

Gisteren nog vandaag
Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Gisteren nog vandaag
Robin Gibb werd geboren op 22 december 1949 op het eiland Man, samen met zijn tweelingbroer Maurice.
Hij trouwde twee keer en had zes kinderen.
Zijn eerste huwelijk was met Molly Hullis, een secretaresse bij de platenmaatschappij van de Bee Gees.
Ze trouwden in 1968 en kregen twee kinderen: Spencer (1972) en Melissa (1974).
Ze scheidden in 1980 na een lange periode van scheiding.
Zijn tweede huwelijk was met Dwina Murphy, een Ierse schrijfster en kunstenares.
Ze trouwden in 1985 en kregen één kind: Robin-John (1983).
Ze hadden een open relatie en stonden elkaar toe om andere partners te hebben.
In 2008 verwekte Robin Gibb een kind bij zijn huishoudster Claire Yang: Snow Evelyn Robin Juliet Gibb.
Dit veroorzaakte een breuk in zijn huwelijk, maar hij bleef bij Dwina wonen tot zijn dood.
Robin Gibb overleed op 20 mei 2012 aan de gevolgen van darm- en leverkanker. Hij was 62 jaar oud.


Patricia Paay schreef Malibu en ook het nummer The touch die te horen was op B-kant samen met John Volita, een pseudoniem van John van Katwijk. Beide nummers waren ook terug te vinden op haar album Malibu touch.
De arrangementen en de productie waren in handen van Gerard Stellaard.
Het nummer was in Vlaanderen goed voor een twintigste plaats en in Nederland bereikte het nummer de veertiende plaats in de Top 40.
Het nummer bereikte de 14e plaats in de Nederlandse Top 40.

Een van zijn persoonlijkste nummers van Prince was ‘Paisley Park’, dat hij schreef over zijn jeugdjaren in Minneapolis.
In het nummer beschrijft hij hoe hij zich terugtrok in zijn eigen fantasiewereld, waar hij kon ontsnappen aan de problemen van het echte leven.
Hij noemde die wereld Paisley Park, naar het stofpatroon van zijn favoriete sjaal in Kasjmir. Later zou hij zijn eigen studio en platenlabel ook zo noemen.
Prince, wiens echte naam Prince Rogers Nelson was, werd geboren op 7 juni 1958 in Minneapolis, Minnesota.
Hij was de zoon van John L. Nelson, een jazzpianist en songwriter, en Mattie Shaw, een jazzzangeres.
Prince groeide op in een muzikale familie en leerde al op jonge leeftijd verschillende instrumenten bespelen, waaronder piano, gitaar, bas en drums. Hij begon ook al vroeg met het schrijven van zijn eigen liedjes.
Prince maakte zijn debuut als professionele muzikant toen hij 19 jaar oud was, met het album For You, dat hij volledig zelf produceerde, arrangeerde, componeerde en uitvoerde.
Het album werd uitgebracht in 1978 door Warner Bros. Records en bevatte de hit “Soft and Wet”.
Prince ontwikkelde al snel een eigenzinnige en innovatieve stijl, die elementen van funk, rock, pop, soul, R&B en new wave combineerde.
Hij stond ook bekend om zijn flamboyante en androgyne verschijning, zijn seksueel expliciete teksten en zijn artistieke vrijheid.
Met zijn tweede album Prince van 1979 was het duidelijk dat hij een blijver zou blijven.
In de jaren 80 brak Prince dan ook door bij het grote publiek met albums als 1999 (1982), Purple Rain (1984), Sign o’ the Times (1987) en Lovesexy (1988).
Hij scoorde talloze hits, zoals “Little Red Corvette”, “When Doves Cry”, “Kiss”, “Raspberry Beret” en “Cream”.
Hij won ook zeven Grammy Awards, een Oscar voor de beste originele filmsong voor “Purple Rain” en een Golden Globe voor de beste originele filmsong voor “The Song of the Heart”.
Hij kwam te overlijden op 21 april 2016.

Het nummer Beat The Clock dat in 1979 werd uitgebracht hebben ze zelf geschreven en is terug te vinden op het album No. 1 In Heaven.
Het album werd geproduceerd door de legendarische Giorgio Moroder, die ook verantwoordelijk was voor de elektronische sound van het album.
De single was in Vlaanderen goed voor een achtste plaats in de Brt Top 30. In Nederland bereikte ze de vijftiende plaats in de Top 40.
De tekst van Beat The Clock gaat over de druk die de muziekindustrie uitoefent op artiesten om hits te maken in een beperkte tijd.
Ron en Russell Mael begonnen al op jonge leeftijd met muziek maken en werden beïnvloed door artiesten als The Beatles, The Who en Frank Zappa.
Ze staan bekend om hun humoristische, ironische en soms provocerende teksten en hun flamboyante podiumoptredens.
Over hun privéleven is niet veel bekend, behalve dat ze allebei ongetrouwd zijn en geen kinderen hebben.

Het nummer is geschreven door Byron Byrd en Kym Yancey en beide lid van de groep.
Zowel in Vlaanderen als in Nederland bereikte de single niet de hitparade.
Het nummer is ook terug te vinden op hun derde album Sunburn (1978).
Waar ook het mooie nummer I Had A Choice op terug te vinden is.
De Amerikaanse funk groep Sun werd opgericht door Byron Byrd in Dayton, Ohio, in 1976.
De groep nam veelvuldig op voor Capitol Records van 1976 tot 1982.
De groep bestond uit meerdere instrumentalisten en zangers, waaronder Kym Yancey, Chris Jones (later van Dayton (band), Gary King, John Wagner, Hollis Melson en Shawn Sandridge.
Sun scoorde hun eerste hit met “Wanna Make Love (Come Flick My BIC)” van hun debuutalbum Live On, Dream On (1976), waarop ook Roger Troutman en Lester Troutman (van de groep Zapp) meespeelden.
Sun stond bekend om hun soul, R&B, disco, funk, jazz fusion en rock invloeden.
Na hun album Let There Be Sun eindigde de samenwerking met hun platenfirma Capitol Records.
Daarna maakte ze nog één album met als titel Eclipse in 1984 voor de platenfirma Air City Records uit hun thuisstad Dayton.
Tim Visterin werd geboren in Antwerpen op 13 november 1940.
Hij leek in de weg gelegd om boekhouder te worden, maar zijn muzikale ambitie besliste daar uiteindelijk anders over.
Een tijdlang speelde hij mee met de groep The Jokers, alvorens in een Franstalige beatgroep “Roland et les Bémols” te stappen.
Toon Hermans, de legendarische Nederlandse conferencier en liedjeszanger, raadde Tim enkele jaren later aan om zich te laten bijscholen, een raad die de Antwerpenaar opvolgde door aan de Amsterdamse kleinkunstacademie te gaan studeren.
Aanvankelijk wierp hij zich op het cabaretgenre (met de groep “Sjanbaret”), maar de doorbraak kwam er in 1970 met een kinderliedje, namelijk een vertaling van het liedje “Dites-Moi, Monsieur” van de Franse zanger Jean-Claude Darnal als “De Vogel”.
Met medewerking van het Mechelse Onze-Lieve-Vrouw-knapenkoor ( VRT-weerman Frank Deboosere en radiomaker Pat Donnez waren lid van het kinderkoor) dat te horen is in de hit “De Vogel”.werden er van het luisterliedje maar liefst 100.000 exemplaren verkocht in Vlaanderen en Nederland.
Na enkele shows voor het kleine volkje (met onder meer Jean Blaute in de begeleiding) richtte Tim Visterin zijn aandacht toch meer op de zakelijke kant van de muziekbusiness.
Hij deed producties van een aantal Vlaamse artiesten, werd muziekuitgever (lokale vertegenwoordiger van o.m. Mud, The Sweet, Bee Gees …).
In de later jaren zeventig verhuisde hij naar de Verenigde Staten.
In 1991 kwam hij naar Vlaanderen terug en ging werken voor onder meer Centropa (Guy Beyers) en het team achter Helmut Lotti.
Zijn “De Vogel” blijft echter tot de dag van vandaag regelmatig opduiken in allerlei tv- en radioprogramma’s.
Zo vertolkte hij het lied op VTM in “de zomer van” en werd het nummer gecoverd door Danny Wuyts (een van de pianisten van het VRT-spelprogramma “de Notenclub”) in 1999.
“Ach, meneer een mooie vogel wil ik zijn, met sterke vleugels alstublieft, Meneer Merlijn” is dan ook een soort Vlaamse evergreen.
Tim Visterin is op 28 augustus 2018 overleden aan de gevolgen van een infarct.
Visterin werd 77 jaar.


Het nummer Dancing On A Saturday Night bereikte de tweede plaats in de Britse hitparade.
In Vlaanderen was de single goed voor een twintigste plaats in de Brt Top 30 en in Nederland bereikte hij de eenentwintigste plaats in de Top 40.
Het nummer werd geschreven door Barry Blue zelf, samen met Lynsey de Paul, die ook de achtergrondzang verzorgde.
De producer was Gerry Shury, die we leren kennen dankzij zijn samenwerking met Biddu (geboren als Biddu Appaiah) en als lid van The Armada Orchestra.
Dankzij zijn arrangementen werden nummers als Kung Fu Fighting (Carl Douglas), Sugar Baby Love (The Rubettes), I’ll Go Where The Music Takes Me (Jimmy James en Tina Charles) en Right Back Where We Started From (Maxine Nightingale) wereldhits.
Ook schreef hij onder meer de nummers Dance Little Lady Dance voor Tina Charles, That’s The Way Love Grows voor Sweet Dreams (1976) en Jean Terrell (1979), Saving All My Love voor Charity Brown en Guilty voor The Pearls en First Choice (1974)
Het nummer is ook terug te vinden op Barry Blue’s debuutalbum Barry Blue dat in 1974 verscheen.
Zijn tweede single Do You Wanna Dance dat hij samen schreef met Gerry Shury en Ron Roker was succesvoller in Vlaanderen en Nederland.
Zo was de single in Vlaanderen goed voor een negende plaats in de Brt Top 30 en in Nederland een veertiende plaats in de Top 40.
De opvolgers Miss Hit And Run en Hot Shot bereikten niet meer de hitparade.
Als producer of componist werkte hij onder meer samen met Heatwave, Dana, Cheryl Lynn, The Dooleys, Toto Coelo, Bananarama en Amazulu.
Barry Blue bracht een nieuw album uit in 2020, getiteld Songs From The Heart Book. (Joepie 3 oktober 1973)

Hij begon al op jonge leeftijd te tekenen en te schilderen, en bleef dat zijn hele leven doen.
Hij liet zich inspireren door verschillende kunststromingen, zoals expressionisme, surrealisme en popart.
Hij schilderde vooral portretten, soms van zichzelf of van andere muzikanten, maar ook van fictieve personages of historische figuren. Hij gebruikte vaak felle kleuren en geometrische vormen om zijn visie uit te drukken.
Zijn schilderijen werden tentoongesteld in verschillende galerijen en musea over de hele wereld, en werden zeer gewaardeerd door critici en publiek.


Op de muziekschool in Hamburg studeerde hij meerdere muziekinstrumenten: piano, klarinet, saxofoon en accordeon.
Hij begon zijn carrière als saxofonist bij het radio-orkest van Hans Busch in Danzig.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef hij in gevangenschap in Denemarken waar hij verliefd werd op een jonge Deense.
Uit deze relatie werd zijn oudste dochter geboren.
Eveneens tijdens die periode formeerde hij zijn eerste bigband Pik Ass. Na de oorlog ging hij met deze band op de schnabbeltour langs Amerikaanse officiersclubs in Noord-Duitsland.
Aan het eind van de veertiger jaren componeerde en arrangeerde hij hoofdzakelijk voor de NDR en Polydor.
Begin 1952 stapte hij naast Horst Wende als tweede man in bij Polydor/Siemens team als producer.
Voor Freddy Quinn bijvoorbeeld produceerde hij in 1959 Die Gitarre und das Meer, wat een grote hit werd.
Ook bewerkte Kaempfert het Duitse volksliedje “Muss i denn zum Städtele hinaus” dat onder de titel “Wooden Heart” Elvis Presley een wereldsucces opleverde.
Met Wonderland by Night maakte Kaempfert in 1960 zijn grote internationale doorbraak.
In 1961 stond deze hit vijf weken nummer één in de Verenigde Staten.
Dat was de eerste keer dat een Duitser een nummer één-hit had in de VS.

Gisteren nog vandaag
Een andere compositie van hem, Morgen, bereikte eveneens een hoge klassering in de Amerikaanse Top 20.
Zijn absolute top bereikte Kaempfert met het nummer Strangers in the Night, dat door “Ol’ Blue Eyes” Frank Sinatra tot de grootste wereldhit van en voor Kaempfert gezongen werd.
In 1961 was Kaempfert verantwoordelijk voor de opnames van de zanger Tony Sheridan, die werd begeleid door een tot dan toe onbekende band, The Beatles.
Ook neemt Bert Kaempfert met The Beatles de klassieker Ain’t She Sweet en het instrumentale Cry For A Shadow op.
Zijn compositie Afrikaan beat (1962) werd de herkenningsmelodie van het sprookje de Indische Waterlelies geschreven door onze koningin Fabiola in de Efteling, waar het wordt gespeeld door een kikkerorkest en een ganzenensemble.
Het nummer Living it up uit 1963 was de tune van de jeugdserie Kapitein Zeppos.
Bert Kaempfert stierf plotseling op 21 juni 1980, op 56-jarige leeftijd in zijn vakantiehuis op Majorca ten gevolge van een beroerte. (diverse bronnen en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag
Gilbert O’Sullivan schreef het nummer Oh Baby zelf en de productie was in handen van Gordon Mills.
In Vlaanderen bereikte de single de tweede plaats in de Brt Top 30, in Nederland bereikte het nummer maar de achttiende plaats in de Top 40.
Het nummer verscheen op zijn album I’m A Writer, Not A Fighter.

