85 jaar geleden, de illusie van het tijdschrift Signaal.

Friedrich Wilhelm Karl Walter von Oertzen werd geboren op 5 oktober 1898 in Breslau en was een Duitse journalist, publicist en schrijver die actief was tijdens de turbulente periode van de Weimarrepubliek en het naziregime.

Hij stamde uit een adellijke, militaire familie en was de zoon van luitenant-generaal Fritz Ludwig Karl Hugo von Oertzen.

Net als zijn vader nam hij dienst in het leger en vocht hij als luitenant in de Eerste Wereldoorlog, een strijd waarin zijn twee broers om het leven kwamen.

Na de oorlog sloot hij zich aan bij de rechtse Freikorpsen.

In januari 1919 kreeg hij van minister Gustav Noske de opdracht om links-radicale politici in de gaten te houden.

Von Oertzen luisterde de privételefoon af van communistenleider Gustav Noske en droeg hierdoor direct bij aan diens arrestatie.

Korte tijd later was hij getuige toen Liebknecht en Rosa Luxemburg door militairen werden vermoord.

In 1921 nam hij bovendien deel aan de gevechten tegen Poolse opstandelingen in Opper-Silezië.

Na een rechtenstudie rolde von Oertzen de journalistiek in.

Hij begon zijn carrière bij de Lippische Tageszeitung en stapte eind 1924 over naar de redactie van de Vossische Zeitung, waar hij de militaire zaken, de ontwikkelingen in Oost-Europa en de Volkenbond behandelde.

Tijdens deze periode raakte hij bevriend met de journalist Hans Zehrer, die hem introduceerde bij het invloedrijke, nationaal-conservatieve tijdschrift Die Tat.

In dit blad publiceerde hij veel over de positie van het Duitse leger binnen de staat.

Door zijn uitstekende contacten fungeerde hij begin jaren dertig als een belangrijke schakel tussen de legertop en de journalisten van de zogeheten Tat-kring.

Van medio 1932 tot de zomer van 1933 was hij tevens hoofdredacteur van de Tägliche Rundschau.

In zijn journalistieke werk toonde von Oertzen zich zeer kritisch en sceptisch over de Volkenbond.

Als overtuigd nationalist beschouwde hij deze internationale organisatie vooral als een instrument van Frankrijk en Groot-Brittannië om de machtsverhoudingen van het onrechtvaardige Verdrag van Versailles in stand te houden.

Hij zag de Volkenbond niet als een neutrale vredesstichter, maar als een instituut dat was ontworpen om Duitsland militair en politiek zwak te houden.

Hij uitte scherpe kritiek op de hypocrisie van de ontwapeningsonderhandelingen in Genève, waarbij de omringende landen eisten dat Duitsland ontwapend bleef, terwijl zijzelf weigerden hun legers te verkleinen.

Daarnaast verweet hij de organisatie dat ze systematisch faalde in het beschermen van de rechten van Duitstalige minderheden in Oost-Europa, een onderwerp dat hem door zijn verleden in Opper-Silezië zeer na aan het hart lag.

Voor hem bood het pacifistische ideaal van de Volkenbond geen enkele werkelijke veiligheid.

In plaats van te vertrouwen op zwakke internationale verdragen, pleitte hij consequent voor een sterke, soevereine Duitse staat en de heropbouw van een krachtig nationaal leger.

Deze visie komt scherp naar voren in zijn artikel uit 1941, getiteld Volkenbond? Gemeenschap der naties!

Wat vandaag onmogelijk is, zal in de toekomst mogelijk zijn.

Dit propagandastuk illustreert perfect hoe von Oertzen zijn eerdere kritiek integreerde in de retoriek van het Derde Rijk.

Hij opent het artikel met de anekdote uit 1932 over een zitting in Genève, waar Duitse klachten over het Litouwse beheer van het Memelgebied werden besproken.

Door het beeld te schetsen van een verveeld gezelschap met een afwezige Franse voorzitter en een slapende Chinese afgevaardigde, zet hij de Volkenbond direct neer als een tandeloze en hypocriete instelling.

De bond hinkte volgens hem op twee onverenigbare gedachten: het pacifistische ideaal botste fundamenteel met de wens van de overwinnaars om Duitsland permanent te onderdrukken.

Een zwaarwegend punt in zijn betoog is het absolute gebrek aan uitvoerende macht. Omdat besluiten met algemene stemmen moesten worden aangenomen en een eigen leger van de Volkenbond ontbrak, veranderde Genève volgens von Oertzen in een internationale politieke beurs voor achterkamerdeals en onverantwoordelijke journalistiek.

Zelfs op neutrale gebieden zoals de internationale drugshandel bleven besluiten steken in theorie, omdat soevereine staten weigerden de bijbehorende verdragen te ratificeren.

Na de vlucht van het secretariaat van de Volkenbond naar de Verenigde Staten in 1939 verklaart hij de organisatie in zijn artikel definitief dood.

Hij gebruikt deze reële, historisch breed gedeelde kritiek vervolgens handig om de weg vrij te maken voor de zogeheten nieuwe Europese orde.

Hij pleit voor een verenigd Europa, bevrijd van Britse invloed en het falende democratische individualisme, onder de strikte militaire leiding en bescherming van de Asmogendheden.

Op deze manier presenteerde hij de militaire overheersing door nazi-Duitsland listig als de enige logische en werkbare oplossing om de stabiliteit af te dwingen die de Volkenbond nooit kon waarmaken.

Wat in dit artikel wordt afgeschilderd als een krachtige, nieuwe gemeenschap van Europese naties, was in de realiteit de dictatuur van de Nieuwe Orde.

Het stuk probeert de brute militaire overmacht van nazi-Duitsland en zijn bondgenoten te verkopen als de broodnodige tanden die de besluiteloze Volkenbond miste.

Dit is een klassieke manipulatietechniek: het volledig afbreken van een haperend democratisch systeem om een totalitair en gewelddadig alternatief als de logische en organische redding te presenteren.

Vandaag, in 2026, lezen we dit soort artikelen met de volledige kennis van de gruwelijke uitkomst van die beloofde orde.

Wanneer oude tijdschriften en publicaties worden bestudeerd om het verleden tot leven te brengen, vormen dit soort documenten een fascinerende, zij het donkere, spiegel van hun tijd.

Ze laten heel tastbaar zien hoe gedrukte media structureel werden geïnstrumentaliseerd om de publieke opinie te kneden.

Hoewel de kritiek op de onmacht van internationale organisaties soms verrassend actueel kan aanvoelen wanneer we naar hedendaagse conflicten kijken, dient de propagandistische en biografische context van Signal als een permanente waarschuwing.

Het toont hoe de roep om snelle oplossingen en sterke leiders in tijden van internationale crisis in absolute duisternis kan ontsporen.

45 jaar geleden, het nieuwe thuis van de familie Starr

Ringo Starr trouwde in 1965 met Maureen Cox. Samen kregen zij drie kinderen: Zak, Jason en Lee.

Nadat het paar in 1975 scheidde, vond Ringo opnieuw de liefde bij Barbara Bach, die hij ontmoette op de set van de film Caveman in 1980

Het stel stapte op 27 april 1981 in het huwelijksbootje.

Inmiddels is Ringo grootvader van zeven kleinkinderen en mocht hij op 16 augustus 2016 zijn eerste achterkleinkind verwelkomen.

Zijn oudste zoon, Zak Starkey, trad in zijn muzikale voetsporen; hij is sinds 1996 de drummer van de Engelse rockband The Who en drumde daarnaast enkele jaren bij Oasis.

Een ander bijzonder hoogtepunt in het leven van Starr vond plaats op 29 december 2017, toen hij door koningin Elizabeth werd geridderd.

Zijn echtgenote Barbara Bach werd geboren in Queens, New York.

Ze stopte al op 16-jarige leeftijd met school om een carrière als model na te jagen, met succes: een jaar later werkte ze al als internationaal topmodel.

Op 18-jarige leeftijd trouwde ze met Augusto Gregorini, met wie ze in Italië twee kinderen kreeg.

Tijdens haar periode in Italië was ze te zien in een aantal kleine filmrollen.

Na haar scheiding in 1975 keerde ze terug naar de Verenigde Staten. Haar grote internationale doorbraak volgde in 1977 met de rol van de Russische agent Triple X, majoor Anya Amasova, in een bekende James Bond-film.

Deze rol bracht haar wereldwijde roem, waarna ze een jaar later te zien was in een volgende grote speelfilm.

Tegenwoordig houdt ze zich vooral bezig met liefdadigheidswerk. Samen met Ringo bezit ze meerdere huizen over de hele wereld, waaronder in Monte Carlo en Beverly Hills.

In april 2026 bracht Ringo zijn nieuwe album Long Long Road uit. Dit is zijn tweede country- en Americana-plaat, geproduceerd door T Bone Burnett, met gastbijdragen van artiesten als Sheryl Crow, St. Vincent en Billy Strings.

Het album is de opvolger van het succesvolle Look Up uit 2025.

De nu 86-jarige Ringo staat nog altijd vol energie op het podium.

In mei en juni 2026 toerde hij met zijn All Starr Band, waarin onder meer Steve Lukather van Toto en Colin Hay van Men at Work meespelen, langs de Amerikaanse Westkust.

Voor het najaar van 2026 staat er opnieuw een tournee op het programma, waarbij hij in september en oktober zal optreden in het noordoosten van de Verenigde Staten

De single ‘Love’s Unkind’ van Donna Summer werd in de meeste Europese landen een bescheiden hit, met een top 30-notering in de Ultratop en Mega Chart en een top 20-positie in Duitsland en Oostenrijk.

In de Nederlandse Top 40 bleef de plaat steken op nummer 32, terwijl deze in de Vlaamse Ultratop 50 de 25e positie behaalde.

In de UK was het echter in maart 1978 een top 3-hit, na ‘I Feel Love’ haar grootste Britse singlesucces, en in Ierland bereikte de single zelfs een tweede plaats.

Hoewel de single in de Verenigde Staten nooit los is uitgebracht, bereikte deze daar wel de eerste plaats in de Billboard Dance Chart, omdat destijds het volledige album als één hitnotering telde.

Afhankelijk van het land waar de 7-inch single werd geperst, stond op de B-kant het nummer ‘Autumn Changes’ of ‘Black Lady’.

Ook bij deze opname zaten Giorgio Moroder en Pete Bellotte achter de knoppen.

Het vaste succesteam componeerde en produceerde de muziek, terwijl Donna Summer zelf de tekst schreef.

Het nummer is de tweede track op haar succesvolle conceptalbum ‘I Remember Yesterday’, waarop Love’s Unkind specifiek teruggreep naar de vrolijke girlgroup-sound en de sfeer van de jaren vijftig, maar dan verpakt in een strak discojasje.

De lp verscheen in de lente van 1977, amper 7 maanden na haar vorige album.

Voor het album ‘I Remember Yesterday’ valt er achter de schermen heel wat te ontdekken over de innovatieve werkwijze van Donna Summer en haar producers.

Het bijbehorende album is een van de meest invloedrijke platen uit het videotijdperk van de disco geworden.

Op een discobeat mijmert ze vooral over haar verleden, waarbij het overkoepelende muzikale concept letterlijk door de tijd reist. Donna Summer combineerde hierop moderne discobeats met muzikale stijlen uit eerdere decennia.

Het retroconcept van het album leverde opvallende momenten op.

Om de sfeer van de vroege decennia perfect te vangen, beperkte het team zich niet tot de instrumenten alleen.

Donna Summer paste haar zangtechniek per nummer aan en imiteerde bewust de zangstijlen en microfoontechnieken uit die specifieke tijdperken.

De nummers op de A-kant en het begin van de B-kant weerspiegelen verschillende decennia uit de muziekgeschiedenis en hebben telkens betrekking op een bepaalde periode.

De titelsong ‘I Remember Yesterday’ eert de jarenveertig-bigband-stijl, waarvoor ze zong met de theatrale dictie van een bigband-zangeres.

Vervolgens kijkt ‘Love’s Unkind’ naar de jaren vijftig.

Voor dit nummer liet ze haar stem veel lichter en jeugdiger klinken om de typische sound te evenaren.

De tekst is een herinnering aan de onschuldige perikelen van een schoolcrush, haar eerste verliefdheid op een klasgenootje en een liefdesdriehoek in de klas.

Het daaropvolgende nummer ‘Back in Love Again’ vertegenwoordigt daarna de jaren zestig met een herkenbare Motown-stijl.

Aan het einde van het album maakt Donna Summer de sprong naar de toekomst met de grensverleggende afsluiter ‘I Feel Love’, die destijds volledig met synthesizers werd gemaakt en de blauwdruk werd voor de moderne dancemuziek.

Dit futuristische slotnummer veranderde de popmuziek voorgoed, maar de opname ervan was een technisch hoogstandje.

Giorgio Moroder wilde een nummer maken dat volledig elektronisch was om de toekomst te symboliseren.

In 1977 was dat een enorme uitdaging, omdat synthesizers destijds snel ontstemden door de warmte in de studio.

De apparatuur moest elk uur opnieuw worden afgesteld om de typerende, strakke baslijn zuiver te houden.

De enige niet-elektronische bijdrage aan de hele track is de kickdrum, die live werd ingespeeld door drummer Keith Forsey, omdat een drumcomputer destijds nog niet krachtig genoeg klonk.

Toen David Bowie het nummer voor het eerst hoorde in een studio in Berlijn, rende hij naar Brian Eno en riep dat dit het geluid van de toekomst was dat de clubmuziek de komende twintig jaar zou gaan beheersen.

Wereldwijd werd het album een commercieel groot succes.

Het bereikte de top 10 in diverse Europese landen, waaronder Nederland, Oostenrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, terwijl de plaat in Italië en Spanje zelfs de eerste plaats wist te veroveren.

Er zijn miljoenen exemplaren van het album over de toonbank gegaan.

Alleen al in de Verenigde Staten was de verkoop goed voor meer dan een miljoen exemplaren, en ook in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk werden honderdduizenden platen verkocht.

Veertig jaar geleden verscheen het album Inside Story van Grace Jones.

Ze produceerde dit album zelf, waarbij ze werd bijgestaan door Nile Rodgers.

Een van de nummers op deze plaat is ‘Victor Should Have Been a Jazz Musician’, een compositie van Grace Jones en Bruce Woolley.

De carrière van Woolley is indrukwekkend; hij is mede-auteur van de hit Video Killed The Radio Star van The Buggles en schreef daarnaast nummers voor artiesten als Dollar, Shirley Bassey, Divine, Cliff Richard, Tori Amos, Tom Jones, Cher en Bebel Gilberto.

De samenwerking tussen Bruce en Grace begon overigens al eerder, toen zij samenwerkten aan haar album Slave to the Rhythm uit 1985.

In maart 1987 werd de single ‘Victor Should Have Been a Jazz Musician’ uitgebracht in Vlaanderen en Nederland.

Hoewel dit voor velen haar beste nummer is, bleef het grote succes in de hitlijsten uit.

De single bereikte de BRT Top 30 niet en stond in de Nationale Top 50 slechts één week op de veertigste plaats.

In de Nederlandse Top 40 kwam het nummer niet verder dan de vijfendertigste positie.

Vandaag precies 45 jaar geleden betoverde de Nieuw-Zeelandse operazangeres Kiri Te Kanawa de wereld met haar zang tijdens de koninklijke bruiloft van prins Charles en Diana Spencer.

Dit optreden vormde een bijzonder hoogtepunt in het leven van een vrouw met een evenzo opmerkelijke achtergrond.

Ze kwam ter wereld in Gisborne op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland als Claire Mary Teresa Rawstron.

Haar biologische vader, Tiake Wawatai, was een Maori en was destijds getrouwd met Henerata Te Huia Kohere.

Haar biologische moeder, Noeleen Rawstron, was van Europese afkomst.

Omdat er verder weinig bekend is over haar natuurlijke ouders, nam haar leven al na vijf weken een beslissende wending toen ze werd geadopteerd door Atama Te Kanawa, eveneens een Maori, en Hellena Janet Leece, die net als Kiri’s biologische moeder Europese wortels had.

Haar adoptieouders gaven haar de naam Kiri, wat in het Maori toepasselijk klok betekent.

Haar onderwijs en muzikale basis ontving ze aan het Saint Mary’s College in Auckland.

De grote doorbraak in haar thuisland kwam in 1965, toen ze de prestigieuze Mobil Song Quest won.

In deze bijzondere competitie nam ze het op tegen zangers uit allerlei genres, van pop en jazz tot klassiek.

De hoofdprijs was een beurs om in Londen te studeren, wat de deuren naar een internationale carrière opende.

Een jaar later kon ze zonder auditie beginnen aan het London Opera Centre, waar ze zangles kreeg van James Robertson.

Haar podiumcarrière begon met de rol van de Tweede Dame in Mozarts Die Zauberflöte, maar na enkele andere rollen was het haar vertolking van Idamante in Idomeneo die echt indruk maakte.

Het leverde haar een felbegeerd driejarig contract op bij het Royal Opera House in Covent Garden, waarmee haar naam definitief gevestigd was.

Het internationale succes liet daarna niet lang op zich wachten.

In 1971 maakte ze haar debuut in de Verenigde Staten tijdens een operafestival in New Mexico, waar ze schitterde als de gravin in Le nozze di Figaro.

Ze hernam deze glansrol in Covent Garden en in 1972 bij de San Francisco Opera.

Twee jaar later beleefde ze een zenuwslopend maar triomfantelijk debuut in de Metropolitan Opera in New York, toen ze op het allerlaatste moment de zieke Teresa Stratas moest vervangen als Desdemona in Otello.

In de decennia die volgden speelde ze in opera’s over de hele wereld en liet ze zich ook op het witte doek gelden, bijvoorbeeld als Donna Elvira in de film Don Giovanni van Joseph Losey uit 1979.

Naast de bekende wapenfeiten uit haar carrière zijn er nog talloze boeiende weetjes over haar leven te vertellen.

Zo kreeg zij in 1982, een jaar na het huwelijk van Charles en Diana, de adellijke titel Dame Commander of the Order of the British Empire toegekend voor haar verdiensten in de muziek.

Ook maakte ze met succes uitstapjes buiten de pure opera; ze zong in 1991 het officiële themanummer World in Union voor het wereldkampioenschap rugby en nam in 1984 de rol van Maria op zich in een legendarische studio-opname van de musical West Side Story, gedirigeerd door componist Leonard Bernstein zelf.

Verder richtte ze in 2004 de Kiri Te Kanawa Foundation op om jong vocaal talent uit Nieuw-Zeeland financieel en mentaal te ondersteunen, en staat ze in haar vrije tijd bekend als een zeer fanatiek golfster.

In de latere fase van haar loopbaan bleef ze haar publiek verrassen.

Zo maakte ze in 2013 een opvallend uitstapje naar de televisiewereld met een gastrol in het vierde seizoen van de populaire Britse dramaserie Downton Abbey, waarin ze heel toepasselijk de historische Australische sopraan Nellie Melba speelde.

Haar definitieve afscheid van de operawereld kwam in 2010, toen ze voor het laatst in een rol stond als de Marschallin in Der Rosenkavalier van Richard Strauss bij de Oper Köln.

Hoewel ze toen al een jaar gestopt was, maakte ze in september 2017 officieel bekend dat ze niet langer in het openbaar zou optreden, waarmee een rustig einde kwam aan een van de meest succesvolle zangcarrières van onze tijd.

Let The Bright Seraphim – Prince Charles & Lady Diana’s Wedding, St Pauls 1981

Van ‘Children’ tot ‘Fable’: het muzikale levensverhaal van Robert Miles

Robert Miles werd als Roberto Concina geboren in Zwitserland, groeide op in Italië en woonde de jongste jaren van zijn leven op het Spaanse eiland Ibiza.

Tijdens zijn carrière was hij actief als componist, producent, dj én als radiomaker.

Hij was een invloedrijke Italiaanse producer en dj die een pioniersrol speelde in de dancemuziek van de jaren negentig.

Hij werd wereldwijd bekend als de grondlegger van de dreamtrance, een melodieus subgenre binnen de elektronische muziek dat gekenmerkt werd door rustgevende pianoklanken en sfeervolle synthesizers.

Zijn internationale doorbraak kwam er in 1996 met het nummer Children.

In Vlaanderen was de single goed voor een tweede plaats in de BRT Top 30 en in Nederland was het nummer goed voor een derde plaats in de Top 40.

De track is nog steeds een van de bestverkochte danceplaten aller tijden.

In 1997 werd Miles bovendien vereerd met een Brit Award voor beste internationale nieuwkomer.

Het succes kreeg al snel een waardig vervolg met het nummer Fable.

Deze single verscheen eveneens in 1996 en was afkomstig van zijn veelgeprezen debuutalbum Dreamland.

Fable wist de kenmerkende sound van Miles perfect te vangen.

Het nummer combineerde een dromerige, melancholische pianomelodie met een stuwende dancebeat.

Er werden destijds twee versies van uitgebracht: een instrumentale versie die de nadruk legde op de muzikale sfeer, en een vocale versie met de stem van de zangeres Fiorella Quinn.

Fable werd een enorme internationale hit en bereikte hoge posities in de hitlijsten in heel Europa, waaronder in het Verenigd Koninkrijk en Italië.

Het nummer bereikte in Vlaanderen de derde plaats in de BRT Top 30.

In Nederland was de single maar goed voor een vierentwintigste plaats in de Top 40.

Met dit nummer bewees Miles dat hij geen eendagsvlieg was en verstevigde hij zijn status als vernieuwer in de elektronische muziek.

De track droeg bij aan de populariteit van het dreamhouse-genre, dat destijds een rustiger en melodieuzer alternatief bood voor de hardere beats in de clubs.

Aan het einde van 2003 verhuisde Miles van Londen naar Los Angeles.

Al snel koos hij in zijn carrière voor een meer experimentele en alternatieve muzikale richting.

Zo bracht hij in 2004 een album uit samen met Trilok Gurtu, getiteld Miles_Gurtu.

Zijn vijfde studioalbum Th1rt3en kwam uit in februari 2011.

Onder meer Robert Fripp, Dave Okumu, Jon Thorne en Davide Giovannini werkten mee aan dit album, dat bestaat uit alternatieve en progressieve rock gemengd met elektronische geluiden.

Naast zijn eigen muziek bleef hij nauw betrokken bij de cultuurwereld; dankzij de oprichting van zijn Open Lab steunde hij jong talent binnen de elektronische muziek én de beeldende kunsten.

Hoewel hij deze nieuwe wegen verkende, blijven nummers als Fable, Children en One & One symbool staan voor een gouden tijdperk in de dancemuziek.

Miles overleed in mei 2017 op 47-jarige leeftijd op Ibiza aan de gevolgen van een uitgezaaide vorm van kanker, na een strijd van negen maanden tegen de ziekte.

Vandaag is het precies 45 jaar geleden dat het koninklijke huwelijk tussen prins Charles en prinses Diana plaatsvond, een relatie met een veelbewogen geschiedenis vol iconische momenten, publieke spanningen en opmerkelijke weetjes.

Hoewel ze elkaar al jaren kenden, konden ze pas in het openbaar samen verschijnen toen Diana 19 jaar oud was.

De 31-jarige Charles had daarvoor een relatie met haar oudere zus, Lady Sarah McCorquodale.

Toen die afspraakjes op niets uitliepen, sprong de vonk over op de jongere zus en vroeg Charles haar na slechts zes maanden daten ten huwelijk.

Tijdens het beroemde interview na hun verlovingsaankondiging vroeg een verslaggever of het paar verliefd was. Diana antwoordde meteen met een overtuigd Natuurlijk!”, waarop Charles haar bijviel met de raadselachtige toevoeging wat verliefd zijn ook betekent.

Voor de verlovingsring kreeg Diana de keuze uit verschillende prachtige exemplaren en koos ze voor de inmiddels wereldberoemde ring met de blauwe saffier, dezelfde ring die tegenwoordig de hand van Kate Middleton siert.

Tijdens hun huwelijk reisden ze de wereld rond en beleefden ze bijzondere momenten.

Uit een brief van Charles aan Nancy Reagan bleek hoe hij de Amerikaanse president en first lady bedankte voor een onvergetelijke avond in het Witte Huis.

Hij schreef dat Diana er maar niet over uitkon dat ze op één avond had gedanst met John Travolta, Neil Diamond, Clint Eastwood én de president van de Verenigde Staten.

Toch hield het sprookje geen stand, al blikte Diana in een controversieel interview in 1995 nog liefdevol terug op het begin: ze hield vreselijk veel van haar man, wilde alles met hem delen en vond dat ze een heel goed team waren.

Uiteindelijk kwamen er barsten in de relatie.

Charles gaf toe een buitenechtelijke relatie te hebben met Camilla Parker-Bowles, terwijl Diana gedurende vijf jaar een affaire had met James Hewitt, de paardrij-instructeur van haar zoons.

Toen de relatieproblemen zo openlijk naar buiten kwamen, greep koningin Elizabeth in met een brief waarin ze het paar dringend adviseerde te scheiden.

Na jaren van onderhandelen werd de scheiding op 28 augustus 1996 definitief.

Diana noemde dit de meest verdrietige dag uit haar leven.

Hoewel ze haar titel Her Royal Highness kwijtraakte, mocht ze wel Princess of Wales blijven heten.

Rondom de ‘Bruiloft van de Eeuw’ vonden bovendien heel wat opmerkelijke feiten plaats.

Zo had Diana’s iconische trouwjurk een sleep van maar liefst 7,6 meter, de langste in de koninklijke geschiedenis, en keken er wereldwijd zo’n 750 miljoen mensen mee op televisie.

De zenuwen speelden het paar parten tijdens de ceremonie: Diana draaide per ongeluk de namen van Charles om, terwijl Charles vergat haar zijn “wereldse goederen” te beloven.

Diana schreef daarnaast geschiedenis door als eerste koninklijke bruid het woord “gehoorzamen” uit haar trouwgelofte te schrappen, een traditie die latere koninklijke bruiden zoals Kate Middleton en Meghan Markle voortzetten.

65 jaar geleden, te gast bij de Duitse kunstverzamelaar en eigenaar van de kunstgalerie Daniel-Henry Kahnweiler in Parijs.

Kahnweiler wordt beschouwd als een van de grootste aanhangers van de kubistische kunstbeweging door zijn activiteiten als kunsthandelaar en woordvoerder van kunstenaars.

Hij was een van de eersten die het belang en de schoonheid van Picasso’s Les Demoiselles D’Avignon inzag en wilde het meteen samen met al het werk van Picasso kopen.

Picasso schreef over Kahnweiler: “Wat zou er van ons zijn geworden als Kahnweiler geen zakelijk inzicht had gehad?”

Kahnweilers waardering voor Picasso’s talenten was vooral verheugend voor de kunstenaar, aangezien hij grotendeels onbekend en berooid was in de tijd dat veel van zijn beroemdste werken werden gemaakt.

Kahnweiler ondersteunde in zijn galerie veel grote kunstenaars die weinig erkenning en belangstelling van verzamelaars kregen.

De eerste aankopen waren werken van Kees van Dongen, André Derain, André Masson, Fernand Léger, Georges Braque, Juan Gris, Maurice de Vlaminck en verschillende andere kunstenaars van dezelfde generatie.

Om zijn eigen woord te gebruiken, Kahnweiler wilde grote artiesten “verdedigen”, maar alleen degenen die geen dealers hadden en van wiens talenten hij overtuigd was.

Samen met mannen als Alfred Flechtheim, Paul Cassirer, Daniel Wildenstein, Léonce Rosenberg en Paul Rosenberg was Kahnweiler een van de invloedrijke kunstkenners van de 20e eeuw.

De ondernemerscapaciteiten van Kahnweiler waren zo acuut dat zijn kunstgalerie in de jaren vijftig qua exportcijfers tot de top 100 van Franse bedrijven behoorde.

Hij stierf in 1979 in Parijs, op de leeftijd van 94 jaar.

Gisteren nog vandaag

Foto met Picasso

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag