Vandaag is het 85 jaar geleden dat de Amerikaans acteur en zanger Sal Mineo werd geboren. (New York, 10 januari 1939)

Al zal hij het niet kunnen vieren, gezien hij in 1976 omkwam tijdens een roofoverval.

Mineo werd geboren in de New Yorkse wijk Harlem, als zoon van Siciliaanse emigranten. Op zijn negende verhuisde hij met zijn familie naar The Bronx.

Al op jonge leeftijd schreef zijn moeder hem in voor acteer- en danslessen.

In 1950 maakte hij zijn toneeldebuut in “The Rose Tattoo”, een stuk van Tennessee Williams.

Hij speelde ook de jonge prins in The King and I, met Yul Brynner en Gertrude Lawrence.

In 1957 maakte Mineo een uitstapje naar de rock-‘n-roll. Hij bracht twee singles uit. De eerste was “Start Movin’ (In My Direction)”, die in Amerika dertien weken in de hitparade stond en de negende positie bereikte.

Opvolger “Lasting Love” stond in de VS drie weken in de top-40 en kwam tot de 27e plaats. Daarna kwam een album uit dat in Amerika werd uitgebracht door Epic en in Groot-Brittannië door Philips.

Hoewel Mineo als zanger succesvol was, besloot hij zich snel weer op het acteerwerk te concentreren.

Tussen 1957 en 1959 speelde hij in een handvol films, waaronder “The Gene Krupa Story”, over de legendarische jazzdrummer. Mineo speelde zelf ook drums.

In 1960 werd Mineo genomineerd voor een Oscar, voor zijn bijrol in de film Exodus.

Hij speelde de rol van de joodse jongen Dov Landau. Opnieuw ging de Oscar aan zijn neus voorbij; het beeldje ging naar Peter Ustinov voor zijn rol in Spartacus.

Langzamerhand werd Mineo minder voor films gevraagd.

Tussen 1962 en 1964 speelde hij in drie films: The Longest Day, Escape from Zahrain en Cheyenne Autumn. Hollywood was op zoek naar nieuwe gezichten en Mineo, over wie de geruchten over zijn homoseksualiteit toenamen, liep alweer een tijdje mee.

In 1965 speelde Mineo in The Greatest Story Ever Told en in Who Killed Teddy Bear. In de laatste film, een in zwart-wit gedraaide low-budgetproductie, speelde hij een door seks geobsedeerde stalker.

Thema’s als voyeurisme, masturbatie, kindermisbruik en travestie werden opvallend onverhuld aan de orde gesteld. Mineo was vaak in ontbloot bovenlijf te zien en droeg niet meer dan een strakzittende slip, waarop werd ingezoomd.

De film gaf zijn carrière in Hollywood geen opkikker. Hij keerde terug naar het toneel en regisseerde in 1969 het toneelstuk “Fortune And Men’s Eyes”, met de latere Miami Vice-ster Don Johnson in de hoofdrol.

Hij had daarna bijrollen in televisieseries en films, waaronder Escape from the Planet of the Apes waarin hij de rol van Dr. Milo speelde.

In 1975 keerde hij terug naar het toneel voor P.S. Your Cat is Dead”, in San Francisco. Hij speelde daarin een biseksuele inbreker.

Voordat Mineo met het toneelstuk in Los Angeles zijn opwachting kon maken, werd hij op 12 februari 1976 bij zijn appartement in West Hollywood doodgestoken.

Hij kwam terug van een repetitie.

Zo’n 250 mensen betuigden vijf dagen later in een kerk in Mamaroneck, New York, de laatste eer aan Mineo.

Onder hen waren Courtney Burr (met wie hij de laatste jaren een relatie had), Jill Haworth, Michael Mason, Elliot Mintz, Desi Arnaz jr., Nicholas Ray, Michael Greer, zijn moeder Josephine en familie.

Lionel Ray Williams, een voormalige pizzakoerier, werd in 1979 veroordeeld voor de moord op Mineo.

Hij was negentien toen Mineo werd vermoord.

Williams kreeg 51 jaar cel voor de moord op Mineo (een mislukte beroving) en voor tien berovingen.

In het geval van Mineo is Williams veroordeeld op basis van voornamelijk indirect bewijs.

Zo legde zijn vrouw een belastende verklaring af en zei een medegevangene dat Williams tegenover hem de moord heeft bekend.

Begin jaren negentig werd hij voorwaardelijk vrijgelaten.

Williams kwam later weer achter de tralies, omdat hij zich weer op het criminele pad had begeven. (diverse bronnen en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag

Toni Arden, klein van stuk, groots in stem (Tuney Tunes november 1953)

Toni Arden was een Amerikaanse zangeres die vooral bekend was in de jaren 40 en 50.

Ze begon haar carrière als zangeres in de band van haar vader, die een Italiaanse immigrant was.

Ze zong vooral populaire liedjes en ballads, maar ook enkele Italiaanse nummers.

Ze had verschillende hits, zoals “I Can Dream, Can’t I?”, “Too Young” en “Padre”.

Ze trad op in radio- en televisieshows, en werkte samen met artiesten als Frank Sinatra, Perry Como en Dean Martin.

Ze had ook een aantal relaties, waaronder met de acteur John Agar, maar ze trouwde nooit.

Ze bleef zingen tot in de jaren 80, maar trok zich daarna terug uit de schijnwerpers.

Ze overleed in 2012 op 88-jarige leeftijd aan hartfalen.

Vandaag is het precies 65 jaar geleden dat Hank Ballard & The Midniters de studio van King Records in Cincinnati, Ohio binnenstapten.

Ze namen daar twee nummers op die de muziekgeschiedenis zouden veranderen: Teardrops On Your Letter en The Twist.

Hank Ballard werd geboren in Michigan, maar verhuisde na de dood van zijn vader naar Bessemer, Alabama.

Hij zong in het kerkkoor en verhuisde op zijn vijftiende weer naar Detroit, waar hij bij Ford ging werken.

In 1953 werd hij lid van de groep The Midnighters, die al snel een hit scoorden met Get It.

Hun volgende single, Work With Me Annie, was een nog groter succes, ondanks dat het nummer werd geboycot door de radio vanwege de expliciete tekst.

De groep ging door met het maken van ‘gewaagde’ nummers, zoals Annie Had a Baby, Annie’s Aunt Fannie en Sexy Ways.

Work With Me Annie werd later opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.

In 1958 schreef Ballard The Twist, een nummer dat een revolutie zou ontketenen in de danswereld.

Hij probeerde het nummer uit te brengen bij Vee Jay Records, maar die weigerden het.

Uiteindelijk kwam het nummer terecht bij King Records, die het als B-kant gebruikten voor de ballade Teardrops On Your Letter.

De single kwam uit in 1959, maar werd geen groot succes. Teardrops On Your Letter haalde de 87e plaats in de hitlijst, en The Twist bleef onopgemerkt.

Dat veranderde toen Chubby Checker in 1960 een cover maakte van The Twist, die meteen naar de eerste plaats schoot.

Het nummer ontketende een wereldwijde twist-rage, die ook Ballard & The Midniters ten goede kwam.

Hun originele versie van The Twist werd opnieuw uitgebracht als A-kant, en haalde deze keer de 28e plaats.

Ze scoorden ook nog hits met Finger Poppin’ Time en Let’s Go, Let’s Go, Let’s Go, die beide de top 10 bereikten.

Na nog enkele R&B-hits in dezelfde stijl, verdween de groep uit de schijnwerpers.

Hank Ballard ging solo verder in de late jaren zestig.

Hij overleed op 2 maart 2003 op 75-jarige leeftijd aan keelkanker.

Vandaag 100 jaar geleden, de geboorte van de Duitse componist en orkestleider Bert Kaempfert.

Op de muziekschool in Hamburg studeerde hij meerdere muziekinstrumenten: piano, klarinet, saxofoon en accordeon.

Hij begon zijn carrière als saxofonist bij het radio-orkest van Hans Busch in Danzig.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef hij in gevangenschap in Denemarken waar hij verliefd werd op een jonge Deense.

Uit deze relatie werd zijn oudste dochter geboren.

Eveneens tijdens die periode formeerde hij zijn eerste bigband Pik Ass. Na de oorlog ging hij met deze band op de schnabbeltour langs Amerikaanse officiersclubs in Noord-Duitsland.

Aan het eind van de veertiger jaren componeerde en arrangeerde hij hoofdzakelijk voor de NDR en Polydor.

Begin 1952 stapte hij naast Horst Wende als tweede man in bij Polydor/Siemens team als producer.

Voor Freddy Quinn bijvoorbeeld produceerde hij in 1959 Die Gitarre und das Meer, wat een grote hit werd.

Ook bewerkte Kaempfert het Duitse volksliedje “Muss i denn zum Städtele hinaus” dat onder de titel “Wooden Heart” Elvis Presley een wereldsucces opleverde.

Met Wonderland by Night maakte Kaempfert in 1960 zijn grote internationale doorbraak.

In 1961 stond deze hit vijf weken nummer één in de Verenigde Staten.

Dat was de eerste keer dat een Duitser een nummer één-hit had in de VS.

Gisteren nog vandaag

Een andere compositie van hem, Morgen, bereikte eveneens een hoge klassering in de Amerikaanse Top 20.

Zijn absolute top bereikte Kaempfert met het nummer Strangers in the Night, dat door “Ol’ Blue Eyes” Frank Sinatra tot de grootste wereldhit van en voor Kaempfert gezongen werd.

In 1961 was Kaempfert verantwoordelijk voor de opnames van de zanger Tony Sheridan, die werd begeleid door een tot dan toe onbekende band, The Beatles.

Ook neemt Bert Kaempfert met The Beatles de klassieker Ain’t She Sweet en het instrumentale Cry For A Shadow op.

Zijn compositie Afrikaan beat (1962) werd de herkenningsmelodie van het sprookje de Indische Waterlelies geschreven door onze koningin Fabiola in de Efteling, waar het wordt gespeeld door een kikkerorkest en een ganzenensemble.

Het nummer Living it up uit 1963 was de tune van de jeugdserie Kapitein Zeppos.

Bert Kaempfert stierf plotseling op 21 juni 1980, op 56-jarige leeftijd in zijn vakantiehuis op Majorca ten gevolge van een beroerte. (diverse bronnen en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het 60 jaar geleden dat de Franse zangeres Edith Piaf is overleden.

Edith Piaf leeft de laatste maanden van haar leven teruggetrokken in Grasse, waar ze in de nacht van tien oktober 1963 sterft in het bijzijn van Theo Lamboukas, haar toenmalige man.

Maar omdat ze per se in Parijs wilde sterven, werd haar lichaam in een ambulance naar Parijs gebracht, waar een dokter haar dood op 11 oktober officieel vaststelde.

Deze anekdote is tekenend voor Piafs liefde voor Parijs, de stad die haar als chansonnière onsterfelijk heeft gemaakt.

En die liefde was wederzijds: le tout Paris liep te hoop wanneer de lijkstoet naar de begraafplaats Père-Lachaise trok.

Gisteren nog vandaag: Edith Piaf in de Piccolo

Edith Piaf blijft bekend en bemind om haar chansons die een ode zijn aan het leven en de liefde, ook al ging het haar in haar privéleven allerminst voor de wind.

Als kind trok ze rond met haar vader die straatartiest was, op haar vijftiende moest ze voor zichzelf instaan.

Ze bezingt in ‘L’Hymne à l’amour’ (1950) een onvoorwaardelijk geloof in de liefde, enkele maanden nadat haar grote liefde Marcel Cerdan, de Franse wereldkampioen boksen, omkwam in een vliegtuigongeluk.

Gisteren nog vandaag: Edith Piaf in Knokke (28 juli 1961)

Op haar tweeënveertigste huwt Piaf opnieuw met de twintiger Théo Sarapo.

Met hem zingt ze in 1962 nog het duet ‘A quoi ça sert l’amour’. Of zij niet denkt aan wat rust na zo’n bewogen leven? “Neen, want de dag dat je rust, voel je je al een beetje dood”.

In de sloppen van Belleville, midden in “la grande guerre”, verwekt tijdens een militair verlof van een toevallige vader-straatartiest, met een straalzatte zangeres als moeder.

Niet bevorderlijk voor een schitterende carrière in de wereld van de showbizz.

Wanneer Edith Piaf dan op haar vijftiende voor haar eigen inkomsten ging zorgen, met als enig talent een stem als een scheepsklok, dan moest ze ferm van haar afbijten om het zo ver te schoppen.

Gisteren nog vandaag: Edith Piaf en haar man Théo Sarapo te gast in zaal Ancienne Belgique in Brussel (december 1962)

Dan moest ze een straatmus zijn die kon zingen als een kanarievogel.

Als kleuter had ze die warme moederliefde gemist, waar elk kind recht op heeft.

Haar hele verdere leven was één grote hunker naar de warmte, de hartelijkheid, de tederheid die je als kind niet had gekregen.

Wat zei ze ook weer? “Als het geluk aan de deur klopt dan ga ik opendoen, dan durf ik niet neen zeggen”.

En telkens wanneer ze die liefde vond, was ze ook dankbaar en gul.

Edith Piaf had een onfeilbaar oog voor talent en ze had die gave vaak gebruikt om jonge artiesten beroemd te maken.

Leverkanker velt haar uiteindelijk op haar zevenenveertigste, met onsterfelijke klassiekers als La vie en rose, Milord en Non, je ne regrette rien op haar palmares.(diverse bronnen, ENen Toon Hillewaere)

Gisteren nog vandaag: Édith Piaf (janauri 1961)

Meer dan 65 jaar geleden, de Amerikaanse film- en televisieactrice Yvonne De Carlo met haar enige album Yvonne De Carlo Sings.

Yvonne De Carlo die vooral bekend werd door haar rol als Lily Munster in de komische horrorserie The Munsters.

Maar naast acteren had ze ook een passie voor zingen.

Gisteren nog vandaag

In 1957 bracht ze haar eerste en enige album uit, getiteld Yvonne De Carlo sings.

Het album bevatte twaalf nummers, variërend van pop tot jazz tot musical.

De Carlo zong met een warme en expressieve stem, die soms deed denken aan Marilyn Monroe of Doris Day.

Het album was geen groot commercieel succes, maar ze werd toen wel beschouwd als een van de mooiste vrouwen van Hollywood, met haar donkere haar, groene ogen en voluptueuze figuur.

Vandaag is het ook al 40 geleden dat de Franse zanger Tino Rossi (geboren als Constantino Rossi) is overleden.

Tino Rossi was de zoon van Laurent en Eugenie Rossi, en groeide op in een gezin met 8 kinderen.

Zijn vader was kleermaker en zijn moeder verdeelde haar aandacht over het familiebedrijf en het huishouden.

Constantin kreeg de naam, een eerder geboren kind dat eind 1906 al jong was overleden.

Zijn geboortehuis stond aan de Rue Cardinal Fesch 43 in Ajaccio

Als kind zong hij al graag en veel. Iedereen in zijn omgeving merkte dat hij een heel zuivere stem had.

Gisteren nog vandaag

Hoewel hij goed kon leren, ging hij liever spijbelen. Zijn stem had een lichte, vloeiende en wat omfloerste klank: een fluwelen stem met een bereik van bijna drie octaven.

Tino Rossi’s populariteit als zanger begon pas echt na zijn verhuizing naar Parijs in 1934.

Toen het Casino de Paris hem enkele maanden later contracteerde, betekende dat zijn doorbraak.

Het publiek stroomde al gauw toe. Vooral vrouwen stonden soms urenlang massaal voor de deur, alleen maar om een glimp van hem op te vangen.

Gisteren nog vandaag

Hij gold als een charmezanger bij uitstek en werd voor wat betreft zijn uiterlijke aantrekkingskracht wel vergeleken met Rudolf Valentino.

Marcel Pagnol, de schrijver en regisseur met wie Rossi later enkele films maakte, zei toen al van hem: Al zingt Tino uit het telefoonboek voor, de vrouwen beginnen te janken of te juichen, al naargelang zijn stemgebruik.

Tijdens een optreden in 1941 leerde hij Lilia Vetti kennen. Na drie kortere huwelijken werd ze de echtgenote met wie hij zijn leven verder zou delen.

Tino Rossi zong hits als Vieni… vieni…, Ave Maria en J’attendrai, maar bijvoorbeeld ook Yesterday van The Beatles.

Zijn meest verkochte nummer is Petit Papa Noël, het meest geliefde Franstalige kerstliedje.

Gisteren nog vandaag

Hij was de eerste artiest die wereldwijd miljoenen platen verkochte en kreeg een speciale massief gouden langspeelplaat uitgereikt voor de afzet van minstens 250 miljoen grammofoonplaten. Totdat Elvis Presley op het toneel verscheen, was er geen artiest die deze aantallen zelfs maar benaderde.

Tino Rossi trad ook op als acteur speelfilms en operettes. Hij maakte bij elkaar 25 films, waarvan Candide’ in 1960 de laatste was.

In deze films speelde hij meestal de rol van de jonge held. In een interview zei hij daarover: Te veel en te lang. Ik liet me leiden door mijn ijdelheid. Die ijdelheid illustreerde hij ook met de pakken die hij droeg: Ik laat mijn kostuums altijd iets te groot maken, dan zeggen de mensen: “Goh, Tino, je bent magerder geworden” in plaats van “Goh, je wordt steeds dikker”.

Nadat zijn loopbaan leek afgelopen, beleefde hij in 1969 een verrassende terugkeer met de musical De Zonnekoopman.

Hij trad op in veelbekeken tv-shows.

Zijn laatste optreden als zanger was in 1982, in het Casino de Paris, waar het ooit ook was begonnen.

Gisteren nog vandaag

In een interview na het optreden toen zei hij het volgende: Ik miste er mijn oude vrienden Gabin, Fernandel, Maurice Chevalier en Mistinguett te zeer. Ik voelde me er een eenzame oude man, die tevergeefs zocht naar de gezellige jaren van weleer.

Desondanks had hij nog toekomstplannen die hij niet kon uitvoeren nadat hij begin 1983 in het ziekenhuis werd opgenomen en kanker aan de alvleesklier bleek te hebben.

Tegenover de buitenstaander deed hij alsof hij weer de oude was.

Bij de viering van het 42-jarig huwelijksjubileum met Lilia Vetti, had hij het nog over een terugkeer op het podium, net als in 1969:

Ik werk hard aan een nieuw repertoire, want ik wil nog meer schitteren dan vorig jaar. Ik zit alleen met een probleem, ik ben veel sneller moe.

Toch wil ik mijn plannen doorzetten, want ik denk dat ik me zonder de muziek zal vervelen en snel oud zal worden.

Hij overleed echter op 27 september 1983 in het l’Hópital Américain in Neuilly, 76 jaar oud. (diverse bronnen en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag

60 jaar geleden, Jack Hammer in Brussel voor de opname van zijn album Jack Hammer

Jack hamer geboren als Earl Solomon Burroughs was in zijn leven naast zanger ook actief als songschrijver, pianist, acteur en danser.

Op zijn veertiende schreef hij al zijn eerste nummer Fujiyama Mama, uitgevoerd door Annisteen Allen in 1954 en vervolgens uitgevoerd door Wanda Jackson in 1957.

In 1955 veranderde hij zijn naam in Jack Hammer en schreef hij en dit samen met Rudolph Toombs het nummer Rock ‘N’ Roll Call voor de Amerikaanse groep The Treniers.

In 1956 bracht de zanggroep Jumping Jaguars (waar hij lid van zou zijn geweest) het nummer Knock Kneed Nellie From Knoxville uit, waarvan hij de tekst schreef.

In oktober van datzelfde jaar bracht hij zijn eerste single Football Rock uit.

Ook schreef hij als componist en dit samen met Otis Blackwell het nummer Great Balls Of Fire voor van Jerry Lee Lewis in 1957.

Maar ook Nina Simone’s liedje “Plain Gold Ring” werd door hem geschreven.

In 1960 werd hij zelfs even de leadzanger van ‘The Platters’ waarvoor hij ook enkele songs heeft geschreven.

Na een omzwerving naar Parijs belandde Jack Hammer in België.

Hij maakte in ons land kennis met Albert Van Hoogten die toen directeur was van de platenfirma Ronnex.

Jack Hammer krijgt een platencontract en samen met Albert Van Hoogten schrijven ze enkele nummers voor zijn debuutalbum.

Het nummer Kissin’ Twist komt uit op single en bereikt in Vlaanderen de derde plaats in de Humoparade.

Ook in Duitsland, Frankrijk en Zweden bereikt de single de hitparade.

Zijn danskwaliteiten bij optredens bezorgden hem de bijnaam ‘The Twistin’ King’.

In 1971 verhuisde hij naar Wiesbaden, Duitsland.

Daar schrijft hij de muzikale komedie Electric God over het leven van Jimi Hendrix.

Hij kende Jimi Hendrix goed, want in de tijd toen hij in Londen was hij kamergenoot van Hendrix.

Een paar jaar later keer hij terug naar Amerika.

Jack Hammer kwam te overlijden op 8 april 2016 op 90-jarige leeftijd in Oakland, Californië.(Diverse bronnen en Piccolo 24 juni 1962)

60 jaar geleden, Jack Hammer in Brussel voor de opname van zijn album Jack Hammer (juli 1962)

Vandaag 65 jaar geleden, koopt Elvis Presley voor 102,500 dollar in Memphis het aan de 3764 South Bellevue Boulevard gelegen landgoed Graceland.

Op de plaats waar Graceland staat, stond oorspronkelijk een boerderij die eigendom was van Stephen C. Toof, de oprichter van SC Toof & Co, een commerciële drukkerij in Memphis.

De gronden werden genoemd naar Toofs dochter, Grace, die later de boerderij erfde.

Spoedig daarna werd het gedeelte van het land aangewezen als Graceland.

Het was Grace Toofs nichtje, Ruth Moore, dat in 1939 samen met haar echtgenoot dr. Thomas Moore een Amerikaans herenhuis bouwde in een “koloniale” stijl.

Graceland bestaat uit drieëntwintig kamers, waaronder acht slaapkamers en badkamers.

De badkamer waar het ontzielde lichaam van Elvis werd gevonden is pal boven de entree. De ingang wordt ondersteund door vier grote pilaren. Bij de portiek staan aan beide zijden twee grote leeuwen.

Toen Elvis Graceland kocht werden er allemaal aanpassingen verricht.

Zo kwamen er een stenen muur rondom het terrein, een smeedijzeren muziekthemapoort, een zwembad, een tennisbaan en de beroemde “Jungle Room”, die beschikt over een overdekte waterval. In februari en oktober 1976 werd de Jungle Room omgebouwd tot een opnamestudio, waar Elvis bijna alle nummers opnam van zijn laatste twee albums: van Elvis Presley Boulevard Memphis Tennessee en Moody Blue, deze waren zijn laatst bekende opnamen in een studio-omgeving.

Elvis Presley wilde ook een plek hebben in de tuin om tot rust te kunnen komen.

Hij kwam op het idee van een Meditation Garden.

Elvis zal er tot aan zijn dood op 16 augustus 1977 wonen.

Nadat hij overleed, werd Elvis in de Meditatie Garden begraven net als zijn ouders Gladys en Vernon, en zijn grootmoeder.

Ook ligt er een kleine steen die de tweelingbroer van Elvis, Jesse Garon, (die bij de geboorte overleed) gedenkt.

De Meditation Garden was voor het publiek geopend vanaf 1978.

Graceland werd officieel geopend voor het publiek op 7 juni 1982.

Naast de muziek is Graceland, dat inmiddels uitgegroeid is tot een soort van bedevaartplaats, de grootste bron van inkomsten voor zijn nabestaanden.

Vandaag de dag is het landhuis in Memphis in Tennessee met zo’n 600.000 a 700.000 bezoekers per jaar (cijfers voor corona) het op één na meestbezochte ‘museumhuis’ van de Verenigde Staten, na het Witte Huis.

Fans betalen een flinke duit voor een bezoek. Een tour van vier uur door het enorme huis kost 170 dollar, zo’n 153 euro, per persoon.

In 2016 bereikte Graceland een mijlpaal door de 20 miljoenste bezoeker te ontvangen.

Vandaag mag de Amerikaanse zanger Clarence ‘Frogman’ Henry 85 kaarsjes uitblazen.

In 1956 scoorde hij zijn eerste grote hit in Amerika met zijn nummer Ain’t got no home.

Het nummer schreef hij zelf en in dat nummer zingt hij met drie stemmen: zijn eigen stem, een meisjesstem en een heel lage stem.

Aan die lage stem die klinkt als een kikker, houdt hij de bijnaam Frogman over.

In 1957 bereikte hij met dit nummer de twintigste plaats in de Billboard Hot 100.

De opvolgers waren helaas geen succes en het is dan ook wachten tot 1961.

De single (I don’t know why I love you) But I do was in Amerika goed voor een vierde plaats in de Billboard Hot 100.

In Vlaanderen en Nederland bereikt de single de twaalfde en de veertiende plaats in de hitparade.

Sommige mensen dachten bij het horen van But I do dat het werd gezongen door een blanke zanger.

Om daarop in te spelen, wordt op het album You always hurt the one you love een blanke man afgebeeld.

De afgebeelde man was zijn producer Leonard Chess.

Ook de volgende single, de cover You always hurt the one you love, een oude hit van The Mills Brothers. was in Amerika goed voor een twaalfde plaats in de Billboard Hot 100.

Daarna had hij nog drie kleine hitjes: Lonely street, On bended knees en A little too much.

Hoewel zijn landelijk succes daarna afneemt, blijft hij jarenlang in clubs in New Orleans spelen.

Daarnaast staat hij achttien keer in het voorprogramma van The Beatles, tijdens hun tournee door de Verenigde Staten en Canada. (Diverse bronnen, Piccolo 5 november 1961 en Wikipedia)