
Gisteren nog vandaag
Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Gisteren nog vandaag




Gisteren nog vandaag
Het huwelijk tussen popicoon Madonna en acteur Sean Penn was een van de meest spraakmakende en tumultueuze verbintenissen in de showbizzwereld van de jaren tachtig.
Op 16 augustus 1985, de dag dat Madonna haar 27e verjaardag vierde, gaf ze haar jawoord aan Sean Penn.
De ceremonie vond plaats op een landgoed in Malibu, Californië, met uitzicht op de Stille Oceaan.
Het evenement was een sterrenspektakel met gasten als Andy Warhol en Tom Cruise, maar werd getekend door de chaos van overvliegende helikopters van de paparazzi. Penn, die een openlijke hekel had aan de pers, zou zelfs “fuck off” in het zand hebben geschreven, groot genoeg voor de luchtcamera’s.
Hun relatie was intens en gepassioneerd, maar ook erg onstuimig. De media-aandacht en Penns opvliegende karakter zorgden voor constante spanningen.
Na een huwelijk van vier jaar, gekenmerkt door vele hoogte- en dieptepunten, eindigde de relatie. Madonna vroeg in januari 1989 de scheiding aan, die later dat jaar in september officieel werd.


Naast haar zangcarrière was Debbie Harry een waar icoon voor vernieuwing in de kunst, mode en cultuur.
Aan het eind van haar memoires Face it schrijft ze dat ze een verdomd interessant leven heeft gehad.
Dat is allerminst bluf, maar eerder een understatement.
Toen ze op haar eenendertigste doorbrak met Blondie, bewoog ze zich namelijk al jaren in de kringen rond Andy Warhol.
Ook had ze gewerkt als Bunny in een Playboy Club en als serveerster in het legendarische restaurant Max’s Kansas City.
Ze ging op tournee met Iggy Pop en David Bowie, en ontwierp haar eigen podiumoutfits samen met haar jonge vriend Stephen Sprouse, die later zou doorbreken als modeontwerper.
Haar vriendenkring bestond dan ook uit evenveel beeldende kunstenaars, designers en fotografen als muzikanten.
Van het gewelddadige, failliete New York uit de jaren zeventig mist ze vreemd genoeg het straatafval, omdat je daar destijds zoveel mooie spullen in kon vinden.
Op het toppunt van hun roem in 1981 nam Blondie het nummer Rapture op.
Harry rapte hierin, wat een absolute primeur was voor een popsong. De platenmaatschappij haatte het nummer, net zoals ze eerder de discosong ‘Heart of Glass’ verafschuwden; ze zagen de band liever gewoon poprocksongs maken.
Debbie Harry en gitarist Chris Stein waren echter slim genoeg om in zee te gaan met commerciële producers zoals Mike Chapman.
Hij was de man achter de hits van The Sweet, Suzi Quatro, Smokie en Mud, en bekend om de uitspraak dat je hits moet maken als je de muziekwereld instapt.
Blondie was altijd een tikkeltje tegendraads, en hun frontvrouw was dat zeker.
Harry is dan ook niet het type New Yorker dat eindeloos haar ziel laat ontleden bij een psychiater.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
KooKoo het nieuwe gezicht van Debbie Harry (Joepie 12 juli 1981)

Gisteren nog vandaag

In 1981 sprak Paul McCartney openhartig over zijn gezin en stelde hij dat zijn kinderen absoluut niet verwend werden.
Hoewel hij toen al miljoenen op zijn bankrekening had staan, was geld voor hem niet zo belangrijk als men destijds dacht.
Met zijn echtgenote Linda en de kinderen leidde hij een nogal bescheiden bestaan op zijn boerderij in Sussex.
Sommigen noemden het Schotse gierigheid, maar Paul wist wel beter en was bereid om te praten over hun ingetogen levensstijl.
Er werd toen bijvoorbeeld gefluisterd dat de vier kinderen in een en dezelfde slaapkamer sliepen.
Paul bevestigde dit en legde uit dat als de toen driejarige James wat ouder zou worden, ze een derde slaapkamer zouden moeten bouwen, omdat de jongen niet bij de meisjes kon blijven slapen.
Op dat moment was dat echter nog helemaal niet nodig. Ze hielden de kinderen bewust in een slaapkamer, omdat ze een hechte familie wilden zijn.
Paul herinnerde zich dat bij hem thuis in Liverpool vroeger ook alle kinderen in een kamer sliepen.
Hij vond dat reuzegezellig en wilde dat ook voor zijn eigen kinderen, waarbij hij gekscherend de wedervraag stelde of het soms beter was dat kinderen moesten telefoneren om met elkaar te kunnen praten.
Hij maakte heel duidelijk dat de kinderen niet verwend werden.
Hij wilde dat ze een normale jeugd meemaakten. Hij wist dat ze later natuurlijk allemaal rijk zouden zijn, maar wilde vermijden dat ze op die jonge leeftijd al alles kregen wat ze verlangden.
Om beurten maakten de kinderen bijvoorbeeld het ontbijt klaar en er was geen privéchauffeur om hen naar school te brengen, want die taak nam de zanger zelf op zich.
Per week kregen de kinderen twintig Belgische frank zakgeld, wat toen neerkwam op anderhalve gulden, en dat was net genoeg om wat snoep te kopen.
Hun huis was ook helemaal geen super-de-luxe landhuis, iets wat Paul totaal niet nodig vond.
Mensen die daar voor het eerst langskwamen, reden vaak voorbij, omdat ze in de veronderstelling waren dat het slechts de woning van de tuinier was.
Wanneer de kinderen bij vriendjes gingen spelen, kwamen ze weleens thuis met de opmerking dat die vriendjes een veel groter huis hadden dan zijzelf.
Het leek er met andere woorden op dat het gezin geen gebruikmaakte van het immense fortuin.
Paul nuanceerde dit door te zeggen dat ze wel geld uitgaven, maar het gewoon niet zomaar uit de ramen gooiden.
Als voorbeeld gaf hij een reis naar Nice die hij en Linda hadden gemaakt, waarvoor ze een gewoon lijnvluchtticket in tweede klasse hadden geboekt.
Ze waren echter wel met een gehuurd privévliegtuig teruggekeerd, omdat ze per se tijdig weer bij de kinderen wilden zijn.
Geld zagen ze puur als een middel om vrij te zijn en absoluut niet als een manier om in overbodige luxe te baden, want luxe maakte volgens hem simpelweg niet gelukkig.
Waar veel vrouwen met dergelijke financiële middelen kasten vol kleding zouden kopen, was mode voor Linda totaal onbelangrijk.
Paul vertelde dat ze op een bepaalde ochtend een T-shirt, een spijkerbroek en een paar gele kousen droeg.
Het T-shirt had ze zelfs gratis gekregen, de kousen kostten ongeveer tachtig frank en de spijkerbroek was helemaal afgedragen.
Toch stond Paul bij The Beatles in het verleden bekend als de geldmaniak.
Hij gaf ruiterlijk toe dat dit vroeger inderdaad het geval was.
Hij en John Lennon kwamen destijds samen en spraken dan af om een huis, een wagen of een zwembad bij elkaar te componeren.
Bij het schrijven van liedjes dachten ze onmiddellijk aan het fortuin dat het zou opbrengen en zaten ze constant te rekenen.
Maar zodra hij die huizen, wagens en dat zwembad daadwerkelijk bezat, realiseerde hij zich dat geluk niet te koop is.
Zijn bescheiden levensstijl in 1981 zag hij dan ook als een mogelijke tegenreactie op die hectische beginperiode.
Over zijn uiterst succesvolle huwelijk met Linda zei Paul dat hij dit waarschijnlijk aan diezelfde bescheiden levensstijl te danken had.
In de gloriedagen van The Beatles was hij een echte playboy met dure wagens en mooie meisjes, waarbij alles leek te kunnen.
Op een bepaald moment zag hij echter in dat hij diepgang miste in zijn leven. Met een vrouw ging hij naar eigen zeggen niet alleen naar bed; ze moest in de ware zin van het woord ook zijn vriendin zijn.
Linda was zijn allerbeste vriendin en ze pasten wonderwel bij elkaar, juist omdat ze zo verschillend waren.
Ze hadden ooit wel op het punt gestaan om te scheiden, maar na een paar dagen uit elkaar te zijn geweest, realiseerden ze zich dat ze elkaar totaal niet konden missen.
Paul was ervan overtuigd dat hun huwelijk nooit had standgehouden als hij de wilde levensstijl van iemand zoals Rod Stewart had overgenomen.
Hij geloofde stellig dat je geen fuifnummer kon zijn en tegelijkertijd een gelukkig en stabiel huiselijk leven kon onderhouden.
Hij had bewust voor het gezinsleven gekozen, omdat de showbizzwereld een wereld van plastiek was die hij maar al te goed kende, terwijl het huiselijke leven hem echt geluk schonk.
Wat de bewuste boerderij in Sussex betreft, gaat het om Waterfall Estate in Peasmarsh, nabij Rye, een landgoed dat Paul in 1973 had aangekocht.
Oorspronkelijk was dit perceel, vaak aangeduid als Blossom Wood Farm, zo’n zestig hectare of ongeveer 160 acres groot.
In een poging zijn privacy nog beter te beschermen, kocht hij in de jaren daarna grote stukken omliggende landbouwgrond op, waardoor het terrein uitgroeide tot maar liefst 377 hectare of 933 acres.
De woningen op het terrein werden ook flink aangepast.
Het kleine, oorspronkelijke glazen en houten gebouwtje werd vervangen toen Paul zelf aan de keukentafel een nieuw en ruimer huis van rode baksteen met vier slaapkamers ontwierp.
Hij koos er bewust voor om het huis heel sober te houden, met relatief kleine kamers zonder extravagante details, om zo dicht bij zijn afkomst uit de arbeidersklasse te blijven.
Verder voerde hij in 1975 een succesvolle juridische strijd om een openbaar voetpad honderdvijftig meter op te schuiven, verder weg van zijn voordeur.
Jaren later liet hij nog een extra houten lodge bouwen, maar die moest hij later weer afbreken, omdat de vergunningen hiervoor ontbraken.
Deze plek groeide uit tot een enorme, werkende boerderij waar het koppel zich vol overgave wijdde aan biologische landbouw, het fokken van schapen en het houden van paarden.
Verder verbouwt hij er vandaag de dag ook nog gewassen als tarwe, rogge, erwten en zelfs hennep.
Op ditzelfde uitgestrekte terrein, vlak bij een oude molen, liet Paul zijn inmiddels beroemde Hog Hill Mill-studio bouwen, de plek waar hij de decennia daarna in alle rust vrijwel al zijn soloalbums zou opnemen.
De vier kinderen die in 1981 nog knus samen in een kamer sliepen, hebben intussen allemaal een zeer succesvolle eigen carrière opgebouwd.
Jaren na dit interview, in 2003, zou Paul overigens nog een vijfde kind verwelkomen, zijn jongste dochter Beatrice, uit zijn latere huwelijk met Heather Mills.
Heather, die door Paul werd geadopteerd, is de dochter van Linda uit een eerder huwelijk en is een bekende pottenbakker en keramist geworden.
Mary trad in de creatieve voetsporen van haar moeder en is vandaag de dag een gerespecteerd fotograaf, kookboekenschrijfster en voorvechter van Meat Free Monday.
Stella McCartney verwierf wereldwijde faam als topontwerpster met haar eigen uiterst succesvolle en diervriendelijke kledinglijn, een visie die sterk beïnvloed is door de respectvolle waarden van de boerderij in Sussex.
James, destijds een driejarige peuter, koos voor een leven in de voetsporen van zijn vader en bracht als singer-songwriter verschillende albums uit.
Net als zijn vader is James meer dan actief in de muziekwereld.
Zo bracht hij eind mei zijn nieuwe single ‘I’ll Say What I Want To’ uit.
Ook Paul zelf zit niet stil en bracht zeer recent, op 29 mei 2026, zijn nieuwe album ‘The Boys of Dungeon Lane’ uit

George Benson, geboren in 1943, toonde al op zeer jonge leeftijd een uitzonderlijk muzikaal talent.
Als achtjarig wonderkind zong hij al in nachtclubs en op zijn tiende nam hij onder de naam ‘Little Georgie’ zijn eerste platen op.
Hoewel hij zijn carrière als zanger begon, vond hij zijn ware roeping in de jazz, diep geïnspireerd door gitaarlegende Wes Montgomery en saxofonist Charlie Parker.
Zijn reputatie als technisch begaafd gitarist verspreidde zich snel, zeker nadat hij zich op zijn negentiende aansloot bij de band van de bekende organist Jack McDuff.
In deze periode ontwikkelde hij zijn kenmerkende stijl: een vloeiende gitaartechniek gecombineerd met ‘scat singing’, waarbij hij de noten die hij speelde perfect meezong.
Ondanks platencontracten bij labels als Polydor en Motown, bleef de grote commerciële doorbraak echter uit.
Het jaar 1976 bracht daar radicaal verandering in. Benson tekende bij Warner Brothers en bracht het album “Breezin'” uit.
Op aanraden van de producer bevatte het album niet alleen instrumentale stukken, maar ook nummers waarop Benson zong.
Die beslissing bleek een gouden zet. Zijn vocale vertolking van Leon Russells “This Masquerade” werd tegen alle verwachtingen in een wereldhit en een millionseller, wat hem in 1977 de prestigieuze Grammy Award voor Plaat van het Jaar opleverde.
De samenwerking met de legendarische producer Quincy Jones in 1980 verstevigde zijn sterrenstatus.
Het album “Give Me the Night” en de gelijknamige titeltrack, geschreven door Rod Temperton (bekend van zijn werk voor Michael Jackson), groeiden uit tot een wereldwijde funkklassieker.
Het album was een project vol muzikale zwaargewichten, met bijdragen van onder meer Herbie Hancock, George Duke en Lee Ritenour.
Hits als “On Broadway”, “Turn Your Love Around” en “Nothing’s Gonna Change My Love for You” volgden en maakten hem tot een vaste waarde in de hitlijsten.
Vandaag de dag wordt George Benson geëerd als een levende legende. Hij is de winnaar van tien Grammy Awards en een NEA Jazz Master, de hoogste onderscheiding voor een jazzartiest in de Verenigde Staten.
Dat hij nog steeds relevant is, bewijst zijn samenwerking met hedendaagse artiesten zoals Gorillaz op het nummer “Humility”.
Benson toert nog altijd de wereld rond en verkoopt met gemak de prestigieuste zalen uit, van de Royal Albert Hall tot de Hollywood Bowl.
Ook in 2025 staan er nog concerten gepland, waar hij zijn publiek blijft trakteren op de unieke mix van jazzy virtuositeit en de onsterfelijke pophits die hem wereldberoemd hebben gemaakt.

