Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Auteur: Patrick De Graeve
Patrick De Graeve is een gepassioneerde blogger die schrijft over zijn ervaringen en inzichten in de wereld van de popmuziek en geschiedenis. Hij is de oprichter en beheerder van de Facebookgroepen Gisteren nog vandaag en Weetjes over Popmuziek, waar hij regelmatig interessante feiten, anekdotes en trivia deelt met andere muziekliefhebbers. Patrick is ook een fervent verzamelaar van tijdschriften, vooral van het populaire Belgische blad Joepie. Hij heeft een volledige collectie vanaf september 1973 tot en met eind december 1989, die hij zorgvuldig bewaart en koestert. Patrick's blog, Gisteren nog vandaag, is een bron van inspiratie en nostalgie voor iedereen die meer wil weten over de geschiedenis van Vlaanderen en dat via oude tijdschriften, foto's, tv-reeksen, films en reclame.
Deze regering, Theunis IV, een coalitie van Katholieken en Liberalen, voerde een impopulair economisch herstelbeleid, dat gekenmerkt werd door deflatiemaatregelen, en werd geconfronteerd met sociale onrust en hevige oppositie van de socialistische BWP-POB.
Ondanks het deflatiebeleid bleef de Belgische economische toestand verslechteren.
De regering viel dan ook op 25 maart 1935.
De opvolgende regering-Van Zeeland I (25 maart 1935 – 13 juni 1936) was een coalitie van de Katholieke Unie (80 zetels), de BWP (72 zetels) en de Liberale Partij (24 zetels).
Op 30 maart 1935, kort na haar aantreden, devalueerde deze regering de Belgische frank met 28%.
De regering bleef in functie tot aan de verkiezingen van 24 mei 1936, waarbij de drie grote partijen veel zetels verloren ten voordele van kleinere extremere partijen en met name Rex.
Toch werd de regering opgevolgd door een regering-Van Zeeland II.
Raymond Macherot, geboren op 11 november 1924 in het Belgische Verviers, was een grootmeester in de stripwereld.
Na zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Luik begon hij zijn carrière met het illustreren van reclames en korte verhalen voor tijdschriften als Le Moustique en Spirou.
Maar zijn echte doorbraak kwam in 1953, toen hij voor het legendarische stripblad Kuifje ging werken.
In 1954 schiep Macherot zijn onsterfelijke held: Chlorophyl, een dappere muis die in een prachtige dierenwereld leeft.
Deze reeks was revolutionair. Niet alleen door de realistische tekenstijl, maar ook door de sterke verhalen met een duidelijke boodschap, vaak over ecologische thema’s.
Denk maar aan klassiekers als Chlorophyl tegen de zwarte ratten, een verhaal over een totalitaire rattenmaatschappij.
In 1965 verraste Macherot de stripwereld opnieuw, ditmaal in het weekblad Spirou, met Snoesje (in het Frans Sibylline).
Deze reeks draaide om een avontuurlijke muizenvrouw en haar verloofde Taboem, en was een stuk humoristischer dan Chlorophyl.
Samen streden ze tegen de sluwe rat Anathème.
Naast deze twee iconische reeksen, waagde hij zich ook aan Kolonel Clifton, een Britse geheim agent, en creëerde hij de luie kat Pantoffel en de ondeugende jonge muis Mouche.
Hij was een meester in het tekenen van dieren, waarbij hij menselijke trekjes gaf zonder het karikaturale te benaderen.
Eind jaren 70 keerde hij terug naar Kuifje, en in de jaren 80 en ’90 richtte hij zich steeds meer op het schrijven van romans, voornamelijk thrillers met, jawel, een ecologische ondertoon.
Titels als Le loup a faim en La mort dans les yeux tonen zijn blijvende passie voor de natuur.
Macherot was getrouwd met Arlette Piérard, en samen kregen ze drie kinderen.
Hij stond bekend als een bescheiden en gereserveerd man, die zijn werk en zijn liefde voor de natuur voor zich liet spreken.
Hij trok zich terug op het eiland Corsica, waar hij bleef tekenen en schrijven tot aan zijn dood.
Op 26 september 2008 overleed Raymond Macherot op 83-jarige leeftijd in Vencimont, een natuurlijke dood.
Hij liet een indrukwekkend oeuvre na, bekroond met prestigieuze prijzen zoals de Prix Saint-Michel en de Grand Prix du festival d’Angoulême.
Zijn invloed op de klare lijn was onmiskenbaar, en zijn geboortestad Verviers eerde hem met een prachtige stripmuur.
Zijn impact was zo groot, dat Vencimont, waar hij overleed, werd omgedoopt naar “Vencimont-sur-Chlorophylle” met een straatnaam ter nagedachtenis.
Maison Mauboussin werd opgericht in 1827 in Parijs.
Het huis werd opgericht door Monsieur Rocher als een juweliersatelier in de Rue Greneta in Parijs.
In 1848 nam Jean-Baptiste Noury, de voorman van het atelier, het over.
In 1869 associeerde Noury zich met zijn neef Georges Mauboussin.
In 1876 nam Georges de leiding van het bedrijf over.
De naam Mauboussin werd synoniem met het merk.
In 1883 werd het huis gevestigd op nummer 3, Rue de Choiseul en in 1898 op nummer 20, Place Vendôme, een prestigieus adres in de juwelierswereld.
Georges’ zoon, Marcel Mauboussin, trad in 1922 toe tot het bedrijf en gaf het een internationale dimensie.
Hij opende filialen in New York, Londen en Buenos Aires.
Mauboussin was een van de eerste juweliershuizen die reclamecampagnes gebruikte om hun producten te promoten.
In 1928 hield het huis een tentoonstelling en verkoop van diamanten in New York, rechtstreeks geleverd per vliegtuig.
Hij werkte in deze periode samen met de Amerikaanse juwelier Trabert & Hoeffer.
In de jaren 30 werd de naam van het huis dan ook Trabert & Hoeffer-Mauboussin.
Mauboussin werd beroemd om zijn Art Deco juwelen, die werden gekenmerkt door geometrische vormen, levendige kleuren en het gebruik van edelstenen zoals smaragden, robijnen en saffieren.
Ze wonnen diverse prijzen op internationale tentoonstellingen, zoals de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes in Parijs in 1925, waar ze een Grand Prix kregen.
Beroemde klantenkring: Koninklijke families, aristocraten en filmsterren zoals Marlene Dietrich, Greta Garbo, Paulette Goddard, en Audrey Hepburn droegen Mauboussin juwelen.
Na de Tweede Wereldoorlog bleef Mauboussin innoveren en nieuwe stijlen ontwikkelen.
Het huis bleef een favoriet onder de elite en beroemdheden.
Jean Goulet-Mauboussin, kleinzoon van Georges Mauboussin, nam in 1955 de leiding van het bedrijf over.
In de jaren 80 en 90 kende het huis een periode van wisselende eigenaren.
In 2002 werd Mauboussin overgenomen door de Zwitserse financier Dominique Frémont, die het merk nieuw leven inblies.
Hij herpositioneerde het merk met een focus op toegankelijkere luxe.
In 2019 nam Alain Némarq, de huidige CEO, de leiding van het bedrijf over.
In de beginjaren waren de ontwerpen afkomstig van Monsieur Rocher en later Jean-Baptiste Noury.
Georges Mauboussin was niet alleen een zakenman, maar ook betrokken bij het ontwerpproces.
Marcel Mauboussin speelde een belangrijke rol in het ontwikkelen van de Art Deco stijl van het huis.
Door de jaren heen heeft Mauboussin samengewerkt met diverse getalenteerde ontwerpers, vaak in-house, maar ook met externe ontwerpers.
Vandaag de dag heeft Mauboussin een team van in-house ontwerpers die verantwoordelijk zijn voor de creaties van het huis.
Mauboussin stond bekend om zijn innovatieve en gedurfde ontwerpen, vooral tijdens de Art Deco periode.
Onder leiding van Dominique Frémont werd het merk met succes geherpositioneerd als een toegankelijker luxemerk.
Mauboussin heeft verschillende collecties gecreëerd, waaronder de “Nadia” ring (een ring met een centrale edelsteen omringd door kleinere stenen) en de “Le Premier Jour” collectie (een collectie verlovings- en trouwringen).
Het huis staat ook bekend om zijn parfums.
Maison Mauboussin bestaat nog steeds en is actief in de juweliers- en parfumindustrie.
Het heeft boetieks over de hele wereld en verkoopt zijn producten ook online (foto januari 1935)
Alles begint in 1664 wanneer Jérôme IV-Hatt brouwerij Le Canon opent aan de Place du Corbeau in Straatsburg.
Bijna twee eeuwen later, in 1850, verhuist de brouwerij naar de wijk Cronenbourg (Kronenburg in het Duits).
Daar wordt overgeschakeld op ondergisting, een destijds innovatief brouwproces dat een constante lage temperatuur vereist van maximaal 10 °C. en dit gebeurt daarom grotendeels ondergronds.
In 1922 verwerft de familie Hatt het prestigieuze Straatsburgse restaurant Le Grand Tigre.
Ter gelegenheid hiervan lanceert de brouwerij het bier Tigre Bock, dat in 1930 het meest gedronken bier van Frankrijk wordt.
De naam Kronenbourg ziet het levenslicht in 1947. Jérôme Hatt, een nazaat van de oprichter, keert terug naar Straatsburg en hernoemt het vlaggenschipbier Tigre Bock naar de wijk Cronenbourg, waar de brouwerij nog steeds gevestigd is.
De ‘C’ wordt vervangen door een ‘K’ om het merk een Duits tintje te geven, destijds een synoniem voor kwaliteit.
Ter ere van de kroning van Elizabeth II tot koningin van het Verenigd Koninkrijk in 1952, brengt Kronenbourg het bier 1664 uit, dat eveneens een groot succes wordt.
In 1969 kan de oude fabriek de groeiende vraag niet meer aan en verhuist de productie naar een gloednieuwe vestiging in Obernai.
Deze brouwerij is op dat moment de grootste van Europa en tot op de dag van vandaag de grootste van Frankrijk.
Het bedrijf kent in de daaropvolgende decennia verschillende eigenaarswisselingen: in 1970 wordt het onderdeel van het BSN-concern en in 1986 fuseert het met Kanterbräu, wat leidt tot de oprichting van de Brasseries Kronenbourg.
In 2000 wordt het overgenomen door Scottish & Newcastle, dat op zijn beurt in 2008 in handen komt van een consortium van Heineken en Carlsberg.
Uiteindelijk wordt Kronenbourg onderdeel van de Carlsberg groep.
Tegenwoordig zijn de Brasseries Kronenbourg met een marktaandeel van 30,5% de absolute marktleider in Frankrijk.
Eén op de drie in Frankrijk gedronken biertjes komt uit de brouwerij in Obernai.
In 2011 behaalde het bedrijf een omzet van 902 miljoen euro.
De brouwerij in Obernai is met een oppervlakte van 70 hectare, een productie van 7,3 miljoen hectoliter en 1210 werknemers nog steeds de grootste van Frankrijk.
Jean Harlow, geboren als Harlean Harlow Carpenter op 3 maart 1911 in Kansas City, Missouri.
Haar vader Mont Clair Carpenter, een tandarts en haar moeder Jean Poe Carpenter, scheidden toen ze nog jong was en ze groeide op bij haar moeder, die haar vaak verwaarloosde.
Haar moeder was een ambitieuze vrouw die haar eigen acteerdromen op haar dochter projecteerde.
Ze had een hechte band met haar vader, maar hij stierf toen ze nog een tiener was.
Harlow volgde onderwijs aan verschillende scholen, waaronder de Miss Barstow’s Finishing School for Girls in Kansas City, maar ze blonk niet uit in haar studie.
Harlow begon haar carrière als figurant in stomme films.
Haar doorbraak kwam met de film “Hell’s Angels” (1930) van Howard Hughes, waarin ze opviel door haar platinablonde haar en sensuele uitstraling.
Ze werd al snel een van de grootste sterren van Hollywood en speelde in succesvolle films als “Red Dust” (1932), “Dinner at Eight” (1933) en “Libeled Lady” (1936).
Harlow stond toen bekend als de “Platinum Blonde” en was een van de eerste sekssymbolen van de filmindustrie.
Harlow was drie keer getrouwd:
Charles McGrew (1927-1929): Ze trouwde op jonge leeftijd met een rijke zakenman, maar het huwelijk hield niet lang stand.
Paul Bern (1932): was een MGM-producer, die eindigde op tragisch wijze, want Bern is te komen overlijden, onder mysterieuze omstandigheden, twee maanden na hun huwelijk.
Harold Rosson (1933-1934), haar derde huwelijk met een cameraman, maar was ook van korte duur.
Harlow stierf op tragische wijze op 26-jarige leeftijd aan nierfalen.