Vandaag is het ook tien jaar geleden dat de Vlaamse charmezanger Eddy Wally is overleden.

Eduard Van de Walle, de man die de wereld zou veroveren als Eddy Wally, werd op 12 juli 1932 geboren in een arbeidersgezin in Zelzate.

De kiem voor zijn showbizzcarrière werd gelegd door zijn vader Henri, een teerfabriekarbeider die zelf ook optrad en de jonge Eduard leerde musiceren op de accordeon, gitaar en mondharp.

Het noodlot sloeg echter vroeg toe: toen Henri op 49-jarige leeftijd overleed, moest de pas veertienjarige Eduard als kostwinner aan de slag in een weverij.

Toch liet hij zijn dromen niet varen. Na zijn werkuren schuimde hij de toenmalige talentenjachten, de zogeheten crochetwedstrijden, af.

Daar vond hij niet alleen een publiek, maar ook de liefde van zijn leven, Mariëtte.

Het paar trouwde in 1956 en kreeg een jaar later hun dochter Marina.

In de vroege jaren 60 begon het grote avontuur onder zijn nieuwe artiestennaam.

Eddy opende zijn eigen dancing Paris-Las Vegas in Ertvelde en combineerde dat met zijn werk op de Vlaamse markten.

Als marktkramer verkocht hij met zwier handtassen, een stiel die hem de knepen van het entertainment bijbracht en die hij nooit zou vergeten; hij bleef zichzelf altijd zien als een man van het volk, wat later prachtig tot uiting kwam in zijn lied ‘Als Marktkramer Ben Ik Geboren’

De grote ommekeer kwam in 1966 door zijn samenwerking met de Nederlandse producer Johnny Hoes.

Hun eerste single Chérie werd een ongekend succes: een nummer 1-hit in de Ultratop met meer dan 50.000 verkochte exemplaren.

Wat volgde was een indrukwekkende reeks successen en opmerkelijke wapenfeiten zonder afzonderlijke grenzen tussen zijn rollen als zanger en entertainer.

Naast klassiekers als Ik Spring Uit Een Vliegmachien bewees Eddy zijn tijdloze kracht in 1995 met de house-versie Chérie (Is In Da House).

Deze gigantische comeback bereikte zelfs de Nederlandse Tipparade.

Als de Voice of Europe trok hij bovendien naar Las Vegas en Rusland, terwijl zijn debuuthit in het Chinees werd vertaald als Baobei.

Zijn liveoptredens waren legendarisch, niet alleen om de muziek, maar vooral om de ongeëvenaarde interactie met zijn fans.

Met een ontwapenend enthousiasme strooide hij kwistig met oneliners die uitgroeiden tot zijn handelsmerk.

Wanneer hij het podium betrad, klonk steevast het triomfantelijke “Eddy Wally is in the house!”, gevolgd door een oprecht “Geweldig!” bij elk applaus.

Deze uitspraken waren geen ingestudeerde nummertjes, maar een uiting van zijn natuurlijke charisma, waardoor hij uitgroeide tot een onmisbaar mediafenomeen.

Hij toonde zijn enorme zelfspot in het absurdistische programma Lava als Kapitein Wally, samen met Kamagurka en Herr Seele op de tv.

Zijn status was zo groot dat hij opdook in strips van Urbanus en Suske & Wiske, en gastrollen vertolkte in F.C. De Kampioenen en de film Camping Cosmos.

De erkenning voor zijn unieke persoonlijkheid reikte uiteindelijk tot in de kosmos; in 1994 werd de planetoïde (2025) Eddywally naar hem vernoemd.

In 2013 volgde een lokaal hoogtepunt toen hij de allereerste ereburger van de Gentse Feesten werd.

Met de persoonlijke documentairereeks Kroost uit 2014 werd het beeld van de volksjongen die uitgroeide tot een wereldster definitief vereeuwigd.

Morgenavond, 7 februari, brengt VRT 1 de eenmalige docu ‘Chérie’, naar aanleiding van het overlijden van volksheld, cultfiguur, charmezanger en fenomeen Eddy Wally tien jaar geleden.

Foto van Eddy Wally in zijn geliefde dancing ‘Paris-Las Vegas’ in Ertvelde

Vandaag 80 jaar geleden, de geboorte van Kate McGarrigle.

De zussen McGarrigle groeiden op in een gezin waar zowel de Angelsaksische als de Frans-Canadese cultuur een belangrijke rol speelde.

Die tweetaligheid vormde de rode draad in hun muziek.

Eind jaren zestig vormden de toen begin twintigjarige Anna en haar bijna twee jaar jongere zus Kate een duo.

In 1976 braken ze wereldwijd door met de klassieker Complainte pour Sainte-Catherine.

Dit eigenzinnige nummer, over de metro van Montreal en de mensen die daar de ijzige kou ontvluchten, haalde in Vlaanderen de hitlijsten niet.

In Nederland werd het echter een succes met een zeventiende plaats in de Top 40.

Gedurende hun carrière namen de zussen tien albums op, variërend van Engelstalig werk tot Franse chansons.

Met het album French Record (Entre Lajeunesse et la Sagesse) maakten ze in 1980 een prachtig gebaar naar de Franstalige bevolking van Quebec.

Hun talent bleef niet onopgemerkt bij collega-artiesten; iconen als Linda Ronstadt, Emmylou Harris en Marianne Faithfull namen covers op van hun nummers, waaronder The Work Song en Heart Like a Wheel.

Hoewel het succes groot was, kozen de zussen er bewust voor om hun gezin voorrang te geven boven een nog grotere internationale carrière.

De muzikale genen werden echter succesvol doorgegeven.

Uit het huwelijk tussen Kate McGarrigle en singer-songwriter Loudon Wainwright III kwamen twee kinderen voort, Rufus en Martha Wainwright, die inmiddels beiden zelf een indrukwekkende muzikale loopbaan hebben opgebouwd.

Het leven van Kate nam een zware wending toen er in de zomer van 2006 sarcoom bij haar werd vastgesteld, een zeldzame vorm van kanker.

Ondanks haar ziekte bleef ze tot het laatst toe verbonden met de muziek.

In december 2009 stond ze voor het laatst op het podium in de Londense Royal Albert Hall, waar ze samen met haar zoon en dochter optrad tijdens het concert A Not So Silent Night.

Op 18 januari 2010 kwam ze op 63-jarige leeftijd te overlijden.

De vele gezichten van Davos: van De Toverberg tot Trump.

Davos is een gemeente in het oostelijke deel van Zwitserland, gelegen in het kanton Graubünden.

De plaats staat bekend als de hoogstgelegen stad van Europa, bevindt zich op ruim 1500 meter hoogte in het Landwasser-dal en heeft een rijke geschiedenis die veel verder teruggaat dan de beroemde economische toppen.

Oorspronkelijk werd het gebied in de middeleeuwen bevolkt door de Walser, een Duitstalig volk dat vanuit Oberwallis naar deze hooggelegen gebieden trok om er landbouw te bedrijven.

Eeuwenlang bleef het een relatief geïsoleerde boerengemeenschap, totdat de specifieke ligging en het klimaat in de negentiende eeuw voor een radicale wending zorgden.

De transformatie van boerendorp naar internationale bestemming begon rond 1853, toen de Duitse arts Alexander Spengler de geneeskrachtige werking van de berglucht ontdekte.

Hij merkte op dat tuberculose, destijds een dodelijke volksziekte, nauwelijks voorkwam bij de lokale bevolking.

Dit inzicht leidde tot de ontwikkeling van Davos als een vermaard kuuroord.

Er werden talrijke sanatoria gebouwd waar patiënten uit heel Europa naartoe kwamen om te genezen in de schone, droge lucht.

Deze periode heeft ook een belangrijke literaire erfenis achtergelaten; de Duitse schrijver Thomas Mann bezocht zijn zieke vrouw in Davos en deed daar inspiratie op voor zijn wereldberoemde roman De Toverberg, die zich afspeelt in een van deze sanatoria.

Toen in de loop van de twintigste eeuw medicijnen tegen tuberculose werden ontwikkeld, verloor het kuuroord zijn oorspronkelijke functie, maar de gemeente vond zichzelf succesvol opnieuw uit als bestemming voor wintersport.

Een publicatie uit het tijdschrift ABC van januari 1936 illustreert hoe Davos zich in die periode al had ontwikkeld tot een trekpleister voor sneeuwliefhebbers.

Het gebied Parsenn, gelegen op 2661 meter hoogte en bereikbaar via een spoorwegrit van twintig minuten, werd destijds geprezen als een ideaal terrein met eindeloze hellingen en ongerepte sneeuw.

Prominente bezoekers, zoals de bekende autocoureur Louis Chiron, spraken vol lof over de prachtige skivelden en stelden dat wie de betoverende charme van Davos eenmaal kende, er altijd zou terugkeren.

Hoewel de skisport in die jaren als koning werd gezien, bleven ook activiteiten als kunstschaatsen, ijshockey, curling en tobogganwedstrijden onverminderd populair en trokken ze duizenden mensen naar de bergen.

Tegenwoordig is Davos echter vooral wereldberoemd door een evenement dat jaarlijks in januari plaatsvindt: de bijeenkomst van het World Economic Forum, oftewel het WEF.

De geschiedenis van dit congres begint in 1971, toen de Duitse econoom en ingenieur Klaus Schwab het initiatief nam voor wat toen nog het European Management Symposium heette.

De eerste bijeenkomst vond plaats in het congrescentrum van Davos en trok honderden deelnemers uit het Europese bedrijfsleven.

Het oorspronkelijke doel van Schwab was vrij specifiek: hij wilde Europese bedrijfsleiders kennis laten maken met Amerikaanse managementtechnieken om zo de concurrentiepositie van Europa te versterken.

Hij introduceerde daarbij de stakeholdertheorie, het idee dat een bedrijf niet alleen verantwoording schuldig is aan aandeelhouders, maar aan alle belanghebbenden, inclusief werknemers en de samenleving.

In de jaren die volgden, verbreedde Schwab de horizon van het congres aanzienlijk.

Het werd duidelijk dat economische vraagstukken niet los konden worden gezien van geopolitieke en sociale problemen.

In 1987 veranderde de naam officieel in het World Economic Forum. Het evenement groeide uit tot een uniek platform waar niet alleen CEO’s, maar ook regeringsleiders, intellectuelen, journalisten en activisten samenkomen.

Het informele karakter van de bijeenkomsten in het besneeuwde bergdorp, ver weg van de politieke hoofdsteden, leidde tot wat men de Davos Spirit noemt: een sfeer waarin tegenstanders makkelijker met elkaar in gesprek gaan.

Zo speelde het forum in het verleden een rol bij ontmoetingen tussen Griekenland en Turkije en verschenen Nelson Mandela en F.W. de Klerk er samen op het podium toen de apartheid in Zuid-Afrika ten einde liep.

Vandaag de dag is de combinatie van de kleine berggemeente en het machtige wereldcongres een begrip, waarbij lokale traditie en wereldpolitiek jaarlijks even samensmelten.

De aanwezigheid van president Donald Trump op het Wereld Economisch Forum bevestigt vandaag opnieuw dat het forum nog steeds het centrum van de wereldmacht is.

Vind je het ook zo heerlijk om herinneringen op te halen aan de tijd van toen?

Op mijn blog deel ik regelmatig verhalen over ons erfgoed, maar in mijn Facebookgroep Gisteren nog vandaag gaat de nostalgie pas echt leven. We zijn de maand januari alweer halverwege en er staat nog ontzettend veel interessants op het programma voor de komende weken.

In de groep duiken we binnenkort in de geschiedenis van de Eggermontstraat in Ledeberg en vieren we de verjaardag van Michael Crawford. We reizen negentig jaar terug naar een mijlpaal in het leven van staatsman Emile Vandervelde en bewonderen het werk van de Gentse kunstenaars Victor De Budt en Urbain Gerlo. Ook de humor ontbreekt niet met een terugblik op Gaston en Leo en hun iconische Kolderbrigade, terwijl we voor de geschiedenisliefhebbers de band tussen Napoleon en Antwerpen onder de loep nemen.

Naast deze verhalen kun je in de groep dagelijks genieten van een schat aan oude reclames, vintage postkaarten en uniek fotomateriaal van Gent, Antwerpen en Brussel. Het is een warme plek waar we samen de sfeer van vroeger koesteren. Ben je nog geen lid? Wees dan van harte welkom om deel uit te maken van onze gemeenschap. Zoek op Facebook naar de pagina “Gisteren nog vandaag” en word vandaag nog lid. Hopelijk zie ik je daar!

https://www.facebook.com/groups/1267679916710598/

Anita Louise was een Amerikaanse actrice die vooral bekendheid verwierf tijdens de gouden jaren van Hollywood in de jaren dertig en veertig.

Zij werd op 9 januari 1917 geboren als Anita Louise Fremault in New York en werd al als kind op de planken gezet.

Op zesjarige leeftijd was zij voor het eerst op Broadway te zien in het stuk Peter Ibbetson.

Haar filmdebuut volgde in 1922 met een ongenoemde rol in Down to the Sea in Ships.

Vanwege haar delicate gelaatstrekken en blonde haar werd ze vaak omschreven als een van de mooiste vrouwen in de filmindustrie, wat haar de bijnaam de koningin van de Hollywoodfeestjes opleverde vanwege haar talent voor het organiseren van sociale evenementen.

Hoewel haar ouders oorspronkelijk voor ogen hadden dat zij onderwijzeres zou worden, kwam zij in aanraking met de filmwereld in Hollywood.

In plaats van haar studie te vervolgen, koos zij definitief voor een loopbaan als filmspeelster en tekende zij een contract bij de studio Warner Bros.

Eenmaal een tiener was zij een geliefde verschijning die door het publiek als een stijlicoon werd beschouwd.

In 1931 werd ze dan ook uitgeroepen tot een WAMPAS Baby Star.

Dit was een prestigieuze promotiecampagne van de Western Association of Motion Picture Advertisers, waarbij jaarlijks dertien jonge actrices werden geselecteerd van wie men verwachtte dat ze zouden uitgroeien tot grote filmsterren.

Haar grote doorbraak kwam inderdaad in de jaren dertig met rollen in verschillende bekende films en prestigieuze kostuumdrama’s.

Ze speelde gedenkwaardige rollen in producties zoals Madame DuBarry uit 1934, A Midsummer Night’s Dream uit 1935, waarin ze Titania vertolkte, en The Story of Louis Pasteur. Andere bekende titels uit deze periode zijn Anthony Adverse, Call it a Day, That Certain Woman, Marie Antoinette, The Sisters en The Little Princess.

Ze stond erom bekend dat ze een aristocratische elegantie naar het witte doek bracht, waardoor ze vaak werd gecast als gracieuze dames of historische figuren.

In de jaren veertig verloor zij echter haar populariteit, al behaalde zij later nog enkele successen op televisie.

De meeste mensen herinneren zich haar uit die tijd waarschijnlijk het beste als de moeder, Nell McLaughlin, in de serie My Friend Flicka, waarin zij van 1956 tot en met 1958 te zien was.

Hierna ging zij met pensioen. Naast haar acteercarrière was ze een begaafd harpiste, een talent dat ze af en toe in haar films liet zien.

In haar privéleven was zij twintig jaar lang getrouwd met de invloedrijke filmproducent Buddy Adler.

Adler was een succesvolle figuur in de filmindustrie en werkte als productiechef bij 20th Century Fox, waar hij verantwoordelijk was voor grote successen en zelfs een Academy Award won voor de film From Here to Eternity.

Samen kregen zij hun enige kind, een dochter genaamd Melanie Adler.

Na het overlijden van haar man in 1960 bleef zij nog enkele jaren actief in het sociale leven van Hollywood.

Anita Louise overleed zelf in 1970 op 55-jarige leeftijd aan de gevolgen van een beroerte.

In het weekblad ABC van 12 januari 1936 wordt een bijzonder portret geschetst van de arbeider Emiel Van Heddegem als kunstenaar uit Wetteren.

In een tijd waarin economische crisis en werkloosheid voor velen een dagelijkse realiteit waren, zochten veel arbeiders naar een zinvolle invulling van hun vrije uren.

Terwijl sommigen uit noodzaak knutselden om de morele leegte te vullen, waren er ook vakmensen zoals Emiel Van Heddegem uit Wetteren die hun passie naar een uitzonderlijk artistiek niveau tilden.

Tijdens een bezoek aan zijn woning aan de Oordegemsesteenweg krijgt de lezer een blik in de wereld van deze gedreven houtbewerker.

Van Heddegem begon in 1930 met zijn artistieke arbeid aan de draaibank. Wat begon als een liefhebberij, groeide al snel uit tot werk van een niveau dat nationale erkenning verdiende.

De foto’s bij het artikel tonen een indrukwekkende collectie voorwerpen, variërend van fijnzinnige vazen en gedecoreerde doosjes tot kandelaars.

Vooral het geometrische inlegwerk en de verfijnde details getuigen van een groot technisch vernuft.

Zijn vakmanschap werd bekroond met diverse prestigieuze onderscheidingen.

Zo behaalde hij in 1932 de beker Dees Cnudde.

Deze prijs was vernoemd naar Désiré Cnudde, een invloedrijk Gents politicus en vertrouweling van Edward Anseele, die zich hartstochtelijk inzette voor de sociale en culturele verheffing van de arbeidersklasse.

De beker was een centrale ereprijs op de groots opgezette tentoonstellingen van de vrije tijd, vaak georganiseerd in gebouwen zoals de Vooruit in Gent.

Deze evenementen hadden als doel de arbeider weg te trekken uit de sfeer van passieve ontspanning en te laten zien dat handarbeiders over een enorme dosis creativiteit en geduld beschikten.

Het winnen van deze beker was een bijzondere prestatie, omdat de deelnemers streng werden beoordeeld op zowel technische perfectie als esthetische waarde.

Voor Van Heddegem was dit slechts het begin, want in 1935 werd hij bovendien benoemd tot laureaat van de Arbeid van België in de eerste klasse.

De tekst benadrukt dat deze vorm van vrijetijdsbesteding veel meer was dan louter tijdverdrijf. Het was een vorm van geestelijke emancipatie.

Voor de arbeider-kunstenaar vormde de creatieve arbeid een noodzakelijk tegenwicht voor de dagelijkse sleur van de fabriek of de werkplaats.

De voldoening van het creëren van schoonheid uit ruwe materialen compenseerde de vele uren van inspanning en opoffering.

Het artikel eindigt met een diep respect voor deze stille werker uit Wetteren, die bewees dat kunst en handarbeid onlosmakelijk met elkaar verbonden kunnen zijn

Gisteren nog vandaag

90 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse zanger en tekstschrijver Edwin Gubbins Doorenbos

Edwin Gubbins Doorenbos werd geboren op 10 juli 1894 in Den Haag en overleed op 28 maart 1974 in Amsterdam.

Hij was een markante verschijning in de Nederlandse amusementswereld van de jaren dertig, veertig en vijftig. Als zanger, pianist en tekstdichter gaf hij een eigen kleur aan het chanson en cabaret.

Hij stond bekend om zijn geraffineerde stijl en bracht achter de piano luisterliedjes met een internationale flair, waarmee hij een brug sloeg tussen het traditionele variété en de literaire kleinkunst.

In 1936 was hij op het witte doek te zien als zanger in de film Komedie om geld, onder regie van Max Ophüls.

In januari 1936 besteedde het tijdschrift ABC uitgebreid aandacht aan zijn bijzondere initiatief in Laren.

Doorenbos had daar het deel van een oude boerenhofstede ingericht als cabaretzaal, die hij het Nederlandse Montmartre noemde.

In deze ruimte, verlicht door kaarsen in lege wijnflessen en ingericht met tonnen als tafels, streefde hij er samen met enkele medewerkers naar om de kleinkunst in ere te houden.

Een van hen was Eline Pisuisse, de dochter van de cabaretpionier Jean-Louis Pisuisse.

Ook Rita Fleming werkte mee aan het programma; zij was in die jaren actief als zangeres en actrice in het Nederlandse theater- en cabaretcircuit.

In zijn repertoire liet hij zich inspireren door het werk van Alec Andrew Templeton, een blinde Britse pianist, componist en satiricus wiens compositie Bach Goes to Town in 1939 een grote hit was voor Benny Goodman.

Doorenbos integreerde deze swingende, neoklassieke benadering op een natuurlijke wijze in zijn eigen muzikale voordrachten.

Naast zijn podiumcarrière was Doorenbos een gerespecteerd verzamelaar en kenner van antieke klokken en horloges. Z

Zijn expertise op dit gebied leidde in 1963 tot de publicatie van zijn boek ‘Klokken’ (ABC 12 januari 1936).

Vandaag, 90 jaar geleden, congres van de Volksgazet en de Vooruit met als thema het plan naar den nieuwe tijd

De Volksgazet was decennialang een bepalend boegbeeld van de socialistische beweging in Antwerpen en speelde een cruciale rol in de emancipatie van de arbeidersklasse.

De krant, aanvankelijk uitgebracht onder de titel De Volksgazet, werd opgericht in 1914 door Camille Huysmans en Willem Eekelers.

Het dagblad ontstond uit een fusie tussen De Werker en Volkstribuun en werd uitgegeven door Uitgeverij Ontwikkeling, terwijl het drukwerk werd verzorgd door Excelsior in Antwerpen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de krant niet gedrukt en ook tijdens de Tweede Wereldoorlog staakte de eigen redactie de publicatie.

In die periode werden de drukpersen van de Volksgazet echter gebruikt voor de krant Volk en Staat.

Op 4 september 1944 verscheen vervolgens het bevrijdingsnummer, waarna de titel werd aangepast naar Volksgazet.

Tijdens het interbellum was de krant al uitgegroeid tot een van de belangrijkste stemmen in Vlaanderen, met de redactie in de Antwerpse Somersstraat als kloppend hart.

Een absoluut hoogtepunt in deze periode was het grote congres, dat op 11 en 12 januari 1936 in Antwerpen plaatsvond, onder de titel Met het plan naar den nieuwe tijd.

Dit was een gezamenlijk initiatief van de Volksgazet en de Gentse krant Vooruit om de massa te mobiliseren voor het Plan van de Arbeid.

Tijdens dit congres in een overvolle zaal gaven prominente figuren acte de présence, waaronder burgemeester Camille Huysmans en Willem Eekelers.

Ook redactiesecretaris Jos Van Eynde en buitenlandredacteur A. Molter waren nauw betrokken bij deze manifestatie, die uitgebreid werd verslagen in de socialistische pers en tijdschriften zoals ABC.

Na de oorlog kende het dagblad aanvankelijk een grote oplage van 150.000 exemplaren, maar dit aantal begon later te dalen.

Tussen 1944 en 1977 ontwikkelde de krant zich onder Jos Van Eynde tot een strikt partijgebonden blad, gelieerd aan de Belgische Werkliedenpartij en vanaf 1945 aan de Belgische Socialistische Partij.

Er werd een duidelijke afspraak gemaakt met de Vooruit over de verspreiding: Volksgazet bediende de provincies Antwerpen, Brabant en Limburg, terwijl Vooruit zich richtte op Oost- en West-Vlaanderen.

Naast politiek en nieuws bood de krant ook ontspanning met bekende strips zoals Mickey Mouse en de avonturen van soldaat Fa Sido.

In de jaren zeventig kreeg de krant het steeds moeilijker door de toenemende ontzuiling en financiële problemen.

Op 17 juli 1978 werd de Volksgazet voor het laatst uitgegeven, waarna de uitgeverij later die dag failliet ging.

De erfenis van de krant leefde echter voort in De Morgen, die kort daarna ontstond uit de fusie met Vooruit en de progressieve traditie op een nieuwe manier voortzette (ABC 19 januari 1936)

Gisteren nog vandaag