Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Op 17 februari 1978 verscheen het debuutalbum van Kate Bush, getiteld “The Kick Inside”.
De totstandkoming van dit album werd mede mogelijk gemaakt door David Gilmour van Pink Floyd, die na het horen van haar demo’s ervoor zorgde dat ze de aandacht kreeg van de platenmaatschappij.
Met vijf singles, waaronder de iconische hits “Wuthering Heights” en “The Man with the Child in His Eyes”, leverde de unieke Kate Bush een album af dat direct insloeg.
Een van de bijzonderste nummers op de plaat is “Moving”, een eerbetoon aan haar dansleraar Lindsay Kemp.
Kenmerkend zijn de walvisgeluiden aan het begin en de tekst die haar gevoel tijdens het dansen beschrijft: “Moving stranger, does it really matter / As long as you’re not afraid to feel?”.
“The Kick Inside” was een groot commercieel succes en behaalde de eerste plaats in de Nederlandse hitlijsten en een tweede plaats in Vlaanderen.
Opmerkelijk is dat er wereldwijd zes verschillende versies van de albumhoes zijn uitgebracht.
De Duits-Roemeense producer Michael Cretu kende halfweg de jaren 80 bijzonder veel succes met zijn zingende echtgenote Sandra (o.a. van ‘Maria Magdalena’).
Maar veruit het grootste succes kende hij met zijn project Enigma. De opvallende mix van Gregoriaanse gezangen, een dance-beat en de sensuele stem sloeg in als een bom.
Het debuutalbum ‘MCMXC a.d.’ dat in december 1990 verscheen, kreeg 57 keer platina en stond in 41(!) landen op n°1.
Het was op dat moment de succesvolste plaat van Virgin Records!
De single ‘Sadeness part 1’ stond in december 1990 in 24 landen op n°1 en was een top 5-hit tot in de VS.
Sandra verzorgde, net als op de meeste nummers, de vocalen.
De gezangen zijn samples uit een album van een Duits koor uit 1976.
Aanvankelijk werd Cretu beschuldigd van plagiaat, maar uiteindelijk werd er een schikking getroffen.
Een groep invloedrijke vrouwen in Washington D.C., richtte het Parents Music Resource Center (PMRC) op.
Onder leiding van Tipper Gore, de toenmalige vrouw van senator Al Gore, openden ze de aanval op wat ze zagen als de verderfelijke invloed van popsongs op de jeugd.
Ze waren bezorgd over teksten die volgens hen geweld, drugsgebruik, seksuele losbandigheid en het occulte verheerlijkten.
Om hun punt kracht bij te zetten, stelde de PMRC de beruchte “Filthy Fifteen” samen, een lijst van vijftien nummers die zij als de meest aanstootgevende voorbeelden zagen.
De volledige “Filthy Fifteen” lijst was als volgt:
Prince – “Darling Nikki” (Reden: Seks/Masturbatie)
Sheena Easton – “Sugar Walls” (Reden: Seks)
Judas Priest – “Eat Me Alive” (Reden: Seks/Geweld)
De lobby van de PMRC was zo succesvol dat het leidde tot een hoorzitting in de Amerikaanse Senaat op 19 september 1985.
Hier kreeg de campagne een krachtig en onverwacht tegengeluid van drie muzikanten: folkzanger John Denver, en de rockiconen Frank Zappa en Dee Snider.
Frank Zappa, gewapend met zijn intellect en scherpe tong, noemde het voorstel van de PMRC “een ondoordacht stuk nonsens” en een gevaarlijke eerste stap richting censuur die de vrijheid van meningsuiting zou ondermijnen.
Hij waarschuwde dat vage labels artiesten zouden stigmatiseren en de creativiteit zouden smoren.
Dee Snider, de frontman van Twisted Sister, was misschien wel de grootste verrassing.
De senatoren verwachtten een rebelse en onverstaanbare rocker, maar kregen te maken met een welbespraakte man die zijn teksten met verve verdedigde.
Hij legde uit dat “We’re Not Gonna Take It” een universeel protestlied was en dat de als gewelddadig bestempelde videoclip pure, op tekenfilms gebaseerde, slapstick was.
Hij beschuldigde de PMRC van het verkeerd interpreteren van zijn werk, zoals bij het nummer “Under the Blade”, dat niet over sadomasochisme ging, maar over de angst voor een operatie.
Ondanks de indrukwekkende getuigenissen van de artiesten, zwichtte de platenindustrie uiteindelijk voor de druk.
In plaats van een gedetailleerd ratingsysteem, kwamen ze overeen om vrijwillig de bekende “Parental Advisory: Explicit Lyrics” sticker op albums met expliciete inhoud te plakken.
Het nummer, geschreven door Benjamin Dantès en Patxi Garat, is een modern Franstalig nummer dat bewijst hoe Lear zichzelf na bijna vijftig jaar in de schijnwerpers als een ware kameleon steeds opnieuw kan uitvinden.
De productie was in handen van Alain Mendiburu, met wie ze al sinds 2006 samenwerkt, en Georges Landtsheere.
Het nieuwe album, “Looking Back”, wordt omschreven als een verkenning van hedendaagse Franse chanson, met verrassende uitstapjes naar genres als de blues.
Het bevat, maar liefst acht nieuwe nummers die speciaal voor haar zijn geschreven door talenten als Pierre Lapointe, Sacha Rudy en Patxi Garat.
Naast nieuw materiaal kunnen we ook een versie van de klassieker “Strangers In The Night” verwachten.
Een opvallende samenwerking is die met de legendarische Amerikaanse DJ Chris Cox, die een krachtige dance-remix maakte van het nummer “When I Was Your Favourite Singer”.
Een ander uniek detail is dat de albumhoes een schilderij is van Amanda Lear zelf.
Het album zal zowel op lp als op cd verkrijgbaar zijn.