Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
De band werd opgericht door Ish “Angel” Ledesma, een Cubaanse zanger en gitarist die in 1952 naar de Verenigde Staten emigreerde.
De andere leden waren Carl Driggs, zang, Charlie Murciano op keyboard, Arnold Pasiero op basgitaar, Joe Galdo op drums en Richie Puente
Richie Puente, was de zoon van de legendarische Tito Puente.
Ze tekenden bij T.K. Productions, het label van George McCrea en K.C. & The Sunshine Band.
Hun eerste hit was Get Off Your Aahh And Dance was een disco-instrumental die in 1976 meteen een hit werd in Amerika.
Get Off was het eerste nummer van hun tweede album Get Off, dat in 1978 uitkwam.
Het nummer Get Off, dat gaat over een erotische ontmoeting in een lift, werd geschreven door Ish Ledesma en Carl Driggs die beide lid waren van de band was.
De producer was Cory Wade, die bekend stond om zijn discoproducties.
In hun thuisland bereikte ze de tweede plaats in de Billboard Hot 100.
In Nederland was de single goed zelfs goed voor een eerste plaats in de Top 40 en in Vlaanderen bereikte ze de derde plaats in de Brt Top 30.
Ze hadden in hun thuisland nog enkele kleine hits met nummers zoals Hot Number en Party Boys.
Maar geen hits meer in Europa, waardoor Foxy vaak gerekend tot de eendagsvliegen van de disco.
Het album is een muzikale evolutie voor Noémie Wolfs, die zich meer durfde te laten leiden door haar eigen smaak en daar kan ik alleen maar blij om zijn.
De eerste single “Lonely Heart” is een indrukwekkend nummer dat de luisteraar meeneemt op een emotionele rollercoaster van bijna acht minuten.
Ook de tweede single “A Littel Bit” is een pareltje, waarin Noémie Wolfs haar stem voluit laat schitteren en haar verhaal overbrengt met veel gevoel.
Voor het maken van het album kon ze rekenen op de steun en het talent van haar vriend en bassist Simon Casier, die ook speelt bij Balthazar, Douglas Firs, en zijn soloproject Zimmerman.
Samen waren ze ook verantwoordelijk voor de productie.
Dit album is een prachtig voorbeeld van hoe strijkers en synthesizers harmonieus kunnen samengaan.
Het is een genot om naar te luisteren, vooral in de avonduren.
Ik vind dit één van de beste Vlaamse albums van het jaar en ik raad het iedereen aan.
Noémie Wolfs treedt op in De Roma op woensdag 13 december.
De single Living In Sin werd geschreven door de leadzanger Jon Bon Jovi en werd uitgebracht als de vijfde single van hun vierde album New Jersey dat op 19 september 1988 werd uitgebracht door het label Mercury.
Het was de vijfde single van New Jersey die de top 10 haalde, waarmee Bon Jovi het record vestigde voor de meeste nummers van een glam metal album die de top 10 bereikten van de Billboard Hot 100 en de Cash Box Top 100, met een piek op nummer 9 op beide hitlijsten.
Het bereikte ook nummer 37 op de Mainstream rock charts.
In Vlaanderen en Nederland bereikte de single niet de hitparade. In Europa was het trouwens alleen maar een hit in Zwitserland waar de single de twintigste plaats bereikte.
De producer van het nummer was Bruce Fairbairn, die ook verantwoordelijk was voor de productie van het hele album New Jersey.
De Canadese Bruce Fairbairn kennen we ook als trompettist en werkte onder meer ook als producer voor Aerosmith, Van Halen, Blue Öyster Cult, Loverboy, The Cranberries en INXS.
Hij kwam te overlijden op 17 mei 1999 en dit op 50-jarige leeftijd in zijn huis in Canada.
Het was Jon Anderson en zijn manager die het lichaam ontdekte.
De videoclip voor het nummer werd gefilmd in zwart-wit, net als Born to Be My Baby.
De video toont vooral een fictief jong koppel en hun strijd om een relatie te onderhouden, ondanks de afkeuring van de strenge katholieke ouders van het meisje.
De single bereikte in Vlaanderen de twaalfde plaats in de Brt Top 30.
In Nederland was het nummer goed voor een elfde plaats in de Nederlandse Top 40.
Het nummer is geschreven door Chris Norman en Pete Spencer, beide lid van de groep en het is ook terug te vinden op hun zesde album The Montreux Album.
Het nummer gaat over een man die verliefd wordt op een Mexicaans meisje dat hij ontmoet in een bar.
Hij beschrijft haar als een “mooie engel” met “zwart haar en bruine ogen”.
Hij wil met haar trouwen, maar hij weet niet of ze hem ook leuk vindt.
Hij vraagt haar om hem een teken te geven, want hij kan niet zonder haar leven.
Het refrein luidt dan ook: “Oh, Mexican girl, I want you to stay / You know my heart is longing to say / That as long as I live, I will always remember / The one that I called my Mexican girl”.
Mac Kissoon is vooral bekend als de helft van het populaire duo Mac & Katie Kissoon, dat hij samen met zijn zus Katie vormde in de jaren zeventig.
Zij zijn geboren op het eiland Trinidad en emigreerden in 1962 naar Engeland, waar ze hun muzikale carrière begonnen.
Eerst probeerden Mac en Katie het als soloartiesten, waarbij Mac onder de naam Mack Kissoon in 1970 een bescheiden hit scoorde in Vlaanderen en Nederland met de single “Get down with it satisfaction”.
In 1971 besloten ze hun krachten te bundelen en lanceerden ze de single “Chirpy chirpy cheep cheep”.
Helaas voor hen bracht de groep Middle of the Road rond dezelfde tijd hun eigen versie uit, die veel meer succes had in Europa.
Maar in Amerika was dat anders: daar werd de versie van Middle of the Road niet uitgebracht en dat gaf Mac & Katie Kissoon de kans om met het nummer de twintigste plaats te behalen in de Billboard Hot 100.
In Vlaanderen en Nederland braken ze door in 1972 met “Freedom”.
Dit nummer bereikte in Vlaanderen de tweede plaats in de Top 30 en de derde plaats in de Veronica Top Veertig.
Het volgende nummer “Sing Along” was in Vlaanderen goed voor een vijfde plaats in de Brt Top 30. In Nederland was de single goed voor een vierde plaats en haalde de eerste plaats in de De Daverende Dertig.
Ook “Sugar Candy Kisses” was in Vlaanderen en Nederland goed voor een tweede plaats in 1975 in de Brt Top en de Nederlandse Top 40.
Na hun album “Two Of Us” uit 1976, dat geen grote hits meer voortbracht, besloten Mac en Katie in 1977 om te stoppen als vast duo.
Mac Kissoon ging solo verder en zijn soloalbum ‘Mac Kissoon’ leverde hem drie hits op met Lavender Blue, We Are Family en Love And Understanding.
Dat laatste nummer zong hij samen met Katie en zijn vier kinderen onder de naam Mac Kissoon & Family.
Lavender Blue was in Vlaanderen en Nederland goed voor een vierde plaats in de Brt Top 30 en de Top 40.
Zijn tweede soloalbum Emotions, 1980 was een flop en daarmee verdween hij dan ook uit het zicht.
In 1997 maakten zij nog één keer een gezamenlijk album met nieuw materiaal, getiteld ‘From Now On’.
Ter ere van zijn nagedachtenis brengt BLP Records een nieuwe vinylsingle uit van zijn bekendste lied ‘Ik Wil Deze Nacht In De Straten Verdwalen’.
Dit nummer schreef hij in 1973 voor de film “Home sweet home” van Benoit Lamy, maar het werd pas later opgenomen op het album Ne zanger is een groep.
De single bevat twee versies van het lied: de originele tweetalige versie uit 1973, die al vijftig jaar een klassieker is, en de versie uit 1976, die nooit eerder op vinylsingle te verkrijgen was.
Deze single is een eerbetoon aan de rijke muzikale erfenis van Wannes Van de Velde, die ons met zijn poëtische teksten en authentieke stem liet verdwalen in de straten van zijn geliefde Antwerpen.
Het nummer Sweetest Thing was geschreven door zanger Bono (en de rest van de groep) als een verontschuldiging aan zijn vrouw Ali voor het vergeten van haar verjaardag.
De single werd geproduceerd door Steve Lillywhite en was oorspronkelijk een B-kantje van de hit Where the Streets Have No Name uit 1987 (toen productie in handen van Brian Eno en Daniel Lanois)
In 1998 werd het nummer opnieuw opgenomen en uitgebracht als een bonustrack op het verzamelalbum The Best of 1980-1990.
De videoclip van Sweetest Thing was geregisseerd door Kevin Godley en toonde Bono die zijn vrouw verraste met een romantische rit door Dublin in een paardenkoets.
Onderweg kwamen ze verschillende vrienden en bekenden van de band tegen, zoals Boyzone, The Edge, Adam Clayton, Larry Mullen Jr., Riverdance, Chippendales en een fanfare.
De single was een groot succes en bereikte de top tien in het Verenigd Koninkrijk, Scandinavische landen, Ierland en Australië.
In Vlaanderen goed voor een drieëntwintigste plaats in de Brt Top 30. In Nederland goed voor en negende plaats in de Top 40.
De opbrengst van de single ging naar de liefdadigheidsorganisatie Chernobyl Children International.
Er was ook een luxe uitgave van deze verzamelaar album. Namelijk The Best Of 1980-1990 & B-Sides bevatte niet alleen de grootste hits van U2 uit de jaren tachtig, maar ook een tweede cd met minder bekende nummers.
Als fan koos ik natuurlijk voor dit verzamelalbum.
De Nederlandse Amsterdamse groep Soft Pillow werd opgericht in Amsterdam in 1968 en bestond uit René van Kerkhoven (zang, gitaar), Ko Sprang (Saxofonist), René Plemp (drums) en Johan Timman (toetsen).
Hun debuutsingle was Gilbert Green, een cover van een nummer van de Bee Gees, geschreven door Barry en Robin Gibb in 1966.
De single werd uitgebracht op het label Park in Nederland en op Musicor Records in de Verenigde Staten.
De B-kant was Until The Rains Come, geschreven door Hubert Pattison en de single werd volgens sommige bronnen geproduceerd door de gekende Nederlandse producer John Möring.
Het nummer Gilbert Green was geen groot succes in de hitlijsten, maar kreeg wel enige airplay op de radio.
Soft Pillow bracht nog twee singles uit: Everybody Knows / Until The Rain Comes (1969) en A Simple Song To You (1970), maar wist niet door te breken bij het grote publiek.
In hun thuisland was de single goed voor een derde plaats in de hitparade en een veertiende plaats in Groot-Brittannië.
De single had weinig succes in Vlaanderen en haalde slechts de vierenveertigste positie in de Ultra Top 50 en bereikte niet de Brt Top 30, maar was in Humo’s Top 30, zeg maar de alternatieve hitparade goed voor een twaalfde plaats.
In Nederland deed het nummer het beter en bereikte het de veertiende plaats in de Top 40.
Het nummer, dat gaat over een destructieve relatie, was de eerste single van hun vierde album Gran Turismo.
De tekst werd geschreven door zangeres Nina Persson en gitarist Peter Svensson, die ook de muziek componeerde.
De producer van het album was Tore Johansson, die eerder al met de band had samengewerkt.
De opvallende videoclip, waarin Persson met een grote nep-tatoeage in een Cadillac Eldorado allerlei ongelukken veroorzaakt, werd geregisseerd door Jonas Åkerlund, een bekende Zweedse filmmaker die ook clips maakte voor onder andere Madonna, Metallica, The Prodigy en Lady Gaga.
Er bestaan trouwens van de video verschillende versies, die elk een ander slot hebben.
De gewelddadigste versie laat zien hoe Persson wordt onthoofd, maar deze is nooit op tv uitgezonden.
Tracey Ullman is een veelzijdige artieste die zich heeft bewezen als actrice, comédienne en zangeres.
Een van haar bekendste nummers is They Don’t Know, dat ze in 1983 uitbracht.
Dit nummer was oorspronkelijk van Kirsty MacColl, die het vier jaar eerder had geschreven en gezongen, maar zonder veel succes.
Tracey Ullman kreeg de toestemming van MacColl om het nummer te coveren, en MacColl werkte zelf mee aan de opname als achtergrondzangeres.
De single werd geproduceerd door Peter Collins en verscheen op het album You Broke My Heart in 17 Places.
They Don’t Know was een grote hit in verschillende landen.
In het Verenigd Koninkrijk haalde het de tweede plaats in de hitlijst, en in de Verenigde Staten de achtste plaats.
Ook in Vlaanderen en Nederland was het nummer populair. Het stond respectievelijk op de vijfde plaats in de Brt Top 30 en de achtste plaats in de Top 40.
De videoclip van het nummer bevatte een leuke verrassing: Paul McCartney speelde de rol van Ullmans vriendje.
Tracey Ullman is getrouwd geweest met Allan McKeown, een succesvolle televisieproducent, tot zijn dood in 2013.
Samen hebben ze twee kinderen, Mabel en Johnny, die ook actief zijn in de entertainmentindustrie.
Mabel is een actrice die onder meer bekend is van The Umbrella Academy, en Johnny is een muzikant die deel uitmaakt van de band Feverist.
Tracey Ullman woont al meer dan dertig jaar in de VS, maar heeft ook de Britse nationaliteit behouden.
Ze heeft veel erkenning gekregen voor haar werk, waaronder een ster op de Hollywood Walk of Fame en verschillende Emmy’s, Golden Globes en BAFTA’s.
Tracey Ullman is getrouwd met Allan McKeown, een gekende televisieproducent. Ze hebben samen twee kinderen: Mabel en Johnny. Mabel is ook actrice en heeft onder andere in de serie The Umbrella Academy gespeeld. Johnny is muzikant en heeft een band genaamd Feverist. Tracey Ullman woont al sinds de jaren 80 in de Verenigde Staten, maar heeft ook nog steeds de Britse nationaliteit. Ze heeft een ster op de Hollywood Walk of Fame en heeft meerdere prijzen gewonnen, waaronder Emmy’s, Golden Globes en BAFTA’s.
Allan McKeown kwam te overlijden op 24 december 2013 Joepie 30 oktober 1983;
Om het nummer te promoten, maakte men toen misschien wel de meest iconische videoclips uit de jaren 80.
In deze video zien we Billy Joel, waarin hij een verliefde automonteur speelt die zijn oog laat vallen op een rijke en elegante dame, gespeeld door zijn toenmalige vriendin en later echtgenote Christie Brinkley.
Maar wist u dat Brinkley niet de enige muze was voor dit nummer? En dat Joel eigenlijk eerst een date had met een ander fotomodel, Elle Macpherson?
Het begon allemaal in 1982, toen Joel op vakantie was in de Caraïben.
In hetzelfde hotel waar hij verbleef, logeerden ook drie jonge en mooie vrouwen: Elle Macpherson, Christie Brinkley en Whitney Houston.
Joel was meteen onder de indruk van hun schoonheid en charme, en nodigde Macpherson uit voor een etentje.
Zij stemde toe, en de twee hadden een gezellige avond. Maar er was geen echte vonk tussen hen, en Joel voelde zich meer aangetrokken tot Brinkley, die toen nog een relatie had met een andere man.
Joel besloot om zijn gevoelens voor Brinkley te uiten in een lied dat hij “Uptown girl” noemde.
Hij liet zich inspireren door de muziek van Frankie Valli and the Four Seasons, die hij bewonderde om hun harmonieuze zang en romantische teksten.
Hij schreef het nummer als een ode aan de vrouwen die hij had ontmoet in het hotel, die hij beschouwde als “uptown girls”, oftewel meisjes uit de hogere klasse.
Hij zong over hoe hij, als een “downtown man”, of een man uit de lagere klasse, verlangde naar zo’n uptown girl, die hem misschien wel zou zien staan.
Het nummer was dus oorspronkelijk bedoeld voor meerdere uptown girls, maar toen Joel en Brinkley later een koppel werden, veranderde hij de tekst om het meer persoonlijk te maken.
Hij richtte zich nu tot één uptown girl, die hij liefkozend “my uptown girl” noemde.
Hij maakte ook een videoclip voor het nummer, waarin hij en Brinkley de hoofdrollen speelden.
De clip was een groot succes op MTV, en toonde de chemie tussen de twee sterren. Het nummer werd ook een hit, en bereikte de eerste plaats in verschillende landen.
In Vlaanderen was de single goed voor een twaalfde plaats in de Brt Top 30 en in Nederland behaalde het nummer een achtste plaats in de Top 40.
“Uptown girl” is dus niet alleen een vrolijk en aanstekelijk lied, maar ook een getuigenis van de liefde tussen Billy Joel en Christie Brinkley.
Hoewel hun huwelijk uiteindelijk niet standhield, blijft hun muzikale samenwerking een van de hoogtepunten uit hun carrière.
En wie weet, misschien heeft Elle Macpherson ook nog ergens een glimlach overgehouden aan haar date met Joel.
Het nummer is geschreven door de leden van Genesis, namelijk Tony Banks, Phil Collins en Mike Rutherford en geproduceerd door Genesis en Hugh Padgham.
Het is de succesvolste single van de band in het Verenigd Koninkrijk, waar het de vierde plaats bereikte op de UK Singles Chart.
Het nummer haalde ook de top 10 in Zwitserland, Oostenrijk, Noorwegen en Ierland.
In de VS was het minder populair en bereikte het slechts de 73e plaats op de Billboard Hot 100.
In Vlaanderen was de single goed voor een vijfentwintigste plaats in de Brt Top 30. In Nederland was het nummer goed voor een zevende plaats in de Top 40.
In een interview uit 1983 zei Collins dat het nummer niet over abortus ging, zoals hun manager eerst dacht, maar over een jonge tiener met een moederfixatie voor een oudere prostituee die hij toevallig had ontmoet en die niet geïnteresseerd was in hem.
Het nummer verscheen op het album Genesis, dat ook wel bekendstaat als The Mama Album vanwege het succes van de single.
De tournee die volgde op het album heette ook The Mama Tour.
Ma Préférence gaat over de liefde die Julien Clerc voelt voor zijn geliefde, die hij boven alles verkiest.
Het nummer werd een groot succes in Frankrijk en andere Franstalige landen.
In Vlaanderen bereikte het nummer niet de hitlijsten, terwijl in Nederland het nummer goed was voor een tweeëndertigste plaats in de Top 40.
Het is nummer is ook gecoverd door onder meer Sacha Distel, Michel Delpech en in Vlaanderen door Nicole en Hugo.
Het nummer schreef hij zelf en dit samen met Jean-Loup Dabadie en is ook terug te vinden op zijn album Jaloux.
Jean-Claude Petit schreef de arrangementen en was ook verantwoordelijk voor de productie.
Jean-Claude Petitj heeft gewerkt met zowel jazzlegendes als popsterren, en heeft ook muziek geschreven voor theater, opera en film.
Petit begon zijn muzikale opleiding aan het Collège National Superieur de la Musique in Parijs, waar hij eerste prijzen behaalde in harmonieleer, fuga en contrapunt.
Tijdens zijn studie speelde hij piano in de Parijse nachtclubs, waar hij Amerikaanse sterren begeleidde zoals Dexter Gordon, Johnny Griffin en Kenny Clarke.
Hij raakte zo vertrouwd met de jazzstijl, die hij later zou combineren met andere invloeden.
In de jaren 70 bracht Petit drie popjazz-albums uit onder zijn eigen naam: Jean-Claude Petit (1970), Jean-Claude Petit et son orchestre (1972) en Jean-Claude Petit et son grand orchestre (1974).
Deze albums laten zijn talent zien als componist en arrangeur van originele en swingende nummers.
Hij werkte ook samen met vele Franse popartiesten, zoals Serge Lama, Sheila, Claude François, Mink DeVille, Joan Baez, Michel Sardou, Alain Souchon, Sylvie Vartan, Jairo, Mortimer Shuman en Gilbert Bécaud. Hij verzorgde de arrangementen en speelde piano op hun platen en concerten.
Petit maakte ook naam als theatercomponist. Hij schreef muziek voor stukken van Robert Hossein, Victor Haïm en vele andere succesvolle regisseurs.
Hij creëerde sfeervolle en dramatische muziek die perfect aansloot bij de thema’s en de sfeer van de voorstellingen.
Hij componeerde ook twee opera’s: Sans Famille (Nice, 2007) en Colomba (Marseille, 2014).
Deze opera’s zijn gebaseerd op bekende Franse romans en tonen zijn vermogen om klassieke en moderne elementen te vermengen.
Petit is echter vooral beroemd om zijn filmmuziek.
Hij heeft meer dan 100 filmscores geschreven voor Franse en internationale films.
Hij werkte samen met gerenommeerde regisseurs zoals Jean-Paul Rappeneau, Pat O’Connor, Bertrand Blier, Claude Lelouch en Claude Berri.
Hij won een César voor beste originele muziek voor Cyrano de Bergerac (1990), een episch historisch drama met Gérard Depardieu.
Hij schreef ook memorabele muziek voor The Playboys (1992), een romantische komedie met Albert Finney en Aidan Quinn, en Jean de Florette (1986) en Manon des Sources (1986), twee films gebaseerd op de roman van Marcel Pagnol.
Zijn muziek is vaak melodieus, expressief en kleurrijk, met invloeden van folk, jazz, klassiek en wereldmuziek.