De Canadees-Amerikaanse actrice en sopraan Deanna Durbin, geboren als Edna Mae Durbin.

Al op jonge leeftijd veroverde Deanna Durbin de wereld.

Tegen de tijd dat ze eenentwintig jaar oud was, mocht ze zich de bestbetaalde vrouwelijke filmster ter wereld noemen.

Haar ongekende talent bleef niet onopgemerkt, want in 1938 werd ze bekroond met een speciale Academy Juvenile Award, ook wel de kinder-Oscar genoemd, voor haar grensverleggende bijdrage aan het witte doek.

Naast haar succes als actrice oogstte ze veel lof met haar klassieke crossover-muziek.

Ze verkocht miljoenen platen met prachtige vertolkingen van zowel populaire liedjes als operastukken, waaronder het bekende ‘Un bel dì, vedremo’ uit de opera Madama Butterfly.

Wat veel mensen niet weten, is dat haar debuutfilm uit 1936, ‘Three Smart Girls,’ zo’n gigantisch kassucces was dat het de beroemde filmstudio Universal Studios eigenhandig redde van een dreigend faillissement.

Ze had bovendien fans over de hele wereld en in de meest opmerkelijke kringen.

De Britse premier Winston Churchill was bijvoorbeeld een enorm groot bewonderaar en eiste regelmatig om haar nieuwste films in een privébioscoop te mogen bekijken, nog voordat ze officieel voor het grote publiek in première gingen.

Ondanks haar wereldwijde roem en aanhoudende succes koos Durbin er op 27-jarige leeftijd voor om Hollywood en de filmwereld abrupt de rug toe te keren.

Ze wees alle verdere filmaanbiedingen af en vertrok naar Frankrijk om daar samen met haar man een rustig, anoniem leven te leiden, ver weg van de pers en de schijnwerpers.

In datzelfde land is ze uiteindelijk vele decennia later, in april 2013, op 91-jarige leeftijd in alle rust overleden.

ABC van 7 juni 1936

Lisette Lanvin was een Franse actrice die vooral in de jaren dertig en veertig een bekende verschijning was in de Franse cinema. Ze werd geboren als Élisabeth Étiennette Marie Carémil op 3 september 1913 in het Zuid-Franse Grasse, de bekende parfumstad, en overleed op 90-jarige leeftijd op 27 juli 2004 in Suresnes, nabij Parijs.

Zij begon haar loopbaan in de filmwereld aan het begin van de jaren dertig, net toen de geluidsfilm zijn intrede deed. Haar eerste rollen dateren uit 1931 en 1932, met vroege optredens in films zoals La Chauve-Souris en Le Chien jaune, een vroege verfilming van een Georges Simenon-mysterie rond commissaris Maigret.

In de loop van de jaren dertig werkte ze samen met enkele van de grootste namen uit de Franse filmgeschiedenis.

Een van haar meest opmerkelijke rollen speelde ze in Jenny uit 1936, het regiedebuut van de beroemde regisseur Marcel Carné.

In deze film speelde ze de rol van Danielle, naast legendarische acteurs als Françoise Rosay en Jean-Louis Barrault.

Een ander hoogtepunt in haar filmografie was haar samenwerking met de veelzijdige filmmaker en auteur Sacha Guitry. Ze was te zien in twee van zijn bekende producties, namelijk Les Perles de la couronne uit 1937 en Remontons les Champs-Élysées uit 1938, waarin ze de rol van Louisette vertolkte.

Daarnaast speelde ze in Orage uit 1938 onder regie van Marc Allégret, aan de zijde van Charles Boyer en Michèle Morgan.

Haar acteercarrière was relatief kort maar intensief.

Tussen 1931 en 1939 was ze zeer actief en speelde ze in tientallen films, variërend van drama’s tot muzikale komedies zoals Arènes joyeuses.

Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam haar productiviteit echter nagenoeg tot stilstand.

Na de oorlog maakte ze nog een korte comeback.

Ze was in 1948 te zien in de komedie Métier de fous van regisseur André Hunebelle en in het biografische drama La Route inconnue van Léon Poirier, over het leven van Charles de Foucauld.

Na deze producties trok ze zich rond 1949 definitief terug uit de filmwereld, waarna ze nog decennia in de anonimiteit leefde tot haar overlijden in 2004.

Colette Renard, van Irma la Douce tot de laatste grande dame van het realistische chanson.

Colette Renard werd op 1 november 1924 geboren in Ermont onder de naam Colette Lucie Raget en groeide uit tot een van de meest herkenbare stemmen van het Franse naoorlogse chanson en een gerespecteerde actrice.

Ze kende een lange carrière, maar haar definitieve doorbraak kwam er in 1956, toen zij als allereerste de titelrol vertolkte in de Franse versie van de beroemde musical Irma la Douce.

Dit personage zou haar voor de rest van haar leven blijven achtervolgen, en ze speelde de rol maar liefst meer dan tien jaar lang onafgebroken.

Met haar zeer expressieve stem en onberispelijke dictie werd ze gezien als de laatste echte vertegenwoordigster van de Franse realistische zangers, een stijl waarin het vertellen van een doorleefd verhaal met een krachtige emotie centraal stond.

Tijdens haar indrukwekkende muzikale loopbaan nam ze meer dan negenhonderd nummers op en bracht ze ruim vijftig albums uit.

Een heel opvallend weetje over haar zangcarrière is haar grote voorliefde voor chansons gaillardes et libertines, oftewel pikante en ondeugende liedjes, die ze met veel elegantie en een flinke dosis humor wist te brengen.

Het bekendste voorbeeld hiervan is ongetwijfeld ‘Les Nuits d’une demoiselle’, een lied waarin ze op poëtische maar niet mis te verstane wijze talloze synoniemen voor seksuele handelingen en het orgasme opsomt.

Ondanks haar enorme populariteit in Frankrijk en talloze gouden platen was Colette Renard relatief weinig te zien in televisieprogramma’s met muziek.

De reden daarvoor was erg principieel, ze weigerde namelijk categorisch om te playbacken voor de camera.

Naast haar zangcarrière bouwde ze tevens een mooi cv op als actrice op het witte doek en het kleine scherm.

Ze speelde in films zoals Un roi sans divertissement in 1963 en aan de zijde van Yves Montand in IP5: L’île aux pachydermes uit 1992.

Bij de jongere generaties en het brede televisiepubliek werd ze in haar latere jaren echter pas echt legendarisch door haar rol als Rachel Lévy in de populaire Franse soapserie Plus belle la vie.

Tussen 2004 en 2009 was zij de absolute grande dame en de ouderdomsdeken van deze reeks.

Omdat de opnames steevast in Marseille plaatsvonden, verhuisde ze deels naar de Zuid-Franse stad om dichter bij de studio te zijn.

Een leuk detail van haar tijd op de set was dat ze elke ochtend al om vijf uur opstond, maar in haar contract had bedongen dat ze uitsluitend in de voormiddag hoefde te acteren, waarna ze steevast rond de middag huiswaarts keerde.

Wat haar privéleven betreft, was ze vier keer getrouwd, waarbij de bekende dirigent Raymond Legrand een van haar echtgenoten was.

In de jaren zestig en zeventig zorgde haar stormachtige affaire met zanger en acteur Franck Fernandel, de zoon van de wereldberoemde komiek Fernandel, bovendien voor heel wat ophef in de Franse roddelpers.

In 1998 bracht ze met Raconte-moi ta chanson een succesvolle autobiografie uit waarin ze uitgebreid terugblikte op haar leven in de showbizz.

Gedurende haar leven werd ze veelvuldig geprezen en onderscheiden voor haar culturele bijdrage, onder meer als Officier in de Orde van Kunsten en Letteren en met het prestigieuze Legioen van Eer.

In 2006 werd er hersenkanker bij haar vastgesteld, waardoor ze drie jaar later definitief moest stoppen met acteren.

Ze overleed op 6 oktober 2010 op 85-jarige leeftijd in Saint-Rémy-lès-Chevreuse, waarna een indrukwekkend tijdperk van het Franse variété definitief ten einde kwam.

De eerste steenlegging op 7 juni 1931 als startpunt van de Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdesbasiliek in Edegem.

De Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdesbasiliek in Edegem is onlosmakelijk verbonden met de grot die Peter-Jan Van Aelst liet bouwen.

Toen de grot een enorm succes werd en de bestaande Sint-Antoniuskerk te klein bleek voor de groeiende parochie en de vele bedevaarders, ontstond de noodzaak voor een nieuw en groter gebedshuis.

De kerk werd tussen 1931 en 1933 gebouwd naast de grot, naar een ontwerp van architect Louis De Vooght.

Het is een opvallend bouwwerk in neobyzantijnse stijl, herkenbaar aan de indrukwekkende centrale koepel van beton en een zestig meter hoge toren.

De eerste steen van de Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdesbasiliek in Edegem werd op 7 juni 1931 gezegend en gelegd door kardinaal Van Roey, die de kerk op 1 mei 1933 ook officieel inwijdde.

De afwerking van het interieur, met onder meer muurschilderingen van Paul Wante, nam nog enkele jaren in beslag en werd pas vlak voor de Tweede Wereldoorlog voltooid.

Gisteren nog vandaag

Hoewel de inwoners van Edegem het gebouw vanaf het begin al de basiliek noemden vanwege de imposante architectuur, kreeg de kerk deze eretitel officieel pas veel later.

Ter gelegenheid van het vijfenzeventigjarig bestaan van de kerk in 2008 verleende paus Benedictus XVI haar de officiële status van basilica minor.

De bouw van deze basiliek was destijds een gigantische investering van bijna drie miljoen Belgische frank.

Dit astronomische bedrag werd grotendeels verzameld door de vrijgevigheid van de lokale bevolking en gulle weldoeners zoals mevrouw Farcy-Van Ael.

Deze vrome dame was de weduwe van een vermogende industrieel en trad op als een belangrijke mecenas die diverse religieuze projecten financieel ondersteunde.

Haar aanzienlijke bijdrage was essentieel om de ambitieuze plannen van de architect volledig te kunnen realiseren.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

De geschiedenis van de grot en de basiliek in Edegem begon in 1883, toen J.P. Van Aelst op zijn grond een exacte kopie van de grot in Lourdes liet bouwen.

Hij deed dit voor zijn ongeneeslijk zieke dochter Maria Carolina, voor wie de reis naar Frankrijk te zwaar was.

Hoewel de rotsen uit Namen werden aangevoerd en zij er dagelijks kon bidden, mocht een genezing helaas niet baten.

Na de inzegening in 1885 bleef de plek in familiebezit, tot de erven Van Aelst de grot in 1924 overdroegen aan de parochie.

Gisteren nog vandaag

De enorme toeloop van bedevaarders van heinde en verre zorgde al snel voor grote drukte in het dorp.

Bezoekers arriveerden te voet, met de tram of via het toenmalige station van Edegem.

Deze gebeurtenis leidde tot de bloei van talloze cafés, hotels en marktkramen met religieuze artikelen in de Hovestraat.

De overlast was echter zo groot dat de lokale veldwachter vaak de hulp van de gendarmerie uit Kontich nodig had om de orde te handhaven.

Vandaag de dag bestaan zowel de grot als de later gebouwde basiliek nog steeds als een stil en herkenbaar rustpunt in het hart van de gemeente.

Vandaag is het precies 55 jaar geleden dat Carole King een indrukwekkende mijlpaal bereikte.

Op deze dag in 1971 behaalde haar legendarische tweede soloalbum Tapestry de gouden status in Amerika.

Dit meesterwerk, dat begin 1971 werd opgenomen in de beroemde A&M Recording Studios, groeide uit tot een van de meest succesvolle en invloedrijke albums aller tijden.

Vanaf juni van dat jaar domineerde het album maar liefst vijftien weken lang de eerste plaats van de Amerikaanse Billboard-hitparade.

Het succes was werkelijk overweldigend, want binnen twee jaar tijd gingen er in de Verenigde Staten al meer dan twaalf miljoen exemplaren van over de toonbank.

Inmiddels staat de wereldwijde teller zelfs op meer dan dertig miljoen verkochte platen.

Wat Tapestry zo bijzonder maakt, is de diepe persoonlijke stempel van Carole King, die aan elk nummer op het album meeschreef.

Voordat ze doorbrak als soloartiest, was ze in de jaren zestig al een ongelooflijk succesvolle songwriter in het befaamde Brill Building in New York.

Ze schreef daar destijds talloze hits voor anderen, vaak samen met haar toenmalige echtgenoot Gerry Goffin.

Voor de nummers ‘It’s too late’ en ‘Where you lead’ werkte ze op Tapestry samen met Toni Stern, terwijl absolute klassiekers als ‘Will you love me tomorrow’ en ‘(You make me feel like) a natural woman’ voortkwamen uit haar partnerschap met Gerry Goffin.

Voor dat laatste nummer leverde ook producer Jerry Wexler een bijdrage aan de tekst.

Hoewel sommige van deze liedjes al eerder wereldberoemd waren geworden in de uitvoeringen van respectievelijk The Shirelles en Aretha Franklin, kregen ze op Tapestry een geheel eigen, intiem karakter.

King nam de nummers op met een minimalistische bezetting, waarbij haar eigen pianospel en warme, kwetsbare stem centraal stonden.

Een leuk detail is dat de albumhoes, waarop King met haar kat naast haar bij het raam zit, werd gefotografeerd in haar eigen huiskamer in Laurel Canyon, de creatieve broedplaats van de toenmalige folkrockscene.

De kat op de voorgrond heette trouwens Telemachus.

De invloed van het album reikte destijds veel verder dan Kings eigen vertolkingen.

Haar goede vriend James Taylor, die ook meespeelde en zong op Tapestry, scoorde in diezelfde periode een gigantische nummer 1-hit met zijn eigen versie van ‘You’ve got a friend’.

Ook Barbra Streisand behaalde succes met haar vertolking van ‘Where You Lead’.

Deze ongekende muzikale en culturele impact werd in 1972 groots bekroond tijdens de Grammy Awards.

Carole King schreef geschiedenis door als eerste vrouw vier grote Grammy’s op één avond in de wacht te slepen, waaronder de prestigieuze prijzen voor Album of the Year en Record of the Year voor ‘It’s too late’

Ook James Taylor viel die avond in de prijzen en ontving een Grammy voor zijn prachtige uitvoering van haar compositie.

Met Tapestry vestigde Carole King zich definitief als de koningin van de singer-songwriters, en het album blijft tot op de dag van vandaag een tijdloos monument in de popgeschiedenis.

Diane Catherine Sealy, beter bekend onder haar artiestennaam Dee C Lee mag vandaag 65 kaarsjes uitblazen.

Dee C Lee is een Britse zangeres die haar sporen heeft verdiend in de soul- en popmuziek.

Hoewel ze later bekend werd als een intelligente en ambitieuze artiest, was ze in haar jeugd naar eigen zeggen een onhandelbaar kind. spijbelde vaak, was haantje-de-voorste en liet niet over zich heen lopen, wat er uiteindelijk toe leidde dat ze van school werd gestuurd.

Na enkele vervelende baantjes begon haar muzikale carrière echt toen ze aan de slag ging als achtergrondzangeres bij Wham!, waarna ze werd opgemerkt door Paul Weller die haar bij The Style Council haalde.

Naast haar werk in groepen profileerde Lee zich ook als soloartiest.

Het was Paul Weller die haar aanmoedigde om zelf nummers te gaan schrijven, iets wat ze aanvankelijk niet durfde omdat ze opkeek tegen grootheden als Aretha Franklin.

Dit resulteerde uiteindelijk in haar hit “See The Day”, het eerste nummer waarover ze zelf tevreden was.

In Vlaanderen werd de single goed ontvangen en bereikte deze de dertiende plaats in de BRT Top 30, maar vreemd genoeg kwam het nummer in Nederland niet verder dan de Tipparade.

Lee staat daarnaast bekend om haar uitgesproken meningen over de muziekindustrie, die ze in de jaren tachtig als seksistisch ervoer.

Ze hekelde het feit dat vrouwen aan een stereotype moesten voldoen, terwijl er nauwelijks aandacht was voor hun stem of ideeën.

Ook gebruikte ze haar bekendheid om maatschappelijke problemen aan te kaarten, zoals het toenemende racisme en de agressie in Engeland.

Na haar periode bij The Style Council bleef ze muzikaal zeer actief.

Van 1989 tot 1991 vormde ze samen met Robert Howard, de frontman van The Blow Monkeys, het duo Slam Slam.

Nummers als Move (Dance All Night) en het door The Young Disciples geproduceerde Free Your Feelings werden bescheiden clubsuccessen.

Daarna verleende Lee haar medewerking aan het Jazzmatazz-project van Gang Starr-rapper Guru. Het nummer No Time To Play, waarop ook gitarist Ronny Jordan meespeelde, werd eind 1993 een hit.

In de jaren negentig bracht ze ook eigen werk uit, met de solo-albums Things Will Be Sweeter in 1994 en Smiles in 1998.

In de jaren daarna bleef Lee optreden en maakte ze uitstapjes naar de filmwereld; zo was ze als actrice te zien in Rabbit Fever en The Town that Boars Me.

In september 2007 verscheen ze in de talkshow Loose Women en zong ze op een benefietconcert tegen huiselijk geweld. Een opvallend optreden volgde op 31 mei 2009 in de wijk Shepherd’s Bush, waar ze op het podium stond met Mike Lindup en Phil Gould van Level 42 en het collectief Favoured Nations.

Een bijzonder moment voor de fans vond plaats in augustus 2019, toen Lee werd herenigd met Weller, Talbot en White voor een eenmalig akoestisch optreden in een documentaire over The Style Council, waarbij ze de albumtrack It’s A Very Deep Sea ten gehore brachten.

In 2024 bracht ze na zesentwintig jaar een nieuw album uit, getiteld Just Something, dat verscheen op het label Acid Jazz.

De productie was in handen van Tristan Longworth.

Het album, met nummers als Don’t Forget About Love, Anything, Be There In The Morning en Walk Away, werd kwalitatief sterk bevonden en had wellicht meer aandacht verdiend.

Verleden jaar kwam er nog een remix uit van het nummer Back in time, dat eerder al in 2024 verscheen als voorbode van het album.

Op persoonlijk vlak was Lee jarenlang nauw verbonden met haar collega Paul Weller.

Ze voerden vaak lange discussies over het vinden van de balans tussen engagement en entertainment.

Het paar was van 1987 tot 1998 getrouwd en kreeg twee kinderen: dochter Leah Weller en zoon Nathaniel, ook wel bekend als Natt Weller.

De gierigste miljardair ter wereld: een terugblik op het meedogenloze leven van Jean Paul Getty, een halve eeuw na zijn overlijden.

Jean Paul Getty was met een persoonlijk vermogen van 15 miljard dollar een van de rijkste mensen ter wereld.

De in de Verenigde Staten geboren oliemagnaat had al op 24-jarige leeftijd zijn eerste miljoen verdiend, waarna hij tijdelijk met pensioen ging om een playboyleven in Los Angeles te leiden.

Hoewel hij al snel terugkeerde naar de zakenwereld en een van de omvangrijkste kunstcollecties op deze planeet opbouwde, was hij op iets heel anders het meest trots: een mannelijk geslacht van meer dan dertig centimeter.

Zijn immense fortuin kwam overigens in een stroomversnelling toen hij in 1949 een gok waagde in het Midden-Oosten en Arabisch leerde om persoonlijk de uiterst lucratieve oliecontracten met Saoedi-Arabië uit te onderhandelen.

Hij sprak daarnaast ook vloeiend Frans, Duits, Italiaans, Spaans en Russisch.

Zijn privéleven was een aaneenschakeling van schandalen en huwelijken, want Getty trouwde maar liefst vijf keer.

Zijn echtgenotes waren achtereenvolgens Jeanette Dumont, met wie hij van 1923 tot 1925 getrouwd was en zoon George Franklin Getty II kreeg.

Daarna volgde Allene Ashby van 1926 tot 1928 en Adolphine Helmle van 1928 tot 1932, met wie hij zoon Jean Ronald Getty kreeg.

Met Ann Rork, getrouwd van 1932 tot 1935, kreeg hij twee zonen: Paul Getty en Gordon Getty.

Tot slot was er Louise Dudley Lynch van 1939 tot 1958, de moeder van zijn op twaalfjarige leeftijd overleden zoon Timothy.

Omdat scheiden voor hem niet snel genoeg kon gaan, leefde de miljardair twee keer in bigamie.

Dat hij hiervoor niet meermaals gerechtelijk werd vervolgd, had hij uitsluitend aan zijn grote invloed te danken.

Tijdens de scheiding van zijn vierde vrouw Ann bracht haar getuigenis echter alsnog een gigantisch schandaal aan het licht.

Terwijl zij acht maanden zwanger was, vertrok Getty naar Europa om de bloemetjes buiten te zetten.

Toen zij hem achterna reisde, sloot hij haar op in zijn Parijse liefdesnest aan de Rue Saint-Didier, terwijl hij zichzelf amuseerde in een hotel met jonge Françaises.

Bovendien verplichtte hij de hoogzwangere vrouw om de Vesuvius te bewandelen, wat erin resulteerde dat het kind enkele dagen later te vroeg werd geboren op een Italiaans vrachtschip.

Terug in Los Angeles huurde hij een goedkope flat voor zijn vrouw en kind, en trok zelf weer in bij zijn moeder.

Een later bezoekje aan Ann resulteerde in een nieuwe zwangerschap, wat voor Getty de ultieme reden was om prompt weer naar Europa te vluchten.

Kort na de geboorte keerde hij even terug, keek in het ziekenhuis naar de baby, zei enkel dat het kind op haar leek, en vertrok direct weer.

Zijn zonen konden de meedogenloze oliemagnaat net zo min schelen als zijn vrouwen.

De oudste dreef hij tot drank en zelfmoord in 1973.

De volgende onterfde hij kort na de geboorte, puur uit wraak op de moeder, omdat zij weigerde genoegen te nemen met een karige alimentatie.

Zijn derde zoon werd al snel drugsverslaafd, en over zijn vierde gaf hij zijn advocaat letterlijk de opdracht om hem kapot te maken.

Het meest hartverscheurend was de situatie rond zijn jongste zoon Timothy, die op negenjarige leeftijd een hersentumor kreeg.

Getty maakte zich voornamelijk kwaad over de hoge behandelingskosten.

Toen het jongetje op twaalfjarige leeftijd stierf, kwam de miljardair niet eens naar de begrafenis, maar was hij wel razend, omdat hij de uitvaartkosten te hoog vond.

Op latere leeftijd verklaarde Getty over zijn relaties dan ook stellig dat een blijvende relatie met een vrouw alleen mogelijk is als je een zakelijke mislukkeling bent.

Gisteren nog vandaag

(Foto met fotomodel Dorien Leigh)

Wat veel mensen niet weten, is dat hij ondanks deze kille opvattingen wel zelfhulpboeken schreef, waaronder het bekende How to Be Rich, en in zijn vrije tijd een leeuwenwelp als huisdier hield.

Ondanks zijn immense fortuin was Old John, zoals de oliebaron werd genoemd, een notoire gierigaard.

Om geld uit te sparen, waste hij zijn eigen kleding met de hand, zodat hij de stomerij niet hoefde te betalen.

Op recepties en cocktailparty’s stond hij erom bekend zijn zakken te vullen met gratis sigaren en gebakjes.

Op zijn landgoed Sutton Place in het Britse Surrey liet hij zelfs een betaaltelefoon installeren, speciaal om te voorkomen dat hij moest opdraaien voor de telefoontjes van zijn personeel en gasten.

Als hij reisde, onderhandelde hij eindeloos tot hij de mooiste kamer in het meest luxe hotel kreeg voor een absoluut minimumbedrag, een tactiek die hij ook steevast toepaste bij het afdingen op kunst en onroerend goed.

Deze drang naar gierigheid bleek ook toen de schatrijke Griekse scheepsmagnaat Aristoteles Onassis bij hem op bezoek kwam; de gast kreeg niet eens een stoel aangeboden om op te zitten, wat pijnlijk duidelijk maakte dat er zelfs onder de allerrijksten nog steeds ongelijkheid bestond.

Het absolute dieptepunt van zijn krenterigheid werd bereikt toen zijn zestienjarige kleinzoon John Paul Getty III in 1973 in Rome werd ontvoerd door de Italiaanse maffia.

De ontvoerders eisten zeventien miljoen dollar losgeld, wat voor Getty een peulenschil was, maar hij weigerde stellig te betalen.

Pas toen de kidnappers een afgesneden oor en een haarlok naar een krant stuurden met de dreigende boodschap dat het andere oor zou volgen of de jongen in stukjes zou terugkeren als het geld niet binnen tien dagen werd betaald, kwam de oude Getty in actie.

De losgeldprijs was inmiddels gezakt naar drie miljoen dollar, maar Getty wilde niet meer dan 2,2 miljoen betalen, omdat dit precies het maximale bedrag was dat hij fiscaal van de belasting kon aftrekken.

De resterende 800.000 dollar mocht zijn zoon van hem lenen, uiteraard wel tegen een rente van vier procent.

Zijn kleinzoon kwam dit immense trauma nooit te boven; hij raakte verslaafd aan drugs, kreeg een beroerte door een overdosis drank en medicijnen en eindigde zwaar verlamd en vrijwel blind.

Gisteren nog vandaag

(Foto met Onassis)

Regisseur Ridley Scott verfilmde dit ijzingwekkende verhaal in 2017 in de film All the Money in the World, die geïnspireerd was op het boek Painfully Rich: The Outrageous Fortunes and Misfortunes of the Heirs of J. Paul Getty van auteur John Pearson.

In zijn latere jaren trok de hoogbejaarde Getty, die een cosmetische facelift had ondergaan die enigszins mislukt was en hem een onnatuurlijke uitdrukking gaf, zich terug op zijn kasteel Sutton Place, waar hij samenleefde met maar liefst zes vriendinnen.

Hij vergeleek zichzelf met een boosaardige duivel en gaf openlijk toe dat zijn enige overgebleven plezier was om deze vrouwen tegen elkaar op te hitsen.

Elke avond koos hij zijn bedpartner door een van hen met een klap op de bips te sommeren.

De onderlinge concurrentiestrijd was intens; er ging geen week voorbij zonder hysterische aanvallen en woede-uitbarstingen.

Krijsend vlogen de vrouwen elkaar in de haren, vielen ze elkaar aan met bestek en aan de eettafel werd continu gebekvecht om de ereplaats naast Getty.

Tijdens wandelingen duwden ze elkaar letterlijk aan de kant om naast hem te kunnen lopen.

Er heerste oorlog op alle fronten, maar de vrouwen verdroegen het in de vaste overtuiging dat zij voor hun beste jaren rijkelijk beloond zouden worden in zijn testament.

Gisteren nog vandaag

(foto met de zes vrouwen die hij op het einde van zijn leven deelde)

De oude miljardair bedroog hen echter nog in de dood.

Toen hij op 83-jarige leeftijd stierf, was de vervreemding van zijn familie zo groot dat uitsluitend zijn oudste zoon Paul op de begrafenis verscheen.

De ontsteltenis was enorm toen bleek dat Getty enkele weken voor zijn dood zijn testament ingrijpend had gewijzigd.

Hij liet zijn volledige bezit niet na aan zijn zonen, maar vermaakte alles aan zijn museum in Malibu.

Ook de zes vriendinnen kwamen bedrogen uit: op één na kregen zij allemaal slechts een handvol aandelen met een magere waarde van een paar duizend dollar.

Voor het zwakke geslacht had hij nog een allerlaatste cynische verrassing in petto.

Al wie kon bewijzen dat zij ooit intiem met hem was geweest, ontving exact tien dollar uit de erfenis, en ook zonen of dochters die uit een dergelijke relatie waren voortgekomen, moesten het met precies datzelfde bedrag doen.

Gisteren nog vandaag

(foto 1 met fotomodel Danielle Hegeler)

Zomerse nostalgie uit Monaco, de heropleving van Stéphanie’s badpakkencollectie.

Was u nog niet aan vakantie toe, maar droomde u wel volop van witte stranden en wuivende palmen?

Dan kon u heerlijk wegdromen bij de exotische badpakkencollectie van prinses Stéphanie.

De prinses van Monaco vond het in 1986 namelijk een prachtig idee om samen met haar compagnon Alix de la Comble een eigen exclusieve kledinglijn te lanceren.

Achter de schermen had hun merk Pool Position een zeer persoonlijke geschiedenis.

De twee vrouwen hadden elkaar enkele jaren eerder leren kennen toen Stéphanie in 1983 een stage volgde bij het beroemde modehuis Christian Dior onder leiding van hoofdontwerper Marc Bohan.

Vanuit hun gedeelde passie besloten ze de handen ineen te slaan en Pool Position officieel als hun eigen label te presenteren, met een sterke focus op kwalitatief hoogstaande zwemkleding.

Ze creëerden strandkleding en badpakken die zowel sportief als elegant waren, wat een opvallend frisse en jonge collectie opleverde.

De presentatie van hun allereerste badpakkenlijn werd meteen een groot mondiaal media-evenement.

Ze hielden een succesvolle modeshow in de Sporting Club in Monaco, waar onder meer prins Rainier, prinses Caroline en prins Albert op de eerste rij zaten om de kersverse eigenaressen te steunen.

Hoewel zwart ook in de zomer van 1986 de modekleur bij uitstek bleef en Stéphanie daarom koos voor veel zwarte ontwerpen met opvallende witte accenten en grafische motieven, was er aan kleur geen gebrek.

De collectie bevatte eveneens vrolijke tinten zoals felroze, geel, blauw en klassiek rood.

De modellen waren mooi in balans, sportief maar tegelijkertijd uiterst vrouwelijk.

Zo hadden veel badpakken een hoge uitsnijding en waren ze voorzien van trendy details zoals ruitpatronen, strepen en logo’s.

Het oorspronkelijke merk Pool Position verdween na de succesvolle beginjaren uiteindelijk weer van het modetoneel.

Prinses Stéphanie richtte zich nadien op andere projecten, waaronder het uitbrengen van een eigen parfum, een muzikale carrière en het beheren van enkele kledingzaken in Monaco.

Toch is de naam vandaag de dag zeker niet vergeten, want het merk is momenteel bezig aan een opvallende comeback.

Pauline Ducruet, de dochter van prinses Stéphanie, heeft namelijk besloten om de modegerfenis van haar moeder nieuw leven in te blazen.

In mei 2025 bracht zij via haar eigen label Alter Designs al een eerste eerbetoon uit met een capsulecollectie onder de naam Alter x Pool Position.

Deze badpakkenlijn was qua stijl volledig geïnspireerd op de sfeer en de ontwerpen uit de jaren tachtig.

Die samenwerking kreeg heel recent nog een vervolg, want in maart 2026 kondigde Pauline aan dat ze het merk Pool Position weer volledig gaat herlanceren, precies veertig jaar na de oorspronkelijke oprichting.

De eerste badpakkencollectie van het vernieuwde label staat gepland voor juni 2026.

Hiermee keert de vertrouwde Monegaskische strandkleding weer helemaal terug, met ontwerpen die ook daadwerkelijk lokaal in Monaco worden geproduceerd

Prinses Stéphanie van Monaco (juni 1981)

Het bewogen levensverhaal van Will Ferdy.

Will Ferdy werd in 1927 in Gent geboren als Werner Ferdinande en besloot in 1948, op eenentwintigjarige leeftijd, om van zingen zijn beroep te maken.

Drie jaar later, in 1951, scoorde hij zijn allereerste hit met het nummer Ziede Gij me Gere.

Ferdy kende veel succes als Vlaamse zanger en leunde in zijn repertoire graag aan bij het Franse chanson.

Deze voorliefde leverde hem zelfs een gouden plaat op voor een album met covers van Jacques Brel.

Daarnaast had hij groot succes met ‘Het Schrijverke’, gebaseerd op het bekende gedicht van Guido Gezelle, en met de liefdesballade ‘Christine’.

Dit laatste nummer groeide uit tot zijn lijflied.

Hoewel de tekst aan een vrouw met de naam Christine gericht was, ging het in werkelijkheid over Raf, een waargebeurde en verloren liefde van de zanger.

Enkele jaren geleden vertelde hij daarover in het radioprogramma De Madammen.

Hij gaf toe dat de naam hem nog steeds pijn deed, aangezien Raf zijn grote liefde was.

Na hun breuk ontmoetten ze elkaar nog twee keer.

Tijdens een van die bezoeken dacht Ferdy dat alles weer goed zou komen, tot er plots op de deur werd geklopt.

Er kwam een andere man binnen die door Raf werd voorgesteld als zijn nieuwe vriend, wat voor de zanger een uiterst pijnlijk moment was.

Raf overleed later aan kanker, een feit dat Ferdy pas twee jaar na diens dood per toeval te horen kreeg.

In december 1970 sprak Ferdy voor het eerst publiekelijk over zijn homoseksuele geaardheid.

In een later interview omschreef hij dit als een zeer emotioneel moment waarbij hij, samen met zijn moeder, met het zweet in de handen naar de uitzending zat te kijken.

Zijn vader was op dat moment al overleden. Hoewel die wist dat zijn zoon homo was, had hij daar nooit een verwijtend woord over gesproken.

Ook zijn moeder was al lang op de hoogte.

Toch had zijn coming-out grote gevolgen voor zijn carrière. In Het Nieuwsblad vertelde Ferdy dat hij het in het begin erg moeilijk had, voornamelijk door de hypocrisie.

Dit merkte hij ook bij de VRT, de toenmalige BRT. Terwijl hij voorheen regelmatig optrad in jeugduitzendingen, liet diezelfde dienst hem plotseling weten dat ze hem voorlopig niet meer konden vragen.

Wat betreft de reactie van de kerk, gaf hij toe dat hij overwegend positieve ervaringen had, op één priester in Maldegem na die vanaf de preekstoel tegen hem predikte.

Ferdy bleef zingen tijdens missen en priesterwijdingen, en trad zelfs op aan de zijde van kardinaal Danneels.

Van zijn beslissing om uit de kast te komen heeft hij bovendien nooit spijt gehad.

Hij was blij dat hij de stap had gezet en verklaarde in een interview dat hij het onmiddellijk opnieuw zou doen.

Zijn rijke muzikale loopbaan werd in 2001 bekroond met een plaats in de Eregalerij voor een leven vol muziek.

Will Ferdy bleef tot op hoge leeftijd actief toeren met zijn liedjes, maar besloot om eind juni 2014 definitief een punt achter zijn carrière als zanger te zetten, omdat hij in schoonheid wilde eindigen.

Op Radio 2 vertelde hij later dat hij het optreden tot zijn eigen grote verwondering helemaal niet miste.

Waar hij vroeger verslingerd was aan het publiek en de sfeer in de zalen, deed het hem nadien niets meer.

Wanneer hij collega’s aan het werk zag, stelde hij enkel tevreden vast dat hij dat allemaal ook had gedaan.

Will Ferdy, die al enige tijd aan hartproblemen leed, overleed uiteindelijk op 8 november 2022 op 95-jarige leeftijd.

Hij stierf in familiale kring in zijn serviceflat in Antwerpen.

55 jaar geleden sloegen Joan Baez en Ennio Morricone de handen ineen voor Here’s To You, een nummer dat zij schreven voor de film Sacco & Vanzetti van regisseur Giuliano Montaldo.

Het lied brengt een ode aan Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti, twee Italiaanse anarchisten die in de jaren twintig ter dood werden veroordeeld door een Amerikaanse rechtbank.

Hun proces werd wereldwijd gezien als een schrijnend voorbeeld van klassenjustitie; de mannen kregen nooit een eerlijke kans en hun veroordeling leek eerder gebaseerd op hun politieke kleur dan op feitelijk bewijs.

Hoewel gratie een optie was, weigerden ze dit standvastig, omdat dit een schuldbekentenis zou impliceren.

De zaak leidde tot een enorme storm van protest binnen en buiten de Verenigde Staten.

Zelfs kopstukken als Albert Einstein, Marie Curie en George Bernard Shaw ondertekenden petities om het tij te keren, maar hun inzet mocht niet baten.

Op 23 augustus 1927 volgde de executie op de elektrische stoel, een gebeurtenis die internationaal voor een golf van ontzetting zorgde.

Pas vijftig jaar later, in 1977, erkende gouverneur Michael Dukakis officieel dat het proces onrechtvaardig was verlopen.

Spencer Sacco, de kleinzoon van Nicola, benadrukte tijdens deze plechtigheid dat hij deze erkenning van onschuld verkoos boven een postuum pardon, aangezien gratie nog altijd een zweem van schuld met zich mee zou dragen.

Ondanks de diepe historische impact bleef het commerciële succes van de single beperkt: het nummer behaalde de tweeëntwintigste plaats in de Vlaamse BRT Top 30 en de negenentwintigste positie in de Nederlandse Top 40.

Door de jaren heen is het nummer door talloze artiesten in diverse talen vertolkt.

De Israëlische zangeres Daliah Lavi zong het lied in het Engels, Frans en Duits, terwijl de Franse zanger Georges Moustaki zowel een Franse als Engelse versie uitbracht.

Ook Agnetha Fältskog, bekend van ABBA, nam het nummer in 1972 op in het Duits onder de titel Geh’ mit Gott.

In de jaren zeventig verscheen er bovendien een Nederlandstalige uitvoering; Thérèse Steinmetz coverde het nummer in 1978 als Steen Voor Steen.

Later volgden nog diverse bijzondere samenwerkingen, zoals in 1997 toen Nana Mouskouri het opnam met Les Enfoirés, en de uitvoering van Hayley Westenra die samen met Ennio Morricone een versie opnam voor het album Paradiso.

When Doves Cry was de eerste van de vijf Amerikaanse nummer 1-hits die Prince op zijn naam zou schrijven en groeide uit tot een van zijn meest geliefde nummers bij het grote publiek.

In 1984 behaalde de single in zowel Vlaanderen als Nederland de zesde positie in de hitlijsten.

Op de b-kant van de plaat staat het nummer 17 Days, dat eigenlijk bedoeld was voor het project Apollonia 6.

De release in 1984 als eerste single van het album Purple Rain betekende een cruciaal moment in de popgeschiedenis.

Prince schreef en produceerde het nummer in recordtempo nadat regisseur Albert Magnoli hem had gevraagd om een specifiek liedje te maken voor een filmscène waarin de spanningen tussen de hoofdrolspelers centraal stonden.

Prince werkte alleen in de studio en speelde alle instrumenten zelf in.

Wat dit nummer zo revolutionair maakte, was de gedurfde keuze om de baslijn volledig weg te laten.

In die tijd was het ongehoord om een dancenummer te produceren zonder basgitaar of synth-bas.

Prince besloot op het laatste moment de baslijn die hij al had opgenomen te schrappen, omdat hij vond dat het nummer zonder die lage tonen veel rauwer en indringender klonk.

Het resultaat was een minimalistisch meesterwerk dat volledig rustte op een strakke drumbeat, een hypnotiserende synthesizer en zijn expressieve stem.

Een interessant weetje is dat de iconische gitaarsolo aan het begin bijna per ongeluk ontstond terwijl Prince aan het experimenteren was met verschillende effecten.

Het nummer werd een enorme hit en stond vijf weken lang op de eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten, waarmee het de bestverkochte single van 1984 werd.

Dit succes bewees dat Prince op het toppunt van zijn creatieve kracht stond en niet bang was om de wetten van de popmuziek te herschrijven.

Ook de videoclip was spraakmakend, vooral door de openingsscène waarin Prince uit een badkuip stapt terwijl er witte duiven om hem heen vliegen.

Het zorgde voor de nodige controverse en veel gespreksstof bij MTV.

Door de jaren heen hebben vele artiesten zich aan een cover gewaagd of het nummer als basis gebruikt. Een van de meest bekende versies is die van Ginuwine uit 1996, die het nummer een eigentijdse r&b-twist gaf.

In 1990 gebruikte MC Hammer het nummer als fundament voor zijn single Pray en zelfs Patti Smith nam het op in haar collectie op het verzamelalbum Land (1975 – 2002).

Daarnaast hebben ook de alternatieve rockband Local H en de indiegroep The Be Good Tanyas eigenzinnige versies uitgebracht.

Andere sterke covers zijn afkomstig van Razorlight en The Flying Pickets.

Ook in Vlaanderen liet het nummer zijn sporen na met indrukwekkende versies door Naima Joris en Scala & Kolacny Brothers, wat nogmaals onderstreept hoe tijdloos en veelzijdig de compositie van Prince werkelijk is (Poster Joepie 1986)

Vandaag bereikte ons het droevige nieuws dat Margriet Hermans op 72-jarige leeftijd is overleden.

e laat een indrukwekkende en veelzijdige erfenis achter in de Vlaamse showbizz, de politiek en ver daarbuiten.

Wat veel mensen misschien niet weten, is dat Margriet haar professionele carrière oorspronkelijk begon voor de klas als leerkracht Frans, geschiedenis en Engels.

In 1985 maakte ze echter de verrassende overstap naar de muziek, en dat bleek een gouden zet.

Als zangeres scoorde ze al snel onvergetelijke hits zoals Een vriend, Alle mooie mannen zijn zo lelijk en Laissez rouler le bon temps, Jacqueline.

Haar muzikale succes opende al snel de deuren naar de televisiewereld.

Tussen 1989 en 1997 groeide ze uit tot een absoluut kijkcijferkanon voor de openbare omroep met haar eigen talkshow Margriet, die in de zomers steevast werd uitgezonden vanuit het Casino in Middelkerke.

Met haar onmiskenbare, bulderende lach en bijzonder spontane stijl werd ze een van de populairste schermgezichten van het land.

Ze was in die tijd een absolute vaste waarde in de huiskamers, niet alleen als presentatrice, maar ook als gewaardeerd panellid in geliefde programma’s zoals De zoete inval op Radio 2 en de legendarische komische quiz Zeg eens euh… op TV1.

Eind jaren negentig besloot Margriet een heel andere weg in te slaan en stapte ze in de politiek voor de partij Open Vld.

Ze diende jarenlang met veel vuur en engagement als Vlaams volksvertegenwoordiger, een ambt dat ze uitoefende tot ze in 2009 afscheid nam van het parlement.

Naast haar drukke publieke leven was ze in de eerste plaats een bijzonder trotse moeder van haar dochter Celien Deloof.

Moeder en dochter deelden een enorme passie voor zingen en stonden in de loop der jaren regelmatig samen op het podium.

Margriet was bovendien altijd heel erg eerlijk over haar persoonlijke leven; zo sprak ze als een van de eersten in Vlaanderen erg openhartig over haar maagverkleining, wat voor veel mensen bijzonder inspirerend en drempelverlagend werkte.

In 2022 maakte ze een fantastische, breed gedragen muzikale comeback dankzij haar deelname aan het VTM-programma Liefde voor muziek.

Haar vrolijke cover ‘Lekker blijven hangen’, een Nederlandstalige bewerking van ‘She’s after my piano’ van 2 Fabiola, werd een gigantisch succes waarmee ze volkomen verdiend de begeerde Radio 2 Zomerhit in de wacht sleepte.

Als ultieme kroon op haar schitterende carrière werd ze in 2023 feestelijk opgenomen in de Eregalerij van Radio 2.

Deze bekroning bevestigde nog maar eens haar status als een ware icoon van de entertainmentwereld.

De zangeres Micha Marah is een achternicht van Hermans.

Vlaanderen neemt vandaag afscheid van een warme, kleurrijke en veelzijdige vrouw die generaties lang zorgde voor een lach en een traan.

Een foto van lang geleden, van Margriet Hermans (foto uit mijn privécollectie)

Gisteren nog vandaag

Margriet Hermans en haar eerste single een vriend.

Het nummer is geschreven door Chris Peeters, Marc Dex en
Margriet Hermans.
Roland Verlooven zorgde voor een indrukwekkende productie.
De single was goed voor een eerste plaats in de Vlaamse Top 10 op 5 september 1987.

Margriet Hermans, dit is mijn paleis (Story 19 mei 1987)

Gisteren nog vandaag

Margriet Hermans medewerking aan Werelddierendag in het teken van onze vrienden de hond en de kat.(4 oktober 1991)

Gisteren nog vandaag

80 jaar geleden, reclame voor cognac van het merk Staub

Cognac Staub was een historisch drankenmerk dat zijn oorsprong vond in de negentiende eeuw, toen het werd opgericht door Auguste Staub.

Het huis vestigde zich in de beroemde Franse Charente-streek en groeide al snel uit tot een gerespecteerde naam binnen de wereld van de distillaten.

Wat dit merk destijds zo bijzonder maakte, was niet alleen de zorgvuldige rijping van de drank zelf, maar vooral de vooruitstrevende manier waarop de producent de cognac aan de man bracht.

In de late negentiende en vroege twintigste eeuw investeerde Auguste Staub namelijk stevig in opvallende en kleurrijke reclamecampagnes.

Deze artistieke posters en postkaarten bepaalden destijds het straatbeeld tijdens de Belle Époque en vormden later waardevol materiaal voor archivarissen en verzamelaars van historische documenten.

Ook na de woelige oorlogsjaren zette het drankenmerk zijn marketingtraditie voort, zoals bleek uit een specifieke reclameboodschap uit juni 1946.

Op deze publicatie prijkte een Brussels adres in de Van Lintstraat nummer negenendertig, gelegen in de gemeente Anderlecht.

Dit was toen de hoofdzetel van de exclusieve Belgische importeur.

Grote Franse drankhuizen werkten in die periode vrijwel altijd met nationale agenten die de verdeling voor het hele land op zich namen.

Vanuit dit centrale depot in de hoofdstad vertrokken de flessen en het bijbehorende promotiemateriaal naar lokale wijnhandelaren, slijterijen en horecazaken in heel België.

De advertentie bevatte tevens een hoopvolle Franse slagzin die verwees naar een dag die ooit zou komen.

In de vroege zomer van negentienzesenveertig, vlak na de Tweede Wereldoorlog, waren luxeproducten zoals Franse cognac immers nog uiterst schaars en streng gerantsoeneerd door hardnekkige logistieke problemen aan de grenzen.

Met deze melancholische woorden speelde de Brusselse distributeur slim in op het diepe verlangen naar betere tijden, waarin de consument weer vrijuit kon genieten van de vertrouwde luxe van voor de oorlog.

Het was een doordachte manier om de merknaam warm te houden in het bewustzijn van het publiek, terwijl men wachtte tot de bevoorrading vanuit de Charente weer op volle toeren draaide.

Hoewel het cognachuis de tand des tijds uiteindelijk niet op dezelfde schaal doorstond als de grootste giganten in de sector, bleef de rijke geschiedenis van Auguste Staub nog lang voortleven via de zeldzame flessen en antieke affiches die geliefde objecten werden op internationale veilingen.