Vandaag 80 jaar geleden: Mechelen bracht een groots eerbetoon aan Rik Wauters

Op 21 september 1946 bracht Mechelen samen met de Belgische overheid en vele kunstliefhebbers een groots eerbetoon aan Rik Wauters.

Aan de witte gevel in de voormalige Huidevettersstraat, waar hij tussen 1890 en 1900 had gewoond, werd toen een bronzen gedenkplaat onthuld en kreeg de straat officieel zijn naam.

Wauters werd in 1882 in Mechelen geboren en stierf in 1916 in Amsterdam na een zware strijd tegen kanker.

Dat de nationale overheid zich bij dit eerbetoon aansloot, voelde als een terechte erkenning voor een kunstenaar die al veel langer internationale waardering genoot.

Tegelijkertijd opende toenmalig minister van Openbaar Onderwijs Herman Vos in de Mechelse feestzaal een overzichtstentoonstelling van zijn werk.

Onder grote publieke belangstelling en in het bijzijn van zijn broer en zijn weduwe Nel, die stilhielden bij het portret dat Wauters van haar had gemaakt, werd de volle omvang van zijn talent zichtbaar.

De expositie toonde hem in al zijn facetten: van beeldhouwer, gevormd door de Mechelse houtsnijders- en meubelmakerstraditie, tot tekenaar, etser, aquarellist en schilder.

In een kort maar uitzonderlijk productief leven bouwde Wauters een indrukwekkend oeuvre op.

Zijn koortsachtige drang om te creëren leek bijna voort te komen uit het voorgevoel dat hem maar weinig tijd was gegund, een gevoel dat herinneringen opriep aan Vincent van Gogh.

Toch ademde zijn werk geen somberheid, maar juist een pure levensvreugde en een diepe fascinatie voor de werking van het licht.

Hoewel hij slechts vluchtig met het Franse impressionisme in aanraking was gekomen en zich nooit verloor in theoretische systemen, wist hij als geen ander het zonlicht en de heldere, pure kleuren te vangen.

Tussen zijn schilderijen stonden ook zijn bronzen beelden opgesteld, waaronder ‘Het Zotte Geweld’ en de buste van James Ensor, die glimlachend leek uit te kijken over de verzamelde meesterwerken.

Zijn vroege overlijden op vierendertigjarige leeftijd liet een wrange vraag achter over wat hij nog had kunnen maken als hij, de man met het oogverband van zijn laatste zelfportret, langer had geleefd.

Wat hij naliet was echter meer dan genoeg om zijn stempel definitief op de Belgische kunstgeschiedenis te drukken.

Minister Vos omschreef die Mechelse herdenkingsdag dan ook treffend als een historisch moment vol diepe en terechte eerbied.

Vandaag kijken we naar Rik Wauters als de absolute meester en het boegbeeld van het Brabants fauvisme, een schilder en beeldhouwer die een unieke plaats inneemt in onze moderne kunst.

Zijn sculptuur ‘Het Zotte Geweld’ geldt inmiddels als een iconisch meesterwerk dat symbool staat voor tomeloze energie, beweging en levenslust.

De innige band met zijn vrouw en muze Nel Duerinckx blijft hedendaagse toeschouwers diep ontroeren, doordat haar aanwezigheid in talloze intieme taferelen en portretten de menselijke warmte van zijn werk onderstreept.

Waar men hem vroeger vooral vergeleek met tijdgenoten, bewondert men hem nu om zijn geheel eigen, zuivere beheersing van licht en kleur.

Zijn doeken, die het alledaagse huiselijke geluk transformeren tot een feest van zonovergoten penseelstreken, hebben na al die jaren niets van hun frisheid verloren en behoren tot de meest gekoesterde topstukken van het Belgische erfgoed.

Het historische pand en de straat zelf getuigen nog altijd van die rijke geschiedenis.

De plek in de voormalige Huidevettersstraat heet vandaag de dag de Rik Woutersstraat, en het woon- en werkhuis van zijn familie bevindt zich op de huidige huisnummers eenenveertig en drieënveertig.

Aan de gevel hangt nog altijd de oorspronkelijke bronzen gedenkplaat uit 1946.

Hoewel de inscriptie door weersinvloeden in de loop der decennia sterk is afgesleten en nog nauwelijks te ontcijferen valt, herinnert ze er nog steeds aan dat de Mechelse schilder en beeldhouwer er zijn jonge jaren doorbracht.

Wie vandaag door de wijk wandelt, vindt vlakbij bovendien een groen rustpunt in de vorm van de Rik Wouterstuin, een sfeervol openbaar binnentuintje dat de herinnering aan Mechelens beroemde meester van het licht levend houdt.

Het tragische dubbelleven van Billy Preston: muzikaal genie in de schaduw van geheimhouding en verslaving

Achter het buitengewone muzikale talent van Billy Preston ging een complex en getroebleerd privéleven schuil.

Hoewel hij uitgroeide tot een van de meest gevraagde toetsenisten ter wereld en nauw samenwerkte met grootheden als The Beatles en The Rolling Stones, bleef een groot deel van zijn persoonlijke realiteit noodgedwongen verborgen voor het grote publiek.

Preston was homoseksueel, maar kon daar tijdens het overgrote deel van zijn leven niet open over zijn.

Binnen de muziekindustrie en zijn directe omgeving was zijn geaardheid overigens wel bekend. K

Keith Richards schreef later in zijn memoires over de moeilijke positie waarin Preston zich destijds bevond, in een tijdperk waarin openheid over homoseksualiteit nauwelijks getolereerd werd.

Ook Olivia Harrison, weduwe van George Harrison, herinnerde zich hoe Preston op tournee geregeld mannelijke gezellen meenam die hij discreet voorstelde als familieleden, terwijl de bandleden op de hoogte waren van de situatie.

Zijn diepgewortelde christelijke opvoeding binnen de baptistengemeente zorgde voor een zware innerlijke tweestrijd.

Preston worstelde decennialang met schuldgevoelens door de veroordeling van zijn geaardheid binnen de kerk.

Die psychische druk leidde uiteindelijk tot ernstige verslavingen aan alcohol en verdovende middelen, wat vanaf de vroege jaren negentig uitmondde in herhaalde aanvaringen met justitie.

Een dramatisch dieptepunt deed zich voor in september 1991, toen Preston in Los Angeles werd aangehouden na een incident in zijn woning met een zestienjarige jongen.

Volgens het politiedossier had hij de jongen meegenomen onder het voorwendsel van een klusje, waarna er sprake was van ongewenste intimiteiten en drugsgebruik.

Preston testte na zijn arrestatie positief op cocaïne.

In 1992 trof hij een gerechtelijke schikking waarbij hij geen verweer voerde, waarna hij een voorwaardelijke straf kreeg en zich verplicht liet opnemen in een ontwenningskliniek.

Hoewel de zaak veel ophef veroorzaakte, bleef het binnen zijn strafblad bij dit specifieke voorval.

Latere juridische moeilijkheden draaiden voornamelijk om aanhoudend drugsbezit en overtredingen van voorwaardelijke regelingen.

Intimi en biografen wezen er later op dat Prestons gedrag niet los kon worden gezien van zijn zware verslaving en een onverwerkt verleden; als wonderkind in het gospelcircuit was hij op jonge leeftijd zelf slachtoffer geworden van misbruik, een trauma dat hem zijn hele leven bleef achtervolgen.

Pas aan het einde van zijn leven vond hij enige vorm van bevrijding.

Tijdens sessies in een afkickkliniek sprak Preston voor het eerst openhartig over zijn geaardheid.

Daarbij deed hij ook opmerkelijke onthullingen over zijn verborgen liefdesleven: hij vertelde zijn begeleiders dat hij in de loop der jaren romances had gehad met zeven bekende zwarte zangers.

De strenge normen binnen de gospel- en soulwereld dwongen hen destijds allemaal om die relaties angstvallig geheim te houden.

De namen van de betrokkenen zijn door de therapeuten nooit openbaar gemaakt, maar de getuigenis illustreerde hoe intens het dubbelleven was waarin hij gevangen zat.

Niet veel later sloeg het noodlot fysiek toe.

Preston kampte al langer met zware gezondheidsproblemen door nierfalen, deels als gevolg van eerdere nierziekten en een mislukte niertransplantatie in 2002.

Na een ademstilstand raakte hij in november 2005 in een diepe coma waaruit hij niet meer zou ontwaken.

Billy Preston kwam twintig jaar geleden te overlijden op 6 juni 2006 op 59-jarige leeftijd.

Deze tragische spagaat tussen geloof, onverwerkte trauma’s, verslaving en een uitzonderlijke muzikale gave vormde later de rode draad in de documentaire That’s the Way God Planned It.

Billy Preston gearresteerd (Veronica, week 36 van 1991)

Gisteren nog vandaag