Het tragische dubbelleven van Billy Preston: muzikaal genie in de schaduw van geheimhouding en verslaving

Achter het buitengewone muzikale talent van Billy Preston ging een complex en getroebleerd privéleven schuil.

Hoewel hij uitgroeide tot een van de meest gevraagde toetsenisten ter wereld en nauw samenwerkte met grootheden als The Beatles en The Rolling Stones, bleef een groot deel van zijn persoonlijke realiteit noodgedwongen verborgen voor het grote publiek.

Preston was homoseksueel, maar kon daar tijdens het overgrote deel van zijn leven niet open over zijn.

Binnen de muziekindustrie en zijn directe omgeving was zijn geaardheid overigens wel bekend. K

Keith Richards schreef later in zijn memoires over de moeilijke positie waarin Preston zich destijds bevond, in een tijdperk waarin openheid over homoseksualiteit nauwelijks getolereerd werd.

Ook Olivia Harrison, weduwe van George Harrison, herinnerde zich hoe Preston op tournee geregeld mannelijke gezellen meenam die hij discreet voorstelde als familieleden, terwijl de bandleden op de hoogte waren van de situatie.

Zijn diepgewortelde christelijke opvoeding binnen de baptistengemeente zorgde voor een zware innerlijke tweestrijd.

Preston worstelde decennialang met schuldgevoelens door de veroordeling van zijn geaardheid binnen de kerk.

Die psychische druk leidde uiteindelijk tot ernstige verslavingen aan alcohol en verdovende middelen, wat vanaf de vroege jaren negentig uitmondde in herhaalde aanvaringen met justitie.

Een dramatisch dieptepunt deed zich voor in september 1991, toen Preston in Los Angeles werd aangehouden na een incident in zijn woning met een zestienjarige jongen.

Volgens het politiedossier had hij de jongen meegenomen onder het voorwendsel van een klusje, waarna er sprake was van ongewenste intimiteiten en drugsgebruik.

Preston testte na zijn arrestatie positief op cocaïne.

In 1992 trof hij een gerechtelijke schikking waarbij hij geen verweer voerde, waarna hij een voorwaardelijke straf kreeg en zich verplicht liet opnemen in een ontwenningskliniek.

Hoewel de zaak veel ophef veroorzaakte, bleef het binnen zijn strafblad bij dit specifieke voorval.

Latere juridische moeilijkheden draaiden voornamelijk om aanhoudend drugsbezit en overtredingen van voorwaardelijke regelingen.

Intimi en biografen wezen er later op dat Prestons gedrag niet los kon worden gezien van zijn zware verslaving en een onverwerkt verleden; als wonderkind in het gospelcircuit was hij op jonge leeftijd zelf slachtoffer geworden van misbruik, een trauma dat hem zijn hele leven bleef achtervolgen.

Pas aan het einde van zijn leven vond hij enige vorm van bevrijding.

Tijdens sessies in een afkickkliniek sprak Preston voor het eerst openhartig over zijn geaardheid.

Daarbij deed hij ook opmerkelijke onthullingen over zijn verborgen liefdesleven: hij vertelde zijn begeleiders dat hij in de loop der jaren romances had gehad met zeven bekende zwarte zangers.

De strenge normen binnen de gospel- en soulwereld dwongen hen destijds allemaal om die relaties angstvallig geheim te houden.

De namen van de betrokkenen zijn door de therapeuten nooit openbaar gemaakt, maar de getuigenis illustreerde hoe intens het dubbelleven was waarin hij gevangen zat.

Niet veel later sloeg het noodlot fysiek toe.

Preston kampte al langer met zware gezondheidsproblemen door nierfalen, deels als gevolg van eerdere nierziekten en een mislukte niertransplantatie in 2002.

Na een ademstilstand raakte hij in november 2005 in een diepe coma waaruit hij niet meer zou ontwaken.

Billy Preston kwam twintig jaar geleden te overlijden op 6 juni 2006 op 59-jarige leeftijd.

Deze tragische spagaat tussen geloof, onverwerkte trauma’s, verslaving en een uitzonderlijke muzikale gave vormde later de rode draad in de documentaire That’s the Way God Planned It.

Billy Preston gearresteerd (Veronica, week 36 van 1991)

Gisteren nog vandaag

Plaats een reactie