Na een carrière van 43 jaar is vandaag de dag aangebroken waarop ik van mijn pensioen mag genieten.

Mijn loopbaan begon als verkoper van groenten en fruit, na een korte opleiding in de Wondelgemstraat.

Al snel droeg ik de verantwoordelijkheid voor de winkel aan het Van Beverensplein in Gent.

Deze eerste werkervaring werd onderbroken door mijn legerdienst in Duitsland.

Na een opleiding in Peel, werd ik als magazijnier tewerkgesteld bij de logistieke dienst in Aken.

Toen majoor de Man vroeg naar kandidaten om in het hotel Mercator te werken, was ik een van de eersten om die kans te grijpen.

Gisteren nog vandaag

Daar ontdekte ik de horeca en binnen enkele weken was ik al ‘Maître de salle’.

Ik woonde er samen met drie andere soldaten in een woning in de wijk van de beroepsmilitairen, waaronder Patrick, een tandarts die ook uit Gent kwam.

Ik werkte er veel en kreeg zelfs de kans om als burger in dienst te blijven, maar dat aanbod sloeg ik af.

Ik keerde terug naar mijn vertrouwde wereld en werd opnieuw gerant, waarbij ik met veel plezier groenten en fruit verkocht.

Een jaar later maakte ik de overstap naar de elektronicawereld als verkoper in de Tandy-winkel in Oostakker.

Nog een jaar later werd ik gerant van het filiaal in de Vlaanderenstraat in Gent, waar ik ook in een mooi appartement boven de winkel woonde.

Gisteren nog vandaag

Enkel jaren later, nam ik er een bijverdienste in de avond bij als barman in het NTG in Gent, een rol waarin mijn horeca-ervaring uit het leger goed van pas kwam.

Toen het met de Tandy-keten minder goed ging, diende zich een nieuwe kans aan.

Met veel enthousiasme werd ik foyerverantwoordelijke in het NTG.

Gisteren nog vandaag

Naast het horecagedeelte kwam ik er in contact met de fascinerende wereld van theater, met zijn acteurs, regisseurs en andere boeiende persoonlijkheden.

Ik kon van op de eerste rij meemaken hoe nieuwe producties tot stand kwamen en leerde er warme collega’s met een hart voor het theater kennen.

Ik was ook nauw betrokken bij de verbouwing van het theatergebouw, meer specifiek de foyer, keuken, eetzalen en de artiestenbar.

Gisteren nog vandaag

Een moment dat me altijd zal bijblijven, is de opening van de foyer, die ik omvormde tot een brasserie waar ik nog steeds trots op ben.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Ook Minnemeers, de tweede zaal van het NTG, en tijdens de Gentse Feesten in de Lakenhal, met gasten als Freek Neirynck en Radio 2, blijven gekoesterde herinneringen.

Gisteren nog vandaag

Ik heb in die tijd zelfs in het theatergebouw gewoond.

Gisteren nog vandaag

Aan dit avontuur kwam echter een einde en ik begon een nieuw hoofdstuk bij Vendex.

Dit bedrijf, destijds ook eigenaar van Hema, had net de supermarktketen Battard overgenomen, die vooral in West-Vlaanderen en Wallonië actief was.

Mijn taak was om de winkels aan te passen aan de nieuwe beleidsplannen. Ik werkte voornamelijk in Wallonië en verbleef er de hele week op hotel.

Tijdens die periode wees mijn vriend Philippe Bossuyt me erop dat de Hotsy Totsy te koop stond.

Samen zijn we in dat avontuur gestapt.

Gisteren nog vandaag

We transformeerden de Hotsy Totsy, voorheen een privézaak, tot een levendig café. Met een aangepaste drankkaart, optredens en diverse activiteiten maakten we er opnieuw een succesverhaal van.

Enkele jaren later kreeg ik de kans om aan het hoofd te staan van de plaatselijke dekenij.

Samen met de andere leden en mijn vriend Thierry Bonnaffé heb ik toen de boekenmarkt op de Graslei in Gent opgericht.

Dankzij de steun van de huidige burgemeester Mathias De Clercq en toenmalig burgemeester Daniël Termont is deze zondagse markt uitgegroeid tot een groot succes.

In 2000 was ik ook medeoprichter van de Poëzieroute in de Gentse binnenstad.

Als hoofd van de dekenij besloot ik met het bestuur om onze activiteiten tijdens de Gentse Feesten grondig te herzien.

Zo schaften we de maandagmarkt, bekend als ‘de dag van de lege portemonnee’, af en verwelkomden we in 2004 de organisatie van Polé Polé.

Nu is de tijd gekomen om dit alles achter me te laten en van mijn pensioen te genieten.

Ik ben dankbaar voor deze prachtige carrière en vooral voor de vele mensen die ik heb mogen leren kennen.

Gisteren nog vandaag

Het zijn er te veel om op te noemen, maar ze hebben voor altijd een plek in mijn hart.

Gisteren nog vandaag

Vanavond, 34 jaar geleden, op 9 juni 1991, vond de laatste voorstelling plaats van het toneelstuk Het gezin Van Paemel in de Tolhuislaan in Gent.

Deze klassieker, geschreven door Cyriel Buysse, werd geregisseerd door Dirk Tanghe.

Ik herinner me nog dat ik hem tijdens de repetities regelmatig een glas witte wijn bracht en dan bleef kijken naar de gang van zaken.

Het decor, ontworpen door Steven Demets, en de verlichting van Jaak van de Velde waren subliem.

Het verhaal was ijzersterk en de bezetting was fantastisch; Jef Demets schitterde in zijn rol als vader Van Paemel.

Naast vrijwel de complete vaste groep toneelspelers van het NTG, kregen ze ook nog versterking van Els De Schepper, Koen De Sutter, Frank Dierens en Marijke Pinoy.

Dirk Tanghe wist er bijna een filmvoorstelling van te maken, mede dankzij de ruimte die hij kreeg in de Tolhuislaan.

Bijna 30.000 mensen kwamen kijken, dus we kunnen zeker spreken van een groot succes.

Vandaag, op 1 juni 1835 opende het Koninklijk Conservatorium in Gent zijn deuren, precies 190 jaar geleden.

Het conservatorium werd opgericht door Joseph-Martin Mengal, een componist van nationalistische liederen, romances en opera’s, en een bekend hoornspecialist.

Aanvankelijk telde de school 300 leerlingen, een aantal dat snel steeg tot 800.

Vanaf tien jaar oud was iedereen welkom.

In de 20e eeuw groeide het conservatorium uit tot een hogere kunstopleiding van academisch niveau, toegankelijk voor studenten met een middelbareschooldiploma.

Het studieaanbod werd uitgebreid met jazz, popmuziek, muziekproductie en instrumentenbouw.

Sinds 2011 vormt het Koninklijk Conservatorium samen met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Hogeschool Gent de School of Arts.

Vandaag 55 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.

De gigantische vuurzee in de kartonnen fabriek eiste zeven doden.

In 1960 werd de fabriek gebouwd in de New Orleansstraat.

De architect van dienst was Hugo Van Kuyck.

Het werd een functioneel gebouw in strakke architectuur en voorzien van dakvleugels.

Het bestond uit een productie gedeelte en een kantoorgebouw.

Op het ogenblik van de brand werkte er 600 mensen.

Toen de fabriek in 1970 uitbrandde, werd Van Kuyck opnieuw ingeschakeld bij de herbouw.

Na de brand, en uit angst dat het vuur terug zou aanwakkeren, bleef de brandweer en het Rode Kruis nog twee dagen op het terrein. (foto 3 brandweer lezen in de krant over hun actie tijdens de brand)

In 1983 gingen de fabrieken in Gent en Buggenhout verder onder de naam: Bowater Containers, waarna er overnamen volgden in 1987, door Eurobox en Schoellershammer en in 1988 door Eurolim.

In 1989 werd Bowater overgenomen door de SCA Groep en ging SCA Packaging heten.

Deze groep, die meerdere vestigingen in België bezit, bestaat nog steeds.

In 2012 werd SCA Packaging overgenomen door DS Smith Packaging.

Vandaag, precies 25 jaar geleden, op 30 maart 2000, vond de opening voor genodigde plaats van de opmerkelijke kunstmanifestatie ‘Over The Edges’ in Gent.

Het publiek kon de tentoonstelling bezoeken van 31 maart tot en met 29 juni 2000.

Voor mijn horecazaak, de Hotsy Totsy, waren het topdagen.

Bijna elke avond kwam Jan Hoet langs met een van de kunstenaars, wat voor een bruisende sfeer zorgde.

De expositie werd tot ver over de landsgrenzen besproken, en maar liefst 250.000 bezoekers trokken naar Gent voor ‘Over The Edges’.

De openluchttentoonstelling, die een beetje de voorloper van ‘Track’ was, schreef geschiedenis met Jan Fabres opzienbarende hamzuilen.

Fabre bekleedde de acht Corinthische zuilen van de universiteitsaula in de Voldersstraat met 600 kilogram gerookte ham, waardoor ze op gevilde poten leken.

Het werk zorgde direct voor opschudding en haalde de voorpagina’s, met protesten als ‘Terwijl mensen honger lijden, wordt hier met eten gemorst’ en ‘Geen kunst maar wansmaak’.

Jan Hoet verdedigde de artistieke vrijheid en legde uit dat de ham een metafoor was voor de vergankelijkheid van het vlees, en dat Fabre de relatie tussen vlees en skelet wilde onderzoeken.

De discussie over de hamzuilen barstte los in heel Gent, waarbij iedereen, van slagers tot juweliers, en zelfs bekende Vlamingen en de gemeenteraad, zich in het debat mengde.

De zuilen, gehuld in Ganda-ham, waren een maand lang het gesprek van de dag.

Speciale bewakers werden ingezet om de zuilen te beschermen tegen vandalen, maar uiteindelijk wonnen bacteriën en bederf het van de ham.

Naast de hamzuilen waren er nog tal van andere opmerkelijke kunstwerken te zien in de stad.

Wim Delvoye’s ‘Transparity’, een indrukwekkend glas-in-loodraam in de Norbertijnenkapel, trok veel bekijks.

Op het Sint-Michielsplein stond een naakte reus, een cycloop met één oog, gecreëerd door de Italiaan Marco Boggio Sella.

Op de Korenlei werd elke drie minuten een bord op de grond gegooid, en in een kamer op de eerste verdieping was een ruziënd koppel te zien.

Uiteindelijk sneuvelden er 10.000 borden.

Dit ‘huishoudtafereel op de hoek van de straat’, zoals de Franse kunstenaar Patrick Lebert zijn werk noemde, zorgde eveneens voor de nodige discussie.

Louis De Saeger, een Vlaamse kunstschilder, begon zijn tekenopleiding aan de Academie van Dendermonde onder leiding van Maes, Gorus en Gogo.

Hij vervolgde zijn studie aan de Academie van Gent bij Coddron en Alfons De Cuyper.

Zijn werk omvatte diverse onderwerpen, waaronder landschappen van de Schelde, stadsgezichten van Dendermonde, Vlassenbroek, Afsnee, Deinze, Beernem en Gent.

De Saeger onderhield contacten met schilders uit Dendermonde en werkte samen met Jan Maes langs de Scheldeboorden.

In Gent ontmoette hij Gust De Smet. Hij vond ook inspiratie in Brugge, aan de kust, en schilderde portretten.

Hij vestigde zich in Sint-Amandsberg en exposeerde onder meer op het 47e Salon van de Kring Kunst en Kennis in Gent in 1946.

Louis De Saeger overleed in 1988 in Gent.

Deze week, 90 jaar geleden, stond de achtjarige Gentse danseres Suzy Feys, die later bekend zou worden als lid van “De Beren” van het gezelschap van Romain Deconinck, op de foto in het tijdschrift ABC van 24 februari 1935)

Raymond Vanherberghen begon al op zijn zevende met jeugdtoneel in zijn geboortestad Tienen.

In 1938 verhuisde hij met zijn ouders naar Gent, waar hij na zijn werkuren als mecanicien al snel weer op de planken stond.

Hij speelde in de bekende Minardschouwburg, onder de vleugels van theatericoon Romain Deconinck.

Daar werd hij verliefd op Suzy, vijf jaar jonger en danseres.

In 1952 trouwden ze en kregen ze een zoon, Gino.

Het koppel was in de jaren 50 en ’60 goed bevriend met mijn marraine en grootvader, die tot zijn overlijden in 1965 lid was van de beheerraad van het theatergezelschap.

Meer dan veertig jaar lang stonden Raymond en Suzy samen op de planken.

Raymond Vanherberghen overleed in juli 2018, Suzy Feys in november 2023.

90 jaar geleden, te gast bij Gentse beeldhouwer Leon Sarteel.

Leon Petrus Sarteel, geboren in Gent op 2 oktober 1882 als zoon van huisschilder Petrus Sarteel en Maria Theresia Temmerman.

Hij studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent onder Louis Mast en Jules Van Biesbroeck en toonde al vroeg zijn talent.

In 1907 ontving hij een eervolle vermelding op het Salon van Gent en werd in 1908 leraar boetseren aan de Gentse Nijverheidsschool.

Zijn oeuvre omvat portretbustes (o.a. Cyriel Buysse, De Gentse kunstschilder Constant Montald en Julius Mac Leod (hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Gent en bestuurder van de Gentse Plantentuin), figuren (mythologisch, allegorisch en alledaags), monumenten (zoals het oorlogsmonument in Zomergem) en reliëfs.

Zijn werken zijn te vinden in het Museum voor Schone Kunsten (MSK) Gent, in de Gentse openbare ruimte (beelden aan de Sint-Niklaaskerk en Sint-Baafskathedraal), de Boekentoren (bevat een reliëf van Sarteel, De Leie en de Schelde.), en op Campo Santo (Treurende Ouders op het graf van zijn schoonzoon, piloot Jean Vanavermaete).

Hij trouwde met Marguerite De Mulder, met wie hij twee kinderen kreeg: zoon en architect Antoine Sarteel en dochter Germaine.

In zijn carrière ontving Sarteel verschillende onderscheidingen, waaronder Ridder in de Leopoldsorde (1921) en Officier in de Kroonorde (1929). Hij was lid van de kunstenaarsvereniging Kunst en Kennis.

Sarteel, wiens Art-decowoning van architect Jan-Albert De Bondt en atelier zich in de Vaderlandstraat 166 bevond, werkte in brons, marmer, steen en terracotta.

Zijn stijl is realistisch, met aandacht voor detail en expressie.

Hij overleed op 2 mei 1942, op 59-jarige leeftijd, in Gent aan een longontsteking (ABC 10 februari 1935)

Kan een afbeelding zijn van 4 mensen en tekst

Deze week, 90 jaar geleden, werklozenbeweging in Gent en dit tegen de uithongeringspolitiek van de regering Theunis (ABC 20 januari 1935)

Deze regering, Theunis IV, een coalitie van Katholieken en Liberalen, voerde een impopulair economisch herstelbeleid, dat gekenmerkt werd door deflatiemaatregelen, en werd geconfronteerd met sociale onrust en hevige oppositie van de socialistische BWP-POB.

Ondanks het deflatiebeleid bleef de Belgische economische toestand verslechteren.

De regering viel dan ook op 25 maart 1935.

De opvolgende regering-Van Zeeland I (25 maart 1935 – 13 juni 1936) was een coalitie van de Katholieke Unie (80 zetels), de BWP (72 zetels) en de Liberale Partij (24 zetels).

Op 30 maart 1935, kort na haar aantreden, devalueerde deze regering de Belgische frank met 28%.

De regering bleef in functie tot aan de verkiezingen van 24 mei 1936, waarbij de drie grote partijen veel zetels verloren ten voordele van kleinere extremere partijen en met name Rex.

Toch werd de regering opgevolgd door een regering-Van Zeeland II.

65 jaar geleden, reclame voor bier van het merk Kronenbourg en de geschiedenis van dit biermerk.

Alles begint in 1664 wanneer Jérôme IV-Hatt brouwerij Le Canon opent aan de Place du Corbeau in Straatsburg.

Bijna twee eeuwen later, in 1850, verhuist de brouwerij naar de wijk Cronenbourg (Kronenburg in het Duits).

Daar wordt overgeschakeld op ondergisting, een destijds innovatief brouwproces dat een constante lage temperatuur vereist van maximaal 10 °C. en dit gebeurt daarom grotendeels ondergronds.

In 1922 verwerft de familie Hatt het prestigieuze Straatsburgse restaurant Le Grand Tigre.

Ter gelegenheid hiervan lanceert de brouwerij het bier Tigre Bock, dat in 1930 het meest gedronken bier van Frankrijk wordt.

De naam Kronenbourg ziet het levenslicht in 1947. Jérôme Hatt, een nazaat van de oprichter, keert terug naar Straatsburg en hernoemt het vlaggenschipbier Tigre Bock naar de wijk Cronenbourg, waar de brouwerij nog steeds gevestigd is.

De ‘C’ wordt vervangen door een ‘K’ om het merk een Duits tintje te geven, destijds een synoniem voor kwaliteit.

Ter ere van de kroning van Elizabeth II tot koningin van het Verenigd Koninkrijk in 1952, brengt Kronenbourg het bier 1664 uit, dat eveneens een groot succes wordt.

In 1969 kan de oude fabriek de groeiende vraag niet meer aan en verhuist de productie naar een gloednieuwe vestiging in Obernai.

Deze brouwerij is op dat moment de grootste van Europa en tot op de dag van vandaag de grootste van Frankrijk.

Het bedrijf kent in de daaropvolgende decennia verschillende eigenaarswisselingen: in 1970 wordt het onderdeel van het BSN-concern en in 1986 fuseert het met Kanterbräu, wat leidt tot de oprichting van de Brasseries Kronenbourg.

In 2000 wordt het overgenomen door Scottish & Newcastle, dat op zijn beurt in 2008 in handen komt van een consortium van Heineken en Carlsberg.

Uiteindelijk wordt Kronenbourg onderdeel van de Carlsberg groep.

Tegenwoordig zijn de Brasseries Kronenbourg met een marktaandeel van 30,5% de absolute marktleider in Frankrijk.

Eén op de drie in Frankrijk gedronken biertjes komt uit de brouwerij in Obernai.

In 2011 behaalde het bedrijf een omzet van 902 miljoen euro.

De brouwerij in Obernai is met een oppervlakte van 70 hectare, een productie van 7,3 miljoen hectoliter en 1210 werknemers nog steeds de grootste van Frankrijk.