De muzikale erfenis van Malcolm McLaren en het ontstaan van zijn cultalbum Paris

Het project rond het album Paris en het specifieke nummer Paris Paris ontstond begin jaren negentig, toen Malcolm McLaren in de Franse hoofdstad woonde.

Na zijn relatie met actrice Lauren Hutton verloofde hij zich met Eugenia Melian. Het stel woonde samen in Los Angeles en Parijs.

Melian was de drijvende kracht achter een van McLarens bekendste soloprojecten; op haar aandringen nam hij in 1994 het cultalbum Paris op.

Het concept werd mede ontwikkeld door Eugenia Melian, die als creative director en producer werkte.

Het oorspronkelijke idee voor het album was om de diversiteit van Parijs vast te leggen, variërend van de jazzgeschiedenis en existentiële filosofie tot de moderne multiculturele invloeden.

Om het album groen licht te krijgen van het Franse label Disques Vogue, was er de voorwaarde dat er een aantal grote Franse iconen aan mee moesten werken.

Voor het nummer Paris Paris slaagde Eugenia Melian erin om Catherine Deneuve te overtuigen.

Deneuve was echter zeer kritisch op de tekst die McLaren had geschreven.

Zij stemde pas toe nadat ze de tekst volledig had laten herschrijven, omdat ze de oorspronkelijke versie niet vond passen bij de Parijse realiteit of haar eigen imago.

De samenwerking resulteerde in een sfeervol duet waarin haar zwoele stem en zijn karakteristieke praat-zingende stijl samenkomen.

De andere grote naam die meewerkte aan het album was Françoise Hardy en dit voor het nummer ‘Revenge Of The Flowers’.

De productie van het album en het nummer was in handen van een team bestaande uit Malcolm McLaren zelf,

Robin Millar en Lee Gorman. Robin Millar was destijds een zeer gerespecteerde producer die internationaal succes had geoogst met onder meer de debuutalbums van The Pale Fountains, Sade, Everything But The Girl, Black en Fine Young Cannibals.

Ook daarna bleef hij verder werken met deze artiesten, aangevuld met namen als Tom Robinson, Big Country, Randy Crawford en Patricia Kaas. Lee Gorman trad op als arrangeur en componist; hij speelde eerder in de groep Bow Wow Wow, een band waarvan McLaren zelf de oprichter en de bedenker was.

Het album werd over een periode van ruim een jaar opgenomen in een geïmproviseerde studio op een zolderkamer in Parijs, waarbij gebruik werd gemaakt van apparatuur die McLaren voordelig in Engeland had aangeschaft.

In de biografie van McLaren, The Life and Times of Malcolm McLaren, blikt Eugenia Melian terug op hun romance.

Ze omschrijft hem als een briljante maar gecompliceerde man, door wie ze uiteindelijk aan de kant werd gezet.

Ze kreeg voor een groot deel van haar werk geen officiële erkenning en bijgevolg ook geen vergoeding.

Zo staat ze op het album Paris alleen vermeld bij het nummer Who The Hell Is Sonia Rykiel?.

Malcolm McLaren, die vooral bekendheid verwierf als de manager van invloedrijke bands als de Sex Pistols en de New York Dolls, had zelf ook een muzikale carrière.

Vanaf de jaren tachtig scoorde hij als soloartiest en projectleider vernieuwende hits door stijlen als hiphop, wereldmuziek, opera en house met elkaar te mengen.

Zijn grootste hits waren ‘Buffalo Gals’ uit 1982, een baanbrekende track in samenwerking met The World’s Famous Supreme Team.

Dit nummer introduceerde de Amerikaanse hiphopcultuur en het scratchen bij het grote publiek in Europa.

‘Double Dutch’ uit 1983 was een energieke hit, gebaseerd op Zuid-Afrikaanse straatmuziek en het gelijknamige touwtjespringspel uit New York.

‘Madam Butterfly’ uit 1984 was zijn grootste hit in Vlaanderen en Nederland.

McLaren combineerde hier de klassieke opera van Puccini met een zware synthpop-beat en gesproken tekst.

‘Waltz Darling’ uit 1989 werd opgenomen met The Bootzilla Orchestra.

Dit nummer bracht de New Yorkse voguing-dansstijl uit de underground-lhbt-vleugel naar de hitlijsten.

‘Somethings Jumpin in Your Shirt’ uit 1989 was een succesvolle samenwerking met zangeres Lisa Marie, die destijds hoog in de hitlijsten eindigde.

Malcolm McLaren overleed op 8 april 2010.

Vandaag 100 jaar geleden, start van de 15e editie van de internationale Gordon Bennett Cup voor gasballonnen

De 17 ballonnen stegen een voor een op vanuit Wilrijk.

Vrijwel direct na de start kregen de piloten te maken met zeer zware weersomstandigheden. Een krachtige storm blies veel ballonnen direct richting het noordoosten (Nederland).

Door de gevaarlijke rukwinden moesten meerdere deelnemers al snel de landing inzetten. Vier internationale ballonnen maakten diezelfde middag en avond een noodlanding in het midden en westen van Noord-Brabant (onder andere in Chaam en Loosbroek).

De piloten die de stormachtige nacht wisten te overleven, landden in de vroege ochtenduren verspreid over Europa.

De Amerikaanse piloten kapitein Hawthorne C. Gray en luitenant Douglas Johnson landden rond 04:00 uur ’s ochtends in de Duitse regio Mecklenburg na een vlucht van 12 uur (goed voor de tweede plek).

De Amerikaanse ballon Goodyear III, bestuurd door Ward T. Van Orman en Walter W. Morton, wist de grootste afstand af te leggen.

Zij landden na een riskante vlucht van 864 kilometer nabij Sölvesborg in Zweden en wonnen daarmee de felbegeerde Gordon Bennett-trofee.

50 jaar geleden, Getty met haar nummer Love Me.

Getty Kaspers werd op 5 maart 1948 geboren in het Oostenrijkse Graz, maar verhuisde al op jonge leeftijd naar Nederland.

Ze groeide op in Enschede, waar haar muzikale talent al snel naar boven kwam.

In de jaren zestig begon ze te zingen in lokale bands.

Haar grote doorbraak kwam toen ze begin jaren zeventig toetrad als leadzangeres van de popgroep Teach-In.

Na vroege hits zoals ‘Fly Away’ en ‘Tennessee Town’ volgde de internationale doorbraak met Ding-a-dong.

Met Teach-In kende ze in 1975 haar absolute hoogtepunt.

De groep werd geselecteerd om Nederland te vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival in Stockholm met het vrolijke, aanstekelijke nummer Ding-a-dong.

Ze mochten als eerste aantreden en wonnen uiteindelijk het festival met een ruime voorsprong.

Het nummer, geschreven door Eddy Ouwens, Dick Bakker en Will Luikinga, werd een grote internationale hit en bereikte de hitlijsten in heel Europa, waaronder een top 20-notering in het Verenigd Koninkrijk.

Na dit enorme succes bleef de band intensief toeren en singles uitbrengen, maar de druk en interne verschuivingen zorgden ervoor dat de bezetting veranderde.

Getty Kaspers besloot in 1976 te breken met de groep Teach-In om een solocarrière te starten.

Hoewel er geruchten gingen over ruzie, werd de beslissing in goed overleg met de andere groepsleden genomen.

De zangeres voelde dat het succes haar te veel was geworden; ze leefde enkel nog voor haar vak en kon niet meer genieten van het dagelijks leven.

Zo moest ze zaken als het houden van een hond, lezen en koken laten schieten vanwege de overvolle agenda die volgde op de winst van het Eurovisiesongfestival.

Deze plotselinge status als ster lag haar niet goed, omdat ze liever dicht bij zichzelf bleef dan een vedette te zijn.

Voor haar nieuwe weg als soloartiest koos ze ervoor om zich achter de schermen te laten begeleiden door John Gaasbeek, terwijl ze op het podium alleen stond.

Ze streefde ernaar om niet langer enkel als de zangeres van Teach-In te worden gezien, maar als een zelfstandige artiest.

In haar nieuwe loopbaan wilde ze een volwassener geluid laten horen dan het publiek van haar gewend was.

Ze was destijds achtentwintig jaar en vond dat haar muziek bij die levensfase moest passen.

Om haar felbegeerde privéleven te beschermen, nam ze zich voor om nog maar twee tot drie dagen per week te werken.

De rest van de tijd reserveerde ze voor haar rust en persoonlijke interesses.

Onder haar eigen naam bracht ze verschillende singles uit. Haar eerste solosingle in 1976 was ‘Love Me’, een nummer dat werd geproduceerd door Eddy Ouwens.

Dit lied werd geschreven door Bert Baarslag, die helaas op 18 mei 2020 is overleden, en John Gaasbeek, die destijds eveneens lid was van Teach-In.

In 1977 volgde de single ‘Mademoiselle (Mais Oui Je T’Aime).’

Dit nummer werd geschreven door Dick Kooiman, die destijds ook de hoofdredacteur was van de Nederlandse popmuziektijdschriften Muziek Expres (1977-1985) en Popfoto, en Eddy Ouwens, die daarnaast ook weer verantwoordelijk was als producer.

Hoewel ze hiermee airplay kreeg, kon haar solowerk het gigantische succes van de Teach-In-periode niet evenaren.

Samen met John Gaasbeek en Wilma Van Diepen vormde ze in 1978 de groep Balloon.

De twee singles Summerparty, die een medley was van verschillende nummers, en het nummer All You Need Is The Music, uitgebracht in 1979, waren helaas beide een flop.

In de jaren tachtig trok ze zich grotendeels terug uit de schijnwerpers en verhuisde ze met haar toenmalige partner naar Portugal, waar ze een rustiger leven leidde buiten de muziekindustrie.

Na haar terugkeer naar Nederland bleef de liefde voor het Songfestival altijd aanwezig.

Ze bleef een graag geziene gast bij speciale gelegenheden, fanbijeenkomsten en tv-programma’s rondom het festival.

In 2009 trad ze nog eens op met een nieuwe bezetting van Teach-In tijdens de opening van het Eurovisiesongfestival in Moskou, waarmee ze bewees dat haar bekendste succes nog altijd springlevend is in het collectieve geheugen van de Europese popmuziek.

Eind 2024 werkte ze mee aan de speciale theaterproductie Dingedong – De Eurovisiemusical, waarin het 50-jarig jubileum van de songfestivalwinst werd gevierd en waarin zij de rol van juryvoorzitter vertolkte.

In maart 2025 vierde ze de bijzondere mijlpaal dat het exact 50 jaar geleden was dat ze met Teach-In het Eurovisiesongfestival won.

Ze is nog altijd een fervent volger van het Songfestival en spreekt zich samen met andere oud-winnaars, zoals Lenny Kuhr, weleens uit over het evenement.

De nu 78-jarige zangeres woont samen met haar man Cor in het Overijsselse Markelo.

Af en toe laat ze nog van zich horen in de media, zoals bij de presentatie van haar biografie Een leven lang geleden en recenter nog in tv-interviews.

80 jaar geleden, reclame voor de winkel La Voix de son maître

De winkel van La Voix de son maître, vaak beter bekend onder de Engelstalige naam His Master’s Voice of HMV, bevond zich destijds op huisnummer veertien in de Koningsgalerij in Brussel.

Het merk zelf vond zijn oorsprong eind negentiende eeuw, toen de Amerikaan William Barry Owen in Londen The Gramophone Company oprichtte en in 1899 een befaamd schilderij van de Britse schilder Francis Barraud kocht.

Dat schilderij, waarop het hondje Nipper in de hoorn van een fonograaf kijkt, werd in 1909 het officiële logo voor de platenlabels van het bedrijf.

In 1921 opende de allereerste eigen HMV-winkel in de Londense Oxford Street, waarna al snel internationale filialen volgden.

Het Britse moederbedrijf gebruikte in Franstalige gebieden steevast de vertaling La Voix de son maître om de lokale markt beter aan te spreken.

Uit oude Brusselse tijdschriften en archieven blijkt dat het filiaal in de Galerie du Roi al in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw een grote aantrekkingskracht uitoefende op muziekliefhebbers en verzamelaars van geluidsdragers.

In de chique setting van de galerij verkocht de winkel niet alleen de allernieuwste 78-toerenplaten van hun eigen label, maar ook van concurrenten zoals Columbia, Polydor en Brunswick.

Daarnaast was het een belangrijke verdeler van de destijds zeer moderne grammofoons en radiotoestellen.

De zaak pakte regelmatig uit met advertenties waarin ze gratis thuisdemonstraties aanboden, zodat klanten in hun eigen luisteromgeving overtuigd konden raken van de geluidskwaliteit.

Naast deze prestigieuze winkel in de Koningsgalerij had het merk in diezelfde periode overigens nog een tweede Brussels filiaal aan de Maurice Lemonnierlaan.

Het specifieke pand in de Koningsgalerij heeft na het vertrek van La Voix de son maître nog lang een muzikale bestemming behouden.

Vele jaren later, tijdens de hoogtijdagen van de elpee en de cd, was op exact hetzelfde adres de platenzaak Music Way gevestigd.

Toevallig is de naam HMV sinds april van dit jaar na lange afwezigheid weer terug in het Brusselse straatbeeld, ditmaal met een ruime nieuwe vestiging in het winkelcentrum City2.

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het ook al 20 jaar geleden dat Claude Piéplu, de onvergetelijke stem van Les Shadoks, is overleden.

Claude Léon Auguste Piéplu was een geliefde Franse acteur die op 9 mei 1923 in Parijs werd geboren en op 24 mei 2006 in zijn geboortestad overleed.

Hij liet een onuitwisbare indruk achter in de theater-, film- en televisiewereld.

Voordat hij de planken betrad, werkte hij na zijn schooltijd eerst een periode als bankbediende.

De drang om te acteren bleek echter te sterk, en na het volgen van toneellessen maakte hij in 1948 zijn filmdebuut als figurant in de film D’hommes à hommes.

Vanaf de late jaren vijftig en met name in de jaren zeventig begon zijn carrière pas echt te floreren.

Hij speelde in zo’n tachtigtal films, vaak in komedies waarin hij uitblonk als de wat stijve, voorname of licht excentrieke figuur.

Daarnaast was het theater zijn grote liefde, wat resulteerde in optredens in maar liefst 175 verschillende toneelstukken.

Wat Piéplu echt uniek maakte, was zijn zeer herkenbare, ietwat schorre stem in combinatie met een feilloze uitspraak.

Die stem maakte hem voor het grote publiek onsterfelijk als de verteller van Les Shadoks, een absurde en bijzonder populaire Franse animatieserie.

Zijn bloedserieuze manier van vertellen vormde een prachtig contrast met de waanzinnige avonturen van de vreemde wezentjes op het scherm.

Een leuk detail is dat veel van de nonsensicale Shadok-uitspraken, zoals de regel dat het beter is om te pompen, ook al gebeurt er niets, juist door zijn droge dictie zo legendarisch werden.

In 2000 sprak hij voor het laatst de stem in voor de serie.

Toen er na zijn overlijden nog een speciale aflevering over een mysterieuze ziekte werd geproduceerd, was dit dan ook de enige aflevering uit de geschiedenis van de reeks zonder zijn vertrouwde stemgeluid.

Naast zijn succesvolle stemmenwerk had hij nog meer memorabele rollen op televisie en het witte doek.

Zo speelde hij in 1988 de opvallende figuur van de man met de gouden sleutels in de Franse komische serie Palace.

Ook de filmwereld had veel waardering voor zijn talent, wat onder meer bleek uit zijn nominatie in 1987 voor een César, de belangrijkste Franse filmprijs, voor zijn rol in de film Le Paltoquet van regisseur Michel Deville.

In totaal was hij tot op hoge leeftijd actief en speelde hij naast grote namen als Gérard Philipe en Louis de Funès.

Buiten zijn acteercarrière was Claude Piéplu een man met sterke idealen en een nuchtere kijk op de wereld.

Toen hij elf jaar oud was, scheidden zijn ouders, waarna hij door zijn moeder werd opgevoed.

Omdat zij uit het bescheiden dorpje Signy-le-Petit in de Franse Ardennen kwam, bleef hij altijd een sterke band voelen met deze streek en de natuur.

Hij verloochende zijn afkomst nooit en bracht er graag tijd door om de drukte van Parijs te ontvluchten.

Als eerbetoon draagt de plaatselijke mediatheek in dat dorp tegenwoordig zijn naam.

Verder liet hij zich ook maatschappelijk gelden, bijvoorbeeld door in 1987 op de barricaden te staan voor de belangen van de culturele sector, en door zijn actieve betrokkenheid bij vredesinitiatieven.

Met zijn overlijden in 2006 verloor Frankrijk een bevlogen man die met zijn subtiele humor en onvergetelijke stem vele generaties wist te raken.

50 jaar geleden, Ann Christy, het songfestival kan me gestolen worden.

Ann Christy uitte in 1976 haar ongezouten mening over het Eurovisiesongfestival.

Hoewel ze de editie in Den Haag op de voet volgde, waren haar indrukken verre van positief.

Ze stelde dat het festival haar gestolen kon worden en vond de inzendingen kwalitatief ondermaats.

Volgens haar was er geen enkel liedje dat echt indruk maakte.

Zelfs de meer gewaardeerde inzendingen, zoals die van Pierre Rapsat, konden haar niet overtuigen van de relevantie van het festival.

Ook de commerciële nummers vond ze weinig origineel; ze had het gevoel dat elk liedje een kopie was van een bestaande melodie en vond dat de componisten artistiek waren achtergebleven.

Een belangrijke reden voor deze matige kwaliteit was volgens haar de gebrekkige voorbereidingstijd.

Ze merkte op dat de organisatie in de meeste landen verkeerd werd aangepakt, waarbij artiesten en componisten vaak slechts een maand de tijd kregen om alles klaar te stomen.

In die korte periode moesten arrangementen worden gemaakt en promotiecampagnes worden opgezet, waardoor er volgens haar geen ruimte was voor een degelijke voorbereiding.

Ze betwijfelde dan ook sterk of ze haar kandidatuur voor een volgende editie zou indienen, tenzij er een systeem van préselectie zou komen dat artiesten een vol jaar de tijd gaf.

Voor haar was het festival veranderd in een soort hitparade-kermis die haar niet langer kon boeien.

Tegelijkertijd maakte ze destijds bewuste keuzes tussen het zingen in het Engels of het Nederlands.

Hoewel ze een single in beide talen uitbracht, besloot ze dat ze een dergelijke dubbele release niet snel zou herhalen.

Ze vond dat de geschiktheid van een taal sterk afhing van de melodie van het nummer.

Ondanks het succes van de Vlaamse versie van haar werk, ging haar persoonlijke voorkeur vaak uit naar de Engelse versies, omdat ze de teksten daarin sterker vond. In die periode concentreerde ze zich echter op de opname van een nieuwe lp die uitsluitend uit Nederlandstalige nummers bestond.

Het jaar 1976 markeerde ook een belangrijke nieuwe weg in haar carrière met een debuut op het toneel.

Ze schitterde in een muzikale enscenering van Midzomernachtsdroom in het Mechels Miniatuur Theater, het huidige t Arsenaal.

In dit stuk van Shakespeare speelde ze de rol van Helena, een zachtmoedig meisje.

Ze stond hiervoor op de planken met collega Marijn Devalck, die destijds nog optrad onder zijn artiestennaam Marino Falco.

De productie was een enorm succes en werd meer dan 150 keer opgevoerd voor uitverkochte zalen.

De liedjes voor deze productie werden grotendeels geschreven door componist Pieter Verlinden en zijn echtgenote Rita Van Dievel.

Zij schreven zes van de acht nieuwe nummers voor deze musical, die door haar persoonlijk werden ingezongen.

Voor haar was dit een essentiële ervaring waarin ze haar zangtalent combineerde met een nieuwe uitdaging in de acteerwereld.

Pieter Verlinden, die op 25 september 2002 overleed, was een zeer invloedrijke figuur in de Belgische televisiewereld.

Hij was jarenlang verantwoordelijk voor de sonorisatie van talrijke programma’s en series, waarbij hij de muziek en het geluid selecteerde.

Zijn werk was te horen in legendarische producties zoals Wij, Heren van Zichem, Slisse & Cesar en Echo, evenals in jeugdfeuilletons als ‘Johan en de Alverman’ en ‘Axel Nort’.

Na verloop van tijd begon hij steeds vaker zelf de muziek te componeren voor de projecten waarvoor hij werd gevraagd.

Een van zijn meest herkenbare composities was de begintune van De Collega’s, maar hij schreef ook de muziek voor series zoals ‘De vorstinnen van Brugge’, ‘Een mens van goede wil’, ‘Maria Speermalie’, ‘De komst van Joachim Stiller’, ‘Mata Hari’, ‘Herenstraat 10’, ‘Hard labeur’ en ‘Het Pleintje’ .

Ook voor jeugdseries zoals ‘Johan en de ‘Alverman’ en ‘Keromar’ bleef hij actief als componist.

Naast zijn werk voor televisie schreef hij op tekst van Bert Vivier het nummer ‘Laat me nu gaan’, waarmee Linda Lepomme België vertegenwoordigde op het Eurovisiesongfestival in 1985.

Pieter Verlinden was bovendien de vader van voormalig VRT-journalist Peter Verlinden.

Cher mag vandaag tachtig kaarsjes uitblazen.

De zangeres en actrice werd geboren als Cheryl Sarkisian in het Californische El Centro en brak door als de helft van het rock-‘n-roll-duo Sonny & Cher, dat ze vormde met haar toenmalige echtgenoot Sonny Bono.

Terwijl ze samen successen vierden, nam ze toen ook al haar eerste solonummers op.

Het huwelijk met Sonny strandde in 1975.

Slechts vier dagen na de officiële scheiding stapte Cher alweer in het huwelijksbootje met rockmuzikant Gregg Allman, de medeoprichter van The Allman Brothers Band, bekend van hits als Jessica en Ramblin’ Man.

Dat huwelijk kende een stormachtige start: al na negen dagen vroeg Cher een scheiding aan vanwege zijn heroïne- en alcoholverslaving, maar binnen een maand verzoende het stel zich weer.

Samen brachten ze onder de naam Allman & Woman nog het album Two The Hard Way uit.

Op 7 juli 1976 werd hun zoon Elijah Blue Allman geboren, die later in de voetsporen van zijn ouders trad en eveneens muzikant werd.

Na de breuk met Allman had Cher relaties met Kiss-bassist Gene Simmons en gitarist Les Dudek.

In totaal heeft ze twee kinderen: Chaz Bono en Elijah Blue Allman.

Naast haar muzikale loopbaan bouwde Cher een succesvolle carrière op als actrice.

Ze schitterde in films zoals The Witches of Eastwick, Mermaids, Silkwood, Mask, Suspect en Tea with Mussolini.

Haar acteerhoogtepunt beleefde ze op 11 april 1988, toen ze een Oscar voor beste actrice in ontvangst mocht nemen voor haar hoofdrol in Moonstruck.

In juli 2018 voegde ze een nieuw succes toe aan haar filmcarrière toen ze te zien en te horen was in de film Mamma Mia! Here We Go Again.

Ze vertolkte hierin de rol van Ruby Sheridan, de grootmoeder van Sophie.

Naar aanleiding van dit filmavontuur bracht ze in hetzelfde jaar het album Dancing Queen uit, een plaat die volledig gevuld was met haar eigen uitvoeringen van ABBA-covers.

Als zangeres bleef ze decennialang de hitlijsten bestormen.

In 1993 scoorde ze een opmerkelijke hit met een nieuwe uitvoering van ‘I Got You Babe’, dit keer samen met het MTV-tekenfilmduo Beavis and Butt-head.

Aan het begin van 1999 behaalde ze een grote nummer 1-hit in Nederland met het nummer ‘Believe’.

Haar repertoire bevat daarnaast bekende klassiekers zoals “Bang bang (My baby shot me down)’, ‘Gypsys, tramps & thieves’, Half-breed’, ‘Dark lady’, ‘If I could turn back time’ en ‘The shoop shoop song (It’s in his kiss)’.

In 2010 combineerde ze haar talenten in de film Burlesque, waarvoor ze de single ‘You haven’t seen the last of Me’ opnam.

In 2023 bracht ze haar kerstalbum Christmas uit, gevolgd door het verzamelalbum Forever in 2024.

Daarnaast bracht ze onlangs haar memoires uit en werd ze geëerd met een Grammy Lifetime Achievement Award.

De zangeres is nog regelmatig te zien op rode lopers en is momenteel druk bezig met het afronden van nieuwe muziek.

Ze werkt aan een nieuw studioalbum, wat waarschijnlijk haar laatste grote album zal zijn.

Ze verklaarde hierover dat het inzingen van de vocalen op deze leeftijd uitdagend is, maar dat de nummers fantastisch zijn.

foto april 1979

Cher over haar nieuwe album Take me home (Joepie van 27 april 1979).

Cher (juni 1991)

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot viert vandaag zijn 82ste verjaardag.

Een mooi moment om stil te staan bij zijn klassieker Verdronken vlinder.

Het nummer verscheen begin 1967 in eerste instantie als de B-kant van de single ‘Onder ons’, de opvolger van zijn grote hit ‘Het Land van Maas en Waal’.

Twee jaar later, in 1969, kreeg het lied alsnog een hoofdrol toen het werd uitgebracht als A-kant, met ‘Beneden alle peil’ als achterkant.

Beide nummers zijn geschreven door Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, met een arrangement van Bert Paige.

In Verdronken vlinder verlangt de schrijver naar het vrije leven van een vlinder.

Gaandeweg beseft hij echter dat ook dat bestaan een schaduwzijde heeft, zoals een tragisch einde op een plas water.

Uiteindelijk kiest hij er dan ook voor om gewoon mens te zijn, met de troostende gedachte dat hij geen vlinder hoeft te wezen om echt te leven.

De andere kant van de single, ‘Beneden alle peil’, bezingt een onbeantwoorde liefde.

De zanger vindt de vrouw in kwestie geweldig, maar omdat zij alleen oog heeft voor zichzelf, vindt hij haar gedrag beneden alle peil.

Het nummer Verdronken vlinder bleek door de jaren heen een grote inspiratiebron voor andere artiesten.

In 1993 scoorden Erik Van Neygen en Sanne er een grote hit mee in Vlaanderen.

Daarnaast werd het lied in de loop der tijd ook succesvol gecoverd door uiteenlopende namen als Mama’s Jasje, Josee Koning, de cast van LikeMe en zelfs de indierockband Bettie Serveert.

Reclame voor het album Het Beste van Boudewijn de Groot (juli 1977)

Gisteren nog vandaag

De comeback van Boudewijn De Groot (Joepie 13 november 1973).

Het bekende nummer Testament is gecomponeerd door Boudewijn de Groot, terwijl Bert Paige tekende voor de arrangementen en Tony Vos de productie voor zijn rekening nam.

De tekst is grotendeels geschreven door Lennaert Nijgh, die in het lied via een fictief testament terugblikt op zijn jeugdjaren.

In deze nalatenschap deelt hij milde snerpen uit aan zijn familie, die hij beticht van valse getuigenissen, aan stelende vrienden en aan een bedrieglijke ex-vriendin.

Toch is het nummer niet louter bitter; Nijgh koestert tegelijkertijd de mooie herinneringen en reflecteert op verloren idealen.

Omdat Boudewijn de Groot een specifiek deel van de oorspronkelijke tekst niet goed bij zichzelf vond passen, nam hij zelf de pen ter hand voor het couplet dat begint met de regel over het fotoalbum van zijn ouders.

Testament verscheen op het succesvolle album Voor de overlevenden en deed daarnaast dienst als de B-kant van de hitsingle Het Land van Maas en Waal.

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot in de Muziek Expres van december 1979

Gisteren nog vandaag

Na een stilte van vijf jaar maakte Boudewijn de Groot in 1973 zijn comeback met het album Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser.

De titel van de plaat is ontleend aan het bekende nummer Jimmy, dat hij vernoemde naar zijn zoon Jim. Vader en zoon schitteren samen op de albumhoes.

Naast Jimmy bevat het album nummers zoals Terug van weggeweest, Wat geweest is, is geweest, Onderweg, Het Spaarne, Kindermeidslied (Nurse’s Song), Tante Julia, Ik zal je iets vertellen, Parijs, Berlijn, Madrid, De kleine schoorsteenveger en De reiziger.

Voor de teksten werkte De Groot opnieuw samen met Lennaert Nijgh en met zijn toenmalige zwager Ruud Engelander.

Bovendien zijn twee nummers vertalingen van gedichten van William Blake.

Muzikaal kreeg hij ondersteuning van sologitarist Eelco Gelling, met wie hij al eerder samenwerkte op Nacht en ontij, en violiste Vera Beths, die een gastbijdrage leverde op het nummer’ ‘De reiziger’.

Bang dat het publiek hem in de tussentijd was vergeten, was De Groot niet.

Tijdens zijn afwezigheid deden zijn verzamelalbums het namelijk buitengewoon goed. Vooral de dubbel-lp Vijf Jaar Hits was een groot succes, snel gevolgd door een eveneens goed verkopend tweede deel.

Dit bewees dat zijn populariteit en bekendheid alleen maar waren gegroeid, waardoor het grote succes van Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser niet als een complete verrassing kwam.

Het album werd een enorme hit, bereikte de eerste plaats in de albumlijst en hield het daar twintig weken vol.

Dit leverde De Groot een gouden en een platina plaat op, evenals zijn derde Edison.

Het succes kreeg begin 1974 nog een vrolijk staartje toen er een carnavalsversie van het nummer Tante Julia op single verscheen, opgenomen als duet met Nico Haak.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 100 jaar geleden: aantreden van de regering-Jaspar I.

De vorming van de Belgische regering in mei 1926 leidde op de twintigste van die maand tot de installatie van een regering van nationale unie, geleid door premier Henri Jaspar van de Katholieke Unie.

Dit kabinet trad aan na de val van de regering-Poullet-Vandervelde om een zware financiële en monetaire crisis te bezweren. Die vorige coalitie van katholieken en socialisten was gestruikeld nadat de Belgische frank naar een historisch dieptepunt was gezakt en er een massale kapitaalvlucht op gang was gekomen.

Na het ontslag op 11 mei 1926 werd er snel gezocht naar een brede oplossing.

Hoewel de eerste berichten spraken van een katholiek-liberale as aangevuld met technocraten, waarbij de socialisten in de oppositie zouden belanden, slaagde Jaspar er uiteindelijk in om een brede ploeg samen te stellen waarin alle drie de grote politieke families vertegenwoordigd waren.

Jaspar verdeelde de posten zorgvuldig. Naast de premier zelf werden de katholieken vertegenwoordigd door Charles de Broqueville, Maurice Houtart en Henri Baels. Namens de socialisten traden Emile Vandervelde, Joseph Wauters, Edward Anseele en Camille Huysmans toe tot de regering.

De liberalen vaardigden Paul Hymans af, terwijl Emile Francqui als minister zonder portefeuille werd aangesteld.

Francqui kreeg de specifieke taak om minister van Financiën Houtart te ondersteunen bij het financieel herstelbeleid. In die loodzware opdracht kregen Houtart en Francqui bovendien ruggensteun van een financieel comité onder leiding van voormalig premier Georges Theunis.

Dezelfde dag nog legden de nieuwe ministers de eed af bij de koning.

Op 25 mei 1926 lazen Henri Jaspar in de Kamer en Emile Vandervelde in de Senaat de regeerverklaring voor.

De focus lag nagenoeg volledig op het economische herstel. De regering wilde de geldhoeveelheid verminderen, het belastingstelsel herzien, de begroting in evenwicht brengen en streng snoeien in de uitgaven van de openbare besturen.

Tegelijkertijd beloofde het kabinet om niet te raken aan de sociale zekerheid en de taalwetgeving, en bleef het buitenlands beleid gericht op vrede en internationale samenwerking.

Het parlement toonde zich snel overtuigd, want op 27 mei schonk de Kamer haar vertrouwen aan de regering, waarna de Senaat op 1 juni volgde.

Om de wankelende economie daadwerkelijk te redden, kreeg het kabinet bijzondere volmachten van het parlement.

Hierin speelde Emile Francqui een absolute sleutelrol. Onder zijn impuls werden succesvolle maatregelen doorgevoerd, zoals de oprichting van de Maatschappij voor de Industriële Herfinanciering.

De meest tastbare en blijvende realisatie van deze regering was echter de oprichting van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen via de wet van 23 juli 1926.

Om de munt definitief te stabiliseren, werd de Belgische frank in oktober van dat jaar gekoppeld aan de goudstandaard en gedevalueerd, een ingreep die later bekend zou worden als de Frank-Jaspar.

Na een intensief anderhalf jaar viel het doek voor deze ploeg op 22 november 1927, waarna de weg vrij was voor de regering-Jaspar II.