55 jaar geleden, te gast op het Knokkefestival 1971

In juli 1971 streek het muzikale circus weer neer in het casino voor de Europabeker voor Zangvoordracht, in de volksmond beter bekend als de Knokke Cup of de Knokke-Beker.

Negen landen zongen er destijds hun ziel uit het lijf voor die ene felbegeerde Europese beker.

De Belgische ploeg stond dat jaar onder de bezielende leiding van Jo Leemans, die als kranige ploegleidster meteen haar stempel drukte op het festival.

Toen een Brusselse confrater in de krant durfde te schrijven dat de Belgische ploeg te zwak was, pikte Jo dat absoluut niet.

Ze verhief dan ook prompt haar muzikale stem tegen de journalist en gebruikte daarbij zowat alle noten van de toonladder, tot de bemols toe, om het tegendeel te bewijzen.

Het repertoire dat de twee Belgische meisjes, Micha Marah en Mireille May en Joe Harris, brachten, klonk dan ook geweldig.

Achter de schermen heerste destijds de nodige spanning.

Zo dreigde L. J. Van Rijmenant ermee om de jonge zangeres Micha Marah voortijdig uit de Knokke-Beker terug te trekken.

Hij had namelijk toen een flinke lak aan ploegleidster Jo Leemans. Louis Julien van Rijmenant, zoals zijn volledige naam luidde, stond in het toenmalige artikel gekscherend bekend als de eerlijkste gangster uit België.

Hij was een invloedrijke Belgische songwriter, producer, muziekuitgever en platenbaas die onder verschillende pseudoniemen werkte, zoals Terry Rendall.

Als oprichter van Intervox en president van de Eurovox Music Group drukte hij een grote stempel op de muziekindustrie.

Later zou hij zelfs internationale bekendheid en enorm succes verwerven als de rechtenhouder en promotor van ‘De vogeltjesdans’ van De Electronica’s, die hij wereldwijd op de kaart zette.

Ondertussen liep ook Anton Peters rond in de badstad, die als regisseur en producer al jarenlang de grote man en drijvende kracht achter de Belgische ploeg was.

Samen met zijn echtgenote zocht hij na de muzikale strijd de gezelligheid op in de bar Pimm’s.

Om alle achterklap en corruptie van de baan te vegen, hanteerde de organisatie dat jaar een strikt stemsysteem waarbij de hoogste en de laagste jurywaarderingen wegvielen.

Ondanks die integere opzet zorgden de resultaten voor de nodige discussie.

Roemenië, vertegenwoordigd door Aurelian Andreescu, Mihaela Mihai en Aura Urziceanu, kwam die week glansrijk en ijzersterk uit de strijd en zou uiteindelijk zelfs de overwinning wegslepen.

Hoewel hun beheersing van het nummer Alfie knap was, vroegen critici zich af hoe een zinnige jury hen honderdvijftig punten kon toekennen als hun hele repertoire op diezelfde stijl was gebaseerd.

Spanje, dat het jaar ervoor nog won met onder andere Julio Iglesias, presteerde dit keer juist bijzonder zwak, terwijl de sterke Nederlandse ploeg, gevormd door Lenada ten Haaf, Marco Maas en Ellen Wills, onterecht met heel weinig punten werd bedeeld.

Buiten het officiële wedstrijdprogramma viel er in Knokke gelukkig ook genoeg te beleven.

De harten van het publiek werden gestolen in de 21 Club, waar de JJ-Band en de Hearts of Soul elke avond de ziel uit hun lijf bliezen en zongen.

Op louter objectieve gronden verdienden zij absoluut een extra beker.

Daarnaast stroomde de kuststad vol met bekende radio-dj’s en presentatoren van de BRT. Omdat deze verbale spraakwatervallen moesten verdwijnen bij de zender BRT 1, hadden ze plotseling alle tijd van de wereld om massaal naar Knokke af te zakken en de sfeer op te snuiven.

Jeane Manson: 50 jaar na de doorbraak met haar wereldhit Avant De Nous Dire Adieu.

Jeane Manson werd geboren op 1 oktober 1950 in Cleveland, Ohio.

Ze volgde haar studies aan het Coast College in Californië, waar ze haar grote liefde voor muziek ontdekte.

Haar opvallende uiterlijk trok ook de aandacht van Hugh Hefner, wat ertoe leidde dat ze in augustus 1974 en mei 1977 poseerde voor Playboy.

In 1974 werd ze verkozen tot Playmate van de Maand.

Na slechts kleine rolletjes in Hollywood besloot ze alles op alles te zetten: ze vertrok naar Europa met de droom om daar als actrice, zangeres en model naam te maken.

Om verwarring met de Franse mannelijke naam Jean te voorkomen, paste ze haar voornaam aan tot Jeane.

Jeane was destijds al vegetariër en beoefende veel aan yoga, al zei ze zeker geen nee tegen een glas wijn.

In Frankrijk begon ze al snel rollen te bemachtigen in diverse speelfilms, waaronder de komedie Bons Baisers de Hong Kong in 1975.

Tijdens een gala in 1975 raakte de Franse componist en producer Jean Renard gecharmeerd van haar en werd haar vaste producer.

Hij schreef in 1976 samen met Michel Mallory haar grootste hit ‘Avant de nous dire adieu’,.

Het nummer was zeer succesvol in de Benelux en bereikte de zesde plaats in de BRT Top 30, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de twaalfde plaats behaalde.

De single, ‘Avant de nous dire adieu’, werd wereldwijd meer dan 2 miljoen keer verkocht. Niet slecht voor een debuutsingle, zou ik zeggen.

De daaropvolgende jaren bleef ze scoren met nummers zoals ‘Une femme’, ‘La chapelle de Harlem’ en ‘Vis ta vie’.

In 1979 mocht ze Luxemburg vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival in Jeruzalem met het nummer ‘J’ai déjà vu ça dans tes yeux’, waarmee ze uiteindelijk op de dertiende plaats eindigde.

Gedurende de jaren tachtig en negentig bleef Jeane ontzettend productief. Ze experimenteerde met countrymuziek en gospel, trad regelmatig op in musicals en theatershows en bleef een opvallende persoonlijkheid in de media.

Naast haar veelzijdige talenten was ze ook gewoon moeder van twee dochters.

Haar oudste dochter Shirel trad in haar voetsporen en bouwde eveneens een succesvolle carrière op als zangeres en actrice, onder meer met een opvallende rol in de musical Notre-Dame de Paris.

Jeane bracht in totaal ruim 26 albums uit, haalde meerdere gouden platen en verkocht naar schatting tussen de 24 en 30 miljoen albums en singles.

In haar privéleven was het een emotionele achtbaan.

Ze is vier keer getrouwd geweest: in 1968 met Dave Ghormley, van 1977 tot 1979 met André Djaoui, van 1981 tot 1983 met Robert Viharo en van 1984 tot 1986 met Richard Berry.

Daarnaast had ze relaties met de journalisten Allain Bougrain-Dubourg en Bernard Giroux.

Vanaf 2012 kwam er een zware periode. Jeane raakte verwikkeld in een intense juridische strijd met de Franse belastingdienst.

De situatie escaleerde zo erg dat deurwaarders beslag legden op haar bezittingen.

Ze werd gedwongen haar prachtige Normandische woning te verkopen en haar paarden weg te doen.

Sindsdien woont ze in een klein dorp in Spanje.

Haar financiële problemen werden nog erger door torenhoge advocaatkosten, onder meer door spraakmakende rechtszaken over beschuldigingen van incest.

De Amerikaanse actrice en zangeres raakte in opspraak na beschuldigingen van incest door Coline Berry-Rojtman, de dochter van haar ex-man Richard Berry.

Coline beschuldigde Manson van betrokkenheid bij seksueel misbruik toen zij minderjarig was.

In januari 2021 diende Coline een aanklacht in tegen haar vader Richard Berry en Jeane Manson.

Ze beweerde dat ze in 1984 en 1985 tot seksuele spelletjes werd gedwongen en beschuldigde Manson ervan deel uit te maken van een pedofiele sekte.

Jeane ontkende deze aantijgingen met klem.

Omdat ze de beschuldigingen als leugens beschouwde, spande ze een rechtszaak wegens smaad en laster tegen Coline aan.

Coline werd in eerste instantie in 2022 veroordeeld, maar in juli 2024 werd ze door het hof van beroep in Lyon vrijgesproken.

De zaak kwam daarna voor het Franse Hof van Cassatie.

Eind 2025 oordeelde het Hof dat het arrest over de vrijspraak deels moest worden vernietigd, wat leidde tot nieuwe juridische ontwikkelingen.

Het strafrechtelijke onderzoek naar Richard Berry zelf werd in september 2022 geseponeerd wegens verjaring.

Daarnaast kreeg Jeane ook zware fysieke klappen te verwerken, waaronder een hartaanval tijdens een van haar rechtszaken in Lyon in 2024 – iets wat een enorme wissel trok op haar leven en haar werkkracht.

Ondanks al deze tegenslagen is de nu 75-jarige zangeres nog steeds actief.

Ze treedt regelmatig op, brengt nog nieuwe albums en singles uit.

In 2025 verscheen haar album Encore Une Fois en begin 2026 kwam haar nieuwe jazzalbum Jazz Bleu Nuit uit: een prachtige verzameling herwerkte jazzstandards en klassiekers uit het verleden, met live-elementen en remixes.

Vandaag bereikt het nummer Only Crying van Keith Marshall de eerste plaats in de BRT-Top 30.

In juli 1981 maakte de voormalige tienerster Keith Marshall, ooit de leadgitarist van de groep Hello, een onverwachte comeback met zijn succesvolle hit ‘Only Crying’.

Rond het midden van de jaren zeventig had het in Engeland nog gekrioeld van de teenybopper-groepen, met ‘Mud’, ‘The Sweet’ en ‘The Bay City Rollers’ als de absolute blikvangers.

Zij hadden echter allemaal moeten ondervinden dat de roem in die specifieke tak van de popindustrie vaak van korte duur was.

Kleinere groepjes zoals Kenny, Slik en Hello waren in 1981 al bijna volledig in de vergetelheid geraakt.

Toch had dat verrassende popjaar twee nieuwe namen uit die oude formaties naar voren geschoven.

Midge Ure vond, na een kort verblijf bij the Rich Kids en Thin Lizzy, zijn weg naar Ultravox en loodste die groep naar een wereldhit met Vienna.

En toen dook plots Keith Marshall weer op.

De glorieperiode van Hello had indertijd slechts een jaar geduurd. Toch had dat viertal, dat verder bestond uit Jeff Allen, Vic Faulkner en Bob Bradbury, in die korte tijd enkele prima pophits afgeleverd.

Een leuk detail uit die begintijd is dat Keith zijn bandleden al kende van school en dat ze rond 1971 werden ontdekt door niemand minder dan Rod Argent van de band The Zombies.

Hun single Tell Him behaalde eind 1974 de zilveren status in Engeland.

Het jaar daarop werd New York Groove, een nummer dat was geschreven door Russ Ballard en geproduceerd door de manager van Gary Glitter, Mike Leander, zelfs uitgeroepen tot plaat van het jaar in Duitsland.

Dit sterke nummer werd enkele jaren later in de Verenigde Staten bovendien nog succesvol gecoverd door Ace Frehley van de hardrockband Kiss.

Na nog wat singles en de film Side by Side wilde Hello het serieuzer gaan aanpakken.

Engelse rockjournalisten voorspelden een enorme toekomst voor de enige groep uit dat genre die volgens hen echt wat in zijn mars had, maar het grote publiek haakte onverwachts af.

Nadat hun platenfirma Bell failliet ging, viel definitief het doek voor Hello.

Zo verdween ook de blonde gitarist Keith Marshall, destijds de absolute lieveling van de meisjes, uit de belangstelling.

Een opmerkelijk weetje is dat Keith destijds definitief besefte dat het voorbij was met Hello toen hij in 1979 een stapel platen zat te signeren voor hun fanclub in Duitsland.

Het drong toen tot hem door dat de band louter nog teerde op oud succes bij een kleine, overgebleven groep fans op het vasteland, en dat een nieuwe internationale doorbraak uitgesloten was.

In alle stilte werkte hij daarna verder aan zijn solocarrière.

Tijdens zijn periode bij Hello had hij al enkele eigen nummers geschreven, en daar besloot hij zich aanvankelijk op te concentreren.

Omdat Europa, en in het bijzonder Duitsland, altijd een uitstekend wingewest was geweest voor zijn oude band, richtte hij zijn pijlen op het vasteland.

Noch Keith, noch de Europese fans waren de voorbije successen vergeten.

Zijn allereerste eigen solosingle in Duitsland in 1979, het zelfgeschreven ‘Remember Me’, werd meteen een hit en werd nadien zelfs door Duitse vedetten in hun eigen taal opgenomen.

Omdat platenlabels in Groot-Brittannië niet meteen happig waren om hem een contract aan te bieden, weigerde hij een snelle klim af te dwingen en bleef hij resoluut op de Duitse markt mikken.

Daar toerde hij succesvol met groepen als Racey en Clout, waarna hij pas echt zijn zinnen weer op Engeland zette.

De manager van Keith had inmiddels zijn eigen platenlabel Arrival Records opgericht, en daar bracht hij in het voorjaar van 1981 ‘Only Crying’ uit.

Het was meteen weer raak.

Het wat beklemmende maar uiterst melodieuze nummer bereikte vlot de top tien in Engeland en leidde tot een succesvolle rondreis die hem in onze streken zelfs een nummer één-notering opleverde.

Op 18 juli 1981 bereikte het nummer ‘Only Crying’ effectief de eerste plaats in de BRT-Top 30.

In Nederland was de single eveneens een succes en goed voor een derde plaats in de Top 40.

Dat Keith Marshall helemaal terug was, bewees hij in de zomer van 1981 ook met de release van zijn eerste solo-elpee, waarvoor hij onder andere de muzikale steun had gekregen van Jim Rodford, de bassist van The Kinks.

Daarnaast nam hij ook de rol van producer op zich, onder meer voor de meisjesgroep The Teezers, van wie in diezelfde periode hun debuutalbum, en later zou blijken, hun enige album, The Best Part Of Breaking Up, werd verwacht.

In juli 1981 was Keith precies vijfentwintig jaar oud.

Hij was op 5 juni 1956 in het Londense Hackney ter wereld gekomen als de zoon van Violet en Albert Marshall.

Al op elfjarige leeftijd had hij zich tot de showbusiness aangetrokken gevoeld.

Hij leerde zichzelf gitaar, mondharmonica en een beetje piano spelen, waarna hij zijn kans waagde in het bekende BBC-programma Opportunity Knocks, wat vergelijkbaar was met Ontdek de Ster.

Naast muziek hield Keith destijds enorm van eten, drinken, slapen en zonnebaden, maar hij had een hartgrondige hekel aan reizen per boot of wagen.

Indisch eten droeg zijn absolute voorkeur weg en als er dan toch gedronken moest worden, koos hij het liefst voor een glas Southern Comfort.

Muzikaal gezien bleef hij opkijken naar Russ Ballard en koesterde hij een grote bewondering voor Diana, Presley en Jimi Hendrix.

Keith zocht zijn favoriete filmsterren vooral in vervlogen jaren, met name Errol Flynn en Marilyn Monroe, en dit lijstje werd destijds ongetwijfeld nog aangevuld.

In de zomer van 1981 was het overduidelijk dat Keith Marshall er weer stond, en men hoopte dat er deze keer geen snel afscheid zou volgen.

De nu 70-jarige zanger is nog steeds actief in de muziekwereld, zij het op verschillende manieren.

Tegenwoordig is hij onder andere werkzaam als barista-trainer, muziekverzamelaar en af en toe actief als dj in Dublin.

Daarnaast treedt hij nog op, verzorgt hij muziek in de regio en werkt hij aan eigen muziek.

Kim Carnes was al beroemd voordat ze beroemd werd.

In 1981 werd de stem van Kim Carnes in Amerika omschreven als een geluid dat tegelijkertijd zoet en schor was, vergelijkbaar met gekarameliseerde suiker.

Ze kon destijds inderdaad zeemzoet overkomen, om dan plots rauw uit te pakken.

Dat was destijds goed te horen op Bette Davis Eyes, haar eerste hit in onze hitlijsten.

Kim Carnes weigerde eerst om het nummer op te nemen, maar gelukkig voor haar en voor ons veranderde ze van mening na het horen van de nieuwe arrangementen die geschreven waren door Bill Cuomo.

Het nummer was destijds geschreven door Jackie DeShannon en Donna Weiss en was oorspronkelijk terug te vinden op het album New Arrangements van Jackie DeShannon uit 1975.

De single kwam op 28 maart 1981 de Billboard Hot 100 binnen en stond vanaf 16 mei 1981 negen weken op de eerste plaats.

In Vlaanderen bereikte de single de vijfde plaats in de hitlijst, terwijl de single in Nederland niet verder kwam dan de zeventiende plaats in de Top 40.

Hiermee bereikte de kleine blonde dame destijds eindelijk wat haar jaren daarvoor al was voorspeld.

Collega-muzikanten en journalisten waren het er toen immers al roerend over eens dat ze in de wieg was gelegd voor de status van superster, en met die felbegeerde eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten had ze dat doel op dat moment ook helemaal waargemaakt.

De eerste grote stap werd ruim een jaar daarvoor gezet met de hit ‘Don’t fall in love with a dreamer’, een duet van Kim met Kenny Rogers.

Dat liedje had ze destijds samen met haar echtgenoot Dave Ellingson geschreven.

Kim kende Kenny Rogers trouwens al lang, aangezien ze ooit samen lid waren van de groep The New Christy Minstrels.

Kenny Rogers was daar toen niet de zanger, maar speelde er gedurende een kleine twee jaar contrabas.

Deze groep had een sterk wisselende bezetting.

Andere bekende oud-leden zijn Barry McGuire, die na zijn vertrek in 1965 een wereldwijde hit scoorde met Eve of Destruction, Jerry Yester, die later bij The Lovin’ Spoonful speelde, Gene Clark, die later deel uitmaakte van The Byrds, en Larry Ramos, die later zanger en lid werd van The Association.

Haar eerste solo-hit in Amerika was geen eigen compositie, maar ‘More Love’ van Smokey Robinson.

Uit dezelfde eerdere elpee Romance Dance kwam destijds ook een eigen versie van ‘Cry like a baby’ van de Box Tops.

Grote namen zoals Barbra Streisand, Anne Murray en Rita Coolidge hadden haar nummers toen al vertolkt.

Barbra Streisand heeft zelfs drie verschillende nummers gezongen die door Kim Carnes zijn geschreven: ‘Love Comes from Unexpected Places’, dat Streisand opnam voor haar succesvolle album ‘Superman’ uit 1977,

‘Stay Away’, dat door Streisand werd gecoverd op haar album ‘Songbird’ uit 1978, en later het nummer ‘Make No Mistake, He’s Mine’, wat een bijzonder geval is, omdat dit nummer in 1984 werd uitgebracht als een duet tussen Barbra Streisand en Kim Carnes en terug te vinden is op Streisands album ‘Emotion’.

Anne Murray coverde ‘You’re a Part of Me’, een nummer dat oorspronkelijk door Kim Carnes werd geschreven en uitgebracht op haar titelloze album uit 1975.

Ook Rita Coolidge coverde datzelfde nummer ‘You’re a Part of Me’.

Daarnaast coverden ook grotere namen zoals Don Williams, Engelbert Humperdinck, Kenny Rogers en Tim McGraw nummers van haar hand.

Zelfs Frank Sinatra had al met haar werk te maken gehad; zij en haar echtgenoot herbewerkten en schreven destijds de tekst voor zijn nummer ‘You Turned My World Around’, een compositie van Bert Kaempfert en Herbert Rehbein die Sinatra in 1974 uitbracht als single en die ook te horen is op zijn album Some Nice Things I’ve Missed.

Kim Carnes heeft in haar carrière naar schatting tussen de 10 en 15 miljoen platen verkocht, waarbij albums en singles zijn meegeteld.

Ze heeft 2 Grammy Awards gewonnen uit haar in totaal 8 persoonlijke nominaties.

Tegenwoordig leidt ze samen met haar man een rustig leven in Nashville. Achter de schermen is ze nog altijd actief als songwriter, en ze brengt af en toe nog nieuw werk of een remix uit.

Zo verscheen haar laatste single “If I Was an Angel” in 2023, en bracht ze dit jaar een nieuwe versie van haar klassieker Bette Davis Eyes uit op Spotify.

Over drie dagen, op 20 juli, viert ze haar verjaardag en mag ze 81 kaarsjes uitblazen

Een terugblik op de Canadese zanger Donny Gerrard en zijn titelloze debuutalbum van precies 50 jaar geleden.

Donny Gerrard, voluit Donald Bradford Gerrard, was een Canadese zanger die vooral bekend werd dankzij zijn indrukwekkende, soulvolle stem, waarmee hij zowel als frontman en als veelgevraagd achtergrondzanger een rijke carrière opbouwde.

Hij werd geboren op 19 maart 1946 in Vancouver en begon al als kind te zingen.

Zijn talent werd in 1961 opgemerkt tijdens een kerkelijk evenement, waarna hij als tiener zijn eerste groep oprichtte: Donny Gerrard and the Checkmates.

Na wat omzwervingen, waaronder een periode als bassist in de Night Train Revue en optredens in Las Vegas-lounges, zette hij zijn eerste grote stappen in de muziekwereld begin jaren zeventig als de leadzanger van de pop- en soulband Skylark.

Deze groep, waar ook de latere topproducer David Foster deel van uitmaakte, scoorde in 1973 een hit met het emotionele nummer Wildflower.

Het was vooral de loepzuivere en krachtige vocale prestatie van Gerrard die dit nummer tot een tijdloze klassieker maakte.

Na het uiteenvallen van Skylark halverwege de jaren zeventig, besloot hij zich te richten op een solocarrière.

In 1976 bracht hij op het platenlabel Greedy Records zijn titelloze debuutalbum Donny Gerrard uit.

De arrangementen voor deze plaat werden geschreven door Robert Louis Buchanan, die tevens de productie onder handen nam en dit samen met Henry Grumpo Marx.

Dit album is een prachtige weerspiegeling van zijn veelzijdigheid als zanger en mengt soepele soul, r&b en subtiele popinvloeden tot een elegant geheel.

Naast het grote succes van de single Words (Are Impossible) stonden er nog meer fantastische nummers op de tracklist die zijn bereik perfect benadrukten.

Luisteraars konden wegdromen bij sfeervolle nummers zoals ‘Peace For Us All’, ‘Stay Awhile With Me’, ‘Darlin’ en zijn cover ‘The Long And Winding Road’ van de Beatles, terwijl tracks als ‘Stand Up’ en ‘Greedy (For Your Love)’ juist zorgden voor een fijne, opzwepende energie.

Het geheel liet horen dat Gerrard moeiteloos kon schakelen tussen zwoele ballads en meer dynamische, soulvolle tracks.

De geschiedenis van het bekendste lied van dit album, Words (Are Impossible), begint in 1973 met de Italiaanse zanger Giampiero Anelli, beter bekend als Drupi, die het origineel uitbracht als Vado Via.

Dit werd een aanzienlijk succes in de Lage Landen: het bereikte in Vlaanderen de zeventiende plaats in de BRT Top 30 en werd in Nederland in september 1973 tot Alarmschijf verkozen, waarna het doorstootte naar de zevende plek in de Top 40.

Een jaar later, in 1974, bracht de Amerikaanse soulzangeres Margie Joseph de eerste Engelstalige versie uit, wat haar een hit opleverde in de Amerikaanse r&b-hitlijsten.

Twee jaar later, in 1976, was het de beurt aan Donny Gerrard om er zijn eigen, prachtige draai aan te geven.

Zijn uitvoering gaf zijn expressieve stembanden perfect de ruimte om te schitteren en leverde hem een bescheiden 87e plaats op in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

Hoewel zijn debuutalbum destijds door critici en muziekkenners zeer werd geprezen omwille van de vlekkeloze productie van Buchanan en Gerrards warme stemgeluid, bleef een gigantisch commercieel succes helaas uit.

Tegenwoordig wordt het echter door liefhebbers van zeventigerjaren-soul beschouwd als een vergeten pareltje dat absoluut de moeite waard is om te beluisteren.

Voor zijn tweede album, dat de titel The Romantic kreeg, moesten de fans overigens erg veel geduld hebben; dit verscheen namelijk pas in 1999.

Na zijn avontuur als soloartiest bouwde Gerrard een buitengewoon succesvolle carrière op als sessie- en achtergrondzanger.

Zijn stem was in de decennia die volgden te horen op talloze albums en tijdens optredens van absolute grootheden uit de muziekindustrie, waaronder Elton John, Bruce Springsteen, Bob Seger, Cher en Bette Midler.

Daarnaast dook hij in de jaren tachtig nog op bij bijzondere projecten.

Zo nam hij in 1985 met Amy Holland een duet op voor de soundtrack van de bekende film St. Elmo’s Fire en werkte hij in datzelfde jaar met een hele reeks bekende artiesten mee aan ‘Tears Are Not Enough’, een Canadese benefietsingle om geld in te zamelen voor de hongersnood in Ethiopië.

Bij beide projecten werkte hij overigens weer even samen met zijn oude Skylark-bandgenoot David Foster.

In de latere jaren van zijn leven was hij een onmisbare en vaste kracht in de band van gospel- en soullegende Mavis Staples.

Hij toerde wereldwijd met haar en zijn warme bariton vormde een prachtige aanvulling op haar kenmerkende rauwe stem, wat ook goed te horen is op haar succesvolle albums uit die periode.

Hij was tot aan zijn dood getrouwd met zijn vrouw Myra, met wie hij een zoon, Cooper, had.

Uit een eerdere relatie had hij ook nog een ander kind, namelijk Traie Payne.

Donny Gerrard bleef optreden en zingen tot zijn gezondheid het niet meer toeliet.

Hij overleed op 3 februari 2022 op 75-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker, terwijl hij in een hospice verbleef in zijn woonplaats Santa Fe in de Amerikaanse staat New Mexico.

Britney Spears: van tieneridool tot overlever en creatieve kracht

Als er iemand was die zowel de fraaie als de inktzwarte kanten van de roem kende, dan was het Britney wel.

Ze genoot van enorm succes, maar kreeg ook keiharde klappen te verwerken.

Met het nummer Baby One More Time werd ze op haar zeventiende wereldberoemd; een hit waarin ze zowel onschuld als ontluikende seksualiteit uitstraalde, verpakt in onweerstaanbare bubblegumpop.

Ze verkocht er miljoenen platen mee, meisjes imiteerden haar looks, jongens waren verliefd op haar en ze groeide uit tot een publiekslieveling.

Ze had destijds een relatie met boyband-idool Justin Timberlake, die al net zo braaf leek als zijn toenmalige vriendin.

Haar kuise imago stond echter mijlenver af van haar eigen persoonlijkheid, omdat ze simpelweg niet kon omgaan met de dubbele boodschap die ze uitstraalde.

Aan de ene kant werd haar maagdelijkheid zeer hard ingezet als verkoopstunt door zich voortdurend uit te spreken tegen seks voor het huwelijk, terwijl de wereld aan de andere kant een meisje zag dat steeds meer moeite kreeg om zich zo te gedragen en totaal doorsloeg.

Het werd bijna haar ondergang.

Na een in stomdronken toestand afgesloten bliksemhuwelijk, nog een huwelijk, een scheiding, het kaalscheren van haar hoofd, vechtpartijen en aanrijdingen met paparazzi, drugsgebruik, een opname in een psychiatrische kliniek, ontelbare foute vriendjes en een ondercuratelestelling bij haar eigen vader, ging het in de zomer van 2011 gelukkig weer de goede kant op met de gevallen muziekengel.

Aan die ellendige jaren hield ze wel twee mooie kinderen over die ze koesterde.

Ze had zich herpakt, volgde haar eigen weg in plaats van het pad dat voorheen door anderen voor haar werk was uitgestippeld, en rekende met haar album Femme Fatale definitief af met haar gecompliceerde verleden.

Het meisje was vrouw geworden en met haar nieuwe werk richtte ze zich op een ouder, extravaganter en eigenzinniger publiek. Zingen was nog steeds niet haar allersterkste punt, maar als performer bleef ze onovertroffen.

Het kon dan ook niet anders dan dat het een waanzinnige show zou worden.

Het was geleden van 2004 dat Britney Spears voor het laatst in Vlaanderen en Nederland optrad, maar met haar Femme Fatale-tour was ze eindelijk weer helemaal terug.

De Femme Fatale Tour uit 2011 was commercieel gezien een succes, met een wereldwijde opbrengst van ongeveer 68,7 miljoen dollar.

Haar carrière begon bij Disney, waar ze in haar vroege tienerjaren toetrad tot The Mickey Mouse Club.

Ze had er op haar achtste al auditie gedaan, maar werd in eerste instantie afgewezen omdat ze te jong was.

Barry Manilow raakte door Britney’s breakdown geïnspireerd voor zijn eigen album 15 Minutes.

Britney verkocht meer cd’s dan welke andere tienerpopster ooit: voor haar twintigste gingen er wereldwijd meer dan 37 miljoen over de toonbank.

Op zaterdag 8 oktober 2011 stond ze in het Sportpaleis in Antwerpen en op woensdag 19 oktober 2011 was ze te zien in de Rotterdamse Ahoy.

Haar laatste wereldtournee, met de naam Piece of Me, toerde in de zomer van 2018 door Noord-Amerika en Europa.

Op 15 augustus 2018 gaf ze een volledig uitverkocht concert in het Sportpaleis in Antwerpen.

Er werden die avond 16.787 tickets verkocht. Hoewel Nederlandse fans hoopten op een show in bijvoorbeeld de Ziggo Dome of Rotterdam Ahoy, waar ze in 2011 nog stond, werd Nederland niet opgenomen in het tourschema van 2018.

Veel Nederlandse fans reisden daarom af naar Antwerpen of Berlijn om haar te zien.

Na het beëindigen van haar curatele in 2021 heeft Britney Spears in 2023 haar succesvolle autobiografie The Woman in Me uitgebracht.

Momenteel is ze nauw betrokken bij de ontwikkeling van een verfilming van dit boek door Universal Pictures, onder regie van Jon M. Chu, bekend van de recente bioscoophit Wicked en Crazy Rich Asians.

Liz Meriwether, bekend als bedenker van de hitserie New Girl en haar werk aan The Dropout, is officieel aangesteld om het script te schrijven.

Haar komst brengt een sterke balans tussen emotie en humor naar het project.

Regisseur Jon M. Chu heeft aangegeven dat Britney Spears zelf een grote en actieve rol krijgt binnen het creatieve proces om ervoor te zorgen dat haar verhaal correct wordt verteld.

Interessant is dat Britney Spears via sociale media heeft gedeeld dat de film mogelijk geen standaard, zware biografische dramafilm wordt, maar dat er gekeken wordt naar een fictieve musicalvorm waarin ze zelf ook een rol zou kunnen spelen.

Het is vandaag precies vijf jaar geleden dat de voorverkoop van Drie meiskes uit Gent van start ging.

In dit boek van Petra Rosseau volgen we drie vriendinnen die elkaar dertig jaar geleden leerden kennen op de parking van de Gamma tijdens een concert van De Kreuners.

Die ontmoeting veranderde hun leven voorgoed.

Het resultaat is een hartverwarmend en persoonlijk verhaal vol muziek, backstageverhalen, koude nachten en bovenal een onverwoestbare vriendschap.

De lezer krijgt een unieke inkijk in een stukje belpopgeschiedenis, rijkelijk geïllustreerd met foto’s die destijds werden genomen met hun eerste eenvoudige fototoestellen.

De reacties op het boek zijn lovend.

Zo noemt Rick Tubbax het een bijzonder goed geschreven en meeslepend relaas dat hij in één ruk heeft uitgelezen.

Hij genoot van de rake typeringen en de humor in het verhaal.

Zelfs Walter Grootaers merkte op dat zelfs Ben Crabbé het boek kan waarderen.

Dit succes is te danken aan de unieke dynamiek tussen de drie hoofdrolspelers.

Christelle de Bosschere is de sociale spil van de groep.

Dankzij haar durf en haar uitgebreide netwerk kregen de vriendinnen vaak toegang tot de backstage en kwamen samenwerkingen met namen als Jean Blaute en Rick de Leeuw tot stand.

Natacha van Meenen vormt het creatieve brein.

Hoewel ze inmiddels in Ierland woont en een deel van haar eigen archief verloor, wist zij met haar oog voor vormgeving van alle oude foto’s en herinneringen een prachtig geheel te maken.

Petra Rosseau is de drijvende kracht en organisator.

Met haar scherpe geheugen en haar vlotte pen fungeerde zij als de schrijver die alle avonturen op papier kreeg.

Wanneer hoofd, hart en handen op deze manier samenkomen, ontstaat er iets bijzonders.

Drie meiskes uit Gent is daarvan het levende bewijs: een ode aan vriendschap die garant staat voor urenlang leesplezier.

45 jaar geleden, Making Movies: Mark Knopfler, de loodzware tour en de pijnlijke breuk met broer David

Na het sensationele debuutalbum met de klassieker ‘Sultans of Swing’ was het misschien niet zo vreemd dat de tweede plaat enigszins teleurstelde.

Met Making Movies had Knopfler, de centrale figuur in de band – zich echter ongelooflijk herpakt.

Het geluid bleef herkenbaar als Dire Straits, maar was nu verrijkt met verrassende loopjes, invallen en variaties die men van een muzikant als hij mocht verwachten.

Tijdens de opnames van het derde album Making Movies in New York liepen de spanningen tussen de broers echter hoog op.

Ze konden artistiek en persoonlijk niet meer door één deur.

Na heftige discussies verliet David de band.

Mark nam vervolgens alle gitaarpartijen van David opnieuw op en David werd niet eens vermeld op de hoes van het album.

Sinds het pijnlijke vertrek van David uit Dire Straits in 1980 spreken de twee broers elkaar niet meer.

David heeft in interviews aangegeven dat de situatie een zware schaduw over hun levens en families heeft geworpen.

Hij omschreef het destijds als een situatie waarin ze in de studio met hun ogen naar de vloer gericht liepen en er geen sprake meer van communicatie was.

De diepte van de breuk werd nogmaals pijnlijk duidelijk toen Dire Straits in 2018 werd opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame.

Mark Knopfler weigerde simpelweg te komen opdagen, mede om te voorkomen dat hij met zijn broer geconfronteerd zou worden.

David liet daarop via social media weten dat Mark de reünie en de fans had koudgesteld.

Tot vandaag is het conflict nooit bijgelegd; beide broers hebben hun eigen weg gekozen in de muziek en leven volledig langs elkaar heen.

Terwijl David zijn eigen weg zocht, ploegde Mark met zijn band door een loodzware tour.

Hij had, zoals hij zelf zei, “the road kills me” – en toch wilde hij niets anders.

Elke avond speelde hij alsof zijn leven ervan afhing, puur uit respect voor het publiek.

De fans betaalden immers flink voor een ticket, en een rockband die haar publiek serieus neemt, levert elke avond het beste wat ze in huis heeft.

Op de vraag of ‘Sultans of Swing’ niet begon te vervelen, antwoordde hij dat hij niet elke avond stond te popelen om het te spelen, maar dat het publiek het nummer nu eenmaal wilde horen.

Bovendien zag hij het als een uitdaging om zo’n klassieker elke avond opnieuw fris en levendig te laten klinken.

Tijdens een optreden moet een muzikant talloze, soms sterk uiteenlopende emoties uit zijn instrument en zijn lijf toveren.

Mark vertelde dat het nummer hem nog altijd raakte, omdat hij de intentie erachter kende: hij had het geschreven, erop gezweet, erom gehuild en gevloekt.

Die emoties kwamen terug zodra hij de nummers speelde.

Nummers als ‘Expresso Love’ en ‘Solid Rock’ waren pure krachtexplosies en snelheid.

Hij had geleerd dat je aan zulke songs niet te lang moet sleutelen, anders verlies je het momentum.

De langzamere nummers, zoals ‘Tunnel of Love’, kwamen voort uit een dieper deel van zijn wezen.

Daar had hij weken aan gewerkt, stap voor stap, op zoek naar perfectie – al gebruikte hij dat woord met enige aarzeling.

Zo’n energieverslindende tournee leek funest voor de creativiteit, maar volgens Mark viel dat reuze mee.

Ondanks te weinig slaap, constante geestelijke en lichamelijke ontwrichting en elk gevoel voor tijd en plaats kwijt, was hij voortdurend met muziek bezig: de show moest blijven vlammen, en daarnaast broedde hij al op ideeën voor het volgende album.

Die zou pas echt vorm krijgen zodra hij zijn normale ritme weer terug had.

Destijds was hij een voorstander van snel werken: een album in een week of zes opnemen, gevolgd door een week voor de eindmix. Perfect of niet, het was rock-’n-roll en dat moest vaart hebben.

Op de vraag of ‘Making Movies’ zo goed was geworden omdat de pers ‘Communiqué’ zo zwak vond, antwoordde Mark dat dat onbewust misschien een rol had gespeeld.

Hij had echter nooit gedacht dat ‘Communiqué’ het einde van Dire Straits zou betekenen.

Hooguit een kleine impasse, al was hij daar niet eens zeker van.

Men vergeleek alles altijd met zijn allerbeste nummer, wat hij onterecht vond.

Na het eerste album werd hij de hemel in geprezen, na de tweede onder het tapijt geveegd.

Hij geloofde niet dat het kwaliteitsverschil zo groot was.

Het voordeel was wel dat de derde plaat alleen maar kon meevallen – en volgens pers en publiek was dat in juli 1981 overduidelijk het geval.

Van het legendarische Making Movies (1980) gingen naar schatting 5 tot 7 miljoen exemplaren over de toonbank.

In hun thuisland behaalde de plaat dubbelplatina, goed voor meer dan 600.000 verkochte albums.

In de Verenigde Staten werd het album bekroond met de platinastatus (minstens 1 miljoen exemplaren), terwijl het in Italië in 1981 zelfs het bestverkochte album van het jaar was met meer dan 1 miljoen verkochte stuks.

Het succes van Dire Straits is dan ook indrukwekkend: wereldwijd verkocht de band tussen de 100 en 120 miljoen platen.

Hun absolute meesterwerk Brothers in Arms (1985) is met ruim 30 miljoen exemplaren een van de bestverkochte albums aller tijden.

Mark Knopfler zelf, die in 1949 werd geboren in Glasgow en op zijn zevende naar Newcastle verhuisde, heeft als soloartiest naar schatting 10 tot 15 miljoen albums verkocht, waarbij Sailing to Philadelphia (2000) met meer dan 2,5 miljoen stuks zijn commercieel meest succesvolle plaat is.

De inmiddels 76-jarige muzikant is nog altijd actief, al is hij definitief gestopt met live toeren.

Zijn meest recente soloalbum is One Deep River (2024).

Hij woont al tientallen jaren in Londen, nabij zijn eigen British Grove Studios in Chiswick, en bezit daarnaast een landelijk huis in de regio New Forest waar hij zich regelmatig terugtrekt.

Na zijn vertrek uit Dire Straits in 1980 heeft David Knopfler een constante en productieve solocarrière opgebouwd, waarin hij meer dan 15 soloalbums heeft uitgebracht.

Naast het maken van muziek is hij ook actief als dichter en auteur.

Hij treedt daarnaast sporadisch op en werkt nauw samen met zijn vaste producer en muzikant Harry Bogdanovs.

Deze maand, op 4 juli 2026, bracht hij de single Tell Me Something uit, een samenwerking met de Britse singer-songwriter Colin Goodger.

Dire Straits, als van ouds (Veronica, 15 juli 1981)

Het is inmiddels alweer 45 jaar geleden dat Elton John het nummer Nobody Wins uitbracht, afkomstig van zijn album The Fox uit 1981.

Voor zover ik weet, was het de eerste keer dat Elton zich waagde aan een Franstalige cover.

Het origineel, ‘J’veux d’la tendresse’, werd geschreven door Jean-Paul Dreau en destijds gezongen door de Franse zangeres Janic Prevost.

Op uitdrukkelijk aandringen van Elton voorzag zijn toenmalige schrijfpartner Gary Osborne de track van een Engelse tekst.

Het resultaat is een aangrijpend nummer dat de scheefgegroeide verhoudingen in het mislukte huwelijk van zijn ouders beschrijft, en de diepe impact die deze situatie op hem had.

Een leuk detail is dat Elton het nummer ook met de originele Franse tekst heeft opgenomen; deze versie werd uitsluitend in Frankrijk op single uitgebracht.

Het was overigens niet de eerste keer dat Elton John in het Frans zong.

Een jaar eerder, in 1980, scoorde hij in Frankrijk al een enorme hit met de Franstalige duetten ‘Les Aveux’ en ‘Donner Pour Donner’, samen met de Franse zangeres France Gall.

Die nummers waren destijds echter speciaal voor hen geschreven door Michel Berger en Bernie Taupin.

The Fox wordt vaak beschouwd als een minder commercieel en daardoor sterk ondergewaardeerd album in zijn repertoire.

Voor mij persoonlijk behoort het echter tot zijn absolute topwerk.

Dat kan ook haast niet anders, zeker met het prachtige eerbetoon aan ons land in de vorm van het nummer ‘Just like Belgium’, voor mij het absolute meesterwerk van de plaat.

Dit vrolijk klinkende popnummer is voorzien van een sterk nostalgische tekst van zijn vaste schrijfpartner Bernie Taupin over maatschappelijke buitenbeentjes die troost bij elkaar zoeken.

De tekst leest tegelijkertijd als een vluchtig, weemoedig reisverslag over de herinneringen aan een jeugdige, ietwat wilde trip naar Brussel. Taupin beschrijft heel specifieke beelden, zoals het rondhangen op de trappen van het museum als zorgeloze avonturiers, het kopen van souvenirs met de laatste paar franken, en de ruwere kant van het nachtleven met goedkope kroegen, straatprostituees en opstootjes in de rosse buurt.

In het nummer wordt die herinnering bovendien gebruikt als een metafoor.

De zanger bevindt zich in een situatie met een vrouw die afstandelijk, chaotisch of berekend overkomt, waardoor hij zingt dat haar gedrag hem precies doet denken aan dat rauwe België van toen.

Het is in de kern een lied over reisherinneringen, vervlogen jeugd en de prijs die je betaalt wanneer je een beetje buiten de lijntjes kleurt.

Wat de opname muzikaal extra interessant maakt, is dat de Franse actrice Colette Bertrand een gesproken stukje toevoegt en Jim Horn een opvallende saxofoonsolo speelt.

Hoewel het buiten de Verenigde Staten destijds als tweede single werd uitgebracht, wist het geen notering in de BRT Top 30 te bemachtigen. Trouwens, ook in Nederland bereikte de single de Top 40 niet.

Een mooi detail in de popgeschiedenis is nog dat het nummer eigenlijk was geschreven met Rod Stewart in gedachten.

Toen hij het echter afwees, besloot Elton John er zelf mee aan de slag te gaan.

Daarnaast staat het album vol met andere pareltjes.

Zo is er Carla/Etude, een schitterend klassiek instrumentaal stuk dat hij componeerde als eerbetoon aan zijn toenmalige vrouw Carla.

Deze compositie vloeit naadloos over in Chloe, een werkelijk heerlijke vocale ballad.

Tot slot is er Elton’s Song, een nummer met een zwaar strijkersarrangement.

Voor dit muzikaal briljante nummer schreef Elton de muziek, terwijl de tekst werd geleverd door de Britse zanger en bekende voorvechter van LGBTQ-rechten Tom Robinson.

Het nummer gaat over een tienerjongen die ontdekt dat hij homoseksueel is en in het geheim worstelt met een diepe verliefdheid op een oudere jongen bij hem op school.

De tekst beschrijft heel puur en kwetsbaar de verwarring, de eenzaamheid en het onbeantwoorde verlangen dat bij zo’n verborgen liefde komt kijken.

Omdat homoseksualiteit, en zeker de ontdekking daarvan door een jongere in een schoolomgeving, in die tijd nog een behoorlijk taboe was, bracht het nummer aanzienlijke controverse met zich mee.

Dit werd nog versterkt door de bijbehorende videoclip, geregisseerd door Russell Mulcahy.

Deze video bracht de verhaallijn van de tekst duidelijk in beeld, wat er destijds voor zorgde dat zenders zoals de BBC weigerden om de clip uit te zenden.

Ondanks deze censuur en het feit dat het geen commerciële hit werd, wordt het nummer vaak geprezen om de eerlijke, emotionele lading en de moedige keuze om dit onderwerp in het begin van de jaren tachtig zo openhartig aan te snijden.

In de zomer van 1976 deelde Elton John in de Joepie heel wat persoonlijke weetjes, die een fascinerende mix vormden van waargebeurde feiten, lichte overdrijvingen en zijn typische droge humor.

Hij had toen een heel duidelijke droomwens: hij wilde ooit Elvis Presley persoonlijk ontmoeten.

Opvallend genoeg is dat vlak voor de publicatie van dit lijstje ook echt gelukt.

Op 27 juni 1976 woonde Elton samen met zijn moeder een concert van The King bij in Maryland en werd hij na de show backstage uitgenodigd.

Het werd echter een trieste ervaring, want Elvis was toen al fysiek enorm afgetakeld.

Elton vertelde later in interviews dat de ontmoeting hem diep raakte en dat hij huilde, omdat hij besefte dat het niet lang meer goed zou gaan met zijn grote idool.

Ondanks dat verdrietige moment had zijn eigen sterrenstatus hem toen al ver gebracht, want een paar jaar eerder was hij als speciale gast uitgenodigd voor een diner bij prinses Margaret.

Op muzikaal vlak zong hij destijds liever dan dat hij nummers schreef, en hij was volop bezig met het nemen van gitaarlessen.

Hoewel hij zelf geen noten kon lezen, koesterde hij grote ambities.

Zo wilde hij dolgraag een duo-album vol liefdesliedjes opnemen met Kiki Dee. Dat klopte overigens helemaal met de realiteit, want die wens resulteerde exact in die periode in de gigantische wereldhit ‘Don’t Go Breaking My Heart’.

Verder wilde hij zich graag verdiepen in de countrymuziek, beweerde hij de grootste platenverzameling ter wereld te bezitten en luisterde hij naar klassieke muziek om te kalmeren als hij zenuwachtig was.

Zijn favoriete componist in die tijd was Randy Newman.

Elton had een uitgesproken levensstijl met opmerkelijke voorkeuren en afkeren.

Hij had een hekel aan vliegen en reisde veel liever met de trein, deels door zijn hoogtevrees.

Hij had een bloedhekel aan scheerapparaten en verafschuwde alles wat met plastic en namaak te maken had.

In plaats van zich in het nachtleven te storten of feestjes af te schuimen, ging hij liever vroeg naar bed, steevast aan de rechterkant, om er vroeg weer uit te komen.

Hij rookte niet en begon elke ochtend met het slikken van vitaminen.

Daarnaast was hij dol op de zon, kookte hij ontzettend graag en was hij een echte zoetekauw met een zwak voor chocolade en vruchtensap.

Urenlange telefoongesprekken voeren was een favoriete bezigheid.

Als hij een dochter zou krijgen, vond hij Umbrella de mooiste meisjesnaam, al klinkt dat veeleer als een typisch plagerijtje tijdens een interview.

Dat geldt wellicht ook voor zijn bewering dat hij erg bijgelovig was en exact 96 boeken over de Tweede Wereldoorlog had, al was hij wel een enorme filmliefhebber met Katharine Hepburn als favoriete actrice.

Het geld dat hij verdiende, spendeerde hij het liefst aan kunstwerken.

Ook had hij de luxueuze gewoonte om alles in het dubbel te kopen voor zijn verschillende peperdure huizen, een extreem koopgedrag dat destijds beroemd en berucht was.

In zijn Engelse stulpje had hij in elke kamer een kleurentelevisie staan.

Mensen verraste hij het liefst met honden als geschenk.

Zijn eigen vrienden waren erg belangrijk voor hem.

Tot een paar maanden voor juli 1976 woonde hij op nog geen honderd meter van zijn beste vriend Alice Cooper, totdat diens woning afbrandde, een hechte vriendschap die doorheen de jaren goed gedocumenteerd bleef.

Acteur Steve McQueen was dan weer een van Eltons grootste fans.

De zanger, die al op negentienjarige leeftijd het ouderlijk huis had verlaten, zat destijds vol veranderingen.

Hij had net een haartransplantatie achter de rug om zijn beginnende kaalheid te bestrijden en had even overwogen om onder een andere naam te gaan optreden.

Omdat hij niets geschikts bedacht, liet hij dat plan uiteindelijk varen.

Al deze feitjes en aangedikte details samen gaven uiteindelijk een verrassend sfeervol beeld van de flamboyante popster die hij in dat decennium was.

40 jaar geleden, Madonna met haar hit ‘Papa Don’t Preach’.

De videoclip bij Papa Don’t Preach uit 1986 is een legendarisch moment in de carrière van Madonna en markeerde een belangrijke stijlverandering.

De regie van de videoclip was in handen van James Foley, die destijds ook de clip voor Live to Tell regisseerde.

In de video introduceerde Madonna een nieuwe look die bekend kwam te staan als de gamine-stijl, geïnspireerd op actrices als Audrey Hepburn en Shirley MacLaine.

Dit was een bewuste breuk met haar eerdere imago van zware make-up en opzichtige sieraden.

Ze droeg kort, platinablond haar en een atletisch, gespierd figuur, vaak gekleed in eenvoudige jeans of een zwarte bustier met capribroek.

Een opvallend element is het T-shirt dat Madonna in de clip draagt met de tekst Italians Do It Better.

Dit was een duidelijke verwijzing naar haar eigen Italiaanse afkomst en droeg bij aan het rebelse, maar zelfverzekerde imago dat ze wilde uitstralen.

De rol van de vader in de clip werd gespeeld door de bekende acteur Danny Aiello.

De clip wisselt af tussen scènes waarin Madonna als tomboy door het leven gaat en momenten waarin ze een meer volwassen, sensuele kant van zichzelf laat zien terwijl ze danst in een verduisterde studio.

Deze afwisseling benadrukte de innerlijke strijd van het personage in het nummer: een tiener die geconfronteerd wordt met een onverwachte zwangerschap en een besluit moet nemen waarvoor ze de goedkeuring van haar vader zoekt.

De videoclip veroorzaakte, net als het nummer zelf, veel maatschappelijke discussie.

Door het onderwerp tienerzwangerschap en de keuze om het kind te houden, werd het nummer door verschillende groepen verschillend geïnterpreteerd.

Terwijl sommige conservatieve groepen de pro-life-boodschap in de video prezen, zagen feministen en andere organisaties het als een gevaarlijke verheerlijking van tienerzwangerschappen.

Madonna zelf hield zich op de vlakte en benadrukte vooral dat het nummer ging over een meisje dat voor haar eigen keuzes durft te staan en de band met haar vader wil behouden.

De single was in Vlaanderen goed voor een eerste plaats in de BRT Top 30 en dat voor drie weken lang. In Nederland bereikte het nummer de tweede plaats in de Top 40.

Brian Elliot baseerde de tekst op tienerroddels en gesprekken die hij hoorde buiten zijn opnamestudio in Los Angeles, waar schoolmeisjes vaak even stopten om hun haar te doen en te kletsen.

In eerste instantie schreef Elliot het nummer voor een zangeres genaamd Christina Dent.

Zij werkte toen vooral als backing vocal in de platenstudio.

In 1980 was ze lid van de groep The Friends Band.

Andere leden van deze groep waren Barbara Paige, Deborah Morton, Larry Fulcher, Peter Dobson, Ron Rhoades en Ruthie Lewis.

Deze groep heeft één album uitgebracht met als titel ‘All Kinds Of People In Every Room’ in 1980.

Een platenbaas van Warner Bros. hoorde de demo en vond dat het perfect bij Madonna paste.

Madonna paste na ontvangst kleine delen van de songtekst aan. Ze bracht het in de zomer van 1986 uit als de tweede single van haar succesvolle derde studioalbum, True Blue.

40 jaar geleden, de klacht van Pa (Danny Aiello)

Danny Aiello begon pas op latere leeftijd met acteren. Om in zijn levensonderhoud en dat van zijn gezin te voorzien, werkte hij aanvankelijk in uiteenlopende functies, zoals bij een busdienst en als uitsmijter in een nachtclub.

Pas rond zijn veertigste kreeg hij voet aan de grond in de acteerwereld en in 1973 beleefde hij zijn filmdebuut, onder meer in Bang the Drum Slowly.

In de jaren daarna bouwde Aiello een veelzijdige carrière op in films, op televisie en in het theater.

Halverwege de jaren zeventig maakte hij diepe indruk in Chicago met een rol in het toneelstuk That Championship Season van Jason Miller, wat hem verschillende prijzen en nominaties opleverde.

In 1981 werd zijn werk voor televisie bekroond met een Daytime Emmy Award voor zijn vertolking in ‘A Family of Strangers’.

Zijn grote doorbraak op het witte doek volgde in 1987, toen hij de verloofde van Cher speelde in Moonstruck.

Twee jaar later volgde zijn iconische rol als pizzeriaeigenaar Sal in de film Do the Right Thing van Spike Lee, een prestatie die hem een nominatie voor een Academy Award voor beste mannelijke bijrol opleverde.

Aiello speelde ook de rol van de vader in de bekende videoclip van Madonna bij het nummer ‘Papa Don’t Preach’.

Hij was zo overtuigd van zijn personage dat hij later een antwoordnummer uitbracht onder de titel ‘Papa Wants the Best for You’, waarin het verhaal vanuit het perspectief van de vader werd verteld.

Er waren plannen voor een videoclip bij dit nummer, maar omdat Madonna weigerde haar rol als dochter opnieuw te spelen, werd voor de video een dubbelganger ingezet (Joepie 12 oktober 1986).

Meer dan 35 jaar geleden, dankzij de hulp van Jools Holland, scoorden de Fine Young Cannibals een hit met hun nummer Good Thing.

Het nummer verscheen in 1989 op het gigantisch succesvolle album The Raw and the Cooked, en de tijdloze energie ervan blijft na al die decennia volledig overeind.

Het nummer is geschreven door David Steele en Roland Lee Gift.

Jools Holland nam voor Good Thing de iconische boogie-woogie-pianopartij voor zijn rekening.

Het was precies deze opzwepende, ritmische en virtuoze piano-inbreng die het nummer zijn kenmerkende retro soul-vibe gaf.

In combinatie met het unieke en direct herkenbare stemgeluid van frontman Roland Gift zorgde het pianospel van Holland voor een onweerstaanbare dynamiek.

Deze samenwerking bleek een schot in de roos, want de single schoot wereldwijd naar de top van de hitlijsten en bereikte zelfs de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

Ook in de Lage Landen wist de single door te dringen tot de hitparades. In Vlaanderen bereikte het nummer de dertiende plaats in de Ultratop 50. In Nederland deed het nummer het minder en strandde het daar op de zesentwintigste plaats in de Top 40.

Good Thing versterkte de reputatie van de Fine Young Cannibals als een van de meest stijlvolle en vernieuwende groepen van die periode.

Tot op de dag van vandaag blijft de aanstekelijke melodie die Jools Holland uit zijn toetsen toverde een perfect voorbeeld van hoe de expertise van een meesterlijke gastmuzikant een sterk nummer kan transformeren tot een onbetwiste popklassieker.

De invloed van deze specifieke pianopartij reikt overigens verder dan alleen de hitlijsten.

Dankzij dit nummer verklaarden jonge pianotalenten, zoals de destijds zestienjarige Jack Carter, serieus piano te zijn gaan spelen na het horen van Good Thing.

De nu 41-jarige Jack Carter heeft van zijn jeugdpassie zijn beroep gemaakt. Hij werkt als professioneel sessiemuzikant, keyboardspeler en arrangeur in de Britse muziekscene.

In plaats van solo-optredens tourt hij al jaren op grote Europese festivalpodia en in studio’s als de vaste toetsenist en achtergrondzanger voor bekende pop- en soulartiesten, waaronder JP Cooper.

Voor Jools Holland zelf was het schrijven van deze partij een betekenisvol moment, waarbij hij geïnspireerd werd door de memorabele pianolijnen van nummers zoals Lady Madonna van The Beatles.

Vandaag is het exact vijfentwintig jaar geleden dat Herman Brood een einde aan zijn leven maakte.

Herman Brood, die op 11 mei 1946 in Zwolle het levenslicht zag, begon zijn muzikale carrière in 1964.

Hij vergaarde grote roem met zijn begeleidingsband Wild Romance, wat leidde tot hits als Saturday Night, Still Believe en Never Be Clever.

Ook scoorde hij in 1984 een groot succes met het nummer “Als je wint”, een samenwerking met voormalig Doe Maar-bassist Henny Vrienten.

In zijn latere jaren verlegde hij zijn focus en was hij voornamelijk actief als beeldend kunstenaar.

Op persoonlijk vlak was hij in 1968 vader geworden van zijn zoon Marcel Buissink, die werd geboren na een onenightstand met het Groningse model Tekie Buissink.

Op 18 juli 1985 werd zijn dochter Lola geboren.

In 1994 kreeg zijn toenmalige vrouw Xandra Jansen een dochter, Holly Mae Brood, van wie Herman overigens niet de biologische vader was.

Tegen het jaar 2001 was zijn lichaam volledig uitgeleefd door een leven vol genotmiddelen.

Brood gebruikte sinds zijn zeventiende speed, een middel dat energie geeft, maar tevens voor de afbraak van het lichaam zorgt.

Voor de juiste balans dronk hij daarnaast dagelijks zo’n twee liter sterke drank of mierzoete likeur.

Doorgaans sliep hij telkens één op de twee nachten.

Hoewel hij na dertig jaar met succes was afgekickt van zijn speedverslaving en drugs hem weinig effect meer gaven, bleek het onmogelijk om definitief met alles te stoppen.

Zijn alcoholconsumptie nam duizelingwekkende proporties aan, waardoor zijn voorheen schijnbaar onverwoestbare gezondheid in een razend tempo verslechterde.

Dit alles leidde tot de tragische beslissing op 11 juli 2001, toen de vierenvijftigjarige Brood om 13.28 uur van het Amsterdamse Hilton Hotel sprong.

In zijn binnenzak droeg hij een afscheidsbriefje met de tekst: “Xandra & alle skatjes, Deze snelheid in plaats van opbranden dat laat ik aan de crematie over. … Rous door zoals ik deed… en treur niet ! maak er een feest van. Ik zie jullie nog weleens. Ik ga nu bungy zonder elastiek. Genade – pappa “

Naast zijn bekende hits en turbulente levensstijl zijn er nog enkele opvallende details over deze unieke artiest.

Zo was hij opmerkelijk genoeg kleurenblind, wat meteen zijn voorkeur voor ongemengde, heldere primaire kleuren in zijn schilderijen verklaart.

Hij beperkte zijn kunst overigens niet tot traditionele doeken, maar beschilderde ook auto’s, bussen, trams en talloze muren in zijn volstrekt eigen stijl.

In 1979 haalde hij bovendien de internationale pers door een kortstondige en uiterst spraakmakende romance met de Duitse punkzangeres Nina Hagen, een relatie die destijds door velen als een slimme publiciteitsstunt werd gezien.

Om hun film te promoten, want in het echt is er nooit een romance geweest en zeker geen huwelijk.

Voordat hij de gevierde frontman van zijn eigen Wild Romance werd, maakte hij ook nog deel uit van de succesvolle en invloedrijke bluesband Cuby & the Blizzards, een periode die cruciaal bleek voor zijn verdere muzikale ontwikkeling.

Cha Cha: een stunt die de kranten haalde

Cha Cha haalde destijds de voorpagina’s van alle grote kranten en vormde het gesprek van de dag.

Dit kwam vooral door het huwelijk dat destijds tussen Herman Brood en Nina Hagen plaatsvond.

Achteraf bleek het een opzet van de manager van Brood te zijn om op die manier zijn film onder de aandacht te brengen.

Hoewel de film door deze publiciteitsstunt volop in de belangstelling stond, bleef een groot commercieel succes in de bioscoop uit.

De regie van de film was in handen van Herbert Curiel en de hoofdrollen werden vertolkt door Herman Brood, Nina Hagen en Lene Lovich.

De bijrollen waren weggelegd voor Ramses Shaffy, Simon Vinkenoog, Dolf Brouwers, Ko van Dijk, Nelly Frijda, Jules Deelder en de Amsterdamse Hells Angels. (Hitkrant Juni 1979)

46 jaar geleden, wedstrijd met Herman Brood in de Hitkrant

Het is inmiddels al vijfentwintig jaar geleden dat Kylie Minogue de wereld veroverde met haar gigantische hit Can’t Get You Out Of My Head.

Dit aanstekelijke nummer werd geschreven door de Britse zangeres, componiste en producer Cathy Dennis, samen met oude rot in het vak Rob Davis.

De wat oudere muziekliefhebbers zullen Davis misschien nog wel herkennen uit zijn tijd als gitarist van de legendarische Britse glamrockband Mud.

De samenwerking bleek een schot in de roos, want de single veroverde moeiteloos de eerste plaats in de Vlaamse Ultratop 50 en wist die positie maar liefst zes weken lang vast te houden.

In de BRT Top 30 deed het nummer het zo mogelijk nog beter door daar maar liefst acht weken lang de absolute eerste plaats te bezetten.

Eveneens in Nederland en in vrijwel de rest van de wereld domineerde het nummer de hitlijsten en behaalde het overal de nummer één-positie.

De pers was destijds laaiend enthousiast over deze fenomenale comeback en schreef dat Kylie er weer helemaal mocht zijn.

Het kon inderdaad verkeren, want nog niet zo heel lang daarvoor werd ze gezien als een simpel tienersterretje met zo weinig geloofwaardigheid dat zelfs de Joepie of de Hitkrant er zijn neus voor zou ophalen.

Ze onderging echter een indrukwekkende transformatie tot een ware vamp en bouwde aan een heel nieuw imago.

Ze had een spraakmakende relatie met INXS-frontman Michael Hutchence, zong een onvergetelijk duet met Nick Cave, werkte samen met de Manic Street Preachers en nam muziek op met Robbie Williams.

Haar geloofwaardigheid steeg naar zulke grote hoogten dat popkoningin Madonna destijds zelfs met een T-shirt met de naam van Kylie erop rondliep.

Om haar nieuwe, zelfverzekerde imago nog wat extra in de verf te zetten, poseerde ze in die periode regelmatig met zo min mogelijk kleding aan voor diverse vooraanstaande fotografen.

Naast deze opmerkelijke feiten over haar megahit en transformatie, is de carrière van de Australische zangeres rijk aan nog veel meer bijzondere details.

Wat veel mensen zich wellicht nog herinneren, is dat ze haar doorbraak niet in de muziek beleefde, maar als actrice in de populaire Australische soapserie Neighbours.

Daar vertolkte ze de rol van de stoere monteur Charlene Robinson, en haar bruiloft op het scherm met Jason Donovan behoort nog altijd tot de best bekeken televisiemomenten uit die tijd.

Het beroemde en onweerstaanbare la-la-la-gedeelte uit Can’t Get You Out Of My Head was overigens in eerste instantie bedacht als een tijdelijke opvulling voor de melodie, maar bleek zo aanstekelijk dat het ongewijzigd werd behouden en uitgroeide tot de grootste hook van het decennium.

Ook de futuristische muziekvideo, geregisseerd door Dawn Shadforth, droeg enorm bij aan het wereldwijde succes.

In deze clip is Kylie onder meer te zien in een sportieve wagen tegen een futuristische achtergrond en voert ze samen met haar dansers een strakke choreografie uit, bedacht door Michael Rooney, die hiervoor in 2002 zelfs een MTV Video Music Award voor Best Choreography won.

Minstens zo memorabel was haar kleding in de clip: een uiterst opvallende witte jumpsuit met diepe uitsnijdingen en een kap, speciaal voor haar ontworpen door de Londense modeontwerpster Fee Doran onder het label Mrs Jones.

Bovendien is Kylie niet de enige ster in de familie; haar jongere zus Dannii Minogue heeft eveneens een enorm succesvolle carrière opgebouwd als zangeres en televisiepersoonlijkheid.

Misschien wel het meest bewonderenswaardige aan Kylie is haar immense veerkracht, want na een zware strijd tegen borstkanker in 2005 keerde ze wonderbaarlijk snel en succesvol terug naar het podium om haar unieke status in de popmuziek verder voort te zetten.

Dat de inmiddels 58-jarige zangeres nog absoluut geen zin heeft om te stoppen met haar passie, bewees ze onlangs nog maar eens.

Op 1 juli van dit jaar bracht ze namelijk in samenwerking met Snow Control de nieuwe single ‘These Alarm’ uit.

Ook op andere vlakken blijft ze volop actief, want ook dit jaar verscheen er een gloednieuwe documentaire over haar leven op Netflix, simpelweg getiteld Kylie.

Na bijna dertig jaar in Londen te hebben gewoond, is ze inmiddels teruggekeerd naar haar roots en geniet ze tegenwoordig van het leven in haar thuisland Australië, waar ze zich nabij Melbourne heeft gevestigd.