Vandaag is het 90 jaar geleden dat de Franse wiskundige en politicus Paul Painlevé overleed (29 oktober 1933)

Paul Painlevé geboren op 5 december 1863 in Parijs, stamt af van een familie die zich in verschillende ambachten heeft onderscheiden.

Aan de kant van zijn vader waren zijn voorouders wijnmakers uit Eure-et-Loir, terwijl aan de kant van zijn moeder zijn voorouders steenhouwers waren uit Meaux.

Zijn grootvader van vaderskant verhuisde naar Parijs, waar hij als typograaf werkte.

Hij ging met pensioen op negenenvijftigjarige leeftijd en keerde terug naar zijn geboortedorp, waar hij twintig jaar later overleed.

Zijn vader volgde het voorbeeld van zijn grootvader en zijn oom en werd een lithografisch ontwerper in de grafische industrie in Parijs.

In het begin van de jaren zeventig richtte hij een drukinktfabriek op in Malakoff.

Paul Painlevé groeide op in een redelijk welvarende, progressieve en goed opgeleide middenklasse familie.

Hij studeerde aan de École Normale Supérieure, waar hij later ook hoogleraar werd.

Hij was een expert op het gebied van differentiaalvergelijkingen en hemelmechanica, en leverde belangrijke bijdragen aan de theorie van de singulariteiten en de stabiliteit van vloeistofstromen.

In 1900 werd hij verkozen tot lid van de Academie van Wetenschappen.

Hij bestudeerde de beweging van vloeistoffen en hun toepassing op het ontwerp van vliegtuigen.

In 1903 publiceerde hij een formule die aantoonde dat een vleugel een opwaartse kracht kan genereren door de luchtstroom om zich heen te veranderen.

In 1908 maakte hij een historische vlucht en was hij de eerste passagier van de gebroeders Wright, die de eerste gemotoriseerde vlucht hadden uitgevoerd in 1903.

Hij bleef geïnteresseerd in de theorie van de luchtvaart en in 1927 formuleerde hij een wiskundig model voor de beweging van een vlak in een perfecte vloeistof, dat wil zeggen een vloeistof zonder viscositeit of wrijving.

Zijn werk legde de basis voor latere ontwikkelingen in de aerodynamica en de stromingsleer.

Hij was niet alleen een invloedrijke figuur in de Franse wetenschap, maar hij was ook actief in de politiek, zo was hij twee keer premier (in 1917 en 1925) en bekleedde hij verschillende ministerposten.

Hij speelde ook een belangrijke rol in de ontwikkeling van de militaire luchtvaart in Frankrijk.

In 1910 overtuigde hij het parlement om geld vrij te maken voor de aanschaf van vliegtuigen.

Hij was rapporteur en later voorzitter van de commissie voor marinezaken, lid van de Hoge Raad voor Militaire Luchtvaart en van de Technische Commissie voor Spoorwegoperaties.

Hij zette zich in om de nationale verdediging te versterken.

Hij was een voorstander van de internationale samenwerking en de wetenschappelijke vooruitgang, en richtte onder andere het Institut d’Histoire des Sciences et des Techniques op.

Painlevé was getrouwd met Marguerite Petit de Villeneuve

Zij hadden samen een zoon, Jean Painlevé, die een beroemde regisseur en bioloog werd.

Jean Painlevé maakte meer dan tweehonderd films over het leven in de zee, waarin hij wetenschap en kunst combineerde. Hij was ook een pionier op het gebied van de microcinematografie en de onderwaterfotografie.

Paul Painlevé stierf op 29 oktober 1933 in Parijs, op 69-jarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 85 jaar geleden, de geboorte van actrice en zangeres Christa Päffgen, beter bekend onder haar artiestennaam Nico.

Nico wordt geboren op 16 oktober 1938 in Keulen als Christa Päffgen, maar het kan evengoed 15 oktober 1943 in Boedapest zijn.

Nico heeft er altijd geheimzinnig over gedaan. Zeker is dat ze opgroeit zonder vader, die tijdens de oorlog soldaat is in de Wehrmacht en waarschijnlijk is gesneuveld, al zou Nico zelf later het verhaal in de wereld brengen dat hij is vermoord door de nazi’s.

Nico’s moeder, Margaret Päffgen vertrekt na de oorlog met haar dochter naar Berlijn.

Nico werkt op 15-jarige leeftijd tijdelijk op een basis van Amerikaanse luchtmacht, waar ze slachtoffer wordt van een verkrachting door een Amerikaanse sergeant die vervolgens ter dood wordt veroordeeld door de krijgsraad.

De rest van haar leven blijft Nico getraumatiseerd door de verkrachting en voelt zich tegelijkertijd schuldig voor de dood van de sergeant.

Op 16-jarige leeftijd wordt ze in Berlijn ontdekt als fotomodel en mannequin. Via haar werkgever krijgt ze in 1960 een kleine rol in Federico Fellini’s film La Dolce Vita.

Inmiddels is Nico naar Parijs verhuisd, waar ze haar artiestennaam Nico aanneemt.

Dankzij het vele werk voor tijdschriften en bekende firma’s als Coco Chanel wordt ze het eerste supermodel en de lieveling van de jet set.

Ze raakt bevriend met artiesten als Bob Dylan en Brian Jones en krijgt een verhouding met acteur Alain Delon, die de vader van haar zoon Ari (Christian Aaron Boulogne) is, iets wat Delon altijd ontkend heeft.

Vreemd want Delons moeder Edith heeft Boulogne opgevoed en uiteindelijk geadopteerd in 1977 met haar tweede man Paul Boulogne, die de jongen ook zijn familienaam gaf.

In 1964 maakte ze kennis met Andy Warhol, die haar adopteert als zijn protege.

In 1965 verschijnt haar eerste single I’m Not Saying en in 1967 speelt ze in Warhol’s film Chelsea Girls.

Datzelfde jaar wordt ze als ‘chanteuse’ toegevoegd aan de band The Velvet Underground, waar ze eerst de avances van Lou Reed afslaat om vervolgens een verhouding met John Cale te beginnen.

Het eerste album van de band bevat een aantal nummers die door Nico worden gezongen.

Met name door de jaloerse en door Nico afgewezen Lou Reed wordt haar een grotere rol in de band geweigerd.

Een aantal nummers die ze al heeft ingezongen worden door Lou Reed uit wraak opnieuw ingezongen, en verschijnen in die versie uiteindelijk op het album.

Nico is levenslang verslaafd aan heroïne en overlijdt uiteindelijk aan een hersenbloeding op 18 juli 1988 als gevolg van een val van haar fiets tijdens een afkicksessie op het eiland Ibiza. Nico is 49 jaar geworden.

Toen zijn moeder was gestorven, zei haar zoon Ari het volgende over zijn moeder: “Voor mij was ze een heel goede moeder. Ze gaf me alles. Zelfs drugs, ik heb het met haar ten volle ervaren zonder dat het een probleem was. Vanaf mijn zestiende tot het einde deelden we medicijnen, dezelfde spuit. Het was een manier van samenzijn.

Ook na haar dood blijft Nico tot de verbeelding spreken.

James Young schrijft in 1992 de biografie Songs They Never Play On The Radio.

In 1995 verschijnt Nico Icon, een documentaire van de Duitse televisie over haar leven. Onder de titel Nico wordt in 1997 een ballet opgevoerd van choreograaf Ed Wubbe, waarvoor John Cale de muziek schrijft.

In 2014 liet Wubbe zich opnieuw inspireren door Nico en de Velvet Underground voor zijn choreografie “ICON/NICO”.

Haar zoon, Ari Boulogne werd in de nacht van 19 op 20 mei 2023 dood aangetroffen in zijn appartement.

Zijn lichaam werd in een vergevorderde staat van ontbinding ontdekt door zijn partner Yasmina, die met haar zoon Fadhil, 21 jaar oud, was teruggekeerd van een verblijf in de provincies.

Vreemd om haar partner alleen te laten wetende dat hij door een hersenbloeding verlamd was en gebruikmaakte van een rolstoel.

Op 22 mei 2023 werd Yasmina dan ook aangeklaagd wegens niet helpen van een persoon in gevaar, onvrijwillige doodslag en overdracht van verdovende middelen.

Ari Boulogne werd op 18 juli 2023 begraven, bijna twee maanden na zijn dood, vanwege vertragingen bij het onderzoek naar de oorzaken van zijn dood door deskundigen. (diverse bronnen en Wikipedia)

Farah Diba, weduwe van Mohammad Reza Pahlavi, de laatste sjah van Perzië, mag vandaag 85 kaarsjes uitblazen.

Farah Diba werd in 1938 geboren in de stad Tabriz (Iraans Azerbeidzjan).

Als kind ging ze naar de Italiaanse school en daarna naar de Jeanne d’Arc-school in Teheran, waar ze onder andere vloeiend Frans leerde spreken.

Na haar examen vertrok ze naar Parijs voor een studie architectuur.

In Frankrijk leerde ze de sjah kennen toen ze met een groepje studenten uit haar eigen land werd uitverkoren om de sjah te ontmoeten, die voor een werkbezoek in Frankrijk was.

De sjah, net gescheiden van Soraya, was in die tijd op zoek naar een nieuwe vrouw.

Tijdens de zomer van 1959 werd ze uitgenodigd door prinses Shahnaz, de dochter van de sjah uit diens eerste huwelijk.

Ook de sjah kwam die middag ‘toevallig’ langs, en zo ontstond er een zorgvuldig georkestreerde relatie tussen Farah en de sjah.

Gisteren nog vandaag

Terug in Frankrijk voor haar studies kreeg de wereld te horen dat de sjah haar op 14 oktober 1959 ten huwelijk vroeg.

Op 21 december van datzelfde jaar werd het huwelijk voltrokken.

Vanaf dan was de pers in Parijs overal aanwezig om haar doen en laten te volgen.

Zoals ook een opera bezoek in Parijs en dit om de opera Carmen van Georges Bizet te zien.

Farah Diba kreeg vier kinderen met de sjah: twee zoons (Reza en Ali Reza) en twee dochters (Farahnaz en Leila).

Toen de sjah in 1979 vanwege de Iraanse revolutie zich genoodzaakt zag het land te verlaten, gingen Farah Diba en zijn kinderen met hem mee. Farah bleef de afgezette sjah trouw tot zijn dood in Caïro in 1980.

Na de dood van de sjah gaf de Egyptische president Sadat de keizerin en haar kinderen toestemming in een paleis in Caïro te verblijven.

Na de moord op Sadat in oktober 1981 verliet ze Egypte.

De Amerikaanse president Ronald Reagan liet Farah weten dat ze welkom was in Amerika. In eerste instantie vestigde Farah zich in Williamstown (Massachusetts).

Later kocht ze een huis in Greenwich (Connecticut). Na de dood van haar dochter Leila in 2001 kocht ze een kleiner huis in Potomac (Maryland), nabij Washington D.C., om zo dichter bij haar zoon en kleinkinderen te zijn.

De voormalige keizerin verdeelt haar tijd sindsdien tussen Washington, New York, Parijs en Caïro.

In 2003 bracht ze een boek uit over haar herinneringen aan Perzië en haar ballingschap.

Op 10 juni 2001 overleed haar dochter Leila aan een overdosis slaapmiddelen.

Op 4 januari 2011 pleegde een van haar zoons, Ali Reza, zelfmoord.(Diverse bronnen en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden, Nazaré Pereira zingt Braziliaans volksliedje de hitlijsten in.

Nazaré Pereira is een Braziliaanse zangeres die bekend is geworden met haar hit Chero da Carolina, een nummer dat oorspronkelijk geschreven is door Amorim Roxo en Luis Gonzaga in 1956.

Het nummer gaat over een vrouw die naar een sambafeest gaat en iedereen betovert met haar geur.

Zowel in Vlaanderen als in Nederland, bereikte de single niet de hitparade.

In Vlaanderen kennen we het nummer ook dankzij de cover van John Terra. Zijn vertaling van dit nummer kwam zowel uit op single als op zijn album John Terra uit 1983.

De productie was in handen van de gekende Nederlandse producer Paul Hougardy. Die ook verantwoordelijk was voor onder meer de hits Oerend Hard van Normaal en Santa Maria van Joe Harris.

In haar privéleven is Nazaré Pereira getrouwd met de Franse muzikant Jean-Philippe Rykiel en woont ze in Parijs.

Ze heeft ook een dochter, Melissa, die ook zingt en gitaar speelt.

Nazaré Pereira is nog steeds actief als zangeres en bracht dit jaar een nieuwe single uit met als titel Xapuri Pará Paris.

De Brusselse zangeres Nathalie (geboren als Nathalie Gabay) over haar samenwerking met Plastic Bertrand en haar hit My Love Won’t Let You Down (Joepie 25 september 1983)

Het nummer was eerst uitgebracht in het Frans en had toen als titel Mon coeur qui craque.

De single was goed voor een achtste plaats in de Brt Top 30. In Nederland was het nummer goed voor een twaalfde plaats in de Top 40.

Het nummer werd geschreven door Peter Godwin.

De productie was in handen van Peter Godwin en Georg Kajanus.

Georg Kajanus kennen we nog als de zanger van de Britse groep Sailor.

Voor deze groep schreef hij ook hun grootste hits zoals de nummers “A Glass of Champagne”, “Girls, Girls, Girls”en “One Drink Too Many”.

Vanaf 1985 tot en met 1989 1989 woonde ze in Parijs, waar ze werkte met zanger en pianist Alain Chamfort.

Gabay koos er nadien voor om de schijnwerpers van de showbusiness en de muziekwereld vaarwel te zeggen.

Ze werd fotografe en artdirector voor een Belgisch modehuis uit Brussel.

Vandaag ook al 20 jaar geleden, Robert Palmer overlijdt in Parijs aan de gevolgen van een hartstilstand.

Robert Palmer wordt als Alan Palmer op 19 januari 1949 in Balley in Yorkshire geboren, zijn jeugd brengt hij door op het eiland Malta.

Terug in Yorkshire leert Palmer gitaar spelen en richt hij zijn eerste bandje op. Hij doet professionele ervaring op in de Alan Brown Set.

In 1970 versterkt hij de uit twaalf man bestaande jazzrockband Dada.

Later werd Dada omgedoopt tot Vinegar Joe.

Vinegar Joe bestaat naast Robert Palmer uit Elkie Brooks, Mike Deacon, Pete Gage, Pete Gavin en Steve York. Ondanks een ijzersterk repertoire en een aantal prima platen breekt Vinegar Joe niet door, en begin 1974 stopt Vinegar Joe er dan ook mee.

Vanaf 1974 is Robert Palmer actief als soloartiest en scoort zijn eerste hit met Sneakin’ Sally Through The Alley.

In Vlaanderen en Nederland heeft Robert Palmer in 1978 zijn eerste hit met Best Of Both Worlds.

In de jaren tachtig heeft Palmer diverse hits, waaronder: Johnny And Mary, Looking For Clues, Addicted To Love en Bad Case Of Loving You.

1985 richt Robert Palmer, samen met John en Andy Taylor van Duran Duran, de gelegenheidsband The Power Station op, en heeft daarmee internationale erkenning met de hits Some Like It Hot en de T.Rex cover Get It On.

Robert Palmer woonde de laatste jaren in Zwitserland en is 54 jaar geworden. (diverse bronnen en Wikipedia)

Vandaag 85 jaar geleden, de geboorte van Romy Schneider

Ze was de dochter van Magda Schneider en Wolf Albach-Retty, die beiden ook acteur waren.

Omdat haar moeder Duitse was en Wenen tijdens haar geboorte bij Duitsland hoorde, kreeg Romy de Duitse nationaliteit.

Haar grootmoeder Rosa Albach-Retty was eveneens een bekende Oostenrijkse actrice.

65 jaar geleden, op de set van de Franse film Christine in 1958 werden Romy Schneider en Alain Delon een koppel.

Schneider had haar grote doorbraak drie jaar voordien gekend met de iconische klassieker “Sissi”, de geromantiseerde biopic van prinses Elisabeth van Beieren die zich later keizerin mocht noemen.

Blog Gisteren nog vandaag

60 jaar geleden, wat is er met Romy Schneider aan de hand (Piccolo januari 1961)

Schneider volgde dolverliefd Delon naar Parijs, waar ze in 1959 hun verloving aankondigden.

Niet zomaar een oversteek, maar een professionele zet, want zo kon de actrice aan de slag in de interessantere (en lucratievere) Franse filmindustrie.

In Duitsland waren pers en publiek ontzet.

Pas na haar dood vergaven ze Schneider dat ze “overgelopen” was naar een ander land.

Schneider en Delon zouden vijf jaar samen blijven, tot hij haar van de ene dag op de andere liet zitten.

Gisteren nog vandaag

Romy Schneider en Alain Delon, hun laatste kerst (Story 22 december 1987)

Hij liet wel een briefje achter: “Ben naar Mexico vertrokken met Natalie.” Schneider antwoordde met een mislukte zelfmoordpoging.

De twee zouden zich later verzoenen en gingen weer samenwerken in “La piscine” (1969) en “The assassination of Trotsky” (1972).

Tot een huwelijk is het echter nooit meer gekomen.

Schneider leidde een tragisch leven, zo pleegde haar eerste echtgenoot Harry Meyen zelfmoord en stierf haar 14-jarige zoon David na een klimongeluk over een hek.

Gisteren nog vandaag

Romy Schneider zoon David overlijdt na een klimongeluk

Schneiders tweede huwelijk met Daniel Biasini liep dan op de klippen en ze werd ook behandeld voor een tumor in de nieren.

De actrice omschreef zich in die periode niet als een filmster, maar gewoon als “een ongelukkige vrouw van 42”.

Een goede maand later, na de première van La passante du Sans-Souci (op 14 april 1982 in Frankrijk), werd ze dood teruggevonden op haar appartement in Parijs, aan haar bureau met een lege fles wijn erop.

Gisteren nog vandaag

40 jaar geleden, heeft Romy Schneider de moed verloren (De Post 28 juni 1981)

Er werd aangenomen dat een cocktail van slaappillen en alcohol haar fataal werden.

De officiële doodsoorzaak luidde een hartaanval.

Na haar vroegtijdige dood schreef Delon op haar graf: “Tu n’as jamais été aussi belle, tu vois j’ai appris quelques mots allemands pour toi: Ich liebe dich meine Liebe.”

Hij zorgde er ook voor dat haar zoon bij haar in haar graf werd gelegd.

Voor Delon is Schneider altijd zijn eerste grote liefde geweest.(diverse bronnen, Sandra Cardoen, Ward Verrijcken en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag

Vandaag 110 jaar geleden, de geboorte van de Franse kunstschilder Jean-Michel Atlan

Atlan verhuisde naar Parijs in 1930 en studeerde daar filosofie aan de Sorbonne, waar hij later ook les gaf.

Als Jood overleefde hij de Tweede Wereldoorlog door onder te duiken in een tehuis voor geestesziekten, nadat hij eerder gearresteerd was als lid van het Franse verzet.

In dit tehuis leerde hij zich zelf schilderen en schrijven.

In 1944 keerde hij terug naar Parijs, waar hij in 1946 zijn eerste expositie had, samen met schilders als Georges Braque en Henri Matisse.

In dat jaar ontmoette hij Asger Jorn en sloot zich aan bij de Cobra-groep.

Zijn atelier werd een ontmoetingsplaats voor Cobra leden in Parijs.

Zijn werk staat bekend om het gebruik van pasteltinten, waarbij de kleurvlakken met dikke zwarte lijnen zijn omrand.

Er is een duidelijke invloed van Cobra te zien, maar Atlan behield altijd een eigen stijl.

Hij stierf op 12 februari 1960 ten gevolgen van kanker.

Jean-Michel Atlan is 37 jaar geworden.(Diverse bronnen, Wikipedia, foto 2 samen met zijn vrouw en foto 4 zijn atelier)

Vandaag 110 jaar geleden, de geboorte van de Franse kunstschilder Jean-Michel Atlan
Vandaag 110 jaar geleden, de geboorte van de Franse kunstschilder Jean-Michel Atlan
Vandaag 110 jaar geleden, de geboorte van de Franse kunstschilder Jean-Michel Atlan

35 jaar geleden, de Belgische modeontwerpster Nina Meert, prinsessen zijn geen moeilijke klanten.

Meert groeide op in Parijs waar ze drama volgde aan de Cours Cochet en dit samen met haar medeleerlingen de acteurs Bernard Giraudeau, Fabrice Luchini, André Dussollier en zangeres Arielle Dombasle.

Nina Meert was mannequin in de swinging sixties.

Tussen 1972 en 1978 werkt ze voor verschillende mode-ontwerpers zoals Emilio Pucci, Jean Cacharel en Daniel Hechter.

Als autodidact werkt ze aan haar eigen lijn in linnen en brengt deze in 1978 uit.

Ze vestigde zich in de Rue de Florence in de Sint-Bonifaaswijk in Brussel en ze mag ook leveren aan Rinascente en Jesurum (Italië), Galeries Lafayette en Printemps (Frankrijk) en Bon Génie (Zwitserland) en maakt kledij voor koningin Paola en Margaretha van Liechtenstein.

In 1987 opende ze ook een winkel in de Rue de Varenne te Parijs, maar is ook te koop in andere winkels zoals Harrods (Londen) en Bloomingdale’s (New York).

Ze ligt aan de basis van het gouden eendje, de prijs om modeontwerpen in België te promoten.

Ze wint zelf uiteindelijk ook twee keer de Fil d’Or te München in 1987 en in Monte Carlo in 1989.

In het boek My Own Way van Katrien Steyaert en Sophie Franck over 30 Belgische modeontwerpers, zegde Nina Meert het volgende over haar passie: “Als ik een modeontwerper ben, is het een innerlijke noodzaak, ik heb geen keus.

Mijn doel, door de mode die ik creëer, is om vrouwen hun vrouwelijkheid volledig te laten ervaren met sereniteit, vreugde en waardigheid.

De Belgische modeontwerpster Nina Meert, prinsessen zijn geen moeilijke klanten (Story 25 augustus 1987)

Vandaag 35 jaar geleden, huwelijk van Dave Stewart van Eurythmics met zijn zwangere vriendin Siobhan (Banarama) in Parijs (1 augustus 1987)

Het koppel kreeg twee zonen Sam en Django. Het huwelijk eindigde in 1996.

Vandaag 35 jaar geleden, huwelijk van Dave Stewart van Erythmics met zijn zwangere vriendin Siobhan (Banarama) in Parijs (1 augustus 1987)

Vandaag 35 jaar geleden, huwelijk van Dave Stewart van Erythmics met zijn zwangere vriendin Siobhan (Banarama) in Parijs (1 augustus 1987)

Vandaag is het ook al dertig jaar geleden dat de Franse componist, organist en pianist Olivier Messiaen is overleden.(27 april 1992)

Zijn moeder was de dichteres Cécile Sauvage.

Zijn vader Pierre Messiaen, docent Engels en was afkomstig uit Zuid-Wervik.

Zijn jongere broer Alain Messiaen werd dichter.

Olivier Messiaen begon jong met componeren en ging op elfjarige leeftijd aan het Conservatoire de Paris studeren bij onder anderen Maurice Emmanuel, Charles-Marie Widor, Marcel Dupré en Paul Dukas.

In 1931 werd hij op 22-jarige leeftijd aangesteld als organist-titularis van de Église de la Sainte-Trinité te Parijs, een post die hij tot aan zijn zou dood bekleden.

Hij had er de beschikking over een drie-klaviersorgel, gebouwd door Aristide Cavaillé-Coll.

In 1936 was hij met onder anderen André Jolivet medeoprichter van de muziekbeweging La Jeune France.

In 1940 werd hij bij Verdun krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers.

In het gevangenkamp te Görlitz schreef hij voor enkele toevallig aanwezige professionele instrumentalisten (een violist, een cellist en een klarinettist, met hemzelf als pianist) het introspectieve Quatuor pour la fin du temps, dat een van zijn meestgespeelde werken werd.

Messiaen was een overtuigde rooms-katholiek van West-Vlaamse afkomst.

Zijn grootste inspiratiebron was de schoonheid van Gods schepping en dan met name het gezang van vogels.

Dit verklaart ook zijn affiniteit met de heilige Franciscus van Assisi, aan wiens persoon hij de omvangrijke opera Saint François d’Assise heeft gewijd.

Messiaen trok regelmatig de natuur in om opnames te maken van vogelzang.

In veel van zijn composities heeft hij die vogelzang verwerkt.

Titels als Abîme des Oiseaux (uit het ‘Quatuor pour la fin du temps’) en Oiseaux exotiques spreken voor zich.

Hij heeft ook de zang van een groot aantal vogels getoonzet voor piano (Catalogue d’oiseaux).

Ook in een van zijn laatste orkestwerken (Éclairs sur L’Au-delà…) zijn geluiden van vooral Australische vogelsoorten verwerkt.

Messiaen ontwikkelde een persoonlijke muzikale taal, die hij uiteenzette in zijn Traité de mon langage musical.

Daarin zijn vooral melodische en ritmische vernieuwingen te onderscheiden.

Melodisch staan de modes à transpositions limitées (beperkt transponeerbare modi) centraal.

Dat zijn toonreeksen die zichzelf overlappen als ze minder dan een octaaf getransponeerd worden.

Op het gebied van het ritme introduceerde hij ingewikkelde structuren uit Griekenland, India en het Verre Oosten, en hanteerde hij diverse eigen innovaties.

Belangrijk zijn de valeur ajoutée (toegevoegde waarde) en de rythmes non-rétrogradables.

Hij kende aan elke letter van het alfabet een toonhoogte en lengte toe. Het geheel noemde hij zijn langage communicable.

Hij had een bijzondere voorkeur voor de ondes-Martenot, een elektronisch muziekinstrument, een vroege vorm van de synthesizer.

Jeanne Loriod, de zuster van Messiaens tweede echtgenote Yvonne Loriod, was een van de bekendste bespelers van dit instrument.

Messiaen heeft vaak gecomponeerd voor groot orkest.

Een van zijn belangrijkste werken is de Turangalîla-symfonie (1947-1949), een meditatie over de vreugde van de liefde.

De naam komt uit het Sanskriet en betekent zoveel als ‘liefdeslied en hymne van vreugde, tijd, beweging, ritme, leven en dood’.

Het van levensvreugde overlopende, tiendelige stuk is geschreven voor een orkest uitgebreid met solopiano en ondes-Martenot (die beide een aantal opvallende cadensen spelen), en vereist 8 à 11 slagwerkers.

Het oratorium La Transfiguration de Notre Seigneur Jésus-Christ (1965-1969) wordt uitgevoerd door een zeer groot gemengd koor, circa 100 zangers, zeven instrumentale solisten en een orkest van meer dan honderd man.

Nog omvangrijker is de enige opera die Messiaen geschreven heeft Saint-François d’Assise (1975-1983), die door negen solisten wordt uitgevoerd, begeleid door een honderdkoppig koor en een zeer groot orkest, met als ongewone elementen drie piccolo’s, een basklarinet, contrabasklarinet en contrabasfagot, contrabastuba, en drie ondes-Martenot.

De rijk van gevarieerde instrumenten voorziene slagwerksectie bestaat uit vijf spelers.

De opera behandelt het leven van Franciscus van Assisi na diens bekering.

In de structuur zijn twee belangrijke elementen te herkennen: het door Richard Wagner geïntroduceerde Leitmotiv en aan de andere kant de vogelzang, altijd prominent bij Messiaen aanwezig.

In 1942 werd Messiaen benoemd tot docent compositie aan het Conservatoire de Paris, waar hij meer dan veertig jaar les gaf.

Hij was een geliefde docent, die in zijn muziekanalyseklas studenten uit vele landen onderwees.

Tot zijn leerlingen behoorden Pierre Boulez, Iannis Xenakis, Karlheinz Stockhausen, Witold Lutosławski, George Benjamin, Kent Nagano, Toru Takemitsu en Ton de Leeuw.

In 1971 werd aan Messiaen de Erasmusprijs uitgereikt.

Hij was commandeur van het Franse Legioen van Eer. (Diverse bronnen, Paris Match 24 maart 1962 en Wikipedia)