
Rod Stewart, voetbalvandalen zijn grote idioten (Joepie van 13 januari 1985)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Maison Mauboussin werd opgericht in 1827 in Parijs.
Het huis werd opgericht door Monsieur Rocher als een juweliersatelier in de Rue Greneta in Parijs.
In 1848 nam Jean-Baptiste Noury, de voorman van het atelier, het over.
In 1869 associeerde Noury zich met zijn neef Georges Mauboussin.
In 1876 nam Georges de leiding van het bedrijf over.
De naam Mauboussin werd synoniem met het merk.
In 1883 werd het huis gevestigd op nummer 3, Rue de Choiseul en in 1898 op nummer 20, Place Vendôme, een prestigieus adres in de juwelierswereld.
Georges’ zoon, Marcel Mauboussin, trad in 1922 toe tot het bedrijf en gaf het een internationale dimensie.
Hij opende filialen in New York, Londen en Buenos Aires.
Mauboussin was een van de eerste juweliershuizen die reclamecampagnes gebruikte om hun producten te promoten.
In 1928 hield het huis een tentoonstelling en verkoop van diamanten in New York, rechtstreeks geleverd per vliegtuig.
Hij werkte in deze periode samen met de Amerikaanse juwelier Trabert & Hoeffer.
In de jaren 30 werd de naam van het huis dan ook Trabert & Hoeffer-Mauboussin.
Mauboussin werd beroemd om zijn Art Deco juwelen, die werden gekenmerkt door geometrische vormen, levendige kleuren en het gebruik van edelstenen zoals smaragden, robijnen en saffieren.
Ze wonnen diverse prijzen op internationale tentoonstellingen, zoals de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes in Parijs in 1925, waar ze een Grand Prix kregen.
Beroemde klantenkring: Koninklijke families, aristocraten en filmsterren zoals Marlene Dietrich, Greta Garbo, Paulette Goddard, en Audrey Hepburn droegen Mauboussin juwelen.
Na de Tweede Wereldoorlog bleef Mauboussin innoveren en nieuwe stijlen ontwikkelen.
Het huis bleef een favoriet onder de elite en beroemdheden.
Jean Goulet-Mauboussin, kleinzoon van Georges Mauboussin, nam in 1955 de leiding van het bedrijf over.
In de jaren 80 en 90 kende het huis een periode van wisselende eigenaren.
In 2002 werd Mauboussin overgenomen door de Zwitserse financier Dominique Frémont, die het merk nieuw leven inblies.
Hij herpositioneerde het merk met een focus op toegankelijkere luxe.
In 2019 nam Alain Némarq, de huidige CEO, de leiding van het bedrijf over.
In de beginjaren waren de ontwerpen afkomstig van Monsieur Rocher en later Jean-Baptiste Noury.
Georges Mauboussin was niet alleen een zakenman, maar ook betrokken bij het ontwerpproces.
Marcel Mauboussin speelde een belangrijke rol in het ontwikkelen van de Art Deco stijl van het huis.
Door de jaren heen heeft Mauboussin samengewerkt met diverse getalenteerde ontwerpers, vaak in-house, maar ook met externe ontwerpers.
Vandaag de dag heeft Mauboussin een team van in-house ontwerpers die verantwoordelijk zijn voor de creaties van het huis.
Mauboussin stond bekend om zijn innovatieve en gedurfde ontwerpen, vooral tijdens de Art Deco periode.
Onder leiding van Dominique Frémont werd het merk met succes geherpositioneerd als een toegankelijker luxemerk.
Mauboussin heeft verschillende collecties gecreëerd, waaronder de “Nadia” ring (een ring met een centrale edelsteen omringd door kleinere stenen) en de “Le Premier Jour” collectie (een collectie verlovings- en trouwringen).
Het huis staat ook bekend om zijn parfums.
Maison Mauboussin bestaat nog steeds en is actief in de juweliers- en parfumindustrie.
Het heeft boetieks over de hele wereld en verkoopt zijn producten ook online (foto januari 1935)

Alles begint in 1664 wanneer Jérôme IV-Hatt brouwerij Le Canon opent aan de Place du Corbeau in Straatsburg.
Bijna twee eeuwen later, in 1850, verhuist de brouwerij naar de wijk Cronenbourg (Kronenburg in het Duits).
Daar wordt overgeschakeld op ondergisting, een destijds innovatief brouwproces dat een constante lage temperatuur vereist van maximaal 10 °C. en dit gebeurt daarom grotendeels ondergronds.
In 1922 verwerft de familie Hatt het prestigieuze Straatsburgse restaurant Le Grand Tigre.
Ter gelegenheid hiervan lanceert de brouwerij het bier Tigre Bock, dat in 1930 het meest gedronken bier van Frankrijk wordt.
De naam Kronenbourg ziet het levenslicht in 1947. Jérôme Hatt, een nazaat van de oprichter, keert terug naar Straatsburg en hernoemt het vlaggenschipbier Tigre Bock naar de wijk Cronenbourg, waar de brouwerij nog steeds gevestigd is.
De ‘C’ wordt vervangen door een ‘K’ om het merk een Duits tintje te geven, destijds een synoniem voor kwaliteit.
Ter ere van de kroning van Elizabeth II tot koningin van het Verenigd Koninkrijk in 1952, brengt Kronenbourg het bier 1664 uit, dat eveneens een groot succes wordt.
In 1969 kan de oude fabriek de groeiende vraag niet meer aan en verhuist de productie naar een gloednieuwe vestiging in Obernai.
Deze brouwerij is op dat moment de grootste van Europa en tot op de dag van vandaag de grootste van Frankrijk.
Het bedrijf kent in de daaropvolgende decennia verschillende eigenaarswisselingen: in 1970 wordt het onderdeel van het BSN-concern en in 1986 fuseert het met Kanterbräu, wat leidt tot de oprichting van de Brasseries Kronenbourg.
In 2000 wordt het overgenomen door Scottish & Newcastle, dat op zijn beurt in 2008 in handen komt van een consortium van Heineken en Carlsberg.
Uiteindelijk wordt Kronenbourg onderdeel van de Carlsberg groep.
Tegenwoordig zijn de Brasseries Kronenbourg met een marktaandeel van 30,5% de absolute marktleider in Frankrijk.
Eén op de drie in Frankrijk gedronken biertjes komt uit de brouwerij in Obernai.
In 2011 behaalde het bedrijf een omzet van 902 miljoen euro.
De brouwerij in Obernai is met een oppervlakte van 70 hectare, een productie van 7,3 miljoen hectoliter en 1210 werknemers nog steeds de grootste van Frankrijk.



Jean Harlow, geboren als Harlean Harlow Carpenter op 3 maart 1911 in Kansas City, Missouri.
Haar vader Mont Clair Carpenter, een tandarts en haar moeder Jean Poe Carpenter, scheidden toen ze nog jong was en ze groeide op bij haar moeder, die haar vaak verwaarloosde.
Haar moeder was een ambitieuze vrouw die haar eigen acteerdromen op haar dochter projecteerde.
Ze had een hechte band met haar vader, maar hij stierf toen ze nog een tiener was.
Harlow volgde onderwijs aan verschillende scholen, waaronder de Miss Barstow’s Finishing School for Girls in Kansas City, maar ze blonk niet uit in haar studie.
Harlow begon haar carrière als figurant in stomme films.
Haar doorbraak kwam met de film “Hell’s Angels” (1930) van Howard Hughes, waarin ze opviel door haar platinablonde haar en sensuele uitstraling.
Ze werd al snel een van de grootste sterren van Hollywood en speelde in succesvolle films als “Red Dust” (1932), “Dinner at Eight” (1933) en “Libeled Lady” (1936).
Harlow stond toen bekend als de “Platinum Blonde” en was een van de eerste sekssymbolen van de filmindustrie.
Harlow was drie keer getrouwd:
Charles McGrew (1927-1929): Ze trouwde op jonge leeftijd met een rijke zakenman, maar het huwelijk hield niet lang stand.
Paul Bern (1932): was een MGM-producer, die eindigde op tragisch wijze, want Bern is te komen overlijden, onder mysterieuze omstandigheden, twee maanden na hun huwelijk.
Harold Rosson (1933-1934), haar derde huwelijk met een cameraman, maar was ook van korte duur.
Harlow stierf op tragische wijze op 26-jarige leeftijd aan nierfalen.





Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag



In de twaalfde eeuw ontstaan als een Romaanse kapel, gesticht door Benedictijnen uit Vlierbeek. en gewijd aan de kluizenaar Leonardus.
Vanaf de veertiende eeuw uitbreidingen en verfraaiingen in gotische stijl, met toevoeging van kapellen en een indrukwekkend sacramentshuis (1552).
In de achttiende eeuw werden er barokke elementen toegevoegd, zoals de preekstoel.
De kerktoren is ook een belfort en erkend als UNESCO Werelderfgoed.
De kerk bezit een waardevolle kerkschatten met liturgische voorwerpen, zoals onder meer:
De Ottoons-Romaanse Christus gesneden tussen 1060 en 1070 is niet te missen in de kerk als oudste werk van de collectie.
Het beeld hing mogelijk eerst in de Sint-Sulpitiuskerk, de eerste kerk van Zoutleeuw.
Bij het bewonderen van het houtsnijwerk, merk je op dat deze Christus geen doornenkroon draagt, en wordt om die reden in verband gebracht met Christus als triomfator over de dood.
De woorden van de Heilige Paulus “De dood is de laatste vijand, die vernietigd wordt” vinden hier hun weerklank.
Centraal in het thema van de Sint-Leonarduskerk, vind je het vita-retabel van de Heilige Leonardus.
De retabel werd in 1378 gesneden en vertelt de legende met de verschillende fasen in het leven van de heilige.
Als patroon van de stad Zoutleeuw, is hij ook de beschermheilige van de gevangenen, geesteszieken, de reumalijders, de gehandicapten, de mijnwerkers, de zwangere vrouwen en het vee.
Je kunt hem herkennen aan de ketting of boeien die hij vaak als attribuut draagt.
Als zoon van een hoveling van koning Clovis I, zou hij het voorrecht gekregen hebben om gevangenen vrij te laten.
De koning bood hem de bisschopshoed aan, maar deze weigerde hij om kluizenaar te worden in Saint Léonard de Noblat in de Franse Limousin.
Toen de Frankische hoogzwangere koningin samen met de koning in de buurt van de kluizenaar op jacht was en in problemen verzeild raakten, zou de Heilige Leonardus door zijn gebed gezorgd hebben voor een goede bevalling.
In de Sint-Leonarduskerk vind je een reusachtige, geelkoperen paaskandelaar van bijna zes meter hoog. Renier I van Thienen heeft hem in 1483 gegoten en werd ontworpen naar een model van de Brusselse kunstenaar Jan Borman.
Aan de voet van de kandelaar wisselen de trouwe hond en de dappere leeuw elkaar af.
Vandaar volgen je ogen de kandelaar van beneden naar boven en merk je dat deze in de hoogte eindigt met Christus aan het Kruis, waaronder zich drie heiligen bevinden, Maria, de apostel Johannes en Maria-Magdalena.
Op 13 augustus 1550 ondertekende Maarten van Wilre, heer van Oplinter, het contract voor het sacramentshuis.
Cornelis II Floris maakte daarop een complex totaalkunstwerk.
Hij bracht de antieke- en renaissancekunst uit Italië samen met Vlaamse traditie.
De toren uit Avesnessteen is achttien meter hoog en telt negen verdiepingen.
Met reden kan dit het indrukwekkendste sacramentshuis uit de Zuidelijke Nederlanden van de zestiende eeuw genoemd worden.
Aan de hoeken van elke verdieping zijn beelden aangebracht. Het aantal personages is bijna niet te tellen.
Ook de geelkoperen balustrade is opgenomen in de Topstukkenlijst.
Maarten van Wilre en zijn vrouw Maria Pyllirpeerts liggen begraven voor het sacramentshuis.
Hun grafsteen werd later naar de muur verplaatst.
De kerk bevat ook schilderijen van onder anderen Pieter Coecke van Aelst en Gaspar de Crayer.
Families de Merode en de Villers liggen begraven in de kerk.
Zoutleeuw organiseert jaarlijks de “Kroningsfeesten” die verwijzen naar het glorieuze verleden (Diverse bronnen, Site Vlaamse Meesters, Wikipedia en foto eind 1934)


