55 jaar geleden, te gast op het Knokkefestival 1971

In juli 1971 streek het muzikale circus weer neer in het casino voor de Europabeker voor Zangvoordracht, in de volksmond beter bekend als de Knokke Cup of de Knokke-Beker.

Negen landen zongen er destijds hun ziel uit het lijf voor die ene felbegeerde Europese beker.

De Belgische ploeg stond dat jaar onder de bezielende leiding van Jo Leemans, die als kranige ploegleidster meteen haar stempel drukte op het festival.

Toen een Brusselse confrater in de krant durfde te schrijven dat de Belgische ploeg te zwak was, pikte Jo dat absoluut niet.

Ze verhief dan ook prompt haar muzikale stem tegen de journalist en gebruikte daarbij zowat alle noten van de toonladder, tot de bemols toe, om het tegendeel te bewijzen.

Het repertoire dat de twee Belgische meisjes, Micha Marah en Mireille May en Joe Harris, brachten, klonk dan ook geweldig.

Achter de schermen heerste destijds de nodige spanning.

Zo dreigde L. J. Van Rijmenant ermee om de jonge zangeres Micha Marah voortijdig uit de Knokke-Beker terug te trekken.

Hij had namelijk toen een flinke lak aan ploegleidster Jo Leemans. Louis Julien van Rijmenant, zoals zijn volledige naam luidde, stond in het toenmalige artikel gekscherend bekend als de eerlijkste gangster uit België.

Hij was een invloedrijke Belgische songwriter, producer, muziekuitgever en platenbaas die onder verschillende pseudoniemen werkte, zoals Terry Rendall.

Als oprichter van Intervox en president van de Eurovox Music Group drukte hij een grote stempel op de muziekindustrie.

Later zou hij zelfs internationale bekendheid en enorm succes verwerven als de rechtenhouder en promotor van ‘De vogeltjesdans’ van De Electronica’s, die hij wereldwijd op de kaart zette.

Ondertussen liep ook Anton Peters rond in de badstad, die als regisseur en producer al jarenlang de grote man en drijvende kracht achter de Belgische ploeg was.

Samen met zijn echtgenote zocht hij na de muzikale strijd de gezelligheid op in de bar Pimm’s.

Om alle achterklap en corruptie van de baan te vegen, hanteerde de organisatie dat jaar een strikt stemsysteem waarbij de hoogste en de laagste jurywaarderingen wegvielen.

Ondanks die integere opzet zorgden de resultaten voor de nodige discussie.

Roemenië, vertegenwoordigd door Aurelian Andreescu, Mihaela Mihai en Aura Urziceanu, kwam die week glansrijk en ijzersterk uit de strijd en zou uiteindelijk zelfs de overwinning wegslepen.

Hoewel hun beheersing van het nummer Alfie knap was, vroegen critici zich af hoe een zinnige jury hen honderdvijftig punten kon toekennen als hun hele repertoire op diezelfde stijl was gebaseerd.

Spanje, dat het jaar ervoor nog won met onder andere Julio Iglesias, presteerde dit keer juist bijzonder zwak, terwijl de sterke Nederlandse ploeg, gevormd door Lenada ten Haaf, Marco Maas en Ellen Wills, onterecht met heel weinig punten werd bedeeld.

Buiten het officiële wedstrijdprogramma viel er in Knokke gelukkig ook genoeg te beleven.

De harten van het publiek werden gestolen in de 21 Club, waar de JJ-Band en de Hearts of Soul elke avond de ziel uit hun lijf bliezen en zongen.

Op louter objectieve gronden verdienden zij absoluut een extra beker.

Daarnaast stroomde de kuststad vol met bekende radio-dj’s en presentatoren van de BRT. Omdat deze verbale spraakwatervallen moesten verdwijnen bij de zender BRT 1, hadden ze plotseling alle tijd van de wereld om massaal naar Knokke af te zakken en de sfeer op te snuiven.

Vandaag 45 jaar geleden: eerste aflevering van de Knokke Cup op BRT 1 en Nederland 2

Zou het ooit nog eens worden zoals vroeger, met een tierende Lou van Rees en een woedende Willem O. Duys?

Kregen we na jaren weer een echt rel-festival terug met keiharde, door en door gemene Belgen- en Hollander-grappen?

Of werd het Knokke-festival ook dit jaar weer een zouteloos liedjesgedoe waarin iedereen lief was voor iedereen?

Ach, had de oude heer Gustaaf Nellens nog maar geleefd.

Ivo Niehe was de kapitein van de ploeg en samen met Lori Spee, Suzanne Michaels en Wim Hogenkamp probeerde hij het Nederlandse team naar een goede prestatie te leiden.

Ivo Niehe was toen kapitein van de ploeg.

Lori Spee blonk dit jaar uit met haar zang.

Als kind zong Lori al opvallend hoog en goedbedoelde kennissen brachten haar en Ruud Jacobs (broer van Pim Jacobs, zwager van Rita Reys en ex-vriend van Liselore Gerritsen) bij elkaar.

Lori bleek over een schitterende stem te beschikken en mocht een heuse langspeelplaat volzingen met als titel “Behind those eyes”.

Lori schreef al haar teksten zelf en dat was in het hitgevoelige wereldje geen voordeel, want onzichtbare krachten wonnen meestal.

Maar misschien werden we eindelijk wakker en hoorden we dat Lori heel mooie liedjes schreef.

Suzanne Michaels leek het sprookje van ieder schoolmeisje te beleven: zo van de klas naar de platenstudio.

Haar eerste single werd eind 1979 een succes: “It should be Christmas every day”. In één keer werd dat plaatje opgenomen, omdat Suzanne het lied in één keer hemels zuiver zong.

In de platenindustrie hadden ze nog nooit eerder zoiets meegemaakt.

In 1981 zong ze onder meer “It’s you” en “Love me tender”.

Het werden geen dikke hits, maar ze had net haar diploma gehaald aan het begin van haar zesde jaar atheneum.

Eerst een diploma, vond haar moeder, en zo gebeurde het.

Maar wie weet lag straks heel België plat aan haar voeten.

Wim Hogenkamp, helaas ook al overleden in 1989, was het derde lid van de Holland-equipe, en hij werd door een klein aantal liefhebbers op handen gedragen.

Wim schreef ooit het liedje “De mallemolen” voor Heddy Lester, die er tijdens het Eurovisie Songfestival slechts weinig punten mee behaalde.

Aangespoord door dit “succes” stortte Wim Hogenkamp zich als uitvoerend artiest op zijn eigen werk.

Er werd een langspeelplaat gemaakt met de titel “Heel gewoon”, waarvoor hij een Edison ontving.

Toen droeg hij eenmaal de Louis Davids-ring om de ringvinger; de zanger zat helemaal gebeiteld.

Niets kon hem een tweede langspeelplaat meer in de weg staan en die kwam er dan ook, met als titel “Punt uit”.

Zoiets deed je vermoeden dat het de laatste plaat van Wim was.

Maar nee, volgens de biografie van de platenmaatschappij was de nabije toekomst voor Wim van groot belang: hij was met zoveel dingen tegelijk bezig dat het hem vaak moeilijk viel zijn gedachten op één activiteit te concentreren.

Plannen voor de toekomst waren er in ieder geval genoeg.

Nederland wist de Knokke Cup in 1981 niet te winnen.

De hoofdprijs ging dat jaar naar het Vlaamse team met Sofie (Sofie Verbruggen).

Ze vertegenwoordigde dat jaar ons land samen met haar collega-artiesten Johan Verminnen en actrice en zangeres Liliane Dorekens.

Liliane Dorekens, geboren op 29 oktober 1950 te Antwerpen, studeerde in 1972 af aan de Studio Herman Teirlinck als onderdeel van de allereerste lichting van de opleiding kleinkunst.

Ze deed dit samen met onder andere Connie Neefs en Luc Appermont.

Haar bekendste rollen zijn Melanie in de populaire komische serie Slisse & Cesar en Micheline Hoefkens (de vriendin van Rita) in de soap Familie.

Ze had daarnaast gastrollen in onder andere Thuis.

Ze speelde mee in grote producties zoals de musicals Je Anne (Koninklijk Ballet van Vlaanderen) en Fiddler on the Roof.

Recent vierde ze nog haar 55-jarige vriendschap met Connie Neefs in de muzikale theatervoorstelling Vrienden voor het leven.

De oorspronkelijke, grote zangwedstrijd De Knokke Cup (voorheen bekend als het Songfestival van Knokke of de Europabeker voor Zangvoordracht) liep jaarlijks van 1959 tot en met 1973.

In de jaren 80 werd er in het Casino van Knokke nog vijf keer een kleinschaligere versie onder de naam ‘Knokke Cup’ georganiseerd.

De allerlaatste editie van deze reeks vond plaats in 1986.

Als chef d’équipe (kapitein van de ploeg) deed Lou van Rees vanaf 1959 voor Nederland maar liefst 15 keer mee aan het befaamde Knokkefestival.

Regelmatig mondde dit uit in een relletje, maar volgens Van Rees was dat altijd weer goed voor de publiciteit.

Nederland won onder zijn leiding in 1964 met Willeke Alberti, Shirley, Trea Dobbs, Ilonka Biluska en Rita Hovink en in 1965 met Greetje Kauffeld, Liesbeth List, Conny van Bergen, Suzie en Jan Arntz.

Willem O. Duys schreef in diverse muziekbladen en werd wegens zijn grote vakkennis uitgenodigd om een optreden van Johnnie Ray voor de AVRO aan te kondigen.

Zo maakte hij op 1 juli 1959 zijn debuut als televisiepresentator en volgden er meer opdrachten.

In die tijd liet hij zich Willem ‘O’ Duys noemen.

Het was trouwens Willem Duys die Nederland in 1975 liet kennismaken met een nieuw fenomeen, namelijk Lee Towers.

Gustave (Gustaaf) Nellens (1907–1971) was een visionaire Belgische kunstverzamelaar en de legendarische directeur van het Casino Knokke.

Onder zijn leiding groeide de kustgemeente uit tot een internationale ontmoetingsplaats voor de absolute wereldtop uit de kunst- en muziekwereld.

Hij haalde iconen zoals Frank Sinatra, Edith Piaf, Jacques Brel en Nat King Cole naar het podium.

In 1952 bestelde hij de destijds grootste kristallen kroonluchter ter wereld (7 ton zwaar) voor de grote feestzaal.

Hij onderhield nauwe vriendschappen met meesters zoals Pablo Picasso, Salvador Dalí en Max Ernst, die er allemaal exposeerden.

Zijn meest permanente nalatenschap in het casino is de opdracht aan de surrealistische schilder René Magritte.

In 1953 realiseerde Magritte er de monumentale, 71 meter lange 360°-muurschildering Het betoverde rijk (Le Domaine Enchanté) in de zaal die vandaag de dag de Magrittezaal heet.

Na zijn onverwachte overlijden in 1971 werd het artistieke roer overgenomen door zijn zonen Jacques en Roger Nellens.

Zij zetten de familietraditie voort door onder andere popart-icoon Keith Haring naar Knokke te halen.

Ter nagedachtenis aan Gustave werd in 1974 het iconische stenen beeld Eva van Eugène Dodeigne in Knokke ingehuldigd.

De familie Nellens droeg de concessie van het casino in de jaren 90 van de vorige eeuw over aan de Franse casinogroep Partouche.

Hiermee kwam een einde aan de rechtstreekse creatieve en familiale leiding.

De Belgische gokgroep Napoleon Games nam de exploitatie in 2013 over. Het casino draagt vandaag de dag ook de naam Napoleon Casino Knokke.

Het gebouw zelf is eigendom van de gemeente Knokke-Heist.

De gemeente heeft recent grote plannen goedgekeurd voor een volledige vernieuwing en uitbreiding van de site.

Aan de renovatie van het casino hangt een stevig prijskaartje van 95 miljoen euro.

De bedoeling is dat de werken klaar zijn tegen 2032.

Vandaag, precies 50 jaar geleden, op 1 november 1975, maakte de single Dansez maintenant van de Nederlandse zanger zijn entree in de Brt Top 30.

De herkenbare melodie was gebaseerd op Moonlight Serenade van Glenn Miller (1939), met een Franse tekst van zijn echtgenoot Patrick Loiseau en productie van Jean Jacques Souplet.

Het werd een enorme hit: in Vlaanderen en Nederland bereikte het de eerste plaats (op 6 december 1975) in de Brt Top 30 en in de Nederlandse Top 40 (10 november 1975)

Achter de artiestennaam Dave gaat Wouter Otto Levenbach schuil, geboren in Amsterdam in mei 1944.

Hij begon zijn carrière op twintigjarige leeftijd als de frontman van het combo Dave Rich & the Millionaires, waarmee hij in 1964 de single Girl of my dreams uitbracht.

De voornaam van “Dave Rich” hield hij aan als zijn artiestennaam.

In zijn begintijd zong Dave nog in het Nederlands.

In 1967 verhuisde hij echter naar Frankrijk.

In een aflevering van het tv-programma Volle Zalen (13 maart 2025) vertelde hij hierover aan Cornald Maas.

Hij gaf aan dat hij als jonge man met een vriend naar Frankrijk vertrok, zonder enig toekomstplan. Hij wist niet waar hij zou belanden, maar voelde dat hij iets moest veranderen; alleen zou hij die stap waarschijnlijk niet gezet hebben.

Hoewel hij in Frankrijk woonde, had hij in 1969 nog een eerste, bescheiden Nederlandstalige hit in Vlaanderen en Nederland met Natalie. Met het nummer Natalie nam hij trouwens deel aan het Songfestival van Knokke in 1969.

In datzelfde jaar deed hij met het Nederlandstalige Niets gaat zo snel mee aan het Nationaal Songfestival.

Uiteindelijk schakelde hij definitief over naar het Frans.

Zijn eerste grote hit in Frankrijk scoorde hij in 1974 met Trop Beau, een Franse vertaling van Sugar Baby Love van The Rubettes.

Na zijn hoogtijdagen in de jaren 70 keerde Dave in de 21e eeuw terug in de schijnwerpers.

Zijn autobiografie Soit Dit En Passant (2003) zorgde ervoor dat hij veelvuldig op de Franse radio en tv verscheen.

Dit leidde tot nieuwe successen: in 2004 gaf hij drie concerten in het Olympia in Parijs en zijn album Doux Tam Tam (2004) werd goed verkocht.

In 2006 bracht hij het album Levenbach uit, vernoemd naar zijn achternaam, met zeer persoonlijke teksten.

Dave bleef een bekende persoonlijkheid in zowel Frankrijk als Vlaanderen en Nederland.

Hij was te zien in de Franse film Une chanson pour ma mère (2013) en speelde een prominente rol in beide afleveringen van het Nederlandse tv-programma Chansons! met Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps.

De afgelopen jaren kende hij persoonlijke tegenslagen. In 2021 ontsnapten hij en zijn partner Patrick aan een koolmonoxidevergiftiging.

Een jaar later raakte Dave ernstig gewond na een ongelukkige val van de trap in hun Parijse huis.

Hiervan is hij redelijk hersteld, al heeft hij nog last van de gevolgen; zo zijn zijn smaak- en reukzin nog steeds niet teruggekeerd.

Desondanks blijft hij actief.

Eind maart 2025 gaf hij voor het eerst een optreden in Carré in Amsterdam.

Joepie 21 augustus 1974

Gisteren nog vandaag

Dave, rusten op bevel (Joepie van 2 september 1979)

Gisteren nog vandaag

Dave (Juni 1979)

Gisteren nog vandaag

Deze week, precies 60 jaar geleden, maakte Dave Berry zijn entree in de Nederlandse Top 40 met ‘This Strange Effect’.

Deze wereldhit, een creatie van Ray Davies (The Kinks), groeide in 1965 al snel uit tot een nummer één-hit in zowel Nederland als Vlaanderen.

Ook de B-kant, ‘Now’ van de hand van Douglas Hodson, kreeg later een tweede leven toen Patricia Paay er in 1976 een succesvolle discoversie van uitbracht.

Het nummer groeide zowel in Nederland als in Vlaanderen uit tot een nummer één-hit en vestigde de naam van de zanger, die eigenlijk David Holgate Grundy heet, voorgoed in de Lage Landen.

Zijn grote Europese doorbraak was kort daarvoor al ingezet na een bekroond optreden op het songfestival van Knokke of beter gekend als de Knokke Cup.

In 1965 won trouwens Nederland de Knokke Cup, met het team bestaande uit Greetje Kauffeld, Liesbeth List, Connie van Bergen, Suzie en Jan Arntz.

Hoewel ‘This Strange Effect’ zijn lijflied blijft, was het niet zijn enige succes.

Eerder al had hij in het Verenigd Koninkrijk een hit met ‘The Crying Game’ en ook nummers als ‘Mama’, ‘I’m Gonna Take You There’ en ‘Can I Get It From You’ vonden hun weg naar de hitlijsten.

De populariteit van de voormalige elektrolasser was in die tijd zo gigantisch dat hij zich tijdens een tournee met een circus in Nederland in een leeuwenkooi moest verstoppen voor zijn uitzinnige fans.

Later in zijn carrière keerde Berry terug naar zijn muzikale roots, de rhythm-and-blues, wat resulteerde in het door critici geprezen album “Memphis… in the Meantime” uit 2003.

Dave Berry, geboren op 6 februari 1941 en dus 84 jaar oud en die inspiratie was voor latere bands als de Sex Pistols, is getrouwd met Marthy, afkomstig uit Amsterdam.

Zo blijft Dave Berry, de man met de mysterieuze podiumact, onlosmakelijk verbonden met Nederland en België.

50 jaar geleden, de Gentse zangeres Kate (echte naam Griet De Bock) in de Post van 23 augustus 1970

Ze was de eerste rock-‘n-rollzangeres van België. Een wilde vrouw, die met talent keet schopte.Tot ze plots wég was.

Dit is het verhaal van de Gentse Kate.

Ze heette eigenlijk Griet De Bock, was begin jaren zeventig even heel populair en verdween in 1983 uit België, zonder een spoor na te laten.

Of toch bijna. In de papieren archieven vind ik één oude foto terug. Zij, te paard. Achter haar op de knol zit Roland Van Campenhout.

En daarachter meen ik Jean Blaute te herkennen.

‘Dat is zo’, grijnst Jean. ‘Met een pastoorshoed op mijn katholieke kop.’ Griet De Bock was een deel van zijn jeugd, vertelt hij. ‘Ze was de vrouw van Dree Baekelandt. Een muzikant die vaak over de vloer kwam in de muziekwinkel van mijn ouders in Zottegem. Hij was ook schilder, polyglot en een van de grappigste mensen die ik ooit gekend heb. Vanaf mijn zestiende begon ik hem meer en meer op te zoeken.

Met mijn brommerke reed ik van Zottegem naar zijn boerderij in Sint-Maria-Latem.

Al gauw werd hij mijn beste vriend. Zo heb ik ook Griet leren kennen. Ze was toen zangeres en een verschijning.

Als ze ergens binnenkwam, vielen de gesprekken stil.

Ze sprak nogal autoritair, maar eenmaal op het podium kon het niet zot genoeg zijn. Samen met Dree hebben we een nieuwe groep opgericht: Kate’s Kennel.

Dat was een anarchistisch rock-‘n-rollcabaret, op het baldadige af.’Kate schopte graag keet. En dat deed ze met talent, zegt Jean. ‘Ooit namen we deel aan Canzonissima, de preselecties voor het Songfestival. Griet ging daar zoals altijd wild tekeer, om heel dat circus in het belachelijke te trekken.

Ze was een persoonlijkheid die het podium vulde, iemand waar je onmogelijk naast kon kijken.

Ik herinner me ook de Knokke Cup voor Zangvoordracht, waar ze optrad in een doorkijkjurk van Ann Salens.

Haar borsten waren bedekt met ijzeren asbakken.

In deze politiek correcte tijden zou je het mogen uitleggen.

Maar ook toen ging dat niet onopgemerkt voorbij in het brave Vlaanderen.’Haar naam deed overal in het land de ronde.

Maar ineens was ze weg uit België. Zonder adieu te zeggen, zonder groot afscheidsfeest. Niemand wist in welke windrichting ze vertrokken was, zegt Jean.

Decennia hoorden ze niets van haar, alsof ze van de aarde gevallen was.Jean geeft me een telefoonnummer.

Ik tik de nummers in en hoor: ‘Dit nummer is niet meer in gebruik.’Weken later.

Ik stap een sociaalappartementsblok binnen aan de Ferdinand Lousbergskaai in Gent.Tussen de tientallen namen op het bellenbord valt de hare direct op. ‘GRIET EN LOET’ staat er.

Ze wonen driehoog in een klein, maar bijzonder appartement.

Aan de wijnrood geschilderde muren hangen allemaal prachtige schilderijen en foto’s, van toen ze nog Kate heette.

Ik kijk naar de vrouw voor me. 76 is ze.

Haar lange haren is ze kwijt en toch herken ik nog altijd het wilde meisje van de hoes. Ze heeft een oranje lederen broek aan en nipt van een glas cava.

Hoe ze een sigaret rookt, kan ik niet beschrijven. ‘Dat is goed voor mijn stem’, zegt ze, terwijl ze voor de zoveelste keer inhaleert.

En dan staat ze op en zingt met een heerlijk doorrookte stem Janis Joplin: ‘Take another little piece of my heart now, baby.’

Zo luid dat de Ferdinand Lousbergskaai een beetje beeft.

Haar man Loet Hanekroot lacht: ‘Daarom zie ik haar zo graag.”Ik heb veel moeite moeten doen om jullie te vinden’, zeg ik.’We wonen nochtans al een hele tijd terug in België’, zegt Loet. ‘Maar het klopt wel dat we twintig jaar weg waren.”Waarom?’, vraag ik.’Kijk eens naar het schilderij achter je’, zegt Griet. ‘Dat ben ik. Heeft mijn eerste man Dree geschilderd. Ik heb alles van hem geleerd.’

Ze vertelt dat ze opgegroeid is in Merelbeke, als de dochter van een schoenmaker.

Hij maakte ook haar schoenen.

Maar in de pas lopen, daar was ze niet goed in.

Op school, bij de nonnen van Merelbeke, liep het al mis. ‘Ik blonk alleen uit in zingen en verspringen.

Toen kwam de televisie langs op onze school.

Mijn medeleerlingen zeiden: Griet is de beste verspringster van de school.

Ik moest het voordoen voor de camera. Iedereen riep: Griet! Griet! Griet!

Maar ik sprong maar anderhalve meter. Succes interesseerde me toen al niet.’En ook met de nonnen was het geen grote liefde. ‘Op een dag zei er een: “Raap dat papierke op.” Raap het zelf op, antwoordde ik. Ik ben op mijn fiets gekropen en ben nooit meer teruggekeerd naar die school.’Ze ging werken in een naaiatelier.

Haar moeder maakte zich zorgen, maar vooral omdat ze niet van straat raakte. Mannen waren er nochtans genoeg in de sixties, maar niet één interesseerde haar.

Tot ze iemand een oud liedje van Léo Marjane hoorde zingen: ‘Je suis seul ce soir avec mes rêves, je suis seul ce soir sans ton amour.’Haar jonge rebellenhart smolt. ‘Ik ben direct ingetrokken bij Dree, in zijn boerderij.’

Ze werd ook lid van de Zottegemse scene. ‘We kwamen allemaal bij elkaar over de vloer.

En ik mocht meezingen met de jongens van Clee’s Five in discotheek De Truweel.

We waren een balorkest en zongen alle hits van het moment. Hey Joe, Summertime Blues… Vier, vijf uur aan een stuk.’

Tot de nacht op was. Altijd keerde ze terug naar de boerderij van haar Dree.

Een hippiemeisje was ze niet. Ze dronk cola en de vrije liefde, daar deed ze niet aan.Later arriveerde Jean Blaute met zijn brommer uit Zottegem.

Griet werd Kate en ze doopten hun nieuwe groep Kate’s Kennel. ‘Ik had veertien honden in die tijd, dus lang hoefden we niet na te denken over die groepsnaam.’Ze waren allemaal jong, dwars en even later ook beroemd dankzij Canzonissima. ‘Er waren tien preselecties.

Maar al in de eerste aflevering eindigden we als laatste.

Het was het jaar dat Nicole en Hugo meededen met Goeiemorgen morgen. En dat meisje van Tamboerke, Tamboerke… Micha Marah, ja. Daar moesten wij om lachen.

Na die eerste aflevering beslisten we om er een spelleke van te maken.

Week na week zongen we parodieën op die schlagers.

Elke keer kregen we nul punten, maar we hebben ons wel geamuseerd. Bij de BRT waren ze razend. Maar ze draaiden bij, want wij zorgden voor de kijkcijfers.’

Haar kleren maakte ze zelf. Behalve dan die ene keer dat ze optrad in een doorkijkjurk van Ann Salens. ‘Zelfs mijn moeder was geschandaliseerd. “Hoe durf je?”, riep ze.’

Kate werd het gezicht van de balorige jeugd.

Ze mochten een plaat opnemen, op het label van Rocco Granata. En met haar Kennel trok ze het land door. ‘We waren een van de eerste groepen met stroboscooplicht, dat hadden we van Jeans vader gekregen.’

In Francorchamps kwam zelfs Jacques Dutronc kijken.

Een vrouw die een band leidde, dat was in die dagen nog iets bijzonders.Op Jazz Bilzen kwam ze het podium op en zei: ‘Ik ben Kate, maar ze noemen mij de lekkere scheet.’

Achtduizend mensen lachten, die zonnige augustusdag in 1970. ‘Maar’, schreef Humo later, ‘toen Kate begon te zingen, schrok de menigte zo hard van haar stemgeluid dat ze vergaten tomaten te smijten (…)

De leading lady van de bietgaat het nog ver brengen met haar powetiese teksten.’En soms ook met die van anderen. In de zomer van 1972 sprak de directeur van het Arcatheater haar aan: ‘Griet, ik heb een rare tist ontmoet, maar hij heeft wel heerlijke teksten geschreven.

Willen jullie ze niet spelen en zingen?’Die rare tist was Drs. P, van wie ze toen nog nooit gehoord had. ‘Hij was een zot manneke’, zegt ze vandaag. ‘Een beetje sardonisch, ook. Hij haatte kinderen, net als ik. Maar ik moest elke keer ontzettend om hem lachen.’Samen met hem, Dree, Jean en nog een paar acteurs maakten ze de voorstelling Sursum Corda.

Op 31 mei 1973 ging de ‘artistieke en volkseigen samenloop van theater, zang, scherts en zedenschildering’ in première in het Arcatheater. ‘In het begin was het een grote flop’, zegt Griet. ‘Ze wilden het zelfs afvoeren.’

Tot we later die zomer in De Brakke Grond in Amsterdam gingen spelen. Op de eerste rijen zaten Kees van Kooten, Wim de Bie, Freek de Jonge en Wim T. Schippers.’

De dag erop waren de recensies laaiend. de Volkskrant vond haar een van de grappigste vrouwen die ze ooit gezien hadden. En de Leidsche Courant schreef: ‘Griet is dé griet’. ‘Toen we terug in Gent gingen spelen, waren we helden’, zegt Griet. ‘Door die goede kritieken zat het Arcatheater elke avond stampvol.

De jonge Urbanus en Jan Decleir waren fan en Guy Mortier is zeker tien keer komen kijken.

Door Sursum Corda werd Drs. P ook bekend in België. Omgekeerd leerde hij ons het Nederlandse cabaret kennen.

Ik herinner me dat we naar een nieuwjaarsconference van Wim Kan gegaan zijn, samen met zijn vrouw Mieke. Het werd live uitgezonden op televisie.

Ik snapte volstrekt niets van al die Hollandse toestanden en vroeg uitleg aan Mieke. “U daar,” zei Wim Kan plots, “u moet niet de hele tijd fezelen.”‘De camera zwenkte naar Griet. Wat ze, toen nog, niet helemaal onprettig vond.

In 1974 eindigde Sursum Corda, na honderden voorstellingen.

Maar het gezelschap had al een opvolger klaar: Middelpracht en Eeuwse Praal. Ook haar vaste trawanten Dree en Jean zouden weer meedoen.

Maar deze keer liep haar wilde fanfare niet volgens plan.

Ze haalt een hoop foto’s en negatieven uit een plastieken zak. We houden ze tegen het licht.’Is dat Dree?’, vraag ik.’Ja’, antwoordt ze. ‘Net voor hij ziek werd. Hij gaf plots bloed over. Toen is alles veranderd.

Eerst heeft hij nog meegespeeld. Maar op den duur was hij zo ziek dat Drs. P hem vervangen heeft.’Ze vertelt hoe wreed kanker kan zijn. Hoe hard ze hem hoorde roepen en hoe machteloos ze zich voelde. ‘Hij was ook nog zo jong, amper 37.

We speelden in Frascati in Amsterdam.

Na elke voorstelling keerde ik terug naar huis. Mijn zus zorgde intussen voor Dree en elke keer was ik zo opgelucht wanneer ik licht zag branden in zijn kamer. “Je moet niet angstig zijn”, zei hij. “Ik zal wel zeggen wanneer ik sterf.”

Zo is het ook gegaan. “Nu moet je bij mij blijven”, zei hij. Ik heb hem vastgehouden tot zijn laatste ademstoot.

Net voor hij stierf, zei hij: “Er lopen te veel mensen rond die iets tegen hun zin doen. Jij moet blijven zingen, Grietje.”‘Drie dagen later stond ze opnieuw in Frascati.

Maar zo wild als daarvoor werd het nooit meer. De jaren van de gekte waren voorbij.

Ze was 31 en weduwe. ‘Na de dood van Dree heb ik me jaren in de boerderij opgesloten.’Tot er op een mistige avond in 1979 een bekende acteur-regisseur voor de deur stond. ‘Dat jaar regisseerde ik een opera over Ulrike Meinhof’, vertelt Loet. ‘Maar mijn Ulrike zegde af. En ik moest op zoek naar iemand nieuw. Ik kende Griet van naam en faam.

Uren heb ik haar die avond proberen te overtuigen dat zij de geschikte Ulrike was. “Interessant”, zei ze elke keer. Maar op het einde van de avond zei ze: “Ik ga het toch niet doen.”‘ (lacht)Ontgoocheld vertrok Loet weer naar huis. ‘Ik deed de deur open, maar de mist was niet weg. “Ik zal voor je rijden, tot je aan de snelweg bent”, zei Griet. Dat deed ze ook, maar ineens was ik haar kwijt.

Ze had een bocht gemist en was ergens tegenaan gereden. Ik liep naar haar toe. Haar auto was perte totale en haar gezicht bloedde. “Loet,” zei ze toen, “ik doe het toch.

Ik heb een nieuwe auto nodig.” (lacht)Sinds die avond zijn we samen.”Voor dat stuk had ik geen schmink nodig om Ulrike Meinhof te spelen’, zegt Griet. ‘Door dat ongeval zag mijn gezicht paars.’Maar de mist was weg.

Haar nieuwe liefde was in die dagen wereldberoemd in Vlaanderen, als de baas van De Collega’s. ‘Ik speelde in die tv-serie alleen mee voor het geld’, zegt Loet. ‘Eigenlijk bevond ik me op dat moment op een dood spoor.

Ik zat midden in een zware scheiding en ook in het theater liep het niet meer zo goed. Ik heb veel en ontzettend graag geacteerd, maar het was op. In Vlaanderen is een acteur eigenlijk een marionet.

De regisseur zegt wat je moet doen. Ook Griet trad niet meer op. “Je hebt de verkeerde man gekozen”, zei ik haar soms. Had ze een muzikant genomen, dan had ze kunnen blijven zingen. Maar ik was een acteur.

Van heel die muzikantenwereld kende ik niets.’Griet: ‘Loeteke, wat zeg jij nu? Jij hebt mij uit de miserie getrokken.’

In 1983 namen Griet en Loet een radicale beslissing. Ze zouden vertrekken uit hun vorige levens. Zonder iemand te verwittigen, zonder een spoor na te laten. Eerst trouwden ze nog snel, opdat niemand hen uit elkaar kon krijgen.

In tram 7 reden ze naar het stadhuis. Daar vroegen ze aan twee bewakers of ze hun getuigen wilden zijn.’Je moet een huwelijk ten volle beleven…’, begon de schepen.’Mevrouw,’ antwoordde Loet, ‘mijn toekomstige is weduwe geworden op haar 31e en ik zit in een vechtscheiding.

Een sermoen over het huwelijk hoeft echt niet.’Daarna wilden ze zich laten uitschrijven op het stadhuis. ‘Wat is jullie nieuwe adres?’, vroeg de ambtenaar van dienst.

Maar op die vraag kenden ze het antwoord niet. ‘Dan kan ik jullie niet uitschrijven’, antwoordde hij.Griet en Loet bonden hun schildersezel vast op het dak van hun oude Ford Taunus en vertrokken. Waarnaartoe wisten ze niet, alleen dat er no direction home was.

Een paar dagen later kwamen ze aan in Fanghetto. Een middeleeuws dorp aan de Roya in Noord-Italië, waar alleen nog een paar oude boeren woonden. ‘Daar hebben we een schaapstal omgebouwd tot woning.’Loet schoolde zich om van acteur tot metselaar, om geld te verdienen. ‘

Elke dag moesten er zakken van vijftig kilo cement de berg opgesjouwd worden. Eerst hadden we een muilezel. Maar al na een paar dagen zei Grietje: “Ocharme, dat beestje. We kunnen hem dat niet aandoen.” En vanaf dan moest ik het maar doen. (lacht) Het was fysiek enorm zwaar werk, maar ook heel creatief.

Ik heb daar heel het dorp verbouwd. Omdat het allemaal oude middeleeuwse huizen waren, moest ik altijd zoeken naar oplossingen.

De mooiste rol die ik ooit in mijn leven gespeeld heb.”In het dorp wisten ze niets van ons verleden’, zegt Griet. ‘Ze noemden ons Ludovicus en Margherita. Of Santa Margherita, omdat ik altijd bij Loet was. Ze betaalden ook soms in natura. “Ik heb geen geld,” zei een bewoner ooit, “maar jullie krijgen mijn oude auto.”

Alleen had hij er niet bij verteld dat zijn nummerplaat nog maar twee dagen geldig was. Een nieuwe aanvragen kost in Italië veel geld en het is een grote rompslomp. Ik heb dan maar een nummerplaat geschilderd.’Loet (lacht): ‘Ze zagen ons daar als vagebonden.’Seizoenen gingen voorbij. Loet bleef zakken cement de berg op sjouwen.

Tot er op een dag een taxi stopte. Het raampje ging open. ‘Buongiorno Ludovicus’, zei de taxichauffeur.’Ik kende hem een beetje’, zegt Loet. ‘Even daarvoor was zijn vrouw gestorven en hij had me gezegd dat zijn zoon daar zo onder leed. Toen ging de achterdeur open. Een jongen stapte uit. Dat moet zijn zoon zijn, dacht ik. Ik gooide de zak cement op de grond en we omarmden elkaar.

Ik probeerde hem te troosten met het verlies van zijn moeder. “Ludovicus”, zei die taxichauffeur. “Dat is niet mijn zoon, dat is uw zoon.” (lacht) Ik had hem zelfs niet herkend. In die tien jaar dat we weg waren, was hij zo veranderd. Natuurlijk was ik ontzettend blij om hem na al die tijd terug te zien. Eerder die dag had hij in het station van Ventimiglia een taxi besteld. “Naar Fanghetto”, had hij gezegd. “Ha, het dorp van Ludovicus”, had de taxichauffeur geantwoord.’Maar ook zijn zoon ging terug naar huis. Het werd weer winter.

Na vijftien jaar begonnen de zakken cement te wegen. En de stiltes. ‘Grietje zat altijd alleen thuis’, zegt Loet. ‘Ik pauzeerde wel af en toe, om koffie met haar te drinken. Maar toch. We zijn dan voor de eerste keer terug naar België gereisd.

Toen we in het vliegtuig stapten, schoten de stewards van Sabena in positie. “Meneer”, zeiden ze, “U bent heel beroemd.” Ik wist niet wat ik hoorde.

Na vijftien jaar in afzondering klonk dat ook wel bijzonder vreemd (lachje). “Hoe bedoelt u?”, vroeg ik aan die stewards. “U bent de baas van De Collega’s“, zeiden ze. “Dat is een serie van twintig jaar geleden”, repliceerde ik. “Onmogelijk dat jullie die gezien hebben, jullie zijn veel te jong.” “Toch wel”, antwoordden ze. “Ze zenden dat nog altijd uit in Vlaanderen.”‘Toen ze later terug in Fanghetto waren, kreeg Loet last van zijn hart. ‘Italië is een fantastisch land.

Maar je wilt daar niet in het ziekenhuis belanden. Daar ga je alleen naartoe om te sterven.’

In 2003 keerden Griet en Loet weer naar België, deze keer definitief. ‘We hebben gewoon alles achtergelaten: het huis, de auto met de geschilderde nummerplaat.

Alleen aan een paar goede vrienden hebben we gezegd dat we op vakantie waren.’Maar ze gingen nooit terug.

Dit appartement aan de Ferdinand Lousbergskaai is nu hun vossenhol. ‘We hebben hier ook uitzicht op een rivier’, zegt Griet. En ook al is het water van Gent niet even blauw als dat van de Roya, toch zijn ze hier domweg gelukkig. ‘Een paar weken geleden keek ik toevallig naar Iedereen beroemd.

Het ging over het watertekort. In 1970 was dat ook al zo, zeiden ze. En ze toonden Dree die in een leeg bad zat en ‘Ma, d’r komt geen water uit de kraan’zong.’Eerst was ze in shock, maar toen moest ze lachen. Ze wilde zelfs even in het scherm kruipen, om weer samen met hem in bad te liggen. In de dagen van de gekte, toen ze allemaal nog jong waren en onsterfelijk leken.

Ze moest ook denken aan wat Dree op zijn laatste dag gezegd had: ‘Blijf altijd zingen, Grietje.’ Dat is ze ook blijven doen. Niet voor tienduizenden mensen op een festivalweide, maar wel voor haar Loet.En ook hij is stiekem blijven acteren. ‘Ik draag verzen voor van de Griekse dichter Homerus. Dat is verschrikkelijk moeilijk. Ik ben ermee begonnen in mijn jonge jaren en ooit wil ik het perfect kunnen.’ ‘Dan liggen we in bed’, zegt Griet. ‘En om twee uur ’s nachts zegt hij: “Grietje, ik moet gaan. Mijn publiek staat te wachten.””Ik reciteer voor het raam’, zegt Loet. Hij wijst naar de skyline van Gent. ‘De nacht is mijn publiek.”’s Morgens word ik wakker en dan is hij nog altijd bezig’, zegt Griet. ‘Ik hoor hem dan roepen: “En de goden joegen een mes door zijn geslachtsdelen.”‘Loet (lacht): ‘Jaja, dat onthoud je dan weer.’

Het is al laat wanneer ik afscheid neem van dit mooie, verliefde koppel. Een paar dagen later ga ik langs café Dynasty op de Oude Beestenmarkt in Gent.

De enige plaats waar haar muziek nog in de jukebox zit, had Loet me gezegd en hij heeft gelijk.Tussen Love Me Do van The Beatles en Fame van David Bowie zitten ook een paar nummers van het meisje dat op haar vijfentwintigste zo luid zong dat haar naam ooit zou blinken tussen de groten.

Ik steek een euro in de elektronische jukebox en druk op haar naam. Summertime Blues.

Op het scherm verschijnt een vage zwart-witfoto van Kate. Een seconde stilte in de Dynasty. En dan schalt haar stem door het café

.Een paar vaste jongens kijken om, zoals ze lang geleden ook deden.’

Al had ik de wereld veroverd, wat dan?’, zei de ontwerpster van de doorkijkjurk ooit. ‘Het heelal is zo groot.’ (Diverse bronnen, Stijn Tormans en De Post

50 jaar geleden, de Gentse zangeres Kate (echte naam Griet De Bock) in de Post van 23 augustus 1970