De valse Veronese van Emblem: een vergeten kunstvondst uit 1931

Precies 95 jaar geleden deed in Lier een bijzonder mysterie de ronde over een schilderij dat op een heel eigenaardige manier was opgedoken.

Het verhaal ging dat het schilderij mogelijk een werk van Paolo Caliari, beter bekend als Veronese, was, of op zijn minst een stuk uit zijn school.

Het stadsbestuur had het paneel destijds bekeken bij mijnheer Rasquin en sprak daarover met de Lierse kunstfotograaf en restaurateur Bernard Janssens (1887-1976) en met mijnheer Van In.

Beiden speelden dan ook een grote rol bij de vondst.

Janssens trok in die tijd dagelijks naar zijn buitenverblijf in Emblem.

Op een dag zag hij hoe werklieden bezig waren met het schoonmaken en witten van het plaatselijke kapelletje.

Op de grond stond een pikzwart paneel dat de werklui wegens de extreme vervuiling simpelweg niet meer terug naar binnen wilden brengen.

Janssens hield het schilderij tegen het zonlicht om door het vuil heen te kijken en ontdekte onder een dikke laag meubelvernis het gezicht van een oude man.

Hij kreeg toestemming om het paneel kosteloos schoon te maken, zonder het te restaureren.

Na het reinigen verscheen er een aanbidding van de Wijzen, compleet met het Kindje in de kribbe, de os en de ezel.

Zelf zag Janssens er geen echte Veronese in, maar wel een fraai stuk in Italiaanse stijl. Schrijver Felix Timmermans, die het werk eveneens had gezien, deelde die mening.

Omdat er op de hoed van een van de figuren een V te zien was, begon de naam van Veronese al snel rond te zingen.

Op de lijst stond vermeld dat het paneel in juli 1866, tijdens een cholera-uitbraak, was opgedragen aan de heilige Gummarus door een onbekende schenker.

Technisch bestond het uit twee planken die aan de achterkant bijeen werden gehouden met drie zwaluwstaartverbindingen.

Men twijfelde destijds nog of het schilderij naar Emblem zou terugkeren of naar de Sint-Gummaruskerk zou verhuizen.

De pers zette het enthousiasme echter meteen in perspectief.

De typerende gouden gloed van Veronese ontbrak, er zaten technische fouten in het schilderij en de letter V was beslist geen signatuur.

De Italiaanse meester Paolo Caliari (1528-1588) vormt samen met Titiaan en Tintoretto het hart van de Venetiaanse school en maakte vooral naam met monumentale feestaferelen zoals De bruiloft te Kana.

Een klein paneel dat pas in 1866 aan Sint-Gummarus werd opgedragen, kon dan ook onmogelijk van zijn hand of uit zijn atelier zijn.

Janssens was evenmin de maker van het stuk, en de genoemde Van In was vrijwel zeker de J. Van In die in 1938 een studie publiceerde over de iconografie rond Sint-Gummarus.

De bewuste Sint-Gummaruskapel staat in de Dorpstraat in Emblem, vandaag een deelgemeente van Ranst.

Het heiligdom dateert oorspronkelijk uit 1477 en staat bij de bron die Gummarus volgens de overlevering liet ontspringen.

Tussen 1691 en 1696 werd het kapelletje heropgebouwd.

Na een verkoop tijdens de Franse bezetting kwam het heiligdom in 1812 weer toe aan de kerkmeesters van Sint-Gummarus.

De kapel werd in 1976 beschermd als monument en kreeg in 1985-1986 een restauratie.

In de latere inventaris wordt enkel nog het rococoaltaar uit 1767 genoemd; van het paneel ontbreekt elk spoor.

Waar het schilderij uiteindelijk is gebleven, blijft een compleet raadsel.

Het bevindt zich niet in de kapel of in de Sint-Gummaruskerk, en ook niet in de collectie van het Stadsmuseum of in de openbare kunstdatabanken.

In 1931 hing het nog bij de heer Rasquin, maar nadien loopt elk spoor dood. Wie hier toevallig meer over weet of tips heeft, mag het dan ook altijd laten weten

50 jaar geleden: van vergeten ragtime-opera tot Top 40-hit: het succes van ‘Aunt Dinah Has Blown The Horn’

Gunther Schuller was een Amerikaanse componist, dirigent, hoornist en jazzhistoricus die er zijn levenswerk van maakte om klassieke muziek en jazz met elkaar te verbinden.

Als grondlegger van de term Third Stream bracht hij beide werelden op een vanzelfsprekende manier samen.

Zijn fascinatie voor de vroege Amerikaanse muziekgeschiedenis leidde in de jaren zeventig tot een herontdekking van Scott Joplin, met als een van de absolute hoogtepunten de heropvoering en plaatopname van diens vergeten ragtime-opera Treemonisha.

Scott Joplin voltooide Treemonisha rond 1911, maar kreeg het werk tijdens zijn leven nooit volwaardig geënsceneerd te zien.

Pas decennia later, in de jaren zeventig, zorgde de heropleving van de ragtime ervoor dat het stuk opnieuw onder de aandacht kwam.

Gunther Schuller maakte een nieuwe, kleurrijke orkestratie die recht deed aan Joplins originele pianopartituur en leidde in 1975 een gerespecteerde en invloedrijke opname met het Houston Grand Opera-orkest en -koor, uitgebracht door Deutsche Grammophon.

‘Aunt Dinah Has Blown The Horn’ vormt het feestelijke en ritmische slotstuk van de tweede akte van Treemonisha.

Het nummer brengt het koor en het orkest samen in een aanstekelijke viering vol ragtime-ritmes, syncopen en gospelachtige vraag-en-antwoordstructuren.

Binnen het orkestarrangement liet Schuller de blazers en het slagwerk sprankelen, waardoor de vrolijke ontlading van het koor nog meer kracht kreeg.

Het nummer bereikte de vijfde plaats in de Nederlandse Top 40.

Bij ons in Vlaanderen was de single niet te bespeuren in de hitlijsten.

Desondanks geldt de uitvoering onder leiding van Gunther Schuller tot op de dag van vandaag als een historische mijlpaal. Schuller bewees met deze opname niet alleen zijn meesterschap als arrangeur en dirigent, maar bezorgde Scott Joplin ook postuum de erkenning als baanbrekend operacomponist.

Het nummer blijft een treffend voorbeeld van de manier waarop vroege Afro-Amerikaanse muziektradities en klassieke opera naadloos in elkaar kunnen overlopen.

Nicole Josy zou vandaag 80 jaar geworden zijn: een terugblik op een rijkgevuld leven en een onvergetelijke carrière

Nicole Josy stond al in 1961, op amper vijftienjarige leeftijd, op de bühne.

Tijdens de jaren zestig bouwde ze een indrukwekkend soloparcours uit met maar liefst 23 singles: twaalf in het Frans, zeven in het Nederlands, drie in het Duits en zelfs eentje in het Italiaans.

Ze trok in die periode ook internationaal op tournee met ronkende namen als Adamo, Vince Taylor, Johnny Hallyday en Richard Anthony.

Een vroeg hoogtepunt volgde in 1968, toen ze samen met onder anderen Ann Christy de prestigieuze Europabeker voor Zangvoordracht in Knokke won.

In 1970 kruiste het toeval haar pad met dat van Hugo Sigal.

De BRT had Hugo gevraagd om in te vallen voor een zieke presentator van een liedjesshow, waarna hij Nicole tijdens de repetities ontmoette.

Volgens kenner André Vermeulen verliep het overigens net iets anders en was Hugo als figurant aanwezig in die show van Bob Benny.

Hoe het ook precies ging, de vonk sloeg onmiddellijk over. Hugo omschreef het later als een pure coup de foudre, en ook voor Nicole was er geen twijfel mogelijk: dit was de man van haar leven.

Op 1 december 1971 stapten ze in het huwelijksbootje, het begin van een onafscheidelijk verbond dat een leven lang zou duren.

Vlak voor hun huwelijk waagden Nicole en Hugo hun kans in ‘Canzonissima’, de Vlaamse preselectie voor het Eurovisiesongfestival.

Met het aanstekelijke ‘Goeiemorgen, morgen’ lieten ze kleppers als Ann Christy en Johnny White achter zich. Slechts een week voor het festival sloeg het noodlot echter toe: Nicole werd getroffen door geelzucht, waardoor het duo noodgedwongen verstek moest laten gaan.

Lily Castel en Jacques Raymond sprongen op het allerlaatste moment in om het lied alsnog naar het songfestivalpodium te brengen.

Twee jaar later, in 1973, volgde de ultieme herkansing.

Gehuld in hun iconische paarse kostuums en met een synchrone choreografie verdedigden Nicole en Hugo onze nationale driekleur met ‘Baby, Baby’.

De Europese jury’s waren minder overtuigd, waardoor ze op de zeventiende en laatste plaats strandden, maar een legendarisch tv-moment was geboren.

In de jaren daarna groeide het duo uit tot vaste gasten in talloze showprogramma’s op de BRT.

Vanaf 1983 veroverden ze bovendien de wereldzeeën als entertainers op luxe cruiseschepen.

In een terugblik vertelden ze later vol trots dat ze 25 jaar lang de wereld hadden gezien, praktisch alles hadden bezocht wat aan het water ligt, en in die periode een bijzonder mooi leven hadden geleid.

In 2005 werden ze tijdens ‘Congratulations’, de grootste Europese tv-show in Kopenhagen ter ere van 50 jaar Songfestival, binnengehaald als eregasten.

Na 32 jaar hesen ze zich voor de gelegenheid nog eens met veel flair in hun beroemde paarse outfits.

Drie jaar later kende hun muzikale carrière een schitterende heropleving toen ze de Eén-wedstrijd ‘Zo is er maar één’ wonnen met hun beklijvende versie van ‘Pastorale’, het meesterwerk van Ramses Shaffy en Liesbeth List.

Het leverde hen een nummer 1-hit op in de Vlaamse Top Tien, de felbegeerde Radio 2 Zomerhittrofee en een MIA in de categorie Populair.

In 2012 herhaalden ze dat succes met het door Bart Herman geschreven ‘Schietgebed’, dat opnieuw de hoogste positie in de Vlaamse Top 10 veroverde én bekroond werd als het beste Nederlandstalige lied tijdens Radio 2 Zomerhit.

Datzelfde jaar brachten ze hun toepasselijk getitelde afscheidsalbum ‘Bedankt Vlaanderen’ uit.

Eind 2016 zette het onafscheidelijke paar definitief een punt achter hun optredens.

De gezondheid van Nicole eiste haar tol: nadat ze al tweemaal kanker had overwonnen, raakte in datzelfde jaar bekend dat ze aan de ziekte van Alzheimer leed.

Op 4 november 2022 overleed Nicole Josy, waarmee een einde kwam aan een van de mooiste en meest hechte liefdesverhalen uit de Vlaamse showbizz.

Gisteren nog vandaag