
Adamo, Johnny Lion en Willeke Alberti (januari 1965)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek




Bernadette Lafont, geboren op 28 oktober 1938 in Nîmes als dochter van apotheker Charles Lafont en Jeanne-Julia Monnier.
Ze studeerde aanvankelijk dans aan de 28 oktober 1938 met de droom om balletdanseres te worden.
Haar acteercarrière begon in 1957 toen ze werd ontdekt door François Truffaut, die toen getrouwd was met haar jeugdvriendin Madeleine Morgenstern, en hij gaf haar een rol in de korte film Les Mistons.
Dit betekende haar doorbraak en lanceerde haar in de wereld van de Franse New Wave cinema, waar ze al snel een muze werd voor filmmakers als Truffaut, Claude Chabrol, en Louis Malle.
Ze speelde in films als Le Beau Serge, Les Bonnes Femmes, en Une Belle Fille Comme Moi.
Haar carrière omspande meer dan 120 film- en televisierollen, waarbij ze samenwerkte met een breed scala aan regisseurs en zich continu bleef ontwikkelen als actrice, ook in het theater.
In 1986 won ze een César Award voor Beste Vrouwelijke Bijrol voor haar rol in L’Effrontée en in 2003 ontving ze een ere-César voor haar indrukwekkende oeuvre. Internationaal werd ze erkend voor onder andere haar rol in de controversiële, maar invloedrijke film La Maman et la Putain.
Lafont stond bekend om haar veelzijdigheid, humor, en uitstraling, en kon zowel komische als dramatische rollen met overtuiging neerzetten.
Ze trouwde eerst met acteur Gérard Blain, met wie ze een zoon kreeg die jong overleed.
Later trouwde ze met de Hongaarse beeldhouwer Diourka Medveczky, met wie ze drie kinderen kreeg: Élisabeth, David, en Pauline, die allen ook in de acteerwereld stapten.
Haar dochter Pauline overleed tragisch in 1988 tijdens een bergwandeling, een gebeurtenis die Bernadette natuurlijk diep raakte.
Ze scheidde later van Medveczky.
Naast haar acteerwerk stond ze bekend als een icoon van de Franse cinema en een symbool van vrouwelijke vrijheid en onafhankelijkheid.
Ze had een sterke persoonlijkheid met een uitgesproken gevoel voor humor, vaak omschreven als “ondeugend” en “vrijgevochten”.
In 1997 publiceerde ze haar autobiografie, “Le Roman de ma Vie,” en ze was een fervent fan van stierenvechten.
Op 14 juli 2009 werd ze geridderd tot Officier in het Franse Legioen van Eer.
Bernadette Lafont overleed op 25 juli 2013 in Nîmes op 74-jarige leeftijd aan een hartstilstand en werd begraven in Saint-André-de-Valborgne, naast haar dochter Pauline.

Ben je benieuwd naar het leven van vroeger? Duik dan samen met ons in het verleden! In onze gezellige groep delen we herinneringen en duiken we in de rijke geschiedenis van de jaren 1800 tot nu. Je vindt hier een schat aan nostalgisch materiaal: oude tijdschriftartikelen, prachtige postkaarten en nostalgische reclames die je een uniek beeld geven van het dagelijks leven in vervlogen tijden. We voeren ook boeiende discussies over vergeten tv-series, klassieke films, muziek die de tand des tijds heeft doorstaan en belangrijke politieke en historische gebeurtenissen in België, Nederland en de rest van Europa. Samen verkennen we de periode vanaf de 19e eeuw tot en met de recente geschiedenis. Of je nu een fervent geschiedenisliefhebber bent, graag herinneringen ophaalt of gewoon nieuwsgierig bent naar het verleden, in onze groep vind je vast iets wat je interesseert. Iedereen is welkom! Sluit je aan en ontdek samen met ons de fascinerende wereld van “Gisteren nog vandaag”! Kortom: kom erbij en laat je meevoeren op een nostalgische reis!
Jef en Patrick




Eddy Wally’s roem was niet louter te danken aan zijn muzikale prestaties, maar veeleer aan zijn flamboyante persoonlijkheid en memorabele uitspraken.
Gekleed in opvallende glitterkostuums, à la Liberace, presenteerde Wally zich als een onverstoorbare optimist.
Zijn unieke taalgebruik, doorspekt met stopwoorden als “gewéldig” en “wauw”, werd een geliefd mikpunt van imitatie voor komieken en droeg bij aan zijn iconische status.
Dit komische imago leverde hem talrijke gastrollen op in amusementsprogramma’s, waaronder FC De Kampioenen (aflevering “Chérie”), Samson en Gert (aflevering 163, 1992) en Wie ben ik?, waar hij een team vormde met Daisy Van Cauwenbergh en Urbanus.
De vraag of Eddy Wally een typetje was, bleef lange tijd onbeantwoord.
Jan Van Rompaey, die hem meermaals interviewde, waaronder voor het programma Echo, meende dat Wally geen rol speelde, alhoewel hij zijn gedrag mogelijk enigszins aandikte.
Zijn woordenschat was volgens Van Rompaey beperkt.
Kamagurka, die meermaals met Wally samenwerkte, deelde een vergelijkbare visie.
Hij suggereerde echter dat Wally’s excentriciteit mede voortkwam uit de verwachtingen die aan een beroemdheid werden gesteld.
Kamagurka concludeerde uit hun samenwerkingen dat Wally een vorm van dyslexie had, wat bleek uit zijn fonetische schrijfwijze en moeite met het onthouden van eenvoudige teksten.
Een van Wally’s meest iconische televisierollen was die van Kapitein Wally in de absurdistische comedyreeks Lava (1989) van Kamagurka en Herr Seele.
In de rubriek “Wally in space”, een parodie op Star Trek, speelde hij een ruimtekapitein die bij dreigend gevaar steevast begon te zingen, want “als de kapitein zingt wijkt het gevaar.”
Later werkte hij samen met Kamagurka en Herr Seele aan het radioprogramma Studio Kafka op Studio Brussel.
Ook op de radio was Wally een bekende stem.
Van de tweede helft van de jaren 70 tot de jaren 80 presenteerde hij zijn eigen radioshow, “Onvergetelijk”, bij Omroep Oost-Vlaanderen.
In de jaren 2000 verzorgde hij een wekelijkse rubriek in het programma van Erwin Deckers en Sven Ornelis op Q-music.
In 2014 liet Wally zich interviewen door Eric Goens voor de documentairereeks Kroost. Dit gaf een inkijk in het leven achter de glitter en glamour.
In maart 2011 werd Wally getroffen door een hersenbloeding, met een lichte verlamming tot gevolg.
Zijn echtgenote meldde dat hij aan de linkerkant verlamd was en dat een terugkeer naar het podium onwaarschijnlijk was.
In juli van dat jaar verhuisde hij naar een rusthuis in Zelzate.
Het jaar 2012 bracht zowel verdriet als een laatste glimp van glorie., want op 6 oktober overleed Wally’s echtgenote, Mariëtte Roegiers, op 80-jarige leeftijd.
Kort daarna, op 14 en 15 december, maakte Eddy Wally een emotionele comeback tijdens de Nacht van de Schlagers in Kortrijk, waar hij definitief afscheid nam van het podium.
Op 6 februari 2016 overleed Eddy Wally in het rusthuis in Zelzate na een nieuwe hersenbloeding.
Zijn uitvaartplechtigheid vond plaats op 13 februari in de Sint-Laurentiuskerk in Zelzate, waar fans en vrienden afscheid namen van een onvergetelijk icoon.


In de 16e eeuw ontstonden in Italië de zogenaamde “Bergen van Barmhartigheid”. Deze liefdadigheidsinstellingen boden een oplossing voor de woekerrentes die arme mensen moesten betalen aan pandjeshuizen. Het idee was simpel: mensen konden tegen een lage rente geld lenen, met een waardevol voorwerp als onderpand.
Ook Gent kreeg in 1618 zijn eigen Berg van Barmhartigheid, enkele jaren vóór die in Kortrijk. Al in de 14e eeuw bestond er in Gent een vergelijkbare instelling, het “Dondersteen”, een soort pandjeshuis. Wenceslas Cobergher, een sleutelfiguur in de oprichting van dergelijke instellingen, kocht het Dondersteen in 1620 en liet het slopen.
Op de locatie in de Abrahamstraat, voorheen bekend als de Ser Symoenstraate, verrees een nieuw gebouw in de stijl van een Italiaans palazzo. De straat, vernoemd naar een verdwenen gevelbeeld van de aartsvader Abraham, is een oud tracé dat parallel loopt met de Burgstraat, van het Prinsenhof naar de Bonifantenstraat. Het nieuwe complex bestond uit drie delen: een conciërgewoning, het huis van de intendant, en het pandhuis zelf. De gevel domineert tot op de dag van vandaag het straatbeeld. In 1930 sloot de Gentse Berg van Barmhartigheid de deuren.
In Kortrijk werd de Berg van Barmhartigheid in 1627 opgericht door Wenceslas Cobergher, die ook de Berg in Brussel ontwierp. De bouw, in een conservatieve, gotische stijl, startte in 1629 en de instelling opende officieel in 1630.
Als openbare kredietinstelling bood de Berg de mogelijkheid om anoniem geld te lenen tegen een lage rente. Lenen gebeurde op basis van onderpand, zoals juwelen, boeken, kunstvoorwerpen of zilverwerk.
Pagadoren, of indragers, fungeerden als tussenpersonen tussen de Berg en de beleners. Ze brachten de eigendommen naar de Berg en haalden ze later weer op, waardoor de identiteit van de belener anoniem bleef.
Voor deze dienst betaalden de beleners een extra vergoeding. Oorspronkelijk werden pagadoren door de stad aangesteld, maar door misbruik kwam hier in de 18e eeuw verandering in. Voortaan werden ze beëdigd en aangesteld door de Bergen zelf. Het merendeel van de pagadoren was vrouwelijk, zo ook in Kortrijk.
De vier draaitrommels van de Kortrijkse Berg staan bij velen bekend als “vondelingenschuiven”, maar dit is een hardnekkige stadslegende.
Twee van de trommels hebben een uitsparing, maar deze dienden om discreet een pand te deponeren, niet om baby’s achter te laten. De trommels waren in feite draaideuren die toegang gaven tot het bureau waar men geld kon lenen.
De Berg van Barmhartigheid in Kortrijk sloot in 1922 door een gebrek aan kapitaal.
De Brusselse vestiging is de enige die vandaag de dag nog steeds bestaat in België.
Na de sluiting deed het gebouw in Kortrijk dienst als Rijksarchief.
Tijdens een bombardement op 21 juli 1944 werd het gebouw zwaar beschadigd, maar de kelders bleven gespaard. In 1960 werd het herbouwd en in 1964 nam het Rijksarchief er opnieuw zijn intrek.
Sinds 2009 is het als Rijksarchief en huis archivaris met stedelijke diensten aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed.
In 2018 werd het complex verkocht aan Konvert Service.
Samen met aanpalende panden in de Onze-Lieve-Vrouwestraat en de Handboogstraat werd het omgebouwd tot het luxehotel “Cobergher Hotel”, een eerbetoon aan de bouwmeester.
Het Rijksarchief blijft wel aanwezig, met een huurcontract tot 2031.
(De Stad 25 januari 1934, diverse bronnen, Inventaris Vlaanderen erfgoed, Gent Geprent en Wikipedia)


Gisteren nog vandaag

