Precies 95 jaar geleden deed in Lier een bijzonder mysterie de ronde over een schilderij dat op een heel eigenaardige manier was opgedoken.
Het verhaal ging dat het schilderij mogelijk een werk van Paolo Caliari, beter bekend als Veronese, was, of op zijn minst een stuk uit zijn school.
Het stadsbestuur had het paneel destijds bekeken bij mijnheer Rasquin en sprak daarover met de Lierse kunstfotograaf en restaurateur Bernard Janssens (1887-1976) en met mijnheer Van In.
Beiden speelden dan ook een grote rol bij de vondst.
Janssens trok in die tijd dagelijks naar zijn buitenverblijf in Emblem.
Op een dag zag hij hoe werklieden bezig waren met het schoonmaken en witten van het plaatselijke kapelletje.
Op de grond stond een pikzwart paneel dat de werklui wegens de extreme vervuiling simpelweg niet meer terug naar binnen wilden brengen.
Janssens hield het schilderij tegen het zonlicht om door het vuil heen te kijken en ontdekte onder een dikke laag meubelvernis het gezicht van een oude man.
Hij kreeg toestemming om het paneel kosteloos schoon te maken, zonder het te restaureren.
Na het reinigen verscheen er een aanbidding van de Wijzen, compleet met het Kindje in de kribbe, de os en de ezel.
Zelf zag Janssens er geen echte Veronese in, maar wel een fraai stuk in Italiaanse stijl. Schrijver Felix Timmermans, die het werk eveneens had gezien, deelde die mening.
Omdat er op de hoed van een van de figuren een V te zien was, begon de naam van Veronese al snel rond te zingen.
Op de lijst stond vermeld dat het paneel in juli 1866, tijdens een cholera-uitbraak, was opgedragen aan de heilige Gummarus door een onbekende schenker.
Technisch bestond het uit twee planken die aan de achterkant bijeen werden gehouden met drie zwaluwstaartverbindingen.
Men twijfelde destijds nog of het schilderij naar Emblem zou terugkeren of naar de Sint-Gummaruskerk zou verhuizen.
De pers zette het enthousiasme echter meteen in perspectief.
De typerende gouden gloed van Veronese ontbrak, er zaten technische fouten in het schilderij en de letter V was beslist geen signatuur.
De Italiaanse meester Paolo Caliari (1528-1588) vormt samen met Titiaan en Tintoretto het hart van de Venetiaanse school en maakte vooral naam met monumentale feestaferelen zoals De bruiloft te Kana.
Een klein paneel dat pas in 1866 aan Sint-Gummarus werd opgedragen, kon dan ook onmogelijk van zijn hand of uit zijn atelier zijn.
Janssens was evenmin de maker van het stuk, en de genoemde Van In was vrijwel zeker de J. Van In die in 1938 een studie publiceerde over de iconografie rond Sint-Gummarus.
De bewuste Sint-Gummaruskapel staat in de Dorpstraat in Emblem, vandaag een deelgemeente van Ranst.
Het heiligdom dateert oorspronkelijk uit 1477 en staat bij de bron die Gummarus volgens de overlevering liet ontspringen.
Tussen 1691 en 1696 werd het kapelletje heropgebouwd.
Na een verkoop tijdens de Franse bezetting kwam het heiligdom in 1812 weer toe aan de kerkmeesters van Sint-Gummarus.
De kapel werd in 1976 beschermd als monument en kreeg in 1985-1986 een restauratie.
In de latere inventaris wordt enkel nog het rococoaltaar uit 1767 genoemd; van het paneel ontbreekt elk spoor.
Waar het schilderij uiteindelijk is gebleven, blijft een compleet raadsel.
Het bevindt zich niet in de kapel of in de Sint-Gummaruskerk, en ook niet in de collectie van het Stadsmuseum of in de openbare kunstdatabanken.
In 1931 hing het nog bij de heer Rasquin, maar nadien loopt elk spoor dood. Wie hier toevallig meer over weet of tips heeft, mag het dan ook altijd laten weten






















