Grace Jones mag vandaag 78 kaarsjes uitblazen.

45 jaar geleden, LP-bespreking Nightclubbing van Grace Jones (Joepie 24 mei 1981)

Gisteren nog vandaag

Nightclubbing uit 1981 markeert het moment waarop Grace Jones haar transformatie van disco-diva naar avant-garde-icoon voltooide.

De weg naar dit succes was bijzonder; Jones werkte zich op van een Jamaicaanse domineesdochter tot een veelzijdige wereldster.

Hoewel ze in Amerika de toneelschool bezocht, werd ze al snel ontdekt als topmodel.

Ze sierde de covers van bladen als Elle en Vogue, en verscheen zelfs op de voorzijde van het Duitse Der Stern.

Het album werd opgenomen in de beroemde Compass Point Studios op de Bahama’s, waar een uniek geluid werd gesmeed door de combinatie van reggae-ritmes, post-punkattitude en elektronische texturen.

Onder leiding van producenten Chris Blackwell en Alex Sadkin, en met de ritmesectie van Sly & Robbie, ontstond een lome, hypnotiserende sfeer die perfect de overgang van de glitter van de jaren zeventig naar de kille chic van de jaren tachtig ving.

Rond deze tijd ontwikkelde Jones haar kenmerkende androgynen look met kort haar en strakke pakken, wat haar een onvergetelijk icoon in zowel de muziek als de mode maakte.

De titeltrack kent een interessante oorsprong; het nummer werd geschreven door David Bowie en Iggy Pop en verscheen voor het eerst op het album The Idiot van Iggy Pop in 1977.

In de uitvoering van Jones krijgt het stuk echter een geheel nieuwe dimensie. Terwijl het origineel uit de Berlijnse periode van Bowie en Pop een zekere mate van decadente uitputting suggereerde, klinkt de versie van Jones als een triomftocht door een nachtelijk stedelijk landschap.

Haar voordracht is afstandelijk en bijna robotachtig, wat naadloos aansluit bij het hoekige, minimalistische arrangement.

Naast de titeltrack bevat het album meer indrukwekkende bewerkingen. Een van de absolute hoogtepunten is de single I’ve Seen That Face Before (Libertango).

Gisteren nog vandaag

Dit nummer is een bewerking van Libertango, een compositie van de Argentijnse componist en bandoneonist Astor Piazzolla.

De tekst van deze versie werd mede geschreven door Francine Canovas, beter bekend onder haar artiestennaam Nathalie Delon.

Zij was de moeder van de Frans-Amerikaanse acteur Anthony Delon en was van 1964 tot 1969 getrouwd met Alain Delon.

Later werd zij de vriendin van producent Chris Blackwell, wat leidde tot de samenwerking voor dit album. Nathalie Delon overleed helaas in 2021.

I’ve Seen That Face Before werd een gigantisch succes in de Lage Landen. In Vlaanderen stond de single maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats in de hitlijsten, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de tweede positie bereikte.

Ook van het nummer Demolition Man van Sting maakte ze een zeer krachtige en eigenzinnige cover die perfect paste binnen de vernieuwende sound van het album.

Het visuele aspect van Nightclubbing bleef onlosmakelijk verbonden met de muziek.

De iconische hoes, gefotografeerd door Jean-Paul Goude, toont Jones met haar kenmerkende blokkapsel en een strak gesneden Armani-jasje.

Deze verschijning versterkte de impact van nummers zoals Pull Up to the Bumper en Walking in the Rain.

Het album wordt tot op de dag van vandaag geprezen om de unieke persoonlijkheid van Grace Jones en blijft een essentieel referentiepunt voor artiesten die de grenzen tussen kunst, mode en commercie willen vervagen.

Op oudejaarsavond 1977 maakte de single La Vie En Rose haar debuut in de BRT Top 30, om twee weken later door te stoten naar de dertiende positie.

De tekst van dit wereldberoemde nummer werd oorspronkelijk geschreven door Edith Piaf, die de tekst destijds de titel Les Choses En Rose meegaf.

De bijbehorende muziek werd gecomponeerd door Louis Gugliemi, beter bekend onder zijn pseudoniem Louiguy.

Hoewel het chanson in 1945 voor het eerst werd opgenomen door Marianne Michel, een goede vriendin van Piaf, zorgde het grote succes van die uitvoering ervoor dat de schrijfster het nummer uiteindelijk ook zelf inzong.

In 1946 werd het haar allereerste grote hit.

In 1983 beleefde de cover van Grace Jones een heropleving en kwam deze terug in de hitlijsten, binnen op nummer 28, waarna deze uiteindelijk de zestiende plaats bereikte.

Grace Jones in de Humo van 31 juli 1980

Grace Jones in de Joepie van 1 december 1985

Gisteren nog vandaag

Grace Jones in de Muziek Expres van april 1982

Gisteren nog vandaag

Otis Redding: Van talentenjacht tot wereldster

Op 8 februari 1958 organiseert een lokaal radiostation in Macon, Georgia, een talentenjacht onder de naam Teenage Party.

De show is al snel zo populair dat het kleine Roxy Theatre te krap wordt en de productie verhuist naar het grotere Douglass Theatre.

Vanaf dat moment kunnen luisteraars elke zaterdagochtend via de radio meegenieten van de opnames.

Het is tijdens een van deze edities dat Otis Redding het podium betreedt als kandidaat.

Zijn optreden maakt indruk en hij raakt in contact met de bekende gitarist Johnny Jenkins, die hem aanbiedt om zijn vaste begeleider te worden.

Dit moment is de start van een glansrijke, maar tragisch korte carrière.

Slechts negen jaar later, op 10 december 1967, komt de zanger op 26-jarige leeftijd om het leven bij een vliegtuigongeluk.

Een van zijn nummers is’ I’ve got dreams to remember’, dat hij samen met zijn echtgenote Zelma Redding en Joe Rock schreef.

Redding scoorde er na zijn overlijden een postume hit mee in 1968, en herhaalde dat succes nogmaals in 1994.

Op de B-kant van deze single staat het nummer ‘Nobody’s fault but mine’.

De single deed het internationaal goed en bereikte de hitlijsten in zowel de Verenigde Staten als Nederland.

In Nederland was het nummer een groot succes; het stond maar liefst veertien weken in de Hitparade, met de achtste plaats als piek, en het eindigde op de achtste plaats in de Top 40.

In Vlaanderen bleef het succes iets bescheidener en strandde het nummer in de Tipparade.

In mei 1976 bracht de Amerikaanse topster Billy Swan een bezoek aan Will Tura.

De twee muzikanten hadden elkaar het jaar daarvoor leren kennen tijdens het Antwerpse radiosalon, waar ze samen op het podium stonden en een paar duonummers zongen voor het radioprogramma Binnen en buiten.

Sinds die eerste ontmoeting waren ze zeer goede vrienden geworden.

Toen Will Tura wat later een reis naar de Verenigde Staten maakte, zochten de twee elkaar voor de tweede keer op.

In Antwerpen had Will al verteld over zijn reisplannen, waarna Billy hem meteen uitnodigde op zijn prachtige ranch.

Eenmaal daar aangekomen bleek Billy echter in New York te zitten voor een optreden.

Omdat Will die dag geen andere plannen had, nam hij het eerste vliegtuig naar New York om het concert bij te wonen.

Billy merkte zijn Vlaamse collega op, riep hem het podium op, stelde hem voor aan het publiek en vroeg hem om een paar nummers mee te zingen, wat een geweldige ervaring werd.

Toen Billy Swan in mei 1976 op zijn beurt naar België kwam voor een promotietrip en enkele optredens, stond Will Tura klaar om zijn Amerikaanse vriend te verwelkomen.

De rollen waren nu omgedraaid: Will was de gastheer en Billy de gast.

Hoewel Will de avond ervoor nog ergens in Vlaanderen had opgetreden, stond hij die ochtend al om zeven uur op de luchthaven van Zaventem om Billy op te vangen.

De heren aten eerst samen bij Will thuis en verkenden ’s middags Brussel.

Billy toonde zich een rasechte toerist die alles wilde zien en weten.

Diezelfde avond moest Will optreden in Putte, en Billy stond erop om mee te gaan.

Net zoals eerder in de Verenigde Staten stonden ze ook die avond weer samen op het podium om een aantal nummers te brengen, maar ditmaal voor een enthousiast Vlaams publiek.

45 jaar geleden, reclame voor Chu Pops

De geschiedenis van de muzikale kauwgom Chu Pops, in Amerika bekend als Chu-Bops, begon aan het begin van de jaren tachtig, toen producent Amural Products Company een unieke verzamelrage ontketende.

Tussen 1980 en 1983 bracht dit bedrijf miniatuurversies uit van destijds razend populaire lp-hoezen.

Het succes waaide al snel over naar Europa, waar importeur Ets Charlier uit Antwerpen de distributie voor de Lage Landen op zich nam.

Onder de enthousiaste slagzin dat de hit uit Amerika nu ook bij ons verkrijgbaar was, veroverde het product in mei 1981 de markt in onder andere Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk.

Het concept was even eenvoudig als doeltreffend. Voor een klein bedrag kochten jongeren bij kiosken en platenzaken een kartonnetje van vierenhalve vierkante centimeter dat exact leek op een echte vinylplaat.

Binnenin dit miniatuur-album zat een felroze stuk kauwgom in de vorm van een grammofoonplaat, inclusief nagemaakte groeven.

Een extra verrassing wachtte aan de binnenzijde van het openklapbare hoesje, waar de songtekst van de grootste hit van het album stond afgedrukt.

Wie bijvoorbeeld het album Voulez-vous van ABBA bemachtigde, vond daarin de complete tekst van het bekende nummer ‘Does your Mother know’.

De marketing achter de kauwgom speelde perfect in op de verzamelwoede van de jeugd.

Er werd gewerkt met opeenvolgende reeksen die telkens acht nieuwe albums van actuele sterren bevatten.

De allereerste serie die in onze regio op de markt kwam, bestond uit een gevarieerde mix van wereldberoemde pop- en rockacts, waaronder Dire Straits, Kiss, Roxy Music, Billy Joel, Blondie, Sheila en twee verschillende albums van ABBA.

Later volgden nog speciale thematische series rondom iconen zoals Elvis Presley en The Beatles.

Om al deze schatten netjes te bewaren, konden fans een speciaal Chu Pops-verzamelalbum aanschaffen, waarin precies zestien hoesjes overzichtelijk konden worden opgeborgen.

Verzamelaars werden destijds al gewaarschuwd dat ze snel moesten toeslaan.

Zodra er na twee maanden een nieuwe reeks verscheen, stopte de fabrikant direct met de productie van de vorige serie.

Hierdoor veranderden oude hoesjes in korte tijd in schaarse rariteiten.

De advertenties uit die tijd gaven de jeugd dan ook de tip om dubbele exemplaren goed te bewaren voor ruilhandel, met de belofte dat de waarde van dag tot dag zou stijgen.

Die voorspelling is decennia later werkelijkheid geworden. De nostalgische hoesjes, en dan met name de zeldzame exemplaren die na al die jaren nog ongeopend zijn, inclusief de originele kauwgom, zijn tegenwoordig gezochte en waardevolle objecten onder verzamelaars van popmemorabilia.

45 jaar geleden domineerde Ottawan de hitlijsten met hun klassieker Hands up (Give me your heart), ook bekend als de Franstalige versie Haut les mains.

Het duo bestond uit Jean-Baptiste Patrick en Annette Eltice, twee zangers met Caraïbische roots die werden samengebracht door de producenten Jean Kluger en Daniel Vangarde.

De groepsnaam was een knipoog naar de Canadese hoofdstad Ottawa, een bestemming die de producenten tijdens een promotour had geïnspireerd.

De formatie brak in 1980 al door met de hit “D.I.S.C.O”, die zowel in het Frans als in het Engels de BRT Top 30 veroverde en zelfs de derde plaats in de hitparade bereikte.

In 1981 volgde hun grootste succes met Hands up, goed voor een vierde positie.

Opvallend is dat de Franse variant “Haut les mains (donne moi ton cœur)” al een halfjaar eerder in de lijst verscheen, maar destijds bleef steken op de dertigste plek.

De tekst van deze bekende single werd geschreven door de Vlaamse tekstschrijfster Nelly Byl.

Het nummer kreeg extra bekendheid als het vrolijke uithangbord voor de luxe reisorganisatie Club Med.

Hoewel de groep vooral herinnerd wordt om deze grote successen, scoorde ze ook nog een bescheiden hit met “Qui va garder mon crocodile cet été?”, dat tot de drieëntwintigste plaats in de hitlijsten klom.

60 jaar geleden, Dusty Springfield met haar cover ‘You Don’t Have To Say You Love Me’.

Dit nummer vindt zijn oorsprong in het Italiaanse lied ‘Io che non vivo (senza te)’, wat zich vertaalt als ‘Ik, die niet zonder jou kan leven’.

Het werd geschreven door Pino Donaggio en Vito Pallavicini, waarbij Donaggio het in 1965 samen met Jody Miller voor het eerst zong tijdens het Festival van Sanremo.

In Italië groeide het direct uit tot een groot succes dat drie weken lang de hitlijsten aanvoerde.

Dusty Springfield was tijdens datzelfde festival aanwezig en raakte, ondanks de taalbarrière, diep ontroerd door de uitvoering.

Een jaar later namen haar vriendin Vicki Wickham en manager Simon Napier-Bell het initiatief voor een Engelse bewerking.

Springfield was uiterst perfectionistisch en had naar verluidt 47 takes nodig voordat ze tevreden was met de opname.

Haar inzet werd beloond met een wereldwijd succes: het nummer bereikte de eerste plaats in Groot-Brittannië en de vierde positie in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

In Nederland maakte de plaat op 14 mei 1966 zijn debuut in de Top 40, waar hij tien weken genoteerd stond met de zevenentwintigste plek als hoogste resultaat.

Sindsdien is het nummer door talloze artiesten gecoverd. De versie van Elvis Presley uit 1970 is waarschijnlijk de meest bekende, maar ook namen als Brenda Lee, Cher en de Britse groep Guys ‘n’ Dolls hebben het lied uitgebracht.

Zelfs André Hazes nam het nummer in 1985 op onder de Nederlandstalige titel ‘Geloof mij’, een versie die in 2012 ook door zijn zoon André Hazes Jr. werd gezongen.

In Vlaanderen bracht Sandra Kim in 1993 een eigen vertolking uit met als titel ‘Wil je eeuwig van me houden’.

Reclame voor muziekcassettes van het merk Philips (oktober 1977)

Vandaag, op 6 mei, staan we stil bij het overlijden van de Britse zanger en componist Mike Hazlewood, die op deze dag precies vijfentwintig jaar geleden overleed.

Mike Hazlewood maakte in de jaren zestig en zeventig deel uit van The Family Dogg, de groep die we vooral kennen van de hit Sympathy onder de naam Steve Rowland & The Family Dogg.

Binnen deze formatie kruiste zijn pad dat van Albert Hammond, wat het startpunt vormde voor een uiterst succesvolle en nauwe samenwerking.

Als schrijversduo bleken zij een gouden combinatie voor de popmuziek en ze penden talloze klassiekers neer, waaronder It Never Rains In Southern California, The Free Electric Band en het bejubelde The Air That I Breathe.

Ook hits als Little Arrows en Freedom Come Freedom Go kwamen uit hun koker.

Een aanzienlijk deel van hun succes was verbonden aan de Ierse zanger Joe Dolan.

Voor hem schreven Hazlewood en Hammond in 1969 de internationale hit ‘Make Me an Island’, gevolgd door de singles ‘Teresa’ en ‘You’re Such a Good Looking Woman’.

Dat laatste nummer groeide uit tot het lijflied van Dolan en voerde zelfs twee keer de Ierse hitlijsten aan: eerst in 1970 en later opnieuw in 1997, toen hij een nieuwe versie opnam met Dustin the Turkey.

Daarnaast schreef Hazlewood het nummer ‘Southern Lady,’ dat werd vertolkt door Rita Coolidge.

Na zijn jarenlange successen in de hitlijsten richtte Hazlewood zich eind jaren tachtig op de theaterwereld.

Hij verwierf de rechten van de roman Mr. Pye van Mervyn Peake en bewerkte het boek in samenwerking met de Amerikaans-Britse componist Howard Lee Sloan tot een muziektheatervoorstelling.

Een opmerkelijk hoofdstuk in zijn carrière is de onverwachte link met de Britse band Radiohead.

Hazlewood en Hammond worden namelijk officieel vermeld als medeauteurs van de wereldhit ‘Creep’ uit 1992.

Dit was het resultaat van een rechtszaak wegens plagiaat, omdat Radiohead de akkoordprogressie en de melodie van de brug uit ‘The Air That I Breathe’ had overgenomen.

Het leven van de getalenteerde tekstschrijver kwam abrupt tot een einde in 2001.

Tijdens een vakantie in het Italiaanse Florence werd Mike Hazlewood getroffen door een hartaanval.

Hij werd slechts 59 jaar oud.

Vandaag 40 jaar geleden, Michael Jackson en Pepsi-Cola, een bruisende combinatie

In mei 1986 tekende Michael Jackson een historisch contract met Pepsi, waarbij bronnen variëren tussen 5 mei voor de formele ondertekening en 6 mei voor de grootschalige bekendmaking tijdens een persconferentie in New York.

Gehuld in een zwart paillettenjasje presenteerde de zanger zich aan de wereldpers om de grootste individuele sponsordeal uit de geschiedenis van de reclamewereld te bevestigen.

De overeenkomst had een waarde van ongeveer 15 miljoen dollar en vormde een vervolg op het eerdere succes van de campagne uit 1984.

Het contract verplichtte de zanger om in drie commercials te verschijnen en legde vast dat Pepsi de hoofdsponsor zou worden van zijn komende wereldtournee, de Bad World Tour.

Een opvallend detail aan deze samenwerking was dat Michael Jackson de frisdrank in de reclamespotjes nooit daadwerkelijk hoefde te drinken of vast te houden.

De focus lag volledig op zijn artistieke imago en zijn dansstijl om het merk te profileren onder de slogan the choice of a new generation.

De tournee die door dit contract werd ondersteund, de Bad World Tour, ging van start op 12 september 1987 in Tokio en eindigde op 27 januari 1989 in Los Angeles.

Het was de eerste solotournee van Michael Jackson en werd een fenomenaal succes.

De tour omvatte 123 concerten verspreid over 15 landen op 4 continenten. In totaal trok de tournee ongeveer 4,4 miljoen fans aan, wat leidde tot een recordopbrengst van circa 125 miljoen dollar.

Hiermee werd het de best verdienende en drukst bezochte tournee van de jaren 80.

Een bijzonder feit is dat Michael tijdens deze tournee een reeks van zeven uitverkochte concerten gaf in het Wembley Stadium in Londen, waar hij in totaal voor 504.000 mensen optrad.

Dit leverde hem een vermelding op in het Guinness World Records. Ook doneerde hij aanzienlijke delen van de opbrengst aan diverse goede doelen, waaronder ziekenhuizen en weeshuizen.

Wat betreft de catering en de exclusiviteit tijdens de optredens was de invloed van de sponsor zeer merkbaar.

Als onderdeel van de overeenkomst had Pepsi de exclusieve rechten, wat betekende dat op de concertterreinen en in de VIP-ruimtes alleen Pepsi-producten verkrijgbaar waren.

Concurrenten zoals Coca-Cola waren volledig verbannen uit het zicht van het publiek en de media rondom de tourlocaties.

Bezoekers konden tijdens de concerten dan ook alleen cola van het merk Pepsi nuttigen.

Hoewel de eerdere samenwerking in 1984 werd overschaduwd door een ernstig ongeval waarbij het haar van de zanger vlam vatte tijdens opnames, markeerde de nieuwe deal uit 1986 een periode van ongekende commerciële macht.

De resulterende reclamespots, waarin Michael vaak samen met jonge dansers te zien was, werden wereldwijd iconisch.

Hiermee werd de basis gelegd voor een van de meest invloedrijke partnerschappen tussen de muziekindustrie en het bedrijfsleven

45 jaar geleden, Frank Duval met zijn hit Angel Of Mine.

Frank Duval werd geboren als Frank Uwe Patz op 22 november 1940 in Berlijn en groeide op in een artistiek milieu, waarbij hij aanvankelijk een opleiding volgde als acteur en danser.

Al snel verschoof zijn focus echter naar de muziek, waarbij hij een kenmerkende stijl ontwikkelde die het midden houdt tussen pop, klassiek en atmosferische elektronische muziek.

Zijn grote doorbraak bij het brede publiek kwam voort uit zijn nauwe samenwerking met de Duitse televisie.

Duval componeerde de muziek voor populaire krimiseries zoals Derrick en Der Alte.

Het was binnen deze context dat zijn grootste hit, “Angel of Mine”, in 1980 het levenslicht zag. Een opvallend detail is dat hij het nummer eigenlijk niet zelf wilde inzingen.

De sessiezangeres die hiervoor was gevraagd, kwam echter niet opdagen, waardoor Duval besloot de vocalen zelf maar voor zijn rekening te nemen.

Het nummer werd een enorm succes in de Lage Landen. In Nederland bereikte de single de eerste plaats in de Top 40, terwijl het nummer in Vlaanderen de tweede plaats behaalde in de BRT Top 30.

Hoewel Angel of Mine bij ons zijn enige grote hit bleef, scoorde hij onder de naam Frank en Kalina in maart 1986 nog een hit met “It Was Love”, een nummer dat hij opnieuw voor de krimiserie schreef.

Deze single was op donderdag 6 maart 1986 TROS Paradeplaat op Radio 3 en bereikte uiteindelijk de vierentwintigste plaats in de Top 40.

Gedurende zijn carrière werkte Duval vaak samen met zijn vrouw, Kalina Maloyer, die de teksten voor veel van zijn liedjes schreef.

Samen creëerden ze een omvangrijk oeuvre dat bekendstaat om de diepe emotionele lading en filmische kwaliteit.

Zijn werk was onlosmakelijk verbonden met de gezichten van de serie Derrick.

Horst Tappert, die bijna 25 jaar lang de stugge detective speelde, kwam te overlijden op 13 december 2008.

Ook zijn collega in de reeks, Fritz Wepper, is inmiddels overleden op 25 maart 2024.

Hoewel het commerciële succes in de hitlijsten na de jaren tachtig afnam, bleef Duval gerespecteerd als een vakman die complexe synthesizerarrangementen wist te combineren met toegankelijke melodieën.

Naast zijn werk voor televisie en zijn solocarrière heeft Duval zich ook beziggehouden met maatschappelijke projecten.

Zo richtte hij de Frank Duval Foundation op, die zich inzet voor kansarme kinderen in India.

Tegenwoordig leidt de 85-jarige componist een teruggetrokken leven op het Spaanse eiland Palma de Mallorca, waar hij nog steeds betrokken is bij diverse kunstvormen, waaronder schilderkunst en digitale media.

50 jaar geleden, Cynthia Clay bij Teach In?

Cynthia Clay, de artiestennaam van de Nederlandse Inneke Wouters, was oorspronkelijk werkzaam als lerares lichamelijke opvoeding, maar koesterde altijd de droom om door te breken in de muziekwereld.

Haar carrière kreeg vorm toen ze een platencontract tekende bij het Belgische label International Pelgrims Group.

Dit gebeurde onder begeleiding van producer Roland Uyttendaele, die nauwe banden had met zowel het Nederlandse Dureco als de Belgische platenfirma Fonior.

Hoewel ze debuteerde met het nummer ‘I Can Hear Music’, was het de opvolger uit 1975 die haar definitief op de kaart zette. ‘Lonely Without You’ groeide uit tot een onvervalste Vlaamse klassieker die tot op de dag van vandaag zeer geliefd is.

Opmerkelijk genoeg was het nummer oorspronkelijk bedoeld voor de Amerikaanse zangeres Bertice Reading.

Omdat zij echter een te hoge gage vroeg, gingen de producenten op zoek naar een alternatief en kwamen ze bij Clay terecht.

Volgens journalist en muziekkenner Jan Delvaux heeft het nummer een bijzondere impact gehad op de luisteraars; hij grapt regelmatig dat er op de tonen van deze hit heel wat kinderen zijn verwekt (Joepie 25 april 1976).

Precies vijftig jaar geleden maakte de Vlaamse formatie Trinity haar debuut in de Joepie Top 50 met de hit 002-345-709 (That’s My Number).

Deze discoklassieker bleek een schot in de roos en bestormde de hitlijsten in zowel België als Nederland.

Zo behaalde de groep een indrukwekkende tweede plaats in de Belgische Radio 2 Top 30, terwijl het nummer in Nederland doorstootte naar de vierde positie in de Nationale Hitparade en de achtste plek in de Top 40.

Het trio achter dit succes bestond uit Sofie Verbruggen, simpelweg bekend als Sofie, en de muzikanten Fred Bekky en Bob Bobbot.

De twee mannen, die eigenlijk Fred Beeckmans en Bob Baelemans heetten, waren bekende gezichten in de muziekwereld.

Na het uiteenvallen van hun eerdere band The Pebbles besloten zij samen met Sofie een nieuwe weg in te slaan met de oprichting van Trinity.

Hoewel Fred Bekky inmiddels helaas is overleden, leeft de muzikale erfenis van de groep nog altijd voort.

Gisteren nog vandaag

De Belgische formatie Trinity scoorde in 1977 een opvallende hit met het nummer Drop, Drop, Drop.

De compositie was het resultaat van de samenwerking tussen Fred Bekky, de artiestennaam van Fred Beeckmans, en Bob Bobbot, ook wel bekend als Bob Baelemans.

Met dit lied waagde de groep hun kans tijdens de Belgische preselecties voor het Eurovisiesongfestival van dat jaar. Hoewel hun inzending een sterke indruk maakte, slaagden ze er net niet in om de overwinning binnen te slepen.

Ze moesten de eer laten aan Dream Express, de groep waar overigens voormalig Pebbles-lid Luc Smets deel van uitmaakte.

Ondanks dat Trinity België niet mocht vertegenwoordigen op het Europese podium, kende het nummer in eigen land een succesvol verloop in de hitlijsten.

De single wist op te klimmen naar een verdienstelijke twaalfde plaats in de toenmalige BRT Top 30.

In Nederland verliep het succes wat moeizamer; daar bleef de plaat steken in de Tipparade en bereikte deze de officiële verkooplijsten niet. Toch blijft Drop, Drop, Drop een memorabel onderdeel van de Belgische popgeschiedenis uit de late jaren zeventig.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag 45 jaar geleden stapt Ringo Starr in het huwelijksbootje met de Amerikaanse actrice Barbara Bach.

In 1965 stapte Ringo Starr in het huwelijksbootje met Maureen Cox, met wie hij drie kinderen kreeg: Zak, Jason en Lee. Hoewel hun huwelijk in 1975 strandde, vond de drummer opnieuw het geluk bij Barbara Bach.

De twee ontmoetten elkaar op de set van de film Caveman en trouwden op 27 april 1981. Inmiddels is de familie flink uitgebreid met zeven kleinkinderen en sinds augustus 2016 zelfs een achterkleinkind.

Muzikaal talent zit overduidelijk in de genen, want zijn oudste zoon Zak Starkey is sinds 1996 de vaste drummer van The Who en speelde voorheen ook bij Oasis.

Een bijzonder hoogtepunt in Ringo’s leven was 29 december 2017, de dag waarop hij door koningin Elizabeth tot ridder werd geslagen.

Zijn echtgenote Barbara Bach heeft zelf ook een indrukwekkend pad afgelegd.

De in Queens geboren Bach verliet op zestienjarige leeftijd voortijdig de schoolbanken om een modellencarrière na te jagen, wat haar een jaar later al de status van internationaal topmodel opleverde.

Nadat ze op achttienjarige leeftijd trouwde met Augusto Gregorini, verhuisde ze naar Italië en kreeg daar twee kinderen.

Tijdens haar verblijf in Europa pikte ze haar eerste filmrollen op, maar na haar scheiding in 1975 keerde ze terug naar de Verenigde Staten.

Haar grote doorbraak volgde in 1977 als de iconische Russische agente Anya Amasova in de James Bond-film The Spy Who Loved Me, een rol die haar wereldberoemd maakte.

Tegenwoordig richt Bach haar energie vooral op liefdadigheidswerk en geniet ze met Starr van hun leven in diverse woningen, verspreid over locaties als Monte Carlo en Beverly Hills.

Meer dan een halve eeuw na het uiteenvallen van The Beatles zorgen de inmiddels 85-jarige Ringo Starr en de 83-jarige Paul McCartney voor een grote verrassing.

Hoewel de twee altijd goede vrienden bleven en incidenteel op elkaars nummers meespeelden, hielden ze hun solocarrières jarenlang strikt gescheiden.

Daar komt nu verandering in met een unieke samenwerking in de vorm van een duet. Het nummer, getiteld ‘Home to u’s, staat op het achttiende studioalbum van McCartney, The boys of Dungeon Lane, dat eind mei verschijnt.

De titel van het door Andrew Watt geproduceerde album verwijst naar een straat in de Liverpoolse wijk Speke, waar de wortels van McCartney liggen.

De weg naar dit duet verliep overigens niet zonder slag of stoot.

Het project kwam moeizaam op gang door een reeks misverstanden.

In eerste instantie had Ringo al drumpartijen opgenomen zonder dat er een concreet lied lag, maar omdat Paul er lange tijd niets mee deed, raakte Ringo geïrriteerd door het gebrek aan vaart.

Pas toen Paul zich realiseerde hoe sterk het drumwerk was, schreef hij er een tekst omheen over hun gezamenlijke jeugd.

De communicatie haperde opnieuw toen Ringo een e-mail over de zangpartijen verkeerd interpreteerde en alleen het refrein inzong, waardoor Paul dacht dat zijn oude bandgenoot het nummer niet zag zitten.

Gelukkig werden deze misverstanden uiteindelijk uit de wereld geholpen, met een bijzondere muzikale reünie als resultaat.

Ontdek de spannende uitslag van de allereerste Joepie-superpoppoll uit 1976!

In de eerste superpoll van 1976 van het tijdschrift Joepie brachten 4.736 lezers hun stem uit om hun favoriete artiesten en platen van dat moment te kiezen.

In de categorie voor beste zanger wist Willy Sommers de eerste plaats te veroveren met 21 procent van de stemmen, gevolgd door Will Tura met 17 procent en Joe Harris met 15 procent.

Verderop in de lijst staan namen als Jimmy Frey, Johan Verminnen en Wim De Craene. Urbanus Van Anus sluit de top negen af met 2 procent.

Bij de zangeressen voert Marva de lijst aan met 22 procent. De top drie wordt hier aangevuld door Cindy met 19 procent en Ann Christy met 17 procent.

Andere populaire zangeressen in de lijst zijn onder meer Truus, Mieke en Ingriani.

Onder de diverse artiesten die de tiende plaats delen, worden namen genoemd zoals Micha Marah en Sofie.

In de categorie voor groepen komt Octopus als winnaar uit de bus met 22 procent van de stemmen.

Dream Express volgt op de tweede plek met 17 procent en De Strangers maken de top drie compleet met 16 procent.

Ook groepen als The Garnets, Two Man Sound en Trinity waren geliefd bij het publiek.

Wat de singles betreft, was ‘Voor hem, voor haar, voor mij’ van Will Tura het meest populair met 16,5 procent.

Dream Express staat tweede met het nummer ‘Dream Express’ en Willy Sommers bezet de derde plaats met ‘Ben je vanavond ook alleen’.

Andere opvallende nummers in deze lijst zijn ‘Rode rozen in de sneeuw’ van Marva en ‘Tim’ van Wim De Craene.

Ten slotte bij de elpees staat de verzamelplaat Joepie’s Flying Toppers op de eerste plaats met 21 procent.

Willy Sommers volgt met het album Alleen op de tweede plek met 17,5 procent en Dream Express staat op drie met Dreaming.

Het jubileumalbum 20 jaar Strangers en het album ‘In De Weide’ van Urbanus wisten beide ook een aanzienlijk deel van de stemmen te behalen.

Luk Appermont voert de lijst van televisiepresentatoren aan met 24 procent van de stemmen, op de voet gevolgd door Mike Verdrengh en Zaki.

Bij de radioprogramma’s is de BRT Top 30 de duidelijke favoriet, terwijl Jo met de Banjo de populairste radio-dj wordt genoemd.

Op televisiegebied is het programma Slalom de grote winnaar, net voor Rad der Fortuin en Muzieksien.

In de muziekcategorieën zien we een sterke nationale en internationale mix. Wim De Craene wordt door de lezers gezien als de belangrijkste showbelofte.

Bij de zangeressen staat Tina Charles op de eerste plaats met 25 procent, terwijl de Britse zanger Dave de lijst van buitenlandse zangers aanvoert, gevolgd door Elvis Presley en Rod Stewart.

De populaire groep Mud domineert de categorie groepen met 31 procent, waarbij zij Queen en de Rubettes achter zich laten.

De hitlijsten weerspiegelen de opkomst van klassiekers die we vandaag de dag nog steeds kennen.

Bohemian Rhapsody van Queen wordt verkozen tot de beste single, en hun album A Night at the Opera voert de lijst van beste elpees aan.

Andere hooggeklasseerde singles uit die periode zijn ‘Love Hurts’ van Nazareth en ‘Paloma Blanca’ van de George Baker Selection.

Het overzicht toont aan dat zowel de Vlaamse kleinkunst als de internationale glamrock en pop in 1976 een prominente plek innamen in de harten van het publiek.

In de categorie voor beste tv-programma eindigt Toppop op de eerste plaats met 22 procent van de stemmen, gevolgd door André van Duin en Top of the Pops.

Bij de presentatoren voert Ad Visser de lijst aan, terwijl Stan Haag wordt verkozen tot de favoriete radio-dj boven Joost de Draayer en Peter van Dam.

De lezers van het blad hebben Mi Amigo uitgeroepen tot het beste radiostation met 32 procent van de stemmen, terwijl de Nederlandse NOS met een overweldigende 68 procent de ranglijst voor tv-stations domineert.

Op het gebied van muziek en showbizz wordt de Mi Amigo Top 50 beschouwd als de beste hitlijst.

De groep Nazareth wordt gezien als de grote showbelofte van het jaar, nipt gevolgd door Hello en Slik.

Opvallend is dat namen zoals Bruce Springsteen en Barry Manilow destijds ook al een plek in deze lijst wisten te veroveren.

Voor ontspanning op het scherm keken de jongeren het liefst naar De onzichtbare man, die als beste tv-feuilleton uit de bus kwam, voor de Hammond Brothers en De man van zes miljoen.

In de filmwereld blijven de grote iconen populair. Paul Newman wint de titel van beste filmacteur, met Terence Hill en Robert Redford als naaste achtervolgers.

Bij de actrices staat Linda Blair op nummer één, gevolgd door Angie Dickinson en Romy Schneider.

De sportwereld wordt in 1976 aangevoerd door Eddy Merckx, die met 21 procent verkozen is tot beste sportman boven Roger De Vlaeminck en Bjorn Borg.

Bij de vrouwelijke atleten gaat de hoogste eer naar Carine Verbauwen, die Diane De Leeuw en Sheila Young achter zich laat.