60 jaar geleden, Jack Hammer in Brussel voor de opname van zijn album Jack Hammer

Jack hamer geboren als Earl Solomon Burroughs was in zijn leven naast zanger ook actief als songschrijver, pianist, acteur en danser.

Op zijn veertiende schreef hij al zijn eerste nummer Fujiyama Mama, uitgevoerd door Annisteen Allen in 1954 en vervolgens uitgevoerd door Wanda Jackson in 1957.

In 1955 veranderde hij zijn naam in Jack Hammer en schreef hij en dit samen met Rudolph Toombs het nummer Rock ‘N’ Roll Call voor de Amerikaanse groep The Treniers.

In 1956 bracht de zanggroep Jumping Jaguars (waar hij lid van zou zijn geweest) het nummer Knock Kneed Nellie From Knoxville uit, waarvan hij de tekst schreef.

In oktober van datzelfde jaar bracht hij zijn eerste single Football Rock uit.

Ook schreef hij als componist en dit samen met Otis Blackwell het nummer Great Balls Of Fire voor van Jerry Lee Lewis in 1957.

Maar ook Nina Simone’s liedje “Plain Gold Ring” werd door hem geschreven.

In 1960 werd hij zelfs even de leadzanger van ‘The Platters’ waarvoor hij ook enkele songs heeft geschreven.

Na een omzwerving naar Parijs belandde Jack Hammer in België.

Hij maakte in ons land kennis met Albert Van Hoogten die toen directeur was van de platenfirma Ronnex.

Jack Hammer krijgt een platencontract en samen met Albert Van Hoogten schrijven ze enkele nummers voor zijn debuutalbum.

Het nummer Kissin’ Twist komt uit op single en bereikt in Vlaanderen de derde plaats in de Humoparade.

Ook in Duitsland, Frankrijk en Zweden bereikt de single de hitparade.

Zijn danskwaliteiten bij optredens bezorgden hem de bijnaam ‘The Twistin’ King’.

In 1971 verhuisde hij naar Wiesbaden, Duitsland.

Daar schrijft hij de muzikale komedie Electric God over het leven van Jimi Hendrix.

Hij kende Jimi Hendrix goed, want in de tijd toen hij in Londen was hij kamergenoot van Hendrix.

Een paar jaar later keer hij terug naar Amerika.

Jack Hammer kwam te overlijden op 8 april 2016 op 90-jarige leeftijd in Oakland, Californië.(Diverse bronnen en Piccolo 24 juni 1962)

60 jaar geleden, Jack Hammer in Brussel voor de opname van zijn album Jack Hammer (juli 1962)

Vandaag 65 jaar geleden, koopt Elvis Presley voor 102,500 dollar in Memphis het aan de 3764 South Bellevue Boulevard gelegen landgoed Graceland.

Op de plaats waar Graceland staat, stond oorspronkelijk een boerderij die eigendom was van Stephen C. Toof, de oprichter van SC Toof & Co, een commerciële drukkerij in Memphis.

De gronden werden genoemd naar Toofs dochter, Grace, die later de boerderij erfde.

Spoedig daarna werd het gedeelte van het land aangewezen als Graceland.

Het was Grace Toofs nichtje, Ruth Moore, dat in 1939 samen met haar echtgenoot dr. Thomas Moore een Amerikaans herenhuis bouwde in een “koloniale” stijl.

Graceland bestaat uit drieëntwintig kamers, waaronder acht slaapkamers en badkamers.

De badkamer waar het ontzielde lichaam van Elvis werd gevonden is pal boven de entree. De ingang wordt ondersteund door vier grote pilaren. Bij de portiek staan aan beide zijden twee grote leeuwen.

Toen Elvis Graceland kocht werden er allemaal aanpassingen verricht.

Zo kwamen er een stenen muur rondom het terrein, een smeedijzeren muziekthemapoort, een zwembad, een tennisbaan en de beroemde “Jungle Room”, die beschikt over een overdekte waterval. In februari en oktober 1976 werd de Jungle Room omgebouwd tot een opnamestudio, waar Elvis bijna alle nummers opnam van zijn laatste twee albums: van Elvis Presley Boulevard Memphis Tennessee en Moody Blue, deze waren zijn laatst bekende opnamen in een studio-omgeving.

Elvis Presley wilde ook een plek hebben in de tuin om tot rust te kunnen komen.

Hij kwam op het idee van een Meditation Garden.

Elvis zal er tot aan zijn dood op 16 augustus 1977 wonen.

Nadat hij overleed, werd Elvis in de Meditatie Garden begraven net als zijn ouders Gladys en Vernon, en zijn grootmoeder.

Ook ligt er een kleine steen die de tweelingbroer van Elvis, Jesse Garon, (die bij de geboorte overleed) gedenkt.

De Meditation Garden was voor het publiek geopend vanaf 1978.

Graceland werd officieel geopend voor het publiek op 7 juni 1982.

Naast de muziek is Graceland, dat inmiddels uitgegroeid is tot een soort van bedevaartplaats, de grootste bron van inkomsten voor zijn nabestaanden.

Vandaag de dag is het landhuis in Memphis in Tennessee met zo’n 600.000 a 700.000 bezoekers per jaar (cijfers voor corona) het op één na meestbezochte ‘museumhuis’ van de Verenigde Staten, na het Witte Huis.

Fans betalen een flinke duit voor een bezoek. Een tour van vier uur door het enorme huis kost 170 dollar, zo’n 153 euro, per persoon.

In 2016 bereikte Graceland een mijlpaal door de 20 miljoenste bezoeker te ontvangen.

Vandaag mag de Amerikaanse zanger Clarence ‘Frogman’ Henry 85 kaarsjes uitblazen.

In 1956 scoorde hij zijn eerste grote hit in Amerika met zijn nummer Ain’t got no home.

Het nummer schreef hij zelf en in dat nummer zingt hij met drie stemmen: zijn eigen stem, een meisjesstem en een heel lage stem.

Aan die lage stem die klinkt als een kikker, houdt hij de bijnaam Frogman over.

In 1957 bereikte hij met dit nummer de twintigste plaats in de Billboard Hot 100.

De opvolgers waren helaas geen succes en het is dan ook wachten tot 1961.

De single (I don’t know why I love you) But I do was in Amerika goed voor een vierde plaats in de Billboard Hot 100.

In Vlaanderen en Nederland bereikt de single de twaalfde en de veertiende plaats in de hitparade.

Sommige mensen dachten bij het horen van But I do dat het werd gezongen door een blanke zanger.

Om daarop in te spelen, wordt op het album You always hurt the one you love een blanke man afgebeeld.

De afgebeelde man was zijn producer Leonard Chess.

Ook de volgende single, de cover You always hurt the one you love, een oude hit van The Mills Brothers. was in Amerika goed voor een twaalfde plaats in de Billboard Hot 100.

Daarna had hij nog drie kleine hitjes: Lonely street, On bended knees en A little too much.

Hoewel zijn landelijk succes daarna afneemt, blijft hij jarenlang in clubs in New Orleans spelen.

Daarnaast staat hij achttien keer in het voorprogramma van The Beatles, tijdens hun tournee door de Verenigde Staten en Canada. (Diverse bronnen, Piccolo 5 november 1961 en Wikipedia)

James Brown in de Joepie van 22 januari 1975)

James Brown, geboren op 3 mei 1933 in Barnwell, Georgia, Tennessee, kende een moeilijke jeugd.

Als enig kind in een arm gezin verhuisde hij op zijn vijfde naar Augusta, Georgia, waar hij bij zijn tante in een bordeel ging wonen.

Hij verdiende geld door te dansen en zingen voor soldaten, katoen te plukken, schoenen te poetsen en soldaten te ronselen voor het bordeel.

Na een mislukte overval op zijn negentiende belandde hij in de gevangenis. Dankzij Bobby Byrd kwam hij voorwaardelijk vrij en sloot zich aan bij Byrd’s gospelgroep Starlighters, die zich later zou transformeren tot James Brown & The Famous Flames, met Brown als energieke frontman.

In 1955 namen ze hun eerste single “Please, Please, Please” op. Brown’s drang naar een eigen stijl botste met de heersende platenindustrie, maar zijn doorzettingsvermogen en de ontwikkeling van zijn kenmerkende geluid tijdens talloze optredens leidden uiteindelijk tot de hit “Try Me” in 1958.

Dit was net op tijd, want zijn platenmaatschappij stond op het punt hem te laten vallen.

Daarna werd Brown een vaste gast in de top tien met nummers als “Think” en “Nighttrain”.

Zijn energieke dans en opzwepende kreten werden berucht. “Out Of Sight” betekende zijn definitieve doorbraak, al werd het uitgebracht door een concurrerende platenmaatschappij, wat leidde tot een jaar lang juridisch getouwtrek.

Terug bij zijn oude label kreeg Brown meer artistieke vrijheid.

Zijn teksten evolueerden, met evenveel geschreeuw als gezongen woorden, en het aantal blazers in de band nam toe. Funk kreeg steeds meer vorm, met “Papa’s Got A Brand New Bag” (1965) en “I Got You” als voorbeelden.

“The Godfather of Soul” werd een van de populairste en rijkste artiesten ter wereld. Hij bezat radio- en televisiestations, een restaurantketen, een eigen platenmaatschappij en een uitgeverij.

Zijn grootste hits, waaronder “It’s a Man’s Man’s Man’s World”, “I Feel Good”, “Say It Loud – I’m Black and I’m Proud”, “The Popcorn”, “(I Feel Like Bein’ a) Sex Machine”, “Hey America”, “Hot Pants” en “Sexy, Sexy, Sexy”, bezorgden hem wereldfaam.

Naast zijn eigen optredens bood hij ook podium aan talenten als Lynn Collins en Maceo & The Macks. Sinds enkele maanden noemde hij zichzelf “New minister of super heavy funk”.

Brown was ook een gewaardeerde muzikant, hij speelde orgel, drums en gitaar, en bracht verschillende instrumentale albums uit.

Zijn begeleidingsband, The J.B.’s, maakten ook solo-albums en werden beschouwd als een van de beste instrumentale formaties ter wereld.

Zijn discografie omvat minstens zestig albums en meer dan 150 singles.

Met de komst van disco in de jaren zeventig stagneerde Brown’s platenverkoop.

Hij bleef succesvolle soulnummers uitbrengen, maar haalde de top van de pophitlijsten niet meer.

Financiële problemen en problemen met de belastingdienst volgden.

Af en toe scoorde hij nog een hit, zoals in 1975 met een heruitgave van “Sex Machine”, maar eind jaren zeventig zat hij zonder platencontract.

Een gastrol in de film “The Blues Brothers” (1980) bracht weinig verandering.

De opkomst van rap, met veelvuldig gebruik van zijn kreten in samples, hielp enigszins.

Maar pas in 1985 scoorde hij weer een internationale hit met “Living In America” uit de film “Rocky IV”.

In 1988 belandde hij opnieuw in de gevangenis na een wilde autoachtervolging, veroordeeld voor drugsbezit, mishandeling van zijn vrouw, diverse verkeersovertredingen en bedreiging met een pistool.

Na drie jaar van zijn zesjarige straf kwam hij in 1991 vrij.

“The Hardest Working Man In Showbusiness” bleef optreden tot op hoge leeftijd, inclusief een optreden tijdens Live 8 in Parijs in 2005.

In de nacht van 24 op 25 december 2006 overleed James Brown op 73-jarige leeftijd aan een longontsteking.