
55 jaar geleden, reclame voor het automodel 100 LS Automatic van het merk Audi.

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek






Vanaf 1 augustus 1968 startte een nieuw tijdperk voor het kanaalverkeer tussen Calais en Dover met de introductie van de Mountbatten-class hovercraft.
Deze revolutionaire vaartuigen verkortten de oversteek tot slechts 30 à 40 minuten, met een recordtijd van amper 23 minuten.

De hovercraft had een capaciteit van 254 passagiers en 30 auto’s.
Na meer dan dertig jaar trouwe dienst werd de laatste hovercraft op 1 oktober 2000 vervangen door snelle Seacat catamarans.
Deze werden uitgebaat door de rederij Hoverspeed, die in de jaren 90 bekendstond als Holymann-Sally en later als Holymann-Hoverspeed.
De laatste eigenaar, Sea Containers Ltd., beschikte over een kleine vloot van zogenaamde High Speed Craft (HSC), zoals de catamarans SeaCat ‘Rapide’ en ‘Diamant’.
Deze volledig aluminium schepen, gebouwd door de Australische werf INCAT, werden aangedreven door vier Ruston dieselmotoren met jet-propulsie en haalden een snelheid van zo’n 40 knopen.
De komst van de kanaaltunnel, uitgebaat door Eurotunnel, bleek echter een te grote concurrent.
Sea Containers verloor een aanzienlijk marktaandeel en kampte met toenemende verliezen.
De situatie werd verergerd door de torenhoge dieselprijzen, aangezien de Seacats enorme brandstofverbruikers waren.
Dit alles dwong het bedrijf in november 2005 het faillissement aan te vragen.
Een latere overname door Norfolkline mislukte.
De hovercrafts die ooit de dienst uitmaakten, kregen gelukkig een laatste rustplaats in het Hovercraft Museum in Lee-on-the-Solent in Engeland, waar ze vandaag de dag te bezichtigen zijn.

Gisteren nog vandaag
Tekening van 1935

Bassey heeft altijd volgehouden dat de dood van haar dochter geen zelfmoord was.
Bassey zelf werd in Cardiff geboren als jongste van zeven kinderen.
Haar vader was van Nigeriaanse afkomst en haar moeder kwam uit Yorkshire.
Haar ouders scheidden toen ze drie jaar oud was.
Op haar vijftiende verliet ze school om in een fabriek te werken en ’s avonds op te treden in lokale pubs en clubs.
In 1953 kreeg ze een rol in de musical ‘Memories of Jolson’.
Bassey was tweemaal getrouwd: met Kenneth Hume van 1961 tot 1965, en met Sergio Novak van 1968 tot 1977.
Tijdens haar tweede huwelijk was Novak ook haar manager.
Shirley Bassey heeft ook een oudere dochter, Sharon, en een geadopteerde zoon.


George Gershwin zag zijn opera Porgy and Bess als zijn ultieme poging om erkenning te krijgen als serieus klassiek componist.

Bij de eerste opvoering, voor publiek op 10 oktober 1935 in New York, was het succes echter beperkt.
Een bijzonderheid van het werk was Gershwins strikte eis dat alle gezongen rollen door zwarte acteurs en actrices vertolkt moesten worden; slechts enkele kleine, niet-gezongen rollen waren weggelegd voor blanke acteurs.
Deze voorwaarde leidde tot een historisch moment tijdens de Amerikaanse tournee in 1936.

Toen het Nationaal Theater in Washington DC aanvankelijk alleen een blank publiek wilde toelaten, weigerde hoofdrolspeler Todd Duncan (Porgy) op te treden.
Zijn protest was succesvol: voor het eerst in de geschiedenis opende het theater zijn deuren voor een gemengd publiek.
Porgy and Bess was de laatste Broadway-productie van George Gershwin.
Hierna vertrok hij naar Hollywood om filmmuziek te schrijven, maar hij overleed op 11 juli 1937 op 38-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersentumor.

Ironisch genoeg werd de opera pas na zijn dood echt populair. Toch wordt het werk relatief weinig opgevoerd.
De voornaamste reden is de moeilijkheid om een volledige bezetting van zwarte operazangers te vinden, een voorwaarde die Gershwin testamentair had laten vastleggen.
Terwijl de volledige opera een zeldzaamheid bleef, vonden diverse stukken een eigen leven in de jazzwereld.
Nummers als Summertime, It Ain’t Necessarily So en I Loves You, Porgy worden als absolute klassiekers beschouwd, net als het album dat Miles Davis en Gil Evans in 1958 op basis van de opera maakten (30 september 1935, foto’s van de film uit 1959).

In de patriottische sfeer tussen de twee wereldoorlogen ontstond een nieuwe trend in de theaterwereld.
In plaats van chique Franse namen kregen etablissementen de naam ‘Oud België’ of ‘l’Ancienne Belgique’.
Nadat de Luikse broers Mathonnet al met succes zulke theaters hadden opgericht in Brussel en Antwerpen, vonden ze het een logische stap om ook in Gent een vestiging te openen.
In 1939 lanceerde Georges Mathonnet het theater in de Veldstraat.
De Gentenaars doopten de naam al snel om in hun eigen dialect tot ‘den Ancien Belgiek’, of kortweg ‘den Ancien’.
Het theater overleefde de Tweede Wereldoorlog en ontpopte zich tot een geliefde Gentse instelling.
Het was een typisch variététheater in de stijl van een café-theaters, waar een deel van het publiek aan tafeltjes zat en tijdens de voorstelling volop kon consumeren.
In de jaren vijftig kende het komische duo Leo Martin en François (Wiedemans) er een enorm succes met hun optredens in het Gents dialect.
Aan hun samenwerking kwam echter een abrupt einde door het overlijden van François.
Leo Martin, die ook speelde in de bigband van de Wetterse orkestleider Willy Rockin’, kreeg in 1958 een nieuwe kans.
Toen Rockin’ ermee stopte, nam Martin het orkest over en vormde het om tot het vaste huisorkest van ‘den Ancien’.
Eind lente 1960 sloot de zaak de deuren voor een grondige verbouwing.
Op vrijdag 30 september 1960 heropende het theater met een modernere zaal voor een alsmaar groeiend publiek.
Een krantenartikel uit die tijd, gebaseerd op een persconferentie van de sympathieke directeur Roger Piers, beloofde een “briljant winterseizoen”.
Dankzij dit artikel krijgen we een goed beeld van wat een avond in ‘den Ancien’ inhield. De term ‘variététheater’ dekte volledig de lading.
Het avondvullende programma bestond uit het orkest van Leo Martin en de toen beroemde Gentse zangeres Chris Sent, aangevuld met een indrukwekkende reeks internationale acts.
Zo stonden de Russische fakir Yogi Rayo, de Belgische Houdini Jo Carly, en ‘de sterkste man ter wereld’ Arthur Robin op het podium.
Dit werd verder aangevuld met de Amerikaanse illusionist Harris, de helderziende Jim Murray, en zelfs circusacts met wilde dieren, zoals vijf bruine beren, gedresseerde honden en een ‘geleerde geit’.
De clowns Pépé en Popo, de acrobaten van Aeropolis en de ballerina’s van Lily De Munter maakten het spektakel compleet.
Daarnaast waren er regelmatig gastoptredens van bekende namen uit die tijd, zoals Henk De Bruin, Bob Benny, Rina Pia en zelfs de Nederlandse zanger Johnny Jordaan.
De voorstellingen vonden meerdere keren per week plaats, met op zondag zelfs drie shows.
Tijdens de optredens kon het publiek smullen van de befaamde wafels van het huis, boerenvlaaien en ijs, of genieten van een aperitief, een pils of een warme drank.
Op maandag- en woensdagnamiddag zorgde Paul Rutger van de Belgische radio voor sfeervolle deuntjes op zijn Amerikaans orgel, en er werden zelfs modedéfilés georganiseerd.
Helaas kon dit succes niet blijven duren. De opkomst en groeiende populariteit van de televisie zorgden voor een daling in het aantal bezoekers.
In de krant Vooruit van 30 juli 1967 werd aangekondigd dat ‘Oud België’ na 26 jaar zijn deuren zou sluiten.
Op zondag 31 juli vonden de laatste twee voorstellingen plaats: ‘Het weeuwke van de Muide’ van Pol Speeckaert.
Vandaag de dag is er van de theaterglorie niets meer te zien.
In het gebouw dat een kwarteeuw lang een bruisend theater herbergde, is nu onder andere een winkel van Kruidvat gevestigd, helemaal passend in het commerciële decor van de huidige Veldstraat (Bronnen Persblog, Gendtsche Tydinghen, Luc Devriese en Sonja Gyselinck).



