
Gisteren nog vandaag
Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Gisteren nog vandaag
Antwerpen herbergt talloze verborgen parels waar de sporen van een rijk verleden nog tastbaar aanwezig zijn.
In de historische stadswijken rijzen statige panden op die ooit toebehoorden aan invloedrijke reëders, bankiers en kooplieden uit vervlogen eeuwen.
Veel van deze woningen zijn in de loop der tijd zorgvuldig gerestaureerd, waardoor ze hun oorspronkelijke grandeur hebben behouden. Bezoekers worden al decennialang gegrepen door het bijzondere en weelderige uiterlijk van deze gevels, zoals ook al treffend werd vastgelegd op beelden uit maart 1936.
Die opnames tonen de Scheldestad in een tijd waarin het historische karakter nog overal in het straatbeeld aanwezig was.
Wanneer de avondschemering intreedt, ontstaat er een serene sfeer in de stad. De daken steken dan scherp en donker af tegen een lila hemel, terwijl men door de smalle straatjes dwaalt.
Een van de meest sfeervolle locaties is de wandelbrug langs de Schelde, een geliefde plek voor de rasechte Sinjoor om even van de frisse buitenlucht te genieten en over het water uit te kijken.
De sfeer van deze momenten is door de jaren heen nauwelijks veranderd.
Naast de grote monumenten schuilt de schoonheid van de stad ook in de details en de meer intieme plekjes.
Decoratieve deuromlijstingen van arduin sieren de opgeknapte patriciërshuizen in straten zoals de Keizerstraat.
Een van de meest tot de verbeelding sprekende locaties is de Vlaaikensgang.
Dit complex werd in 1591 aangelegd als een aarden steegje dat een wirwar van achterhuisjes, kelders en brandgangen verbond tussen de Hoogstraat, de Oude Koornmarkt en de Pelgrimstraat.
In de zestiende en zeventiende eeuw woonden hier schoenmakers die als bijverdienste de noodklokken van de kathedraal luidden. Tijdens de Gouden Eeuw was het een toevluchtsoord voor de allerarmsten, terwijl het in de negentiende eeuw een beluik werd voor havelozen en seizoensarbeiders van het platteland.
De huidige hobbelige kasseitjes dateren uit die periode.
Over de naam van de gang bestaan verschillende theorieën: sommigen wijzen op een voormalig wafelhuis, anderen op een nabijgelegen rijstpellerij waar rijstevlaaien werden gebakken.
Het complex kende een bewogen geschiedenis en ontsnapte in de jaren zestig ternauwernood aan de sloophamer, toen er plannen waren voor een parking.
Antiquair Axel Vervoordt kocht de steeg in 1969 en zorgde voor een jarenlange restauratie.
Sinds 1973 is de gang beschermd als monument en inmiddels is het een exclusieve trekpleister met restaurants en antiekwinkels.
De oostelijke ingang aan de Oude Koornmarkt 16 leidt naar binnenplaatsen met witgekalkte gevels en zwarte boorden, die vroeger met pek werden bestreken om epidemieën te weren.
Men vindt er ook de veertiende-eeuwse Cluyse en de gevelsteen Den Grooten Baars, die vermoedelijk afkomstig is van de afgebroken Antwerpse Burg.
Een ander bijzonder rustpunt is de Sint-Nicolaasplaats bij de Lange Nieuwstraat.
Dit beschermde monument was oorspronkelijk het Sint-Nicolaasgodshuis, in 1422 opgericht door het ambacht van de meerseniers om verarmde leden zoals schoenlappers en kleermakers op te vangen.
Centraal op het pleintje staat een beeld van hun patroonheilige, Nicolaas van Myra.
De bijbehorende kapel uit 1423 deed later dienst als magazijn tot architect Fritz Van Averbeke het complex tussen 1958 en 1968 grondig renoveerde.
Tegenwoordig ademt het plein cultuur, met de poppenschouwburg Van Campen en rederijkerskamer De Violieren als vaste bewoners.
Ook op de Sint-Jacobsmarkt getuigen markante panden van de architecturale rijkdom.
Een opvallend voorbeeld is het hoekhuis op nummer 2, dat direct opvalt door zijn voor Antwerpen zeldzame leistenen overkragende dak.
Op de straathoek bevindt zich een hoge ingemetselde zuil waarvan de betekenis lang een raadsel was.
Hoewel sommigen dachten aan een oude stadspoort, blijkt de kolom het restant te zijn van een wegkapel die zeker tot de zestiende eeuw teruggaat, een stille getuige van het religieuze leven in de oude stad.


Chips zijn al decennia een favoriete snack en daarom duiken we vandaag in de boeiende geschiedenis van deze lekkernij.
Het begon allemaal in 1853 in het Amerikaanse Moon’s Lake House Hotel. De kok George Crum verloor zijn geduld met een veeleisende gast die zijn gebakken aardappels steeds terugstuurde, omdat ze te dik waren.
Uit pure frustratie sneed Crum de aardappels zo flinterdun dat ze niet meer met een vork te eten waren.
Tot zijn grote verbazing was de gast razend enthousiast.
Deze Saratoga Chips werden al snel een hit en kregen een vaste plek op de menukaart.
Het duurde tot 1920 voordat Europa kennismaakte met de snack, dankzij Frank Smith.
Hij emigreerde van Amerika naar Engeland en opende daar een fabriek die binnen een jaar alweer te klein was door de enorme vraag.
Ondertussen zat men in Amerika ook niet stil.
Herman W. Lay richtte in 1932 een aardappelbedrijf op in Nashville, dat later fuseerde met de Frito Company van C.E. Doolin.
Zo ontstond in 1961 de gigant Frito-Lay, Inc.
In de Benelux waren chips eind jaren vijftig nog nagenoeg onbekend.
Daar kwam verandering in toen Nederlandse aardappeltelers uit Broek op Langedijk zochten naar nieuwe manieren om hun oogst te verkopen.
Boer Gerrit Kistemaker leerde het vak van Frank Smith en samen stampten zij in 1958 de eerste Nederlandse chipsfabriek uit de grond onder de merknaam Smiths.
België volgde niet veel later. In 1966 opende een klein fabriekje in Nieuwkerke, dat na een overname door United Biscuits in 1972 wegens succes moest uitwijken naar een grotere, moderne locatie in Veurne.
De jaren negentig stonden in het teken van grote veranderingen en rages.
Terwijl Smiths in 1995 heel Nederland en België in de ban hield van de flippo-gekte, werd het bedrijf achter de schermen klaargestoomd voor de wereldmarkt.
Na de overname door PepsiCo in 1998 werd de fabriek in Veurne onderdeel van een van de grootste voedingsmiddelenconcerns ter wereld.
Om wereldwijd eenheid en kwaliteit uit te stralen, veranderde de merknaam voor aardappelchips in 2001 van Smiths naar Lay’s.
Hoewel de naam Smiths nog een tijdje werd gebruikt voor zoute snacks met speciale vormen, zoals Bugles en Grills, besloot PepsiCo in 2015 om definitief afscheid te nemen van die naam en alles onder te brengen bij Lay’s en Cheetos.

Gisteren nog vandaag


De basis voor dit contact lag in het jaar 1980, toen de Franse zangeres besloot het nummer Pearlydumm van de Volendamse formatie op te nemen.
De Franse vertaling kreeg de titel Jusqu’à Pearlydam en verscheen dat jaar op haar album Un Peu… Beaucoup… Passionnément.
Naast deze Franse interpretatie bracht ze in 1980 via het label Ariola ook een Duitse versie van het lied uit in Duitsland.
Deze verschillende talen onderstreepten de brede Europese belangstelling voor het repertoire van de Nederlandse groep, die op dat moment al tot de absolute top in de Benelux behoorde.
De internationale aantrekkingskracht van hun muziek bleek ook uit het feit dat het originele Mon Amour zelfs in landen als Australië, Brazilië en Nieuw-Zeeland op single is uitgebracht.
De waardering voor dit specifieke werk bleef bovendien jarenlang bestaan, wat bleek toen Demis Roussos in 1995 een vertolking van Mon Amour opnam samen met Anny Schilder.
Tijdens de ontmoeting bij een televisieshow in het voorjaar van 1981 kregen de oorspronkelijke vertolkers en componisten uit Volendam de kans om de zangeres te spreken over deze diverse vroege uitvoeringen van hun hit.

Laura Antonelli was een van de meest bekende gezichten van de Italiaanse cinema in de jaren zeventig en tachtig.
Ze werd geboren als Laura Antonaz in 1941 in Pola, een stad die destijds tot Italië behoorde maar tegenwoordig in Kroatië ligt.
Voordat ze haar weg naar het witte doek vond, werkte ze als lerares lichamelijke opvoeding, een achtergrond die haar hielp bij haar gracieuze verschijning in latere rollen.
Haar grote internationale doorbraak kwam in 1973 met de film Malizia, geregisseerd door Salvatore Samperi.
In deze film speelde ze een huishoudster die de harten van een weduwnaar en zijn drie zonen op hol bracht.
De film was een gigantisch commercieel succes en maakte van Antonelli op slag een wereldberoemde verschijning.
Ze werd geprezen om haar vermogen om onschuld te combineren met een sterke sensuele uitstraling, wat haar de bijnaam de goddelijke schepping opleverde.
Gedurende haar carrière werkte ze samen met enkele van de grootste regisseurs van die tijd, waaronder Luchino Visconti in L’Innocente uit 1976 en Ettore Scola in Passione d’amore uit 1981.
In deze films bewees ze dat ze meer was dan alleen een mooie verschijning en dat ze over een aanzienlijk dramatisch talent beschikte.
Ook haar persoonlijke leven trok veel aandacht, met name haar jarenlange relatie met de Franse acteur Jean-Paul Belmondo, met wie ze in verschillende films schitterde.
Helaas kende haar leven vanaf de jaren negentig een tragische wending.
Na een mislukte cosmetische ingreep voor de opnames van de film Malizia 2000 veranderde haar uiterlijk ingrijpend, wat leidde tot een diepe persoonlijke crisis.
Tegelijkertijd raakte ze verwikkeld in juridische problemen en kampte ze met een tanende gezondheid en eenzaamheid.
Ze trok zich volledig terug uit de openbaarheid en leefde de laatste jaren van haar leven in de buurt van Rome, waar ze in 2015 op 73-jarige leeftijd overleed.

Voor velen was Arletty de stem van de Franse cinema zelf, een vrouw die door een simpele voornaam en enkele beroemde filmzinnen een onuitwisbare indruk achterliet in de filmgeschiedenis.
Ze stond bekend om haar rollen als Garance in Les Enfants du Paradis en Madame Raymonde in Hôtel du Nord, personages die zij verrijkte met een mengeling van waardigheid, trots en een vleugje brutaliteit.
Ondanks dat ze door visuele problemen gedwongen werd de wereld van film en theater te verlaten, behield ze in haar appartement aan de Rue Rémusat de sprankelende energie van een jonge vrouw.
Ze lachte om haar eigen tegenstrijdigheden, zoals haar vermeende luiheid, terwijl ze in werkelijkheid decennialang onafgebroken op de planken en voor de camera stond.
In een interview in maart 1981 vertelde ze over haar herinneringen aan haar eerste draaidag voor La douceur d’aimer, wat naar haar eigen zeggen een complete mislukking was, ondanks de aanwezigheid van de door haar bewonderde acteur Victor Boucher.
Ze sprak destijds ook over haar honkvastheid; ze speelde twintig jaar lang uitsluitend in Parijs en weigerde lange tijd om op tournee te gaan.
Pas na het overlijden van de schrijfster Colette stemde ze in met een tournee voor het stuk Gigi, uit respect en genegenheid voor de overleden auteur.
Arletty sprak met veel bewondering over deze excentrieke schrijfster en over de schilderes Marie Laurencin, twee vrouwen die een blijvende indruk op haar hadden gemaakt.
Ook Mistinguett kon op haar respect rekenen vanwege haar enorme werklust.
Arletty herinnerde zich geamuseerd hoe Mistinguett door het publiek werd aanbeden, maar ook hoe nuchter en spontaan de ster zelf reageerde op die aandacht tijdens hun wandelingen door Parijs.
Hoewel ze aanvankelijk dacht dat haar tijd in het theater slechts een kortstondig avontuur zou zijn, raakte ze na L’école des cocottes echt aan het vak verknocht.
Ze observeerde alles en iedereen om het vak zo snel mogelijk onder de knie te krijgen.
Ze gaf aan dat ze niet echt plannen maakte voor de toekomst, omdat ze liever ruimte liet voor verrassingen. Haar jeugd in Puteaux omschreef ze als een droomtijd, ondanks de bescheiden omstandigheden.
Haar vader gaf haar belangrijke lessen mee over integriteit en de waarde van het gesproken woord.
In die periode speelde ze veel samen met grootheden als Raimu en Michel Simon.
Ze herinnerde zich hoe Raimu haar waarschuwde nooit recensies te lezen en hoe Michel Simon haar op het podium kon verrassen door onverwacht in een kast te gaan staan.
Ze ontmoette Marcel Carné voor het eerst op de set van Pension Mimosas, waar hij assistent was van Jacques Feyder, een regisseur die volgens haar de kunst verstond om acteurs echt te laten spelen.
Het was tijdens deze periode dat ze waardevol advies kreeg van Françoise Rosay over haar uiterlijk, een gebaar van vrouwelijke solidariteit dat ze enorm waardeerde.
Later werkten Carné en Arletty samen aan het legendarische Hôtel du Nord.
Ze herinnerde zich de onmiddellijke vriendschap met Louis Jouvet en de briljante dialogen van Henri Jeanson.
Over de beroemde scène met de uitspraak over atmosfeer merkte ze op dat dit een pure vondst van de dichter Jeanson was; hoewel het publiek de zin omarmde, besloot ze zelf om deze later nooit meer uit te spreken om het niet grotesk te maken.
In Le jour se lève werkte ze samen met Jean Gabin en Jules Berry.
Ze bewonderde het unieke spel van Berry, die ze omschreef als een van de meest bijzondere acteurs die ze ooit had gezien.
Over Gabin vertelde ze hoe hij gefascineerd kon kijken naar het spel van zijn collega’s.
Ondanks de verhalen over moeizame samenwerkingen tussen schrijvers als Jeanson en Prévert, herinnerde Arletty zich vooral hun wederzijdse bewondering en de kwaliteit van hun scenario’s.
Ze werkte het liefst op instinct en had weinig op met regisseurs die tientallen takes nodig hadden; voor haar was de eerste opname vaak de juiste.
Haar naasten hadden haar grote succes nooit volledig kunnen meemaken.
Haar vader overleed kort nadat ze haar eerste stappen op het toneel zette en haar moeder zag haar nooit optreden.
Arletty volgde haar eigen pad in alle vrijheid.
Haar doorbraak kwam niet zozeer door haar stem, maar door haar silhouet, dat de aandacht trok van invloedrijke figuren zoals Paul Guillaume.
Dankzij een snelle opeenvolging van rollen in verschillende revues en haar ervaring als mannequin bij Poiret, leerde ze al vroeg wat echte elegantie en chic inhielden.
Ze bewaarde ook bijzondere herinneringen aan Yvonne Printemps, die na het zien van haar eigen filmbeelden besloot dat Arletty haar moest opvolgen.
Deze afkeer van meelopers en haar liefde voor vrijheid en authenticiteit vormden de rode draad in het leven van deze vrouw die zowel koningin als arbeider was in de wereld van de kunst.
In 1963 werd Arletty gedeeltelijk blind als gevolg van een ongeluk. Acteren was daardoor niet meer mogelijk.
Ze stierf in 1992 in Parijs op 94-jarige leeftijd.

In maart 1976 was de muziekwereld in rep en roer door het nieuws over Teach-In.
Hoewel de groep na hun overwinning op het Eurovisiesongfestival een glansrijke internationale carrière werd voorspeld, bleek de werkelijkheid weerbarstiger.
Men dacht dat hun hit Ding-a-dong de weg zou plaveien voor een succesverhaal vergelijkbaar met dat van ABBA, maar nog geen jaar later kondigde het management aan dat de formatie eind mei uit elkaar zou gaan.
Dit bericht kwam voor velen als een totale verrassing en sloeg in als een donderslag bij heldere hemel.
Zangeres Getty Kaspers legde destijds uit dat het onverwachte succes van het Songfestival de groep feitelijk de das omdeed.
Ze stonden nog maar aan het begin van hun loopbaan toen ze plotseling tot Europese sterren werden gebombardeerd.
De druk werd zo hoog en het tempo zo moordend dat de bandleden nauwelijks de tijd vonden om nieuwe singles op te nemen.
Getty gaf aan dat ze eigenlijk pas jaren later aan het festival hadden moeten meedoen, zodat ze de kans hadden gekregen om rustig als artiesten te groeien.
Naast de werkdruk speelden ook persoonlijke keuzes een rol in de breuk.
Bandlid Ad had in december al aangegeven dat hij de overstap naar de klassieke muziek wilde maken.
Hij was oorspronkelijk bij de groep gekomen om zijn studies te betalen, maar door het onverwachte succes belandde hij tegen wil en dank in de popwereld.
Bovendien ontstonden er steeds vaker muzikale meningsverschillen binnen de groep.
Hoewel er geen sprake was van ruzie, kwamen de leden na een openhartig gesprek tot de conclusie dat het beter was om als goede vrienden uit elkaar te gaan.
Het besluit viel Getty zwaar, vooral door de emotionele reacties van de fans die haar via de telefoon smeekten om door te gaan.
De bandleden besloten hun lopende contracten nog netjes af te werken, met het komende Eurovisiesongfestival als hun laatste gezamenlijke optreden op televisie.
Na die tijd koos iedereen zijn eigen pad: Getty bereidde een solocarrière voor onder de vleugels van haar vriend John Gaasbeek en Ad keerde terug naar de klassieke muziek.
De overige muzikanten besloten echter een nieuwe start te maken.
In 1976 ging de groep verder met een nieuwe bezetting, waarbij twee nieuwe zangeressen de gelederen kwamen versterken: Marianne Wolsink en Betty Vermeulen.
Daarmee sloeg Teach-In een nieuwe weg in, terwijl Getty haar geluk beproefde op de solotoer.


Gisteren nog vandaag
Jozef De Wolf werd op 10 maart 1916 geboren in het Oost-Vlaamse Haaltert.
Na zijn priesteropleiding begon hij zijn opvallende loopbaan in Eine bij Oudenaarde, waar zich in maart 1961 een tafereel afspeelde dat tot ver buiten de dorpsgrenzen voor verbazing zorgde.
De eerwaarde heer, inmiddels onderpastoor, deelde zijn woning namelijk met een volwassen leeuw.
Jakka, zoals het dier heette, was op dat moment bijna twee jaar oud en was door de geestelijke met de papfles grootgebracht, nadat hij als welp was overgekocht van een rondreizend circus.
De leeuw bewoog zich volkomen vrij en kalm door de huiskamer, waar hij in harmonie samenleefde met drie Schotse herdershonden en een jonge Afghaanse windhond.
De bijzondere passie van De Wolf voor roofdieren was jaren eerder uit noodzaak ontstaan.
Nadat ratten uit een nabijgelegen beek zijn verzameling siervogels en fazanten herhaaldelijk hadden doodgebeten, besloot hij over te stappen op diersoorten die zich beter konden verweren.
In de loop der jaren transformeerde de pastorie tot een kleine private dierentuin.
Naast de leeuw herbergde hij twee ocelots, ook wel Amerikaanse tijgerkatten genoemd, die ondanks hun tamme gedrag altijd een vleugje van hun instinctieve natuur behielden.
Ook Canadese wasberen en zeldzame chinchilla’s uit het Andesgebergte maakten deel uit van zijn collectie.
De onderpastoor uit Haaltert stond in die periode algemeen bekend als de leeuwenpastoor.
Het was geen ongewoon gezicht om hem in zijn zwarte soutane met Jakka over straat te zien wandelen, waarbij voorbijgangers met een mengeling van bewondering en ontzag een grote bocht om het duo heen maakten.
Zelfs in het verkeer zorgde de leeuw voor consternatie; De Wolf nam het dier regelmatig mee in zijn auto, waarbij de kop van de leeuw soms door het open raam naar buiten stak.
Toen De Wolf later werd benoemd tot pastoor in Waarbeke bij Geraardsbergen, nam hij zijn liefde voor bijzondere dieren mee.
Hoewel Jakka de leeuw uiteindelijk te groot werd voor een gewone woning en naar een dierentuin moest verhuizen, bleven exotische vogels en ocelots deel uitmaken van zijn huishouden in de nieuwe parochie.
De pastorie bleef daardoor een geliefde trekpleister voor nieuwsgierige buurtbewoners.
Jozef De Wolf bleef tot aan zijn overlijden op 23 augustus 1982 een markante en eigenzinnige figuur in de regio, die de grens tussen de geciviliseerde wereld en de wildernis op een unieke manier liet vervagen.


Gisteren nog vandaag

Christus leeft sinds een jaar (anoniem) onder het gewone volk te Gent.
Hij is elke dag te vinden in “’t Huis”: een plaats waar elke kansarmere of eenzame medemens welkom is voor een babbel en warme maaltijd.

Hij is er gekend als de joviale Chris en is er samen met z’n kameraad Kris actief als vaste vrijwilliger en animator. Chris’ optimistische gemoed slaat echter om wanneer hij verplicht afscheid moet nemen.
Elk jaar na Pasen wordt hij immers door zijn Vader naar een nieuwe missiepost gezonden.

Hij is het wereldwijde rondreizen moe, temeer daar hij z’n hart verloren blijkt te hebben in Gent. Maar hoe vertel je zoiets aan je almachtige Vader?
“Het Ei” is een komische Gentse familievoorstelling met een warm en muzikaal hart. Over jezelf willen en kunnen zijn, wie je ook bent.

Steef Verwée, geboren in 1951, groeide op in een familie waar het Oudenaards de voertaal was.
Zijn familiewortels in de regio gaan terug tot het midden van de zestiende eeuw, met een brief uit 1730 als oudste getuigenis.
Al op achttienjarige leeftijd schreef hij zijn eerste Oudenaardse liederen waarmee hij lokaal optrad.
Na zijn studies aan het Koninklijk Conservatorium in Gent, die hij in 1973 afrondde met specialisaties in gitaar, zang en musicologie, begon zijn carrière in de musical- en theaterwereld bij gezelschappen als NTG, Arca en Theater Poëzien.
Om zijn eigen creaties te perfectioneren, volgde hij aanvullende opleidingen in scriptschrijven en lichtontwerp in Londen, New York en Amsterdam.
Zijn succesvolle producties, waaronder Claus on the Rocks, leidden tot een periode als artistiek begeleider bij het KNTV. In die tijd richtte hij zijn eigen uitgeverij De Cirkel op, tegenwoordig bekend als Circle Productions Gent.
Na een periode bij Theater Arena startte hij Applied Promotions Intermed nv, een bedrijf dat cultuur promoot binnen de bedrijfswereld.
Ondertussen bleef hij onafgebroken eigen werk creëren, met als een van de hoogtepunten de première van The Erotic Opera in de Stadsschouwburg van Amsterdam in 1985.
Ook zijn vriendschap met Hugo Claus had een grote invloed op zijn creatieve ontwikkeling, wat onder meer leidde tot veertig liederen op poëzie van Claus.

In 1992 produceerde hij voor de Wereldtentoonstelling in Sevilla en de Olympische Spelen in Barcelona de cd Belgium, a Century of Music, een officieel geschenk van het Ministerie van Buitenlandse Handel.
Verwee werkte bovendien intensief samen met de BRT en de BRT Big Band en was als muziekdirecteur en lichtontwerper betrokken bij tal van grote operaproducties zoals Nabucco en La Traviata.
In 2012 werd hij voor de tentoonstelling Beatles, Bombardons en Buuneklakkers gevraagd om zijn Oudenaardse liedjes uit de jaren zestig opnieuw uit te voeren.
Dit trok de aandacht van het stadsbestuur en resulteerde in 2014 in de cd ‘Oudenaarde, een hymne’, een drieluik met twintig liederen. Tijdens de release in CC De Woeker werd hij benoemd tot Ambassadeur van het Oudenaards Dialect.
Dit alles resulteerde in 2022 in de cd en theatercreatie Oudenaarde een Idioticon, geïnspireerd op het Zuid-Oostvlaandersch Idioticon van Isidoor Teirlinck uit 1905.
Op deze uitgave brengt hij oude woorden en lokale geschiedenis tot leven, waarbij zijn goede vriend Marijn Devalck schitterde in de videoclip ‘Largootje voor mijn prinsesje’.
Om het erfgoed van de regio en het Pays des Collines levend te houden, bracht hij in mei 2024 samen met het stadsbestuur van Ronse de cd ‘Ronse in ’t Roonsies’ uit, die te koop is bij de plaatselijke Dienst Toerisme.
Op basis van deze cd creëerde Steef een audiovisueel Tour de Chant-programma dat onlangs zijn première kende in het CC De Ververij te Ronse.
Dit deed hij in samenwerking met Veronique De Tier, vooraanstaand dialectologe van de Universiteit Gent, met wie hij in totaal bijna honderd liederen schreef ter bevordering van de Vlaamse streektalen.
Recent bracht hij samen met pianist Eddy Aelbrecht een nieuwe cd uit met tweeëntwintig instrumentale composities voor klassieke gitaar en piano.
Eddy Aelbrecht genoot zijn opleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel, waar hij orgel, muziekgeschiedenis en harmonie studeerde.
Aan het conservatorium van Antwerpen voltooide hij zijn studies pedagogie en pianobegeleiding
Van 1985 tot 2024 was hij onafgebroken actief als fulltime begeleider en docent muziektheorie en harmonie aan Studio Herman Teirlinck en later aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen.

Hij was tevens een veelgevraagd pianist en docent aan de drama-afdeling van het conservatorium in Gent.
Naast zijn onderwijstaken begeleidde hij vrijwel alle bekende Belgische artiesten en vele internationale namen.
Als geliefd studiomuzikant en pianist was hij vier jaar lang verbonden aan het Casino van Knokke en trad hij wereldwijd op, van Europa tot in Dubai, Abu Dhabi en Pakistan.
Dit gezamenlijke album is geïnspireerd op de filosofie van oude Griekse denkers zoals Plato, Socrates en Epicurus.
De aanleiding hiervoor waren de colleges van de hedendaagse filosoof Johan Braeckman, die Verwée aanzetten om thema’s als ataraxia, deugd en kalmte muzikaal te vertalen.
Elk muziekstuk is opgebouwd vanuit een filosofisch citaat en gekoppeld aan een plant die mogelijk in de tuin van Epicurus groeide.
Het album is beschikbaar via streamingplatformen en als Digifile-cd in boekvorm.
Deze uitgave wordt in de BeNeLux en internationaal verdeeld bij alle boekhandels en muziekzaken, en is tevens bestelbaar via Bol.com, zijn site steefverwee.be of de FB-pagina Steef Verwée Epicurus’garden.
Steef trekt momenteel rond met deze muziek, waarbij hij tussen zijn gitaarcomposities door vertelt en citeert uit het werk van deze oud-Griekse filosofen.

In november 1980 gingen Benny Andersson en Anni-Frid Lyngstad, het tweede echtpaar van de wereldberoemde popgroep ABBA, al feitelijk uit elkaar.
Enkele maanden later, eind februari 1981, werd officieel bekendgemaakt dat hun huwelijk definitief was beëindigd en dat er een scheiding zou volgen.
Deze breuk vond plaats twee jaar na de scheiding van de andere helft van de groep, Björn Ulvaeus en Agnetha Fältskog.
Ondanks deze nieuwe persoonlijke crisis bleef de boodschap vanuit het hoofdkwartier duidelijk: de groep zou in elk geval blijven bestaan en de muzikale samenwerking werd niet beïnvloed door de privéproblemen.
Benny en Frida verklaarden dat hun besluit weloverwogen en in alle sereniteit was genomen.
Ze benadrukten dat het een persoonlijke kwestie betrof en dat zij als volwassenen tot een onderlinge oplossing waren gekomen.
Hoewel het voor de buitenwereld een grote schok was, gaven de groepsleden aan dat de eerdere breuk tussen Björn en Agnetha de werkrelatie binnen de band juist had verduidelijkt, omdat spanningen en wrijvingen uit de weg waren geruimd.
De geschiedenis leek zich nu te herhalen, waarbij de focus volledig op de professionele toekomst van het imperium kwam te liggen.
Tegelijkertijd deden er verschillende geruchten de ronde over de achtergrond van de breuk.
Er werd gespeculeerd over de rol van de Zweedse tv-journaliste Mona Nörklit, met wie Benny een nieuwe relatie zou zijn gestart.
Hoewel intimi aangaven dat deze romance niet de directe aanleiding was voor de scheiding met Frida, zorgde het nieuws voor veel beroering in de media.
Te midden van alle persoonlijke veranderingen bleven de artistieke plannen ongewijzigd, met vooruitzichten op een nieuwe televisieshow voor de Amerikaanse markt en de opname van een nieuwe single in de studio.
Ondanks de breuk bleven ze samenwerken binnen ABBA en brachten ze later in 1981 het album The Visitors uit.
Na de scheiding hertrouwde Benny Andersson al snel in 1981 met Mona Nörklit.


Gisteren nog vandaag
45 jaar geleden, de Vlaamse groep Madou staat voor een opvallende breuk met de traditionele volksmuziek.
Hoewel de kernleden hun sporen verdienden in de formatie Rum, kiezen zij voor een geluid dat volledig geworteld is in de moderne tijd.
De band presenteert zich toen als een collectief dat muziek maakt voor de mensen van nu, wars van de brave en voorspelbare paden die de folkwereld vaak kenmerken.
De muziek van Madou vormde begin jaren tachtig een unieke combinatie in het Nederlandstalige muzieklandschap.
In de melodieën waren de folkinvloeden nog sterk te horen, maar de teksten behandelden het, vaak bittere, leven van nu.
Gebroken relaties en de harde dagelijkse werkelijkheid vormden de thematiek, waaraan de stem van Vera Coomans nog een extra tragische toets toevoegde.
Een derde element was het eerder moderne instrumentarium waarmee de nummers waren gearrangeerd, waardoor de associatie met traditionele folk moeilijk te maken viel.
Wegens het uitblijven van commercieel succes bleef het destijds bij die ene plaat.
Het duurde tot de hernieuwde populariteit van de folk vanaf omstreeks 2000, voordat de muziek van Madou een echte cultstatus kreeg.
In 2005 bracht Vera Coomans met de muzikanten van Jaune Toujours het oude repertoire al eens opnieuw onder de naam Madouce.
Veertig jaar na het ontstaan van de groep kreeg de band echter een definitieve doorstart onder impuls van Thomas Devos en Louis Van de Leest.
In februari 2021 verscheen de nieuwe single Ronquières, in september van dat jaar gevolgd door hun tweede album ‘Is Er Iets?’.
Na een Rewind-concert in de Ancienne Belgique en de single Mooie Dag verscheen op 22 november 2024 hun derde album ‘Engel’.
Tijdens de daaropvolgende tournee door Vlaanderen was vrijwel de volledige bezetting uit 1981 weer van de partij.
Jan Devos zorgde voor heropgevist en nieuw tekstmateriaal, terwijl Wiet Van de Leest de toetsen, viool en strijkersarrangementen voor zijn rekening nam.
Vera Coomans schitterde met een stem die doorheen de jaren alleen maar aan patina heeft gewonnen.
Ook Thomas Devos, zoon van Jan en Vera en bekend van projecten als Rumplestitchkin en Tommigun, sloot zich aan.
Hij bracht vers materiaal aan dat het vuur liet heropflakkeren en maakte nieuwe arrangementen voor de oude songs.
De herwaardering voor de groep bereikte een hoogtepunt in februari 2026, toen Vera Coomans de Lifetime Achievement Award in ontvangst mocht nemen.
In diezelfde maand behaalde hun nummer ‘Niets is voor Altijd’ de vierendertigste plaats in de Belpop 100.
Het succes zet zich voort in 2027 met drie grote concerten: op 27 januari in De Roma in Antwerpen, op 29 januari in de Handelsbeurs in Gent en op 31 januari in Le Botanique in Brussel.
De ticketverkoop voor de concerten in Antwerpen en Brussel is inmiddels van start gegaan (Joepie 1 maart 1981)



