
40 jaar geleden, Simon Le Bon opnieuw vrijgezel

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


De gemeente Zaventem, gelegen in de Brusselse Rand, bestaat naast de kern van Zaventem zelf uit de deelgemeenten Nossegem, Sint-Stevens-Woluwe en Sterrebeek.
De gemeente heeft een opmerkelijke groei doorgemaakt: waar er in 1935 nog ongeveer 1100 mensen woonden, was dat aantal net voor de fusie al opgelopen tot bijna 11.000.
Vandaag telt de volledige fusiegemeente iets meer dan 37.000 inwoners.

Een van de voornaamste bezienswaardigheden is de Sint-Martinuskerk, die dateert uit 1567 en sinds 1938 een beschermd monument is.
Het gebouw was oorspronkelijk een typische romaanse basiliek, maar werd in de zestiende eeuw omgebouwd tot een gotische kerk en in de negentiende eeuw verder vergroot. Binnen hangt een meesterwerk van de schilder Antoon van Dyck, geschonken in 1621, waarop Sint-Martinus zijn mantel deelt met een bedelaar.
Volgens de overlevering kwam Van Dyck het doek zelf ophangen en raakte hij daarbij gecharmeerd van de dochter van de lokale drossaard, die zijn huwelijksaanzoek echter afwees.
Naast de kerk kent Zaventem nog andere markante gebouwen, zoals het Heemkundig Museum “De Veste”, het Kasteel Mariadal, het Kasteel Ter Brugge, de Stockmansmolen en de Begraafplaats van Zaventem.

De gemeente heeft door de jaren heen ook een aantal bekende persoonlijkheden gehuisvest.
Hiertoe behoren historische figuren als Henricus Gabriel van Gameren, bisschop van Antwerpen, en Jean-Marie Derscheid, een bioloog en verzetsstrijder naar wie een park in zijn geboorteplaats Sterrebeek is vernoemd.
In de wereld van de showbizz woonden Sandra Kim, de enige Belgische winnares van het Eurovisiesongfestival, en zanger Udo Mechels in Nossegem.
Sportjournalist Mark Vanlombeek woonde tot zijn overlijden in Sterrebeek, en ook atlete Svetlana Bolshakova had Zaventem een tijd als haar thuisbasis.
Verder hebben politici als Eric Van Rompuy en Francis Vermeiren een sterke band met de gemeente.

Benson, geboren in 1943, was een waar wonderkind.
Al op achtjarige leeftijd zong hij in nachtclubs en op zijn tiende nam hij al platen op onder de naam ‘Little Georgie’.
Zijn ware roeping vond hij in de jazz, geïnspireerd door grootheden als Wes Montgomery en Charlie Parker.
Zijn reputatie als technisch begaafd gitarist groeide snel, zeker nadat hij op zijn negentiende toetrad tot de band van de bekende organist Jack McDuff.
In deze periode ontwikkelde hij zijn kenmerkende stijl: een vloeiende gitaartechniek gecombineerd met ‘scat singing’, waarbij hij de noten die hij op zijn gitaar speelde perfect meezong.
Ondanks zijn immense talent en platen voor labels als Polydor en Motown, bleef de grote commerciële doorbraak uit.
Het jaar 1976 veranderde alles. Benson tekende bij Warner Brothers en bracht het album Breezin’ uit.
Op aanraden van de producer nam hij niet alleen instrumentale nummers op, maar zong hij ook.
De cover van het Leon Russel nummer “This Masquerade” werd, tegen alle verwachtingen in, een gigantische hit en een millionseller.
Het leverde hem in 1977 de prestigieuze Grammy Award voor Plaat van het Jaar op.
Zijn samenwerking met de legendarische producer Quincy Jones resulteerde in het album Give Me the Night (1980).
De titeltrack, geschreven door Rod Temperton (die ook voor Michael Jackson schreef), werd een wereldwijde funkklassieker.
Het album was een sterrenproject, met bijdragen van muzikale vrienden als Louis Johnson (The Brothers Johnson), Lee Ritenour en de toetsenisten George Duke en Herbie Hancock.
Andere successen uit zijn Carrière, zijn onder meer “On Broadway”, “Turn Your Love Around” en “Nothing’s Gonna Change My Love for You”.
Hij wordt geëerd als een levende legende, een winnaar van tien Grammy Awards en een NEA Jazz Master, de hoogste eer voor een jazzartiest in de Verenigde Staten.
Hij blijft relevant door samen te werken met moderne artiesten zoals Gorillaz op het nummer “Humility”.
Benson toert nog steeds de wereld rond en verkoopt de prestigieuste zalen, zoals de Royal Albert Hall en het Hollywood Bowl, moeiteloos uit.
Ook in 2025 staan er nog concerten gepland, waar hij zijn publiek trakteert op een mix van zijn jazzy virtuositeit en de onsterfelijke pophits die hem wereldberoemd maakten (Joepie 10 augustus)


In 1976 won Frank Alwin de Radio 2 Zomerhit met het nummer “Alleen in gedachten”, geschreven door Marc Dex en Rolf Motzek. In 2021 besloot de zanger deze hit nieuw leven in te blazen door er een nieuwe versie van op te nemen.
Een jaar voor deze overwinning, in 1975, had hij het nummer “Trouw niet met die ander” uitgebracht.
De productie van dit nummer was in handen van Ramon Smith, die het ook meeschreef samen met Andy Free en Cahelo.
Smith, wiens echte naam Romain De Smet is, is overigens getrouwd met de Vlaamse zangeres Cindy.

Janis Ian, geboren als Janis Eddy Fink in New York op 7 april 1951, was een natuurtalent dat de muziekwereld al op jonge leeftijd op zijn grondvesten deed schudden.
Ze leerde piano spelen vanaf haar derde en op haar twaalfde schreef ze al haar eerste nummers. Een jaar later, op haar dertiende, koos ze de artiestennaam waaronder ze bekend zou worden: Janis Ian.
Op haar veertiende schreef ze het lied dat haar leven zou bepalen: “Society’s Child”. Het nummer, dat de destijds uiterst gevoelige thematiek van een relatie tussen een blank meisje en een zwarte jongen behandelde, werd een onverwachte hit.
Ondanks dat veel radiostations het weigerden te draaien, bereikte de single in 1966 de top 20, met een verkoop van 600.000 exemplaren.
Haar debuut-lp, geproduceerd door de legendarische George “Shadow” Morton (bekend van The Shangri-Las), was eveneens een succes.
De controverse en het commerciële succes zorgden ervoor dat het nummer later een verdiende plaats kreeg in de Grammy Hall of Fame vanwege de historische impact.
Na dit vroege hoogtepunt volgden er echter moeilijkere jaren. Haar volgende albums verkochten beduidend minder, waardoor ze al snel het stempel van ‘eendagsvlieg’ kreeg.
Maar Janis Ian bewees het tegendeel. Met het album Stars vocht ze zich terug in de aandacht, en de opvolger Between the Lines bereikte zelfs de eerste plaats in de hitlijsten.
Deze succesvolle comeback werd in 1976 bekroond met een Grammy Award voor Beste Vrouwelijke Popartiest.
Aan het einde van de jaren 70 toonde Ian haar veelzijdigheid opnieuw.
Samen met discoproducer Giorgio Moroder schreef ze het nummer “Fly Too High” voor de film Foxes.
Het werd een wereldwijde hit die in veel landen, waaronder Vlaanderen en Nederland, de eerste plaats bereikte. I
n diezelfde periode nam ze in 1980 ook het duet “Don’t leave tonight” op met Conny Vandenbos.
Na een scheiding werd het stil rond Ian. Een nog zwaardere klap volgde toen ze door het bedrog van haar boekhouder bijna failliet was.
In 1993 maakte ze een krachtige rentree met het album Breaking Silence, waarop ze openlijk uitkwam voor haar homoseksualiteit.
In 2003 trouwde ze met haar partner, Patricia Snyder,
Recentelijk heeft Janis Ian een punt gezet achter haar lange carrière.
De moeilijke beslissing om te stoppen met optreden kwam er wegens aanhoudende gezondheidsproblemen.
Een hardnekkige laryngitis heeft permanente littekens op haar stembanden achtergelaten, wat consistent toeren onmogelijk maakt.
Haar afscheid van het podium viel samen met de release van wat ze haar laatste album noemt, The Light at the End of the Line (2022)
Toch bracht ze in 2024 nog de single When he was here uit.




Delorme was jarenlang de frontman van de populaire Belgische formatie Crazy Horse.
Crazy Horse scoorde hits met nummers als “J’ai tant besoin de toi” (een nummer van Paul Severs), “Une fleur, rien qu’une rose”, “Un jour sans toi” en “L’amour la première fois”.
Hun grootste succes behaalden ze echter in 1973 met “Et surtout ne m’oublie pas”, waarvan alleen al in Frankrijk 550.000 exemplaren werden verkocht.
In 1975 besloot Alain Delorme uit de groep te stappen, wat meteen het einde van Crazy Horse betekende.
Met zijn eerste solosingle “Romantique avec toi” was het meteen raak; de single was goed voor een verkoop van 350.000 exemplaren.
Het nummer werd geschreven door Jean Géral en Elisabeth Vigna.
Vreemd genoeg was het in Vlaanderen geen hit en kwam de single niet verder dan de Tipparade.
Ook de opvolger, “Je Rêve Souvent D’une Femme”, was een groot succes in Frankrijk, evenals zijn derde single “Livre d’Amour” die het meer dan behoorlijk deed.
Later haalde hij nog de hitlijsten met singles als “On Danse En France” (1976) en “J’ai Un Petit Faible Pour Toi” (1977).
Alain Delorme overleed vijf jaar geleden, op 7 augustus 2020.
Foto van 45 jaar geleden, toen speelde Catherine Hicks in de film Marilyn.
De televisiefilm Marilyn: The Untold Story uit 1980 was een succes voor zijn tijd.
Onder regie van John Flynn en Jack Arnold kreeg de productie veel lof van critici, wat vooral tot uiting kwam in de prestigieuze Emmy Award-nominatie voor hoofdrolspeelster Catherine Hicks.
Haar vertolking van Marilyn Monroe werd alom geprezen.
Naast Hicks bestond de cast uit een reeks bekende namen, waaronder Richard Basehart als haar zaakwaarnemer Johnny Hyde, Frank Converse als honkballegende Joe DiMaggio, Jason Miller als toneelschrijver Arthur Miller en Viveca Lindfors als haar acteercoach Natasha Lytess.


Een groot deel van de charme van de Zoo schuilt in de vele historische gebouwen, waarvan er verschillende beschermd zijn als monument. Deze architecturale parels vertellen het verhaal van de lange geschiedenis van de dierentuin:

De Egyptische Tempel (1856): Dit is een van de oudste en meest waardevolle gebouwen. Het wordt beschouwd als een van de fraaiste voorbeelden van neo-Egyptische architectuur in Europa en huisvest vandaag de giraffen en olifanten.

De Moorse Tempel (1871): Dit gebouw was oorspronkelijk bedoeld voor struisvogels en herbergt nu de okapi’s, een diersoort waarmee de Zoo een speciale historische band heeft.

Het Aquarium (1911): Dit monumentale gebouw herbergt een grote diversiteit aan vissen en ongewervelden. Het rifaquarium is een van de blikvangers.

De Wintertuin: Een prachtige serre die een tropisch klimaat nabootst en tal van vogelsoorten en planten een thuis biedt.
De Ingang (1903): De majestueuze ingang aan het koningin-Astridplein.
Naast deze zijn er nog tal van andere historische verblijven, zoals de roofvogelvolières en de oude hertengebouwen, die de sfeer van een 19e-eeuwse dierentuin oproepen.

De dierentuin strekt zich uit over een oppervlakte van ongeveer 11 hectare. Gelegen pal naast het Centraal Station, vormt het een unieke combinatie van een 19e-eeuwse tuin in Engelse landschapsstijl met historische gebouwen en moderne dierenverblijven.
Het is een beschermd landschap en wordt door velen beschouwd als een groene long voor de stad.

In totaal zetten ongeveer 400 personeelsleden zich dagelijks in voor het welzijn van de dieren, het onderhoud van de parken, wetenschappelijk onderzoek en de ontvangst van de bezoekers.
Dit team bestaat uit dierenverzorgers, dierenartsen, biologen, tuiniers, technisch personeel, en medewerkers voor de horeca en administratie.

De Zoo van Antwerpen, officieel de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde Antwerpen (KMDA), werd opgericht op 21 juli 1843.
Het is daarmee de oudste dierentuin van België en een van de oudste ter wereld.

De initiatiefnemer was Jan Frans Loos, een toenmalige schepen en latere burgemeester van Antwerpen.
Hij raakte in 1841 geïnspireerd na een bezoek aan dierentuin Artis in Amsterdam. Samen met een groep invloedrijke Antwerpse burgers nam hij het initiatief om ook in Antwerpen een dierentuin op te richten.
De wetenschappelijke en praktische motor achter het project was Jacques Kets.
Hij was een gerenommeerde zoöloog en plantkundige.

De oprichters wisten hem te overtuigen om de eerste directeur van de nieuwe dierentuin te worden. Kets stelde als voorwaarde dat er ook een museum zou komen om zijn omvangrijke natuurhistorische verzamelingen in onder te brengen.
Zijn expertise en zijn collectie opgezette dieren vormden de wetenschappelijke basis van de zoo bij de opening.

Bij de start in 1843 was de dierentuin nog bescheiden, met naast de collectie van Kets voornamelijk wat paarden en geiten.
De ingang bevond zich toen aan de Borgerhoutsesteenweg, de huidige Carnotstraat.
Dankzij de visie van Loos en de toewijding van Kets groeide de Zoo van Antwerpen al snel uit tot de belangrijke wetenschappelijke en recreatieve instelling die ze vandaag nog steeds is.
