig aan het Piccolo Teatro.

Onder leiding van regisseur Giorgio Strehler maakte ze aanvankelijk naam met ‘canzoni della mala’, liederen over de zelfkant van de samenleving.

In 1960 trouwde ze met de zakenman Lucio Ardenzi; twee jaar later werd hun zoon, Cristiano, geboren.

In 1963 won ze het Festival van het Napolitaanse Lied met het nummer Tu si na cosa grande.

In de jaren die volgden nam ze met groot succes meerdere keren deel aan het prestigieuze Festival van San Remo.

Haar grootste commerciële succes behaalde ze in 1970 met L’appuntamento.

Dit nummer was oorspronkelijk geschreven door de Braziliaanse zanger Erasmo Carlos (geboren als Erasmo Esteves) en mede geschreven door de gekende wereldster Roberto Carlos (geboren als Roberto Carlos Braga).

Hoewel ze dezelfde artiestennaam droegen, waren ze geen familie van elkaar; ze brachten het nummer in 1980 overigens wel samen opnieuw uit als duet.

Vanoni’s versie van het nummer verwierf wereldwijd bekendheid.

Het kreeg decennia later een hernieuwde populariteit toen het werd gebruikt in de soundtrack van de film Ocean’s Twelve (2004).

Ook nummers als Anonimo Veneziano en Domani è un altro giorno behoren tot de klassiekers van de Italiaanse popmuziek.

In 1989 keerde ze terug naar het Festival van San Remo met het nummer Io come farò en tien jaar later nam ze het duet Alberi op met Enzo Gragnaniello.

Een bijzonder moment volgde in 2004: ter ere van haar zeventigste verjaardag nam ze een duettenalbum op met haar oude liefde en vaste muzikale partner Gino Paoli.

In 2021 bracht ze haar laatste studioalbum Unica uit.

De tweelingzussen Alice en Ellen Kessler zijn vandaag op 89-jarige leeftijd samen overleden. Onscheidbaar tot het laatst, kozen ze gezamenlijk voor euthanasie.

De zussen, geboren in 1936, laten een indrukwekkende en veelzijdige carrière na als danseressen, zangeressen en actrices.

Hun artistieke pad begon al vroeg. Dankzij hun muzikale ouders gingen de eeneiige tweelingzussen op zesjarige leeftijd naar de balletschool, wat in 1947 leidde tot een plek bij het kinderballet van de Leipziger Opera.

Na de vlucht van het gezin naar West-Duitsland in 1952 debuteerden ze in de revue van Düsseldorf. Het duurde niet lang voordat ze internationaal doorbraken.

In Parijs en Italië stonden ze bekend als de ‘tweeling van de benen’ en veroverden ze de harten van het publiek.

Vooral met Italië hadden ze een sterke band; ze woonden er van 1962 tot 1986 en hadden er hun eigen tv-show. Hun populariteit bleek ook in 1976, toen ze op 40-jarige leeftijd poseerden voor de Italiaanse Playboy. Dit zorgde voor een ware sensatie en het blad was in korte tijd uitverkocht.

Gedurende hun loopbaan deelden ze het podium met wereldsterren als Burt Lancaster, Fred Astaire, Sammy Davis Junior en Frank Sinatra.

Ook deden ze in 1959 mee aan het Eurovisiesongfestival met het nummer ‘Heute abend wollen wir tanzen gehen’, waarmee ze de achtste plaats behaalden (het jaar dat de Nederlandse Teddy Scholten won).

Ze waren echter ook kritisch op hun keuzes: zo weigerden ze een rol naast Elvis Presley in de film ‘Viva Las Vegas’, uit angst om in Hollywood getypecast te worden.

Sinds 1986 woonden de zussen weer in Duitsland, in Grünwald nabij München. Stilzitten deden ze niet; zo gaven ze in 2009 nog een reeks jazzconcerten.

Zoals ze hun leven samen deelden, zo zullen ze ook hun laatste rustplaats delen: Alice en Ellen hebben in hun testament vastgelegd dat ze samen in één urn begraven willen worden.

Eind september lanceerde de 86-jarige Amanda Lear haar nieuwe single “Amour (s)”, een voorproefje van haar aankomende album “Looking Back” dat op 7 november 2025 verschijnt.

Het nummer, geschreven door Benjamin Dantès en Patxi Garat, is een modern Franstalig nummer dat bewijst hoe Lear zichzelf na bijna vijftig jaar in de schijnwerpers als een ware kameleon steeds opnieuw kan uitvinden.

De productie was in handen van Alain Mendiburu, met wie ze al sinds 2006 samenwerkt, en Georges Landtsheere.

Het nieuwe album, “Looking Back”, wordt omschreven als een verkenning van hedendaagse Franse chanson, met verrassende uitstapjes naar genres als de blues.

Het bevat, maar liefst acht nieuwe nummers die speciaal voor haar zijn geschreven door talenten als Pierre Lapointe, Sacha Rudy en Patxi Garat.

Naast nieuw materiaal kunnen we ook een versie van de klassieker “Strangers In The Night” verwachten.

Een opvallende samenwerking is die met de legendarische Amerikaanse DJ Chris Cox, die een krachtige dance-remix maakte van het nummer “When I Was Your Favourite Singer”.

Een ander uniek detail is dat de albumhoes een schilderij is van Amanda Lear zelf.

Het album zal zowel op lp als op cd verkrijgbaar zijn.

Vandaag vindt in Luxemburg een historische gebeurtenis plaats: Groothertog Henri treedt af en zijn oudste zoon, Guillaume, wordt ingehuldigd als de nieuwe groothertog.

De dag van de troonswissel volgt een strak protocol. Om 10:00 uur ’s ochtends vindt de abdicatie van Henri plaats, gevolgd door de inzwering van Guillaume.

Rond het middaguur presenteert de nieuwe groothertog zich met zijn gezin aan het volk tijdens een balkonmoment.

Daarna volgt een wandeling langs het publiek en een receptie voor de regering.

De feestelijkheden worden ’s avonds afgesloten met een galadiner in het groothertogelijk paleis, in aanwezigheid van buitenlandse gasten en koninklijke collega’s.

De troonswissel wordt bijgewoond door hooggeplaatste gasten, waaronder koning Filip, koningin Mathilde en kroonprinses Elisabeth van België, alsook koning Willem-Alexander, koningin Máxima en de Prinses van Oranje uit Nederland.

De aanwezigheid van deze koningshuizen is niet toevallig; de families zijn nauw met elkaar verwant.

De band met het Belgische koningshuis is het directst.

De moeder van Henri, Joséphine-Charlotte (1927-2005), was prinses van België en de oudere zus van de voormalige koningen Boudewijn en Albert.

De connectie met het Nederlandse koningshuis gaat verder terug in de geschiedenis.

Zowel het Nederlandse Huis van Oranje-Nassau als het Luxemburgse Huis van Nassau stammen af van het oude hertogdom Nassau.

De Nederlandse koningen Willem I, II en III waren tevens groothertog van Luxemburg.

Aan deze personele unie kwam een einde toen er in Nederland geen mannelijke troonopvolger meer was.

Volgens een oud familieverdrag ging de Luxemburgse troon toen over naar een andere tak van de Nassau-familie.

Hoewel koning Willem-Alexander en groothertog Henri dus geen directe bloedverwanten zijn, delen ze een verre gemeenschappelijke voorouder.

De nieuwe groothertogin, Stéphanie, is van Belgische afkomst.

Geboren als gravin Stéphanie de Lannoy, stamt ze uit een oud adellijk geslacht.

Ze groeide op in het kasteel van Anvaing in Henegouwen en volgde een Nederlandstalige basisschool in Ronse.

Haar verdere opleiding was internationaal, met studies in Frankrijk, Brussel, Moskou (Russisch) en Leuven (germanistiek). Ze sloot haar studietijd af in Berlijn met een scriptie en een stage op de Belgische ambassade.

Op 20 oktober 2012 trouwde ze met erfgroothertog Guillaume.

Naar aanleiding van haar huwelijk deed ze afstand van haar Belgische nationaliteit en werd ze Luxemburgse.

Samen hebben ze twee zonen: prins Charles, geboren in 2020, en prins François, geboren in 2023.

Guillaume zelf heeft ook sterke banden met de Europese vorstenhuizen.

Zo is hij de peetoom van onder anderen prins Emmanuel van België en prinses Ariane der Nederlanden.

Vanaf 3 oktober zal zijn officiële titel luiden: Zijne Koninklijke Hoogheid Guillaume, bij de Gratie Gods Groothertog van Luxemburg, Hertog van Nassau en Prins van Bourbon-Parma.

Goed nieuws voor mijn stad, Oudenaarde wordt Europees centrum voor fotonische chips

Oudenaarde verwelkomt een nieuwe, baanbrekende chipfabriek die op termijn 500 banen zal creëren.

Het wordt Europa’s eerste productiecentrum voor fotonische chips en blaast zo nieuw leven in de site van de vorige chipproducent, die vorig jaar failliet ging.

Het bedrijf Thema Foundries BV investeert ruim 200 miljoen euro om de fabriek om te bouwen.

In plaats van traditionele chips zal men zich richten op geïntegreerde fotonica. Deze technologie gebruikt lichtdeeltjes (fotonen) in plaats van elektronen, wat resulteert in veel snellere en energiezuinigere chips.

Deze innovatie is bijzonder waardevol voor datacenters en toepassingen met artificiële intelligentie, sectoren die kampen met een enorm energieverbruik.

De site in Oudenaarde wordt een hypermodern centrum waar niet alleen de productie, maar ook onderzoek, ontwikkeling, verpakking en het testen van de fotonische microchips zullen plaatsvinden.

Eddy Merckx mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen

Merckx groeide op in Sint-Pieters-Woluwe bij Brussel, waar zijn ouders een kruidenierszaak runden.

In een interview zei hij het volgende over deze periode in zijn leven: Ik moest met de fiets naar een Franstalige school. Mijn drie jaar jongere broer en zus gingen met de bus naar de andere kant van de stad, omdat daar een Vlaamse school was.

Gisteren nog vandaag

Franstalig of Vlaams, mijn ouders waren daar eigenlijk niet zo mee bezig. Als je een winkel hebt, moet je de twee taalgroepen bedienen. Mijn moeder kende wel goed Frans omdat ze als jong meisje ging helpen in de winkel van haar zus in Anderlecht. Vader sprak geen woord Frans toen hij zich met mijn moeder in Sint-Pieters-Woluwe kwam vestigen. Hij heeft het al doende moeten leren.

Op 5 december 1967 trad Eddy Merckx in het huwelijk met Claudine Acou, de dochter van wielrenner Lucien Acou.

Hoewel zowel de burgerlijke als de kerkelijke huwelijksplechtigheden tweetalig waren, ontstond er onvrede bij veel Vlamingen omdat het jawoord enkel in het Frans werd uitgesproken.

Sindsdien profileert Merckx zich als een tweetalige model-Belg, trots op zijn goede relaties met de Belgische dynastie, om zo gelijkaardige communautaire spanningen en zijn (deels) beladen familiegeschiedenis te vermijden.

Toch verloopt zijn communicatie in het Nederlands, mede door zijn Franstalige middelbare schoolopleiding en zijn introverte karakter, eerder moeizaam.

Op 14 februari 1970 werd dochter Sabrina Merckx geboren, die later zou trouwen met de Argentijnse proftennisser Eduardo Masso.

Uit dit huwelijk werd Merckx’ kleinzoon Luca Masso geboren, die professioneel hockeyspeler is geworden.

Op 12 augustus 1972 kwam Eddy Merckx’ enige zoon Axel Merckx ter wereld, die eveneens profwielrenner werd.

Axana, de Belgisch-Canadese dochter van Axel, behaalde op 17 mei 2019 twee gouden medailles op het open Belgisch kampioenschap zwemmen: één op de 200 meter rugslag en één op de 400 meter wisselslag.

Gisteren nog vandaag

Vandaag is zakenman en producer Adriaan Van Landschoot overleden.

Anderhalf jaar geleden werd bij Van Landschoot de diagnose van Parkinson gesteld.

Begin dit jaar besloot producer en manager Adriaan Van Landschoot (76) uit Adegem (Maldegem) met pensioen te gaan.

Hij kwam vandaag in zijn thuisstad Gent in de vroege ochtend in het water terecht en overleed.

Adriaan Van Landschoot was aanvankelijk actief in de textielsector.

Samen met Sylvain Tack huurde hij het zendschip MV Mi Amigo van Ronan O’Reilly voor de uitzendingen van het door hen opgerichte Radio Atlantis.

Vanaf 15 juli 1973 zond Radio Atlantis uit vanaf het zendschip dat voor de kust bij Scheveningen lag.

Aan boord werden programmabanden gedraaid die in geheime studio’s in België en Nederland werden opgenomen.

Deejays waren onder meer Tony Houston, Peter van Dam, Bert Bennett, Rob Ronder, Luc van Kapellen, Mike Moorkens en Joop Verhoof.

Op 18 oktober 1973 brak de zendmast, wat het einde betekende van de uitzendingen van Radio Atlantis.

Sylvain Tack begon eind 1973 met Radio Mi Amigo.

Adriaan van Landschoot kocht het zendschip van Radio Condor, dat in de haven van IJmuiden lag.

Het schip MV Jeanine (naam van de echtgenote van Adriaan Van Landschoot) ging voor anker bij het Belgische Zeebrugge.

Het zond tot 31 augustus 1974 Nederlandse en Engelse programma’s van Radio Atlantis uit.

Hij was een groot pleitbezorger van Vlaamse muziek en schuwde het niet om soms mensen figuurlijk tegen de schenen te schoppen.

Adriaan Van Landschoot was de manager en producer van Petra, Good Shape en Dream Express.

Hij scoorde internationaal met zijn symfonisch orkest Adrivalan Orchestra en met Adya, dat klassieke melodieën voorzag van eigentijdse arrangementen.

Sylvain Tack werd op 5 februari 2006 dood in zijn woning in Oudenburg in West-Vlaanderen gevonden.

Hier woonde hij sinds enkele jaren als een verbitterde, arme en eenzame man. Sylvain Tack is 72 jaar geworden.

Adriaan Van Landschoot was vandaag 77 jaar oud geworden.

Steef Verwée rijpt als een goede wijn; zijn creativiteit lijkt met de jaren alleen maar te groeien.

Na zijn succesvolle cd’s “Oudenaarde een Hymne” (2014) en “Oudenaarde een Idioticon” (2022), die beide rijk zijn aan unieke teksten en muzikale composities, bracht hij verleden jaar een nieuwe cd uit met liederen in de Zuid-Oost-Vlaamse streektaal.

Deze keer richt Verwée zich op het fascinerende taalgrensgebied rond de stad Ronse, “Koningin der Vlaamse Ardennen” en “Le Pays des Collines”.

Opnieuw bracht hij erfgoed, sagen, mythen, folklore en lokale verhalen tot leven in zijn muziek.

Steef Verwée (1951), van jongs af aan gepassioneerd door het Oudenaards dialect, groeide op in een familie waar “ouwenors” de voertaal was.

Zijn familiewortels gaan terug tot het midden van de 16e eeuw, met een brief uit 1730 als oudste getuigenis.

Op zijn achttiende schreef Steef zijn eerste Oudenaardse liederen, waarmee hij lokaal optrad.

Na zijn studies aan het conservatorium van Gent in 1973 begon zijn carrière in de musical- en theaterwereld bij gezelschappen als NTG, Arca en Theater Poëzien.

Om zijn eigen creaties te perfectioneren, volgde hij opleidingen in scriptschrijven en lichtontwerp in Londen en Amsterdam.

Zijn succesvolle producties, waaronder “Claus on the Rocks”, leidden tot een periode als artistiek begeleider bij het KNTV, een welkome bron van inkomsten voor de jonge vader.

In die tijd richtte hij zijn eigen uitgeverij “De Cirkel” op.

Na zijn periode bij Theater Arena startte hij “Applied Promotions Intermed nv”, een bedrijf dat cultuur promoot binnen de bedrijfswereld.

Ondertussen bleef hij eigen werk creëren, met als hoogtepunt de première van “The Erotic Opera” in de Stadsschouwburg van Amsterdam in 1985.

Zijn vriendschap met Hugo Claus had een grote invloed op zijn creatieve ontwikkeling.

In 2012, voor de retrospectieve tentoonstelling “Beatles, Bombardons en Buuneklakkers”, werd Steef gevraagd om zijn jaren 60 liedjes in het Oudenaards dialect opnieuw uit te voeren.

Deze liederen trokken de aandacht van het stadsbestuur, wat resulteerde in de cd “Oudenaarde een Hymne” (2014), een drieluik met 20 Oudenaardse liederen.

Zijn live optreden bij de cd-release in CC De Woeker werd bekroond met de titel “Ambassadeur van het Oudenaards Dialect”.

Na een ernstig ongeval in 2015 volgde een rustperiode, waarin Steef zich weer aan het componeren en schrijven zette.

Dit resulteerde in nieuwe cd’s en drie theatercreaties, waaronder “Oudenaarde een Idioticon” (2022), geïnspireerd op Isidoor Teirlincks “Zuid-Oostvlaandersch Idioticon” (1905).

Op deze cd brengt Steef oude woorden en uitdrukkingen tot leven, vaak met een knipoog naar de lokale geschiedenis.

Zijn goede vriend Marijn Devalck schitterde in de videoclip “Largootje voor mijn prinsesje”, geregisseerd door het team van de film “Adam en Eva”.

Momenteel werkt hij aan “Tour de Chant Ronse, parel van de Vlaamse Ardennen”, een nieuwe audiovisuele theatercreatie die op 3 mei 2025 in Ronse in première gaat.