Vijf jaar keihard werken werden er veertig: het succesverhaal van Linda de Mol

Eind september 1986 had Linda de Mol het simpelweg.

De camera was op slag verliefd op haar uiterlijk, ze had een stralende glimlach, een vlekkeloze uitspraak van zowel het Nederlands als het Engels en een vanzelfsprekende flair.

Het leek alsof ze al jaren meeliep in de televisiewereld. Een belangrijk voordeel was haar broer John, die haar in Hilversum wist te introduceren.

Dankzij hem had ze uitstekende contacten bij de TROS, de omroep waar hij bijna tien jaar eerder zijn loopbaan was gestart als assistent-producer van een popprogramma.

Inmiddels had John zich opgewerkt tot een invloedrijke manager met zijn eigen artiestenmanagementbureau genaamd Total Management.

Daarmee behartigde hij niet alleen de zakelijke belangen van zijn zus, maar ook die van succesvolle acts als de Dolly Dots, Centerfold en René Shuman.

Het managen van die artiesten was voor John een uiterst strategische zet: hij kon de talenten uit zijn eigen stal immers direct boeken voor de televisieshows die hij destijds al volop produceerde.

Wanneer journalisten haar vroegen naar die beroemde kruiwagen, reageerde Linda nuchter.

Het was een vraag die ze al vanaf haar allereerste optreden voor de camera kreeg.

Natuurlijk speelde zo’n ingang een rol, erkende ze, maar een kruiwagen kon nooit de doorslag geven voor echt succes.

Zowel bij de TROS als bij Sky Channel keken ze immers kritisch mee.

Ze zat ongetwijfeld dichter bij het vuur en had een kans gekregen, maar daarna moest ze zichzelf dubbel en dwars bewijzen.

Wellicht zelfs harder dan een ander, juist doordat ze de achternaam De Mol droeg.

Voor het naderende winterseizoen wachtte haar een overvolle agenda. Nadat presentator Erik de Zwart de overstap had gemaakt, nam Linda in 1986 samen met radio-dj Jeroen Soer de presentatie van TROS Popformule over.

Soer was kort daarvoor vertrokken bij de VARA.

Linda zou het muziekprogramma uiteindelijk één seizoen presenteren, goed voor ongeveer een jaar.

Omdat de show in nauwe samenwerking met Sky Channel werd geproduceerd, presenteerde ze tweetalig, waarbij het Engels voor Sky Channel centraal stond.

Ondertussen naderden de gesprekken met de TROS over een eigen show hun afronding: een periodiek praatprogramma in magazinevorm rond popmuziek, mode, media en aanverwante onderwerpen.

Linda nam plaats in de redactie om actief ideeën aan te dragen, want puur en alleen voorlezen wat een ander had bedacht, vond ze niets.

Ze wilde toen nadrukkelijk haar eigen stempel op het programma drukken.

Bij Sky Channel combineerde ze popmuziek met een populair kinderprogramma.

TROS Popformule kwam wekelijks vanuit de gloednieuwe discotheek Escape aan het Amsterdamse Rembrandtplein, die op dat moment gold als de grootste discotheek van Europa.

Ook de presentatie van de Eurochart verzorgde ze vanuit diezelfde locatie.

Wel stond er in de Eurochart iets nieuws te gebeuren: ze zou de uitzendingen voortaan tweetalig in het Engels en het Duits presenteren.

Ze mikte op echt Duits en wilde nadrukkelijk wegblijven van Rudi Carrell-Duits, al waarschuwde ze dat men er in het begin niet te veel van moest verwachten, omdat ze simpelweg nog veel oefening nodig had.

Tel daarbij haar optredens op in het kinderprogramma van Sky naast de ondeugende punkkat D.J. Kat, en het was duidelijk dat ze een opmerkelijke start doormaakte voor iemand die amper een jaar eerder haar debuut had beleefd.

Haar professionele doelen wilde ze binnen vijf jaar realiseren.

Het plan was helder: vijf jaar zeer hard werken, financieel flink binnenlopen en het maximale uit haar mogelijkheden halen.

Daarna zou het tijd zijn om gas terug te nemen en te kiezen voor een rustiger bestaan.

De weekenden stonden voorlopig in het teken van de vrijdag- en zaterdagavonden, want ze dacht de eerste vrouwelijke dj te zijn die een grootschalige drive-inshow presenteerde als verlengstuk van het TROS-popprogramma.

Met een beetje geluk bleef de zondag over om op adem te komen.

Ook haar relatie hoopte ze ondanks de drukte intact te houden.

Een vrij moment in haar agenda was dan ook nauwelijks te vinden.

Zowel haar hobby’s als haar rechtenstudie moesten opzijgezet worden.

Die studie beschouwde ze toen al als een verloren zaak, hoewel ze al voorbij de helft was.

Echte spijt voelde ze niet, aangezien het televisiewerk haar veel meer aansprak door de creativiteit, het directe resultaat en de mogelijkheid om daar te zijn waar leuke dingen gebeurden.

Zelfs haar balletlessen sneuvelden simpelweg door tijdgebrek, al bleef een goede conditie noodzakelijk om het slopende tempo vol te houden.

Ze keek voorzichtig verder dan de horizon van vijf jaar: ze hield de rem erop, deed hooguit nog een paar leuke shows per maand en dacht aan een gezin.

Dat lag op dat moment toen echter nog ver weg.

De basis van haar omroepcarrière lag halverwege de jaren tachtig bij Sky Channel en de TROS.

Sky Channel was een Brits bedrijf van mediamagnaat Rupert Murdoch en bereikte via de kabel miljoenen huishoudens in heel West-Europa, met Nederland voorop.

Linda verwierf internationale bekendheid door haar deelname aan The DJ Kat Show en de toonaangevende Eurochart Top 50.

Hoewel de zender Brits was en de voertaal Engels, kwamen talloze programma’s uit de koker van John de Mol Produkties en vonden de opnames geregeld plaats in de Loosdrechtse Pandahallen of het Escape-theater in Amsterdam.

Het vormde de opmaat naar de grote programma’s waarmee ze later doorbrak, zoals Love Letters, dat ook afkomstig was van John de Mol Producties, het latere Endemol.

In diezelfde vroege periode, aan het einde van de jaren tachtig, was Linda bovendien aan de zijde van Ron Brandsteder te zien in de mateloos populaire Showbizzquiz, een programma dat destijds ook in Vlaanderen massaal werd bekeken.

Toen Sky Channel in 1989 werd omgedoopt tot Sky One en de focus volledig verlegde naar de Britse thuismarkt, werd Linda vervangen door Britse presentatoren.

Ze ging zich daarna volledig richten op haar carrière in Nederland en Duitsland.

Bij onze oosterburen werd Linda in de jaren negentig letterlijk op een voetstuk geplaatst en groeide ze uit tot een van de populairste tv-gezichten van de Duitse televisie.

Haar allergrootste succes daar was het programma Traumhochzeit, een huwelijksshow op RTL die vele miljoenen kijkers aan de buis kluisterde.

Toch liet ze rond 2020 weten dat het hoofdstuk Duitsland voorgoed gesloten was.

Het pendelen en de enorme druk hadden te veel energie gekost, waardoor ze besloot haar focus definitief te verleggen naar haar werk en haar gezinsleven in Nederland.

In 2003 richtte ze samen met Rozemarijn de Witte de uitgeverij Mood for Magazines op en lanceerde ze het blad LINDA.

Vier jaar later, in 2007, verwierf de Finse uitgever Sanoma de volledige zeggenschap en uiteindelijk 86 procent van de aandelen. Linda behield een minderheidsbelang van 14 procent en bleef het creatieve gezicht van het blad.

In 2005 lanceerde John de Mol zijn eigen zender Talpa, later bekend als Tien. Linda verruilde de vertrouwde TROS voor de nieuwe zender van haar broer om die mee op te bouwen, waarbij kijkcijfersuccessen zoals Gooische Vrouwen en Miljoenenjacht mee verhuisden.

Na het mislukken van die zender in 2007 volgde een overname door RTL en verhuisde Linda mee naar RTL 4.

Daar volgden gouden jaren met programma’s als Ik hou van Holland en Linda’s Zomerweek.

Haar grote amusementsshows werden door de jaren heen door ontelbare Vlamingen bekeken via de Nederlandse zenders.

Hoewel ze destijds officieel werkte voor RTL, bleef de zakelijke wisselwerking met haar broer bestaan: veel van haar programma’s werden nog steeds gemaakt door zijn productiebedrijven.

Haar absolute grootste succes in Vlaanderen werd echter de hitserie Gooische Vrouwen.

De serie werd in Vlaanderen massaal bekeken op VTM en groeide uit tot een waar kijkcijferfenomeen.

Ook de daaropvolgende bioscoopfilms trokken volle zalen in de Vlaamse bioscopen.

Toen John de Mol de zenders van SBS, waaronder SBS6, had gekocht en Talpa Network oprichtte, stapte Linda in 2019 opnieuw over om hem te steunen.

Ze zei destijds openlijk dat ze er nooit een geheim van had gemaakt dat ze naar hem zou overstappen zodra haar broer haar hulp hard nodig had.

Bij die overstap hoorde ook de verkoop van haar magazine LINDA. aan zijn bedrijf.

In maart 2019 kocht Talpa Network de aandelen van Sanoma over voor zo’n 40 miljoen euro.

Op 8 en 9 januari 2026 volgde de officiële aankondiging en het akkoord over de overname van Mood for Magazines door DPG Media, die de uitgeverij van Talpa Network overnam.

Het blad valt sindsdien onder dezelfde paraplu als Libelle en Margriet.

Ondanks die verkoop blijft Linda nauw verbonden aan het magazine en de hoofdredactie.

Het merk werd intussen gestaag uitgebouwd: naast het reguliere blad en varianten als LINDA.meiden en LINDA.loves verscheen in maart 2026 LINDA.mini, speciaal gericht op aanstaande en jonge ouders.

Vandaag de dag is de 62-jarige Linda nog altijd volop actief.

Ze is regelmatig op televisie te zien, werkt aan nieuwe programma’s en spelconcepten zoals In de Ring, en blijft nauw betrokken bij haar eigen blad.

Dat voornemen uit 1986 om veel geld te verdienen, is ruimschoots waargemaakt.

Uit de openbare jaarcijfers van haar persoonlijke vennootschappen blijkt dat het eigen vermogen van haar bedrijven rond de 37 miljoen euro schommelt.

Ze behoort al decennialang tot de bestbetaalde televisiepresentatrices van Nederland. Zakenblad Quote schatte haar inkomen in het verleden op ongeveer een miljoen euro per jaar.

Daarnaast verdiende ze een fors bedrag toen ze in 2019 haar aandeel in LINDA. verkocht aan het bedrijf van haar broer.

Ze bezit een luxe villa in het Gooi en heeft door de jaren heen vastgoed gekocht, onder meer panden in Amsterdam.

Ze is multimiljonair en heeft een vorstelijk inkomen, maar haar vermogen is echter veel kleiner dan dat van haar oudere broer John.

Zijn kapitaal wordt geschat op zo’n twee miljard euro.

Die reusachtige voorsprong bouwde hij op via grote deals. De verkoop van Endemol aan het Spaanse Telefónica in 2000 bracht hem en Joop van den Ende miljarden op.

De verkoop van Talpa Media, inclusief de wereldwijde rechten van The Voice, aan ITV leverde in 2015 opnieuw honderden miljoenen op, potentieel oplopend tot ruim een miljard euro inclusief bonussen.

Daarnaast belegt hij grootschalig in technologie, vastgoed en beursgenoteerde bedrijven zoals TomTom.

Daarmee is hij ruim vijftig keer zo rijk als zijn zus.

Maywood: van halfnaakt optreden tot wereldhits en een onverzoenlijke zustertwist

In november 1969 kreeg de Friese scheepskapitein Jan de Vries in Apeldoorn bezoek van de landelijke krant Het Vrije Volk.

De aanleiding was opmerkelijk: hij liet zijn zestienjarige dochter Doetie, ook bekend als Doetje, halfnaakt optreden en volledig naakt mocht wat hem betreft ook.

Boven het artikel stond toen de titel: ‘Doetje mixt muziek en seks tot show’.

Verslaggever Theo Koopman tekende met verbazing het verhaal op van een vader die er alles aan deed om zijn dochter als de zangeres Edith Queen te lanceren.

De Vries vond dat je in de showbusiness niet kinderachtig moest zijn, al eiste hij wel dat zaaleigenaren en televisieproducenten financieel over de brug kwamen voor een naaktoptreden.

Hij toonde de journalist daarbij foto’s die hij zelf van het halfnaakte meisje had gemaakt.

De uiteindelijke doorbraak van Doetje kwam er echter niet door haar vader, maar dankzij haar jongere zus Alie, ook wel Aaltje genoemd.

Vanaf 1971 vormden de zussen diverse formaties.

Ze begonnen als The Swanson Sisters, traden vervolgens op als De Karina’s en The Lady Pop’s, en maakten deel uit van de countryband Colt 45.

Hoewel grote successen tien jaar lang uitbleven en ze in de marges van de muziekwereld bleven hangen, gaven ze de moed nooit op.

Het tij keerde definitief met hun terugkeer naar het Friese Uitwellingerga en een grondige gedaanteverwisseling.

Alie nam de artiestennaam Alice May aan, Doetje werd Caren Wood, en samen doopten ze zich om tot Maywood.

Een leuk weetje over die groepsnaam is dat Alice en Caren de naam simpelweg prikten uit een Zweedse telefoongids, puur omdat het lekker internationaal en makkelijk in het gehoor klonk.

Die internationale uitstraling wierp al snel vruchten af.

Maywood scoorde een reeks grote hits, bracht platen uit in meer dan vijftig landen en toerde door landen als Japan, Zuid-Korea, Indonesië en zelfs de voormalige Sovjet-Unie.

Begin jaren tachtig sloeg het duo genadeloos toe met wereldhits als ‘Late at Night’ en ‘Rio’, een ode aan de gelijknamige Braziliaanse stad.

Beide composities kwamen volledig uit de pen van Alice May.

Voor de kenmerkende, aanstekelijke productie tekende Pim Koopman, voormalig drummer van Kayak.

In september 1981 ging het Maywood voor de wind.

De charmante zusjes Alice en Caren, die naar Friesland waren verhuisd, brachten die maand een nieuw album uit waarvan ze hoopten dat het de deuren naar internationaal succes definitief zou openen.

De vooruitzichten waren uitstekend, want zowel in Europa als in de Verenigde Staten was er grote interesse voor het duo.

Tijdens een kort werkbezoek aan Zweden in de voorgaande maand hadden ze bovendien al een gouden plaat in ontvangst mogen nemen, wat zorgde voor een vliegende start van het nieuwe seizoen.

Wie in die periode naar het automatische antwoordapparaat van Maywood luisterde, hoorde de stem van hun zaakwaarnemer Aad Oud, die bellers verzocht contact op te nemen voor informatie over deze succesvolle formatie.

Hij had dan ook alle reden om trots te zijn. Binnen een jaar tijd hadden Alice en Caren zich met sterke, zelfgeschreven nummers naar de absolute top van Nederland gewerkt.

Het leek een bliksemsnelle doorbraak, maar daaraan waren vijftien jaar van hard werken, bloed, zweet en tranen voorafgegaan.

Op de vraag hoe lang ze het nog hadden volgehouden om tegen gesloten deuren aan te lopen, gaf Alice aan dat ze vermoedelijk nog wel een tijdje waren doorgegaan.

Na zoveel jaren keek men immers niet meer op een jaartje meer of minder, en beide zussen waren altijd vastberaden geweest om door te zetten tot het zou lukken.

Hun vader speelde eveneens een belangrijke rol in de uitbouw van hun loopbaan.

Hij stimuleerde hen volop, al waren Caren en Alice uit zichzelf al enorm ambitieus en hadden ze nooit iets anders gewild.

Vader hielp waar mogelijk door hen voornamelijk naar optredens te rijden en waar nodig advies te geven. Intussen werd het project Maywood echter zeer professioneel en zakelijk aangestuurd.

Alice hield ervan om precies te weten wat er speelde, ook al werkten er zeer bekwame mensen aan hun carrière.

Voor de korte termijn lag de focus op optredens in eigen land, vooral in discotheken, waarbij de telefoon roodgloeiend stond zodra ze een hit in de Top 40 hadden.

Voor de langere termijn richtten ze hun blik nadrukkelijk op het buitenland.

Er liepen onderhandelingen met partijen in Amerika om hun platen daar uit te brengen, een proces dat veel tijd en inzicht vergde.

Waar iemand als Herman Brood zijn eigen pad had gekozen, verwachtte Maywood in een ander circuit terecht te komen.

Een eerder aanbod om al naar Amerika te gaan hadden ze afgeslagen, omdat Alice het zinloos vond om daar op te treden zolang er nog geen plaat op de markt was gebracht.

De verwachtingen rond de nieuwe lp waren destijds hooggespannen.

Alice besefte dat het publiek rekende op vakmanschap en dat het album kritischer zou worden beoordeeld dan het debuut.

Daardoor hadden ze ook zelf onder hogere druk gewerkt en de lat aanzienlijk hoger gelegd; een nummer dat een jaar eerder nog als goed werd beschouwd, zou de selectie nu niet meer hebben gehaald.

Die strenge blik had alles te maken met de wens om internationaal door te breken en over de grenzen heen te denken.

Het album werd opgenomen met een sterk muzikantencollectief, waaronder gerenommeerde namen als Ton Scherpenzeel en Rein van den Broek.

Het resultaat was een strakke, commerciële sound. Terwijl producer Pim Koopman ervan overtuigd was dat de plaat meerdere hits bevatte, hield Alice zelf liever nog even een slag om de arm.

Ondanks de grote toewijding waren de zussen niet van plan om het behaalde succes zomaar op te geven om huismoeder te worden; daarvoor hadden ze niet vijftien jaar lang gezwoegd.

Tegelijkertijd zorgden ze voor voldoende ontspanning, want het was niet de bedoeling om overwerkt te raken in deze drukke tijden.

Alice waakte ervoor dat de muziek een gezonde passie bleef.

De recente ervaringen in Zweden hadden hen bovendien al laten proeven van internationale faam.

Alice omschreef het als een adembenemende belevenis die al hun verwachtingen overtrof.

Dat mensen in de meest exclusieve discotheken hun nummers woord voor woord meezongen, maakte diepe indruk.

Na jarenlang in stilte te hebben gedroomd van de stap van Sneek naar het wereldtoneel, was Alice vastbesloten om met volle teugen te genieten van alles wat zou lukken

Daarna volgde onder meer Mano, een typisch verhaallied over een Mexicaans aandoende gitarist met sombrero en een onbeantwoorde liefde die na een emotioneel afscheid niets meer van zich laat horen.

Helaas liep het tussen de zussen zelf op relationeel vlak eveneens mis. Aan het einde van de jaren tachtig begon het succes te tanen.

Hun deelname aan het Eurovisiesongfestival in 1990 met het nummer ‘Ik wil alles met je delen’ eindigde op een teleurstellende vijftiende plaats.

Tijdens het optreden werkte het geluid tegen: een microfoon stond niet open, waardoor de kenmerkende bastrompet nauwelijks te horen was, terwijl Toto Cutugno dat jaar met de overwinning ging lopen.

Het songfestival luidde het einde van Maywood in.

De zussen raakten verwikkeld in een bittere strijd en wisselden achttien jaar lang geen woord meer met elkaar.

Die ruzie draaide deels om geld, maar was vooral een optelsom van zakelijke, artistieke en persoonlijke spanningen.

Doordat Alice alle liedjes schreef en componeerde, ontving zij aanzienlijk meer auteursrechten en inkomsten dan Caren, die vooral als het gezicht en de leadzangeres op de voorgrond trad.

Deze scheve verdeling leidde tot grote frustraties, zeker toen de gouden jaren voorbij waren en de inkomsten terugliepen.

Alice hield de touwtjes strak in handen, terwijl Caren zich tekortgedaan en ondergewaardeerd voelde.

Het dieptepunt volgde in 1999, toen Alice een rechtszaak aanspande tegen haar zus over het exclusieve gebruiksrecht van de naam Maywood, een zaak die Alice won.

In 2013 leek het wonder alsnog te gebeuren: op uitnodiging van Gerard Joling stonden ze tijdens een reünie in de Ziggo Dome weer samen op het podium.

Ze vielen elkaar geëmotioneerd in de armen en spraken af om opnieuw te gaan optreden, maar achter de schermen liep het al snel weer stuk op contracten, vergoedingen en controle, waardoor de vete weer in alle hevigheid oplaaide.

In augustus 2020 dook op de Facebookpagina Fans van Maywood plotseling een artikel uit de jaren zeventig op met een naaktfoto van een minderjarige Caren.

Alice reageerde in weekblad Story geschokt en verklaarde dat het een onschuldige fanpagina betrof met lieve berichten, maar dat deze foto van haar zus, die destijds vermoedelijk pas veertien of vijftien jaar oud was, daar absoluut niet thuishoorde.

Ze zocht direct contact met de plaatser om het beeldmateriaal te laten verwijderen.

Beide zussen zaten destijds op één lijn over de kwestie en Alice sprak haar opluchting uit voor Caren dat de opname verdwenen was.

Hoewel fans even hoopten op een toenadering, bleef een verzoening uit.

Ondanks het feit dat ze amper drie kilometer bij elkaar vandaan wonen, is er tot op de dag van vandaag geen enkel contact meer tussen de twee.

Mijn favoriet van Maywood en de vele internationale gezichten van Give Me Back My Love

Give Me Back My Love uit het najaar van 1980 is zonder twijfel mijn persoonlijke favoriet van het Nederlandse zussenduo Maywood.

Het nummer werd zoals gewoonlijk geschreven door Alice May (Alie de Vries), die vrijwel het hele repertoire van het duo op haar naam zette, met een herkenbare productie en arrangement van Pim Koopman.

Inhoudelijk draait het nummer om puur liefdesverdriet en het gevoel van leegte na een relatiebreuk.

De zangeres voelt zich na het vertrek van haar geliefde emotioneel leeg en vraagt vertwijfeld om haar liefde, energie en levensvreugde terug.

Het nummer bleef ook bij andere artiesten niet onopgemerkt en leidde tot heel wat uiteenlopende covers.

Al snel na het origineel volgden internationale bewerkingen: zo bracht de Duitse zangeres Marianne Rosenberg in 1981 haar Duitstalige versie Hab’ ich dich verloren uit, en waagde Miami Sound Machine zich in 1982 aan een Spaanse vertaling onder de titel Devuélveme el amor.

Jaren later, in 1995, nam ook Demis Roussos het nummer op, terwijl Songfestivalwinnares Linda Martin er in 2018 een hedendaagse versie van maakte en het geheel voorzag van een stevige beat.

Daarnaast was Maywood immens geliefd in Zuid-Afrika, waar eveneens verschillende opvallende covers verschenen.

Kurt Darren en Patricia Lewis namen een eigen Engelstalige versie op, terwijl de groep Back 2 Basics het nummer vertaalde naar het Afrikaans als ‘Gee Jy Net Jou Hart’.

Tot slot brachten Viva Ora en Andy Jonas een mooie, ingetogen versie van het nummer, waarin de kracht van de tijdloze melodie van Alice May prachtig overeind blijft.

Het leven na Maywood: solopogingen, nieuwe liedjes en vervlogen roem

Beide zussen hebben na de breuk van Maywood geprobeerd om muzikaal actief te blijven, al verliep dat voor ieder op een heel eigen manier en behaalde geen van beiden meer het gigantische succes van weleer.

Caren Wood deed in de jaren negentig een poging om als soloartieste een doorstart te maken.

Ze bracht enkele singles uit, waaronder liedjes als ‘Once More’ en ‘My Love’, maar die wisten de hitparades nauwelijks te bereiken.

Naast haar solosingles ging ze destijds ook een muzikale samenwerking aan met het orkest van Frank Valdor en trad ze op in kleine zalen en bij evenementen.

Uiteindelijk trok ze zich grotendeels terug uit de schijnwerpers en het hectische artiestenleven om een meer teruggetrokken bestaan te leiden.

Alice May bleef hardnekkig vasthouden aan haar muzikale carrière en trad na het winnen van de rechtszaak in 1999 zelfs op als Maywood met een andere zangeres aan haar zijde, al sloeg die formule niet echt aan bij het grote publiek.

Als soloartieste bracht ook zij losse nummers uit.

Wat het schrijven voor anderen betreft, heeft Alice zeker geprobeerd haar talent als songwriter en componist te gelde te maken.

Ze schreef en produceerde in de jaren tachtig en negentig materiaal voor diverse Nederlandse en buitenlandse acts, met name in het schlager- en popgenre.

Een bekend voorbeeld uit de hoogtijdagen was haar werk voor de Friese zangeres Lori Spee, en later componeerde ze onder meer voor artiesten uit het Duitstalige circuit en jong talent dat ze zelf probeerde te begeleiden.

Desondanks blijft het fenomeen Maywood haar grootste prestatie, aangezien geen enkele compositie voor derden de wereldwijde impact van ‘Late at Night’ of ‘Rio’ evenaart.

Van kaskraker tot karikatuur: hoe Barbra Streisand met Yentl geschiedenis schreef en spot oogstte

In de film Yentl kroop Barbra Streisand in de huid van een Joods meisje dat zich als man verkleedde om te kunnen studeren.

Die situatie bracht flink wat obstakels met zich mee, waardoor ze hevig verlangde naar het advies van haar overleden vader.

Dat leidde tot een scène waarin Barbra Streisands personage onder de sterrenhemel het nummer ‘Papa, Can You Hear Me?’ zong.

Tijdens de opnames in de studio raakte Streisand overmand door emoties bij de zinnen waarin ze zong hoe hard ze haar vader en zijn nachtzoen miste.

Het inzingen werd die dag meteen stilgelegd.

Ze gaf destijds ook aan dat ze tijdens twijfels over een filmlocatie in gedachten haar vader om raad vroeg.

Toen het plotseling begon te regenen, zag ze dat als een teken dat ze moesten verhuizen en dat haar vader over haar waakte.

De productie van de film kostte destijds ongeveer 12 miljoen dollar.

Bij de release waren de reacties van de filmcritici sterk verdeeld.

Sommige recensenten vonden het geheel wat te zoetsappig of stoorden zich aan het feit dat de film wel heel erg rond Streisand zelf draaide, terwijl anderen juist vol lof waren over haar regiedebuut en de meeslepende, krachtige muziek.

Ook over het centrale nummer ‘Papa, Can You Hear Me?’ liepen de meningen uiteen; critici noemden het theatraal en vergeetbaar, en vonden dat het bij lange na niet de herkenbaarheid bezat van filmklassiekers zoals ‘Hello Dolly’

Het grote publiek en de prijsjury’s dachten daar echter anders over.

Wereldwijd bracht de film tussen de 40 en 68 miljoen dollar op.

Het project werd bovendien bekroond met prestigieuze prijzen, waaronder de Golden Globe voor Beste Film in de categorie Komedie of Musical en de Golden Globe voor Beste Regie voor Streisand zelf, waarmee ze als eerste vrouw ooit die regieprijs won.

Hoewel Papa, Can You Hear Me? ook een Oscarnominatie in de wacht sleepte, greep de single uiteindelijk naast het beeldje door de overwinning van Flashdance… What a Feeling van Irene Cara.

Ondanks het uitblijven van een gigantische hitsingle bleek het soundtrackalbum commercieel een enorm succes.

Binnen twee maanden na de release behaalde de plaat in de Verenigde Staten al de platina-status voor een miljoen verkochte exemplaren, met een uiteindelijke piek op nummer negen in de Billboard 200.

Ook in Europa deed de muziek het uitstekend; zo werd het album in Nederland met goud bekroond en bereikte het een mooie zesde plaats in de LP Top 50.

Wereldwijd gingen er uiteindelijk tussen de 3,5 en 4 miljoen exemplaren van over de toonbank.

In de jaren daarna groeide het nummer ‘Papa, Can You Hear Me?’ alsnog uit tot een waar cultuurfenomeen.

Talloze latere bioscoopfilms en series pikten het nummer op, soms als oprecht eerbetoon, maar net zo vaak om ermee te spotten.

Zo dook het op in reeksen zoals Glee, The Simpsons en Will & Grace, vormde het een afleveringstitel in Keeping Up with the Kardashians, klonk het tijdens de uitreiking van de Emmy Awards en zat het op komische wijze verwerkt in de film Austin Powers in Goldmember.

Dat de pers en critici enkele jaren later echter opvallend neerbuigend over het project begonnen te schrijven, had alles te maken met een kantelende publieke perceptie en een veranderende tijdgeest.

In de eerste plaats werd Yentl met terugwerkende kracht steeds vaker geframed als een extreem ijdelheidsproject.

Omdat Streisand optrad als regisseur, producent, coscenarist én hoofdrolspeelster, en bovendien alle liedjes voor haar rekening nam, zagen spotters het als het ultieme bewijs van zelfoverschatting.

Het feit dat een veertiger een tienerjongen speelde en elk emotioneel moment opeiste, maakte het een makkelijk doelwit.

Daarnaast raakten de bombastische orkestraties en het onverholen theatrale sentiment aan het einde van de jaren tachtig en in de vroege jaren negentig hopeloos uit de mode bij journalisten, die de voorkeur gaven aan ironie en nuchterheid.

Ook de complexe verstandhouding tussen Streisand en het conservatieve filmestablishment speelde mee; haar perfectionisme werd door roddelbladen graag neergezet als divagedrag.

Toen een Oscar-nominatie voor Beste Regie ondanks haar eerdere winst uitbleef, grepen critici dat aan om te beweren dat de film artistiek gezien zwaar overschat was.

De aanhoudende stroom aan persiflages in populaire komedies deed de rest, waardoor het ooit zo gerespecteerde passieproject in de mediaherinnering jarenlang werd gereduceerd tot een symbool van potsierlijk melodrama.

Van hitgrossier tot tijdloze wereldster: het succesverhaal van Lionel Richie

In september 1986 had Lionel Richie zijn status als absolute superster definitief gevestigd.

Ooit had de in de Amerikaanse staat Alabama geboren zanger zijn zinnen op de advocatuur gezet, maar daar was niets van terechtgekomen.

Zijn muzikale loopbaan was daarentegen uitgegroeid tot een ongekend succesverhaal.

Gedurende de zestien jaar dat hij op dat moment in de muziekwereld meedraaide, regende het onderscheidingen en edelmetaal.

De basis daarvoor werd eind jaren zestig gelegd, toen hij begon als leadzanger en toetsenist van The Commodores, een van de absolute topacts uit de Motown-stal.

Met zelfgeschreven hits als ‘Three Times a Lady’ en ‘Sail On’ zette hij de groep op de kaart, tot hij de formatie in 1982 verliet.

Zijn overstap naar een solocarrière was al in 1980 voorzichtig begonnen.

Richie werkte destijds als producer voor andere artiesten en schreef de wereldhit ‘Lady’ voor Kenny Rogers.

Een jaar later volgde ‘Endless Love’, de titelsong van de gelijknamige film die hij samen met Diana Ross opnam.

In 1982 verscheen zijn eerste soloalbum, simpelweg getiteld Lionel Richie.

Hoewel hij zijn oude vrienden van The Commodores gedag had gezegd, bleef hij zijn platenlabel Motown trouw.

De stap naar een solobestaan bleek een schot in de roos.

Hij boekte succes na succes met romantische ballads als ‘Hello’, dansbare tracks zoals ‘All Night Long’ en ‘Dancing on the Ceiling’.

Andere grote wapenfeiten waren zijn spectaculaire optreden tijdens de slotceremonie van de Olympische Spelen in Los Angeles in 1984 en de megahit ‘We Are the World’ voor USA for Africa, die hij samen met Michael Jackson componeerde.

Zijn tweede plaat Can’t Slow Down uit 1984 groeide uit tot de bestverkochte Motown-elpee aller tijden en leverde tal van hitsingles op.

Zangeres Grace Slick van Starship merkte destijds op dat Richie de ene hit na de andere met het grootste gemak leek te produceren.

Hoewel zijn werkwijze in werkelijkheid heel wat tijdrovender was, gold hij in de Amerikaanse popgeschiedenis als een ware hitmachine.

Hij vestigde destijds een uniek record door negen jaar op rij minstens één nummer één-hit te scoren die aan zijn eigen pen was ontsproten.

In de zomer van 1986 verscheen zijn langverwachte derde soloplaat, Dancing on the Ceiling.

Het album kende een grote muzikale diversiteit met acht uiteenlopende nummers, variërend van de sfeervolle en rustige hit ‘Say You, Say Me’ tot energieke funk en reggae.

Voor dit project werkte hij opnieuw samen met producer James Anthony Carmichael.

Daarnaast schakelde hij Sheila E. in voor het slagwerk op Don’t Stop; zij had jaren voordien al in zijn begeleidingsband gespeeld voordat ze via Prince internationale faam verwierf als soloartieste.

Ook gitaarlegende Eric Clapton werkte mee en speelde op het nummer ‘Tonight Will Be Alright’.

De twee kenden elkaar al langer, en telkens wanneer ze elkaar ontmoetten, grapte Clapton dat hij eens met Richie wilde vissen.

Richie verzekerde hem dat hij een belabberde visser was, maar dat hij wél aardige liedjes kon schrijven.

Tijdens het benefietconcert Live Aid in de zomer van 1985 bood Clapton vervolgens spontaan aan om een bijdrage te leveren op de nieuwe plaat.

Het merendeel van de opnames voor Dancing on the Ceiling vond plaats in de vertrouwde Motown-studio’s in Los Angeles, al gaf Richie zelf steevast de voorkeur aan zijn eigen thuisstudio.

Hij werkte het liefst in een ontspannen, vertrouwde omgeving en maakte optimaal gebruik van de nieuwste opnametechnieken.

Zo nam hij ‘Say You, Say Me’ gewoon in zijn eigen woonkamer op.

Richie toonde zich een groot voorstander van digitaal opnemen en trad op als een fervent pleitbezorger van de compactdisc.

Hij zag de cd als een enorme vooruitgang voor songwriters, omdat artiesten op traditioneel vinyl gebonden waren aan de maximale speelduur van zo’n achttien tot twintig minuten per kant.

De cd bood onbeperkte vrijheid qua songlengte en garandeerde bovendien een sublieme geluidskwaliteit.

In zijn werk liet Richie zich vooral leiden door persoonlijke ervaringen uit het dagelijks leven.

Zo schreef hij het nummer ‘Ballerina Girl’ voor zijn destijds vierjarige geadopteerde dochtertje, dat hij voor het eerst in een balletstudio had gezien en dat hem diep had geraakt door haar puurheid en verwondering over de wereld om haar heen.

Wanneer dergelijke inspiratie toesloeg, wachtte hij nooit tot hij weer in zijn studio was.

Bij gebrek aan papier schreef hij zijn ideeën meteen neer op zijn eigen overhemd, een tafellaken of een servet, zelfs in chique etablissementen zoals The Ritz.

Die impulsieve kliederpartijen op linnengoed dwongen hem geregeld tot excuses en hij stuurde herhaaldelijk keurig gestoomde servetten terug naar veeleisende restauranthouders, terwijl zulke gesigneerde memorabilia met de eerste aanzet tot een wereldcompositie op veilingen juist grof geld waard waren.

Naast de release van zijn nieuwe langspeler keek Richie in september 1986 vol enthousiasme uit naar zijn plannen voor het podium.

Waar hij bij eerdere bezoeken aan Europa louter tijd had gehad voor promotieverplichtingen, bereidde hij zich nu voor op zijn allereerste grote Europese tournee, gepland voor april 1987.

Voorheen, in zijn tijd bij The Commodores, konden de verplichtingen nog onder zes bandleden worden verdeeld, maar als soloartiest vroeg alles aanzienlijk meer tijd.

Voordat hij naar Europa zou afreizen, stond er tussen september en december 1986 eerst een uitgebreide concertreeks in de Verenigde Staten op het programma, gevolgd door een korte winterpauze.

Daarbij hoopte hij gastmuzikanten zoals Eric Clapton en Sheila E. ook live aan zijn zijde te krijgen om het podium om te toveren tot een waar muzikaal spektakel.

Veertig jaar na die triomfantelijke periode is de op 20 juni 1949 geboren zanger op 77-jarige leeftijd nog altijd zeer actief in de muziekwereld.

Hoewel hij de afgelopen jaren geen albums met volledig nieuw studiomateriaal heeft uitgebracht – zijn laatste studioalbum Tuskegee dateert van 2012 – blijft hij zijn toonaangevende positie behouden, onder meer als vast jurylid bij het populaire televisieprogramma American Idol.

Gedurende zijn sololoopbaan verkocht Richie wereldwijd tussen de 100 en 125 miljoen platen.

Telt men daar de verkoopcijfers van The Commodores en grote projecten zoals We Are the World bij op, dan ligt dat aantal nog aanzienlijk hoger.

Richie staat nog altijd volop op de planken en reist momenteel rond met zijn Sing a Song All Night Long Tour, samen met Earth, Wind & Fire.

Wel zorgde zijn gezondheid recent voor enige bezorgdheid. Eind augustus 2026 werd hij tijdens het slotnummer van zijn concert in St. Louis in de staat Missouri onwel door vermoedelijke uitdroging, waarna hij uit voorzorg werd opgenomen in het ziekenhuis.

Het was de tweede keer in korte tijd dat zijn fysieke gestel opspeelde, nadat hij in juni 2026 in Minnesota al een optreden voortijdig moest afbreken wegens hevige duizeligheid.

Inmiddels stelt de zanger het weer goed en heeft hij het ziekenhuis verlaten.

De ingehaalde concerten in onder meer San Francisco, Chicago en Columbus staan gepland voor september en begin oktober 2026, waarna hij doorreist naar Las Vegas voor een vaste concertreeks in oktober en november 2026.

Een gepland optreden op 18 augustus 2026 in de Ta’ Qali Concert Area op Malta moest wegens onvoorziene omstandigheden worden uitgesteld naar 2027.

De exacte datum daarvan wordt uiterlijk eind oktober 2026 bekendgemaakt.

Hoewel zijn focus op dit moment volledig op de Noord-Amerikaanse tournee ligt, is de verwachting dat hij rondom het ingehaalde concert op Malta in 2027 extra Europese data zal aankondigen.

30 jaar geleden, Laura Pausini met haar nieuwe kunstwerkje Le Cose Che Vivi

In september 1996 verbleef Laura Pausini in Milaan om haar nieuwe album Le Cose Che Vivi te promoten.

Terwijl het buiten toen zomers warm was met temperaturen rond de vijfendertig graden, zocht zij verkoeling in een hotelkamer waar de airconditioning op volle toeren draaide om de pers te ontmoeten.

Een tolk stond haar bij, aangezien haar beheersing van het Engels destijds nog beperkt was.

Van haar debuutalbum met de doorbraakhit ‘La Solitudine’ waren wereldwijd zo’n twee miljoen exemplaren verkocht, en de opvolger Laura bereikte zelfs nog meer succes.

Toch bleef Pausini nuchter onder alle aandacht. Ze was dankbaar voor haar muzikale loopbaan, al grapte ze dat ze anders wellicht lerares keramiek was geworden, de kunstvorm waarin ze eerder was opgeleid.

In de voorafgaande twee jaar was het in Vlaanderen en Nederland wat stiller rond haar geweest, maar internationaal had ze een enorme ontwikkeling doorgemaakt.

Ze toerde intensief door Europa en Latijns-Amerika, waardoor ze de muziek steeds meer als een volwaardig beroep ging beschouwen.

Die reizen verbreedden haar blikveld aanzienlijk. Ze maakte kennis met uiteenlopende culturen en levensstijlen, wat haar inspireerde om verder te kijken dan het traditionele beeld van Italië.

Die artistieke groei klonk duidelijk door op Le Cose Che Vivi.

Waar haar eerdere werk vooral draaide om jeugdige onschuld en opgroeien, bracht haar nieuwe plaat een volwassener geluid.

Ze schuwde maatschappelijke thema’s niet langer, getuige een nummer als ‘Il Mondo Che Vorrei’, waarin ze pleitte voor solidariteit.

Om haar internationale publiek te bedienen, nam ze haar werk ook op in het Spaans en Portugees, en dacht ze na over Engelstalige versies.

Ook op muzikaal vlak zette ze in die periode flinke stappen.

Voor de opnames werkte ze samen met gerenommeerde sessiemuzikanten, onder wie bassist Nathan East en drummer Steve Ferrone.

Bovendien leerde Pausini beter met haar stem omgaan. In plaats van haar bereik te forceren, bouwde ze bewust rustdagen in om haar stembanden te sparen.

Haar privéleven en carrière waren in die nazomer van 1996 nauw met elkaar verweven via haar relatie met haar toenmalige manager en producer Alfredo Cerruti.

Hoewel ze toen vol liefde over hem sprak, hield ze de boot af wat betreft een huwelijk, omdat ze daar vanuit haar geloofsovertuiging uiterst weloverwogen mee wilde omgaan.

Voor Pausini markeerde september 1996 zo het moment waarop ze definitief uitgroeide van een jong Italiaans talent tot een zelfbewuste, volwassen wereldster.

Haar relatie met Cerruti eindigde rond 2002.

Sinds 2005 vond ze het geluk bij de Italiaanse gitarist en muziekproducent Paolo Carta.

Samen kregen zij in 2013 een dochter, Paola, en in maart 2023 stapten de twee officieel in het huwelijksbootje.

Met Io Canto 2 op zak: Laura Pausini klaar voor nieuwe wereldtournee

Vandaag is de inmiddels 52-jarige zangeres nog altijd volop actief in de internationale muziekwereld.

Zo bracht ze in februari 2026 een nieuw album uit onder de titel Io Canto 2, een maand later, op 13 maart 2026, gevolgd door de Spaanstalige editie.

Op dit album staat onder meer de klassieker ‘Por qué te vas?’, bekend van zangeres Jeanette uit 1975.

Dit nummer werd geschreven door José Luis Perales voor de film Cría cuervos van regisseur Carlos Saura.

In tegenstelling tot de melancholische pop van het origineel kreeg Pausini’s lezing een moderne productie met een subtiele eigentijdse drumbeat, vergezeld van een opvallende videoclip.

Op beide albums zingt ze daarnaast het duet ’16 Marzo’ samen met Achille Lauro.

Begin september 2026 verschenen bovendien ‘Siamo soli nell’immenso vuoto che c’è’ als single en video, een nummer dat eveneens op beide versies staat.

Dit nummer was oorspronkelijk een hit van de Italiaanse singer-songwriter Raf uit 1991.

Pausini, die al jarenlang bewondering koestert voor zijn werk, bracht deze bewerking uit als eerbetoon vlak voor de aftrap van haar nieuwe Europese tournee.

Op het Italiaanse album nam ze tevens een eigen versie op van Madonna’s ‘La Isla Bonita’.

Daarnaast staat haar diepe, jarenlange band met Brazilië centraal in het kader van haar wereldtournee.

Voor haar album bracht ze dan ook Ana Carolina en Ferrugem, twee sterren van verschillende generaties en genres, samen voor het nummer ‘Quem de nós dois’.

Ferrugem vertegenwoordigt de modernere generatie in het trio. Met zijn kenmerkende, soepele stem brengt hij een warme, typisch Braziliaanse sound in het duet, waardoor de ballad een unieke mix krijgt van Italiaanse dramatiek en Braziliaans gevoel.

Een andere single uit beide albums is het nummer ‘La mia storia tra le dita’, opnieuw een cover en dit keer van Gianluca Grignani uit 1994.

Hij bracht destijds zelf in 1995 een Spaanse versie uit onder de titel ‘Mi historia entre tus dedos’, wat in heel Latijns-Amerika en Spanje een gigantische hit werd.

Dit nummer bracht Pausini tevens uit in het Frans als ‘Mon histoire entre les doigts’ en in het Portugees als ‘Quem de nós dois’.

Het publiek in de Lage Landen krijgt binnenkort volop de gelegenheid om haar weer live aan het werk te zien.

Op zondag 25 oktober 2026 staat Laura Pausini op het podium van Vorst Nationaal in Brussel, en op woensdag 24 november 2027 geeft ze voor het eerst in vijftien jaar weer een concert in Nederland, in de Ziggo Dome in Amsterdam.

Wil Hoebee en José Wijdeven gaan naar Amerika

In het najaar van 1981 liep het stel wel degelijk met het idee rond om naar Californië te reizen en daar in alle rust en stilte in het huwelijksbootje te stappen.

De plannen bevonden zich al in een vergevorderd stadium, maar het artikel liet tegelijkertijd al de nodige twijfel zien.

Zowel Wil als José vonden het pijnlijk dat de ouders van beiden de verre reis naar Amerika niet konden maken en daardoor niet aanwezig zouden zijn op hun grote dag.

Een bruiloft zonder hun naaste familie vonden ze uiteindelijk toch wat al te stil.

Mede om die reden zijn de plannen voor een Amerikaans huwelijk afgeblazen en kozen ze ervoor om gewoon in Nederland te trouwen.

Het paar trad uiteindelijk op 12 december 1981 in het huwelijk in het Noord-Brabantse Best, de geboorte- en woonplaats van José, in het bijzijn van hun dierbaren.

Ze bleven getrouwd tot aan het overlijden van Wil Hoebee in 2012

50 jaar geleden floreert tragi-pop

In augustus 1976 floreerde de zogeheten tragi-pop of dooien-pop in de Nederlandse muziekwereld.

Magere Hein maakte toen overuren in de Nederpop, want het was de nieuwste mode van Nederlandse liedjesschrijvers om overleden verloofdes, vrouwen en vrienden in hun teksten te verwerken.

Zo moest het personage Rocky zijn vrouw missen, verloor Roek Williams zijn beste vriend en vernam zangeres Bonny ontsteld van dokter Bernhard dat haar grote liefde zijn laatste adem had uitgeblazen.

Hoewel sommige mensen dat specifieke nummer een giller vonden, nam Bonnie St. Claire haar hit zelf erg serieus.

Wel vond ze het onsmakelijk toen het televisieprogramma Toppop een skelet in de studio wilde zetten, waarna ze samen met haar begeleiders wegliep.

Later werd dit als een misverstand uitgesproken en zong men het lied alsnog, maar uiteraard zonder skelet.

Voor Bonny betekende Dr. Bernhard een opzienbarende comeback na een kleine winterslaap waarin ze zich had afgevraagd wat haar toekomst zou brengen.

Haar ontdekker en producer Peter Koelewijn bracht uitkomst met dit nummer.

Voor Bonny was een droevig repertoire trouwens niet nieuw, want ze vertolkte eerder al zulke nummers in het Engels.

Bij haar optredens werd ze al jarenlang begeleid door de groep Unit Gloria.

Hoewel ze bij de platenmaatschappij een contract voor soloplaten had, bleef ze de groep het liefst overal bij betrekken.

Dat gaf haar een beschermd gevoel en liet haar gemakkelijker bewegen en wennen.

Een belangrijke reden hiervoor was ook haar amoureuze relatie met bandlid Muis.

Ze woonden destijds al drie jaar samen in een schattig verbouwd dijkwerkershuisje op een kilometer afstand van Leerdam.

Getrouwd waren ze nog niet.

Dat zou eigenlijk in het najaar van 1974 gebeuren, maar een fotoreportage in Tunesië gooide roet in het eten.

De trouwerij werd uitgesteld en het stel besloot te wachten tot er kinderen zouden komen.

Bonny was een van de muzikale werktuigen in de gouden handen van Peter Koelewijn, die samen met zijn collega Wil Hoebee ook het geruchtmakende nummer Rocky produceerde.

Met dat nummer zong Don Mercedes zich naar de top van de hitparades.

Koelewijn bezat een fijne neus voor muziekjes waarvoor een groot publiek massaal de knip opentrok.

Voor Don Mercedes, die voorheen enkel Engels repertoire zong, betekende dit een grote overstap.

Hij dacht eerst lang na over het aanbod, maar greep de kans uiteindelijk met beide handen aan.

Wel bestond het gevaar dat hij door de platenmaatschappij werd gebruikt om snel veel geld te verdienen en dat hij daarna snel diep kon vallen.

Toch vertrouwde hij erop dat Koelewijn of Hoebee hun trucendoos binnenkort nog verder zouden openbreken en hem opnieuw zo’n hitsucces gunnen.

Ook zanger Roek Williams was als een kind zo blij met de triomfen die zijn dode vriend in de hitparade vierde.

Zijn vorige singletje, E 35, was ondanks de hulp van vele deejays de mist in gegaan, omdat het te moeilijk was voor de mensen.

Mijn beste vriend was veel toegankelijker voor een groot publiek.

Williams, die het nummer via een popjournalist had gekregen en het meteen te gek vond, zag er geen kwaad in.

Hij vond het niet gemeen, maar juist de herkenbare realiteit van het leven waarin iedereen wel eens vrienden ziet verdwijnen.

Hij was erg blij dat dit repertoire het ging maken, omdat je op deze manier een goede popproductie kon brengen die geschikt was voor een breed publiek.

Het fenomeen van het zogeheten rampenfonds of de dooienpop beleefde zijn eerste grote opleving met Manuela, geschreven door Pierre Kartner en vertolkt door Jacques Herb.

Van die single , waarin Manuela omkwam bij een auto-ongeluk, werden maar liefst 350.000 exemplaren verkocht.

De experts op muziekgebied stonden over het rampenfonds echter lijnrecht tegenover elkaar.

Radiomaker Lex Harding meende dat hij persoonlijk kotsmisselijk werd van dit valse sentiment.

Hij vond dat het niet spontaan was, maar bewust gecreëerd als een zielig lied om mensen te ontroeren, al zag hij de commerciële waarde er wel van in.

Producer Peter Koelewijn had een totaal andere mening en vond niets abnormaals aan het genre.

Zolang er muziek bestond, werd er volgens hem al gezongen over dit soort zaken.

Zowel Rocky als Dr. Bernhard waren bewerkingen van buitenlandse nummers die hem raakten toen hij ze beluisterde.

Koelewijn vergeleek popmuziek met opera’s, films en boeken zoals Love Story, West Side Story of Porgy & Bess.

Daarin kwamen eveneens driehoeksverhoudingen en sterfscènes op muziek voor om mensen te ontroeren en te laten ontspannen, en hij zag niet in waarom dat bij popmuziek niet op dezelfde manier kon werken.

Fox, verloor zijn streken niet

De band werd opgericht door de Amerikaanse songwriter en producer Kenny Young, die eerder al successen had geboekt met hits voor andere artiesten.

Om zijn eigen muzikale visie tot leven te wekken, verzamelde hij een groep getalenteerde muzikanten om zich heen, waaronder de gerenommeerde bassist Herbie Flowers.

Het absolute boegbeeld van de groep werd echter de Australische zangeres Susan Traynor, die de artiestennaam Noosha Fox aannam.

Met haar unieke, zwoele stemgeluid, theatrale uitstraling en karakteristieke zangstijl gaf zij de band een volstrekt eigen gezicht.

In 1975 brak Fox door bij het grote publiek met aanstekelijke nummers als Only You Can en Imagine Me, Imagine You.

Het grootste commerciële succes liet echter niet lang op zich wachten.

Tijdens een vakantie in Portugal schreef Young het nummer ‘S-S-S-Single Bed’.

In het voorjaar van 1976 bracht de band de single uit, afkomstig van hun tweede album Tails of Illusion.

Toen de single verscheen, kwam er geen enkele reactie, noch van de pers, noch van de radio.

Kenny Young krabde zich achter de oren, haalde Fox opnieuw naar de studio, paste het nummer aan en nam het nogmaals op.

Drie weken later stond het op de eerste plaats in de Engelse hitparade.

Het nummer viel meteen nu op door de speelse, licht stotterende zang van Noosha Fox in het refrein en een ontspannen, groovy arrangement dat perfect aansloot bij de tijdsgeest.

S-S-S-Single Bed groeide uit tot een internationale hit.

In het Verenigd Koninkrijk bereikte de single de vierde plaats in de hitlijsten, terwijl het nummer in Australië zelfs de absolute nummer één-positie wist te veroveren.

Ook in diverse Europese landen werd de single warm onthaald en veelvuldig op de radio gedraaid.

Ondanks het grote succes van de single bleek het een van de laatste grote stappen van de groep te zijn; niet lang daarna viel het doek voor Fox en ging Noosha Fox solo verder.

Kenny Young werd op 14 april 1941 geboren als Shalom Giskan in Jeruzalem.

Op jonge leeftijd verhuisde hij met zijn familie naar New York, waar hij opgroeide op de Lower East Side van Manhattan.

Rond zijn tweeëntwintigste nam hij de artiestennaam Kenny Young aan en ging hij aan de slag als liedjesschrijver in het legendarische Brill Building in New York, het bruisende centrum van de Amerikaanse popmuziek in die tijd.

Zijn doorbraak kwam er in 1964, toen hij samen met Arthur Resnick het nummer ‘Under the Boardwalk’ schreef.

Het werd een enorme hit voor The Drifters en groeide uit tot een tijdloze klassieker die later door talloze grote namen werd gecoverd, onder wie The Rolling Stones, The Beach Boys en Bruce Willis.

In de jaren zestig volgden nog meer succesvolle liedjes van zijn hand, waaronder ‘Just a Little Bit Better’ voor Herman’s Hermits, ‘Arizona’ voor Mark Lindsay en ‘Captain of Your Ship’ voor Reparata and the Delrons.

Toen hij ter promotie van dat laatste nummer naar het Verenigd Koninkrijk reisde, besloot hij zich daar definitief te vestigen.

Hij boekte succes met zangeres Clodagh Rodgers en niet veel later formeerde hij de groep Yellow Dog, die in 1978 scoorde met het nummer ‘Just One More Night’.

Aan het begin van de jaren tachtig schreef hij samen met Chaz Jankel het nummer ‘Ai No Corrida’, dat in de bekende uitvoering van Quincy Jones een wereldwijde danshit werd.

In de latere fase van zijn leven richtte Young zich steeds meer op milieubescherming.

Hij bracht zijn muzikale netwerk en zijn maatschappelijke betrokkenheid samen in initiatieven zoals het Earth Love Fund en Artists Project Earth.

Via benefietprojecten en het nummer ‘Spirit of the Forest’, waaraan talloze internationale artiesten meewerkten, haalde hij aanzienlijke bedragen op voor het behoud van de regenwouden en klimaatacties.

Voor die inspanningen werd hij geëerd door het milieuprogramma van de Verenigde Naties.

Hij overleed op 14 april 2020 op negenenzeventigjarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

Noosha Fox, geboren als Susan Traynor in het Australische Brisbane, verwierf in de tweede helft van de jaren zeventig grote bekendheid als de opvallende frontvrouw van de Britse popgroep Fox.

Met haar excentrieke verschijning, theatrale uitstraling en heel herkenbare, ietwat lome en zwoele stemgeluid wist ze een onuitwisbare indruk achter te laten.

Samen met songwriter en producer Kenny Young scoorde de band grote successen met nummers als S-S-S-Single Bed en Imagine Me, Imagine You.

Toen de groep Fox eind 1976 uit elkaar ging, zette ze haar muzikale pad voort als solozangeres.

In 1977 bracht ze haar debuutsingle ‘Georgina Bailey’ uit, eveneens geschreven en geproduceerd door Kenny Young.

Het nummer sloot naadloos aan bij de elegante stijl die ze met haar eerdere band had opgebouwd: een mengeling van cabaretachtige pop, verfijnde instrumentatie en haar karakteristieke zangstijl.

‘Georgina Bailey’ bereikte de Britse hitlijsten, terwijl de single ook in de Benelux veelvuldig op de radio te horen was.

Na dit succesvolle solodebuut bracht Noosha Fox in 1979 een titelloos soloalbum uit en verschenen er nog enkele singles, waaronder ‘More Than Tomorrow’ en ‘Skin Tight’.

Hoewel haar latere werk de hoge hitparadeposities van haar beginjaren niet meer wist te herhalen, bleef ze een geliefde en stijlvolle cultfiguur binnen de popmuziek.

Na haar actieve periode in de jaren 70 en vroege jaren 80 koos Noosha Fox bewust voor een gezinsleven buiten de muziekwereld.

Ze is getrouwd met arts Michael Goldacre en het koppel kreeg vier kinderen.

Een van hun kinderen is de bekende Britse wetenschapsjournalist en auteur Ben Goldacre.

In 2022 verscheen haar comebackalbum ‘Back Here in England’ onder haar oude artiestennaam.

De nu 81-jarige zangeres leidt nu een teruggetrokken bestaan in Engeland en geniet van haar pensioen.

Dizzy Man’s Band, wij zijn echte meelbieten

De Nederlandse Dizzy Man’s Band werd in 1968 opgericht door zanger Jacques Kloes en leden van de voormalige band The Fellows.

De band heette toen Take Five en coverde muziek van Blood, Sweat & Tears en Chicago.

In 1970 wordt de groepsnaam veranderd in Dizzy Man’s Band.

Tijdens de liveoptredens speelt Bob Ketzer, hun percussionist en tevens roadmanager, op toneel een clowneske figuur.

In de nazomer van datzelfde jaar is ‘Tickatoo’ de eerste hit, goed voor n°2 in Vlaanderen en n°6 in Nederland.

Volgens sommigen is dit nummer (niet onterecht) een doorslagje van ‘Down On The Corner’ van Creedence Clearwater Revival.

Tot 1978 scoort Dizzy Man’s Band 15 hits in Nederland, waaronder ‘The Show’, ‘Everday In Action’ en ‘Money The Phoney’.

Met ‘The Opera’ staan ze in de zomer van 1975 opnieuw op n°2 in de Ultratop.

Deze keer is het succes in Nederland even groot.

Het nummer stond ook 16 jaar lang in de Nederlandse Radio 2 Top 2000.

Van de acht bandleden zijn er nog slechts vier in leven.

Zanger Jacques Kloes overleed op 2 april 2015 op 67-jarige leeftijd.

Ook gitarist Dirk van der Horst, organist/pianist Herman Smak en Bob Ketzer zijn reeds overleden.

Gisteren nog vandaag

Vader Abraham, 13 dingen dat je nog niet van me weet

Oorspronkelijk had Vader Abraham geen echte volle baard, maar droeg hij enkel een zwarte sik in combinatie met een opplakbaard.

Pas in de loop der tijd liet hij zijn eigen baard groeien, die hij voor optredens steevast grijs spoot.

Tijdens een live-uitzending van de NCRV-actie Geven voor Leven in 1974 liet hij zijn befaamde gezichtsbeharing afscheren, nadat de opbrengst boven de vijftig miljoen gulden was uitgekomen, precies zoals hij van tevoren had beloofd.

Nadat de tondeuse eroverheen was gegaan, gaf de zanger toe toch niet heel blij te zijn met het verdwijnen van zijn handelsmerk.

Om die reden trad hij tot zijn eigen baard weer volledig was aangegroeid tijdelijk op met een nepbaard.

Achter deze kenmerkende look schuilt Pierre Kartner, die al voor zijn doorbraak als Vader Abraham enorm actief was in de muziekwereld als zanger, liedjesschrijver en producer.

Zo ontdekte hij onder andere Corry Konings en Mieke en schreef hij talloze hits voor bekende Nederlandse artiesten.

Het personage Vader Abraham ontstond in 1971 bij het schrijven van de carnavalshit Vader Abraham had 7 zonen, waarvoor hij spontaan een bolhoed en nepbaard opzette.

Met Het kleine café aan de haven en vooral ’t Smurfenlied behaalde hij gigantische internationale successen.

’t Smurfenlied verkocht wereldwijd miljoenen exemplaren en bracht hem zelfs tot op de Engelse televisie bij Top of the Pops.

Kartner stond bekend als een ongekende werkarchitect die duizenden nummers schreef, en hij bleef tot op hoge leeftijd optreden en componeren.

Op 8 november 2022 overleed Pierre Kartner op 87-jarige leeftijd in Breda.

De uitvaart vond in besloten kring plaats op 11 november 2022, geheel in lijn met zijn privacywensen.