Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Jean Rignac, ook wel bekend als Jean-Baptiste Rignac, was een prominente Franse astroloog die een stempel drukte op de 20e-eeuwse astrologie.
Geboren in Bordeaux op 18 september 1911 (hoewel sommige bronnen 28 september 1911 of zelfs 1912 vermelden), ontwikkelde hij al op jonge leeftijd een fascinatie voor de sterrenhemel.
Na studies filosofie en literatuur aan de prestigieuze Sorbonne Universiteit in Parijs, verdiepte Rignac zich in de wereld van de astrologie.
Hij was grotendeels autodidact, maar liet zich ook inspireren door andere bekende astrologen uit die periode.
In de jaren 30 begon hij zijn carrière als professioneel astroloog en zijn faam groeide gestaag dankzij zijn treffende astrologische consultaties en voorspellingen die verschenen in populaire tijdschriften en kranten, waaronder het bekende “Ici Paris”.
Rignac was niet alleen een praktiserend astroloog, maar ook een productief schrijver.
Hij pende verschillende boeken over astrologie neer, waarvan “L’astrologie retrouvée” (1975) en “Traité pratique d’astrologie horaire” (1948) als zijn belangrijkste werken worden beschouwd.
Het laatste boek was en is een standaardwerk voor uurhoekastrologie.
Hij ontwikkelde zijn eigen unieke astrologische technieken, gebaseerd op traditionele astrologie, maar verrijkt met zijn persoonlijke inzichten.
Daarnaast deelde hij zijn kennis via lezingen en workshops, en was hij een veelgevraagd adviseur voor beroemdheden en politici.
In zijn privéleven was Rignac getrouwd met Germaine Rignac. Samen kregen ze een zoon, Jean-François Rignac, die in de voetsporen van zijn vader zou treden en ook een gerenommeerd astroloog zou worden.
Jean Rignac was een controversieel figuur, want bewonderd door sommigen voor zijn diepgaande kennis, werd hij door anderen als een charlatan bestempeld.
Hij was bevriend met de legendarische zangeres Édith Piaf en voorspelde de verkiezing van François Mitterrand tot president van Frankrijk in 1981.
Rignac was lid van verschillende astrologische verenigingen, waaronder het “Centre International d’Astrologie” (CIA).
Zijn boeken blijven tot op de dag van vandaag populair onder astrologen en worden beschouwd als essentiële werken binnen de Franse astrologische literatuur.
Op 6 november 1993, overleed Jean Rignac in Parijs op 82-jarige leeftijd.
Maison Mauboussin werd opgericht in 1827 in Parijs.
Het huis werd opgericht door Monsieur Rocher als een juweliersatelier in de Rue Greneta in Parijs.
In 1848 nam Jean-Baptiste Noury, de voorman van het atelier, het over.
In 1869 associeerde Noury zich met zijn neef Georges Mauboussin.
In 1876 nam Georges de leiding van het bedrijf over.
De naam Mauboussin werd synoniem met het merk.
In 1883 werd het huis gevestigd op nummer 3, Rue de Choiseul en in 1898 op nummer 20, Place Vendôme, een prestigieus adres in de juwelierswereld.
Georges’ zoon, Marcel Mauboussin, trad in 1922 toe tot het bedrijf en gaf het een internationale dimensie.
Hij opende filialen in New York, Londen en Buenos Aires.
Mauboussin was een van de eerste juweliershuizen die reclamecampagnes gebruikte om hun producten te promoten.
In 1928 hield het huis een tentoonstelling en verkoop van diamanten in New York, rechtstreeks geleverd per vliegtuig.
Hij werkte in deze periode samen met de Amerikaanse juwelier Trabert & Hoeffer.
In de jaren 30 werd de naam van het huis dan ook Trabert & Hoeffer-Mauboussin.
Mauboussin werd beroemd om zijn Art Deco juwelen, die werden gekenmerkt door geometrische vormen, levendige kleuren en het gebruik van edelstenen zoals smaragden, robijnen en saffieren.
Ze wonnen diverse prijzen op internationale tentoonstellingen, zoals de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes in Parijs in 1925, waar ze een Grand Prix kregen.
Beroemde klantenkring: Koninklijke families, aristocraten en filmsterren zoals Marlene Dietrich, Greta Garbo, Paulette Goddard, en Audrey Hepburn droegen Mauboussin juwelen.
Na de Tweede Wereldoorlog bleef Mauboussin innoveren en nieuwe stijlen ontwikkelen.
Het huis bleef een favoriet onder de elite en beroemdheden.
Jean Goulet-Mauboussin, kleinzoon van Georges Mauboussin, nam in 1955 de leiding van het bedrijf over.
In de jaren 80 en 90 kende het huis een periode van wisselende eigenaren.
In 2002 werd Mauboussin overgenomen door de Zwitserse financier Dominique Frémont, die het merk nieuw leven inblies.
Hij herpositioneerde het merk met een focus op toegankelijkere luxe.
In 2019 nam Alain Némarq, de huidige CEO, de leiding van het bedrijf over.
In de beginjaren waren de ontwerpen afkomstig van Monsieur Rocher en later Jean-Baptiste Noury.
Georges Mauboussin was niet alleen een zakenman, maar ook betrokken bij het ontwerpproces.
Marcel Mauboussin speelde een belangrijke rol in het ontwikkelen van de Art Deco stijl van het huis.
Door de jaren heen heeft Mauboussin samengewerkt met diverse getalenteerde ontwerpers, vaak in-house, maar ook met externe ontwerpers.
Vandaag de dag heeft Mauboussin een team van in-house ontwerpers die verantwoordelijk zijn voor de creaties van het huis.
Mauboussin stond bekend om zijn innovatieve en gedurfde ontwerpen, vooral tijdens de Art Deco periode.
Onder leiding van Dominique Frémont werd het merk met succes geherpositioneerd als een toegankelijker luxemerk.
Mauboussin heeft verschillende collecties gecreëerd, waaronder de “Nadia” ring (een ring met een centrale edelsteen omringd door kleinere stenen) en de “Le Premier Jour” collectie (een collectie verlovings- en trouwringen).
Het huis staat ook bekend om zijn parfums.
Maison Mauboussin bestaat nog steeds en is actief in de juweliers- en parfumindustrie.
Het heeft boetieks over de hele wereld en verkoopt zijn producten ook online (foto januari 1935)
De Franse zangeres, auteur en componist Jeanne-Marie Sens, geboren op 8 december 1937 in Parijs.
Begon haar carrière in de late jaren 60 en bracht haar eerste single “Les Boots” uit in 1969.
Sens verwierf bekendheid in 1972 met haar cover van “Les Clowns” van Giani Esposito.
Haar muziek wordt gekenmerkt door een melancholieke, poëtische stijl en ze heeft kritiek op de toenemende dehumanisering van de wereld.
Haar bekendste nummers zijn onder andere: Tant et tant de temps, Tape Tape Tape, Un Dimanche, Jeu de mots, En plein Coeur en L’enfant Du 92e.
In totaal bracht ze acht albums uit en 19 singles.
Haar laatste muzikale wapenfeit was de single Jalousie uit 1984.
Daarna ging ze verder als zakenvrouw en focuste ze haar leven op het schrijven van verschillende boeken, waaronder romans, korte verhalen, gedichten en fotografie.
In de vroege jaren 90 richtte ze samen met Hubert Tonka de uitgeverij Sens & Tonka op.
Op 7 januari 2015 vielen de broers Chérif en Saïd Kouachi binnen op de redactie van het satirische blad Charlie Hebdo.
Daar vonden twaalf mensen de dood. De interventietroepen schoten de broers twee dagen later dood.
Daags na de aanslag op de redactie, vermoordde Amédy Coulibaly een agent van de gemeentepolitie in Montrouge, nabij Parijs.
Nog een dag later doodde Coulibaly vier joodse mannen in Hyper Cacher, een joodse supermarkt in het oosten van de Franse hoofdstad. Toen de politie binnenviel, schoot ze hem dood.
In december 2018 werd het vermoedelijke brein achter de aanslag, Peter Chérif, ook wel bekend onder de naam Abu Hamza, gearresteerd in Djibouti en uitgeleverd aan Frankrijk.
Volgens de Franse minister van Defensie Jean-Yves Le Drian speelde hij een “belangrijke organiserende rol” bij de aanslag.
Hij was een goede vriend van de broers Saïd en Chérif Kouachi, en ontsnapte in 2011 uit een Franse gevangenis, waarna hij naar Jemen vluchtte.
Daar sloot hij zich aan bij Al Qaida.
Het proces voor deze aanslagen begon op 2 september 2020.
Het betreft een proces voor een speciaal hof van assisen.
Veertien lieden staan terecht op verdenking van logistieke steun, in meerdere of mindere mate, aan de gebroeders Kouachi en Amédy Coulibaly.
Alle veertien verdachten werden schuldig bevonden aan lidmaatschap van een criminele bende, of aan medeplichtigheid aan een terroristische aanslag.
De hoofdverdachte kreeg 30 jaar cel, net als de vriendin van aanslagpleger Amédy Coulibaly.
Een voortvluchtige medeplichtige kreeg wegens zijn uitgebreide strafblad de zwaarste straf: levenslang.
Voor de andere verdachten werden gevangenisstraffen van 4 tot 20 jaar uitgesproken, twee Belgen kregen vijf en acht jaar cel (Diverse bronnen. Belga, Nieuwsblad en Wikipedia)
Met in de hoofdrol Brigitte Bardot en Henri Vidal en de regie was in handen van Michel Boisrond.
Een getrouwde man wordt gechanteerd met zijn buitenechtelijk avontuurtje, nadat hij ruzie heeft gehad met zijn kersverse vrouw.
Kort daarna wordt de chanterende vrouw vermoord in haar dansschool aangetroffen.
Bardot’s personage gaat undercover bij de dansschool om haar man vrij te pleiten van de misdaad en de echte dader te ontmaskeren.
Het tamelijk complexe misdaadplot van Voulez-vous danser avec moi? zit logisch in elkaar.
Het houdt de kijker gedurende de hele film in spanning, en wordt aan het einde helder verklaard.
Er was ook een kleine rol voor Serge Gainsbourg.
Het verhaal speelt in een Parijse dansschool. Brigitte Bardot, aan het conservatorium geschoold als klassiek balletdanseres, toont in de film haar dansvaardigheid.
Gisteren nog vandaag
De plot voert naar de Parijse homo- en travestietenwereld van 1959.
Dit is vermeldenswaardig voor het Frankrijk van die tijd. Brigitte draagt in de film een rok met een specifiek ruitpatroon.
Dit patroon staat in de modewereld nog steeds bekend als het ‘Brigitte Bardot-ruitje’.
Brigitte Bardot was tijdens de opnamen in verwachting. Haar enige kind, een zoon, werd op 11 januari 1960 geboren.
Hoofdrolspeler Henri Vidal overleed op 10 december 1959 aan een hartaanval, kort na het voltooien van deze film.
Hij was toen 40 jaar, en getrouwd met de beroemde actrice Michèle Morgan. (diverse bronnen en Wikipedia)
René-Emmanuel Baton, ook bekend als Rhené-Baton werd geboren op 5 september 1879 in Courseulles-sur-Mer, Normandië, en stierf op 23 september 1940 in Le Mans.
Rhené-Baton studeerde piano aan het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs en muziektheorie bij André Gedalge.
Hij begon zijn carrière als chef de chant bij de Opéra-Comique in 1907.
Hij was vervolgens muzikaal directeur van verschillende orkestrale groepen, waaronder de Society of Saint Cecilia in Bordeaux en Angers Société populaire (1910-1912).
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Rhené-Baton chef-dirigent van de Koninklijke Nederlandse Opera (1916-1918) in Amsterdam en dirigeerde ook de zomerconcerten van het Residentie Orkest in het Scheveningse Kurhaus (1914-1919).
In 1918 gaf Serge Sandberg hem de leiding over de Concerts Pasdeloup in Parijs.
De dirigent bekleedde deze functie tot 1932 en bleef daarna aan het orkest verbonden.
Hij heeft grote verdiensten gehad in de zogenoemde democratisering van de muziek in de concertzalen, omdat hij aan het begin van een concert voor de uitgevoerde werken een inleiding gaf en ervoor zorgde dat er goedkopere plaatsen waren.
Als componist schreef Rhené-Baton stukken voor orkest, kamermuziek en een groot aantal pianowerken.
Veel van zijn composities drukken zijn liefde voor de regio Bretagne uit, waar hij op 19-jarige leeftijd naar terugkeerde.
Hij had ook nauwe relaties met componisten van de Bretonse culturele renaissance, zoals Guy Ropartz, Paul Le Flem, Paul Ladmirault en Louis Aubert.
Acha Stavisky kwam ter wereld in 1886 als zoon van een joodse tandarts in Oekraïne.
Hij verhuisde met zijn familie naar Parijs in 1899, waar hij al snel betrokken raakte bij verschillende oplichterijen, soms samen met zijn grootvader.
Na de Eerste Wereldoorlog werkte hij als gigolo en cocaïnehandelaar.
Hij werd meerdere keren veroordeeld tot gevangenisstraf.
In 1926 bedroog hij een effectenmakelaar in Parijs voor miljoenen francs.
Hij werd aangehouden en na anderhalf jaar in voorarrest werd hij tijdelijk vrijgelaten in afwachting van zijn proces.
Na zijn vrijlating veranderde Stavisky zijn naam van Sacha in Serge Alexander en pakte vanaf dan de zwendel grootscheeps aan.
Hij richtte een trits nieuwe maatschappijen met bekende personen in de directie.
Zij moesten hun naam en sociale status aan het bedrijf geven, maar hadden geen macht en zeker geen expertise.
Investeerders werden zo overgehaald hun geld in zijn bedrijven te stoppen.
Een van zijn bedrijven maakte houten koelkasten die geen elektriciteit nodig zouden hebben en daardoor goed waren voor koloniaal Afrika.
De koelkasten werkten natuurlijk niet.
Stavisky fêteerde politici en rechters en kreeg daardoor ondersteuning
Van deze politici werd gezegd: “ze zijn mannen van woorden in plaats van actie, en van ambitie in plaats van idealen “.
Stavisky gebruikte een piramidespel om zijn investeerders te misleiden.
Hij richtte een nieuw bedrijf op met het geld dat hij van de vorige investeerders had gekregen.
Zo hield hij de schijn op dat hij winstgevend was.
Maar dit kon natuurlijk niet eeuwig doorgaan en eind 1933 stortte zijn imperium.
Stavisky had een plaatselijke bank in Bayonne opgericht met de hulp van de burgemeester.
Hij leende geld bij zijn eigen bank en dit met als onderpand nepjuwelen.
Komt daarbij, om deze leningen terug te betalen, gaf hij obligaties uit die werden gesteund door de minister van arbeid.
Maar toen de obligaties eind 1933 moesten worden afgelost, was er geen geld meer.
De bank werd aangeklaagd en Stavisky sloeg op de vlucht naar Chamonix.
Op 8 januari probeerde de politie hem te arresteren, en terwijl ze de deur van zijn chalet forceerden, schoot Stavisky zich zelf door het hoofd.
Zowel de links als rechtse pers geloofde dit niet en negen van de tien Fransen dacht dat Stavisky was vermoord om te voorkomen dat de namen van medeplichtige politici bekend zouden worden.
De bankfraude in Bayonne bracht de frauduleuze praktijken van Stavisky aan het licht.
Hij leek onaantastbaar te zijn door zijn connecties met machtige personen en door omkoping van politie, rechters en politici.
De Action Française, een extreemrechtse en antisemitische groep, eiste dat de verantwoordelijken in de regering en overheid zouden worden ontmaskerd.
De Action Française was een autoritaire beweging die oud-strijders vereerde en al jaren de democratische instellingen aanviel.
De affaire Stavisky gaf hen een nieuwe aanleiding om onrust te stoken.
De politieke crisis in Frankrijk escaleerde in januari 1934.
Vooral omdat de premier, Chautemps, van de liberale Radicale Partij, weigerde een onderzoek in te stellen.
De Action Française, beschuldigde daarom de regering van medeplichtigheid en eiste haar aftreden.
Dit leidde daardoor tot een golf van protesten en geweld in Parijs, die duurden van 9 tot 29 januari.
Verschillende andere rechtse organisaties, zoals de Crois de Feu en de Solidarité Française, sloten zich aan bij de Action Française om de regering omver te werpen.
De situatie werd zo ernstig dat Chautemps op 27 januari ontslag nam.
Daladier, ook van de liberale Radicale Partij, vormde een nieuwe regering op 29 januari 1934.
Daladier probeerde de socialisten te paaien voor zijn kabinet door Chiappe, de politieprefect van Parijs, te laten oppakken.
Chiappe werd namelijk door de socialisten beschuldigd van extreemrechtse sympathieën en mogelijke betrokkenheid bij de Stavisky-affaire.
Dit leidde tot grote verontwaardiging bij rechts.
Op 5 februari organiseerde de Croix de Feu een betoging in Parijs.
De volgende dag, toen het kabinet-Daladier zou worden beëdigd, wilde de Croix de Feu een massale protestactie houden tegen het parlementaire systeem.
De geruchten dat de regering Senegalese soldaten zou inzetten tegen de betogers versterkten de woede bij rechts.
Een grote menigte, waaronder leden van fascistische organisaties, verzamelde zich op 6 februari aan de oever van de rivier, tegenover het parlementsgebouw dat door een brug verbonden was.
Ze gooiden projectielen naar de politieagenten die de brug bewaakten.
De politie slaagde er niet in om de menigte te verspreiden.
De demonstranten vielen de paarden aan met stokken met scheermesjes en gooiden knikkers om ze te laten struikelen.
Rond acht uur ’s avonds probeerden de fascisten de brug over te steken om het parlement te bereiken.
Er ontstond een vuurgevecht tussen de politie en de aanvallers.
De brug bleef echter in handen van de politie en de menigte trok zich tegen middernacht terug.
Er waren 15 doden en ruim 1400 gewonden.
De volgende dag bood de één dag oude regering van Daladier haar ontslag aan.
Er werd nu een rechtse regering gevormd onder Gaston Doumerge, een socialisten hater.
Petain, de maarschalk uit de Eerste Wereldoorlog en collaborateur in de tweede, werd minister van oorlog.
De rechtse groeperingen waren tevreden en de demonstraties namen af.
De affaire Stavisky was niet de oorzaak van de crisis in de Franse politiek, maar wel een symptoom ervan.
Het toonde aan hoe corrupt en zwak de Derde Republiek was, en hoe verdeeld en gepolariseerd de Franse samenleving was.
Het was een voorbode van de donkere tijden die zouden volgen (Ons Volk 7 januari 1934)
Peter Townsend was een Britse piloot (officier van de Royal Air Force) en auteur.
Van 1944 tot 1952 was hij stalmeester van koning George VI, en nadien ook van diens dochter koningin Elizabeth II.
In 1944 kwam hij in dienst aan het Brits koninklijk hof als ere-stalmeester van koning George VI.
In die periode leerde hij ook de prinsessen Elizabeth en Margaret kennen.
Prinses Margaret werd verliefd op hem en wilde met Peter trouwen.
Ze vroeg hiervoor de goedkeuring aan haar zus, die ondertussen haar vader had opgevolgd als koningin en hoofd van de Engelse Kerk.
Omdat Peter Townsend op dat moment (1953) een gescheiden man was, oordeelde de Britse regering dat de prinses niet met hem kon trouwen.
Omdat koningin Elizabeth II haar zus het geluk wou gunnen, werd een toevlucht genomen tot een clausule in de wet waardoor een huwelijk wel mogelijk zou zijn vanaf de 25e verjaardag van de prinses.
Om de RAF-officier nog twee jaar uit de schijnwerpers van de media te houden, werd hij verbannen naar een diplomatieke post als ambassadeattaché in Brussel, van 1953 tot 1956.
Margaret en Peter schrijven elkaar elke dag en bellen elkaar urenlang.
In 1956 ging hij weg bij de RAF.
Op 31 oktober 1955 uitte prinses Margaret haar voornemen om toch af te zien van een huwelijk met Peter.
Margaret verdrinkt zich in gin en sociale uitjes.
Ze verliest de controle, terwijl Peter in zijn gedwongen ballingschap geniet van het leven.
De rede van zijn genot, is natuurlijk Marie-Luce Jamagne die hij leerde kennen in Brussel, toen ze pas 13 jaar was.
Marie-Luce Jamagne dochter van een miljonair en sigarettenfabrikant uit Brasshaat.
In 1959 trouwde hij met Marie-Luce Jamagne, in het gemeentehuis van Watermaal-Bosvoorde.
Het echtpaar krijgt drie kinderen: Marie-Françoise, Pierre en Marie-Isabelle, die een supermodel zal worden voor Ralph Lauren.
Het huwelijk bleef stand houden tot de dood van Peter.
De familie verhuisde vervolgens naar de regio Parijs, “La Bullière”, een eigendom waar ze de nodige rust vinden en vooral privacy.
Peter Townsend begon toen een leven als auteur, voornamelijk van non-fictie boeken.
Tot zijn oeuvre behoren titels als “Earth My Friend” (rond het thema van solo-wereldreizen midden de jaren 50), “Duel of Eagles” (over de slag om Groot-Brittannië), “The Odds Against Us” (Duel in the Dark, over zijn oorlogstijd als gevechtspiloot), “The Last Emperor” (een biografie van koning George VI), “The Girl in the White Ship” (over de Vietnamese bootvluchtelingen eind jaren 70) en “The Postman of Nagasaki” (over de kernbom op Nagasaki).
In 1978 schreef hij zijn autobiografie “Time and Chance”, die een groot succes zou worden.
Hij stierf op 19 juni 1995 op 80-jarige leeftijd op zijn eigendom in Saint-Léger-en-Yvelines en dit aan de gevolgen van darmkanker (Foto’s januari 1959).
Marie en Pierre Curie waren twee vooraanstaande wetenschappers die baanbrekend onderzoek deden naar radioactiviteit.
Ze ontdekten twee nieuwe elementen, radium en polonium, en isoleerden radium uit erts.
Ze toonden aan dat radium een krachtige bron van straling was die vele toepassingen had in de geneeskunde en de industrie.
Voor hun werk ontvingen ze samen met Henri Becquerel de Nobelprijs voor de Natuurkunde in 1903.
Marie Curie was de eerste vrouw die deze eer kreeg.
In 1911 kreeg Marie Curie nog een Nobelprijs, ditmaal voor de Scheikunde, voor haar verdere onderzoek naar radium en polonium.
Ze was de eerste persoon die twee Nobelprijzen won, en de enige die ze won in twee verschillende wetenschappelijke disciplines.
Ze werd wereldwijd erkend als een pionier op het gebied van radioactiviteit en een rolmodel voor vrouwen in de wetenschap.
Marie en Pierre Curie lieten een blijvende erfenis na in de wetenschap en de samenleving.
Hun namen zijn verbonden aan het element curium, dat in 1944 werd gesynthetiseerd, en aan de eenheid curie, die de activiteit van een radioactieve bron aangeeft.
In 1995 werden hun stoffelijke resten overgebracht naar het Panthéon in Parijs, als eerbetoon aan hun bijdragen aan Frankrijk en de mensheid.
Hun persoonlijke documenten, die nog steeds radioactief zijn, worden bewaard in de Bibliothèque nationale in Parijs, waar ze alleen met speciale bescherming kunnen worden geraadpleegd (Ons Land 5 januari 1924).
Raphaël Pricert is een kunstschilder die in Oekraïne geboren is op 19 december 1905 in de familie van een rijke graanhandelaar uit De Krim.
Zijn vader stuurde Raphaël in 1918 naar Odessa, om tekenen en schilderen te studeren bij meester Ilya Bersetski.
In 1919 zocht de familie Pricert, verdreven door de Oktoberrevolutie, hun toevlucht in Roemenië.
Raphaël Pricert vervolgt zijn artistieke opleiding aan de School voor Schone Kunsten in Boekarest.
Daarna volgde hij een opleiding aan de Academie van Florence.
Hij verhuisde in 1930 permanent naar Parijs, waar hij zich onderdompelde in het artistieke leven van Montparnasse.
Op 29 juni 1935 trouwde hij met Lisa Samsovici, ook een Russische emigrant zoals hijzelf.
Het koppel woonde toen in het 14e arrondissement van Parijs.
Eén van de kamers van het appartement doet dienst als atelier en de opslagruimte voor zijn schilderijen.
Dankzij zijn vriendschap met de eigenaar Faivret van een groot reclamebureau aan de Quai d’Orsay, in Parijs. Kreeg hij opdrachten om reclameposters te ontwerpen en werden zijn schilderijen gebruikt voor postkaarten.
Maar ook bleef hij actief meewerken aan artistieke leven van Montparnasse.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte hij weg uit Parijs en leefde hij en zijn gezin naar de streek van Auvergne.
In de maanden na de bevrijding exposeerde hij zijn schilderijen in Vixouze, Polminhac, Vic sur Cère en Aurillac.
Ondanks de grote armoede van de naoorlogse periode werden er veel werken van hem aangekocht.
Omdat er geen geld is, bieden sommigen hem in ruil daarvoor kaas en andere voedselproducten aan.
Bij zijn terugkeer naar Parijs in 1945 ontdekte hij dat zijn appartement bewoond werd door een oorlogsweduwe.
Al zijn middelgrote en grote schilderijen die hij tijdens de uittocht niet mee kon nemen, zijn verdwenen.
Gelukkig kreeg hij de kans om zijn nieuwe werken tentoon te stellen en met veel succes.
Hij besluit dan ook om zich volledig te wijden als schilder en stop dan ook met werken voor het reclamebureau van de heer Faivret.
Hij reist vaak naar verschillende landen, zoals Frankrijk, Italië, de VS, Zweden, Spanje, Engeland, Israël enz.
Raphaël heeft dan ook veel vrienden over de hele wereld, waaronder Abe Saperstein, de baas van de Harlem Globe Trotters, met wie hij een hechte band had tot aan zijn dood in 1966.
Raphaël is een polyglot die zes talen vloeiend spreekt: Russisch, Roemeens, Italiaans, Duits, Frans en Engels.
Hij raakte gefascineerd door Zweden en zijn cultuur toen hij daar in 1951 tentoonstellingen hield.
Hij leerde snel Zweeds en verraste zijn vrouw Lisa en dochter met zijn taalvaardigheid tijdens een reis door Frankrijk in datzelfde jaar.
Raphaël Pricert stierf op 2 februari 1967 na zijn lange en pijnlijke ziekte.
Rodenbach werd geboren in Doornik op 16 juli 1855, maar verhuisde op jonge leeftijd naar Gent, waar hij opgroeide in een welgestelde familie.
Hij studeerde rechten aan de universiteit van Gent en werd advocaat, maar zijn ware passie lag bij de literatuur.
Hij schreef gedichten, romans, toneelstukken en essays, waarin hij vaak de melancholie en het verval van de moderne stad uitdrukte.
Zijn bekendste boek is Bruges-la-Morte (1892), een roman over de obsessie van een weduwnaar voor zijn overleden vrouw en de stad Brugge.
Rodenbach trouwde in 1887 met Anna-Maria de Schaetzen, met wie hij twee kinderen kreeg.
Hij verhuisde naar Parijs, waar hij actief was in de literaire kringen en bevriend raakte met onder andere Emile Verhaeren en Stéphane Mallarmé.
Hij overleed op 25 december 1898 aan een longontsteking, op 43-jarige leeftijd en werd begraven op het kerkhof van Père-Lachaise, waar zijn grafmonument nog steeds te bewonderen is.
In Gent is er een straat naar hem genoemd, de Georges Rodenbachstraat en een gedenkplaat aan zijn geboortehuis in de Veldstraat.